Over ambtenaren en duidelijkheid

human-kind-300x300

 

Vorige woensdag heb ik een stukje gepleegd in De Morgen waarover nogal wat commotie ontstaan is.  ‘Burn-Out bij ambtenaren, yeah right!’.  Onmiddellijk regende het reacties.Helaas, niet altijd van de fijne soort. Een hele mooie van Sarah Jane en eentje die volgens mij deel uitmaakt van het probleem, geschreven door Luc Hamelinck, in een waarschijnlijk goedbedoelde poging om het voor de ambtenaar op te nemen.

Los van de verbale agressie, de ‘kick in de balls’, het ‘mes door het hart’ en  en veel reacties die redelijk ver van de pot gerukt waren, moet er eerst één ding gebeuren. Lees verder

Advertenties

Hybrid Watte?

Screenshot 2013-12-02 15.12.40

Jeuj! Ik ben de “officiele hofblogger” van STIMA voor het internationale marketing congres.

Een tijdje geleden schreef ik een column in De Morgen over dat congres en de inflatie van de termen. Ik was er niet zo zeker van of we nu wel of niet een naam moesten geven aan de marketeers van vandaag. Hoeveel hybrider dan gisteren waren die dan wel niet? Het thema van het congres is namelijk ‘The Hybrid Marketeer’.  Hybride marketers, dat zijn dus de jongens en meisjes die begrepen hebben dat het spel nu iets anders wordt gespeeld dan vroeger. Dat er meer bij komt kijken, dat het niet noodzakelijk allemaal zo academisch hoeft te zijn. Lees verder

Too Hot to handle: Hot Marijke!

De Morgen wou er liever niet aan, wegens niet strokend met hun opinie over vrouwen en uitbuiting, waarvoor alle respect. Dus heb ik hem maar hier geplaatst… Met als voordeel dat ik er ook nog een prentje bij kan plaatsen

Hot_Marijke

U vraagt zich allicht nu al af wat de maatschappelijke relevantie is van een stuk over ‘Vlaanderens bekendste hoer’, zoals ze zichzelf graag omschrijft. Die ligt op verschillende vlakken.  Een tijdje geleden werd in De Morgen, in een artikel van Saskia De Coster, een discussie gevoerd over prostitutie en het verbieden ervan. Lees verder

Het stokje..

estafette-001

 

werd doorgegeven.  De Liebster Award, met andere woorden.  En nu moet ik antwoorden, op vragen gesteld door Sabine Meijerink. Toffe blog, nog prettiger gemaakt door de droedels die ze er aan toevoegt. Maar dat terzijde. Het hele concept van de kettingbrief nog eens toegepast op bloggers.

Ik weet echt niet wat ik er moet van denken, behalve dan misscien dat het wel een uitstekend middel is om nieuwe, andere blogs te ontdekken. De bloggers die samen met mij deze vraagjes moeten oplossen zijn deze, en de commentaar is van Sabine, ik heb eerlijk gezegd nog niet naar hun blogs gekeken, maar ga dat alsnog doen.  Lees verder

Sanoma Media Parade 2013

IMG_2687

Ik ben een man van vele oorlogen. En erg cynisch over het gemiddelde congres. Ik heb ondertussen mijn kwaliteitsstandaard al verlaagd naar de maxime : ‘als ik er één goed idee van meedraag, is de dag al geslaagd’.

Het klinkt erg minimaal, en toch slagen sommige dag-congressen zelfs niet in die opzet, wegens teveel commercieel gewauwel, teveel gekende stof, te weinig diepgang, of een combinatie van dat alles. Lees verder

Mag het ietske meer zijn?

DMBE_shine_wit

We kennen het zinnetje van bij de slager. De mens kon er niet veel aan doen. Zijn normen kwamen niet echt overeen met het metrisch stelsel. Het soortelijk gewicht van een schijfje salami en een snede hesp is nu éénmaal niet gelijklopend. Gaandeweg kwam het concept te staan voor een slinkse manier om met je klanten om te gaan. Toch altijd maar proberen om net dat ietsje meer in de maag te splitsen of uit de portemonnee te vijzen. Lees verder

Sociaal Kapitaal

DMBE_shine_wit

Ik Skype niet graag. Ook al weet ik dat je het beeld kunt uitzetten, het is iets erg vreemd, praten tegen je computer. Call me old-fashioned!  Maar gisteren was het toch erg leuk. Naar aanleiding van een eerder stukje, over bestellen in de horeca met behulp van je smartphone, was ik in gesprek geraakt op Skype met een van de bezielers van het project. Het zou geen Nederlander zijn , hoor ik u smalend denken. Misschien wel, misschien niet. Lees verder

Gelukkig

vdab_logo

Als je er over nadenkt is het logisch, maar toch ook weer niet helemaal. Ik kom bijna dagelijks mensen tegen die ongelukkig zijn in hun job. Dat zeggen ze nooit meteen. Mensen hebben daar zo hun eigen code voor ontwikkeld. Want mensen zijn sterk en slim, en willen niet van het zeurderige type zijn. Bovendien hebben alle succescoaches en andere consultants de goegemeente ingelepeld dat je succes moet uitstralen, want dan komt het ook jouw richting uit. Fake it, till you make it. Dat soort onzin. Lees verder

Positieve Actie, Nu! (voor de man)

nominatieformulier_logo

Ja, willen we het daar eens over hebben? Ik vind dat mannen gediscrimineerd worden. En wel hier! De Knack Weekend blog awards. Heerlijk initiatief, niet omdat er een competitie zou kunnen bestaan tussen verschillende blogs, want dichter bij appelen en peren vergelijken kun je niet echt komen. Het is de tweede keer dat ik genomineerd ben, en ik vind het eigenlijk vooral prettig om nieuwe blogs te ontdekken. Daar ligt ook de meerwaarde van het initiatief, samen met het feit dat ze het fenomeen blogs nog wat meer onder de belangstelling brengen. Lees verder

Saai zonder smart phone

logo_vierkant_med_res

U kent dat. Iets te haastig vertrekken van thuis, gehaast naar je afspraak rijden en onderweg beseffen dat je telefoon nog in de lader zit. Als ik op zo’n moment op minder dan 15 kilometer van huis ben, zal ik altijd terugrijden. Deze keer kon ik niet. Ik was net dat ietsje te laat vertrokken, en ik heb een erg grote hekel aan te laat komen. Lees verder

Terrasjes

logo_vierkant_med_res

Ik schrijf dit stukje  ergens op een terras op één van de Wadden-eilanden. En ik ben helemaal blij. Uiteraard omdat ik hier zit, maar nog veel meer omdat ik – niet gehinderd door technische bezwaren van welke aard ook – kan doen wat ik moet doen. Stukjes schrijven, het internet raadplegen, contact houden met vrienden en collega’s.  Ik kan zelfs wijn bestellen zonder op te kijken. Hoe tof is dat niet. Lees verder

Netiquette

logo_vierkant_med_res

NIEMAND SCHRIJFT NOG ALLES MET HOOFDLETTERS, TOCH? Op het internet lijkt het dan alsof je roept. Ik vind het fascinerend om te zien hoe bepaalde ‘netiquette’ zich redelijk snel verspreidt en veralgemeend wordt binnen een bepaald medium of een bepaalde groep.

Bovengeschetst is er dus eentje, die al bestaat van toen er nog massaal met email werd gewerkt. Bedenk ook de irritatie die je toen voelde opkomen bij mensen die het hele bedrijf in kopie zetten bij iedere scheef gedraaide bedenking die ze zich maakten. Heel snel begreep men dat het de productiviteit niet echt ten goede kwam, en riepen bedrijven regels in het leven, als het zich al niet spontaan organiseerde, omdat iedereen er last van had. Email hadden we onder de knie, en het heeft maar een vijftal jaar geduurd. Lees verder

SoLoMo

logo_vierkant_med_res

 

Het is niet de bedoeling om hier een marketing column van te maken. Maar heel af en toe mogen we ons wat vrolijk maken over ‘buzzwords’, over nieuwe kortlopende hypes, en kortweg, over het achterwege laten van gezond verstand bij de quasi blinde rat-race om bij te blijven in het digitaal geweld.

Als u nog nooit van ‘SOLOMO’ gehoord hebt, is dat niet erg, maar hou het in het oog! Het is de samentrekking van Social, Local, Mobile. Het is ook het magisch begrip waarmee de kleine en middelgrote bedrijven zullen kunnen delen in het gouden manna van de Sociale Media en de Internet economie. Immers, door al je activiteiten toe te spitsen op je lokale omgeving, er daarbij van uitgaand dat je de sociale media kan gebruiken en dat je dat ook best meteen mobile doet, ligt het goud bij wijze van spreken al voor het grijpen. Handig hè.

Op zich is de stelling niet verkeerd. Op zich is de formulering van dat soort stellingen ook niet nieuw. U hebt allicht wel al gehoord over Think Global, Act local, als klaroenstoot voor grote merken om het te maken in lokale markten. Dat was de voorloper, en als u er wat management boeken op naslaat gaat u er vast nog andere vinden.

Met SOLOMO gaan we dus iets fijner te werk.  En helaas leidt het tot bijwijlen hilarische toestanden, waarbij je je kunt afvragen of het nog ooit wel goedkomt met onze jachtende meute goudzoekers.

Dat het concept kan werken, daar hoef je geen Einstein voor te zijn. Wie er in slaagt om lokale activiteit te verzoenen met een succesvol business model, geënt op sociale media, heeft al een stapje voor. Als je daarenboven ook nog eens inspeelt op het gegeven dat mobile/’always-on’  enorm snel penetreert in de maatschappij, weet zich verzekerd van een plaatsje onder de zon. Helaas, helaas, het blijft soms wat hangen in de implementatie.

Grosso modo zie je drie grote groepen. Enerzijds de enkelingen, entrepreneurs die er in geslaagd zijn om effectief met dat model te werken. Ik denk persoonlijk dat de restaurant app voor mobile phones ‘Aan tafel’, kan uitgroeien in die richting. Dat zijn ook geen initiatieven om je vrolijk over te maken, wel om blij om te zijn. Omdat ze inspelen op een consumentenbehoefte en een oplossing aanreiken, die je erg éénvoudig aanneemt. (niet dat er geen werk meer aan de winkel zou zijn!)

Vermakelijker wordt het in het geval waarbij men krampachtig probeert om één van de andere dimensies te integreren in de marktactiviteiten om toch maar te kunnen poneren dat men erbij hoort, en dat het dus wel zal lukken. Een voorbeeldje? Winkels die QR codes (u kent dat vast) op hun etalage kleven, die de consument dan moet scannen, om terecht te komen op… de website van de winkel.  Jaaaa! Een sterk staaltje van vakmanschap. Want gewoon de url van de website, nou ja, dat heeft wel iets oubollig, mijnheer, wij zijn mee, wij weten hoe je een QR code kunt aanmaken! Kid you not, ik heb het al gezien bij kapperszaken in het Antwerpse en ook op de achterkant van vrachtwagens. Bijzonder handig, om te proberen dat in je scanner van je smartphone te vatten. Dat is dus de verkeerde invulling van SoMo, bovenop de ‘local’.

Het omgekeerde bestaat ook. Een hele industrie die geilt op de nieuwe media en navenante technieken om toch maar te verbergen dat ze fundamenteel nog even ouwbollig bezig zijn als tien jaar geleden. Voorbeeldje graag? Rekrutering,  want dat moet nu ineens ook allemaal mobiel  en social zijn.

Zonder al te technisch willen zijn. Uiteraard is het goed dat jobsites  en rekruteringssites responsive design in zich dragen (een jeukwoord om simpelweg aan te geven dat je ze op elk mogelijk toestel moet kunnen lezen).

Maar om nu te zeggen dat mobile recruitment dé trend van het jaar wordt. Ik dacht het niet. Het veranderen van baan, om welke reden dan ook, is niet iets dat je zomaar eventjes snel doet, in de file, of al wandelend naar de broodjeszaak. Dat maak je mij nooit wijs. Daarvoor is de betrokkenheid, het belang gewoon te groot.

Rekruteerders  die denken dat ze met een ‘solomo’ benadering het gouden ei binnengehaald hebben moeten iets verder kijken, wat minder meelopen met de trends en wat fundamenteler nadenken over hun business. Solomo verdient hier een andere invulling, die veel meer te maken heeft met ‘het nieuwe werken’, met mobiliteitsproblemen en met het inschakelen van andere werkmethodes via sociale media in het proces. Als dusdanig denk ik dat het de HR departmenten moeten zijn die SOLOMO in grote letters boven hun bureau moeten hangen, om dat wars van alle technische snufjes als filosofie mee te dragen in hun benadering van een moderne arbeidsmarkt.

Vreemd gaan

virtueel-vreemdgaan-350x262

Ik beleef er ontzettend veel plezier aan. Het is een soort ontdekkingstocht door de kop van die andere. Het begint met een vraag, en daar probeer je dan zo goed mogelijk op in te spelen. Spannend ook… Omdat je niet weet hoe de andere gaat reageren. En iedere keer weer is er die opluchting als je ziet hoe ‘je partner in crime’ straalt, of gewoon blij is na afloop. Nooit is het zeker, maar na verloop voelt het zo vertrouwd aan alsof je het gewoon thuis, voor jezelf doet.

Ik heb het over schrijven! Sinds een klein jaar heb ik me op het pad begeven van het schrijven voor anderen. ik noem dat vreemd gaan. Omdat je toch iets vreemd doet. Je eigen kop laat je niet achter. en je moet je in de kop van die andere, dat bedrijf verplaatsen. Bij sommige klanten gaat dat makkelijk, en erg natuurlijk. bij anderen neemt dat meer tijd.

Recent heb ik zo een opdracht aanvaard voor een goede vriend. Ik wist op voorhand dat dat een moeilijke zou worden. ik ken hem als minutieus, professioneel, perfectionistisch en van het type ‘super-proactieve-meedenker’. Mocht het geen vriend zijn, ik zou dat omschrijven als bemoeizieke regelnicht. Maar het is een vriend. En daarom schrijf ik dit stukje ook, omdat ik vaststel dat het maar is door weerstanden te overwinnen, door te begrijpen hoe die andere in elkaar zit, dat je er in slaagt de teksten die je voor hem moet maken, ook daadwerkelijk op dat niveau te krijgen. En liefst ook zonder jezelf te verloochenen. Anders is er geen lol aan.

En dan helpt het zelfs als je met zo iemand te maken hebt, die durft zwijgen, die durft spreken, die zegt waar het op staat. En samen werk je aan een ‘tone of voice’, aan een manier van werken die toelaat dat je op de duur perfect weet hoe die andere zijn stukjes, blogposts of columns wil krijgen. Verrijkend en fascinerend.

Dus als u het ook even wil proberen, u weet me te vinden.

Het Echte Gesprek

logo_vierkant_med_resDan schrijft een mens al eens een column, waarbij eigen gedrag aan de kaak gesteld wordt, dan wordt hij overdonderd door reacties. Op zich niet erg, integendeel zelfs, maar mochten die reacties nu nog ergens over gaan, over de kern van het verhaal bijvoorbeeld. Maar dat was dus niet het geval. Het was een geschimp, een onbehouwen inhakken en bovenal, bovenal een grotesk verval in clichés. Daar krijg ik dus jeuk van.

Heel af en toe komt er iemand opzetten die het durft te hebben over het echte gesprek. En passant wordt dan uiteraard gewag gemaakt van het virtuele gewauwel, dat liefst van al in de hoek van de vlotte marketingboys en -meisjes geduwd wordt. Een man die ik mijn vriend mag noemen, die met eigen handen een reclamebureau uit de grond heeft gestampt en als bedrijfsleider probeert om dat zo goed mogelijk te doen, stopt op zulke momenten de discussie omdat hij weigert in de clichémolen mee te draaien.

Geef het misschien ook eens toe: het is gewoon te gemakkelijk en het getuigt van een schrale intellectuele leegte. Het onvermogen om in te zien dat de kwaliteit van een discussie of een boodschap niet afhangt van het medium of het platform, en dan maar meteen alles neersabelen.

Het is waarschijnlijk – het feit dat ze zich niet willen laten kennen en met pseudoniemen intekenen zegt al iets – een bepaalde soort mensen. Mensen die jaren geleden dachten dat het internet zou overwaaien. Niet dat ze het nog zullen toegeven. Ondertussen maken ze zich vrolijk over Twitter en Facebook, want daar staan ze boven. “Het is tijdsverlies.”

Gemakshalve vergeten ze allicht dat ze ondertussen datzelfde door hen verketterde internet gebruiken voor communicatie binnen hun non-profit organisaties. Dat ze met graagte profiteren van de goedkope vluchten en de interessante aanbiedingen. Dat ze meer dan ooit in staat zijn om iets over hun eindbestemmingen te weten te komen.

Daarbij verliezen ze uit het oog dat een hoop enthousiastelingen, dromers en fanaten bezig geweest zijn met virtueel gewauwel. Om er iets van te maken, om een project, een idee gestalte te geven. En dat ze daarbij meer dan een keer op hun bek gegaan zijn, om smakelijk uitgelachen te worden door de cynische kantkijkers, die op dat moment triomfantelijk weggingen, blij en overtuigd van het groot gelijk. De idealisten, de dromers, ze klopten zich het stof van de kleren en herbegonnen.

De cynici, dat zijn ook de mensen die het nu waarschijnlijk een goede zaak vinden dat er eindelijk vooruitgang geboekt wordt in mobile payments via gsm. Moet ik even uitrekenen hoe lang men daar al mee bezig is? Of hoe mobile apps en mobile marketing daar hun rol in hebben gespeeld? Hoe het internet en de betere kennis rond data en networking daar baanbrekend zijn geweest? Daar zaten inderdaad flops tussen. En allicht ook wat gewauwel. Maar het gebeurt ondertussen wel. Men noemde het tijdverspilling en de verkeerde prioriteiten.

Het is fijn om bij het selecte kransje te horen dat graag naar lezingen over ‘networked economy’ gaat, over ‘het nieuwe werken’ en dat academische concepten met bedachtzame blik doorgrondt. Niks mis mee, integendeel, hoe meer er nagedacht wordt hoe beter het gesteld is met deze wereld. Maar weet wel dat het ondertussen aan het gebeuren is, zonder participatie van onze vrienden die aan de zijlijn staan te roepen dat het allemaal niet deugt en dat we terug moeten naar het echte gesprek.

Wat is dat, het echte gesprek? En waarom zou dat – in het wereldje dat duidelijk niet het hunne is – meteen gewauwel zijn.  Is er een monopolie op het echte gesprek, dat omkaderd moet worden met fijne wijnen en bepaalde high brow kaders of thema’s?

Misschien moet men er eens bij stilstaan hoe dat werkt op Twitter. Een opmerking, doordacht of niet, wordt gepareerd. Of geannoteerd. En dan gaat de bal aan’t rollen. Niet zelden worden na twee of drie woordenwisselingen de andere kanalen ingeschakeld en komt men tot een afspraak waarbij over een bepaald onderwerp, hoe klein of betrekkelijk ook, een boompje opgezet wordt. Op café of bij een koffie. Of eender hoe. Voor mijn part bij een ‘twunch’. Nog zo’n concept dat men belachelijk mag noemen, maar niets meer is dan de integratie van virtuele kanalen met fysieke gebeurtenissen. Denk misschien eens na wie in die context de faciliterende rol toebedeeld krijgt.

Wat belangrijk is, is dat het gebeurt. Niet zelden extreem korte ontmoetingen tussen wildvreemden die heel heftig hun standpunten delen en verdedigen en daarna besluiten dat er nog zoveel andere raakvlakken zijn. Mogelijkheden om over te praten en te discussiëren. Waarna de korte meetings uitlopen en vriendschappen of kennissen ontstaan. Ik zie daar het gewauwel niet van.

Als ik het over een echt gesprek heb, dan heb ik het over interactie over een onderwerp en over conclusies en denkrichtingen. Of dat nu via een digitaal medium gebeurt of op café of in een besloten spelonk, dat maakt niet uit. Ik denk dat de meeste twitteraars vandaag heus wel doorhebben wanneer iets gehypet wordt of wanneer iets echt toegevoegde waarde heeft. Tegelijkertijd zijn ze ook perfect in staat tot het achterwege laten van misplaatst cynisme en genieten ze van de mogelijkheden van het medium.

Altijd bereid tot het houden van een echt gesprek hierover, en ja, ik lees ook nog steeds gewone boeken, liever dan op Kindle of iPad.

Zwijgen

logo_vierkant_med_res

Ik sta elke dag op om 6 uur. Gewoon omdat ik dan al wakker ben en het weinig zin heeft om dan nog uur te liggen draaien. Door de jaren heen heb ik een reflex ontwikkeld om niemand te storen bij dat ontwaken, maar tegelijkertijd ben ik bijzonder nieuwsgierig naar wat ik eventueel gemist heb tijdens de voorbije zes uur slaap. Eerst check ik mijn mail. Dan Facebook, Linkedin en Google+. Daarna ontwaakt Twitter zacht. Daar beleef ik het meeste plezier aan. Dat en Flipboard. Om bij te blijven.

Ik kan me voorstellen dat mensen met kinderen, en de bijhorende stress van het ochtendlijk georganiseer nu heel bedenkelijk kijken. Het spijt me. Ik heb doorgemaakt wat jullie op dit moment doormaken, en ja, dat is een andere hectiek. Maar ik ben er van af. Sorry.

Het gaat me echter niet zozeer om die luxe, of de aberratie dat een mens al om zes uur ’s ochtends in de arena van het ochtendlijk social media geweld wil treden. Ik wil het veeleer hebben over iets wat me beangstigt. De ontgoocheling die ik bij mezelf noteer als er te weinig mentions en/of volgers bijgekomen zijn op Twitter. De desillusie dat er niemand gereageerd heeft op een leuk of diepzinnig bedoelde Facebookstatus, en desgevallend ook het geringe aantal echte mails, echte interacties in mijn mailbox.

Als dit herkenbaar is, dan zitten we uiteraard met een probleem, u en ik. Voor de anderen is er niks aan de hand, huivert u gewoon mee met de bedenkingen.

Afkicken van het gebrek aan reacties, het zal allicht ook wel duiden op een overdreven behoefte aan bevestiging, aan een reflex om leuk of interessant gevonden te worden. Ik pleit schuldig. Ik vind het leuk om in interactie te treden met mensen, snel en spits te reageren, te engageren in woordspelletjes.

Veel erger wordt het als we doelbewust op zoek gaan naar content, naar grappige quotes, naar bemerkingen, om toch maar die conversatie stroom op gang te houden. Ook daar pleit ik schuldig. Het overkomt mij. Zoals een andere thuiswerker ooit zei: ‘mijn Twitterstream, dat zijn mijn virtuele ‘watercooler’ collega’s, het leidt wat af, het is een babbeltje, het vermijdt het sociale isolement, wat je als zelfstandige, thuiswerkende toch wel riskeert”. Maar waar ligt de grens?

Ik ben niet alleen met die vrees. Toen ik deze column opzette, wist ik eigenlijk even niet waar te beginnen. Ik heb het gewoon aan mijn Twittervriendjes gevraagd: “Iemand een idee waar ik het over kan hebben?”. Wat het meeste terugkwam – en ik simplifieer –  was dat, als er niets te zeggen is, dat mensen dan moeten leren zwijgen op sociale media. Net zoals we op Facebook ook onze tijd niet meer verdoen (of toch veel minder) met onzinnige statusupdates, is dat het volgende ‘rijpingsproces’ van de sociale media.

Het is niet erg dat er eventjes niet over of tegen je gekletst wordt. Get used to it!.

Jonge Wolven

logo_vierkant_med_resDe vorige column, waar ik de vloer aanveegde met de ‘oversharers’ heeft nogal wat stof doen opwaaien en discussie losgeweekt. Dat is fijn. En inderdaad, een zeer terechte opmerking is dat ik een wel zeer aanmatigende stelling verdedigde. Wie bepaalt wanneer iemand een expert is, en wanneer content goed genoeg zou zijn?

Laat er geen misverstand over bestaan, ik hou van alles wat met internet en sociale media te maken heeft. Ik kan dan wel eens mistroostig doen over oppervlakkigheid, de teloorgang van menselijke contacten of de vluchtigheid van de analyse. Het punt blijft: het is een fantastische omgeving om in te groeien en te leren.

Het feit dat ik dit stukje voor mijn lievelingskrant mag schrijven heeft bijvoorbeeld alles te maken met mijn blogactiviteiten, met het ontwikkelen van een vaardigheid ‘online’ en niets met wie ik ken. Het gaat over het demonstreren van kennis en kunde, en het tonen van talent. In die zin is het internet een gigantische, lekkere etalage van know-how. Elke dag opnieuw zie ik wel ergens een jonge wolf die het met verve opneemt tegen een oude krokodil. Een ogenschijnlijk arrogant jongmens dat zich – niet gehinderd door enige vorm van conventie of regel – vragen stelt en antwoorden geeft op problemen, met een creativiteit waar ik ontzettend blij van word. Niet zelden haalt hij/zij dan de mosterd uit één of andere uithoek, hetzij geografisch, hetzij kennistheoretisch, maar de interwebs zijn hun bondgenoten.

Let wel, dat zijn jongens en de meisjes die zich niet inschrijven in de gevestigde ordening, maar die hun ding doen vanuit hun talent. Wat mij betreft zijn dat de nieuwe ambachtslui. Ze excelleren in iets, en maken dat te gelde. Of misschien niet eens te gelde, ze halen daar waarde uit, en levenskwaliteit.  En het is fantastisch om ze bezig te zien en ze tegen het lijf te lopen. Ze hebben hun eigen ritme, hun eigen waardes, ze schrikken er niet voor terug om ‘er even uit te stappen’ en te investeren in hun eigen ontwikkeling, ten koste van comfort.


Wat te denken van getalenteerde psychologen, die een goedbetaalde job als communicatiestrateeg laten schieten om barista te worden? IT-jongens die de firmawagen definitief parkeren om met wijn bezig te zijn? En dat zijn dan de klassiekers. Er bestaan ook anderen die het internet gebruikt hebben om hun droom substantie te geven, en nadien datzelfde medium gebruiken om te realiseren wat ze bijeen gefantaseerd hebben. Daar ligt de meerwaarde. Ik word daar blij van.

En het houdt niet op, ook in het onderwijs bijvoorbeeld zie ik dat ‘reversed learning’ meer en meer ingang vindt, en persoonlijk vind ik dat een zegen. Zonder sociale kanalen zoveel moeilijker te realiseren. Nog los van de andere voordelen die het biedt, je leert je studenten veel en veel beter kennen, niet alleen in je vakgebied maar ook daarbuiten.

Dus ja, hoe meer internet, hoe meer initiatieven, hoe liever.

Roept zo niet!

logo_vierkant_med_res

Alles heeft een modieuze naam. Elk fenomeen kan zelfs theoretisch onderbouwd worden. Extraverte tafelspringers die over alles een mening hebben en overal en alomtegenwoordig zijn. Vroeger heette dat gewoon irritante eikel. Nu verzorgt zo iemand zijn ‘personal branding’. U hoort het goed. Het persoonlijke merk.

U herinnert zich waarschijnlijk de tijd dat we het hadden over introverten en extraverten. Extraverten hadden het makkelijk om zich te uiten, riepen het hardst en het snelst, waren het grappigst op feestjes en de ware allemansvrienden. Als dolle dartele hondjes storten ze zich in het gewoel en lieten zich de strelingen en de bewonderende aaitjes welgevallen.  Altijd feest om zo’n beestje in je midden te hebben. Tegelijkertijd was er echter ook een grote consensus, ja zelfs een uitdrukkelijk vermoeden dat er geen oorzakelijk verband was tussen hun gevatheid en de diepgang van hun intellectuele causerie.

Integendeel zelfs, meestal ging men er zelfs van uit dat ze maar wat kreetjes bijeenwauwelden en dat je voor het echte, betere denkwerk beter af was met het muurbloempje dat aarzelend meningen onder voorbehoud formuleerde.  Ook niet juist.

Ik ben goed geplaatst – als extreem extravert – om mijn soort te verdedigen. Jaren heb ik de stelling verdedigd dat traag en onzeker formuleren geen garantie was voor intelligentie. Hoogstens van een vermoeden van bedachtzaamheid.

Maar de laatste tijd zie ik meer en meer het omgekeerde gebeuren en ik vind dat jammer. Het podium – de helaas bij momenten ijlig lichte intellectuele arena van de ‘social-media-denkers’ – wordt bezet, volzet met jongens en meisjes die erg succesvol zijn qua  ‘personal branding’.

Wat wil dat zeggen? Dat ze er in geslaagd zijn hun persoonlijk merk ‘mens’ te vermarkten in een bepaalde expertise.  Wat telt daarbij? De activiteit. Vooral de activiteit. Druk, druk druk, bezig zijn.

Presentaties geven, die presentaties vervolgens met veel poeha delen op slideshare, en daarover nog eens druk en uitbundig twitteren, kwetteren en kwekken.

En dat kunstje wordt herhaald, en herhaald, en dan zie je van bepaalde vrolijke kwieten tien presentaties over een bepaald onderwerp waar alleen de eerste slide en mogelijks de laatste verandert. Maar ondertussen zijn ze expert. Zelfbenoemd, zelfverklaard.  Of ze knutselen flinterdunne theoretische constructies in elkaar. Het rammelt aan alle kanten, maar  het klinkt oppervlakkig prachtig.  Als ze dat goed spelen dan krijgen ze meer volgers, meer fans, meer likes, meer lawaai. Dan zijn ze influential, en krijgen ze een hogere Klout score.

Klout score, de heilige graal van je social media gewicht. Hoe meer je geneuzel opgepikt wordt hoe hoger.. De universele maat voor je expertise… in sommige gevallen klopt dat, maar verre van altijd.

We evolueren naar een  zogezegde kennismaatschappij waar de roepers, de ‘oversharers’ en de herkauwers maar al te gemakkelijk een veel te groot gedeelte van het forum pakken.

Het ontwikkelen van juiste en iets diepgaandere theorieën dat vraagt tijd. En die hebben we niet. Want we moeten roepen en bezig zijn met onze conversatiemanagement aanpak.

Flitsend blinkend koetswerk, maar een heel, heel licht motortje, daar kom je niet ver mee…

vdab_logo

Het joch bewoog zich zwierig door het leven. Dat kon ook moeilijk anders. Getalenteerd creatief, werd redelijk goed betaald -had er zelfs een auto bijgekregen van de zaak- en woonde nog bij mama en papa. U kent die jongens wel. Geheel opgetrokken uit designermateriaal, kennis van alle leuke restaurantjes en volop bezig met de juiste koffie, want zelfs dat is belangrijk.

Ik smaak dat wel, dat beetje zelfbewustzijn. Ze weten dat ze goed zijn, ze nemen het niet zo nauw met het ochtendlijk verschijnen, omdat ze ’s avonds ook niet op een uur of twee meer kijken, en ze schijnen vergroeid te zijn met hun oordopjes.

Die ochtend was niet anders. Knerpende banden op de parking, nonchalant kwam hij binnengewaaid. “Dag baas, alles goed?”  Hij hield wel van een vlotte babbel, zo voor de eerste koffie, de eerste sigaret en de eerste mail. En toen kwam het: “Ik zou graag een sabbatical nemen, minstens 6 maand, mogelijk een jaar, dat weet ik nog niet. Bij wie moet ik dat regelen?”

En daar sta je dan.

Pas op, ik ben geweldig jaloers op deze generatie en de manier waarop ze zinvol omgaan met hun work-life balance en zo. Het lijkt mij een stuk bewuster dan toen ik begon te werken. Wij deden quasi niets anders, gewoon omdat we dachten dat onze toekomst daarvan afhing, het was ons zo geleerd. Mensen van nu hebben op de één of andere vreemde manier veel meer vertrouwen in hun talent, en het feit dat ze daar geld mee gaan verdienen, of minstens voldoen in hun levensonderhoud.

Zucht. Wat te doen? Neen zeggen, levert een gedemotiveerde medewerker op, die elders zijn heil zoekt. En ja zeggen, betekent dat ik op zoek moet gaan naar ander talent, dat ik dan na een jaar weer opzij moet schuiven om de verloren zoon in de armen te sluiten. Tandenknarsend bedenk ik me dat ik ook wel eens een sabbatical zou willen, om dit soort problemen voor eens en altijd uit de wereld te helpen.

Want dat was het oorspronkelijk toch, zo’n sabbatical, een moment om te bezinnen? Op het gevaar af bij de bompa’s gesmeten te worden, maar ik was altijd de overtuiging toegedaan dat een sabbatical iets was om na te denken. Inderdaad een dik jaar lang, of zo lang en ver als je spaarcenten je konden dragen. Dit alles nadat je je keihard uit de naad had gewerkt en nog net niet aan een burnout toekwam. En dat dat jaar diende om de batterijen op te laden, en om een grondige heroriëntatie van je beroepskeuzes te maken, of om een boek te schrijven. Om anders te werken dus.

Sabbaticals na amper drie jaar werken. Wat wil dat dan zeggen? Dat ze uitgewerkt zijn en moe? Dat ze de verkeerde keuzes hebben gemaakt? Of dat ze gewoon op wereldreis willen gaan? Ik heb ook niks tegen wereldreizen, sommige van mijn beste vrienden, enz…

Maar ik zou toch willen pleiten voor een juister gebruik van het woord sabbatical. We gebruiken dat om te herbronnen na lange, volgehouden inspanningen, met het doel tot fundamentele keuzes te komen. Een sabbatical gebruiken om een jaar onbetaald verlof te nemen en dan je plaats binnen een organisatie terug in te nemen (die heel die tijd heeft zitten klooien om je vertrek op te vangen), neen, dat is iets anders.

 

Controle? Vergeet het…

logo_vierkant_med_res

Onlangs vonniste het Britse Hooggerechtshof dat platformen als Google juridisch ter verantwoording kunnen worden geroepen voor lasterlijke reacties die op blogs geplaatst worden. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik word daar niet goed van. Het lijkt mij weer één van de vele manieren om toch maar te proberen om controle over een medium te krijgen. Controle die je eigenlijk al lang niet meer hebt.  En als je nog wat verder nadenkt, controle die je ook nooit meer gaat terug krijgen.

Als leek in de rechtsspraak/rechtsleer onthoud ik het volgende. Bloggers posten hun meningen en visies op platformen. Ze kunnen dat vrijuit doen, mits inachtname van een aantal welvoeglijkheidsregels. Dat heet volwassenheid. Wanneer één of andere nitwit dat platform misbruikt, voor een slecht doordachte post of een scabreuze reactie, dan is dat in mijn ogen helaas een democratisch basisrecht.

Verantwoordelijkheid
Het is mijn democratisch recht als lezer om dat hele verhaal te negeren. Ik kan reageren, ik kan een petitie opstarten of een betoging plannen of och kom, nu we het er toch over hebben, ik zou het hele geval ook kunnen hacken en stoute dingen kunnen doen (maar dan ben ik wel een misdadiger). Wat ik ook kan is naar een instantie stappen en klacht neerleggen om één van die zovele redenen die aangehaald worden in de wet. Laster, eerroof, goede zeden, racisme, noem maar op. Dat zou moeten volstaan. Toch?

Nu heeft men het zover gedreven dat men – daar waar men de identiteit van de auteur niet kan achterhalen – men de uitgever, zeg maar de infrastructuurprovider (Google, WordPress, noem maar op) wil verantwoordelijk stellen. Dat is verschuiven van de eigen incompetentie, en het de facto belemmeren van een activiteit.  Die providers worden op deze manier verplicht om mechanismes (lees: controle op content) in te bouwen.

Gezond verstand
Niet alleen vind ik dat flauw, ik ben ervan overtuigd dat het niets gaat oplossen. Zodra Google of WordPress te stringent worden in de voorwaarden om iets te posten, en dat afhankelijk maken van een – soms bedenkelijke – burgerlijke moraal, zal er een verschuiving optreden. Er zullen altijd anderen zijn die dezelfde infrastructuur en dezelfde mogelijkheden aanbieden en er zal niets opgelost geraken.

Probeer er misschien een keer van uit te gaan dat het internet in vele gevallen een zelfregulerend medium is, waar je al eens een schandaaltje kan schoppen, maar waar voor het overige erg veel gezond verstand regeert. Bagger zal opgemerkt worden, zal één keer scoren en daarna niet meer, of toch niet lang.

Kijk naar Twitter. Kritische geesten worden er gevolgd door mensen die kunnen omgaan met andere meningen. De discussies zijn heftig, maar de keuze om je er aan te onttrekken is geheel de jouwe, en dat werkt. Je moet niet repressief reguleren, met de bedoeling om controle te behouden, het komt allemaal goed, echt wel. Laat het gewoon los, het lost zich op.