Sociaal Kapitaal

DMBE_shine_wit

Ik Skype niet graag. Ook al weet ik dat je het beeld kunt uitzetten, het is iets erg vreemd, praten tegen je computer. Call me old-fashioned!  Maar gisteren was het toch erg leuk. Naar aanleiding van een eerder stukje, over bestellen in de horeca met behulp van je smartphone, was ik in gesprek geraakt op Skype met een van de bezielers van het project. Het zou geen Nederlander zijn , hoor ik u smalend denken. Misschien wel, misschien niet. Lees verder

Gelukkig

vdab_logo

Als je er over nadenkt is het logisch, maar toch ook weer niet helemaal. Ik kom bijna dagelijks mensen tegen die ongelukkig zijn in hun job. Dat zeggen ze nooit meteen. Mensen hebben daar zo hun eigen code voor ontwikkeld. Want mensen zijn sterk en slim, en willen niet van het zeurderige type zijn. Bovendien hebben alle succescoaches en andere consultants de goegemeente ingelepeld dat je succes moet uitstralen, want dan komt het ook jouw richting uit. Fake it, till you make it. Dat soort onzin. Lees verder

Positieve Actie, Nu! (voor de man)

nominatieformulier_logo

Ja, willen we het daar eens over hebben? Ik vind dat mannen gediscrimineerd worden. En wel hier! De Knack Weekend blog awards. Heerlijk initiatief, niet omdat er een competitie zou kunnen bestaan tussen verschillende blogs, want dichter bij appelen en peren vergelijken kun je niet echt komen. Het is de tweede keer dat ik genomineerd ben, en ik vind het eigenlijk vooral prettig om nieuwe blogs te ontdekken. Daar ligt ook de meerwaarde van het initiatief, samen met het feit dat ze het fenomeen blogs nog wat meer onder de belangstelling brengen. Lees verder

Mannen worden niet oud, ze rijpen..

Een experiment. Heidi Schoefs en ik bloggen een keertje samen, elk op onze eigen manier, elk op onze eigen blog, maar wel over hetzelfde onderwerp, en tegelijkertijd. Heidi is een toffe madam, met een mooie stem en een fijne pen. Haar pennenvrucht en haar werk ontdek je hier

fruit_still_life___old_painting_by_icee_bleu-d5dgofu

Ik werd vijftig, en treurig. Ik heb het sowieso altijd al moeilijk gehad met verjaardagen, al van kindsbeen af, maar 50, daar kun je je niet voor wegsteken. Je bent definitief aan de andere kant van de oever. Lees verder

Twitter Trust

logo_vierkant_med_res

Stel u het volgende voor: u zit rustig een glas te drinken in uw lievelingscafé. Ineens zwaait de deur open en komt er iemand binnen die luidop tegen de waard uitroept dat hij zijn bier wat goedkoper mag krijgen omdat hij eigenlijk aan de hele stad zegt hoe goed het hier wel is. Hoe waarschijnlijk acht u de kans dat de man daadwerkelijk zijn bier voor niets krijgt? Lees verder

Saai zonder smart phone

logo_vierkant_med_res

U kent dat. Iets te haastig vertrekken van thuis, gehaast naar je afspraak rijden en onderweg beseffen dat je telefoon nog in de lader zit. Als ik op zo’n moment op minder dan 15 kilometer van huis ben, zal ik altijd terugrijden. Deze keer kon ik niet. Ik was net dat ietsje te laat vertrokken, en ik heb een erg grote hekel aan te laat komen. Lees verder

Geloven is lijden, of zo

(Voor de zagen (die ik niet onder mijn klassieke lezers reken) : ’t is om te lachen hè, ik viseer niemand, het zal mij worst wezen of u gelooft in de grote Pastafarian, Boeddha, Jezusje, Jahweh, Mohammed of wie dan ook)

Wereldgeloof

Ook een opperwezen

De stichters van de grote ‘geloven’. Ik stel mij dat voor als een uit de hand gelopen drinkgelag tussen echte venten. Op een bepaald moment komen ze op het concept ‘wereldgeloof stichten’. Op zich al een tof gespreksonderwerp, zeker als het nog niet bestaat. En dan stel ik me dat zo voor: wat grote mannen, storytellers van hun tijd, al lichtjes met een snee in hunne neus… Lees verder

Terrasjes

logo_vierkant_med_res

Ik schrijf dit stukje  ergens op een terras op één van de Wadden-eilanden. En ik ben helemaal blij. Uiteraard omdat ik hier zit, maar nog veel meer omdat ik – niet gehinderd door technische bezwaren van welke aard ook – kan doen wat ik moet doen. Stukjes schrijven, het internet raadplegen, contact houden met vrienden en collega’s.  Ik kan zelfs wijn bestellen zonder op te kijken. Hoe tof is dat niet. Lees verder

Netiquette

logo_vierkant_med_res

NIEMAND SCHRIJFT NOG ALLES MET HOOFDLETTERS, TOCH? Op het internet lijkt het dan alsof je roept. Ik vind het fascinerend om te zien hoe bepaalde ‘netiquette’ zich redelijk snel verspreidt en veralgemeend wordt binnen een bepaald medium of een bepaalde groep.

Bovengeschetst is er dus eentje, die al bestaat van toen er nog massaal met email werd gewerkt. Bedenk ook de irritatie die je toen voelde opkomen bij mensen die het hele bedrijf in kopie zetten bij iedere scheef gedraaide bedenking die ze zich maakten. Heel snel begreep men dat het de productiviteit niet echt ten goede kwam, en riepen bedrijven regels in het leven, als het zich al niet spontaan organiseerde, omdat iedereen er last van had. Email hadden we onder de knie, en het heeft maar een vijftal jaar geduurd. Lees verder

Miss America

Pin ball machine miss america

Wij van de ambulante handel spreken dikwijls af op café. Om te werken, om files te vermijden, afstand te delen. Efficiënt zijn en toch nog goede koffie drinken, het is cruciaal. Onlangs waren we zo ergens beland in een etablissement waar ‘ne Miss America’ stond.

De oudere lezers kennen dat. Een soort gokmachine waarbij je vijf ballen in een zo voordelig mogelijke configuratie moet zien in gaatjes te krijgen. Lees verder

Zieke mannen

travel-illness-avoid-sick-holiday

Afgelopen weekend was ik ziek. Niet zo’n beetje grieperig, neen, echt ziek. Ziek, zoals alleen mannen ziek kunnen zijn. Met veel zelfmedelijden, met kreunen, afzien en dat verschrikkelijk gevoel helemaal alleen op de wereld te zijn. Niemand die je pijn kan inschatten, niemand die beseft hoe groots je bent. Dat je, ondanks  die afschuwelijke pijnstoten, toch nog in staat bent om min of meer normale conversaties te voeren, terwijl de destructieve storm door je tempel raast.

Ok, het was maar een darmonsteking of iets van die strekking, waarbij de hoofdproblematiek zich situeert rond de vraag met welke lichaamsopening je boven de pot gaat hangen, maar toch.

De mensen staan er niet bij stil hoezeer dit soort signalen ingrijpen op de alreeds fragiele geestesgesteldheid van de ouder wordende man. Ik was altijd een fervent aanhanger van het adagium ‘de geest beslist en het lijf zal wel volgen’. Onverzadigbaar is het woord, gulzig ook, onverantwoordelijk zelfs, met graagte. Nachten doortrekken, metabolisme uitdagen tot het extreme, en alles tegen een hoog ritme. De dag dat ik dat allemaal niet meer kan, tja, dan hoeft het ook niet meer. En ik heb nu het gevoel dat dat aan’t gebeuren is.

Los van het feit dat ik met groeiende afkeer naar mijn in verval verkerende ruïne kijk – wat eens mijn trots lijf was – voel ik ook objectief veranderingen. Gewrichten die kraken, spieren die verslappen en niet meer meewillen zonder protest, en nu dit. Want vergis u niet, deze jongen heeft een genezingsproces dat van vader op zoon werd doorgegeven in onze familie. Een erg simpel gegeven. Slapen, stinken en stilletjes sterven. Geen verzorging, niemand aan je bed met sapjes of hapjes. Gewoon alleen en met rust gelaten worden. Na 24u is alles voorbij. Altijd.

En nu dus niet meer. Ik ben zaterdag halsoverkop vertrokken van bij het K-wezen. (Neen het had niets met haar kookkunsten te maken, gij onverlaat), en ik ben van dan tot nu gewoon blijven sukkelen, heerlijk wentelend in zelfmedelijden. Pendelend tussen pot en bed. Niet fris allemaal.

En passant wat Tv kijkend, en gezien hoe in Scheire en de Schepping een bevalling werd gesimuleerd bij mannen. Toegegeven, onze pijngrens ligt waarschijnlijk niet erg hoog. Allicht niet zo hoog als ons zelfbeeld.

Zieke zeurpieten, ze zijn zo zielig…

SoLoMo

logo_vierkant_med_res

 

Het is niet de bedoeling om hier een marketing column van te maken. Maar heel af en toe mogen we ons wat vrolijk maken over ‘buzzwords’, over nieuwe kortlopende hypes, en kortweg, over het achterwege laten van gezond verstand bij de quasi blinde rat-race om bij te blijven in het digitaal geweld.

Als u nog nooit van ‘SOLOMO’ gehoord hebt, is dat niet erg, maar hou het in het oog! Het is de samentrekking van Social, Local, Mobile. Het is ook het magisch begrip waarmee de kleine en middelgrote bedrijven zullen kunnen delen in het gouden manna van de Sociale Media en de Internet economie. Immers, door al je activiteiten toe te spitsen op je lokale omgeving, er daarbij van uitgaand dat je de sociale media kan gebruiken en dat je dat ook best meteen mobile doet, ligt het goud bij wijze van spreken al voor het grijpen. Handig hè.

Op zich is de stelling niet verkeerd. Op zich is de formulering van dat soort stellingen ook niet nieuw. U hebt allicht wel al gehoord over Think Global, Act local, als klaroenstoot voor grote merken om het te maken in lokale markten. Dat was de voorloper, en als u er wat management boeken op naslaat gaat u er vast nog andere vinden.

Met SOLOMO gaan we dus iets fijner te werk.  En helaas leidt het tot bijwijlen hilarische toestanden, waarbij je je kunt afvragen of het nog ooit wel goedkomt met onze jachtende meute goudzoekers.

Dat het concept kan werken, daar hoef je geen Einstein voor te zijn. Wie er in slaagt om lokale activiteit te verzoenen met een succesvol business model, geënt op sociale media, heeft al een stapje voor. Als je daarenboven ook nog eens inspeelt op het gegeven dat mobile/’always-on’  enorm snel penetreert in de maatschappij, weet zich verzekerd van een plaatsje onder de zon. Helaas, helaas, het blijft soms wat hangen in de implementatie.

Grosso modo zie je drie grote groepen. Enerzijds de enkelingen, entrepreneurs die er in geslaagd zijn om effectief met dat model te werken. Ik denk persoonlijk dat de restaurant app voor mobile phones ‘Aan tafel’, kan uitgroeien in die richting. Dat zijn ook geen initiatieven om je vrolijk over te maken, wel om blij om te zijn. Omdat ze inspelen op een consumentenbehoefte en een oplossing aanreiken, die je erg éénvoudig aanneemt. (niet dat er geen werk meer aan de winkel zou zijn!)

Vermakelijker wordt het in het geval waarbij men krampachtig probeert om één van de andere dimensies te integreren in de marktactiviteiten om toch maar te kunnen poneren dat men erbij hoort, en dat het dus wel zal lukken. Een voorbeeldje? Winkels die QR codes (u kent dat vast) op hun etalage kleven, die de consument dan moet scannen, om terecht te komen op… de website van de winkel.  Jaaaa! Een sterk staaltje van vakmanschap. Want gewoon de url van de website, nou ja, dat heeft wel iets oubollig, mijnheer, wij zijn mee, wij weten hoe je een QR code kunt aanmaken! Kid you not, ik heb het al gezien bij kapperszaken in het Antwerpse en ook op de achterkant van vrachtwagens. Bijzonder handig, om te proberen dat in je scanner van je smartphone te vatten. Dat is dus de verkeerde invulling van SoMo, bovenop de ‘local’.

Het omgekeerde bestaat ook. Een hele industrie die geilt op de nieuwe media en navenante technieken om toch maar te verbergen dat ze fundamenteel nog even ouwbollig bezig zijn als tien jaar geleden. Voorbeeldje graag? Rekrutering,  want dat moet nu ineens ook allemaal mobiel  en social zijn.

Zonder al te technisch willen zijn. Uiteraard is het goed dat jobsites  en rekruteringssites responsive design in zich dragen (een jeukwoord om simpelweg aan te geven dat je ze op elk mogelijk toestel moet kunnen lezen).

Maar om nu te zeggen dat mobile recruitment dé trend van het jaar wordt. Ik dacht het niet. Het veranderen van baan, om welke reden dan ook, is niet iets dat je zomaar eventjes snel doet, in de file, of al wandelend naar de broodjeszaak. Dat maak je mij nooit wijs. Daarvoor is de betrokkenheid, het belang gewoon te groot.

Rekruteerders  die denken dat ze met een ‘solomo’ benadering het gouden ei binnengehaald hebben moeten iets verder kijken, wat minder meelopen met de trends en wat fundamenteler nadenken over hun business. Solomo verdient hier een andere invulling, die veel meer te maken heeft met ‘het nieuwe werken’, met mobiliteitsproblemen en met het inschakelen van andere werkmethodes via sociale media in het proces. Als dusdanig denk ik dat het de HR departmenten moeten zijn die SOLOMO in grote letters boven hun bureau moeten hangen, om dat wars van alle technische snufjes als filosofie mee te dragen in hun benadering van een moderne arbeidsmarkt.

Dochter

ikke bij zonsondergangHeb ik het al eens over mijn kinderen gehad? Heerlijk zijn ze. Allevier.

Over bezorgdheid heb ik het allicht ook al gehad. Bij mijn zoon is die quasi onbestaand. Een kerel, steeds meer uit één stuk. Waar hij zich vroeger al aardig uit de brand redde, doet hij dat tegenwoordig met nog meer verve. Plezier om (helaas) van ver te zien opgroeien. Met alle conflicten, groeischeuten en wat er bij hoort. En ja, het klettert soms tussen hem en mij, omdat dat zo hoort. Soms met achteraf verontschuldigingen van mij, soms komen ze even spontaan van hem.

Maar dan mijn dochters. Daar is dat anders. Ten onrechte blijkt nu, en u kunt niet geloven hoe blij ik daar om ben. De oudste, die van zich afbijt, zich een weg baant en volledig vertrouwend op eigen verstand doet wat ze denkt te moeten doen, en daar wonderwel in slaagt. Haar “oogappelplaats” werd – eens ze vertrok naar verre landen met een schoon lief –  moeiteloos ingenomen door nummer drie, mijn zorgenkind.

Stil, teruggetrokken en mooi. Niet geschikt voor een hard en extravert leven, zo leek het.  Niet bestand tegen harde waarheden. Nochtans een mooi parcours gereden op de humaniora, maar onderhuids kolkte het, wrong het, draaide het tegen. Onzekerheid. Tot plots, na de winter, ook daar het zelfvertrouwen doorbrak. Een heerlijk rucksichtlos wezen is het nu, voluit scheppend van wat er te krijgen en te pakken valt, lachen, scherpe inzichten en zonder reserve smijten in het studentenleven. Van Gent wel te verstaan, dat vindt ze (voorlopig) nog plezanter en gezelliger dan Antwerpen, waar ze studeert. Een feest voor het oog..

Bleef over, oogappeltje vier. Mijn jongste, laatste, lastigste, emotioneel grootste en herkenbare zusterziel. Lastpak. Het hart op de tong, drijvend en kolkend op emotie en boosheid en onvrede. De complete antipool van haar tweelingzus. Waar Marie zwijgt flapt Lise het er uit. Waar de één model-leerling speelt is de andere voluit zichzelf. En toch zorgzaam en sociaal attent. Ze betaalt ook een prijs voor haar impulsiviteit. En net zoals nummer één, weet ze dat ze dat ze daar moet  voor opdraaien en doet ze het.  De verdienste van hun moeder, denk ik dan, die er was als ik er niet was. Die deed wat hoorde en hen een nest en geborgenheid gaf. Een heel klein beetje ook mijn verdienste, vanuit gesprek, verstandhouding en gevoel. Maak ik me wijs.

En dan ineens, op een avond, komt er een mailtje binnengewaaid…

Screen Shot 2013-03-27 at 22.54.14

Ik denk dat je papa of mama moet zijn om het te kunnen appreciëren. Ik moet de mevrouw ook nog persoonlijk bedanken, dat doe ik dan maar zo. En ja, noem mij een oude nicht, maar ik was helemaal ontroerd.  Ik vind het heerlijk dat mensen zich de moeite getroosten om zoiets nog op te schrijven en door te sturen.

Met mijn meiden komt het helemaal goed, de wereld ziet dat! En ik ben daar blij om.

Vreemd gaan

virtueel-vreemdgaan-350x262

Ik beleef er ontzettend veel plezier aan. Het is een soort ontdekkingstocht door de kop van die andere. Het begint met een vraag, en daar probeer je dan zo goed mogelijk op in te spelen. Spannend ook… Omdat je niet weet hoe de andere gaat reageren. En iedere keer weer is er die opluchting als je ziet hoe ‘je partner in crime’ straalt, of gewoon blij is na afloop. Nooit is het zeker, maar na verloop voelt het zo vertrouwd aan alsof je het gewoon thuis, voor jezelf doet.

Ik heb het over schrijven! Sinds een klein jaar heb ik me op het pad begeven van het schrijven voor anderen. ik noem dat vreemd gaan. Omdat je toch iets vreemd doet. Je eigen kop laat je niet achter. en je moet je in de kop van die andere, dat bedrijf verplaatsen. Bij sommige klanten gaat dat makkelijk, en erg natuurlijk. bij anderen neemt dat meer tijd.

Recent heb ik zo een opdracht aanvaard voor een goede vriend. Ik wist op voorhand dat dat een moeilijke zou worden. ik ken hem als minutieus, professioneel, perfectionistisch en van het type ‘super-proactieve-meedenker’. Mocht het geen vriend zijn, ik zou dat omschrijven als bemoeizieke regelnicht. Maar het is een vriend. En daarom schrijf ik dit stukje ook, omdat ik vaststel dat het maar is door weerstanden te overwinnen, door te begrijpen hoe die andere in elkaar zit, dat je er in slaagt de teksten die je voor hem moet maken, ook daadwerkelijk op dat niveau te krijgen. En liefst ook zonder jezelf te verloochenen. Anders is er geen lol aan.

En dan helpt het zelfs als je met zo iemand te maken hebt, die durft zwijgen, die durft spreken, die zegt waar het op staat. En samen werk je aan een ‘tone of voice’, aan een manier van werken die toelaat dat je op de duur perfect weet hoe die andere zijn stukjes, blogposts of columns wil krijgen. Verrijkend en fascinerend.

Dus als u het ook even wil proberen, u weet me te vinden.

Het Echte Gesprek

logo_vierkant_med_resDan schrijft een mens al eens een column, waarbij eigen gedrag aan de kaak gesteld wordt, dan wordt hij overdonderd door reacties. Op zich niet erg, integendeel zelfs, maar mochten die reacties nu nog ergens over gaan, over de kern van het verhaal bijvoorbeeld. Maar dat was dus niet het geval. Het was een geschimp, een onbehouwen inhakken en bovenal, bovenal een grotesk verval in clichés. Daar krijg ik dus jeuk van.

Heel af en toe komt er iemand opzetten die het durft te hebben over het echte gesprek. En passant wordt dan uiteraard gewag gemaakt van het virtuele gewauwel, dat liefst van al in de hoek van de vlotte marketingboys en -meisjes geduwd wordt. Een man die ik mijn vriend mag noemen, die met eigen handen een reclamebureau uit de grond heeft gestampt en als bedrijfsleider probeert om dat zo goed mogelijk te doen, stopt op zulke momenten de discussie omdat hij weigert in de clichémolen mee te draaien.

Geef het misschien ook eens toe: het is gewoon te gemakkelijk en het getuigt van een schrale intellectuele leegte. Het onvermogen om in te zien dat de kwaliteit van een discussie of een boodschap niet afhangt van het medium of het platform, en dan maar meteen alles neersabelen.

Het is waarschijnlijk – het feit dat ze zich niet willen laten kennen en met pseudoniemen intekenen zegt al iets – een bepaalde soort mensen. Mensen die jaren geleden dachten dat het internet zou overwaaien. Niet dat ze het nog zullen toegeven. Ondertussen maken ze zich vrolijk over Twitter en Facebook, want daar staan ze boven. “Het is tijdsverlies.”

Gemakshalve vergeten ze allicht dat ze ondertussen datzelfde door hen verketterde internet gebruiken voor communicatie binnen hun non-profit organisaties. Dat ze met graagte profiteren van de goedkope vluchten en de interessante aanbiedingen. Dat ze meer dan ooit in staat zijn om iets over hun eindbestemmingen te weten te komen.

Daarbij verliezen ze uit het oog dat een hoop enthousiastelingen, dromers en fanaten bezig geweest zijn met virtueel gewauwel. Om er iets van te maken, om een project, een idee gestalte te geven. En dat ze daarbij meer dan een keer op hun bek gegaan zijn, om smakelijk uitgelachen te worden door de cynische kantkijkers, die op dat moment triomfantelijk weggingen, blij en overtuigd van het groot gelijk. De idealisten, de dromers, ze klopten zich het stof van de kleren en herbegonnen.

De cynici, dat zijn ook de mensen die het nu waarschijnlijk een goede zaak vinden dat er eindelijk vooruitgang geboekt wordt in mobile payments via gsm. Moet ik even uitrekenen hoe lang men daar al mee bezig is? Of hoe mobile apps en mobile marketing daar hun rol in hebben gespeeld? Hoe het internet en de betere kennis rond data en networking daar baanbrekend zijn geweest? Daar zaten inderdaad flops tussen. En allicht ook wat gewauwel. Maar het gebeurt ondertussen wel. Men noemde het tijdverspilling en de verkeerde prioriteiten.

Het is fijn om bij het selecte kransje te horen dat graag naar lezingen over ‘networked economy’ gaat, over ‘het nieuwe werken’ en dat academische concepten met bedachtzame blik doorgrondt. Niks mis mee, integendeel, hoe meer er nagedacht wordt hoe beter het gesteld is met deze wereld. Maar weet wel dat het ondertussen aan het gebeuren is, zonder participatie van onze vrienden die aan de zijlijn staan te roepen dat het allemaal niet deugt en dat we terug moeten naar het echte gesprek.

Wat is dat, het echte gesprek? En waarom zou dat – in het wereldje dat duidelijk niet het hunne is – meteen gewauwel zijn.  Is er een monopolie op het echte gesprek, dat omkaderd moet worden met fijne wijnen en bepaalde high brow kaders of thema’s?

Misschien moet men er eens bij stilstaan hoe dat werkt op Twitter. Een opmerking, doordacht of niet, wordt gepareerd. Of geannoteerd. En dan gaat de bal aan’t rollen. Niet zelden worden na twee of drie woordenwisselingen de andere kanalen ingeschakeld en komt men tot een afspraak waarbij over een bepaald onderwerp, hoe klein of betrekkelijk ook, een boompje opgezet wordt. Op café of bij een koffie. Of eender hoe. Voor mijn part bij een ‘twunch’. Nog zo’n concept dat men belachelijk mag noemen, maar niets meer is dan de integratie van virtuele kanalen met fysieke gebeurtenissen. Denk misschien eens na wie in die context de faciliterende rol toebedeeld krijgt.

Wat belangrijk is, is dat het gebeurt. Niet zelden extreem korte ontmoetingen tussen wildvreemden die heel heftig hun standpunten delen en verdedigen en daarna besluiten dat er nog zoveel andere raakvlakken zijn. Mogelijkheden om over te praten en te discussiëren. Waarna de korte meetings uitlopen en vriendschappen of kennissen ontstaan. Ik zie daar het gewauwel niet van.

Als ik het over een echt gesprek heb, dan heb ik het over interactie over een onderwerp en over conclusies en denkrichtingen. Of dat nu via een digitaal medium gebeurt of op café of in een besloten spelonk, dat maakt niet uit. Ik denk dat de meeste twitteraars vandaag heus wel doorhebben wanneer iets gehypet wordt of wanneer iets echt toegevoegde waarde heeft. Tegelijkertijd zijn ze ook perfect in staat tot het achterwege laten van misplaatst cynisme en genieten ze van de mogelijkheden van het medium.

Altijd bereid tot het houden van een echt gesprek hierover, en ja, ik lees ook nog steeds gewone boeken, liever dan op Kindle of iPad.

Zwijgen

logo_vierkant_med_res

Ik sta elke dag op om 6 uur. Gewoon omdat ik dan al wakker ben en het weinig zin heeft om dan nog uur te liggen draaien. Door de jaren heen heb ik een reflex ontwikkeld om niemand te storen bij dat ontwaken, maar tegelijkertijd ben ik bijzonder nieuwsgierig naar wat ik eventueel gemist heb tijdens de voorbije zes uur slaap. Eerst check ik mijn mail. Dan Facebook, Linkedin en Google+. Daarna ontwaakt Twitter zacht. Daar beleef ik het meeste plezier aan. Dat en Flipboard. Om bij te blijven.

Ik kan me voorstellen dat mensen met kinderen, en de bijhorende stress van het ochtendlijk georganiseer nu heel bedenkelijk kijken. Het spijt me. Ik heb doorgemaakt wat jullie op dit moment doormaken, en ja, dat is een andere hectiek. Maar ik ben er van af. Sorry.

Het gaat me echter niet zozeer om die luxe, of de aberratie dat een mens al om zes uur ’s ochtends in de arena van het ochtendlijk social media geweld wil treden. Ik wil het veeleer hebben over iets wat me beangstigt. De ontgoocheling die ik bij mezelf noteer als er te weinig mentions en/of volgers bijgekomen zijn op Twitter. De desillusie dat er niemand gereageerd heeft op een leuk of diepzinnig bedoelde Facebookstatus, en desgevallend ook het geringe aantal echte mails, echte interacties in mijn mailbox.

Als dit herkenbaar is, dan zitten we uiteraard met een probleem, u en ik. Voor de anderen is er niks aan de hand, huivert u gewoon mee met de bedenkingen.

Afkicken van het gebrek aan reacties, het zal allicht ook wel duiden op een overdreven behoefte aan bevestiging, aan een reflex om leuk of interessant gevonden te worden. Ik pleit schuldig. Ik vind het leuk om in interactie te treden met mensen, snel en spits te reageren, te engageren in woordspelletjes.

Veel erger wordt het als we doelbewust op zoek gaan naar content, naar grappige quotes, naar bemerkingen, om toch maar die conversatie stroom op gang te houden. Ook daar pleit ik schuldig. Het overkomt mij. Zoals een andere thuiswerker ooit zei: ‘mijn Twitterstream, dat zijn mijn virtuele ‘watercooler’ collega’s, het leidt wat af, het is een babbeltje, het vermijdt het sociale isolement, wat je als zelfstandige, thuiswerkende toch wel riskeert”. Maar waar ligt de grens?

Ik ben niet alleen met die vrees. Toen ik deze column opzette, wist ik eigenlijk even niet waar te beginnen. Ik heb het gewoon aan mijn Twittervriendjes gevraagd: “Iemand een idee waar ik het over kan hebben?”. Wat het meeste terugkwam – en ik simplifieer –  was dat, als er niets te zeggen is, dat mensen dan moeten leren zwijgen op sociale media. Net zoals we op Facebook ook onze tijd niet meer verdoen (of toch veel minder) met onzinnige statusupdates, is dat het volgende ‘rijpingsproces’ van de sociale media.

Het is niet erg dat er eventjes niet over of tegen je gekletst wordt. Get used to it!.

Twijfel

etoile_logo-zw copy

Schoon mensen. In je leven kom je soms mooie mensen tegen. Het overkomt mij ook. De man stond midden de receptie, erg rustig, met een glas wijn in de hand. Hij scheen niet echt behoefte te hebben aan babbel. Hij had er ook niet  echt problemen mee dat er niemand tegen hem sprak. Hij trok het niet aan, en hij stootte het ook niet af.

Voor mij is dat iets onwezenlijk. Een receptie, dat houdt het midden tussen een speeltuin en een arena. Een misselijkmakende, dolle dynamiek, waarbij al je zintuigen gespannen zijn, op onvoorstelbaar veel niveau’s. Vermaken, intellectueel scherp staan, beleefd zijn, hoofs, mensen naar de zin maken, mensen met elkaar in aanraking brengen, contacten niet uit het oog verliezen die je eventueel nog zou willen zien. Nooit genoeg tijd,  Hij had daar geen last van. Mijn reflex was, om er toch maar eventjes mee te praten, zodat hij zich niet alleen zou voelen. Ik denk niet dat hij daar behoefte aan had.

En dan begin ik na te denken. Want mooi heeft zelden of nooit iets te maken met fysieke kenmerken. Heel soms met uitstraling, maar meestal gewoon met een ogenschijnlijke discrepantie tussen wat ze zijn en wat ze uitstralen. Met durven kwetsbaar zijn en dat tonen. Met twijfel, en nederigheid.

Als brulboei en tafelspringer ben ik het gewoon mijn twijfels en mijn onzekerheden heel erg dicht bij mezelf te houden en er vooral voor te zorgen dat mensen daar niet naar kijken of willen in peuteren. ik laat het gewoon niet toe.

Deze mens zat zo niet ineen. Bedachtzaam, doordrongen van een zeker besef van eindigheid, en van beperkte kennis. En anderzijds barstend van het talent. Maar dat wou hij zo niet geweten hebben. Ik lulde maar raak, hij luisterde. Geamuseerd, en beleefd, of gereserveerd.

Ik nam afscheid, omdat het op één of andere natuurlijke wijze ook gewoon genoeg was. We zouden elkaar wel nog zien. Ook dat geloofde ik.

En ik vroeg me af, in het naar huis rijden, of zijn leven nu makkelijker is dan het mijne. Vele pinten later weten we dat nog steeds niet. Maar we werken wel samen. ’t Is een begin.

 

 

Levens lust

kinderstrikje_terrence_tweed_roze_kids

Hij hoorde eigenlijk nog bij mama en papa thuis. Een frêle jongen, goed gekleed, allicht ook wel lief en zo, maar toch nog te zacht om al voluit in het leven te staan. Te weinig littekens, goed beschermd, en het zou nu niet meer veranderen. Daar hadden mama en papa en nu de vrouw wel alles voor over. Hij zou wel carriere maken, ondanks zichzelf, bij de bank.

Maar dat leven daar stond hij ondertussen wel in. Hij moest wel. Hun zoontje zat tussen hen in en zijn vrouw was druk doende om de wereld te laten zien dat ze een gelukkig echtpaar waren met een lief kind, dat ongetwijfeld zou uitgroeien tot de reus die mama in gedachten had. De papa was ongeveer het blankste canvas dat ik ooit tegengekomen was. Hij las niet, hij sprak niet, hij vertoonde geen emotie. Hij keek ook niet echt naar het kind. De grote leegte. Misschien ging het beter op de hockey…

Ze spraken Frans. Dat geeft niet. Maar het gaf aan het geheel nog net iets meer dat fletse, wat me al van bij het begin tegenstond. Ik verbeeldde me een verkavelingsvilla in Brasschaat of Schilde, de obligate powerbak, donkergrijs allicht, en de navenante, cleane inrichting. Niet dat daar iets mis mee is, ’t is alleen zo voorspelbaar. Even voorspelbaar allicht als in de zonder-haat-straatjes-huizen.

Het kindje, een jongetje van vier, vijf schat ik, was nu al volledig opgetrokken uit ‘old english’ en tweed.  Pofbroekjes, débardeurkes en nat gekamd haar, het zat er allemaal nog aan te komen, als het van maraine afhing. Dat zag je zo. In sommige colleges val je daarmee niet op, Da’s dan nog een meevaller.

Het stel ademende de levenslust uit van verlepte sla, maar bijeen zouden ze blijven. ‘Pour la famille, les parents et le petit Thibault’. Ik weet dat niet, ik stelde het me voor. Ik weet wel dat ze elkaar net zo min iets te zeggen hadden als het kind.

En er is een verschil tussen samen zwijgen op café (in dit geval Le Pain quotidien) of samen alleen zwijgen. Hier was’t alleen tristesse, en het glijmiddel, of de lijm, was in dit geval, het kindje. Een zware verantwoordelijkheid voor zo’n dreumes. Hopelijk zou het beter gaan op vakantie, en als de zon scheen.

Nu hing het joch landerig op de schouder van de mama, met een duim in de mond…

Fladder

sneeuw3a

Ik had gisteren een geweldig blog idee. Zo geweldig was het, dat ik het niet eens noteerde. Nu ben ik het kwijt…

Het was het blogpostje der blogposts. Er zat alles in. Humor, tederheid, en een behoorlijke portie ergernis. Ik was aan’t stappen tussen de Groenplaats en mijn huis. Verkeerschaos alom,  Auto’s die stuurloos gleden en tegeneen ploften, fietsers die zomaar omvielen, de sneeuw die dempte, filterde. En ik liep daartussen. Met mijn idee. Heerlijk is het, om zo heel af en toe een flits toebedeeld te krijgen. zo’n zelfschrijvertje dat zich ontvouwt op de kadans van je passen. De zinnen vloeien, de woorden rollen, en je weet dat het goed zit.

Het zijn de fantastische momenten  van introspectie, in jezelf gekeerd zijn waarop de kou niet deert.  Niet zelden loop ik dan gewoon voorbij mijn doel. Het was gisteren niet anders. Ik heb het soms als ik met Spike ga wandelen.

Neen, het gaat niet over hem, dat weet ik wel zeker. Het moet bijna iets te maken hebben gehad met de dag, dat kan bijna niet anders. Ik vind het niet meer terug! Ik weet dat ik zelfs de arrogantie had om tijdens het stappen de titel al te pakken en het hele stukje nog eens om te gooien, het bleef goed, het werd er zelfs nog beter door.

Het thuiskomen was zoals thuiskomen moet zijn, warm, en met goesting. Ik weet dat ik gauw iets at, wegens heel veel zin om van alles meteen neer te pennen. Daar is het ergens mis gegaan. De geest is beginnen dwalen. Door een boek. Het boek ligt er al lang, waarom heb ik het uitgerekend gisteren weer vast gehad? Omdat het een  weerbarstig kanjer is, en ik was gisteravond een reus. Een fijne mens ontmoet, na lange tijd. Een mooi idee in de kop, een koning in mijn domein, dus ja ik kon dat boek wel aan. Hubris ja..

De man zonder eigenschappen, van Musil. Al maanden ligt het daar, op pagina 95.

“Do you have something specific in mind?’ Ulrich asked naively. No, Diotima did not have anything specific in mind. How could she? No one who speaks of the greatest and most important thing in the world means anything that really exists. What peculiar quality of the world would it be equivalent to? it all amounts to one thing being greater and more important, or more beautiful and sadder, than another; in other words, the existence of a hierarchy of values and the comparative mode, which surely implies an end point and a superlative…

Het boek ligt nog steeds op pagina 95. Godzijdank begon “Met Man en Macht” … de zetel, plicht zou later komen, goesting ook…  En toen viel ik in slaap.

Of hoe grote literaire carrières gefnuikt worden door een geheugen als een zeef!

Gratenk..

huybrechtsIk ben niet meteen op zoek naar sensatie, maar mijn weekend werd opgefrist door één mens. Carl Huybrechts. Ik heb niets met die mens, niets tegen, niets voor. Eigenlijk lieg ik daar, ik neem hem een heel klein beetje kwalijk dat hij het ‘sportduo’ Carl Huybrechts en Mark Uytterhoeven – zoals die in de lang vervlogen jaren ’80 Sportweekend en andere sportuitzendingen van de VRT opfristen – niet naar de eeuwigheid heeft gebracht. Uytterhoeven maakte nadien legendarische tv in alle mogelijke formats, en Huybrechts, ja, die deed ook wel toffe dingen, maar toch niet van hetzelfde kaliber.  Alsof hij het allemaal wat te gemakkelijk nam, het godenkind met de blonde lokken.

Nu, ik ken hem niet persoonlijk, en dus zal ik me verder onthouden van commentaar op de man. Maar ik vind het  erg juist hoe hij gepast verontwaardigd, reageerde op het gepeuter van La Peeters op de nationale radio toen ze begon te zoeken naar de kleine kantjes van Rik De Saedeleer. Dat was fout op zoveel verschillende manieren. Je doet dat niet bij boezemvrienden, je doet dat niet als de man amper koud is, en je doet dat vooral niet om zelf even te scoren.

Het fragment en zijn reactie hoort u hier, voor zij die dat nog niet gehoord zouden hebben.

‘Gratenkut’

Ik vond de titels bij de nationale kranten er dan wel weer een beetje over. ‘Woedende Carl Huybrechts’… De man informeerde eerst sereen naar de beweegreden, en toen hij daar geen antwoord op kreeg heeft hij heel eventjes getoond dat hij een mens van vlees en bloed was. Met woede heeft dat niet veel te maken. Misschien was hij wel oprecht geschokt omdat de vraag gesteld was, misschien stak het hem al langer dat er te dikwijls en te veel ongezonde nieuwsgierigheid speelt.

Wie deze zomer naar Radio 1 luisterde kreeg elke middag een lang gesprek voor de kiezen. Veel van mijn vrienden en kennissen vonden dat een verademing, daar werd niet naar kleine kantjes gevist, daar werd niet op sensatie gejaagd, daar werden verhalen verteld. Mooie verhalen en zo hoort het. Het kan dus wel.

Maar ‘gratenkut’ een woord dat ik niet kende, heeft voorlopig even zijn plaats in de eeuwigheid verdiend.

Jonge Wolven

logo_vierkant_med_resDe vorige column, waar ik de vloer aanveegde met de ‘oversharers’ heeft nogal wat stof doen opwaaien en discussie losgeweekt. Dat is fijn. En inderdaad, een zeer terechte opmerking is dat ik een wel zeer aanmatigende stelling verdedigde. Wie bepaalt wanneer iemand een expert is, en wanneer content goed genoeg zou zijn?

Laat er geen misverstand over bestaan, ik hou van alles wat met internet en sociale media te maken heeft. Ik kan dan wel eens mistroostig doen over oppervlakkigheid, de teloorgang van menselijke contacten of de vluchtigheid van de analyse. Het punt blijft: het is een fantastische omgeving om in te groeien en te leren.

Het feit dat ik dit stukje voor mijn lievelingskrant mag schrijven heeft bijvoorbeeld alles te maken met mijn blogactiviteiten, met het ontwikkelen van een vaardigheid ‘online’ en niets met wie ik ken. Het gaat over het demonstreren van kennis en kunde, en het tonen van talent. In die zin is het internet een gigantische, lekkere etalage van know-how. Elke dag opnieuw zie ik wel ergens een jonge wolf die het met verve opneemt tegen een oude krokodil. Een ogenschijnlijk arrogant jongmens dat zich – niet gehinderd door enige vorm van conventie of regel – vragen stelt en antwoorden geeft op problemen, met een creativiteit waar ik ontzettend blij van word. Niet zelden haalt hij/zij dan de mosterd uit één of andere uithoek, hetzij geografisch, hetzij kennistheoretisch, maar de interwebs zijn hun bondgenoten.

Let wel, dat zijn jongens en de meisjes die zich niet inschrijven in de gevestigde ordening, maar die hun ding doen vanuit hun talent. Wat mij betreft zijn dat de nieuwe ambachtslui. Ze excelleren in iets, en maken dat te gelde. Of misschien niet eens te gelde, ze halen daar waarde uit, en levenskwaliteit.  En het is fantastisch om ze bezig te zien en ze tegen het lijf te lopen. Ze hebben hun eigen ritme, hun eigen waardes, ze schrikken er niet voor terug om ‘er even uit te stappen’ en te investeren in hun eigen ontwikkeling, ten koste van comfort.


Wat te denken van getalenteerde psychologen, die een goedbetaalde job als communicatiestrateeg laten schieten om barista te worden? IT-jongens die de firmawagen definitief parkeren om met wijn bezig te zijn? En dat zijn dan de klassiekers. Er bestaan ook anderen die het internet gebruikt hebben om hun droom substantie te geven, en nadien datzelfde medium gebruiken om te realiseren wat ze bijeen gefantaseerd hebben. Daar ligt de meerwaarde. Ik word daar blij van.

En het houdt niet op, ook in het onderwijs bijvoorbeeld zie ik dat ‘reversed learning’ meer en meer ingang vindt, en persoonlijk vind ik dat een zegen. Zonder sociale kanalen zoveel moeilijker te realiseren. Nog los van de andere voordelen die het biedt, je leert je studenten veel en veel beter kennen, niet alleen in je vakgebied maar ook daarbuiten.

Dus ja, hoe meer internet, hoe meer initiatieven, hoe liever.

Konten, Tattoo’s en meer

3306-as-tattoos-also-gang-tattoos-use-of-old-english-letters-is-explored

Een echte kroeg. Ondanks het rookverbod toch een beetje rokerige atmosfeer, luide muziek, veel verloop. Twee koppeltjes kwamen een partijtje biljart spelen, tegen en met elkaar. De mannen namen hun beestjes mee. En ze biljarten.

Het zijn de momenten waarop ik democratisering en massacultuur vervloek. Dames die er op uit trekken hebben nogal eens de neiging om zich wat op te maken, die willen er goed uit zien. Ook dat is een relatief begrip. Ik vind het persoonlijk vreemd om wel je lippen bij te stiften in een soort radioactief rood, maar tegelijkertijd voldoende vet in je haar mee te slepen om een frituur te depanneren in geval van nood.

Ik snap de  toegevoegde waarde van de walm van synthetische bloesjes niet, bovenop een commercieel geurtje van Armani.  En ik vind  – echt waar –  dat  er een ‘kontbudsman’ moet komen.

Het concept is simpel. Een kont zit vanachter, dat zie je niet zelf. Ikzelf heb tegen mijn dochters al gezegd dat ze me moeten waarschuwen. Ventenbillen in een jeans, dat kan tot op een bepaalde leeftijd, maar daarna is het over en zielig. Dat zie je meestal niet zelf. Maar daar houdt het dan meestal ook op, wat mannen betreft.

bij vrouwen ligt dat anders. Een jeans maakt of kraakt een kont. En er komt veel bij kijken. De kontbudsman moet een gedistingeerd iemand zijn, die op tactvolle wijze kan verwittigen dat één en ander echt niet kan, en op constructieve wijze de dames met raad en daad bij staan.

Het zou ons te ver leiden om alle fenomenen uit de doeken te doen, maar voor de vuist weg noem ik, de befaamde ‘cameltoe’ (ja, die zit dan aan de voorkant, dat weet ik), de te laag uitgesneden jeans voor dames met iets te veel rondingen waardoor zowel tramp stamp, stringwear of sloggy in een onfortuinlijk daglicht komen te staan, flodder tout court, en de naadjes… Laat er geen misverstand over bestaan, ik heb het niet over formaat en/of volume. Integendeel. Er mag wat ronding en gewicht in zitten, geen enkel probleem.

Onze dames hadden dat advies kunnen gebruiken, en meer van dat…  Hoe erg moet het zijn om Marlies Dekkers te zijn, en je product te zien hangen rond zielige borstjes, waarbij het ingewikkeld  en als zinnenprikkelend gegeven bedoelde netwerk van lintjes en touwtjes een beetje zielig verloren hangt tussen twee welvingen, de naam borst onwaardig?  Misschien waren die borsten as such wel te doen, maar het feit dat ze helaas moesten vechten om aandacht in een constellatie van een aantal buikplooien en love handles (om beleefd te blijven), deed ze letterlijk in het niets verdwijnen.

En alsof dat nog niet voldoende was, doken aan beider zijden heur welvingen ook nog eens wat tattoos op, vanuit de okselholte, Vleugeltjes! En dat waren de zichtbare ornamenten, ik mag er niet aan denken hoevele kronkelende slangen zich vanuit donkere nesten omhoogwikkelen rond haar lendenen. Verfomfaaide vlindertjes die onderhand vervaarlijk afdalen in een machteloos gefladder richting klamvochtige bilspleet. Tweety en Mickeymouse die meegroeien in de obesitas vanop de schouder. Neen, waarlijk verheffend was het niet.  En dan heb ik het nog niet over het arsenaal ‘rings n things’ dat her en der vastgeschoten was op dat lichaam. Allicht ook op onvermoede plaatsen.

Vleugeltjes, aan de voorkant… Fly away with me, of zo. Wat bezielt iemand, om zoiets te doen?

Ik weet dat het een gevoelig onderwerp is. Vrijheid blijheid, eens te meer, en bodyart, en expressie en ik heb me er niet mee te moeien, ik weet het allemaal. Maar wat brengt het bij? Misschien moet ik me er gewoon geen vragen bij stellen, maar dat is ondertussen te laat.

Zij en haar vriendin speelden een spelletje, terwijl de venten bier haalden. Ze lachten, de nacht moest nog beginnen, met al zijn beloftes. Misschien waren ze wel gewoon gelukkig.

Only god can judge them, en misschien ook de Kontbudsman.

 

Het Verval

Decay

Decay

Ik vergeet nooit die eerste keer, dat onbeschrijfelijk gevoel, en wat het met me deed.

Ik stond op de skipiste, sprong even op en neer om te controleren of mijn bindingen goed vast zaten. En mijn borstspieren bewogen mee… neen, toch niet. Mijn borsten sprongen mee.  Ik was nu officieel dik en vadsig. Het was zo ongeveer mijn “plus100-kilo” periode, veel zuipen, feesten, en restaurants, en nog steeds het idee, dat  als ik een keertje een maand van alles afbleef, dat die kilo’s er wel zouden afvliegen.

We zijn tien jaar verder, en het verval is alom, ook al zit ik een kleine 10kg lager. Een buik die het niet meer trekt als je gewoon even je adem inhoudt, slappe armen, en een huid die om te gruwen is. Bleek, flets, vlekkerig.  En het is nog niet gedaan.

ik merk rimpels onder de ogen. Niet de sterke groeven van een getekende kop, maar gewoon donkere randen, fletse dunne huid rond de ogen, droopy eyes. Ik heb het gevoel dat ik enkel nog middentonen hoor, en een leesbrilletje dringt zich op. Krakende gewrichten, stramme spieren en de behoefte aan een middagdutje na een excessieve nacht. Hier en daar bespeur ik zelfs soms oorhaar, maar dat kan ook een nachtmerrie geweest zijn.

Echt vrolijk word je er niet van. Echt niet.

En zoals ze op verschillende motivatie- en life-hacking sites stellen : Koppel je goede voornemens aan een publieke biecht, dan weet je omgeving waar je mee bezig bent. Extra druk, extra motivatie.

bij deze dus! Ik ga terug sporten.

Ik zou het  bijgevolg appreciëren dat u – wanneer u toevallig mijn pad kruist – stopt met het uiten van uw verwondering, zo van ‘Ma, Guido man, gij zijt ook nogal een stukske verzwaard’, terwijl u me blijmoedig in de buik port.  Ook geen joviale ‘Hey big guy!’ begroetingen.  Ik trek dat even niet.

Stille clementie en empathie, ’t is het enige wat er mij kan doorhelpen. Naast wat ik zelf doe, zal doen.

Wees een beetje lief voor mij, ik ben nog geeneens 50….