Dagen zonder…Drank

pixshark.com

 

102… 102 fukking kilo’s. Zoveel Guido loopt er op dit moment rond. Op het dieptepunt, of moet ik spreken op het trieste hoogtepunt, van mijn aards bestaan heeft de weegschaal ooit gepiekt op 105kg. Schrale troost, dat het iets minder is. Angstwekkend dat ik weer in die richting evolueer.. Lees verder

WC weerzin, een designbrug te ver

de duo-functie

de duo-functie

 

De trouwe lezers weten het. Eens zo af en toe moet er aandacht geschonken worden aan de stofwisseling. Meer bepaald aan de infrastructuur om het proces tot een goed einde te brengen. Het is sterker dan mijzelf, ik weet ook niet waar de fascinatie vandaan komt, misschien heeft het te maken met het proces van afscheid. Misschien is het de anaal-retentief in mij, Lees verder

Koffie? Graag… misschien

heat_transfer_coffee-cup

Heel af en toe moeten wij, de jongens en meisjes van de ambulante handel, wel eens op bezoek bij onze klanten. Soms hebben we zelfs gesprekken bij prospecten. Het leven straalt ons immers toe, als kleine neringdoenders, en de business floreert als nooit te voren.

Ik vind dat wel gezellig. Je ontmoet nieuwe mensen. Het is altijd prettig, ook als er niet onmiddellijk werk uit komt.  Je krijgt immers de kans om tegen iemand anders dan Twitter te babbelen. Je produceert zelfs stemgeluid en het is dé reden bij uitstek om nog eens een hemd te strijken, schoenen te poetsen, wat een welkome afwisseling is van de normale, ietwat sjofeler dagelijkse klof. Lees verder

Terrasjes

logo_vierkant_med_res

Ik schrijf dit stukje  ergens op een terras op één van de Wadden-eilanden. En ik ben helemaal blij. Uiteraard omdat ik hier zit, maar nog veel meer omdat ik – niet gehinderd door technische bezwaren van welke aard ook – kan doen wat ik moet doen. Stukjes schrijven, het internet raadplegen, contact houden met vrienden en collega’s.  Ik kan zelfs wijn bestellen zonder op te kijken. Hoe tof is dat niet. Lees verder

Zieke mannen

travel-illness-avoid-sick-holiday

Afgelopen weekend was ik ziek. Niet zo’n beetje grieperig, neen, echt ziek. Ziek, zoals alleen mannen ziek kunnen zijn. Met veel zelfmedelijden, met kreunen, afzien en dat verschrikkelijk gevoel helemaal alleen op de wereld te zijn. Niemand die je pijn kan inschatten, niemand die beseft hoe groots je bent. Dat je, ondanks  die afschuwelijke pijnstoten, toch nog in staat bent om min of meer normale conversaties te voeren, terwijl de destructieve storm door je tempel raast.

Ok, het was maar een darmonsteking of iets van die strekking, waarbij de hoofdproblematiek zich situeert rond de vraag met welke lichaamsopening je boven de pot gaat hangen, maar toch.

De mensen staan er niet bij stil hoezeer dit soort signalen ingrijpen op de alreeds fragiele geestesgesteldheid van de ouder wordende man. Ik was altijd een fervent aanhanger van het adagium ‘de geest beslist en het lijf zal wel volgen’. Onverzadigbaar is het woord, gulzig ook, onverantwoordelijk zelfs, met graagte. Nachten doortrekken, metabolisme uitdagen tot het extreme, en alles tegen een hoog ritme. De dag dat ik dat allemaal niet meer kan, tja, dan hoeft het ook niet meer. En ik heb nu het gevoel dat dat aan’t gebeuren is.

Los van het feit dat ik met groeiende afkeer naar mijn in verval verkerende ruïne kijk – wat eens mijn trots lijf was – voel ik ook objectief veranderingen. Gewrichten die kraken, spieren die verslappen en niet meer meewillen zonder protest, en nu dit. Want vergis u niet, deze jongen heeft een genezingsproces dat van vader op zoon werd doorgegeven in onze familie. Een erg simpel gegeven. Slapen, stinken en stilletjes sterven. Geen verzorging, niemand aan je bed met sapjes of hapjes. Gewoon alleen en met rust gelaten worden. Na 24u is alles voorbij. Altijd.

En nu dus niet meer. Ik ben zaterdag halsoverkop vertrokken van bij het K-wezen. (Neen het had niets met haar kookkunsten te maken, gij onverlaat), en ik ben van dan tot nu gewoon blijven sukkelen, heerlijk wentelend in zelfmedelijden. Pendelend tussen pot en bed. Niet fris allemaal.

En passant wat Tv kijkend, en gezien hoe in Scheire en de Schepping een bevalling werd gesimuleerd bij mannen. Toegegeven, onze pijngrens ligt waarschijnlijk niet erg hoog. Allicht niet zo hoog als ons zelfbeeld.

Zieke zeurpieten, ze zijn zo zielig…

Het Verval

Decay

Decay

Ik vergeet nooit die eerste keer, dat onbeschrijfelijk gevoel, en wat het met me deed.

Ik stond op de skipiste, sprong even op en neer om te controleren of mijn bindingen goed vast zaten. En mijn borstspieren bewogen mee… neen, toch niet. Mijn borsten sprongen mee.  Ik was nu officieel dik en vadsig. Het was zo ongeveer mijn “plus100-kilo” periode, veel zuipen, feesten, en restaurants, en nog steeds het idee, dat  als ik een keertje een maand van alles afbleef, dat die kilo’s er wel zouden afvliegen.

We zijn tien jaar verder, en het verval is alom, ook al zit ik een kleine 10kg lager. Een buik die het niet meer trekt als je gewoon even je adem inhoudt, slappe armen, en een huid die om te gruwen is. Bleek, flets, vlekkerig.  En het is nog niet gedaan.

ik merk rimpels onder de ogen. Niet de sterke groeven van een getekende kop, maar gewoon donkere randen, fletse dunne huid rond de ogen, droopy eyes. Ik heb het gevoel dat ik enkel nog middentonen hoor, en een leesbrilletje dringt zich op. Krakende gewrichten, stramme spieren en de behoefte aan een middagdutje na een excessieve nacht. Hier en daar bespeur ik zelfs soms oorhaar, maar dat kan ook een nachtmerrie geweest zijn.

Echt vrolijk word je er niet van. Echt niet.

En zoals ze op verschillende motivatie- en life-hacking sites stellen : Koppel je goede voornemens aan een publieke biecht, dan weet je omgeving waar je mee bezig bent. Extra druk, extra motivatie.

bij deze dus! Ik ga terug sporten.

Ik zou het  bijgevolg appreciëren dat u – wanneer u toevallig mijn pad kruist – stopt met het uiten van uw verwondering, zo van ‘Ma, Guido man, gij zijt ook nogal een stukske verzwaard’, terwijl u me blijmoedig in de buik port.  Ook geen joviale ‘Hey big guy!’ begroetingen.  Ik trek dat even niet.

Stille clementie en empathie, ’t is het enige wat er mij kan doorhelpen. Naast wat ik zelf doe, zal doen.

Wees een beetje lief voor mij, ik ben nog geeneens 50….

Niet alsof maar omdat

vdab_logo

U kent mij niet, ’t is de eerste keer dat u iets van mij leest. Dat is altijd een beetje vreemd. Daarom is het allicht gepast om één en ander te verduidelijken.

Oscar Wilde schreef ooit: ‘Vergeef me, maar ik heb zoveel meningen, dat ik er soms wel eens eentje vergeet’. Bij mij is dat ook zo, ik heb veel meningen, ik uit ze graag, en ze zijn niet altijd even correct. Daarvoor nu al excuus, al is het ook wel leuk, omwille van de reacties. Daar leer je nog eens iets van, en zie je hoe andere mensen denken. Eén ding wil ik er wel bij zeggen, het is nooit vilein, en u mag me er om tackelen, ik zou dat zelfs als een compliment en een oprecht teken beschouwen dat mijn opvattingen en schrijfsels u interesseren.

Ik hou van mensen, ik hou van openheid, en ik ben een brutaaltje. Als u dat kan aanvaarden, dan gaan we het zeker goed met elkaar kunnen vinden. Vooral omdat ik uw en mijn meningen ter harte neem. Dat heet ownership, denk ik.

Ownership, ik heb er onlangs een sterk staaltje van beleefd. Ik ken een meer dan stemmig café , in de bossen van Zoersel, waar ik tijdens, of na de wandelingen met mijn hond vaak afzak, om een orgelpunt te zetten achter onze fysieke inspanningen. Ik ken de eigenaar niet, maar ik ken wel één van de gezichten van dat etablissement. De Pol.

Hij werd onlangs omstandig gefêteerd wegens 70 jaar oud en nog steeds verknocht aan de zaak. Ik ga er ook graag als ik weet dat hij er is. Niet omwille van nostalgie, maar gewoon omdat hij weet waar hij mee bezig is. Naar aanleiding van die 70ste verjaardag had de rest van het personeel zelfs een soort viering in elkaar gestoken, de afspanning herdoopt in ‘Chez Pol’ en een verrassingsmenu aangeboden waarvan telkens een stukje afgeroomd werd (financieel dan) om Pol een passend cadeau te kunnen kopen. Groot succes!

Kranten over de vloer, en de meest sprekende krantenkop ooit. ‘Ik speel geen garçon, ik ben garçon!’. Hij is het echt. Hij luistert, trekt het zich aan, geeft advies, heeft kwinkslagen en grapjes klaar, en je merkt bij hem geen verschil tussen goede en slechte dagen. Een man die rust, of liever sereniteit gevonden heeft in het dagelijkse werk. Schoon. En echt. En met resultaat. De zaak bestieren of het de zijne is. Coachen, inspringen, verantwoordelijkheid pakken.

Ik heb ook lang in de reclame gewerkt. Maar ben er uiteindelijk mee gestopt omdat ik het niet meer zo leuk vond. Ook dat had te maken met ownership. Niet dat ik de zaak bezat, maar ik kwam te weinig mensen tegen die nog bereid waren om dat tikkeltje meer te doen. Vergis u niet, reclame is al lang niet meer de pret-en-spel-sector die het ooit geweest is. Er wordt hard gewerkt, door talentvolle, meestal jonge, mensen.

Maar -op het gevaar af om als een oude sok beschouwd te worden- de bezieling is vaak ver te zoeken. Ik weet niet of dat aan de bazen ligt of aan de generaties die zich aanbieden.

Mij lijkt het soms dat ze rot van het talent zijn, maar geen zin of behoefte hebben om dat in die dagtaak daar te investeren. Dat sparen ze voor hun eigen projecten. Hun ‘project on the side’. En dat is een dubbel en tweesnijdend zwaard. Hoe leuker het ‘project on the side’, hoe zinlozer de betaalde job lijkt, en hoe minder erin geïnvesteerd wordt.

Misschien is het beter om dan voluit te kiezen voor dat andere  project, en plaats te ruimen voor andere mensen, die wel die goesting hebben om het volledig in te vullen, die niet spelen alsof ze hun job belangrijk vinden, maar die die job gewoon beregraag doen. Je gaat toch kapot als je’t andersom doet?

Of zie ik dat verkeerd?

 

Het steunende zuchten

Ik doe dat snel. Omdat ik niets wil missen van het gesprek waar ik net even van weggelopen ben. Nog niet in het lokaal aangekomen gaat de rits al open, en verlichting volgt. Afkloppen en handen wassen, en verder praten. Zo hoort het. Deze keer zou niet anders zijn. En toch…

De man naast mij had het lastig. Zucht, kreun, zucht, persgrimassen. Ik blikte even discreet opzij. Hij keek me droevig aan. ‘Prostaat hè, man, miserie! Ge zult er ook nog wel mee te maken krijgen’. Ik voelde de droeve heimwee naar de tijd dat hij als viriele vent de wereld zou gaan veroveren. Die tijden lagen ver achter hem, en verder dan een voorstadswoning met tuinhuis, annex zeurwijf, was de veroveringstocht niet geraakt. Er volgden nog wat details over zijn condition humaine, ik laat ze maar voor wat het was. De tristesse druppelde er van af… traagzaam, steunend.

Een vriend van mijn vader, geweldig briljant causeur en libertijns zuiper had daar minder moeite mee. Hij kwam een keertje terug van toiletbezoek op café, met een doorweekte ‘voorbroek’ zoals ze dat in de Vlaanders zeggen, en hij trok zich daar verder niks van aan. ‘Ik heb geen tijd om te wachten op wat gezeik als ik hier geweldig lekker aan’t lullen ben. Het droogt wel aan de mast, en morgen is er wel een andere broek’.

Echte mannen, ze hebben iets ranzig, en toch ook mooi. Ik hoop dat het mij bespaard blijft.

Mooie Jongens en Clichés

Heel af en toe overkomen er mij dingen die mij in verwarring brengen. Omdat ze mooi zijn, omdat ze niet meteen verwacht worden. Omdat het mij op de één of andere manier vrede schenkt met mijn omgeving. Dan suddert dat een tijdje, om onherroepelijk zijn uitweg te vinden in één of andere schrijfgulp. Zoals nu.

Vrees niets, het heeft niets te maken met een mogelijke bekering tot de Griekse beginselen, maar alles met mijn rotsvaste overtuiging dat mannen altijd jongens blijven. Hoe hard ze ook hun best doen om dat te verbergen. Godzijdank.

Een tijd geleden liep ik in de buurt van de Oudaan, een beetje te slenteren. Een vreemde etalage trok mijn aandacht. Het was wat donker en het hield het midden tussen een tweedehands boekenwinkeltje en een vintage designuitdragerij waar ze nog niet zo heel veel collectie stukken hadden, maar wel veel goesting. Eerste indruk.

De dagen gingen voorbij en het goede voornemen om er een keer binnen te stappen raakte naar de achtergrond, maar nooit helemaal. Op een avond deed ik het dan toch maar, toen ik  er een schemerlampje zag branden. De man achter het bureautje was onverstoorbaar en las verder, het soort cool waar ik een rechterarm voor zou geven.  Ik begreep het niet zo goed, er zat geen lijn in de boeken, geen thema, ze waren min of meer op kleur en formaat gesorteerd, onwerkbaar, van pulp tot dingen die ik zelf staan heb.

De mens achter zijn bureautje keek mij aan… “kan ik helpen?”

“Ja, leg het mij uit, ik worstel ook met het klasseren der boeken, maar hier ben ik niet mee met het systeem…. “begon ik aarzelend.

“Dan kennen wij elkaar, jij bent Guido(oohh), en ik ben de @pravdaman!”.

Ik weet niet wat dat met jullie doet, maar ik ben altijd blij als ik één van mijn virtueel meer stimulerende contacten ook in het echt tegenkom. Dat was nu niet anders. Tom vertelde, zacht, maar boeiend, met zo min mogelijk woorden, wat het nog mooier maakte. Het hele verhaal bleek een pop-up initiatief te zijn, storefront voor een speak-easy die zich achter de winkel bevond, Het Huis Happaert, ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van Bacardi. Dat huis op zich is al adembenemend. De sfeer van die bar was zo juist, zo elegant en tegelijkertijd helemaal ongedwongen. Ik kan daar niet veel aan doen, maar als een verhaal juist is, in concept en uitvoering, en als de vent die er mij ook nog eens over vertelt zo totaal klopt in dat plaatje, dan ben ik verloren. “Ne schune pee, gelak of da me zegge in Brussel”.

Ik was meteen verkocht. Zodanig zelfs dat ik er de week later terug ging met twee jongens. Ik noem ze even. Het zijn forse namen, venten-namen die kunnen: Wim en Victor. Heiligschennis in Antwerpen, Victor is een Hollander. Leuke vent, ondernemer, de vleesgeworden empathie. Wim is een soort broer.

De jongens hadden zich aan hun woord gehouden en stonden op het afgesproken uur klaar. De verwondering over het boekenwinkeltje deed ook hier zijn werk, en zette het contrast met de opulente sfeer van de bar extra in de verf. Het is een magische plek, waar gesprekken tot hun recht komen, en dat was ook zo mooi en opvallend.

Zet drie venten op café en je krijgt een brallerige, grappige mix van verhaaltjes over voetbal, vrouwen, auto’s en ongein. Nu niet. Er werd zowaar ‘genipt’ van cocktails, meesterlijk bereid, en er werd gepraat, gediscussieerd, geluisterd. Dat het echte jongens waren bleek uit het debiet, dat niet verminderde. Dat het mooie mensen waren bleek uit het verhaal dat opvallend gelijkmatig verder kabbelde.

En toen ging Victor weg. De man moest immers nog naar Nederland terug. Het was al tien uur, dus dat kon je hem niet kwalijk nemen. Zoals dat gaat onder jongens, werd er afscheid genomen met een stevige handdruk en dat was het. Maar het geeft ook een andere soort intimiteit, als je dan met twee over blijft.

Hij was nog niet goed weg, of Wim vroeg me: “had jij ook zin om bij dat eerste rondje van elkaars cocktail te proeven?”. Uiteraard had ik dat ook overwogen, maar onder venten doe je zoiets niet… Het was ook die conventie, die hem er van weerhouden had om dat te doen. Zeker in het bijzijn van een derde. Ik vind dat mooi, grappig. En al helemaal als je er op het moment zelf wil over praten omdat het je ook wat hoog zit.

En toen we wilden afrekenen, een paar drankjes later, bleek dat onze Victor, die we nu met enige gepaste trots ‘vriend’ noemen, dat hele verhaal al op zich genomen had.  Zonder zeuren, zonder berekenen, gewoon. Omdat hij gruwt van clichés en een echte mens is.

Tom, Wim, Victor. Echte venten, mooie jongens en een feest om te kennen.

De verafgoding van het eten (Amable column)

True Weight, Weightbot, Runkeeper, Calorieteller, Evernote food, Daily Butt Workout, Mynetdiary…  Misschien zegt het u iets, misschien ook niet. Het zijn apps. Apps, die ik, een gezonde vent van ergens in de veertig, op mijn smartphone heb staan. (Dat van die Daily butt workout heb ik verzonnen). Apps die van ver of van dicht iets te maken hebben met gewichtscontrole.

En waarom? Omdat ik een vent ben, met een welvaartsbuikje, en een hekel aan diëten, en een eeuwig schuldgevoel over slechte voedingsgewoontes.

Ik ben Bart De Wever niet. Ik kan geen 40kg afvallen met Pronokal of shakes of wat dan nog van dieet. Maar ik geloof uiteraard wel in apps, want ik ben een vent, met een onwrikbaar geloof in technologie en de wonderen die er door verricht worden.  Boys and their toys.

Het probleem met die dingen is dat ze meestal enkel genadeloos registreren wat je doet of niet gedaan hebt, of op een hele doordringende manier om input verzoeken. Echt corrigeren, zoals  – ik noem maar – een spinning fiets, of drie uur joggen, dat doen ze niet. Tenzij je natuurlijk zelf een beetje de kluit belazert, en er hier en daar een hondertal gram afpitst. Maar dat zijn de anderen, ik doe dat niet!

Het heeft iets kalmerend, elke morgen plichtsbewust je gewicht intikken, om vast te stellen dat het traag maar gestaag in de richting van de honderd kruipt, en dan goede voornemens maken om daar vanaf volgende week iets aan te doen.

Dat is de ene kant van de zaak, apps om gewicht en health te monitoren. Maar er is uiteraard ook een andere kant van de medaille. Het eten zelf, de receptjes, de menu’s, de boodschappen-geïntegreerd-met-de-recepten-en-de-winkel apps.

Ik heb uiteraard de’‘dagelijkse kost-app’, van mijn held, Jeroen Meus, en nog een tiental andere online food related toestanden. dat varieert van Nom Nom Paleo, over Jamie’s recipes, The Photocookbook over Gastro Euregio. Maar ook in de drankensector blijf ik me bezig houden, met DryncWine, Renaissance cocktails,  Je kunt immers nooit genoeg recepten hebben, zeker niet van cocktails en zo. Niet dat ik ze ooit gebruik, tenzij dan om te kijken wat ik niet kan maken, wegens geen ingrediënten in huis. En wel ongelofelijk veel goesting!

Misschien hebben de Maya’s gelijk, en moet deze beschaving er gewoon aan; met zijn bijna decadente interesse voor eten en koken.  Het is niet alleen in de apps wereld zo, het is ook nog eens het geval bij de hele entertainment industrie. Koks zijn de nieuwe rocksterren. En voor elke laag van de bevolking is er wel wat, in televisieland. Van platte uitlachtv op VT4 naar top competitie op BBC, met alle variantes ertussen.  En het eindresultaat is dat iedereen zich vrolijk maakt over de cuisson van zijn viandelle in de frituur en dat topchefs bezwijken onder de druk om steeds vernieuwender te zijn. Het gaat immers al lang niet meer over het streven naar perfectie in smaak en bereiding. Neen, het moet nieuw, verbazend en verrassend zijn. Iedereen heeft immers alles al gezien en geproefd.

Neen, veel gekker moet het niet worden.

‘Ok, maar eerst nog even naar het toilet!’

Wie heeft ze nog nooit gehoord? Woorden uitgesproken door een vrouw, door de vrouwen. Door alle vrouwen, nadat alles afgerekend is op café of restaurant. En wie heeft dan nog niet gezucht?  En nu heb ik het even tegen de mannen. Gezucht, omdat je plots weer wist dat dit ging gebeuren. Gezucht omdat je in die tijd iets anders kunt doen. Want laat ons wel wezen, toiletbezoek bij dames, het is kennelijk een stuk complexer dan bij mannen. Het duurt allleszins langer.

Systematisch overkomt het mij. Het resultaat is dat je als vent wat ongelukkig staat te wachten. Je hebt de keuze tussen buiten wachten, binnen wachten, maar wachten zul je. En zonder iets om handen te hebben, laat staan dat je nog iets kan drinken. Want dat is dan ineens onbeleefd, dan hebben we een drankprobleem. Terwijl het over een tijdspanne gaat waarbinnen je met gemak een krant kan uitlezen…

Toen ik het onlangs weer hoorde en zag gebeuren, heb ik het op de man af gevraagd. Waarom doen jullie dat? Waarom altijd net op het moment dat we willen opstappen… De aanwezige dames keken mij aan alsof ik de grootst mogelijke idioot was die ze al ooit hadden ontmoet. ‘Dat is toch normaal, als je klaar bent met alles hier, dan ga je naar toilet, om niet opnieuw te hoeven zitten, of omdat je op die manier de periode optimaliseert tussen twee toiletbezoeken.

Logisch inderdaad, en eens te meer blijkt dat vrouwen superieure wezens zijn qua efficiency. En toch! En toch! Zou het niet kunnen dat er toch iets schort aan het inlevingsvermogen van de vrouw? Zou het kunnen dat die handeling ingegeven is door puur eigenbelang?  Wat kunnen we daar uit concluderen, want het allemaal minder fraai dan we wel denken.

Ik denk dat er twee dingen gaande zijn. Vrouwen hebben totaal geen empatisch vermogen, in weerwil van wat ze zelf beweren. Daarnaast zijn ze ook niet in staat tot opgaan in het moment! Tot genieten! En ik zal dat nu hard maken.

Om te beginnen dat fameuze empathisch vermogen. Mannen zijn galant, hebben van jongs af aan geleerd rekening te houden met hun vrouwelijke partner. Wij zijn ingesteld op het aangenaam maken van de tijd die we samen met onze dames doorbrengen.

Niet omdat we dat graag doen, of om hen terwille te zijn, maar om onaangenaam gedrag te vermijden.  Hen doen wachten tot daar aan toe, maar hen doen wachten in vervelende context, dat kan toch nooit de bedoeling zijn. En daar krijgen we toch vroeg of laat de rekening voor gepresenteerd. Zo zonder drankje, zonder fatsoenlijke zitplaats, het is en blijft iets wat te mijden is.  En wij kunnen daar over meespreken.

Het tweede en mijns inziens veel belangrijker inzicht dat we hier weer gekregen hebben, is het onvermogen tot echt genieten. Mannen zien het cafébezoek als een soort onderdompeling, een experience. Je kunt daar met geen mogelijkheid een termijn op plakken. hoe lang gaat dat duren, een uur? Een dag? We weten het niet, we willen het eigenlijk niet weten, wij staan open voor een avontuur, dat ons ideeën, nieuwe vrienden en avonturen kan opleveren. Vandaar ook dat wij naar toilet gaan op het moment dat we dat voelen aankomen. Niet meer, niet minder. Noodzaak, meer niet. Geen berekening. Zo snel mogelijk, om maar zo min mogelijk van de momenten te verliezen.

Wanneer wij nu horen van vrouwen, dat ze dat doen ‘voor het vertrek’, dan kunnen we niet anders dan besluiten dat ze  al op voorhand incalculeren dat het niet lang gaat duren. Erg! Heel erg! Immers, Het gaat hier over een doelbewust uitsluiten van beleving, het afblokken van eventueel laattijdig genot. Alles is gelimiteerd tot de toegewezen tijd, het cafébezoek verworden tot ‘laafmoment’. Jammer!

…Of hoe je op basis van een simpel zinnetje ‘ik ga nog gauw eens naar toilet’ mag en moet besluiten dat vrouwen egocentrische wezens zijn, met een acuut onvermogen tot genieten.

Toiletiquette

Als kleine zelfstandige ben ik één en ander gewoon. Ik ben flexibel, doe niet moeilijk over werkomstandigheden, deadlines, zelfs karige betaalvoorwaarden. Het voordeel om over je eigen tijd te beschikken en van thuis uit te werken, het is immers zoveel waard. U kent het allemaal wel.

Soms is het echter ook leuk om in een team te werken, intra muros bij een echt bedrijf. Er is één ding dat ik echter uit het oog verloren was doorheen de jaren. De luxe en het comfort van een eigen toilet. Het klinkt banaal en het is het ongetwijfeld ook, maar het moet mij van het hart. Thuis met het katabolisme bezig zijn geeft toch een heel ander gevoel dan in een groot bedrijf, waar ik nu mijn productiviteit botvier. Het heeft wat te maken met privacy, onder andere, maar ook met beleefdheid.  Ik heb het er lastig mee, en het ligt echt niet aan mij deze keer. Bloednerveus word ik er zelfs van, en ik ga dat nu voor eens en voor altijd uit de wereld helpen. Regeltjes moeten er zijn.

We gaan chronologisch te werk. In bepaalde contreien noemen ze een toilet: het gemak. Jonge vaders, overal te lande, kunnen zich daar iets bij voorstellen. Het is de enige plek in huis waar je op een bepaald moment nog ongestoord iets kunt lezen, zonder jengelende kleuters of ander luidruchtig gebroed.  Ik denk dat het gemak, het gemak heet, omdat het onontbeerlijk is voor een gladde transit en een ongehinderd afvoeren van de onverteerde victualia.  Een proces dat niet gebaat is bij het lomp willen opentrekken van de deur. Daar begint het immers!

Sinds wanneer is het niet meer nodig om even te kloppen op de toiletdeur? Hebt u – ja u daar – die aan de andere kant, weliswaar in hoge nood verkerend, maar wel met uw broek niet op uw enkels, daar al eens bij stilgestaan? Ik kan daar niet tegen. Enerzijds, omdat er toch altijd die vrees is dat je’m niet op de knip hebt gedaan en dat is vervelend. Anderzijds omdat de illusie van alleen zijn, onontbeerlijk voor goede darmperistaltiek, wreed doorbroken wordt. Knijpkramp en afgebroken prestaties zijn het resultaat! Dank u, ook voor het overdreven en helaas nooit echt doeltreffend geprop en geveeg dat er onherroepelijk op volgt.

Vreemd is echter ook dat het omgekeerde meer en meer gebeurt. Ik klop netjes en er komt geen antwoord. Is dat dan zoiets als wurgsex? Mensen die er op kicken dat er wild aan de deur getrokken wordt zodat ze hun ‘productie’ ineens kunnen afknijpen? Ik wil het eigenlijk niet eens weten.

De regel is simpel. Er is een deur, als die toe is, dan klop je. Als je een klopje hoort zeg je bezet. Zo simpel. Geen nodeloos gesleur meer, geen hartinfarcten en dus een mooi, soepel lopend proces.

Wat mij verder nog van het hart moet! Beste jongens, remspoortrekkers. U hebt er geen last van, diegene na u wel! Ik kom binnen en ik zie als het ware uw ‘signature dish’, of de retstanten ervan. Het interesseert mij niet! Ik wil het niet zien, het mag uw allerindividueelste expressie zijn, al dan niet van uw allerindividueelste emotie, maar het is de mijne niet, ik wil er niet mee geassocieerd worden.

En nu verplicht u mij, om uw rommel op te kuisen. Met het borsteltje, inderdaad. Het staat, er, maar kennelijk niet voor u. Hoe irreëel ook, uw bruin accent verstoort voor mij de illusie van blank canvas. Mijn scheppingsproces wordt gehypothekeerd. En niet alleen dat. Ik moet het ook nog eens een keer wegwerken, op straffe van associatie met uw geklieder. Dat is niet leuk, het verstoort mijn creatie. Hier is de regel niet: doe wel en kijk niet om. Eerder integendeel. doe wel, en kijk vooral nog even om! Hoe moeilijk is het?

Tot slot nog een paar kleinere ergernissen.

Uw ‘nadrup’ kan u dan misschien wel voorkomen als hemelse dauw, het is het ten enen male niet. Vermijd dat. Denk er gewoon aan dat ik u weet wonen, de volgende keer dat onze wegen elkaar kruisen in de nabijheid van het kleinste kamerke. Of denkt u echt dat klamvochtige billen een plezier zijn?

Uw gefermenteerde dubbele gisting zorgt voor iets meer methaanontwikkeling dan wenselijk is. Het kan de beste overkomen, echt waar wel. Maar zorg er dan tenminste voor dat u de verluchting zo goed en zo kwaad als het kan probeert te reguleren. Er zullen alleen maar blije gezichten volgen. Het ‘veestconcours’, dat is van bij de studenten hè.

Over papier zullen we het maar niet hebben zeker? Net zo min als doorspoelen nog echt een issue zou mogen wezen.

Regeltjes. Eenvoudige, maar te volgen. Gewoon doen! Voor mij!

’t is gewoon fokking koffie hè!!

(Aan mijn broeders en zusters uit de homogemeenschap bij deze al op voorhand excuus voor het stereotiep misbruiken van een aantal clichés. Ik weet gewoon dat ik het niet zal kunnen vermijden, wegens verregaande ergernis, en dan schrijft het zo lekker weg… Ik bedoel er verder niks mee, en ik reken jullie er absoluut niet bij, laat dat duidelijk zijn!)

Nespresso heeft een nieuwe winkel in de Huidevetterstraat in Antwerpen. Wegens overdonderend succes zullen we maar denken. Ik had het al niet echt op de oude winkel omdat ze er zo ellendig lang over deden om je bestelling af te werken. Het soort jongetjes dat daar werkt heeft meer van doen met gezelligheidsnichten die naar het welbevinden van je chihuaha informeren, dan met bekwaam winkelpersoneel.

Ze tetteren honderduit, zouden graag een strikje rond je fokkietjes binden en liefst van al willen ze vertellen wellek vurrukulluk mooi nieuw truitje ze gekocht hebben voor de party vanavond bij Mathieu en Jean. Het zal me wezenlijk worst wezen, ik wil mijn koffie, ik wil betalen en ik wil weg. Ik wil ook geen experience beleven, met stukjes chocolade en de nieuwste varieteit Arabica. Het ligt aan mij. Ik weet het. Ik zie ook de efficientie niet van het eerst intikken van de bestelling, vervolgens rangschikken van de bestelling op de toonbank, om dan – na zorgvuldig en omstandig controleren – alles mooi in het Nespresso tasje te dumpen en dan samen nog eens de rekening te overlopen. En dat was nog maar de oude winkel, waar het tergend langzaam ging.

Nu is er een nieuwe. Een immens pand, waar ik opgewacht werd door twee (ja, twee) onthaaltrutten die me verwelkomden in hun mooie winkel, alsof ze eigenhandig het geld uit hun portemonnee gepeuterd hadden om het te betalen. De geringbaarde overhandigde me vol trots een kaartje, waarop een nummertje stond (De Gamma was nooit ver weg in mijn user experience, ik wou soms dat ik een zaagje had, en een hamerkeuu, om wat klootjes tot moes te stampeuuuu!). Ik kon volgens hen, op de schermpjes volgen wanneer het mijn beurtje was, en naar welk comptoirke ik dan moest gaan, volgens de lettertjes.

So far so good. Om het wachten aangenamer te maken mocht ik wat rondkijken want er was van alles te zien, servieskes en zo, en ik mocht ook gerust een koffietje drinken… zo verzekerde mij, toptut twee van het olijke duo, dat strak in ’t pak, het onthaal voor zijn rekening nam.

Ik liep door het pand, zag overal mensen landerig en met doffe blik voor zich uit kijkend. Een luchthaventerminal bij staking was er niks bij. Ongeloof, kaartje, scherm, kaartje, zucht, spelen op de smartphone. Luxe en exclusiviteit laat zich betalen, en heus niet alleen met geld.

De coffee corner werd ingenomen door het franssprekend gedeelte van de koekenstad. Net bij ’t binnenkomen had ik er nog twee horen kirren ‘Allez, on va se prendre un café, c’est gratos ici!’ Toen kon ik daar nog meewarig de schouders voor ophalen, omdat ik niet dacht dat het mijn aankoopproces zou beinvloeden. De tristesse was toen nog niet tot mij doorgedrongen.

Ik wandelde terug naar de knaapjes aan de ingang. Ik had nummer 388 en ze waren met vereende krachten bezig met de nummers 355 en 356. Oppervlakkig geteld waren er zes verkopers in het pand, een aantal waren elkaar figuurlijk aan het pijpen en de rest was bezig met het clientèle.

Onze jongens verzekerden me dat het ‘niet langer dan een half uurtje zou duren’, en dat ik gerust wat in de winkel mocht rondkijken. Een halfuurtje!!! Voor koffie?! Toen ik droogweg aangaf dat ik dat al gedaan had, zeiden ze dat ik misschien nog wat boodschapkes kon doen in de buurt, ze zouden dan wel een smske sturen als t aan mij was! Ik ga er niet van uit dat het een doorzichtige truk was om mijn gsm nummerke te krijgen. Ik weet dat er een ‘scien’ bestaat die het wel lekker vindt met dikke heren op leeftijd, maar ik rekende hen er niet bij. Ik had ook bepaald geen zin om te shoppen. Ik ben een vent, ik doe gericht aankopen, de genotsfactor ligt daar tamelijk laag bij.

Zijden reet nummer 2 was dan ook oprecht verontwaardigd dat ik hem zijn kaartje terug gaf, en het pand verliet.

Ik hou van koffie, en van Nespresso, dus ik ga toch proberen om op een positieve noot te sluiten, met wat aanbevelingen: Het is koffie, jongens, gewoon, fokking koffie, geen amber, gewonnen uit de slijmklieren van de koningin van Lombardije. De exclusiviteit zit in de kwaliteit van het product en in slechts zeer geringe mate in het inefficiënt runnen van een winkel. Morsen met tijd, het zal wellicht iets van de superrijken zijn, mij irriteert het.

Doe dus normaal! En beleving, experience, ik geloof dat allemaal wel, maar dat mag niet opgelegd zijn, dat is voor mensen die daar tijd voor hebben. Nu gijzel je iedereen en kun je ’s avonds met wapperhandjes naar je hoofd grijpen, dat het zo druk was, en dat de mensen niet vriendelijk waren! De woorden gloeiende pook, reet, rammen kwamen in willekeurige volgorde in mij op terwijl ik daar stond ‘te beleven’.

‘T is een winkel. Echt waar. Handel daarnaar, en verkoop en richt hem in om maximaal te verkopen, of is de huur zo goedkoop, daar in de Huidevetterstraat?

Dus : ipv twee toyboys om het systeemke uit te leggen, doe dat wat verstandiger. Een ticketdispenser met instore communicatiemateriaal (een bord met tekst dus : ticket nemen, uw nummer verschijnt zo op het scherm. Wenst u enkel capsules aan te kopen dan hebt u geen ticket nodig, begeef u naar de linkerkant van de winkel en bedien u. (bijv)). De mensen kennen dat van de betere slagers, postkantoren, ambtenarenloketten, dat lukt echt wel! Je hebt meteen twee verkopers meer om aan de slag te gaan.

Ten tweede, behandel uw klanten als volwassenen. 3/4 weet met zekerheid wat ze willen. Geef hen een mandje, desnoods eentje ingelegd met goudbrokaat, als je’t per se exclusief wil en laat ze zelf die goddommese doosjes bijeenrapen (aan die linkerkant dus!) en ermee naar de kassa gaan. Denkt u echt dat dat niet zal lukken? Zo kun je gewoon kassa’s openhouden en de meest sociaal geborneerden inschakelen als klantenadviseur bij het bestellen van porselein, koekjes of kaarsjes. Heb je meteen ook nog eens de mogelijkheid om afwisseling te steken in het werk. Kassadienst of lulkut, wat zal het zijn vandaag?

Hoe moeilijk kan het allemaal zijn?

Oh ja, en voor zij die zeggen dat je online kunt bestellen, ik weet het, en ik doe dat ook, maar soms wacht ik te lang en dan zijn ze op. Nu heb ik een pakje Douwe Egberts gekocht. Dat kan toch ook de bedoeling niet zijn? En ja, die express-colli-hoek is een waanzinnig goed idee. Telefonisch of op het web bestellen en een uur later afhalen, dat is de oplossing. Maar communiceer dat dan ook goed op je website. Of toch beter dan nu het geval is.

It’s giving me the blues…

(’t komt allemaal een beetje nors over zeker? 😉

De dikke vrouw

De zee, een wandeling, en ja daar hoort een terrasje bij. Ik zat, zij kwamen aan. Een mooi gezelschap. Een viertal. Met één dikke vrouw. Echt dik. Ik kan het niet anders zeggen, niet storend,  in zoverre dat ik daar geen mening over heb. Maatje meer, volslank, goed voorzien van oren en poten, nen tank, u mag kiezen. Ik heb daar niet meteen behoefte aan. ‘T leek mij  gewoon een vrolijke vrouw. Los van het cliché dat dikkere vrouwen noodzakelijkerwijs gezellig en grappig zijn, daar geloof ik ook niets van. Ze had een erg mooi gezicht, en was erg verzorgd, in alles.

En ik keek wat verder. Het was zo simpel. Haar ‘vriendin’, was zo’n mager ding, hologig en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid getrouwd met een tofu-asceet die ook niet kon lachen. Links, verantwoord en als’t enigszins kon ook nog eens gortdroog. Beiden.

De mannen waren broers. Dat kon je zien. Die van het spichtje stond, jawel, u raadt het, in het onderwijs – kop er af als het niet waar zou zijn. Dat zag je aan de wandelkaarten die hij bij had,  aan de voorbereiding, de schoenen, de ribfluwelen broek, dat zag je aan alles. Een gevaarlijk mens om mee te converseren, voor je’t weet krijg je een ‘Ik duld het niet dat er op deze wijze tegen mij gesproken wordt’ om de oren. Compleet met zo’n zuinig ringbaardje. En een geruit hemd onder de parka.

De andere had het  misschien niet  zo getroffen  qua vakantiedagen en arbeidsduur, maar was wel gelukkig, zo zag hij er tenminste uit. Hij deed iets onbestemd in de administratie, en het was duidelijk dat hij andere en leukere prioriteiten had in zijn leven. Eten en lachen met vrienden en kinderen, niet in het minst.

Ze gingen aan het tafeltje naast het mijne zitten. De volslanke had zin in iets lekkers, dat kon je zien, ze ging met graagte de kaart af, maar wachtte even af wat de anderen deden. Het liet niet lang op zich wachten, De leerkracht nam een koffie, zijn vrouw een watertje…

De zwager slikte even en bestelde dapper een pilsje. Ik had hem toch eerder als een trappisten-man ingeschat. Met haar alleen had hij dat waarschijnlijk ook gedaan, met een kaasplankje erbij. Het licht doofde, in de ogen van de dikke vrouw… Niet zozeer omwille van de behoefte aan eten of drank, maar omdat ze gewoon gezellig wilde zijn.

Ik had met haar te doen. Ik begrijp het ook. Niet dat je verplicht grote hoeveelheden drank of  kleffe hap moet binnen slaan, maar iets drinken na een strandwandeling… en dan water bestellen, daar word je toch vanzelf chagrijnig van? Water houdt iets eindig in, je kunt dat niet blijven drinken. Een gezelschap dat neerstrijkt en lekkere dingen bestelt, daar kan je van op aan, de gesprekken beginnen, de sfeer zit er in en het wordt een gezellige boel, of het dan verder ontaardt of niet, doet niet ter zake. Maar water, dat impliceert functionele dorst, iets drinken en weer weg. Tenminste voor mij, de connotatie van gezelligheid is ver te zoeken.

De dikke vrouw had een besluit genomen. Ze nam een Irish Coffee. Eten en drinken samen, en toch nog redelijk beschaafd. Volgens mij had ze zin in pannenkoeken en nog meer lekkers, en/of een fijn wijntje. En ze begon te vertellen… geanimeerd, van haar kant toch. De asceten vonden het te oppervlakkig, of niet boeiend genoeg, en zwegen.

Het gesprek bleef horten tussen de stiltes. De dikke vrouw had het ondertussen ook opgegeven, en reikte naar haar man. Na zovele jaren nog steeds gelukkig, dat is leuk.  En dat zag je. Hij keek haar liefdevol aan, goesting in lekkers en rollebollen, in eender welke volgorde en zij gaf non-verbaal aan dat ze’t nu echt wel gehad had met zijn broer en zijn teringwijfje.

Ze ging zich even verfrissen en op haar weg naar het toilet maakte ze grapjes met ongeveer iedereen die ze tegenkwam. Opluchting over normaal kunnen doen. Ze had een mooie lach, ze leefde graag. En ik vermoed dat ze gewoon leuk gezelschap was, maar niet hier, dat ging niet.

Toen ze terugkwam stonden de ernstigen op en hadden ze hun jassen al dichtgesnoerd. Haar Irish coffee mocht ze nog net opdrinken. Maar nu moest ze weer mee, Jan Van Genten spotten, en duingras bekijken.

Fantasmes in het herentoilet

Tieten-dispenser

Het zal wel aan mij liggen. Een soort diepgewortelde anaal-retentieve fixatie, een overdreven belang voor het toilet. Maar u maakt me niet wijs dat het u nog niet is opgevallen.  Nieuw concept in het ‘papiergebeuren’. De Lotustiet-dispenser.  We hebben al ongeveer alles gehad. Het Unigro-boek aan het touwtje, de krant, het zuinige schuurpapieren rolletje, en de varianten daarop.  Altijd opnieuw met die twee verkeerd geboorde gaatjes, allerschattigst. Toen werd het leuk, in het kader van de productiviteit (welke productiviteit) kwam achtereenvolgens het karrenwiel en de duoslider, waarbij twee rollen alternerend konden gebruikt worden.

Ik wil het hier niet hebben over de ergonomische plaatsing van die dingen, meestal sloeg het nergens op en haalde je je geheid een ontwrichte schouder, alleen over de hardnekkigheid waarmee product-developers meenden te moeten sleutelen aan een utilitaire installatie die eigenlijk al stond als een huis. Het rolleke! En ja, sinds kort mag je dat kreng ook gewoon in de pot dumpen wegens oplosbaar.

Maar de stijlguru’s bij Lotus vonden het blijkbaar nog niet ver genoeg gaan. Daarom kwamen ze op de proppen met bovengetoond ‘ding’. Ik heb echt geen andere naam.  Ben ik dan de enige? Madonna-tieten, jaren ’90, met wc-papier als tepelkwastjes?

Is dit de ultieme gamification? Maken we een spelletje van het grotere toiletgebeuren?  Een combinatie van utilitaire handelingen.. fantaseert u lekker weg op de vorm en de herinneringen? Ik mag hopen van niet.

En dan de ‘dispenser-filosofie’. Er zijn van die wc-papier toestanden waar je velletje per velletje mag gebruiken. Ik weiger categoriek om daar in mee te gaan. Ik wil kunnen rollen en proppen zoals het mij belieft. Boekhoudkundig velletjes stapelen tot ik er statistisch gezien geen risico’s mee loop, dat is aan mij niet besteed. Liever smossen dan kansrekenen.

Bij de nieuwe Lotus dispenser trek je dus ook velletje per velletje uit de tepelhof. Een draak is het. Moet je eerst nog een keer je wc-papier gladstrijken en ordenen voor je tot de daad overgaat. Ik dacht het volstrekt niet.

Wat mij betreft, afvoeren die handel, tenzij ik iets over het hoofd heb gezien.

Open brief, aan Peter Goossens. (concept schijnt te werken)

Beste Peter,

wij kennen elkaar helemaal niet, maar toch permitteer ik me dit schrijven. Waarom? U als keizer van Kruishoutem en de wijde omtrek, predikant van de goede smaak, de verfijning en het métier, u moet ik hebben.

Het einde is namelijk nabij. Ik was  dit weekend op zoek naar pretentieloze witte wijn. U kent dat wel, simpele vereisten:  geen koppijn, het mag een schroefdop zijn, en het hoeft niet meteen zo’n fles te zijn waar je eerst devoot moet voor gaan zitten. Het soort wijn dat in uw etablissement allicht niet al te veel geschonken wordt, maar waar Jan Modaal wel pap van lust.

En toen grijnsde u mij toe, vanop het winkelrek bij de Carrefour.

Ik dacht even dat het uw broer was, Piet – wat hebben we geleerd – Huysentruyt, die het met de kruidenpotjes en de mixes doet, maar neen, u was het zelf. Erudiet door uw nieuw hoornen bril kijkend, een heerser!

Witte wijn, van Peter Goossens? Neen, gewoon, witte wijn-Peter Goossens. Gele en groene. Zo rond de 7 euro, gesponsord door  Njam (een kookkanaal dat niet te beroerd is om ook de betere kleffe happen advertentieruimte aan te bieden).

Ik weet het niet, Peter. Ik weet het echt niet. Wat ik nu het ergste vond? Er is zoveel mis aan dit verhaal. Ik weet niet waar te beginnen.

Het etiket, is van een smakeloosheid, en slecht design, het is niet te schatten. Moest u daar nu werkelijk voluit frontaal gaan bijstaan? Ik weet het, u bent een knappe, succesvolle man, maar is de egonood werkelijk zo hoog dat het met een prentje moest? En kunt misschien ook eens tegen uw designer zeggen dat witte letters op gele achtergrond niet echt leesbevorderend werkt?

En dan zijn we er nog niet. Achterop het massaproduct geeft u ons even aan waar en wanneer we wat moeten drinken. Als ik het goed begrepen heb, is er naast de witte wijn, ook nog eens rode wijn, telkens twee varieteiten. Blij dat u ons dat even toelicht, echt waar.  Weer iets geleerd. Over die wijn wordt verder niet veel meer gezegd dan dat het Italiaanse is van 13,5% alcohol.

Gaan we het zo spelen, Peter? Omdat u het beter weet, en wij daar eigenlijk toch allemaal geen zak meer van afweten? Weg met de druif, weg met het verkeerde snobisme van die wijnprententieuzen, wij krijgen vanaf nu witte of rode wijn, en we mogen kiezen of hij jong en fruitig is of iets anders.  Het valt te verdedigen hoor, daar niet van. U kunt ons de bek toespijkeren en zeggen dat we er toch niks van kennen en zo, en dat u garant staat voor een lekkere wijn. Maar ’t is wel betuttelend hè?

Peter toch, hebben we dan niet beter verdiend? Is het ook wijn die zal fonkelen in de glazen van uw restaurant? Denkt u dat uw klanten hem met graagte zullen bestellen, ten nadele van de Petrusjes en hun quasi gelijken? U die zo een voorvechter was van de mooie producten en hun afkomst, en het respect dat we moeten hebben, u smijt hier iets banaal op de markt, in de naam van het grote en waarschijnlijk snelle geldgewin. Van uw verse bereide schoteltjes kon ik het nog een beetje begrijpen, de uitdaging om terug smaak in eten te brengen. Van uw Westvlaamse spitsbroeder kon ik het hoereren met kruidenmixen ook nog begrijpen, maar u?

Peter, die fles, dat concept, het is een draak! Als ik denk aan wat ik er voor betaald heb, en waar ik dat gedaan heb, en wie er allemaal in dat project meespeelt, dan kan ik me niet voorstellen dat het om een nobel product gaat. Wie gaat het volgens u drinken? De unserved audience die geen wijn drinkt? Het ‘VT4/komen/eten’ publiek? Uw klanten? De Betere WijnKenner, die hier als nuttige info meekrijgt dat het om italiaanse wijn van 13,5° gaat?

Peter, je kunt niet prediken over kwaliteit en respect voor producten enerzijds en anderzijds op deze manier wat centen proberen mee te graaien. Dat heb je toch niet nodig?

Tenzij het iets is voor foodies natuurlijk, die in hun eenzaamheid steun krijgen van een streng kijkende Peter, terwijl ze zich wagen aan culinaire experimentjes. Peter ziet u, hier knoeit men niet. Dat kan ook…

Over Marketinghoeren en Boeren

Ik ben een marketinghoer, en een aandachtsslet. Wie mij kent, of bezig ziet op de sociale platformen en op de diverse hoogmissen van ons métier, zal dat beamen.  Zelf denk ik daar anders over, maar dat doet niet ter zake. Ik weet dat je animo rond je profiel moet houden op de diverse netwerken, anders tuimel je zo de vergeetputten van het wereldje in. En ik wil aandacht, aandacht voor mijn stukjes, die ambachtelijk geschreven zijn, en waar ik best wel trots op ben.

Onlangs ben ik mijn absolute antipode tegengekomen. Een kaasmaker uit Salzburgerland. Hij werd ons aangekondigd als een jonge boer, die erg succesvol bezig was, hoog op de alm, met een kaasmakerij.

Wat we te zien kregen was een helder uit de ogen kijkende, getaande alpenkop, die met een mok koffie en een sigaret voor zich, met nauwelijks verholen afgrijnzen keek naar het stelletje ‘journalisten’ voor hem.

Hij had een pracht van een uitbating, en dat zeg ik zonder een zweem van ironie en ik som even op wat hij op de verschillende locaties als didactische uitleg meegaf.

In de kaasmakerij : “Dit is de kaasmakerij, als u vragen hebt, dan luister ik.”

In de winkel : “Hier verkopen we kaas, boter en spek. Proeven?”

Bij de ovens : “Het rookt omdat ik spek rook, dat gaat niet zonder rook”.

In de kelder: “Mijn kazen gaan bijna kapot van dat geflits!”

Bij zijn toeristenverblijven : ” Het zijn oude, opgeknapte huizen, dat is leuk voor de toeristen”

Hilarisch en juist was het. De man leefde in en voor zijn producten, en al de rest deed er geen zak toe. Hij liep in hetzelfde kloffie rond dat hij al jaren aantrok, gaf zo kort mogelijk antwoord en wilde eigenlijk niets liever dan dat we zo snel mogelijk opkrasten, en hem lieten verder werken.

Was hij onvriendelijk? Neen. Hij had alleen geen zin om zich met bijzaken bezig te houden. En zo hoort het. De kaas was verrukkelijk, de koffie was lekker en ik durf te wedden dat er aan de uitbating van het hof ook niets verkeerd was, alles zat vol, en het ontbijtbuffet zag er heerlijk uit. Meer moet dat niet zijn. Word of mouth, storytelling en conversationmanagement, his way.

Kraampjes eten

Ik ben dol op kraampjes-eten. Het is mij ook aan te zien. Helaas. Ambulant voedsel, dat is rituelen en goesting.

Als ik naar het voetbal ga, dan heb ik heel lang gedacht dat de juiste opvolging van junk food ook zou bijdragen aan de overwinning van mijn team, het vroeger zo glorieuze Royal Sporting Club Anderlecht. Ik moest ook afzien, net zoals de atleten. Elk naar godsvrucht en vermogen. De reuze braadworst, de escargots, het Frietje-Frutos. Het moest. Voor de wedstrijd. Nadien kon er nog wel een hamburgerke bij. Altijd compleet. Mosterd, Ketchup en Uien. Met hoofdletters, en veel.

Braderijen, Jaarmarkten, Festivals, Kermissen, meer dan voor het evenement verlustig ik me al op voorhand aan wat ik eventueel aan lekkers zou kunnen vinden.  Ik ben daar niet beschaamd in. En nu komt het. We zijn het aan ’t kapotmaken. Het is kennelijk iets menselijks om overal opportuniteiten te zien, om die vervolgens vakkundig de nek om te wringen. Uiteraard moet er voldoende capaciteit zijn om de massa te bedienen, maar we willen toch ook geen eenheidsworst (pun not intended). Ik wil niet overal Van Reusel Snacks. Ik wil diversiteit. Multicultureel en zo. Loempia’s naast Gulashsuppe. Frieten naast gepofte kastanjes. Escargots naast Veggie tenten en Pizzaventers. Kortom, ik wil kunnen kiezen.

En dat niet alleen. Ik wil gecharmeerd worden door het métier van diegene die het maakt. En die métier kan op veel manieren zijn uiting vinden. In radheid van tong en gevatheid, als het er op aankomt één of ander braniepak de mond te snoeren. De uitbaatster van Frituur Number One heb ik ooit ten huwelijk gevraagd. Ik wist niet hoe rap ik daar weg kon zijn eens ze me in gezapig Antwerps de mantel uitveegde en de mond snoerde. Heerlijk frietje mayonaise, zo om 4u ’s ochtends.

In properheid en liefde voor het product ook. Mensen die hun ziel tussen twee broodhelftjes leggen, dat is toch gewoon prachtig? Een klein frituurtje, met glanzend aanrecht, en blozend gezonde lookworsten die je liggen aan te staren ‘neem mij, neem mij!’.

Het aller, allermooiste vind ik echter de eigen inbreng. Zo had ik onlangs in Lillo, bij de ganzenrijding, welhaast een spontaan moment van intense opwinding, toen naast de gebruikelijke kleffe happen ook nog eens ‘Spek met eikes’ op het menu bleek te staan.

Dat wil je toch gewoon proeven? En laat het dan nog eens een flink uit de kluiten gewassen Kempische hap zijn, waarbij niet op een eike meer of minder gekeken werd. Goddelijk gewoon.

Geef mij meer en heel veel van dat, en ik blijf eten, en mijn kinderen ook, en al wie met mij langs Vlaamse kermissen zeult ook, maar geef mij geen boulevard, afgezet met  bloedeloze en treurige franchisés die allemaal dezelfde trieste, kleffe hap verkopen. Ik word daar triestig van. Ambacht moet er zijn, en trots in het product. Alstublieft!

Starbucks Gent, helaas

Coffee Lover

We zullen er dus ook aan geloven. Binnen afzienbare tijd. Er komt een Starbucks naar Gent. Vind ik dat erg? Ja en neen.

Ik heb daar ook al een keer over geschreven, naar aanleiding van de opening in Antwerpen. Ik vind het echt leuk om rond te lopen met een beker warm of koud van ’t één of ’t ander in mijn knuisten. Zeker in de winter.

Het geeft een urban trendy accentje aan mijn anders nogal troosteloos en grijs bestaan.  Dat vind ik dus leuk. Dat er allicht ook weer een plek bijkomt met gratis wifi en relatief lekkere gebakjes vind ik ook meer dan ok. Werkplekken voor de mobile warriors (courtesy @Danny Devriendt), er kunnen er niet genoeg zijn.

Ik vind het alleen jammer omdat Starbucks geen koffie verkoopt.

Ook niet met beroepsernst, en dat vind ik misschien nog het ergste. De ‘so called koffiekenner’ stapt binnen bij Starbucks, bestelt zich een formaat, al dan niet met cafeine, en begint dan op te smukken. Extra shots dit en dat,  low fat zus, sugar zo, en some cinnamon to top  it off…

En voor ik het vergeet, aan een exorbitante prijs.  Maar laat dat vooral de pret niet drukken. Zoals al gezegd, ik vind het heerlijk om met zo’n container warm, donker vocht rond te lopen.
Want dat is precies het punt, koffie is het niet. Eens we het daarover eens zijn, is er verder geen probleem.

Koffie begint bij lekkere bonen, en bij kleine porties, waarbij een barista erop toeziet dat het hele proces van branden tot schenken en alles daartussen, vlekkeloos verloopt.  Je houdt van zijn koffie, en de manier waarop hij die bereidt, of niet. Dat is ook een vorm van keuze. Ik ga graag naar de mokabon in Gent, dat heeft met sfeer en authenticiteit te maken. Ik zit niet zo graag bij de Barista aan de Vlaanderenstraat. Goesting is koop, zeggen ze in Vlaanderen.   Wat er ook van weze, zo wordt koffie geserveerd en gemaakt. En dan is er suiker, en hier en daar één of andere siroop. Meer is het niet. Of was het niet. Want als ik rond mij kijk, zie ik dat weinigen zich daar iets aan laten gelegen liggen, en misschien maar goed ook.

10 jaar geleden bestelde ik in Milaan na het avondeten nog een cappuccino, waarop mijn italiaanse gastheer geschokt reageerde, of ik misschien homosexueel was, of in de namiddag teveel gedronken had.  Gechargeerd en beledigend, en bedoeld als sexistisch grapje, het kon toen nog, ook al getuigt het van slechte smaak.  Hij vond cappuccino aanvaardbaar tot 11u ’s ochtends nadien niet meer ( mijn excuses, by the way, to the gay community, ik bedoel er verder niks mee, en het is één van die vele clichés die wellicht verdienen om omver gehaald te worden, maar daar zal ik mij een andere keer mee bezig houden)

Het ‘customisen’ en ‘tunen’ van warme dranken, om er hetzij een kleffe, mierzoete shake van te maken, oftewel meer in de richting van heet, thee-achtig te evolueren. Het is misschien wel een fijn marketingplan, om de ‘consumer in control’ te plaatsen, maar het heeft verder geen ene zak met koffie te maken.

Strikte regeltjes zijn nooit goed, het zal mij verder worst wezen of u honing, suiker, confituur of wat dan ook in uw koffie doet, maar ik pleit wel voor een duidelijk  taalgebruik.

Zeg dus niet ‘ Ik ga een koffie halen bij Starbucks’, maar wel ‘Kom laat ons iets warms gaan drinken bij Starbucks’ of desgewenst ‘Kom, we gaan wat kliederen met warm water en suiker’.

Met dank.

No Valentine… De menuutjes

Ik weet niet waar te beginnen. Eerst dacht ik uitvoerig commentaar te leveren bij de literaire pareltjes die ik her en der tegenkwam, of mij door gelijkgestemde zielen werden toegestuurd. Ik denk dat die beelden voor zichzelf spreken.  Staat u samen met mij even stil bij de opgeroepen sfeer, en ik ben er zeker van dat Valentijnsmenu’s nooit meer hetzelfde zijn. Ik denk ook dat er nog ruimte is voor een hele bespiegeling over grafiek en vormgeving, maar ik heb het nu wel gehad met het thema, en zal dat voor volgend jaar sparen.

Het is erg moeilijk om een favoriet te vinden, maar deze werd mij door @tombogman toegezonden. Ik denk dat we zo wel een licht kunnen werpen op het creatief proces. Men neme een aantal willekeurige referenties naar het thema, zijnde, liefde, zinnelijkheid, cupido, hart, verliefd, etc… Vervolgens pleurt men er wat adjectieven bij, en probeert men ingrediënten en gerechten een omfloerste naam in hetzelfde jargon mee te geven, en dan krijg je dit… Cupido’s mondvermakertjes… Ik weet niet hoe krom Nederlands kan zijn, maar het is een absolute hit. ‘Zwoele aardappeltjes’? Yeah, right! Als er nu iets is wat een absolute verzinnebeelding van de liefde is dan zijn het wel patatten.Toch?  Uiteraard mogen bij het dessert de vurige passie  en de zoetjes niet ontbreken, het geheel zou niet af zijn.

Kromme taal vinden we ook bij de vondst van @blissbohemian. Het is alsof de copywriter van dienst toch enige schroom heeft bij aanvang, maar die terughoudendheid blijft helaas niet duren.

Het raast maar door. Beginnend bij ‘liefdesvolle bubbeltjes in het kelkje van Cupido’. Stelt u er zich maar iets bij voor! Ik wil niet! Ik heb het feit al menigmaal vervloekt dat ik een levendige, visuele fantasie heb, en deze is er over. Het kelkje van Cupido, wat kan dat anders zijn dan… Ook bij het voorgerecht dringen er zich onkuise beelden aan mij op. Hoe kan het ook anders… bij een parelhoen,  knus op een spiesje. Het arme beest dacht daar vast anders over.  Ook hier zijn de petatjes in het spel aanwezig. Ik kan me voorstellen dat in bepaalde kempense gebieden ‘petatje’ een koosnaampje is, maar de knol op zich heeft op zich weinig affiniteit met het liefdesspel.

Prettige bijkomstigheid, de gebruiksaanwijzing. Men probeert een minimum aan directie te geven : het dessertbord (verleidelijk!) mag u delen, en u kunt het menu enkel per twee personen krijgen. Alsof je op je eentje zoiets gaat binnen harken.

Ook de Oosterse broeders hebben het signaal begrepen. Je kunt zelfs een Oosterse Valentijnsrijsttafel krijgen, met dank aan @Mister_wasabi. Al gaan we dan meteen de kinky toer op, met een trio van tortelvoorgerechten.

Gegeven het taalprobleem is men zich hier iets minder te buiten gegaan aan exuberant woordgebruik, maar de commitments zijn er niet minder om. Geen vrijblijvend geflikflooi, maar onmiddellijk een huwelijkssoepje. ‘T is maar dat je weet waaraan je begint.  Verder moet iemand mij eens vertellen wat er wel zo passioneel aan sojascheutjes is… en hoe je een eendenfilet verleidelijk kan maken. Godzijdank eindigen we met zoete versnaperingen, al dan niet door Valentijn zelf geselecteerd…

Waanzinnig mooi was ook de inzending van @Brittaver. We spreken hier over top-poëzie, de zinnelijkheid prikkelend als nooit tevoren. Startend met vloeibare passie, een ejaculatio praecox dus… beetje jammer, maar laat dat vooral de pret niet deren. Vooral niet omdat we overschakelen naar een warme gloed van kip en ham… Ik denk billen.

Het blijft een gesmos. We gaan dansen in een jus van drambuie. Een vettig beeld, dat nog wat versterkt wordt met bruisende bubbels in de buik. ik hoop van ganser harte dat dat dan niets te maken heeft met het metabolisme… Godzijdank werd het toen donker!

Ik stel me dan altijd de vraag hoe dit soort keukentafelpoëzie tot stand komt. Een laatavondbrainstorm tussen chef en sous-chef, waarbij de wonderlijke ingevingen komen van het zaalmeisje dat in haar vrije tijd poëzie schrijft. Of een nors afgeleverd menu van de chef, dat vervolgens kunstig verminkt wordt tot bovenstaande gedrochten door zijn vrouw en haar zuster. Allebei al lang verleerd om romantisch te zijn, maar volop vertrouwd met het ‘boeket-jargon’.

Mooi, erg mooi…allemaal. Bijna net zo mooi als de worp van @mvangrieken, die ik er toch nog even wil bijvermelden, gewoon omdat ik hem leuk vond, een waardige manier om deze cyclus af te sluiten. Smakelijk allemaal morgen! (de liefhebbers kunnen de namen van de restaurants opvragen bij de inzenders, (die daar morgen allicht allemaal zelf ook zitten) en nogmaals van harte bedankt worden voor hun inzet en fijn observatievermogen)

No Valentine!

Voor we eraan beginnen, huldig ik nog even mijn levensmotto: iedereen doet maar wat hij of zij zinvol vindt. Maar soms wil ik al wel eens helpen!

Valentijn dus, een niet aflatende bron van ergernis voor me, elk jaar opnieuw, gewoon omdat ik het zo’n aanfluiting van ons verstand vind. Willen we daar nu eens mee stoppen? Volgens mij kan er niemand tegen zijn. De restaurants niet, de venten niet, en de vrouwen niet, tenminste als iedereen een beetje mee wil.

Waarom doen we dat in godsnaam? Wie zijn lief mee neemt naar een Valentijn-diner, verdient het om door het arme kind onmiddellijk gedumpt te worden. Immers, hij heeft bewezen dat ie bloedeloos, licht anemisch de kleinhandelsuggesties omarmt, die hem aangereikt worden om te tonen dat hij het echt meent. Dat ze voor hem de ware is. Geen fantasie, geen zin ook om zijn/haar lief echt te verrassen. Een verplicht nummertje, om zeker niets fout te doen, en binnen de lijntjes te kleuren. Dumpen die handel, voor je in een fermette tegen de parkieten moet praten terwijl hij zijn fiets staat af te kärcheren.

Wie zoiets moet doen van zijn/haar lief, verdient het om het mens onmiddellijk aan de kant te schuiven. Immers, dat zijn de dames van de pronkerige soort, die willen kunnen vertellen hoe romantisch ze ‘verrast’ werden door hun partner. Je kunt er vergif op innemen dat het beste dus nog niet goed genoeg is, en dat er ook nog een rist cadeautjes aan vast moeten hangen. De meer materiële soort. De externe soort ook, die de volgende dag met de vriendinnen staat te kwebbelen over ‘wat die van hun’ gedaan heeft. Als je’t afschrikwekkender wil, dat zijn de meisjes die ook over je sexuele prestaties praten met de anderen: ‘Die van mij is zo voorspelbaar, ne wrijver, denkt alleen aan zichzelf’…

Wat er ook van weze, daar zitten jullie dan. Het eetzaaltje, mooi versierd, en knusjes met Valentijnsattributen stemmig gemaakt. Iedereen ook op hetzelfde moment, graag! Zo kan de service ook vlotter lopen. Wie weet zijn er zelfs twee shifts mogelijk!

Ik kan me niet voorstellen dat je in die context mooie gesprekken kunt hebben. Misschien hebben jullie dat ook niet nodig, maar voor mij werkt het niet echt. Ik heb echt geen opgeklopt schuimsfeertje nodig om mijn lief in de ogen te kunnen kijken en te genieten van hare kop, van haar alles. Dat kan bij een frietje en een pintje, en dat kan evengoed op andere momenten. ik weet wel zeker dat het voor geen van ons beiden kan onder begeleiding. Met van die stemmige, hoerige pianoriedeltjes. Als dat het idee van romantiek en het beleven is van een relatie, sterf dan toch stilletjes?!

Heb je een speciale sfeer nodig om in te praten? Ga naar een parenclub, blijf thuis, doe iets authentiek, maar ga toch niet in de refters van de voorgekookte sfeer zitten genieten van … ja van wat eigenlijk? Voor ‘t eten moet je’t niet doen, voor de ongrijpbare ambiance ook niet. Voor de ongedwongenheid dan? Ik dacht het niet, met een hoopje zieligaards kijken hoever iedereen al gevorderd is, het eigen nummertje afwerken en dan : op naar de waxinelichtjes, de verplichte massage en het zuinig nummertje voor het slapengaan? Doe nou niet!

En laat ons ook even stilstaan bij de chef! Een man die zijn leven gegeven heeft aan het smakelijk koken en die dat nu allemaal gedegradeerd ziet tot een soort catering voor de valse sentimentaliteit. Zijn met zorg bereide amuses worden ineens ‘tongverwenners’. Zijn sausjes en schuimpjes worden ‘liefdesschuim’, ‘eros-sap van de wilde zee’ en nog van dattum. Die mensen zijn daar niet blij mee. Ze moeten mee met een soort van neuzelarij waarbij elk gerecht vertaald moet worden naar tuttifruttigedrag.

Voor mij is het duidelijk. Een beetje chef, die zichzelf respecteert doet dat niet. Die wil dat zijn eten niet aandoen. Bij diegene die het doen, heb ik nog mededogen met pas opgestarte zaken, gewoon omdat die volume nodig hebben. Die mogen het blijven doen, al raad ik het niet aan.

Voor de anderen geldt : u doet mee? U bent niet trots op uw keuken, en daarom zit uw zaak leeg, en daarom denkt u met een trukje volk te trekken. Dat is verkeerd volk! die komen enkel met Valentijn eten. Dat gaat uw zaak niet redden. De oorzaak ligt dieper, u kunt het eigenlijk niet. Word kapper, of een ander eerbaar beroep.

Dus… stuur mij uw foto’s van Valentijnstristesse, ik ga ze publiceren, ik ga ze becommentariëren, laat ons samen ervoor zorgen dat dit het laatste jaar is. Marc Vangrieken bijvoorbeeld,  was zo vriendelijk mij zijn variante op te sturen, en ik denk dat die mens zijn partner nu al blij is met hem. Zo mag je’t van mij altijd beleven… niet dat ik er verder een mening over heb.

De Muide leeft!

Café De Click

Kijk, mijn vrijdag is weer helemaal in orde. Een staaltje CaféCommunicatie, dat gaat er altijd in.

Om precies te zijn, het was niet echt in de Muide, waar ik het zag, ’t was de voormuide, een niet zo chique buurt van Gent.

En dan ineens, hel-oranje, fusion tussen Cécémel en Coca Cola reclame : Een café met een missie. “Wij geven  dorst geen kans”. En ze serveren Bockor pils.  Mooi, mooi en overtuigend. Sorry dat de foto niet geheel duidelijk is, het moest in de vlucht gebeuren.

Het logo aan de voorkant getuigt ook van enig grafisch genie, in een rode cirkel krijg je een remake van het Coca cola logo, maar dan met Café Click… Rood op oranje, hedendaagse fashionista’s zullen met mij beamen dat het gewaagd is maar dat het kan.

Of de toets helgroen Perrier daar kan aan toegevoegd worden is een ander paar mouwen, maar het geheel straalt een zeker  verzorgd ‘jenesaisquoi’ uit, dat ik wel kan pruimen.

En de banner, dat is nogal wat anders dan de vermelding ‘sfeercafé, of smultent’. Dit is een mission statement zoals mission statements moeten zijn. Kort en helder, en de hele organisatie kan er zich achter scharen, om het doel te realiseren. ‘Wij geven dorst geen kans’. En volgens mij nemen ze dat ter harte.  Mooi!

Ik ga er zeker eens een pintje drinken één van de dagen. Lezers uit de buurt die meewillen, let me know.

WC’s, omdat het zo lang geleden is…

even wuiven

U kent onderhand mijn fascinatie voor de  toiletten in menig publieke plaats. Wie dat nog niet wist, nodig ik met aandrang uit om eerdere stukjes te lezen.
Er is iets serieus mis met  het gevoel voor humor van designers en facility managers voor toiletten. Voilà. Het is er uit, het is gezegd.En ik ben het grondig moe.

Ik weet niet hoe het bij de dames is, maar ik ben het beu om te moeten ontdekken waar ik nu al dan niet mag plassen in de toiletten van een stylish gedesigned restaurant of hotel.
U denkt dat ik een grap maak? Ik kan u verzekeren dat menig mooi, lichtgrijs pak bespetterd werd, door hetzij een onoordeelkundig gebruik van de faciliteiten, hetzij een onnauwkeurige plaatsing van het lichaam ten opzichte van het kunstig aangebrachte afwateringssysteem. Designers en facilitymanagers allerhande schijnen immers  uit het oog te verliezen dat die sproeikoppen aankalken. Het gevolg daarvan is dat de sierlijke bedoelde straaltjes die vanaf 3m hoog, de taps aflopende aluminium piswanden dienen te spoelen, niet meer of niet minder doen dan als semi-performant brandalarm de hele ruimte en al wie er zich in bevindt besproeien.

Een vriend van mij heeft het ooit gepresteerd om in zo’n design pissijn te staan plassen in het artefact dat bedoeld was om de handen te wassen, omdat hij het ook allemaal niet begreep. Ik kan hem daar perfect in volgen. In tijden van hoge nood en/of waterdruk moet de oplossing voor de hand liggen.En ons oog is geconditioneerd op die mooie witte porseleinen bakken. Geef ons dat toch, of de kans is niet onbestaand dat we uw verfijnd italiaans stucwerk gaan taggen, of uw prachtige kalkstenen bezetting vernielen met ons wild geplas. Wij zijn simpel, met een primaire drift, en die willen we bevredigd zien.

In de supporterskantine van RSCA vullen ze die witte bakken ook nog eens met ijsblokjes.. Die mensen hebben begrepen waar het echte venten om gaat.. (neen, ik treed niet in de details, het heeft te maken met competitie).

En dan het volgende. Handen wassen. Ik gebruik de faciliteiten van een restaurant niet om een studie te maken over hedendaagse waterspoel technologie en sanitaire plaatsing.
Ik wil zo snel mogelijk terug bij mijn gezelschap, en mijn wijn zijn. Wees mij ter wille. Zorg voor simpele robuuste toestellen waarvan het gebruik -andermaal- voor de hand ligt.  Ik zie nu restaurants waar het personeel met bordjes aangeeft dat het hier om een ‘kniekraan gaat waarbij de bediening dient te gebeuren door het indrukken van de metalen staaf aan de linkerkant onder het wasbakje’.  Waar zijn we mee bezig????  En al die handig ingewerkte blazers, dispensers, doseerders? Maak het toch wat simpeler,  laat die krengen gewoon vlot werken, met behulp van forse mannelijke bedienknoppen, en niet van die nichterige led-verklikkertjes die we de helft van de tijd niet vinden.

Wat je nu ziet is dat het gemiddeld herentoilet van een goedbevolkt restaurant vol staat met molenwiekende, wuivende venten, die zich idioot staan te aan te stellen om ergens een stukje handdoek te bemachtigen of een spoelsysteem in werking te krijgen.
Op papier zag het er ongetwijfeld erg nifty uit, maar het werkt niet, echt niet.

Ik wil niet wuiven op toilet, ik wil daar weg!

Komen eten, maar dan echt!

Tiësto is geen rock ’n roll hero. Tiësto is een DJ. Punt uit, een plaatjesmixer. DJ’s zijn vakmannen die heelder zalen aan het dansen kunnen krijgen, en dat verdient wel wat respect, toegegeven. De Rolling Stones en The Who, bijvoorbeeld, dat was rock and roll.

Net zomin als DJ’s het zijn, zijn echte koks het. Want dat hoor je nu ook meer en meer. Een soort van idolatrie voor het kookwezen. De nieuwe rocksterren…  Ik geloof het niet. Daarmee wil ik ze hun sex appeal niet ontzeggen, dat hebben ze ontegensprekelijk, als ze passioneel over voedsel, bereidingen, en combinaties praten. Maar Rock and roll, dat is iets anders…

Vanavond heb ik rock and roll op een andere manier meegemaakt. De intuïtie van de hobby kok, maar dan erg zuiver uitgevoerd.  Dames en Heren, ik geef jullie…

Verse springrolls van kip met thais parfum
Pikant gelakte kippenboutjes met sesam
Vegetarische Chili
Varkenshaasjes met cashew en pompoen op paksoi
Moelleux met speculaasijs.

Gemiddelde leeftijd van de chefs, 11 jaar, en toegegeven, ze waren met twee. Spectaculair toch?
Verder geen inmenging van buitenaf.  Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt, en ik sta/zit nog een beetje na te genieten.
Twee jonge mensen, kinderen, besluiten om te koken voor hun ouders. We spreken over een meisje van 14 en een kereltje van 9. Ze beslissen zelf over het menu, maken de kaart, sturen de ouders erop uit om de ingrediënten te verzamelen, en beginnen eraan.

Ik ben sceptisch op zo’n moment. Ik ga uit van knulligheid, en goedbedoelde pogingen. En ik was verkeerd…

De kippeboutjes waren verrukkelijk gemarineerd, sappig, mals, spicy. De loempia’s, zoals je in het filmpje kunt zien, handgemaakt, en onwaarschijnlijk smakelijk en verfijnd.  Ik kan niet zeggen dat ik tot tranen toe geroerd was, maar ik was wel bijzonder aangenaam verrast.

Toen moest het beste nog komen… Chili.
Ik houd van Chili zoals het in 37°2 Le Matin beschreven werd; 24 uur pruttelen en heter dan heet, … met vlees.  Dit gerecht was geurig, zonder vlees, en moest in niets, maar dan werkelijk in niets, onder doen voor echte chili, het werd ook  gevreten door allen aan tafel. Spicy, maar niet té, smakelijk, en fijn, een streling, zoals het moest.

En toen kwam nog een klapper… Het varkenshaasje. Ik moet helaas bekennen dat ik nu zo stilaan hoopte dat het fout zo gaan, en toch ook weer niet.  En kijk, er werd een dampende wokpan op tafel gezet, en alles klopte.  De groenten beetgaar, en juist, en prettig oranje en groen. De ‘cuisson’, wel ja, laat ons het er over hebben: de cuisson was zoals het hoorde, en iedereen probeerde stiekem nog zo wat uit de pan te prusten, want het was gewoon een feest. Jacques Brel zei ooit over de Salade Liégeoise van Wijnants, que cela ne se mangeait pas, çà se bouffait! Welnu, hier was dat ook.

Bij de moelleux zou het wel misgaan, toch? Nooit in hun leven zouden twee snotapen erin slagen een chocoladecakeje klaar te garen dat voldeed aan de verwachtingen. Niets was echter minder waar. Met tijd, goesting en kennelijk toch ook wel wat ervaring deed de jongste wat er van hem verwacht werd… “ik klop nog efkes door, want het is nog niet luchtig genoeg”.
En nadien kwam er op het bord een meesterlijk dessertje, warm en luchtig vanbuiten met een misdadig warme en heerlijke fondant middenin.

En toen gingen ze op de kinect spelen, want ze waren het beu…en ze waren blij.

Koken is een kunst, maar koken is vooral intuitief voelen hoe het goed zit. Deze kinderen deden dat, met liefde, met veel lachen en met een zekere sérieux in de voorbereiding, maar zonder er bij te stressen. Ontroering toont zich in vele vormen… deze was één van de mooiere. Op weg naar huis  zei de jongste… ’t was veel werk, maar ’t is wel plezant zo…’

Geen gezeik, geen gezever, gewoon komen eten, door jong talent.

Dank je Robbe en Sofie…