Hoe moeilijk kan het zijn, koffiekoeken bestellen?

Er zijn relatief weinig dingen waar ik me echt aan stoor. De zondagse file bij de bakker en het gestuntel met bestellingen, dat is ergerlijk, en dat hoort er dus bij. Er mogen nog zoveel bedienmeisjes klaar staan. U met zijn allen, slaagt er in om dat proces gigantisch te vertragen, door  gewauwel, onzekerheid en problemen met de nomenclatuur. We gaan daar hier en nu een einde aan maken. Procedures!

Tenzij u naast de bakker woont hebt u ruimschoots de tijd om op weg daarheen te overpeinzen wat de bestelling dient te zijn. Denk even na, echt niet lang.
Variabelen hier zijn

  • aantal leden van het gezin en eventuele inslapende uiteters (ik denk hier aan lieven en ander tijdelijk schorremorrie)
  • Aantal broodmaaltijden die te voorzien zijn (desgewenst ook aantal disgenoten aanpassen, simpele wiskunde)
  • Goestingskes, voorkeuren, speciale wensen.

Wanneer u dat overwogen hebt komt u normaal gezien uit op iets erg simpel, in de stijl van : “2 broden, 10 witte en vijf bruine pistolets, 3 strikskes, 5 achtjes, twee donuts en 4 chocolade broodjes”.

Vanaf hier is het simpel. Denk even mee. De bakker – of zijn/haar winkelmeisje hebben als voornaamste taak het verpakken van uw wensen. Alles ligt klaar, lekker vers uitgestald, en ze zijn er voor u.We moeten dus de boodschap overbrengen, duidelijk, helder en zonder ambiguiteit.

Om het verhaal efficient te laten verlopen , stel ik een hoffelijke en éénvoudige procedure voor:

Begroeting : Een kort en Krachtig goedemorgen volstaat, tenzij u echt op persoonlijke voet staat, dan kan een knipoogje ook volstaan.

Bestelling van de categorieën.  Altijd beginnen met een telwoord, dat de totaliteit van de bestelling expliciteert. Zeg dus wel 2 Broden, 10 sandwichen, maar nooit : “Euh, ik zou wat broden moeten hebben”, Of “Euh, ja, 4 sandwichen, 2 pistolets…”

De reden is simpel : De zak. Er zijn kleine en grote zakken. als u veel wil, dan past dat niet in een kleine zak. Tekeningetje nodig? Neen toch.

Eens u ongeveer de totaliteit van de bestelling kent, kan de mevrouw beginnen bijvullen. Voor de kenners, begin met de meest robuste koffiekoeken, zodat die onderaan in de zak liggen. Vers afgebakken botercroissants verdragen geen zware boule de berlins op zich. Het is een kleine mentale oefening, maar u zal zien, als u ze zich eigen maakt is het zondags genot aan de ontbijttafel nog zo groot.

De Nomenclatuur nu. Belangrijk en ergerlijk punt. “Twee van die, en drie van die” doens’t cut it. Hoe lang woont u al in ons land? U hebt gestudeerd, u kunt lezen, hoe moeilijk kan het in godsnaam zijn om te leren welke soorten koffiekoeken uw bakker in voorraad heeft? Vloerkes, kampioentjes, roggeverdommekes, strikskes, achtjes lange suissen, ronde suissen… kom op! Het is echt geen kernfysica. En als je’t echt niet weet, vraag het dan. Eén keer, en onthoud het.

Dictie : spreek luid en duidelijk, liefst met een heldere oogopslag erbij, zodat u in de gaten kunt houden of alles erbijzit. Gemompel is uit den boze, hoe zwaar de kater ook. Grapjes zijn al helemaal niet nodig, niemand is er in geinteresseerd. De winkelmeisjes niet, en wij al helemaal niet, wij willen u zo snel mogelijk zien vertrekken, hoe mooi of intelligent ook, wij willen ontbijten met onze geliefden, u staat in de weg.

Betalen. Als heel de zwik besteld is, komt er nog iets belangrijk. Betalen. U staat ondertussen al behoorlijk lange tijd binnen. Is het dan echt zo moeilijk om een slag te doen naar, een schatting te maken van het vermoedelijk bedrag? Vervolgens dat geld ook bijeen te zoeken,  hetzij een biljet hetzij een min of meer ingeschat bedrag compleet met kleingeld?  Of schrok u van de vraag om te betalen? Zodanig erg dat muts, sjaal, handschoenen, ineens weer afgedaan worden en het pietepeuterig portemonneeke uit de diepten van uw vestimentaire gelaagdheid dienden opgerakeld om daar dan met zuchten en steunen wat geld uit te pellen?

Kom op, het is niet verboden na te denken, en al helemaal niet op zondagochtend, met tien wachtenden achter u.

Willen we dat vanaf nu afspreken? Dan blijft iedereen gewoon even goed gezind als ze weer bij de bakker buitenkomen. De bakker zelf ook.

Retail : smerig eten

Laat er geen misverstand over bestaan. Ik ben een retailmens. Jaren heb ik gestudeerd op het het precieze aantal F1, F2NI en de andere. Verhitte discussies over de impact van ‘de diepvriezers bij Aldi’. Grenzeloos gezocht naar het gewicht van elke afzonderlijke keten binnen de F1, immers, zo wist je wat een promotie echt voorstelde.
U raadt het, ik refereer naar mijn Nielsen verleden. Ik heb er veel geleerd. Ik kom nog uit een periode dat GB de onbetwistbare grote was, beste locaties, grootste winkelpunten en parkings, breedste assortiment.
Maar het was toen al een beetje een reus op lemen voeten. Waar de andere, kleinere ketens, keuzes maakten, positioneringen uitbouwden en probeerden hard te maken (en geloof mij, in retail is dat erg hard werk), sukkelde GB-Carrefour met het eigen oude imago  van ‘grande dame’ en de hardnekkigheid van de syndicale afgevaardigden om eerder dat imago te verdedigen dan de nieuwe harde waarheid te aanvaarden: ’t was oorlog, maar ze hadden het niet door.

Er was een tijd dat key accounts met afschuw naar ‘de aquariums’ in Evere trokken, om zich te laten uitpersen en grillen door vakbekwame  GB-aankopers. Nu hebben ze meer schrik van de aankoopdienst van Lidl en Aldi.

Ik ben een Delhaizewijf, ik ben het geworden. Fris, vers, vriendelijk, juiste keuzes, ik kan het niet goed uitleggen. Ik koop er ook altijd teveel, en met plezier.

En vandaag stond ik in de Carrefour, mijn oud lief. Het huismerk, de vertrouwde thuisbasis, zelfs al als student. En ik werd triest, depri zelfs. Het is een Oostblokwinkel geworden. Groot, hel licht, veel te krijgen, en niks lekker. Ik heb het strikte minimum gekocht.
Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Want ik had behoeftes! Ik ben alleen thuis, ik wil pampering, ik wil lekker, ik wil wel iets uitgeven. En het lukte niet. De wijn en spiritualiën, mijn favoriete rayon.
Achteloos voorbijgelopen, ten prooi aan ergernis over ‘niet vinden’. Niet vinden, daar gaat het ook over.

Ik heb vroeger wel nog zo’n beetje Category Management gedaan. Ik durf hier en nu te beweren, dat ze’t bij Carrefour niet goed doen. En hun shelf management ook niet. Maar dat is voer voor specialisten, iedereen weet dat dit hier een meer badinerend hoekje is. Meerwaarde met de glimlach, of ergens één juist zinnetje, meer ambieer ik niet. Ik wil entertainen, Carrefour duidelijk niet.

Ik zocht iets om te eten. Met smaak, als vent die alleen thuis zit en zijn kop op schrijven gezet heeft. Dat is niet zielig, dat is erg prettig! Zet mij in zo’n state of mind iets lekker voor, en ik koop het. Hier dus niet! En gaandeweg kwam de speelvogel boven. ik zag dingen die ik anders nooit zou kopen, en begon me te verwonderen.

Pangasiusfilet met kreeftensaus. Erg lelijke verpakking, pareltje van copywriting ook. Wie wil er nu Pangasius eten?  En kreeftensaus, dat is echt armoei. Je wil kreeft eten, maar je wil toch geen ‘ersatzvis’ genappeerd in vieze saus van een mooi beest?
Pangasius, Het klinkt al als een ziekte… het is het misschien ook: “Mijnheer en Mevrouw Kabeljauw, we hebben slecht nieuws, uw kindje is een pangasius”. Zoiets.
Pangasius is voor vis wat Babybel voor kaas is, en Surimi voor krab, maar dan met minder marketingbudget.

Maar ik kan u verzekeren, ik heb met zekerheid het walgelijkste eten ooit gevonden : Van een merk dat in zijn tijd geen onverdienstelijke tv reclames bijeensprokkelde ‘Charal’ .

Mijn aandacht werd getrokken door ‘2 hotdogs Moutarde’, ready to eat. Ik ga voorbij aan de flagrante fout om het niet tweetalig te doen, want ik heb een zwak voor het merk. Maar hier wou ik meer over weten.  Men beloofde mij bovendien zaken als ‘Doré & Moelleux’, ‘Saveur & énergie’  ‘…et un grand plaisir gustatif’.  Zeg nu zelf, daar kan je toch niet aan weerstaan?

Ik was nog niet goed thuis, of ik zou het proberen. Nou, nou, nou… de hele zwik in de microwave, en er komt na 40 seconden een hete, kleffe hap uit.  Ik hou van kleffe hap. Mij mogen ze wakker maken voor broodje kroket, voor hamburgers, voor authentiek smerig eten. Dit was het niet.

Niet te vreten, echt niet!  Met kaas bovendien, of processed cheese.
Ik heb hun aanbeveling om selectief te sorteren met het vuilnis (cf foto ook ter harte genomen : mijn honden zaten er niet mee. hieronder de foto reportage van het gegeven.

voor

tijdens

Na

En een kleintje om het af te leren.
Elke mama die al eens hongerige kindjes van en naar het zwembad heeft gebracht, weet hoe simpel het is om een  zak sandwiches of broodjes te kopen, wat Zwan worsten op te warmen en met een lik ketchup erbij, een hele horde stil te krijgen.
Geen geld, poepsimpel, en nog lekker ook. En dat gaan ze dan proberen éénvoudiger te maken. Convenience, weet u wel?

Dan zijn er toch wel andere dingen te doen? Dit is armoe, en dure armoe op de koop toe. En, beste mensen van Carrefour, ’t zal wel niet toevallig zijn dat het een Frans merk is, maar ik voorspel werkelijk lousy rotatie cijfers.
De hond lust er de brokken van, dat wel, maar normale mensen? echt niet.  Allez hop, aan’t werk, en dat ik het niet meer zie, hè.

Bakkers en het goede doel : roze tietjes!

Er is kennelijk iets te doen rond borstkanker.  Vergeef me dat ik daar niet altijd zo alert voor ben. Het is iets  met roze lintjes en zo. Ik ben daar volledig voor. Outing en zo.  Ik geef ook toe dat ik de tel en de kleur wat kwijt ben, rond al die lintjes, en ook of ik er voor of er tegen moet zijn.  Sommigen zijn voor iets, anders zijn voor de bestrijding van iets, en nog andere zijn tegen iets. En het is ook tijdsgebonden blijkbaar. Dat maakt het helemaal moeilijk. Vestimentair ben ik al niet o’n held, om dan ook nog eens om de haverklap een ander kleurtje op te spelden… pffftt. Livestrong, dat zijn geen lintjes, dat zijn armbandjes, dacht ik.   Waar ik vooral ook voor ben, dat is in het ongebreideld loslaten van creativiteit op dat soort initiatieven. En nu niet flauw doen met azalea’s of marsepein, neen, lohs gehen!

Neem nu de bakker van mijn dorp. Naast de Jommekes- en Samson-broden, de Sonia Kimpe vermagercroissants en de St Hubertus mastellen werd hij geconfronteerd met de warme oproep om een creatieve actie te bedenken rond het roze bortstkankerlintje.

Bakkers zijn handelaars. Ze denken mercantiel. Iets langs de lijnen van 2 kopen, 3 betalen. Of omgekeerd, laat ons daar niet klein over doen. Die van mij heeft er een extra dimensie aan toegevoegd, een vrije associatie als het ware… Borstkanker, borsten… zal ik eens een paar appetijtelijke gebakjes maken, die daaraan doen denken? En afwerken met een framboosje om vooral geen misvattingen te laten ontstaan. Beeldvorming, weet u wel.

Het resultaat is erg bevredigend. Bakkers aller landen, neem hier een voorbeeld aan, zo hebben wij op deze druilerige novemberdagen ook nog eens om mild vrolijk gestemd opnieuw de herfstnevel in te stappen.

roze tietjes

2 kopen, 3 betalen

Broodpudding, just is just!

Broodpudding met chocolade? Een vloek

Wie mij kent weet dat ik graag eet. Verfijnd tot vettig, ik wil alles wel eens proeven. Waar ik echter niet tegenkan, dat is prutsen met klassiekers.  U heeft me al bezig gehoord over klassieke crème brulée, sole meunière en dies meer.

Men blijft mij echter tergen. Deze week zag ik bij een bakker – die het ongetwijfeld goed meent – broodpudding met een dikke laag chocolade. Dat kan toch niet meer…

Broodpudding, wij waren er thuis verzot op. Een gerecht dat in principe gemaakt werd van oud brood, met melk, suiker, rozijnen, eieren, om te verworden tot een dikke, zwaar op de maag liggende, relatief kleffe hap. Goddelijk. Met koffie.
Mijn vader draaide er bij momenten zefs vers brood onder, om meer te hebben, want hij kon het maken als geen ander. Heelder schalen stonden er dan in de keuken en alle mannen in het gezin lieten zich keer op keer verleiden om een stuk af te snijden en op te eten bij ieder bezoek aan die keuken.  Nooit flauw over gedaan.

En nu dus dit… een bakker die er iets verfijnd van wil maken. Ik ga voorbij aan het feit dat een bakker die zelf zijn oud brood moet verwerken niet zo’n heel goed teken is, maar dat is wellicht mijn achterdochtig karakter.

Broodpudding maak je thuis, dat is geen pateeke, dat moet niet verfijnd worden. De enige tolerantiedrempel die toegelaten is, is het nog wat erger maken door er flink wat rum door te draaien,  à la limite zelfs geconfijt fruit (wij waren daar pertinent tegen bij ons thuis. Alleen Sultana rozijnen. maar we gaan hier toch niet neuzelen? Mercantiele geest, het kan allemaal, maar toch liever niet. Voor je’t weet beginnen ze merveilleukes te maken met chocolade mousse, of zwaantjes met confituur in de plaats van slagroom.

Die normvervaging, die waarden… kom op, waar zijn we mee bezig.

Ontroerend Amateurisme

Het wil al eens gebeuren dat een weekend zwerftocht uitmondt in het bezoek van één of ander landelijk etablissement, waar wijn en gerstennat tot de specialiteiten behoren.

Zo ook vorige zondag, in Olen of all places. Vergeet het dorpsplein, met zijn folklore-kroegen maar zoek het iets dieper. Wij deden dat ook en kwamen terecht in een heuse wijnkelder.

Uitvoerig bespreek ik die nog wel een keer, maar nu wil ik het even over iets anders hebben. Wie deze blog regelmatig leest weet dat ik een zwak heb – noem het ongezonde nieuwsgiergheid  voor mijn part – voor toiletten, en dus kon ook hier een bezoek niet uitblijven.

De muren van de smalle trap naar ‘de installaties’ waren weelderig geornamenteerd met de parafernalia van de wijnbeleving: smeedijzeren druiventrossen, houten plankjes met diepe volkswijsheden, weidse vergezichten van de Duitse moezelstreek, etc… U kent ongetwijfeld de stijl, zoals je die ook terugvindt bij verkeerde nonkels en tantes die graag naar Oostenrijk of het Zwarte Woud op vakantie gingen. Heimatsweinereien, James Last, en staalblauwe Opel Kadetts.

Heftig ontroerd werd ik door een tekstje dat ik bij deze ook laat zien, helaas weinig leesbaar door de gebrekkige lichtinval, waarvoor excuus.

“Alle materiaal om zelf bier, wijn, of kaas te maken, kan hier gekocht worden..Probeer het eens!”

Zelfs een call to action ontbrak niet…

Schoon, zo nog net een beetje reclame maken via een dymo apparaat , op een lelijke regenbuis, wie neemt het de Vlaamse neringdoender kwalijk.

Ik zie het hem denken… jammer van die buis in mijne gang. Oh neen, wacht, ik kan er geen kadertje op hangen, maar ik kan er wel een boodschap op kwijt.

Aldus geschiedde, en hij zag dat het goed was . En ik ook. Het is fijn toeven in sommige wijnkelderkes.

Duvel en Wijn

Duvel in een pintglas, dat smaakt niet.

Trappist, daar moeten minstens nootjes bij, maar liefst, liefst van al, drie, vier kaasblokskes, in zo’n klein wit porseleinen schaaltje.

Wijn is moeilijk. Uiteraard het lekkerst uit mooie grote fonkelende glazen,  met witte tafellakens en prachtige gesprekken. Maar wijn in een waterglas, smaakt, mits het juiste gezelschap, gesprek en de juiste textuur van keukentafelhout.

Voor wijn kunnen we het eens zijn, het gesprek is kennelijk bepalender dan  het glas.
Van Duvel kan dat ten enen male niet gezegd worden. Goed gesprek, shitty glas… won’t work. Grappig toch. Trappist in een colaglas, dat lijkt mij ook niet erg fijn.

De lekkerste cognac ooit, heb ik gedronken op een winterkamp in de de jeugdbeweging. We gaven toen wij als leiding alles van dekens en slaapzakken aan de jongens en meisjes  wegens verregaand te koud voor die kinderen, en besloten  manmoedig  om de nacht door te komen met elkaar, gesprekken, een klein kampvuur en  sloten slechte cognac uit gamellen… groots, mooi en onvergetelijk.

Ooit heeft een berggids eens een stuk worst en kaas uit zijn rugzak getoverd en bovenop een berg hebben we dat toen opgegeten met een geut fris water en nadien een appel. nooit lekkerder geproefd… Het was koud, iedereen was moe en hongerig, en toch was het juist.

Wat is dat toch met eten, en drinken dat alles moet kloppen en tegelijk ook niets…

Verder heb ik daar niets over te zeggen, maar het speelde wel door mijn hoofd, zoals dat soms gebeurt.

Woordjes en wat ze teweegbrengen

Als ik de woorden lekwei, tongel, en lekker op u loslaat, dierbare lezer, wat doet dat dan met uw verbeelding? Met die van mij vanalles… alleen niet wat het moest zijn.

Het gaat over iets heel onschuldig, een plantsoen rechtover de ingang van de abdij van Tongerlo, waar ze uitstekend schepijs serveren.

Beetje een afknapper, qua verbeelding? Niet als je de affiche ziet waarmee ze reclame maken.. Het moeten niet altijd grote teksten zijn hè.

65+ promoties

Aan het rond punt in Wommelgem is er een geweldig stemmig restaurant, dat ietwat te schreeuwerig – naar mijn smaak – probeert om klanten te lokken. Dat jarigen gratis eten, is een fijn idee. Dat kindjes aan verminderd tarief kunnen buffelen wat ze willen,  dat haal je er zo terug uit. foodcostgewijs is ijs goedkoper dan biefstuk, vermoed ik. We kennen dat al van de Colmars van deze wereld.

Maar deze is nieuw voor mij : Speciale Korting 65+…

Ik begin te dromen.

Bij het vroegere Melipark hadden ze een constructie waarbij kindjes onder de meter gratis binnen mochten. Dat was misschien niet altijd rechtvaardig als je een flink uit de kluiten gewassen zoon/dochter had, maar het was voor iedereen met het blote oog zichtbaar, en bijzonder fraudebestendig.  Maar 65+, hoe ga je dat identificeren? Venten trekken zich daar doorgaans weinig van aan, neem ik aan. Maar zo’n dame die al 20 jaar bij midden vijftig is blijven haperen, gaat die zich voor een handvol zilverlingen laten kennen en eindelijk de broze deken van de ijdelheid afwerpen om de rimpels van de tijd te officialiseren.

Vermoedelijk laten ze de consument dus zelf bepalen of hij zich wil kenbaar maken als 65+. Maar hoe controleer je dat dan, stel dat een kwieke 65+er er nog uitziet als een vrolijke gabber van achteraan in de 50, moet die dan zijn pas bovenhalen?  Vervelend toch allemaal. En niet echt klantvriendelijk. En corruptie is die oude luitjes ook niet vreemd, dat weten we. Ze zouden alles doen om een euro minder te moeten uitgeven van hun zuinige pensioentjes.

Waarom in godsnaam korting geven aan een traag etende, weinig consumerende, veeleisende doelgroep? Met wat slechte wil zou ik er ook nog kunnen bijschrijven dat een ambulance voor de deur niet echt goed voor de zaken is, en toch verhoog je statistisch de kans dat het gebeurt door dit soort acties.

Ik neem aan dat één van de marketing genieën achter de Wok tempel een artikel heeft gelezen over vergrijzing, en gedacht heeft.. daar ligt mijn markt. Alleen ligt zijn markt daar niet helemaal, volgens mij. Mijn ouders – flinke bejaarden –  moeten niets hebben van wok restaurants, die zijn nog van het vlees/aardappelen/groente gegeven. Ze zijn uiteraard niet maatgevend. Maar ik blijf toch mijn twijfels hebben.

Zouden ze ook speciaal voedsel bereiden voor die mensen? Dat staat er niet bij vermeld…

Het enige zinvolle wat ik kan bedenken is dat grootouders op deze manier wellicht gemakkelijker geneigd zijn om de familie mee uit eten te nemen.  Als je alles op een hoopje gooit zijn het alleen  maar die ellendige volwassenen die de volle pot betalen.  Andersom, voor de ellendige volwassenen is het een mogelijkheid om de grootouders qua erfenisverdeling al wat voor te masseren. ‘We gaan ne keer goe gaan eten, bobonne, laat u maar gaan.’ Dan is het wel weer slim natuurlijk.

Iemand wiens ouders of grootouders al gebruik gemaakt hebben van het systeem? please let me know, ik ben razend benieuwd naar de ervaringen.

Jeugdsentiment : Piedboeuf

Een foto, ineens terug gevonden, tussen papieren en oud spul.
Ik zie me nog dat trapje van de winkel aflopen. Jan was er bij –  mijn oudere broer –  en het buurjongentje, wiens naam ik al lang niet meer ken. Zijn papa leverde fruit bij ons op school. Met een vrachtwagen. Daardoor alleen al kreeg hij mytische proporties. Jacques, of Roger, denk ik. Onze ouders zagen elkaar tijdens de weekends, en ik vond die van hen beduidend interessanter omdat ze een vrachtwagen hadden met hun naam op geschilderd. Enkel de brandweer was beter…
Maar daarover gaat het niet, het gaat over dat paneeltje, voor op de pui van onze winkel. Piedboeuf…

Piedboeuf. Ik heb altijd gefantaseerd over dat merk – of liever, het was een verhaaltje, geen merk, wij dachten niet in merken. Onze merken waren simpel en lagen erg dicht bij wat we beleefden… Bic, Kodak, Saroma, Jacky. Dingen van alle dag.

Piedboeuf. Een tafelbier.  De gruwelijk schelmse tekening. Het moeilijke woord..voor jongetjes die net konden lezen toch. Wat het niet allemaal oproept. Fris gewassen pyamajongens,gladgekamde zijstrepen, bij oma aan de stoof.

Piedboeuf. Pietje De Boef, we bleven er over fantaseren,mijn broer en ik. Nooit tevreden met de interpretaties, altijd blijven denken over wie dat bier nu eigenlijk maakte, en alle ongrijpbare beelden die dat met zich bracht.
Piedboeuf. Westvlaamse Madeleines. Eierkoeken met echte boter,  etend op ‘den toile ciré’ bij Mémé. Vliegen tellen die nog spartelend tegen de Vapona vliegenvanger klitten. De geur van zeep op steen, de pompsteen –  want er kwam nog echt water uit de pomp –  waar mémé ons ’s morgens rozig rood schrobde. Om zes uur ’s ochtends was het huis proper, om zeven uur werd het eerste kleinkind aan de pompsteen gewassen, afgeschuurd, geschrobd, om nadien boterhammen met groseilleconfituur te eten. En melk met een scheut koffie. Ze sneed brood tussen haar massieve borsten. De schellen waren allemaal even dun. Het ontzag van de kleinkinderen groeide per snede. Mémé had lang zwart haar, dat tijdens het ontbijt in een strenge wrong rond haar kop gedraaid werd. Voor ze bij haar dochters ging kuisen, met de fiets. Heel Pittem trok ze door… De vrouw van ‘ne zwarten’, maar daar trok ze zich niets van aan. Trots, lijfsbehoud en devotie. De vrouw was daar uit opgetrokken.

Piedboeuf. Donker, zoet tafelbier. In limonadeglazen, voor de kindjes. Terwijl nonkels met luide stemmen bralden en lachten. Altijd was er eten, altijd was er volk. Wij kregen schellekes salami en kaantjesvlees met gebakken patatjes. De nonkels kregen echt vlees… Rode oortjes, omdat we wat langer mochten opblijven en voelden dat de gesprekken tussen de ‘groote mensen’ over dingen gingen die ons niet aanbelangden.
Het zalig gevoel van doodmoe tussen gesteven, gestreken lakens, ondergestopt te worden door een strenge oma, nachtemmer binnen bereik. Nog even fluisteren over de voorbije dag, maar niet te lang, want we hadden schrik van pépé.
Pépé was waarschijnlijk de braafste mens die ooit op aarde rond liep, maar dat wisten wij niet. We probeerden enkel om mee te mogen. In de duiventil, in het konijnenhok, vanachter op de fiets. Naar het café, met ‘de constateur’ tussen ons in. Dat magische instrument, waar het bandje, het ringetje van de duif in zat. ik stelde me dat zo voor… en alle gruwels om dat ding van een beest af te krijgen.

Piedboeuf,de afkoopsom van Pépé, mijn grootvader. Hij wou uitzonderlijk ook een keer aanwezig zijn als één van de kinderen thuiskwam op zondag, maar de duiven toch moesten vallen.Ik was zijn petekind.  Ik kreeg  zijn stofjas en alpinopet op en mocht op het krukje in de tuin kijken tot de duiven vielen. Saai, maar een vertrouwenspost, en ik bleef op het krukje zitten.Na drie uur intens turen, begon ik te spelen, en verloor de duiven uit het oog. Pépé vloekte, maar besefte ook dat het eigenlijk zijn fout was, niet de onze. De bolwassing werd weggespoeld met een glaasje Piedboeuf. alles was vergeten, de grote prijs zou  volgende keer wel vallen. “Quimper, alle duiven  gelost”.

Piedboeuf. Ik ben 5, we wonen in Brussel. Een snoep/drank/sigarettenwinkel van mijn mama, met een speelgoedkraam. Een tijd van hoop en plezier voor mijn ouders, niet veel later bruut overschaduwd door grootstadsgeweld, waardoor niets meer hetzelfde werd. Zijzelf ook niet.
Snoep, drank, sigaretten. Een genotswinkel, verboden vrucht,  voor iedereen wat wils. Ook voor ons, Jan en ik. Bounties en Mars, daar ging het niet om. Het duurste artikel van het speelgoedrekje, een blikken fluitje van 5 frank. Jan en ik gingen het stelen, ’s ochtends vroeg, en werden betrapt. Geen Piedboeuf, minstens een week.

Piedboeuf. Het reclamebord, ontelbare keren met kindervingers beroerd, nu ineens heftig en levendig aanwezig. De onschuld van altijd mooie zomers en spelen in het Josafath park is weg. Niemand stond er ooit bij stil dat het maar voor even was, en vanaf later bittere ernst.

Piedboeuf. Nooit beseft dat een oud merk zoveel in zich kon dragen. Proust had het niet scherper kunnen stellen Proost!

Consumer in control?

geurige zonde

smakelijke zonde

Ze zeggen zoveel. Ze zeggen nu overal op het internet dat de consumer in control is.
Ik geloof dat niet. En al helemaal niet na vorig weekend. Nochtans voelde ik me helemaal ‘in control’. Bij herhaling zelfs, en in mijn hoofd nog meer.
Ik schets het beeld even. Ik zit op een terrasje in de zon. U kent dat, mooie zondag, borreltijd, de zon schijnt, de belofte van zoveel meer wenkt achter elk nieuw glas fonkelende rosé.
Het gezelschap is aangenaam, de gesprekken inspirerend.Een knabbeltje moet erbij komen! Ik bestel wat ‘vlammetjes’ en ‘shrimps’. De immer vrolijke en efficiënte kelner neemt met zwier de bestelling op en komt nauwelijks een kwartiertje later met de gefrituurde heerlijkheden. Zonde geurt lekker.

Ik proef, bespeur een geur van ammonia en bedank voor de garnalen. Mijn ‘zon’genote doet nog even of het aan mij ligt, maar komt bij de tweede hap tot dezelfde conclusie.
Wij laten het schoteltje onaangeroerd. De kelner komt afruimen en vraagt of het smaakte. Tja, als ‘t moet kan ik wel expliciet zijn. Niet dus. 
‘Hij bekijkt het wel even met de keuken’.
Een half uur gaat voorbij, niets gebeurt. Geen nieuwe portie, geen excuses, niets. We waren nochtans duidelijk, twee garnalen opgegeten, de rest onaangeroerd.

Ik besluit een andere kelner aan te spreken. Per slot van rekening zijn we hier als Belgen in Nederland serieus aan’t potverteren. Kelner nummer twee neemt zijn job ook heel erg ter harte, en gaat even overleggen met de keuken. Niet dus.
Op zo’n moment gebeurt er iets raar in mijn kop. Ik wil winnen. Ik wil dat iemand mijn klacht au sérieux neemt. ik verwacht geen nieuwe gratis portie, ik verwacht geen compenserende drankjes, geen vouchers, drank- of tegoed-bonnetjes, of wat dan ook, ik wil gewoon dat iemand de fout toegeeft en zich er voor verontschuldigt. Dat moet kunnen.

Ik speur nu naar nummer drie, en ik wil een überkelner. Ik krijg haar in het vizier, en ga ervoor. Zij gaat het ook even met de keuken bespreken. Ik weet al hoe laat het is.
Ik weet niet wat er zich in de keuken afspeelt, misschien zijn het wel erg vieze mannen, erg gewelddadig ook, maar niemand van het zaalpersoneel is ooit ongedeerd met een klacht uit de keuken teruggekeerd.
‘Kitchen is in control, consumers are given the impression of power’. We mogen klagen, dat wel, en zoals vroeger, mogen we beslissen om nooit meer terug te komen, maar verder dan dat gaat het niet. Daar ligt onze macht, alleen krijgen we nu de illusie dat we een stem hebben.

Adres op aanvraag, we kunnen hun reputatie nog met zijn allen om zeep helpen.  But then again, voor een bordje garnalen?

Customer Delight

Om te winnen moet je vissen

In Gent was er vroeger een prachtige viswinkel in het historische centrum: Vishandel Meersschaut.
Altijd volk, geweldig lekkere vis, en geheel en al gedragen door het charisma van de uitbater en zijn medewerkers. Grappen, grollen, volks, en onderlegd. Ik kwam er graag. Stedebouwkundige en andere overwegingen dreven de man weg uit het centrum, naar Ledeberg. De zaak bleef, het enthousiasme ook, maar ik kwam niet zo graag in dat stukje van Gent. Ik ben dan maar naar De Haan verhuisd, wat verder niks met die vishandel te maken heeft. Come to think of it, meestal zijn visboeren wel gezellige mensen. In De Haan heb je Sven, en die is naast FCB supporter ook geweldig fijn om vis bij te bestellen en ‘een klapke te doen’.

Nu woon ik in Lochristi, en zag de naam Meersschaut weer opduiken.

Een nieuwe zaak, erg mooi, maar ook met traiteurservice. Een traiteurservice, dan denken we aan mayonnaise bereidingen, vislasagna (ja, het bestaat), en st jacobsschelpen voor in de oven, beetje klef.
De schrik sloeg me om het hart, omdat ik op dat vlak niet zo een nieuwlichter ben.
Stick to your knitting. als je vis verkoopt en je doet dat goed, blijf dat dan vooral doen. But then again, who am i?

Ik besloot er even binnen te gaan om een stukje vis te kopen. Ronduit heerlijk! Niet de vis, want dat wist ik toen immers nog niet, maar wel de winkel.  Ze zitten er nog steeds bovenop. Medewerkers, die enthousiast zijn, grollen en grappen, je naam onthouden en leven voor hun zaak, hun producten. Ik vroeg naar iets specifiek, wat ze niet hadden, maar wel nog zou geleverd worden.

Toen ik het twee uur later wou ophalen, kreeg ik niet alleen uitgebreide excuses, maar ook nog eens de vraag om mijn adres te geven dan zouden ze het brengen. Klantendienst! Ik weigerde beleefd en zou een paar uurtjes later wel langskomen.
Toen ik voor de derde keer de winkel binnenkwam, mocht ik als compensatie voor het gedoe iets proeven uit de traiteurbalie, en lag alles netjes klaar. Fijne mensen!

Waarom schrijf ik dit? Omdat er één ding is wat mij nog veel meer charmeerde. Aan de entree hebben ze iets gedaan wat zowel simpel als erg leuk is, en erg juist. Een viskraampje met eendjes ‘vijf eendjes vissen, één snoep’. Welke moeder/vader kan daar aan weerstaan?

Klantendienst, Gezond verstand, het gaat hand in hand met creativiteit.

Vishandel Meersschaut

Recepties en het gezwets , part 2

Een vervolg op een eerdere post

Ik hield ze de hele tijd in het oog. niet omdat het me boeide, maar omdat ik me ergerde. u kent dat, de zoveelste receptie, de zoveelste schotel gefrituurde hapjes en kleffe toastjes.

Maar dit evenement was anders, ik kende niemand. Dat overkomt me niet dikwijls.  Het koppel dat het dichtst bij me stond, begon te praten, en ik had meer dan duidelijk gezien dat de mogelijkheid bestond om minstens met één van hen in contact te komen, wegens vaag bekend, of voorkennis over haar bedrijf en dus alleszins een nuttige link.

Dat lukte dus niet. Ze knikten goedendag, keken me aan alsof ik van een andere planeet kwam, accepteerden wel de uitgestoken hand, maar negeerden me verder feestelijk.

Omdat ik ook nog zoiets als trots heb, en met mijn ellebogen aanvoelde dat ik niet echt op prijs gesteld werd, ging ik dan maar even in een hoekje staan, en maakte me klaar voor een nieuwe toenaderingspoging, bij andere slachtoffers.

Maar eigenlijk was dit te interessant. Moet je nagaan. Iedereen op zo’n receptie is daar omwille van zijn professionele hoedanigheid. Je vertegenwoordigt er niet zozeer jezelf als wel je bedrijf. Je werkgever verwacht daar alleszins toch ook enige return van,  indien niet in termen van nuttige contacten, dan alleszins in termen van PR en uitstraling. Ik heb meer dan eens een kudde accounts uiteen gedreven omdat ze samen stonden neer te kijken op de rest van de aanwezigen, onderwijl rustig bubbels nippend. En hier hadden we twee werknemers die – om het plat te zeggen – stonden te hijsen op kosten van de zaak.

Mag je geen oude bekenden opzoeken?  uiteraard wel, liefst zelfs. Mag je niet genieten van aangenaam gezelschap, en daar even verder mee doorgaan? het zou onvergeeflijk zijn.

Dit koppel was anders, van bij aanvang kwamen ze naar elkaar gewandeld, en na een halfuurtje was’t lachen, brullen, gieren, en witte wijnen binnen slaan. Erg leuk, voor henzelf.

Ik heb al gepleit voor de juistheid van woordjes, en eigenlijk is dit ook een klassiek geval. Zou het niet veel leuker/verstandiger/prettiger geweest zijn om met een zinnetje als “Zeg, dit is erg leuk, ik ben blij je nog eens ontmoet te hebben, laat ons daar in een ander, fijner kader een vervolg aan breien”

Je maakt me immers niet wijs dat je in de aanwezigheid van 500 vakbroeders in staat bent tot zinvolle amoureuze of andere bespiegelingen. Daar dient zo’n receptie overigens ook niet voor. En dat is dan nog maar alleen het persoonlijk niveau. Stel je voor hoeveel nuttige contacten die mensen hebben laten liggen, en hoeveel mensen niet hebben kunnen profiteren van hun expertise en eventuele briljante ingevingen. Puur zonde.

Bovendien, qua networking, hoeveel goeds hadden ze kunnen doen, door die ene eenzame ziel, die al zijn moed bijeen geraapt had, vriendelijk belangstellend even te woord te staan?  Niemand pijn, iedereen blij.

Daarom, en daarom alleen, als je ooit op een receptie een eenzame mens ziet staan, en je weet dat het geen vervelende Benny is (en mijn uitdrukkelijk excuus aan alle interessante Bennies) is die totaal oninteressant gaat bazelen, doe dan even moeite en leer hem kennen. Het is niet omdat het geen tafelspringer is dat de man/vrouw in kwestie niet boeiend kan zijn. En de kans is erg groot dat de sympathie die je opwekt vroeg of laat opbrengt.

Conversation management, quoi !

Niet zuipen en versieren, maar werken.

(Oh, en voor zij die niet echt veel verbeelding hebben, alle personages en gebeurtenissen zijn fictief, en neen, mij moet je niet aanklampen of helpen op een receptie, het lukt uitstekend, dank u.)

Symbolen, Iconen en duidelijkheid

Simpel

Het bericht kwam vorige week als een dreun. Bij het afsluiten van mijn ondertussen beruchte toiletcyclus , was ik me er niet van bewust dat er ook zoiets in het leven geroepen werd als ‘wereld-toiletdag’ . Blijkbaar is het onderwerp dan toch niet zo banaal als men soms wel zou willen aangeven. De BV’s in De Standaard Magazine kregen een portretje en mochten wat badineren over hun al dan niet perverse toiletgewoontes. Mjah, het is een insteek, maar ik vind hem niet echt geïnspireerd (de foto’s  daarentegen wel).

Diezelfde avond ging ik dineren in een Indisch restaurant in Brugge. ‘Chicken huppakee, very spicy’, en nog van dat soort ongein. Lekkere maaltijd, daar niet van, en uitstekende franse wijnen om het geheel te begeleiden.

Toiletten op restaurant en Guido. U kent dat waarschijnlijk ook. In assisenprocessen hebben ze daar een term voor, onstuitbare drang, of iets van die aard. Het is sterker dan mezelf. Ik moet en zal de toiletten opzoeken. Enerzijds om de benen te strekken en de spijsvertering voluit te ondersteunen, anderzijds gewoon uit nieuwsgierigheid.

Wie mij kent weet dat ik een buitengewoon empatisch vermogen heb. Ik verplaats me dus in  het lichaam en de gevoelens van de man/vrouw die eerder uit hoge nood deze faciliteiten opzoekt. Wij Vlamingen zijn van nature nogal aan de preutse, juiste, regelnichterige kant. Het idee om in de verkeerde toiletten te belanden is dan ook een godsgruwel die we nooit maar dan ook nooit willen contempleren, ja zelfs onze ergste vijand niet toewensen. Duidelijkheid is aan de orde.

Is het een vliegtuig?

Man or Woman?

Nu vraag ik u, hoe duidelijk is het om dit soort soepjurken af te beelden, en er meteen ook maar van uit te gaan dat iedereen vertrouwd is met de juiste iconografie van indische kunst? Is it a man, is it a plane? No its superwoman!

De bakkebaarden wijzen op een vent, de ronde vormen daarentegen geven aan dat het misschien toch wel om een dame zou kunnen gaan.

Ik kan daar niet tegen. En met mij, durf ik te wedden, vele anderen.  Een icoon, een symbool moet snel en duidelijk aangeven wat er te doen valt.

Wat is er mis met  de mannekes en vrouwkes van de eerste generatie? Ik heb ze in de inleiding gebruikt, ik durf er vergif op  nemen dat iedereen onmiddellijk aan toiletten dacht.  Je zag heel snel waarover het ging, er was geen ruimte voor ambiguïteit, het was gewoon duidelijk.

nog steeds duidelijk

Voor deze hier naast, moest je al een beetje gestudeerd hebben, maar door de vulgarisering van één en ander, lukte dat nog net.

Het is vanaf dan van kwaad naar erger geëvolueerd. Ik ben niet zo plastisch, maar in Gent is er een restaurantje waar ze het geprobeerd hebben met fruitsoorten…Bananen, pruimen, u kent dat soort grapjes… En in andere zaken heb je allerhande soorten ‘grappige’  popjes, waar je verdomme bijna met een loupe moet naar kijken om te snappen waarover het gaat. Wij hebben daar geen tijd voor op dat moment!

De kroon wordt echter gespannen door een Hasselts restaurant, waar ze gewoon voor genetica gekozen hebben; Je ziet twee identieke deuren met op elk ervan een symbool : XX en XY. Uiteraard heb ik biologie gehad, uiteraard ken ik een aantal ezelsbruggetjes om het te onthouden, dat mannen diverser zijn,vandaar de X en de Y dat er een beentje ontbreekt bij de mannen als teken van onvolmaaktheid, etc…

Mijn punt: in tijden van nood is duidelijkheid vereist, ook in de symbolen. Geen tijd voor intellectueel gefrazel als de pot nabij is.

Zwart is het nieuwe wit

Net als je denkt dat de cyclus ‘Guido en publieke toiletten’  definitief afloopt, helpt het lot een handje. En kijk, de vragen borrelen op:  Wie ontwerpt het? Wie laat het in de winkels toe? Wie koopt het? Over wie het gebruikt kan helaas geen ambiguiteit ontstaan. We moeten wel – of in dit geval: ik moest wel-  het alternatief is nog onsmakelijker, en bespaar ik julie.

Designers guilt?

Je gelooft het niet

En toch, misschien is het zo gek nog niet. Uiteindelijk liggen zwart en donkerbruin qua tonaliteit dichter bij de finaliteit van de toepassing dan het zo vertrouwde maagdelijk wit.
Het gebruik van zwart papier kan gezien worden als een poging om de confrontatie minder scherp te maken, en de gebruiker minder acuut te wijzen op het vergankelijke van zijn stofwisseling.

Vanuit metafysisch oogpunt valt er dus wel degelijk iets te zeggen voor deze nieuwigheid, maar voor de controlefreaks onder ons, is het een moeilijker gegeven.

Wanneer zijn we echt, honderd percent, genadeloos, zeker van een smetteloos uitgevoerde operatie? In de lakmoestest van de veegoperatie kunnen we immers niet zeker genoeg zijn. Zo hebben we het ook onze kinderen geleerd. Laat zwart of bruin een dergelijke grondige aanpak toe? Wellicht wel, maar dan moeten we ons metafysische argument loslaten. Nabije inspectie drukt ons immers als het ware met de neus op de feiten, een ietwat onkiese aanpak, als u ’t mij vraagt.

Ik vrees dat we dit fenomeen moeten afdoen als de zoveelste grillige productline extension, ingegeven door een marketeer met teveel oog voor design en te weinig begrip voor de ‘practicalities of life’. Toegegeven, het moeten niet altijd bloemetjes zijn, maar ik zou toch willen pleiten voor een overwicht van wit, in dit gegeven. Kunnen we dat afspreken?

Dat brengt mij overigens naadloos (pun not intended) bij het volgende vraagstuk. Destijds werkte ik als consultant bij Nielsen. Wij merkten op dat de per capita consumptie van toiletpapier in het Zuiden hoger ligt dan in het Noorden des lands. Intrigerend toch? De juiste cijfers ontgaan mij maar het verschil was significant genoeg om er wilde theorieën op los te laten. Ik vermeld er een paar.

Het agrarische Noorden zou meer buitentoiletten hebben, waarbij gebruik gemaakt werd van free press, unigro boeken (u weet wel, postorder om blaaspijpjes van te maken) en dies meer… Ik weet niet of dat nog steeds het geval is en durf het eerlijk gezegd te betwijfelen.

Een andere theorie was veel creatiever, en legde de oorzaak bij de manier van gebruiken. Vlamingen zouden geneigd zijn het wrijfproces te herhalen, telkens opnieuw, met twee netjes opgevouwen velletjes, telkenmale checkend of er nog residuwaarden te bespeuren zijn. Zolang er sporen zijn, blijft de Vlaming ze wegwrijven, weliswaar per twee velletjes. In het Zuiden des lands zou dat iets nonchalanter gebeuren, zelfde uitgangspunt maar dan met proppen papier. Mooi toch?

Een andere mogelijkheid is het gebruik van de ‘halve keukenrol’ voor andere doeleinden dan simpel toiletbezoek. Een rolletje papier in de keuken maakt algauw een verschil met het gebruik van huishoudrollen. Dat het omgekeerde fenomeen niet tot uiting kwam in de Nielsen cijfers hoeft niets te betekenen. De penetratie van huishoudrollen was minder algemeen dan van toiletpapier.

Een vriendin van mij voegde daar onlangs nadenkend aan toe dat het wellicht ook te maken heeft met de eigen volksaard. Er werden daarbij woorden gepreveld als ‘anaal retentief’ en ‘zuinig’.
Niet zo fraai op het eerste gezicht, maar daarom niet minder discussie waard… Voor Master Foods bracht ik ooit eens een bezoek aan Waltham-on-Walt, waar ze een research labo voor pet food hadden. Eén van de amusantere bezigheden was daar het tot ontploffing brengen van dierlijke excrementen. Om de calorische restwaarde te bepalen. Private Label producten bleken een hogere energetische waarde te hebben, wat er dus op wijst dat er nog voedingsstoffen inzaten die niet geabsorbeerd werden door de beestjes. Kan een dergelijke redenering mutatis mutandis op de Vlaming en zijn eetgewoontes overgezet worden?

Misschien hebben Vlamingen gewoon een voedingspatroon dat gericht is op minder verlies, en daardoor ook minder gewrijf, en ligt dat bij onze Bourgondische zuiderburen nog net iets anders.

Zoveel vragen, en dat allemaal door een simpel rolletje papier… maar als u antwoorden hebt.

Europese regelgeving

afstand!

afstand!

Vrees niets, ik ga geen porno schrijven. Maar er moet mij toch nog iets van het hart. En ja, het heeft te maken met toiletten.  Wat u ziet op deze foto, dat zijn mijn knieën. Het beeld is een beetje bizar, omdat die geweldige attributen van mij, ongeveer 10cm verwijderd zijn, van een deur. Een WC deur. Als je goed kijkt zie je ook dat mijn schoenpunten tegen de deur aan rusten…

Daar heb je me weer. Het blijft een vruchtbaar onderzoeksdomein. U moet het zich als volgt voorstellen:

Een café, het wordt laat, en een behoefte dringt zich op. Ik heb het al over graffiti gehad, vandaag geen literatuur maar wel architectuur.

Menig man, en wellicht ook menig vrouw heeft zich al voor het dilemma geplaatst geweten; Klein WC hokje, kunt er niet draaien of keren… laat ik de textiellagen tussen mijzelf en mijn edele delen zakken met de deur open, (waardoor ik de voyeurs tevreden stel) of doe ik de deur dicht, laat de hele handel zakken, om vervolgens – met mijn edele delen tegen een redelijk vieze deur schurend – een zittende positie op te zoeken. Er is mijns inziens geen alternatief.

De Europese instanties hebben regels over alles, dikte van skateboards, temperatuur van pizza ovens, grootte van ijsblokjes in dry martini’s en noem maar op. Maar iets simpel als, laat ons zeggen de minimum afstand tussen bril en deur, dat kan dan weer niet simpelweg geregeld worden? Zoals Theo Maassen ooit zei, ivm de hoogte van een wasbak… onderkant zak is bovenkant bak, dat soort zekerheden, een mens heeft dat nodig in zijn leven.

Op zich is het allemaal niet zo erg, maar het is tekenend voor hoe mensen met de zaken omgaan. Toen ik een huis bouwde, verwonderde ongeveer iedereen er zich over, dat onze trap zo comfortabel liep. Toen ik dat aan mij architect vroeg begon de mens een ingewikkeld verhaal over hellingsgraad, stootdiepte (inderdaad, het leek mij ook iets anders), en dies meer. Wat er ook van weze, brede treden op de juiste afstand hoogte van elkaar, er schijnt een norm voor te bestaan. Of misschien is het iets wat gewoon ‘métier’ heet.  Mijn kinderen zijn ook relatief weinig van de trap naar beneden geflikkerd, stielkennis is dus niet alleen iets wat wellicht duurder is, het heeft ook rechtstreekse voordelen.

Terug naar ons café.. waar een aantal bollebozen in de ontwerpfase een klein hoekje ontdekt hebben, en denken… ‘en hier komt het toilet’, de pot past er tussen, en het kan ons niet echt schelen hoe de ‘klant’ omspringt met de parafernalia van het proces (hoe hij zijn kont afveegt, waar hij dat papier ergens moet gaan halen en hoe hij zich in een compacte ruimte moet bewegen, of zelfs nog maar gewoon, hoe hij er deftig in past). U ziet het hopelijk niet echt al te lijfelijk, maar daar gaat het wel om.

In normale omstandigheden zou ik zeggen: mijn broek zakt daar van af, maar dat ging hier jammer genoeg niet…

Wanhoopskreetjes

Proper!!!

Proper!!!

Ik geef het toe, ik zal wel iets met toiletten hebben. Ik kan niet anders dan ontroerd worden door dit soort berichtjes. Netjes op een groot wit blad geprint, en dan in een sleeve gestoken (worldwide heeft esselte zo honderdduizenden ‘chemisekes’ hangen, sta daar maar even bij stil), en strategische opgehangen en vastgekleefd.

Mensen lopen daar aan voorbij. Ik niet…

Ik sta stil bij de ergernis, bij de wanhoop van de steller. Dwangneuroten, cleanfreaks, regelneven? Ik denk het niet. Mensen die er misschien als de dood voor zijn, dat ze in een vuil toilet binnenkomen, en het ook zo weer achterlaten, zodat degene die toevallig na hen komt, wellicht denkt dat zij die boel zo achtergelaten hebben… Ik ken het. Ik word er ook altijd kwaad om. Omdat je verplicht wordt om iemand anders shit op te ruimen. anders word jij aanzien als de smeerpijp.

En trop is teveel… op een bepaald moment grijpen die mensen in. Ze gaan resoluut aan de slag. En de woede ebt een beetje weg, tijdens de formulering. Zullen we boos, humoristisch of melig een waarschuwing maken?

Bovenstaand voorbeeld maakt gewag van ‘medemensen’. Ik word daar door ontroerd, een teken van opvoeding. En de afkeer, de ergernis die gekristalliseerd is in één enkel uitroepteken. Zo mooi. “Voilà, ik heb het toch maar eens goed gezegd!”

En proper onderlijnd. Met een stuk papier en een forse viltstift zouden er allicht meerdere dikke strepen onder getrokken worden. De pc laat dat niet toe, maar een enkel kleuraccentje voegt toch ook iets toe.

In die zin is deze krachtiger en authentieker. Het artwork en de plaatsing is beter. De ergernis leeft ook meer…

mijn dure kraan gvd!!!!

mijn dure kraan gvd!!!!

Eén uitroepteken, dat is voor mietjes, geef ons er drie, laat het expressief  zijn. Het kleurt ook af tegen die rode wand. Waar het uiteindelijk fout zal lopen is het ontberen van het esselte chemiseke… opspattend water gaat er voor zorgen dat het verhaal schmutzig en onleesbaar zal worden. eigen schuld, dikke bult. Maar ook weer een soort levende getuigenis van het verval, en daardoor weer mooi.

De mooiste in de serie heb ik voor het laatst bewaard, en hij heeft niets vandoen met publieke toiletten.

Het is hartverscheurend wat hier aan de hand is. De steller is beroofd! Onverlaten, sociaal onaangepasten, hebben het op zijn rugzak gemunt. Het gros van de bevolking slaakt dan een zucht en een diepe vloek. Maar niet deze man. Hij wil dat het onrecht ‘out in the open’ is, en geen middel wordt daartoe geschuwd.
En het meest was ik nog geraakt, ook hier,  door de beleefdheid. Hij heeft het niet over krapuul of gespuis, neen hij spreekt over gauwdieven… proef het woord, het is nog mooier als werkwoord 😉

Hoogst waarschijnlijk was het niet eens iemand van mijn liefelijke kustgemeente, maar een toerist, wij nemen immers geen rugzakken mee naar het strand, wij wonen hier.

En dan moet je je voorstellen dat de man thuis een tekst gemaakt heeft, een esselte mapje gebruikt heeft om zijn ongenoegen te beschermen, het geheel op een fikse paal gemonteerd, er ongeveer vijf meter tape veil voor had om er zeker van te zijn dat gure winden zijn boodschap niet konden verstoren. En dan helemaal terug getrokken naar de plaats van de misdaad, wellicht zelfs hopend dat hij de gauwdief nog zou kunnen bij de lurven vatten.

Fors lettertype, niks frivool, heel factueel. Communicatie technisch zou je nog ergens een ‘call to action’ verwachten, maar dat zit er niet meer in. Hij weet dat hij de rugzak nooit meer terugziet, heeft het futiele van zijn démarche begrepen, maar toch… hier zitten ze, en dat doen ze! de snoodaards.

Ik meen het echt dat ik er tranen van in de ogen krijg. Verontwaardiging over onrecht, omgezet in energie, in boosheid, kleine haikoes van de onmacht!

gauwdieven

gauwdieven

De Balsamico Terreur

mag het iets meer zijn

mag het iets meer zijn

Balsamico

Balsamico

Ik houd wel van een mooie sole meunière op tijd en stond. Het is een aantrekkelijk, relatief eenvoudig visgerecht dat in principe maakbaar is door elke eerstejaarskok. Geklaarde boter, peterselie en een mooie tong. Meer hoef je niet te hebben. Helaas, helaas, het is niet meer zo eenvoudig. We moeten namelijk  het bord opleuken. Met frisse groentegarnituren, of gewaagde fruitcombinaties, of fijne bordversierinkjes.
U kent dat wel, framboosjes en zo, met wat waterkers, of verse vijgen (wat overigens verrukkelijk is, maar niet bij een jachtschotel, maar dit volledig terzijde).

En toen kwam de opsmuk-mode… een toefje van, op een bedje van, met een waaiertje aan, en een zalfje zus… Tot daar aan toe, nog maar eens… Over de schuimpjes wil ik het al helemaal niet hebben, en neen, ik ben niet tegen moleculaire keuken of foodpairing, ik vrees alleen dat het niet iedereen gegeven is en dat  halftalenten denken dat ze’t nu gevonden hebben. Decoratie in plaats van Culinair.

En net als je denkt dat het einde in zicht is gaan we nog een stapje verder. Balsamico azijn is een prachtig product. Ik gebruik het erg spaarzaam, omdat ik het best wel fijn en lekker vind. Het is ook een duur product, als het met liefde gemaakt werd, en met zorg voor de smaak. Balsamico azijn is niet hetzelfde als zoetig, wee ingekookte stroop van iets onbestemd, is ook geen balsamico crème.  Ik wil het er verder niet over hebben.  Of toch wel. Wie balsamico gebruikt om wat van die bruine lijntjes op mijn bord te smeren omdat dat er beter uit ziet, die moet binnenhuisdecorateur worden, maar geen kok. Het getuigt van verregaand gebrek aan respect voor zijn ingredienten en voor zijn publiek.

Waar ik het verder ook wil over hebben, is over een tong die opgediend wordt met een volstrekt overbodige groentengarnituur, opgefrist met paprika-kurkuma-foelie op de randen van het bord, zodat je niet eens meer de verfijnde geur van echte boter en frisse peterselie in je neus krijgt, maar een vuil geurtje dat volstrekt vloekt met weer diezelfde frisse en mooie geur van vis, boter en peterselie.  Stop daar toch eens mee!

Het is relatief simpel om de volgende regels aan te houden, en ik stel voor dat culinair Vlaanderen daar vanaf nu een beetje meer aan denkt.

1) Zet op je kaart enkel wat je echt kunt maken. Je bespaart zo iedereen een ontgoocheling, en het heeft de merite van eerlijk te zijn. Er is niks mis met echt eerlijk eten, er is van alles mis met mensen te doen watertanden en dan iets vies voor te zetten.

2) De meeste hoofdgerechten hebben niet echt behoefte aan een frisse fruit toets. Behoudens vergissingen van mijnentwege, zou ik zeggen, doe het niet. Fazant op Brabantse wijze met een frivool framboosje on the side… ik weet het niet. Sole meunière met kunstig versneden vijgenpartjes… het hoeft echt niet. een forse citroen daarentegen! Spaar het fruit voor het dessert, tenzij we het over exotisch eten hebben.

3) Blijf van de klassiekers af, die dienen niet verbeterd te worden! Wil je dat toch doen, waarschuw ons op voorhand, zodat we weten dat we ontgoocheld zullen worden. Crème Brulée hoeft geen drie exotische smaakjes extra, Zabaglione met yoghurt ijs, ik zou het niet doen…Chamapgne sorbet met erwtencoulis, ik wil het alleen maar krijgen bij één van de topchefs die vlaanderen rijk is, het broneffect telt in deze.  Hoe verfijnd en extravagant en wat een weldaad voor mijn smakenpalet, als ik het wil zal ik het wel bestellen, maar ik wil niet in een culinaire hinderlaag vallen…

Kunnen we dat afspreken, misschien?  Toe… doe het voor mij, ik eet graag.

Brugs Design, De Refter

een wastafeltje!

een wastafeltje!

Ik houd van design. Goed design is een lust voor het oog, en veraangenaamt het leven. Zou het zo simpel kunnen zijn?

Ik heb gisteren gelunched in ‘De Refter’. De dependance van ‘De Karmeliet’.  Dat wordt opengehouden door lieve mensen, denk ik. Brave mooie meisjes, in het obligate wit/zwart. In een pand dat er van buitenaf heel mooi uitziet, en binnenin deed denken aan de refter van mijn oude school. Zover kan ik grapjes verdragen. Daarna moet het stoppen.En het stopte niet.

Een lovenswaardige formule om lunch voor te stellen aan 35 euro. Alleen bleek de helft er niet te zijn, en moest je voor de andere helft 10 euro per gerecht bij betalen. Kniesoor die daar op let. Er waren ook suggesties, maar die kon je niet echt goed onthouden. Het meisje dat ze voorstelde wel. Die had gestudeerd, en geen hotelschool, verzekerde ze me!

Er was ook veel lawaai, en eigenlijk geen gezellige sfeer, en dat had echt niets met mijn gezelschap te maken. Er zaten ook veel oude mensen, en onaangenaam luid pratende mensen. ik weet niet of er een oorzakelijk verband is.

De kwaliteit van het eten, was onberispelijk. Een beetje zoals deze eerste zinnen. Niet echt veel fantasie, niet echt meeslepend, een beetje banaal zelfs.

Erg is dat niet. Spijtig wel. Nogmaals, niks op af te dingen, maar gewoon niks om op terug te blikken. De Refter was een alternatief voor Bar Saloon, waar volgens mij één van de betere chefs aan het werk is. Jammer genoeg waren ze met vakantie. De wijnen zijn daar ook avontuurlijker en beter. Ik denk dat er geen alternatief is voor Bar Saloon. alleszins niet in een straal van 5 km rond dat etablissement.

En toen ging ik naar toilet, jawel… ik weer, het blijkt echt een obsessie te zijn.
Waar ik mij normaal al druk maak over icoontjes die er geen zijn, en die het moeilijk maken over waar je nu precies naar binnen moet stappen als vent, was dat hier anders. Ik vond geeneens de deur.

Toen ik ze wel gevonden had, viel mijn oog op het wastafeltje, en spontaan zakte mijn broek af. Ook een voordeel! Probeer je handen maar eens te wassen in dat dingetje. Het is hen waarschijnlijk aangepraat door een keramisch designwonder, maar het is gewoon kut. Je kunt je handen niet wassen zonder te spatten, het is lomp, het is gewoon een miskleun. Het zal verkocht zijn als design, want het leven is lijden, zeker met design…

Wie krijgt zoiets verkocht, wie koopt het, wie installeert het, zonder ook maar één kritische noot. Geef mij dan maar een banale, witte porseleinen bak, waar je lekker water in kan laten plenzen. Ben ik nu minder verfijnd?

Weer een keer mijn excuses voor een banaal schrijfsel, dat niks bijdraagt aan de wereldvrede/economie, zomaarzo…

Direct Communication

advertentie

advertentie

Gisteravond reed ik van Brussel terug naar De Haan. Urgente nood sloeg toe, en noodgedwongen maakte ik een pitstop in Wetteren, om toe te geven aan de roep van de natuur.

Wie mij een beetje volgt weet dat ik een welhaast ongezonde fascinatie heb voor ‘the secret life in public toilets’… niks vies, maar gewoon, fascinerend in zijn goorheid, in de rauwe poezie van de schotschriften, en in de troosteloosheid van het uitzicht.

Vrouwen kunnen zich dat allicht niet echt goed voorstellen, maar graffiti in een herentoilet is bij momenten een kunstvorm. In de betere kroegen is het meestal grappig, geinspireerd en soms zelfs diep te noemen. Langs autosnelwegen, is het doordesemd (weer dat woord) van vulgariteit, haat, racisme en een troosteloos verlangen naar platte sex.

Zo ook hier.  We overlopen het even samen. Om te beginnen is de dame erg duidelijk, ze heeft een doelgroep, mannen!. Mannen die geile sex willen. Hoe dat precies ingevuld moet worden, tja, dat zal dan op het moment zelf wel afgesproken moeten worden. Ik ging er waarschijnlijk verkeerdelijk van uit dat dat iets is wat je achteraf of eventueel zelfs tijdens de daad kunt vaststellen, maar het blijkt dus wel degelijk over een sales attribuut te gaan.

En dan de uitroeptekens. Ik denk dat Guillaume VDS ooit eens gezegd heeft dat de aandachtspuntjes … de acné van de copywriter zijn. Wat te denken van drie (3) uitroeptekens!!!  Hoe dwingend kan het worden? Qua call to action hebben we hier te maken met een welhaast primaire vorm van dwang… Bel me.

Wat het voor mij afmaakt is het affectionele XXX dat tussen de puntjes staat… er zit aarzeling, belofte en zelfs een zekere zachtheid in, zeker in combinatie met het gebruik van haar naam, Ann. Geen ‘tigresse’ of ‘lekker dier’, geen Desdemona of Shirley, neen gewoon Ann, een meisje van bij ons, eenvoudig, met prille, zachte borsten allicht, misschien zelfs dure lingerie, of misschien gewoon puur zuiver wit. We weten het niet.

En toen begon ik nog wat verder te denken. Het is ondenkbaar dat Ann zoiets doet. Ann is zo niet, die heeft van haar ouders hier in Vlaanderen geleerd om de regels te respecteren. Ze sluipt niet zomaar een mannentoilet binnen om dat op te schrijven in brute letters. Is het haar pooier? Is het een aanbidder? Iemand die vindt dat haar business meer moet ontwikelen? Een soort business angel?

Of is het een ex-vriendje dat haar op deze manier wil pesten? Een beetje laf toch? Of is het een gender bender, die erop kickt dat hij gebeld zou worden door mistroostige mannetjes die denken ” och ja, waarom ok niet, misschien heb ik wel zin in geile sex”… om ze daarna te ontgoochelen.

We zullen het nooit weten, tenzij Ann bij de toevallige lezers van dit schrijfsel zit, wat mij ten zeerste zou verwonderen.

Dat zijn zo van die dingen die mij bezighouden, ’s nachts langs Vlaamse wegen, sorry voor de tijdverspilling.

Starbucks Antwerpen… finally?!

Naar aanleiding van de hopelijk spoedige opening van een Starbucks in Antwerpen Centraal (en hopelijk volgen er dan nog een paar)…. toch nog even oud blogje opgevist.
And don’t get me wrong, i like starbucks, not for the quality of it’s coffee, but for the fact of having a customised brew of a certain degree in your hands at all times 😉

On Starbucks, Barristas and customer service…

It was the highlight of my recent trip to Toronto… the constant amazement on how people treat their daily portion of coffee.

I will expand later on the virtues and merits of the brew in itself, is it coffee? is it hot? is it black, strong or plain bitter tasting water, but first on coffee drinking in general.

Wherever you go in Europe, you’ll see girls walking around with liter bottles of evian, afraid they’ll dehydrate, walking from home to the office. In Canada ( and probably the States too), literally everybody walks around with coffee mugs or cups in their hand. In winter time i see a functionality, during the summer it’s harder to grasp.

The whole process of ordering a coffee is also something remarkable. Roughly it goes like this : format(small,medium or big), type (latte,cappuccino,…) and then the customizing begins, 1, 2, 3 extra shots… whole milk, fat free milk, soy, sugar, honey, brown sugar, added flavour…

The amazing thing is that the guy behind the counter never gets angry, he just does what the client asks. To me, having a profound and deep affection for all food related things, this is incredible. Where’s the pride, where’s the perceived know how, the trusted relationship with a specialist? To most Canadians, this is called customer service. They’re right of course, but i am too…

What happens here is that coffee, a noble product in itself, requiring certain skills in the selection of the beans, the roasting, the preparation and even the tasting is degraded to a mere commodity, adapted to the whims of a customer who appears to take all this very serious, and for whom the ‘customization’ is the ultimate proof of quality. As i mentioned before, if you taste most of the coffees in Tim Horton, Starbucks, Second Cup or whatever they are all called, i find it even hard to relate to genuine coffee, its more like a black, hot, slightly sour, bitter tasting liquid, but real coffee?

Well, i like to put my trust in an experienced ‘barrista’, who gives me the coffee he judges to be the best he can possibly offer you.

If I like it, I’ll be back, if i don’t, i go to another cafeteria… It’s another way to look at it, and in my view it offers a wider range of choice, and the same guarantees as far as customer service is concerned.

Why am i writing this? At the wedding diner of my little sister in law, i was seated next to an adorable French Canadian woman, Sylvie, who complained about the lack of customer orientation of most European businesses. She was right of course, but this blog is a way of getting my point across (yes, she was very convincing!). Sometimes pampering and mindless ‘doing what the client asks’ isn’t to be considered customer service but a degradation of your believe in product and service strengths…