Canarische Schimmels

Haar vader had altijd slim belegd. En opeens was time sharing de nieuwe goudmijn. Dus had hij een aantal time slots in luxeappartementen bijeen geïnvesteerd. Op de Canarische eilanden. Kon je ook behoorlijk goed golf spelen, dat hoorde er bij.

Wij mochten mee. Zij en ik. We zijn ondertussen al lang niet meer, zij en ik. Tot op de dag van vandaag weet ik niet wat ik ervan moet denken, van heel dat verblijf in dat luxe resort.

Nederlanders zijn expansief, maar Britten zijn het nog veel meer. Het kan geen toeval zijn dat twee van de sterkste vloten ooit, zovele jaren later, nog steeds hun zonen en helaas ook dochters uitzenden om vakantieoorden te koloniseren.

Druk gesticulerende Sheila’s en Shandy’s, overgewicht en overdaad aan blauwe inkt op de meest onwaarschijnlijke lichaamsdelen. Royaal toebedeeld sproetenvel en heerlijk vulgair met lelijke kinderen in de weer. Het is niet anders. Met een afschuwelijk accent stoten ze bevelen en orders uit, ondertussen de zoveelste G&T binnenkappend. YOLO op vegetatief niveau. Want leven kun je ’t bezwaarlijk noemen.

En dan is het nog maar dag. Het hele spektakel wordt nog erger bij avond, wanneer het gezelschap zich opmaakt om chic te dineren. Wat heet: schoffelen in de inox slabakken en schransen dat het geen naam heeft. Maar wel in blingbling outfit, compleet met verkeerd toebedeeld textiel, sleehakken en een cleavage waar je heelder kolonies zweterige schimmelculturen in vermoedt. Vakkundig verdoezeld door  goedkoop parfum met Frans of Italiaans aandoende namen. ‘Fleur de fleur’ zou Dylan Moran het noemen.

Het is een raar volk. Ik heb ooit het aangenaam maar weliswaar twijfelachtig genoegen mogen smaken (pun not intended) om een Iers meisje tot het mijne te kunnen rekenen. Een volslagen andere manier van uitgaan en plezier maken.

De Vlaamse jeugd wil ook al eens ‘inpilsen’ voor ze het fuiflokaal betreedt. Maar Ieren geven daar een andere dimensie aan. Stel je een wulpse, licht over the top bijgeverfde voluptueuze rosse voor die je in de ogen kijkt, zo net voor een feestje. Om dan ineens rauw-rokerig de legendarische woorden uit te spreken: ‘Let’s get drunk’. Je weet niet wat je hoort als Vlaamse jongen. Je voelt ook meteen vanalles…

Wij, de jongens van stavast, kennen het concept ‘met opzet zat worden’ niet. Dronken worden hoort er bij, als de rest van het feestje geslaagd is. Maar het is nooit een doel op zich. Tenzij je hopeloos depressief bent. Nu ja, zo’n Sheila en Shandy, getrouwd met de daarbij horende Wesley’s  en Ronny… wie weet zijn die wel oneindig depressief?

En misschien is laveloos zuipen wel stukken sympathieker en te verkiezen boven werelddominantie door de strandzetels met handdoeken te bedekken. Maar dat is dan weer een ander volk, waarover later meer.

Waarom GE-wild?

Desktop op kalme momenten

Beste vrienden van het betere verhaaltje. We hebben al een hele weg samen afgelegd, u en ik. WC-verhalen, reisverhalen, ontboezemingen, honden, verloren gelopen knuffels,  koffiekoeken, noem maar op. Het gaat niet meteen stoppen, daarom doe ik het te graag. Maar er werd mij hier en daar wel toegefluisterd dat ik niet erg professioneel overkwam met dit vehikel.

Toegegeven, verhalen over liftende hoeren, hot marijke of de designproblemen van hedendaagse wc’s, dat inspireert niet meteen in het professionele leven.

Daarom heb ik nu GE-wild gelanceerd. Ik zal er ook bloggen, maar het zal ernstiger zijn. Over content marketing en storytelling.

Doet u mij alstublieft een groot plezier. Ga eens even kijken hoe het er uit ziet, geef wat commentaar, abonneer je op de nieuwsberichten… Complimenteer Niko Caignie met zijn foto’s. dat mag ook.

Een teken van leven, om enerzijds te zien wie van u nog echt de mail berichten leest, die via Justguidooohh binnenkomen, maar ook eventjes een duwtje in de rug van mijn nieuw gelanceerde initiatief.

Mij opdrachten geven mag ook altijd, het is zomer, ik heb toch niks te doen.

Gewoon doen, uit vriendschap of zo.  Mijn dank is groot en bijna tastbaar.

Tante Madeleine

 

Nu begrijp ik mijn oude ‘tante Madeleine’ veel beter. Stil en genietend zat ze op een stoel en keek naar het gewemel om haar heen op familiefeestjes. Ze zei zelf niet veel, maar ze keek, en ze babbelde even als ze werd aangesproken. Ze wilde het voor geen geld missen, ondanks haar ogenschijnlijke passiviteit. Ze was toen al vrij oud Lees verder

Mijn papa was een varken

het is weer die tijd van het jaar…

Just! Guidooohh

Of een beer. Of een paard, Hij kon het allemaal zijn.  Als hij na een nacht stappen met vrienden, de hele wereld uitnodigde om bij ons thuis te komen slapen, omdat dat gezellig was, dan was het een varken, een schoon varken, maar een varken. Heerlijk mateloos en met het gevoel dat de wereld van hem en zijn vrienden was.

Als hij werkte, dan kon hij dat als een paard. Zonder omkijken, zonder zeuren, gewoon doen. Hij kon ook gewoon lief zijn, voor zijn vrouw, voor zijn kinderen. niet zeemlief, gewoon lief, in de zin van het goed menen.

Mijn vader was geen hartelijk mens. Hij keek heel streng, niet omdat hij boos was, maar gewoon omdat zijn hoofd zo stond. Mijn schoolkameraadjes hadden er schrik van. ik niet, ik vond hem meer dan ok. Een lieve beer. Hij kwam wel vaak stuntelig bij zijn pogingen om lief te zijn…

View original post 341 woorden meer

Bouletten tot Salou

Een okergele Opel Kadett dus. Dat hadden wij. Voor mijn ouders was hij okerkleurig. De rest van de straat noemde het oranje. Het talent van autoverkopers om de meest afzichtelijke kleuren toch verkocht te krijgen – het is iets fantastisch.

De Kadett werd die avond klaargestoomd voor de jaarlijkse vakantie naar Spanje. Koffers, gevloek, transpiratie. Een beroerd moment voor mijn vader. Het zou nog erger worden. Mijn moeder in de keuken. Wij fris gewassen in pyjama op de bank, voor tv.

Om de 1.600 km te overbruggen zou er immers om 4 uur ’s ochtends vertrokken worden. Parijs-en-de-ring, weet u wel. Daar moest je niet tijdens het spitsuur komen aanrijden, of je kwam nooit meer terug. Onze bedden waren voorzien van verse lakens, want het huis was volledig gepoetst. Voor de dieven, als we weg waren. Geweldig aangenaam gevoel, als kind. Het resultaat van opvoeding: alles was minder erg dan een niet zo proper huis. Want er moest maar eens wat gebeuren. Propere zakdoeken, propere kousen en een propere onderbroek. Je weet nooit waar je terechtkomt en je kleren moet uitdoen.

Maar het mooiste, en het lekkerste, dat was de reisvoorbereiding van mijn mama. Wij hadden een erg mannelijk gezin. Papa, mijn twee broers en ik. En bij zo’n reis, met zijn onverwachte gevaren, daar mocht je niets aan het toeval overlaten. Dus ging er proviand mee. Massa’s, en altijd hetzelfde. Tot enthousiasme van de venten aan boord.

Nooit, maar dan ook nooit, zijn wij de grens overgetrokken zonder een fikse dosis bouletten, in een grote Tupperware doos. Koude bouletten en vreemde reizen: het zijn mijn persoonlijke madeleines.

Met bouletten alleen zouden we het niet halen, oordeelde mijn mama. Dus ging er verder ook een haast industriële hoeveelheid hardgekookte eieren mee. Met wat zout gaat dat er altijd in. Koude kip en broodjes met kaas en ham en uiteraard ook met omelet vervolledigden het assortiment. Genoeg om de Pyreneeën over te geraken.

En dan grote thermossen koffie, familieflessen water en cola. En zure bollen! Napoleon en de blauwe muntjes van Trefin. Nooit enige marge voor variatie. Op weg naar de zon!

Nooit zal ik die eerste keer vergeten. Met sneeuw in maart vertrekken, in de volledig volgestouwde oranje auto. Sneeuw op de ring rond Parijs – de verschrikking. De zorgvuldig voorbereide timing kwam in het gedrang. De Porte d’Italie, Kaap de Goede Hoop van automobilisten in den vreemde, werd met veel stress en zenuwen gerond. Een uur vertraging op het schema.

Sneeuwregen op de Autoroute du Soleil. Vader die lichtjes kribbig werd; hij wou naar de zon. ‘Voorbij Lyon zal de zon wel schijnen’, temidden van de links en rechts schuivende vrachtwagens. Lyon kwam, de regen en de grijsheid bleven. Alsof het Lille was en het maar niet opschoot.

Bouletten werden uit verveling naar binnen geslagen. De gezinsfles “4711” werd bovengehaald om de ruftende en licht onpasselijk wordende meute op de achterbank min of meer gezond te houden.

Onderdak zoeken in Perpignan, na de zoveelste verkeerde afrit. In de gietende regen. Het humeur van de ouders dat niets, maar dan ook niets bijdroeg tot een hogere gevoelstemperatuur. Want natuurlijk was er van alles fout gelopen met het kaartlezen.

Avondeten in de ‘Auberge Saint Christophe’ – patroonheilige van de reizigers. En kletterende regen op de ramen, zo vlak bij de Spaanse grens. Mijn vader met een humeur dat nooit eerder zo diep was gezakt. Slapen in mineur.

En dan die onvergetelijke ochtend. Stralend blauwe hemel. Papa, met melkwitte benen in zwembroek, op het terras. Het hotelpersoneel wijst hem erop dat het in april nog te koud is om het zwembad al in gebruik te nemen. Weer een droom aan diggelen. Geen nood, vanavond zijn we in het beloofde land. Sangria, bocadillo calientes, en meer van dat fraais...

Het okeren gedrocht staat ons op te wachten. De geur van koude gehaktballen walmt ons tegemoet. Heerlijk!

De zomers uit mijn jeugd

 

“Kijk, kijk, onze Guido speelt mee in de film”. Het is de kreet die menig gezellige namiddag voor mij totaal om zeep heeft geholpen. Ik was de middelste van drie broers en overduidelijk het kneusje. Brilletje, afgebroken voortand, beetje bleekjes en slim op school. De tijd van de polyester sous-pulls die gedragen werden onder afzichtelijke geblokte hemdjes, en ribfluwelen broeken. In mijn geval ook nog eens bijeengehouden door een veel te zware broeksriem wegens extreem mager… ja, ’t kan verkeren.

Het was mijn jeugd. Een jeugd waarin – naar huidige normen – onwaarschijnlijk veel kon. Een jeugd die gekleurd werd door veel uitstapjes. Wij gingen nog naar Wallonië, stelt u zich voor!  Naar het Hellend vlak van Ronquieres kijken. En de watervallen van Coo. Maar evengoed waren er heerlijke weken waarbij we thuisbleven. Het leek altijd mooi weer en er was “de Ronde van Frankrijk” op televisie. En ‘s avonds werden de etappes, resultaten en incidenten nog eens uitgebreid en lyrisch beschreven in ‘Het Volkske’ dat fluitend verdeeld werd.

Een zorgeloze, onbezonnen tijd, vrij van dreiging en gevaar. Er moet ooit een woord voor uitgevonden worden, zeker in België: het pre-pre-Dutroux tijdperk. Waarbij je lange zomers lang door de straten kon zwerven, met vrienden en zelf geknutselde lunchpakketjes. Er waren geen GAS-toestanden. Als je fruit van een boer pikte – wat we deden – dan moest je gewoon wat harder kunnen rennen. De boer kende je ouders. Ze maalden er niet om. Bij de volgende buurtkermis werd er gewoon een rondje gegeven. Gezond verstand, het is toch iets waard.

Er was al kleuren-tv, zelfs afstandsbediening en we konden zeker 8 tot 16 ‘posten’ pakken, ook Brussel Frans, of Rijsel. Er waren onschuldige, leuke familiefeuilletons. The Waltons, Happy Days, noem maar op. Heel dikwijls ook van die oude films, waarin je groepjes jongens schelmenstreken zag uithalen. Onveranderlijk was daar ook wel een nerdje bij. Al moest het woord nog uitgevonden. Mijn familie vond het vermakelijk om mij dan in koor een beetje uit te lachen. Wij waren warm en hecht, maar dat uitlachen, dat hoorde er gewoon bij. .

Nu nog heb ik er last van. Ik zie een film, ik zie een groepje, waarbij uiteraard ook wel wat aan typecasting gedaan werd… en hopla, ik word teruggeworpen in de tijd. Ik heb er geen blijvend trauma aan over gehouden, en ook geen extreme geldingsdrang, en ik denk met veel warmte aan die zorgeloze tijd terug.

Met mij is het ook allemaal goed gekomen – tenminste, relatief goed.

Geniet van de zomer, uw kinderen en hun kattekwaad, en de koers.

Vroenkel of Plus papa?

pluspapa of vroenkel

De Vroenkel

Heel af en toe krijg ik het op mijn heupen van de drang naar nieuwlichterij. Zeker als het gaat over de noodzaak om de dingen te benoemen. Dingen waar ik niet meteen de meerwaarde van inzie, en waarvan ik hoop dat ze nooit ofte nimmer voor mij zullen worden gebruikt.

‘Plus-papa’ is er zo één.  Een ‘plus papa’… Het zal toch niet waar zijn zeker? Qua jeukwoord  kan het tellen?

Je ziet hem zo voor je. Een pluizig sikje, een bloemenschort aan, terwijl hij taartjes bakt en ondertussen houdt hij zijn testikels ergens in de linkerhand vast, afgesneden en wel, zielig en opgedroogd, gepresenteerd aan de goegemeente.

De ‘plus papa’ is geen echte papa, maar is de nieuwe lieve vriend van de mama… En hij moet zo nodig een naam krijgen. Hij moet gewaardeerd worden in zijn functie, als babysit-plus.

Misschien is het wel weer kort door de bocht. Maar toch. Kinderen hebben een mama en een papa. Families scheiden, de mama’s en de papa’s blijven. Nieuwe vrienden en vriendinnen, levensgezellen, ‘compagnons de route’, partners, of hoe je ’t ook wil noemen, komen erbij. Die hebben een voornaam. Is het dan zo moeilijk om die voornaam te gebruiken? Of werkt dat traumatisch op de kinderziel? Of is het misschien minder waarderend voor de nieuwe partner?  En wat als de nieuwe partner ook met de noorderzon verdwijnt? Wordt het dan ineens een min-papa, of verandert zijn status dan naar plus-nonkel?

Het is goed dat aandoeningen en ziektebeelden een naam krijgen, dat verduidelijkt. Dat een lastig kind nu een leerstoornis of iets dergelijks kan inroepen, dat is vooruitgang. Daar heb je ook iets aan, omdat je er rekening mee kunt houden. Niets op tegen, integendeel zelfs. Maar ‘pluspapa’, dat wil je toch van je leven niet worden? Een soort annex van the real thing, een triestig surrogaat titeltje.

Ik zie hem zo achter de mama aansjokken, met de boodschappen. De pluspapa is een echte hulp in het gezin. Het is geen vent, hij kapt geen hout en/of slacht geen beesten. Hij is maar een plusje in het huishouden…

Neen geef mij dan maar de Clement Peerens benadering, hij was ‘ne vroenkel’… de samensmelting van vriend en nonkel.

#FreeMexicania

picture1

Het is zover. Ik geef eerlijk toe dat ik erg lang gehoopt heb dat het allemaal maar een boze droom zou zijn. Dat de republikeinse partij een misschien niet erg elegante oplossing zou vinden, maar toch een manier om deze ellende te vermijden. Het heeft niet mogen zijn. Het instagrambeeld van Moby vat het  – wat mij betreft – perfect samen.

Ik ben dan ook links krapuul dat geen verstand heeft van economie en democratische besluitvormingsprocessen. Lees verder

2017: Angst en Durf

courage-is-resistance-to-fear-mastery-of-fear-not-absence-of-fear-mark-twain

Fear and Courage

Het jaar is nog maar net begonnen. ik stuur geen nieuwjaarskaartjes, of briefjes. Maar ik wil wel dat het jullie in 2017 erg goed vergaat. Dit is dan maar zo’n beetje mijn nieuwjaarsbrief, met goede voornemens.

Ik zag veel van de normale wensen passeren. Warmte, succes, geluk, goede gezondheid. Het werd gehoopt en gewenst. Misschien volstaat dat niet. Lees verder

Het Tsjevenballet

janus

Ik kom uit een Vlaamsnationaal nest. Laat het geweten zijn. Bij ons thuis werd er altijd meesmuilend gedaan over de ‘tsjeven’. De CVP vroeger, CD&V nu. Een machtspartij en ook een partij van en/en/of/of… standen, machtsblokken, belangenverdedigers, er moest altijd geschipperd worden, een beetje de mening naar de wind zetten, hoe het allemaal uitkomt. Lees verder

Over ambtenaren en duidelijkheid

human-kind-300x300

 

Vorige woensdag heb ik een stukje gepleegd in De Morgen waarover nogal wat commotie ontstaan is.  ‘Burn-Out bij ambtenaren, yeah right!’.  Onmiddellijk regende het reacties.Helaas, niet altijd van de fijne soort. Een hele mooie van Sarah Jane en eentje die volgens mij deel uitmaakt van het probleem, geschreven door Luc Hamelinck, in een waarschijnlijk goedbedoelde poging om het voor de ambtenaar op te nemen.

Los van de verbale agressie, de ‘kick in de balls’, het ‘mes door het hart’ en  en veel reacties die redelijk ver van de pot gerukt waren, moet er eerst één ding gebeuren. Lees verder

Horrible people!

 

Het overkomt mij wel eens dat ik bij het krieken der dagen door de sociale media struin. Mild vertier, hier en daar wat ergernisjes. Veel hoeft het allemaal niet te betekenen.  Vanochtend botste ik daarbij op dit filmpje. Lees verder

Mannen zijn prutsers!

dingen die mijn man niet weet

dingen die mijn man niet weet

Jongens. Heren. Mannen… wij zijn prutsers! Het blijkt nog maar eens.  Ik ben – zoals u wellicht weet – een fervent  maar onregelmatig lezer van de Libelle. Zowel de Nederlandse als de Vlaamse. Goed gemaakt boekje en het verschaft inzicht in de zieleroerselen van de sterke, zwakke kunne. De vrouw, dat onnavolgbare schepsel.  Lees verder

Hipsters zijn ook maar gewone mensen…

chewing gum table

chewing gum table

 

Het was toeval. Ik liep een goede vriend tegen het lijf. Een man met mooie principes, uitgesproken zachtheid in zijn omgang met mensen, een schoon exemplaar. Ik was op zoek naar koffie.

De stad waar wij beiden ons thuis voelen, heeft een breed scala in de aanbieding. Van hipsterbar tot ballentent. Lees verder

Live.. vanop de boekenbeurs…

IMG_7402

Ik weet niet hoeveel meer ik kan doen. Ik zit hier, ik deel graag mijn uitzicht met u. Het is niet echt iets om depressief van te worden, mensen lezen nog, of zijn geïnteresseerd in boeken… Dat is het goede nieuws.

Nu moet ik ze alleen nog geïnteresseerd krijgen in mijn/ons boek.

De interacties tot nu toe beperken zich tot…

‘Goh, waar zijn hier de wc’s? ‘

‘Zeg, diejen boek van Eddy Merckx, stot dor hen priz up!’ Lees verder

Impromptu Signeren, Boekenbeurs vrijdag 6/11/2015

Luster_Smeltkroes_Cover_Final_Low

Gewoon omdat het kan. En omdat ik er nog niet te veel over gezaagd heb. Exact een jaar geleden heb ik mijn eerste boekje gepleegd. Bij Lannoo Campus. Storytelling, verhalen maken merken. Al bij al was dat redelijk succesvol, in  de mate dat we nu al over halfweg zitten in de tweede druk. Het ligt nog steeds op de boekenbeurs, op de stand van Lannoo, en wat leuk is, naast mijn grote voorbeeld, Guillaume. Lees verder

Vroeger komt altijd terug

#blogfrenetiek

Guido Everaert, of Guidooohh – zoals zijn roepnaam in blogland luidt – hing vorig weekend rond op de Gentse Feesten. Het kon dan ook niet anders dat hij op de toen nog niet zo plakkerige keikoppen aan de Vlasmarkt inspiratie opdeed voor een column op demorgen.be. Er zijn zo van die nachtridders die daar 10 dagen lang voldoende verhaal verzamelen om de bezoekcijfers van nieuwssites in komkommertijd op niveau te houden.

De zonnebril op de Vlasmarkt is een surrogaat voor ingebeelde waardigheid

Guido vertelt in zijn stuk dat hij zich als vijftigjarige wat ongemakkelijk zou voelen mocht hij in het ochtendgloren nog aan een Irish coffee zou staan nippen. Laat dat nu net het middelpunt vormen waar de Flashmarkt om draait: waardigheid én leeftijd worden aan de kant geschoven om op te gaan in een collectieve bacchanaliteit.

Heerst er toch wat schroom om all the way te gaan: doe…

View original post 408 woorden meer

Beschadigde mensen

Bittersweet

the bittersweetway.com

 

 

Valentijn. een dorpje met een koffiebar van de betere soort. Geen tien namen voor verschillende varianten gestoomde of geschuimde melk. Kleine koffie, grote koffie,  en wat afschuimsels.  En ‘en passant’ ook niet te beroerd om alcohol te schenken. Het koppeltje stapte binnen. Lees verder

Dagen zonder…Drank

pixshark.com

 

102… 102 fukking kilo’s. Zoveel Guido loopt er op dit moment rond. Op het dieptepunt, of moet ik spreken op het trieste hoogtepunt, van mijn aards bestaan heeft de weegschaal ooit gepiekt op 105kg. Schrale troost, dat het iets minder is. Angstwekkend dat ik weer in die richting evolueer.. Lees verder

Het oude vrouwtje

the-old-lady-in-a-red-coat

George Hodan : Old Lady in a red coat

 

Ze lag op straat.  Ze keek een beetje hulpeloos en ze had pijn, dat zag je. De oude botten doen niet altijd wat het hoofd in gedachten heeft, of is het omgekeerd. Boodschappen, half uit de smaakvol geruite winkeltrolley. Op de stoep.

Lees verder