Gent stinkt!

Ramo

“Toen ik hier toekwam, was het eerste wat mij opviel, dat deze stad stonk!’. Het is ongeveer het eerste dat hij zegt. Lees verder

Advertenties

Impromptu Signeren, Boekenbeurs vrijdag 6/11/2015

Luster_Smeltkroes_Cover_Final_Low

Gewoon omdat het kan. En omdat ik er nog niet te veel over gezaagd heb. Exact een jaar geleden heb ik mijn eerste boekje gepleegd. Bij Lannoo Campus. Storytelling, verhalen maken merken. Al bij al was dat redelijk succesvol, in  de mate dat we nu al over halfweg zitten in de tweede druk. Het ligt nog steeds op de boekenbeurs, op de stand van Lannoo, en wat leuk is, naast mijn grote voorbeeld, Guillaume. Lees verder

#inthemoment

9789401413190_2

U weet ondertussen al dat ik hier enkel occasioneel eens een boek bespreek, en alleen maar als ik er ook positief over ben. Anders wordt het zo’n treurnis, en negatief gedoe. Daar gaan we niet aan beginnen.  En ik voeg er in één zucht nog even aan toe dat ik dat van Piet Wulleman, de verlichte merkdespoot nog moet doen, anders gaat die mens denken dat ik het zijne niet goed vind. Waarheid is dat ik een zwak heb voor de hersenspinsels van Tom Himpe, en zijn boekje is wat kleiner. Lees verder

Haasje Over

IMG_2053

Soms, heel soms, wordt er wel eens naar Carmiggelt verwezen, door mensen die mij graag lezen. Ik ben dan erg blij. Zelf doe ik nooit dat soort uitspraken.

Carmiggelt? Hoor ik jongere lezers rologend denken. Is dat die ouwe dooie Hollander die stukjes schreef op café, over triestige mensen.

Carmiggelt, ik wou er onlangs wat boekjes van kopen in De Standaard Boekhandel, en ze moesten besteld worden. De stem aan de telefoon vroeg meteen of ik de versie voor slechtzienden wou, die werden het meest gevraagd namelijk… met grote letters.

Carmiggelt, het is zonde dat het niet meer gelezen wordt. Hij schreef inderdaad stukjes. Hij penseelde ze.  Trefzeker, mooi en ontroerend grappig.

Een vriend van me, gaf me onlangs een boekje van hem cadeau. Hij is ook een fan, al doet dat woord afbreuk aan ons beider erkenning van ’s mans talent. Een dun boekje met verhaaltjes. Ik kende ze van vroeger, die geestige ‘cursiefjes’ . Zo heette dat toen.

Ik vond dat als jongmens prettige lectuur, pretentieloos.  Ik ben een veellezer, altijd geweest. En snel dus ook. Maar voor het eerst bleef ik stilstaan bij zinnen, proefde ik kadans, ritme, metrum, in een schetsje.

Wie zinnen als deze bijna achteloos neerpoot, verdient meer dan één standbeeld.

“De vrouwen zaten naast elkaar in de geladen eendracht, die door gezamenlijk beleefd scepticisme ten aanzien van de andere sekse wordt gesmeed. Het motto van ons samenzijn luidde: ‘wij amuseren ons.’

Carmiggelt lezen brengt nederigheid met zich. Japin, Baricco, Coelho, die hebben ook mooie zinnen geschreven, maar deze man heeft geeneens een hele pagina nodig om een  leven samen te vatten, een situatie te schetsen.

Het zou opnieuw verplicht moeten worden…

 

Gestreken mastellen! Leve Gentse toeren

Ik heb al bij herhaling mijn liefde voor Gent, stad van de lelijke mensen, uitgedrukt. Maar het einde is nog niet in zicht. Onlangs werd ik uitgenodigd door de immer sympathieke Els De Deken, eega van de onvolprezen Bert Van Wassenhove, om in heur neringdoenderij, De Standaard op St Baafs, te komen genieten van ‘een Gruut bier, mej een gestreken mastelle’.

U weet misschien wat dat is, maar ik totaal niet. Bij mastelle moet ik aan bleke te zware vrouwenbillen denken, ik kan daar ook niets aan doen. Eten zou ik het dus niet meteen doen. En toch… daar gaat het om. We kennen de dreupelkes van ’t dreupelkot, we kennen de cuberdons, we kenden het smakelijkste brood en gebak van bij Bloch, in de Veldstraat. Maar er is nog zoveel meer. En zoveel lekkers. Gent is een stad die mij zal blijven verbazen.

Een mastelle is een streekproduct, dat bij momenten zelfs gezegend schijnt te worden. Een kaneelpistolet met een deuk in, zo kun je het in zijn puurste vorm best omschrijven. In Gent snijden ze die kennelijk open, besmeren ze royaal met boter en bruine suiker, pletten ze tussen wat aluminiumfolie en strijken ze verder plat. Alleen de geur geeft al goesting, en als je er in bijt, is’t helemaal yummie. Fuck de calorieën!

Op zo’n momenten ben ik blij dat er dingen bestaan zoals Vizit, de straatlopers van Gent, die al hun ervaringen, die soms ver afstaan van mijn dagelijks leven, maar tegelijk erg dicht te vinden zijn, gebundeld hebben. In een boekje voorwaar. Een handig boekje, dat past in een achterzak, en waarmee je uren door de stad kunt lopen… verdwalen, omdat dat nu éénmaal het lekkerste is.

Nog lekkerder dan gestreken mastellen! Wat ik er het mooist aan vond, is dat ik iedere keer opnieuw dacht… ‘ja, ja, uiteraard, dat ken ik!’ maar dat er toch telkens weer dingetjes waren die ik niet kende. En ik heb al meer dan 20 jaar een band met deze stad.

Gewoon plezant dus! En een dikke dankuwel aan de professionele straatlopers, zoals ze zichzelf noemen. Meer van dattum

Hartstochtjes, boeken en vrienden (Amable Column)

Toen het nieuwe boek van Kees Van Kooten uitkwam, De Hartstochtjes, moest ik het uiteraard meteen hebben. Mijn hele leven lang is gekleurd door de stukjes van de man. Het is begonnen aan de universiteit, met de grote bescheurkalenders en de kleine stukjes, en iedere keer weer kijk ik halsreikend uit naar een nieuw boek. Met Ben Elton heb ik dat ook. Ik zou wekelijks checken in de boekenhandel. Ook deze keer was het meteen raak.

Het eerste stukje ging – hoe kan het ook anders – over een gedeelde bezorgdheid, onze boeken. Het ging over veel meer, maar dit komt nu even van pas. En één van de dingen die hij vertelde was zijn methode om komaf te maken met een teveel aan boeken. Niet omdat je ze niet meer wil, maar gewoon om een stukje ‘clutter’ weg te werken. Van Kooten doet dat door in het wilde weg, waar hij ook komt een boek in de brievenbus te stoppen bij wildvreemde mensen. Geef toe, wie zou er niet blij zijn, of minstens geïntrigeerd.

De copycat in mij begon na te denken. En wou ook zoiets doen. Stukken moeilijker dan het er uitziet, afstand doen van je boeken. Vooral ook omdat ik het niet kon verdragen om mijn boeken bij wildvreemden binnen te gooien. Stel je maar eens voor dat ze er niet goed voor zorgen, of erger nog, dat ze ze wegsmeten. Het moesten minstens bekenden zijn, mensen met een hart voor boeken.

Eerst smeet ik het onnadenkend op Twitter: wie ze hebben wil die mag ze komen halen. Dat was buiten de waard gerekend van de moderne mens… Wanneer? welke boeken? hoeveel? Zijn ze in goede staat? Waar moet ik ze komen halen? De administratie die de nieuwe media mij dreigden te bezorgen deed mij al gauw besluiten dat het niet de juiste modus operandi was.

Nu maak ik boekpakketjes voor vrienden. Iedere keer ik weet dat ik iemand ga ontmoeten van wie ik weet dat zijn/haar hart wel wat mooie zinnen kan verdragen, maak ik een Delhaizetasje klaar.

Ook dat is niet makkelijk. Enerzijds moet je nadenken over wat die andere dan wel zou kunnen smaken uit jouw aanbod, wat op zich nog wel een prettige gedachte is. Je kunt dat opvoedend of entertainend bekijken, je kunt ook gewoon vanuit het verlengde van de gekende interesses nadenken. Meer van hetzelfde dus.

Wat je ook kiest als invalshoek,vroeg of laat komt het moment waarop je met een boek in de hand staat te filosoferen.

Ja, jij, oude rakker… wat heb je voor mij betekent? Heb je uberhaupt iets betekent? En dan wordt het ineens erg moeilijk. Je legt het boek terug bij de vriendjes. Neen, je mag nog niet weg. Het was te leuk, toen ik je las daar op die luchthaven, of op dat zonnebedje aan het strand.

Neen, nu nog niet, die kaft is gewoon te mooi. En ik kan het die schrijver toch niet aandoen, ik heb alles, alle broertjes van dat ene boek, zou ik die nu echt scheiden?

Soms geef je met plezier, omdat het meteen klopt, hoe mooi het boek ook, omdat je weet dat je’t wel opnieuw koopt, en op andere momenten zijn de herinneringen te sterk, en kun je’t niet over je hart verkrijgen.

Soms ga je ook gewoon lui in de zetel zitten en begin je er opnieuw in te lezen. Niet alles, gewoon hier en daar een flard, om er terug wat in te komen, of omdat je bepaalde namen niet meer herinnert. Fijne middagen zijn dat.

Boeken kado doenNa veel krabben, terugleggen en overwegen heb je dan eindelijk een tasje klaar. Een pakket waar je trots op bent… En dan komt het volgende stukje genot. Dat van het geven. En de verrukking op het gezicht van de andere. En dan weet je dat je iets goed gedaan hebt.

Het is ook een geruststellende gedachte, op de één of andere rare manier, dat je je boeken bij vrienden weet. Dat ze daar een tweede leven krijgen, een beetje als een vader die zijn kinderen loslaat, ook al zijn het niet echt de jouwe, je hebt er toch een stukje weg mee afgelegd.

En dan zie je ze ineens tussen de boeken van die andere staan, en dat geeft een leuk gevoel. Soms zie je die zak echter ook gewoon ergens in een bijkeuken staan, nog niet uitgepakt, en dat doet dan weer pijn. Dan heb je ook gewoon zin om de hele handel weer mee te nemen, maar dat zijn gelukkig de uitzonderingen.

Het zal nooit simpel zijn tussen mij en de boeken…

Een afschuwelijk boek, dat kussenboek van A.Japin

Er zijn zo van die boeken. Boeken die pijn doen, omdat ze zo mooi zijn, omdat ze je doen beseffen dat je eigen schrijfsels nog niet aan de enkels raken van wat je net aan’t lezen bent. Dat doet pijn. Het besef dat je er beter mee kunt stoppen want dat het betere werk al geleverd werd.

Het kussenboek van Arthur Japin is er zo eentje. Ik heb het gisteren in één ruk uitgelezen, wat uiteraard niet de bedoeling is, en ik werd alsmaar jaloerser. Zoveel mooie zinnen in één boek. Ik dacht dat ik bij Tonio mijn portie mooi Nederlands al opgebruikt had, maar dit is ook erg sterk.

En misselijkmakend, omdat je weet dat je dat nooit zelf zou kunnen schrijven, ook al is de herkenning groot. het deed mij wat denken aan sterk ingekookte fond, wat je niet zomaar kan proeven. Want natuurlijk weet ik dat de man prachtige boeken geschreven heeft, en dat je bij iedereen met een bepaald oeuvre wel wat pareltjes kunt terugvinden. Maar zoveel…

Het enige woord van vertroosting dat ik er kon uithalen, zat in de inleiding, waar hij zelf vertelt dat hij die dingen nooit zo mooi kon zeggen als zijn personages. Wat een leuk idee.

Een boek om te koesteren… en een les in nederigheid. En onwaarschijnlijk mooi.

Dmix juni : Steven Van Belleghem

Steven Van Belleghem,  Conversation Manager.

Je kon de voorbije maanden geen nieuwsbrief openen, geen twitterclient opstarten, of geen vaktijdschrift meer raadplegen: Insites en Steven Van Belleghem waren omnipresent.

Terecht of ten onrechte, dat doet niet ter zake. ik denk dat er in deze context een aantal interessante opmerkingen kunnen gemaakt worden. Ik wil het boek niet bespreken, dat is uitvoerig gebeurd, en wie dat nu nog niet gelezen heeft, verdient het eigenlijk niet om beloond te worden met een korte samenvatting, die het werk zelf oneer aan doet.

Wat is er wel interessant?
De marketingmachine van InSites Consulting werkt feilloos. De lancering van het boek in Art Cube Gent was zonder meer één van de betere marketing events van dit jaar, het was een feest om de neuzen te tellen en te kijken wie er op het appel ontbrak (vrijwel niemand).
De opvolging na het event was ook foutloos. Een snelle opeenvolging van lezingen, versterkt door de interactieve kanalen, tezamen ook met het gigantisch engagement van Steven en zijn mensen, zorgde ervoor dat de buzzfactor nagenoeg continu steeg. 
Vrij snel volgde dan ook nog eens de Nederlandse lancering, en op dit moment werkt men aan de Engelse versie, met aangepaste voorbeelden (ook dat tekent de grondigheid van het bureau, ze nemen geen genoegen met lokale merken voor de Engelse versie, dus is het zoeken naar nieuwe cases en voorbeelden).

De merite van Steven Van Belleghem ligt op twee niveaus, indien niet meer. Lovenswaardig is dat hij de hele dimensie rond conversation als nieuw paradigma heeft weten te vatten en illustreren in een soort van ‘uitvoerbaar’ systeemdenken binnen een bedrijf en voor een merk. Maar daarnaast – en dat is m.i. velen ontgaan – heeft hij ook nog eens de moeite gedaan om de gekende marketing concepten en visies te actualiseren vanuit dat denken.  Als je dan ook nog eens kunt terugvallen op ijzersterke research, dan heb je een mooie krachttoer gerealiseerd.

Het enige wat nu nog moet gebeuren is dat al diegenen die enthousiast met Steven Twitteren ook nog eens de moeite doen om het boek volledig te lezen. Behalve dat stukje over Club Brugge dan, wat overigens enkel aangeeft dat de man toch mens onder de mensen blijft; dat soort vergissingen wordt hem grootmoedig gegund.