Zo kan het ook, ordehandhaving

 

Flikken. Honden. Loslopen. Het zijn drie woordjes die meestal niet erg goed samengaan. Pas op. Voor u denkt dat u hier een betoog gaat krijgen van een fervent hondenliefhebber, doorspekt met kreten als ‘hij heeft nog nooit iemand gebeten” en “de mijnen doet dat niet”. Dat is niet zo. Ik ben de eerste om te weten dat ik mijn hond niet echt zo goed in de hand heb als mijn hoofd soms denkt.

Ik ben er ook voorstander van dat mensen die beesten willen ook de moeite zouden mogen doen om naar een hondenschool te gaan, en ik ben er in één moeite door ook van overtuigd dat ze die scholen niet voor de honden hebben uitgevonden maar voor de baasjes, die gedragsspiegeltjes voorgehouden krijgen. Hé, hé, dat lucht op.

Bovendien, mijn hond, dat is een toonbeeld van vleesgeworden, rauwe anarchie en bloedonderdenagelshalend pestgedrag. Voornamelijk naar mij, laat dat duidelijk zijn.   Maar loslopen in Zoerselbos,  of aan zee, of ergens langs de grote routepaden, dat gaat erg goed. Paarden, schapen, koeien en occasionele mountainbikers zullen daar wellicht anders over oordelen, maar daar gaan we het nu verder niet over hebben.

Wat er ook van weze, het monster liep los te snuffelen, en daar kwamen onze blauwe vrienden aangetuft. We spreken Kempen, vooravond, geen kat op straat, just me , my dog and them!

Ik heb zelf niet zo’n al te beste verhouding met het gezag, dus ik zette me al schrap voor gevatte snijdende opmerkingen aan het adres van onze blauwe potentaten. Ik kan er niet aan doen, ’t is de hond in mij. Ik moet ze niet echt. Het is een probleem dat er mij al vele opgeleverd heeft, waarbij menigmaal de verzuchting geslaakt werd ‘houd toch uw bakkes, ’t was gezellig’. Het lukt niet, het is niet anders.

Kempenflik 1 stapte uit, monsterde de situatie, ‘Goeienavond, uwen hond?’  Flik 2 kwam er bij staan, met een glimlachje, dat ik al meteen interpreteerde als ‘HA, we hebben er ene, nu gaan we er eens wat mee spelen, en onze spierballen laten rollen. In plaats van echte misdaden op te lossen!

Stijf van de adrenaline, met bloeddoorlopen ogen en een batterij opmerkingen over kleinzierigheid en  gebrek aan gezond verstand, snapte ik, ‘ja, mijnen hond ja,daar lijkt hij toch op!’

‘Schoon beest, maar straks toch beter aan de lijn houden, ge weet maar nooit, en ne goeienavond nog!’.

En weg waren ze. Ordehandhaving op zijn Kempisch. Vriendelijk, relativerend, to the point. Ik heb Spike aangelijnd. Ik hou van Kempische flikken!

Regenkapjes

Plastic Regenkapjes. Mijn oma. Onafscheidelijk.
Ik moest er meteen aan denken toen ik ze zag, vorige zondag. Ik dacht dat het niet meer bestond.

Met de K-woman, couleur locale aan’t opsnuiven in het Haspengouwse. Niet dat ik iets heb met bloesems of zo, maar het nuttige wordt soms aan het aangename gekoppeld. Het beest wordt buitengelaten, en dan bedoel ik mijn hond. Tegelijkertijd zijn er de ‘foto besognes’. Ik voel me soms meer ‘assistent-location-scouter’ voor de betere weddingplanner, maar dat terzijde. Het zijn onvergetelijke namiddagen, en ik heb er al prachtige stukjes België mee ontdekt. Of herontdekt, want wij waren geen lor geïnteresseerd toen onze ouders er met ons heengingen. Jeugdzondes, ’t is niet voor niets dat het zo heet.

Het leuke aan zo’n ietwat landerige namiddagen is het lonkend ‘avontuur’ op het einde. Soms is het dat echt. Het is moeilijk om uit te leggen aan mensen die zo niet ineen zitten, maar ik kijk daar altijd naar uit. Niet omwille van het genot, maar omwille van de onvoorspelbaarheid. Pinten drinken in de lokale herberg, en kijken waar de mensen, de verhalen en de omstandigheden ons brengen. We zijn daar beiden goed in. Het opsnuiven van sfeer, het fantaseren van verhalen, het luisteren en kijken naar mensen. En tijd verdwijnt, is onbelangrijk. Voor haar een evidentie, voor mij niet zo.

Toen kwamen ze binnen. Ik hoefde niets te zeggen. De foto was al gemaakt, en het begon te kolken in mijn hoofd. Twee vriendinnen, twee weduwes, twee zusters. Ik houd het op weduwes, vriendinnen, die elkaar al lang kennen, die regelmatig bij elkaar op de koffie gaan, om een beetje sociale media te spelen van hun dorp. Vroeger heette dat roddelen, maar nu zijn dat status updates.

Arlette en Josiane, zo noem ik ze. Vrouwen voor wie de ritmes van de dagen, weken, seizoenen nog iets betekenen. Maandag,wasdag. Vrijdag, visdag. De grote schoonmaak als als ankerpunt. De jaarmarkt een hoogdag en het kerkbezoek een automatisme. Milde strengheid als één van de kinderen het wekelijks bezoek overslaat want ‘het zijn ook onze kleinkinderen!’ En kraaknette huizen, die ruiken naar boenwas, zeep en verse soep.

En vandaag deden ze frivool. Het huis lag aan kant en het was zondagmiddag in Helshoven… een wandeling kon. Tot de regen tussenkwam, en daar werden de kapjes bovengehaald. Uiteraard hadden ze die bij. En het alternatieve plan werd ingeschakeld. Koffie en vlaai heet dat hier. Vlaai is taart. Taart is niet altijd vlaai, daarentegen.  En als het bleef regenen, dan volgde er nog een schoon biertje. Dat mocht, op hun leeftijd.

Arlette en Josiane. Want Franse namen, dat was nog in de mode toen. En ze vertelden, en keken, en in hun hoofden werden de geluksmomenten aaneengeregen, als een paternoster, met hier en daar een zwart pareltje. Volgende week naar ’t kerkhof.

Hun regenkapjes waren ze vergeten. Veel van hun herinneringen niet.

‘Ok, maar eerst nog even naar het toilet!’

Wie heeft ze nog nooit gehoord? Woorden uitgesproken door een vrouw, door de vrouwen. Door alle vrouwen, nadat alles afgerekend is op café of restaurant. En wie heeft dan nog niet gezucht?  En nu heb ik het even tegen de mannen. Gezucht, omdat je plots weer wist dat dit ging gebeuren. Gezucht omdat je in die tijd iets anders kunt doen. Want laat ons wel wezen, toiletbezoek bij dames, het is kennelijk een stuk complexer dan bij mannen. Het duurt allleszins langer.

Systematisch overkomt het mij. Het resultaat is dat je als vent wat ongelukkig staat te wachten. Je hebt de keuze tussen buiten wachten, binnen wachten, maar wachten zul je. En zonder iets om handen te hebben, laat staan dat je nog iets kan drinken. Want dat is dan ineens onbeleefd, dan hebben we een drankprobleem. Terwijl het over een tijdspanne gaat waarbinnen je met gemak een krant kan uitlezen…

Toen ik het onlangs weer hoorde en zag gebeuren, heb ik het op de man af gevraagd. Waarom doen jullie dat? Waarom altijd net op het moment dat we willen opstappen… De aanwezige dames keken mij aan alsof ik de grootst mogelijke idioot was die ze al ooit hadden ontmoet. ‘Dat is toch normaal, als je klaar bent met alles hier, dan ga je naar toilet, om niet opnieuw te hoeven zitten, of omdat je op die manier de periode optimaliseert tussen twee toiletbezoeken.

Logisch inderdaad, en eens te meer blijkt dat vrouwen superieure wezens zijn qua efficiency. En toch! En toch! Zou het niet kunnen dat er toch iets schort aan het inlevingsvermogen van de vrouw? Zou het kunnen dat die handeling ingegeven is door puur eigenbelang?  Wat kunnen we daar uit concluderen, want het allemaal minder fraai dan we wel denken.

Ik denk dat er twee dingen gaande zijn. Vrouwen hebben totaal geen empatisch vermogen, in weerwil van wat ze zelf beweren. Daarnaast zijn ze ook niet in staat tot opgaan in het moment! Tot genieten! En ik zal dat nu hard maken.

Om te beginnen dat fameuze empathisch vermogen. Mannen zijn galant, hebben van jongs af aan geleerd rekening te houden met hun vrouwelijke partner. Wij zijn ingesteld op het aangenaam maken van de tijd die we samen met onze dames doorbrengen.

Niet omdat we dat graag doen, of om hen terwille te zijn, maar om onaangenaam gedrag te vermijden.  Hen doen wachten tot daar aan toe, maar hen doen wachten in vervelende context, dat kan toch nooit de bedoeling zijn. En daar krijgen we toch vroeg of laat de rekening voor gepresenteerd. Zo zonder drankje, zonder fatsoenlijke zitplaats, het is en blijft iets wat te mijden is.  En wij kunnen daar over meespreken.

Het tweede en mijns inziens veel belangrijker inzicht dat we hier weer gekregen hebben, is het onvermogen tot echt genieten. Mannen zien het cafébezoek als een soort onderdompeling, een experience. Je kunt daar met geen mogelijkheid een termijn op plakken. hoe lang gaat dat duren, een uur? Een dag? We weten het niet, we willen het eigenlijk niet weten, wij staan open voor een avontuur, dat ons ideeën, nieuwe vrienden en avonturen kan opleveren. Vandaar ook dat wij naar toilet gaan op het moment dat we dat voelen aankomen. Niet meer, niet minder. Noodzaak, meer niet. Geen berekening. Zo snel mogelijk, om maar zo min mogelijk van de momenten te verliezen.

Wanneer wij nu horen van vrouwen, dat ze dat doen ‘voor het vertrek’, dan kunnen we niet anders dan besluiten dat ze  al op voorhand incalculeren dat het niet lang gaat duren. Erg! Heel erg! Immers, Het gaat hier over een doelbewust uitsluiten van beleving, het afblokken van eventueel laattijdig genot. Alles is gelimiteerd tot de toegewezen tijd, het cafébezoek verworden tot ‘laafmoment’. Jammer!

…Of hoe je op basis van een simpel zinnetje ‘ik ga nog gauw eens naar toilet’ mag en moet besluiten dat vrouwen egocentrische wezens zijn, met een acuut onvermogen tot genieten.

Het Periodiek Vergeten

U weet, het verschil tussen de sexes, het laat mij nooit onberoerd. Het fascineert mij. En ik merk in heel veel dingen dat er verschillen zijn. Neem nu het geheugen.

Ik denk dat mannen dat niet of nauwelijks hebben, of extreem functioneel. Ik durf dan al eens vermoeden dat dat te maken heeft met hoe wij ineen steken. Wat nu belangrijk is, wat we nu kunnen, wat we nu nodig hebben. Mannen zijn surfers. Een golf, blij… feest. En dan peddelen naar het strand en iets anders doen… Geen golf? Ok, gewoon peddelen en dan iets anders doen. Oh, kijk, toch nog een golf… lekker, we blijven nog even… En nog één… Yummie-opportunisme. Een beetje dommig ook, maar wel lief. En zeker niet gestructureerd. Mannen zullen zich ook wel dingen herinneren, maar ze hebben er niet echt een systeem voor.

Vrouwen hebben geweldige geheugens. Ze onthouden alles. Alles wat ooit gezegd werd.  Met wie je het ooit gedaan hebt, hoe je je er toen uitlulde en wat je die dag droeg, dat weten ze jaren na datum nog. Oh wee, als die naam terug opduikt op facebook of twitter, zo’n tien jaar later. Ze weten nog precies wat en hoe.

Ze onthouden ook moeiteloos alle kledingmaten van kinderen, neven, nichten, tot vijf graden ver en tien jaar lang. Ze kunnen je perfect naar een restaurantje sturen waar ze zeven jaar geleden gegeten hebben, in het historisch stadsdeel van eender welke grootstad. Ze herinneren zich stukken van films die jullie samen gezien hebben en heelder lappen conversatie. Alle woorden.

En toch. Toch is er iets met hun geheugen. En ik denk dat het is omdat vrouwen fundamenteel cyclisch zijn.

Bij vrouwen ligt het systeem in de repetitie, in de herhaling. De cyclus dus. Van leven en dood, van bloei en verval. Al wat je maar wil, maar het komt terug, altijd opnieuw. Misschien niet altijd herkenbaar, maar wel zonder ontkomen. Een onverbiddelijkheid die rigoureus gerespecteerd wordt. Een genadeloos systeem van ophalen en loslaten. want wie zegt onthouden, zegt dus ook vergeten. Daar ligt de essentie van het ‘geheim vrouw’. Ze onthouden alles, maar ze vergeten systematisch. Ik probeer het uit te leggen met een paar voorbeelden.

Er is de extreem korte cyclus, waarbij ongeveer om het kwartier iets gevraagd wordt  in de trand van ‘gade nu nog enen drinken? of ‘ Marcel, we gaan dan naar huis hè, voor de kinderen..’. Voor veel mannen lijkt het alsof tussen twee zure oprispingen enkel stilte en wachten zit, dat is niet zo. Vrouwen zijn in staat om dat te zeggen, omdat het hen stoort of zo. En dan doen ze iets anders. En een kwartier later stoort het hen nog steeds, en dan zeggen ze het opnieuw. Alsof ze het tussendoor vergeten waren. Zo lijkt het op zagen. Ik zeg wel ‘lijken’.

Maar ook in de dodelijkste aller cycli, de maandelijkse, komt dat terug. Geen man kan stellen dat hij nog niet in contact kwam met een passionaria die hem van alles naar het hoofd slingerde, inclusief fysieke dingen, om zich twee dagen later te verontschuldigen. En dat ze dat vergeten? Dat ze überhaupt in staat zijn om een maand later te roepen en te tieren als je nog maar durft te veronderstellen dat ‘het er ook maar iets mee te maken heeft!’

Ik noem het het ‘periodiek vergeten’. Cruciaal in het begrijpen! Het is voorbij, en het komt terug, maar er is geen manier ter wereld waarop je kan en mag verwachten dat het onthouden wordt, wegens onbelangrijk in het groter geheel van wat vrouwen te onthouden hebben.

Venten snappen dat niet. Wij voelen ons gekrenkt en dat blijft dagen nazinderen. Vrouwen weten de volgende dag al niet meer waarom we nu lopen te mokken.

Het periodiek vergeten is ook de uitleg voor de nog langere termijn cyclus, die van de verwaarlozing en sleur.

Er valt toch niet te verklaren waarom anders altijd dezelfde vragen in quasi dezelfde volgorde terugkomen? Een greep uit het aanbod:  ‘Vroeger zag je mij liever’, ‘Gij doet niets meer voor onze relatie’, ‘Uw vrienden zijn belangrijker, dan uw vrouw’ En ga zo maar door.

Zelfs in het positieve gebeurt dat. De prijzende en gemeende woordjes van liefde, bewondering en trots? Want die zijn er immers ook. En we blijven het vreemd vinden want ze doen zelfs geen moeite om andere formuleringen te vinden. Het is alsof ze die woorden nog nooit uitgesproken hebben.

En wij, klutsers, staan er bij en denken:  ‘Dat heeft ze toch al eens gezegd?’ of ‘Gaat ze dat nu blijven zeggen???’

En we snappen niet wat er ons echt gezegd wordt. Een superieur ras, ik zeg het u. ZE gaan het nog ver brengen!

Toiletiquette

Als kleine zelfstandige ben ik één en ander gewoon. Ik ben flexibel, doe niet moeilijk over werkomstandigheden, deadlines, zelfs karige betaalvoorwaarden. Het voordeel om over je eigen tijd te beschikken en van thuis uit te werken, het is immers zoveel waard. U kent het allemaal wel.

Soms is het echter ook leuk om in een team te werken, intra muros bij een echt bedrijf. Er is één ding dat ik echter uit het oog verloren was doorheen de jaren. De luxe en het comfort van een eigen toilet. Het klinkt banaal en het is het ongetwijfeld ook, maar het moet mij van het hart. Thuis met het katabolisme bezig zijn geeft toch een heel ander gevoel dan in een groot bedrijf, waar ik nu mijn productiviteit botvier. Het heeft wat te maken met privacy, onder andere, maar ook met beleefdheid.  Ik heb het er lastig mee, en het ligt echt niet aan mij deze keer. Bloednerveus word ik er zelfs van, en ik ga dat nu voor eens en voor altijd uit de wereld helpen. Regeltjes moeten er zijn.

We gaan chronologisch te werk. In bepaalde contreien noemen ze een toilet: het gemak. Jonge vaders, overal te lande, kunnen zich daar iets bij voorstellen. Het is de enige plek in huis waar je op een bepaald moment nog ongestoord iets kunt lezen, zonder jengelende kleuters of ander luidruchtig gebroed.  Ik denk dat het gemak, het gemak heet, omdat het onontbeerlijk is voor een gladde transit en een ongehinderd afvoeren van de onverteerde victualia.  Een proces dat niet gebaat is bij het lomp willen opentrekken van de deur. Daar begint het immers!

Sinds wanneer is het niet meer nodig om even te kloppen op de toiletdeur? Hebt u – ja u daar – die aan de andere kant, weliswaar in hoge nood verkerend, maar wel met uw broek niet op uw enkels, daar al eens bij stilgestaan? Ik kan daar niet tegen. Enerzijds, omdat er toch altijd die vrees is dat je’m niet op de knip hebt gedaan en dat is vervelend. Anderzijds omdat de illusie van alleen zijn, onontbeerlijk voor goede darmperistaltiek, wreed doorbroken wordt. Knijpkramp en afgebroken prestaties zijn het resultaat! Dank u, ook voor het overdreven en helaas nooit echt doeltreffend geprop en geveeg dat er onherroepelijk op volgt.

Vreemd is echter ook dat het omgekeerde meer en meer gebeurt. Ik klop netjes en er komt geen antwoord. Is dat dan zoiets als wurgsex? Mensen die er op kicken dat er wild aan de deur getrokken wordt zodat ze hun ‘productie’ ineens kunnen afknijpen? Ik wil het eigenlijk niet eens weten.

De regel is simpel. Er is een deur, als die toe is, dan klop je. Als je een klopje hoort zeg je bezet. Zo simpel. Geen nodeloos gesleur meer, geen hartinfarcten en dus een mooi, soepel lopend proces.

Wat mij verder nog van het hart moet! Beste jongens, remspoortrekkers. U hebt er geen last van, diegene na u wel! Ik kom binnen en ik zie als het ware uw ‘signature dish’, of de retstanten ervan. Het interesseert mij niet! Ik wil het niet zien, het mag uw allerindividueelste expressie zijn, al dan niet van uw allerindividueelste emotie, maar het is de mijne niet, ik wil er niet mee geassocieerd worden.

En nu verplicht u mij, om uw rommel op te kuisen. Met het borsteltje, inderdaad. Het staat, er, maar kennelijk niet voor u. Hoe irreëel ook, uw bruin accent verstoort voor mij de illusie van blank canvas. Mijn scheppingsproces wordt gehypothekeerd. En niet alleen dat. Ik moet het ook nog eens een keer wegwerken, op straffe van associatie met uw geklieder. Dat is niet leuk, het verstoort mijn creatie. Hier is de regel niet: doe wel en kijk niet om. Eerder integendeel. doe wel, en kijk vooral nog even om! Hoe moeilijk is het?

Tot slot nog een paar kleinere ergernissen.

Uw ‘nadrup’ kan u dan misschien wel voorkomen als hemelse dauw, het is het ten enen male niet. Vermijd dat. Denk er gewoon aan dat ik u weet wonen, de volgende keer dat onze wegen elkaar kruisen in de nabijheid van het kleinste kamerke. Of denkt u echt dat klamvochtige billen een plezier zijn?

Uw gefermenteerde dubbele gisting zorgt voor iets meer methaanontwikkeling dan wenselijk is. Het kan de beste overkomen, echt waar wel. Maar zorg er dan tenminste voor dat u de verluchting zo goed en zo kwaad als het kan probeert te reguleren. Er zullen alleen maar blije gezichten volgen. Het ‘veestconcours’, dat is van bij de studenten hè.

Over papier zullen we het maar niet hebben zeker? Net zo min als doorspoelen nog echt een issue zou mogen wezen.

Regeltjes. Eenvoudige, maar te volgen. Gewoon doen! Voor mij!

Benzinestations en de poëzie van het wachten…

wachten en mijmeren

Ik denk dat ik een cyclische zaag ben. Soms zijn het vrouwen, dan weer kinderen. Soms zijn het de ‘gehypete’ fenomenen zoals Valentijn en Halloween en dan ineens krijgen de nieuwe productjes de volle laag. Plots zijn het weer de internet-must-have’s, of het simplisme van de sociale netwerken, maar mijn lievelings onderwerp om over te jammeren, het is en  blijft de retail. Een eerste lief ken je het best, en vergeef je het minst, denk ik. Alhoewel, alhoewel, maar dat is een ander verhaal.

Als ik het romantisch benader, dan ben ik een mobile warrior (ja Danny, ’t is van u, maar ’t is dan ook mooi!). als ik er nuchter naar kijk, ben ik één van die velen, die om duistere redenen gevraagd wordt om zijn job op een afgesproken plek uit te voeren. Dat maakt dat ik nogal dikwijls in de auto zit.  Helaas ben ik niet de enige.

Het zal menigeen verbazen, maar door de jaren heen heb ik een patroon ontdekt. Het is het drukst ’s morgens, en ook ’s avonds.  Ik denk dat dat komt omdat de mensen dan ‘van en naar het werk rijden’.  U bent nog steeds mee?  Ik ben één van die zwervers die ook overdag al eens hun automobiel durven gebruiken, en dan valt het mij op dat er beduidend minder verkeer is. Dan kun je rijden. Daarvoor alleen al zou een mens al eens wegvluchten van kantoor.

Ik heb mezelf nooit als het scherpste mes uit de lade beschouwd, maar als ik, na jaren pendelen en straatscheuren er achter ben gekomen dat dat puur intuïtief de piekpunten ongeveer zo liggen, zou het dan niet meer dan logisch zijn dat de organisatie-consultants, traffic-coördinatoren, arbeidstijd-inplanners van de diverse petroleumboeren in dit land dat ook kunnen?

Het zit namelijk zo. De winkeltjes van’t naft station, kleine goudmijntjes, die relatief ongehinderd door concurrentie hun productjes kunnen verkopen, dat is retail hemel en hel tesamen. Hemel, omdat  alles mogelijk is, qua aanbod voor de ambulante verkopers en de pendelaars, en met zo min mogelijk margeverlies. Het is een ontwikkeling die ik graag volg. Hel, omdat er één bottleneck is! De kassa’s.

Hoe vaak ben ik er ’s middags al geweest om een kleffe hap binnen te trekken, en dan zitten er drie van die kassadeernes hun liefdesleven en/of scheidingsperikelen te becommentariëren, landerig mijn “driehoekje gezond” onder de scan zwierend en ongeïnteresseerd mijn duiten binnen harkend. Het gaat snel.

Drie! Eén moet werken, de twee andere sympathiseren. Het is niet anders.

En dan kom je ’s avonds in datzelfde ding, wil je een flesje water, of godweetwat… en dan zijn de kassa’s gesloten, behalve dat eentje waar een schaap zit te blazen en aan een Poolse trucker probeert uit te leggen dat Calais in de andere richting is. Kid you not.

Kom op, Heren en Dames van Texaco, Shell, Total et j’en passe… hoe moeilijk kan het zijn?

’s morgen en ’s avonds… veel verkeer, veel mensen, veel klanten… veel kassa, en dus ook kassiers!

Moeilijk? Opschrijven en van buiten leren. Mijn dank is groot.

(hè hè dat lucht op)

’t is gewoon fokking koffie hè!!

(Aan mijn broeders en zusters uit de homogemeenschap bij deze al op voorhand excuus voor het stereotiep misbruiken van een aantal clichés. Ik weet gewoon dat ik het niet zal kunnen vermijden, wegens verregaande ergernis, en dan schrijft het zo lekker weg… Ik bedoel er verder niks mee, en ik reken jullie er absoluut niet bij, laat dat duidelijk zijn!)

Nespresso heeft een nieuwe winkel in de Huidevetterstraat in Antwerpen. Wegens overdonderend succes zullen we maar denken. Ik had het al niet echt op de oude winkel omdat ze er zo ellendig lang over deden om je bestelling af te werken. Het soort jongetjes dat daar werkt heeft meer van doen met gezelligheidsnichten die naar het welbevinden van je chihuaha informeren, dan met bekwaam winkelpersoneel.

Ze tetteren honderduit, zouden graag een strikje rond je fokkietjes binden en liefst van al willen ze vertellen wellek vurrukulluk mooi nieuw truitje ze gekocht hebben voor de party vanavond bij Mathieu en Jean. Het zal me wezenlijk worst wezen, ik wil mijn koffie, ik wil betalen en ik wil weg. Ik wil ook geen experience beleven, met stukjes chocolade en de nieuwste varieteit Arabica. Het ligt aan mij. Ik weet het. Ik zie ook de efficientie niet van het eerst intikken van de bestelling, vervolgens rangschikken van de bestelling op de toonbank, om dan – na zorgvuldig en omstandig controleren – alles mooi in het Nespresso tasje te dumpen en dan samen nog eens de rekening te overlopen. En dat was nog maar de oude winkel, waar het tergend langzaam ging.

Nu is er een nieuwe. Een immens pand, waar ik opgewacht werd door twee (ja, twee) onthaaltrutten die me verwelkomden in hun mooie winkel, alsof ze eigenhandig het geld uit hun portemonnee gepeuterd hadden om het te betalen. De geringbaarde overhandigde me vol trots een kaartje, waarop een nummertje stond (De Gamma was nooit ver weg in mijn user experience, ik wou soms dat ik een zaagje had, en een hamerkeuu, om wat klootjes tot moes te stampeuuuu!). Ik kon volgens hen, op de schermpjes volgen wanneer het mijn beurtje was, en naar welk comptoirke ik dan moest gaan, volgens de lettertjes.

So far so good. Om het wachten aangenamer te maken mocht ik wat rondkijken want er was van alles te zien, servieskes en zo, en ik mocht ook gerust een koffietje drinken… zo verzekerde mij, toptut twee van het olijke duo, dat strak in ’t pak, het onthaal voor zijn rekening nam.

Ik liep door het pand, zag overal mensen landerig en met doffe blik voor zich uit kijkend. Een luchthaventerminal bij staking was er niks bij. Ongeloof, kaartje, scherm, kaartje, zucht, spelen op de smartphone. Luxe en exclusiviteit laat zich betalen, en heus niet alleen met geld.

De coffee corner werd ingenomen door het franssprekend gedeelte van de koekenstad. Net bij ’t binnenkomen had ik er nog twee horen kirren ‘Allez, on va se prendre un café, c’est gratos ici!’ Toen kon ik daar nog meewarig de schouders voor ophalen, omdat ik niet dacht dat het mijn aankoopproces zou beinvloeden. De tristesse was toen nog niet tot mij doorgedrongen.

Ik wandelde terug naar de knaapjes aan de ingang. Ik had nummer 388 en ze waren met vereende krachten bezig met de nummers 355 en 356. Oppervlakkig geteld waren er zes verkopers in het pand, een aantal waren elkaar figuurlijk aan het pijpen en de rest was bezig met het clientèle.

Onze jongens verzekerden me dat het ‘niet langer dan een half uurtje zou duren’, en dat ik gerust wat in de winkel mocht rondkijken. Een halfuurtje!!! Voor koffie?! Toen ik droogweg aangaf dat ik dat al gedaan had, zeiden ze dat ik misschien nog wat boodschapkes kon doen in de buurt, ze zouden dan wel een smske sturen als t aan mij was! Ik ga er niet van uit dat het een doorzichtige truk was om mijn gsm nummerke te krijgen. Ik weet dat er een ‘scien’ bestaat die het wel lekker vindt met dikke heren op leeftijd, maar ik rekende hen er niet bij. Ik had ook bepaald geen zin om te shoppen. Ik ben een vent, ik doe gericht aankopen, de genotsfactor ligt daar tamelijk laag bij.

Zijden reet nummer 2 was dan ook oprecht verontwaardigd dat ik hem zijn kaartje terug gaf, en het pand verliet.

Ik hou van koffie, en van Nespresso, dus ik ga toch proberen om op een positieve noot te sluiten, met wat aanbevelingen: Het is koffie, jongens, gewoon, fokking koffie, geen amber, gewonnen uit de slijmklieren van de koningin van Lombardije. De exclusiviteit zit in de kwaliteit van het product en in slechts zeer geringe mate in het inefficiënt runnen van een winkel. Morsen met tijd, het zal wellicht iets van de superrijken zijn, mij irriteert het.

Doe dus normaal! En beleving, experience, ik geloof dat allemaal wel, maar dat mag niet opgelegd zijn, dat is voor mensen die daar tijd voor hebben. Nu gijzel je iedereen en kun je ’s avonds met wapperhandjes naar je hoofd grijpen, dat het zo druk was, en dat de mensen niet vriendelijk waren! De woorden gloeiende pook, reet, rammen kwamen in willekeurige volgorde in mij op terwijl ik daar stond ‘te beleven’.

‘T is een winkel. Echt waar. Handel daarnaar, en verkoop en richt hem in om maximaal te verkopen, of is de huur zo goedkoop, daar in de Huidevetterstraat?

Dus : ipv twee toyboys om het systeemke uit te leggen, doe dat wat verstandiger. Een ticketdispenser met instore communicatiemateriaal (een bord met tekst dus : ticket nemen, uw nummer verschijnt zo op het scherm. Wenst u enkel capsules aan te kopen dan hebt u geen ticket nodig, begeef u naar de linkerkant van de winkel en bedien u. (bijv)). De mensen kennen dat van de betere slagers, postkantoren, ambtenarenloketten, dat lukt echt wel! Je hebt meteen twee verkopers meer om aan de slag te gaan.

Ten tweede, behandel uw klanten als volwassenen. 3/4 weet met zekerheid wat ze willen. Geef hen een mandje, desnoods eentje ingelegd met goudbrokaat, als je’t per se exclusief wil en laat ze zelf die goddommese doosjes bijeenrapen (aan die linkerkant dus!) en ermee naar de kassa gaan. Denkt u echt dat dat niet zal lukken? Zo kun je gewoon kassa’s openhouden en de meest sociaal geborneerden inschakelen als klantenadviseur bij het bestellen van porselein, koekjes of kaarsjes. Heb je meteen ook nog eens de mogelijkheid om afwisseling te steken in het werk. Kassadienst of lulkut, wat zal het zijn vandaag?

Hoe moeilijk kan het allemaal zijn?

Oh ja, en voor zij die zeggen dat je online kunt bestellen, ik weet het, en ik doe dat ook, maar soms wacht ik te lang en dan zijn ze op. Nu heb ik een pakje Douwe Egberts gekocht. Dat kan toch ook de bedoeling niet zijn? En ja, die express-colli-hoek is een waanzinnig goed idee. Telefonisch of op het web bestellen en een uur later afhalen, dat is de oplossing. Maar communiceer dat dan ook goed op je website. Of toch beter dan nu het geval is.

It’s giving me the blues…

(’t komt allemaal een beetje nors over zeker? 😉

Joggers with an attitude problem

Normaal gezien hou ik mijn zure oprispingen bij de ochtendwandeling enkel voor wielertoeristen en bonsaikoppels. Vandaag breid ik het even uit. Joggers… meerbepaald full-gear, zure, hoekige lopers. Ja, U!

Ok, ik geef toe, ik heb niet meer het lijf van een getraind atleet, maar ik blijf een held in ’t diepst mijner gedachten als het op lopen aankomt. Een keer of 7 meegedaan aan de 20 van Brussel, een jeugd versleten in atletiekclubs, zelfs in het leger mocht ik nog meespelen met de jongens van de sportschool. Ik denk dat ik dus wel iets weet over rennen. Zelfs nu in de nadagen van mijn sportieve leven draai ik mijn hand niet om voor een ‘joggingske van een kilometer of 9′, al gaat het dan minder snel.

Meer zelfs, als ik mezelf nu voel joggen, met de trage, overvette sjok van een gedesillusioneerde veertiger die krampachtig probeert de ruine’s van zijn eens zo rijzige tempel te handhaven, dan weet ik dat het geen zicht is, dat het niet prettig is om naar te kijken. Ik ben zelf de eerste die – als ik zo iemand langs de watersportbaan zie – dan meewarig denkt: ‘jongen, meisje… wat moet jij nu pijn hebben!’. Ik weet hoe het voelt. Vandaar dat ik het nu voor het ochtendgloren of ’s avonds laat doe. Het is geen verheffend schouwspel en dat soort onesthetische aanblik bespaar je best iedereen. Maar ik veroordeel niemand die daarvoor een publiek nodig heeft, verre van.

Maar na al die jaren dat ik kilometers afgemalen heb, weet ik één ding. Als je – wedstrijden buiten beschouwing gelaten – niet in staat bent  tot een hoofdknikje, een lachje, of een hartelijke goedemorgen, dan ben je verkeerd bezig. U bent niet aan het verzuren, u bent gewoon zuur!

Stel je voor. Een helder kraakvrieskoude ochtend in januari, langs de oevers van de Leie. U hebt er zelf voor gekozen, u hebt top materiaal, vestjes, hesjes truitjes in de juiste materialen, lightweight schoeisel, en u bepaalt zelf of u dat wil doen of niet. Wat zit er dan verkeerd in uw kop?

En dan komt u mensen zoals ik tegen, die luidop ‘goedemorgen’ zeggen, omdat het dat ook is. En niks komt er terug alleen die verkrampte, getergde blik van ‘zie je niet dat ik afzie voor mijn sport! Dit is ernstig, ik heb geen energie voor begroetingen…’

Ga toch fietsen! In elk beginnersboekje staat dat je een looptempo moet aanhouden om iets of wat conversatie aan te kunnen houden. Aan uw loopstijl te zien weet ik gewoon dat u zich niet voorbereidt op een olympisch minimum.

Be happy, of begin aan een andere sport… Mijn goedbedoeld advies

Man in de uitverkoop, bijna niet gebruikt..

Sommige mannen zijn helden! Martelaars van en voor hun relatie. Stielbedervers ook, die – in naam van het lijdzaam toekijken – de boel voor ons verzieken. Ons, daarmee bedoel ik dan die andere mannen, die niet willen meespelen. Die toorn riskeren, en de stille verwijten er als cliché op de koop toe bij nemen, als een soort geuzennaam. U raadt het al, ik ben geen moderne man. En ik houd niet van shoppen, en al helemaal niet van ‘de soldekes, de uitverkoop’, of hoe je’t wil noemen.
Want daar gaat het over. Ik was toevallig in de stad, op het moment van de eerste koopjesmomenten. Zelf moest ik niet zo meteen deelnemen aan dit jaarlijks terugkerend festijn, maar ik heb toch wat extra tijd genomen om één en ander te bekijken. De mooiste en meest schrijnende momenten uit het leven menig man!

Koopjesmannen zijn helden, die volgens mij geen kik zouden geven als je ze levend op de brandstapel zette, hun lijf overdekt met open wondes, ingewreven met pekel. Geen zucht gaat er over hun lippen, geen kreun wordt opgemerkt, stoicijns dragen zij hun lot. Ik bewonder ze, maar deel dat lot niet, nooit (meer)!

Wie als man zegt dat hij dat nooit gedaan heeft is een huichelaar. We zijn allemaal al eens een vrouw ter wille geweest, zij het dan om de verkeerde redenen, en we hebben allemaal al wel eens een keer zo’n koopjeshelletocht meegemaakt. Maar ik doe het niet meer, maar sympathiseer met hen die hun lot waardig dragen.

Want ik herken de tekenen, en ik weet dat zij allen hetzelfde lot beschoren krijgen ….het nakend falen.

Om te beginnen is er de hubris van de fysieke meerwaarde. Mannen denken dat vrouwen moe worden van het shoppen, en proberen het in eerste instantie op uithouding. Dat is de eerste misrekening. Vrouwen krijgen er maar geen genoeg van, en op het einde van de dag, lopen de echtgenoten er bij als geslagen honden, met struikelend over hun tong, die ergens tussen hun veters hangt te bengelen. Topsport, en de mannen hebben het verkeerde trainingschema gekregen.

Tweede vergissing. Hopen dat een snelle aankoop in het eerste halfuur de rest van de koopdrift zal temperen. Ernstige fout! Het is niet omdat er een beetje gekocht is dat de behoefte afneemt. Integendeel, het wordt gezien als een goed teken, dat er nog vele mooie koopjes te doen zijn, en de rest van de winkelstraten wordt even grondig afgeschuimd. Kans is niet ondenkbaar dat het gezinsbudget serieus ontregeld wordt.

Meteen komen we bij de derde vergissing van menig man. Ze denken dat een oppervlakkige scan van de winkel alle koopjes meteen aan het licht brengt. Niets is minder waar. zorgvuldig wordt van rek naar rek gemonsterd, gekeurd en betast. Zelfs de kleine maatjes – dat doet dromen – en uiteraard ook de grotere maten. Stel je voor dat je een vriendin kunt betrappen met uitgerekend die ene jurk in de afslag waarvan je weet dat ze enkel in de ruimere maten nog voorhanden was. Niks 36… eindelijk ontmaskert als dikke!

Ja, ja, een beetje afgunst hoort er bij. Om maar te zeggen dat die vrouwen op zo’n moment minutieus nauwgezet het aanbod in zich opslaan, om nadien nog beter te kunnen beslissen of er al dan niet een goede koop werd gedaan. Autosuggestie en daaropvolgende spendeerdrift.

En de man, hij sjokte voort. De handen berustend achter de rug, zichzelf uitputtend in nulliteiten-commentaren die van hem verwacht worden. ‘Jaa, dat kleedt schoon af… Ik vond dat groene precies mooier… hebt ge al niet zo’n rok?’Alles, werkelijk alles is toegestaan, als het maar vagelijk lijkt op betrokkenheid. Met doffe, dode blik zie je hoe ze zich krampachtig iets proberen voor te stellen bij aubergine, saumon en apricot. Het is geen eten, het schijnen kleuren te zijn. Net zoals taupe, en eischaal…

Enig mooi vind ik telkens weer : Het Breekpunt. En het breekpunt, dat doet zich voor bij elke man. Meestal net voor de middag, soms in de vroege namiddag, maar dat het komt staat als een paal boven water.  De sterksten houden het uit tot net voor het sluitingsuur…

Het breekpunt komt er als ze beseffen dat – ondanks al hun inspanningen – ze er eigenlijk niet toe doen. Ze moeten er bij zijn, maar dat wil niet zeggen dat hun input, of hun inspanningen geapprecieerd worden.  Dan zie je ze letterlijk breken. En vrouwlief onderlijnt het fijntjes door op dat moment het nekschot toe te dienen: ‘Ge moet niet mee binnengaan, deze keer, geef mij maar gewoon uw portefeuille’.

Ontmand en verweesd kijkend blijven ze achter, doffe ogen vangen die van een gelijkgestemde die zichzelf ook een houding probeert te geven…Dat zijn de mannen die buiten aan de winkels staan te wachten.

Het zwakke geslacht. In de koopjesperiode is het erg duidelijk.

Eerder verschenen op blog van Amable

Het marketing congres

STIMA LOGO

Het jaarlijkse ‘internationale’ congres van stichting marketing. Mens wat heb ik me daar geamuseerd. Vroeger. Ik heb er ook veel geleerd, over alle aspecten van dat schone vak.

Wat je wel en niet mocht zeggen, hoe je bepaalde mensen met zeer veel respect diende te bejegenen, wegens momentaan hoog op de ‘tower of power’. Hoe je anderen ook besmuikt mocht catalogeren onder de ‘has-beens’, op basis van hun recente mislukking. Keihard en ongenadig en soms een heel klein beetje hypocriet. Maar dat is niet het alleenrecht van een marketing congres, dat kom je overal tegen.

Het is ook niet de bedoeling om te gaan natrappen, verre van, ik heb er veel vrienden gemaakt, misschien wat oppervlakkiger dan ik soms zelfs wou, maar dat hoort er allicht ook bij. Ik heb er rondgelopen, als een vis in het water. Het was mijn natuurlijke biotoop. Spelen, babbelen, contacten leggen, wisecracks spuien, ik kon het als geen ander. Mild anarchistisch de bar proberen open breken voor het aangekondigde uur, zeer tot verveling van de mensen van Pernod-Ricard. Sjoemelen met giftbags,  drinkgelagen organiseren, side events opzetten, alles om de verveling, de sleur te doorbreken. Baldadige heldendaden van schooljongens.

De laatste twee jaar ga ik niet meer. En vandaag is het weer zover en ik vraag me dan af, mis je het, of mis je het niet?  Ik mis het wel een beetje, de vrolijke sfeer, want het moet immers goed met je gaan, dat is een uitgangspunt voor succes.  De K-woman is daar veel radicaler in, die gaat er naar toe voor een paar sprekers die geacht worden interessant te zijn en voor een paar mensen, die de moeite waard zijn en waarvan het lang geleden is dat ze ze gezien heeft… Geen behoefte aan chitchat. Die kan dat.

Ik niet, ik kom altijd tijd te kort om al mijn zogenaamde vrienden een handje te schudden. Ik geniet wel van de warmte. Ook al is die vergelijkbaar met die van een goedkoop blazertje uit de eldi, al dan niet met namaak houtvuurprint.

Het is een act, en tegelijk ook weer niet, ik ben oprecht blij om sommige ex-collega’s en kennissen terug te zien, en ik zie niet in waarom zij dat ook niet zouden zijn. Maar het kan natuurlijk wel. Afgunst en nijd , het is van alle tijden.

Wat ik me wel afvraag, is of het wel optimaal is, zo’n 2-daags congres. Doe even de denkoefening mee. De bedoeling is tweeledig. Zinvolle spreekbeurten, waar je inzichten kan verzamelen, en netwerken. Business doen, lijkt me erg moeilijk, ik zit te wachten op de dag dat er 1000 consultants en agency mensen in een dubbele rij staan om die ene adverteerder/fabrikant te begroeten, die over de rode loper binnengeschreden komt… zijn besteedbaar budget frivool op het voorhoofd getatoueerd. De massa consultants en account managers strooien wellustig hun business cards over zijn hoofd, een one man ticker tape parade…

Die dag is niet ver meer, getuige de massale afvaardigingen van de meeste agentschappen. Dagje vrij en ’s avonds een sportzak met samples mee naar huis, leuk!

Inzichten en sprekers. Ik sta altijd te kijken van hoe dat werkt. Maar ik ben old school. Meestal had ik het boek al op voorhand gelezen. Dat heeft verschillende voordelen. Ten eerste kun je ‘in depth’ proberen te gaan, in tweede instantie kun je genieten van de presentatieskills. Zijn die er niet dan heb je meer tijd om de zaal te verlaten en te ouwehoeren met collega’s of om je vrolijk te maken over iets anders. Ik heb veel meer tijd buiten het auditorium doorgebracht dan passief luisterend. Mijn stelling was altijd ‘als je naar hier komt om  voor het eerst te horen waarover die man/vrouw het heeft, dan kun je toch onmogelijk au sérieux genomen worden, dan ben je toch niet professioneel met je vak bezig’. Ik heb daar relatief weinig navolging in gekregen. Soit.

Dan het netwerken. Tussen de bedrijven door is er een grote ruimte waar iedereen koffie kan drinken. Best gezellig, ware het niet dat de logistiek van die operatie niet echt optimaal is. Probeer maar eens 1200 man koffie te geven op een half uurtj  tijd, dat is geen sinecure. Crowded is het woord. En beperkt in tijd, want hop, daar komt de belleman al langs voor de volgende sessies. Iedereen weer naar het auditorium om te luisteren.

Ook de lunch is een zogezegd netwerk moment, maar dat valt in de praktijk dik tegen. De acoustiek en de tafelzetting is dermate, dat zinvolle gesprekken enkel mogelijk zijn met je onmiddellijke buren. Meestal zijn dat vrienden, daar netwerk je niet mee, daar praat je mee, over de dingen des levens. Is het allemaal kommer en kwel, uiteraard niet, verre van zelfs, ik blijf het herhalen, ik ben er denk ik 15 jaar heen geweest, dus zo slecht kan het niet zijn. Het zijn gewoon randopmerkingen, meer niet.

En dan heb je nog de avondreceptie. Zonder nostalgisch te willen zijn, er is een periode geweest, toen het congres nog in Brussel werd georganiseerd, dat dat een echt feestje was. Erg verzorgd, met alle toeters en bellen. Naast fijne drankmomenten had dat eerlijk gezegd wel het voordeel dat je tijd had, en dat dat kon en mocht uitlopen. Puur zakelijk was het ook interessant om dan nadien met een paar mensen iets te eten in het Brusselse. vriendschapsbanden werden er gesmeed. Katers voorbereid.

De laatste jaren is dat vrij triest allemaal… die receptieruimte in het congres centrum in Gent, waar ze dan ook nog een keer hun best doen om nieuwe vondsten van het Inbev conglomeraat voor te stellen… echt sfeervol is het er niet en men blijft ook niet erg lang.

Dat is een probleem als het over netwerken gaat. Kortom, de netwerkmomenten zijn mij te beperkt en te geconcentreerd, en daarom lukt dat ook niet. Naast een groeiend ongenoegen over hoe mensen met elkaar omgaan, niet eens de moeite nemend om elkaar voor te stellen of raakvlakken te zoeken, maar daar heb ik het vroeger al eens over gehad.

Heb ik alternatieven? Jawel. Ik stel voor dat de sprekers hun kerngedachtes op slides zetten die continu overal zichtbaar zijn, in de toiletten, op de trappen, in de gangen, overal, overal, overal.  Er zullen vast ook wel slimme jongens zijn die leuke mobile apps kunnen ontwikkelen, enkel voor diegenen die op het congres rondlopen, kwestie van toegevoegde waarde te verzekeren. Die sprekers zelf lopen tussen de gasten , gedurende de rest van de dag, om zinvol te interageren.  The age of conversation management, weet je wel.

Voor de rest is het één grote open receptieruimte, met koffie, fris en wijn, zodat je echt de tijd kan nemen om elkaar te ontmoeten en over iets te spreken.

De congres commissie voorziet ook in kleine afgezonderde ruimtes, zodat je je kunt afzonderen, en al eens een iets delicater gesprek voeren, of waarom niet een closed seminar voor capita selecta. Daar kun je zelfs extra geld voor vragen, en het heeft het voordeel dat het interessant is.

Maak videoscreenings van de beste sprekers – op een ander congres – en vertoon die continu gedurende twee dagen, in aparte kleinere zaaltjes, organiseer workshops over bepaalde thema’s en laat de ‘reclamesprekers’ achterwege. Wat bedoel ik daarmee? Niet de mensen uit de reclamesector, maar diegenen die hun spreektijd gebruiken om reclame te maken voor zichzelf en hun bedrijf.  ‘Ik werd gevraagd om te spreken over community management in B to B context, en heb daar welgeteld een half uur voor gekregen, maar laat mij beginnen met mezelf en mijn bedrijf voor te stellen, en daarna ook wat commercials te laten zien, zo begrijpt u beter hoe wij de markt pakken…’ Geef die portie definitief aan fikkie.

’t is maar een gedacht hè…

De dikke vrouw

De zee, een wandeling, en ja daar hoort een terrasje bij. Ik zat, zij kwamen aan. Een mooi gezelschap. Een viertal. Met één dikke vrouw. Echt dik. Ik kan het niet anders zeggen, niet storend,  in zoverre dat ik daar geen mening over heb. Maatje meer, volslank, goed voorzien van oren en poten, nen tank, u mag kiezen. Ik heb daar niet meteen behoefte aan. ‘T leek mij  gewoon een vrolijke vrouw. Los van het cliché dat dikkere vrouwen noodzakelijkerwijs gezellig en grappig zijn, daar geloof ik ook niets van. Ze had een erg mooi gezicht, en was erg verzorgd, in alles.

En ik keek wat verder. Het was zo simpel. Haar ‘vriendin’, was zo’n mager ding, hologig en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid getrouwd met een tofu-asceet die ook niet kon lachen. Links, verantwoord en als’t enigszins kon ook nog eens gortdroog. Beiden.

De mannen waren broers. Dat kon je zien. Die van het spichtje stond, jawel, u raadt het, in het onderwijs – kop er af als het niet waar zou zijn. Dat zag je aan de wandelkaarten die hij bij had,  aan de voorbereiding, de schoenen, de ribfluwelen broek, dat zag je aan alles. Een gevaarlijk mens om mee te converseren, voor je’t weet krijg je een ‘Ik duld het niet dat er op deze wijze tegen mij gesproken wordt’ om de oren. Compleet met zo’n zuinig ringbaardje. En een geruit hemd onder de parka.

De andere had het  misschien niet  zo getroffen  qua vakantiedagen en arbeidsduur, maar was wel gelukkig, zo zag hij er tenminste uit. Hij deed iets onbestemd in de administratie, en het was duidelijk dat hij andere en leukere prioriteiten had in zijn leven. Eten en lachen met vrienden en kinderen, niet in het minst.

Ze gingen aan het tafeltje naast het mijne zitten. De volslanke had zin in iets lekkers, dat kon je zien, ze ging met graagte de kaart af, maar wachtte even af wat de anderen deden. Het liet niet lang op zich wachten, De leerkracht nam een koffie, zijn vrouw een watertje…

De zwager slikte even en bestelde dapper een pilsje. Ik had hem toch eerder als een trappisten-man ingeschat. Met haar alleen had hij dat waarschijnlijk ook gedaan, met een kaasplankje erbij. Het licht doofde, in de ogen van de dikke vrouw… Niet zozeer omwille van de behoefte aan eten of drank, maar omdat ze gewoon gezellig wilde zijn.

Ik had met haar te doen. Ik begrijp het ook. Niet dat je verplicht grote hoeveelheden drank of  kleffe hap moet binnen slaan, maar iets drinken na een strandwandeling… en dan water bestellen, daar word je toch vanzelf chagrijnig van? Water houdt iets eindig in, je kunt dat niet blijven drinken. Een gezelschap dat neerstrijkt en lekkere dingen bestelt, daar kan je van op aan, de gesprekken beginnen, de sfeer zit er in en het wordt een gezellige boel, of het dan verder ontaardt of niet, doet niet ter zake. Maar water, dat impliceert functionele dorst, iets drinken en weer weg. Tenminste voor mij, de connotatie van gezelligheid is ver te zoeken.

De dikke vrouw had een besluit genomen. Ze nam een Irish Coffee. Eten en drinken samen, en toch nog redelijk beschaafd. Volgens mij had ze zin in pannenkoeken en nog meer lekkers, en/of een fijn wijntje. En ze begon te vertellen… geanimeerd, van haar kant toch. De asceten vonden het te oppervlakkig, of niet boeiend genoeg, en zwegen.

Het gesprek bleef horten tussen de stiltes. De dikke vrouw had het ondertussen ook opgegeven, en reikte naar haar man. Na zovele jaren nog steeds gelukkig, dat is leuk.  En dat zag je. Hij keek haar liefdevol aan, goesting in lekkers en rollebollen, in eender welke volgorde en zij gaf non-verbaal aan dat ze’t nu echt wel gehad had met zijn broer en zijn teringwijfje.

Ze ging zich even verfrissen en op haar weg naar het toilet maakte ze grapjes met ongeveer iedereen die ze tegenkwam. Opluchting over normaal kunnen doen. Ze had een mooie lach, ze leefde graag. En ik vermoed dat ze gewoon leuk gezelschap was, maar niet hier, dat ging niet.

Toen ze terugkwam stonden de ernstigen op en hadden ze hun jassen al dichtgesnoerd. Haar Irish coffee mocht ze nog net opdrinken. Maar nu moest ze weer mee, Jan Van Genten spotten, en duingras bekijken.

Met vier aan de tafel

“Ik wil een grote kist, in een schoon kerk, met veel bloemen! Bij mij gaan ze ’t geweten hebben. En ik wil dat er gebleit wordt!”

Het gezelschap zat gezellig te keuvelen, gemiddelde leeftijd ongeveer 70, maar het was ze niet aan te zien, en zeker ook niet aan te horen. Ik vind het wel mooi, oudere dames die , niet gehinderd door wereldse beslommeringen de herfst van hun leven doormaken met leuke momenten.

Deze vier zaten ergens in een bistrot, zich tegoed te doen aan ‘beschaafde alcohol’. Versta : gecamoufleerd drankgebruik in de namiddag, maar zonder dat het er zo uit ziet. Een irish coffee, een advokaatje, een sherry, dat soort dingen. Eentje niet, die met de meest franke ‘toot’. Die ging ronduit voor een trappist. Zij was ook degene die haar eigen begrafenis aan’t regisseren was.  En ze ging door…

” En mijn beeldeke, daarop wil er uitzien zoals ik twintig jaar geleden was… Ah ja, wie wil er mij nu onthouden als een oud verschrompeld beske? Twintig jaar geleden zag ik er nog best appetijtelijk uit!”.

Er valt iets voor te zeggen, De laatste herinnering aan de aflijvige, moet dat niet eerder iets mooi zijn? Iets waar je met plezier aan terug denkt? Vaders in de kracht, moeders in de fleur. Net zoals fotoalbums maar weinig kiekjes bevatten van hoogoplopende ruzies, of huiselijk geweld, waarom schroomvallig doen over doodgaan, laat het iets mooi wezen, ik wil me mijn vader ook alleen maar herinneren als fijne vader, niet als zielige oude man.

Ze ging op haar elan verder. ‘Als ik kijk naar het beeldeke van onze Fernand, allez, dat is toch triestig? Zo ne schone, sterke mens, en op dat prentje is dat een oud manneke!’ En iedere keer als ik er naar kijk, begin ik te bleiten, want dat laatste jaar, dat was toch puur afzien? Maar al die andere jaren hebben wij veel plezier gehad, veel gelachen, en veel samen gedaan!’.

Ik kan haar geen ongelijk geven. Sterven heeft altijd iets triest, iets van een afscheid, maar waarom moet je per se opgezadeld blijven met de verkeerde herinneringen. Zou er geen plaats zijn voor ‘schoon rouwen’, ipv van die zielige vlaamse onbeholpen stiltes. Een afscheid in lijn met het leven van de aflijvige, het lijkt me een meer dan valabele optie.

Eén van de andere dames sprak stil… ‘ ik was blij dat em dood was. We hadden toch niks meer tegen elkaar te zeggen, al heel lang niet…’

Ook moeilijk…

 

De vierschaar voor architecten

België is een lelijk land. Volgebouwd, lintbebouwd, lelijk bebouwd. Dat hebben we voor een groot deel aan onszelf te danken. Want we willen allemaal een huisje, en we willen dat bij voorkeur zelf bouwen, eerder dan iets op te kopen en te verbouwen/vernieuwen ‘Ge koopt een ander zijn miserie, hè, mijnheer!’.

So far still so good. Er is niet veel tegen in te brengen dat mensen huizen bouwen. Waar je wel een probleem mee kunt hebben is de ondingen die ze dan neerpoten. Heel de Kempen staat vol Spaanse hacienda’s. Ja, Spaanse, met rare dakpannen, ronde vormen, en lelijke stenen. Overal in semi-landelijke omgevingen vinden we uiteraard fermettes, al dan niet met ingemetseld wagenwiel en opgeblonken koperui op het torenspitsje, en het obligate ronde venster.  In de steden krijg je nu overal luxeappartementen ‘in loftstijl’, wat dan meestal wil zeggen dat de vloer uit gepolierd beton bestaat en dat er een aluminium keuken in staat. Kortom, de nep regeert.  En het wordt nog erger, de gevreesde trendwatcher K-woman heeft mij al gewezen op de nieuwe gedrochten : Elzas-Schilde-New-Chic… Gruwelijk is het, binnenkort in een verkaveling dicht bij u.

Toen ik zelf zo rond mijn dertigste de kans kreeg een lapje grond te verwerven, in de betere buurten buiten Gent, ben ik er mee naar mijn architect getrokken. Vooraleer het te kopen. Hij keek even rond en sprak toen de prachtige zin ‘Dit ga je echt leuk vinden Guido, een beetje tuin en ’s zaterdags allemaal samen met de buren de auto’s wassen’.

Ik begreep het meteen. In plaats daarvan hebben we een huis gebouwd in een simpele straat, een gerieflijk huis, maar anoniem en passend in het straat beeld, of dat toch minstens niet verstorend.  Pas op, ik laat nog steeds iedereen doen waar hij/zij zin in heeft. Ik pleit zeker niet voor het Nederlands model, al valt er iets te zeggen voor hun respect voor omgeving en landschap, maar onze gezellige chaos vind ik ook wel iets hebben.

Waar ik wel voor pleit, is voor architecten, die hun vak kennen en hun verantwoordelijkheid nemen, zoals de mijne dat indertijd deed, hij heeft het zich daar niet makkelijker mee gemaakt, integendeel. Een beetje goede smaak bijbrengen op architecturaal vlak, ze hebben er tenslotte voor gestudeerd.

Zo is er een fijn, gezellig straatje, vlak bij mijn woonst, waar charmante burgerhuisjes staan. Niet groot en protserig, maar gewoon mooie huizen. En daar zijn ze nu een nieuwbouw aan het optrekken, appartmentjes waarschijnlijk, ter vervanging van één van die huizen.

Lélijk! Echt Lélijk!! En ik begrijp dat niet. Als ik het al zie, dan moet zo iemand dat toch ook zien? Wie laat zo’n man begaan? Hij heeft tenslotte toch iets voorgesteld aan de bouwheer?  En cruciaal aan zijn vak moet toch ook zijn dat hij mensen kan bijspijkeren als ze’t even kwijt zijn?

En dan denk ik, we moeten streng en rechtvaardig worden, en ons patrimonium, of wat er van rest, beschermen. En ja, het ‘berufsverbot’ wenkt. Ik stel voor dat we architecten na 5 jaar actieve carrière voor een vierschaar brengen met ernstige mensen, die hun werk mogen beoordelen. Wie dat moet zijn, daar kunnen we dan te gepaste tijden een boom over opzetten, dat is nu nog even niet aan de orde. We hebben het over het concept.

Eén keer een fermette, om den brode, dat wordt toegelaten, je moet tenslotte het vak leren.  Elk dorp volpleuren, elke opdracht in die richting invullen, sorry, ga maar even  iets anders doen.

Moderne, stuitende ‘contemporary’ architectuur, iedere keer opnieuw er in slagend te choqueren en als een tang op een varken in het straatbeeld te passen (In Gent zijn er zo wel wat staaltjes te vinden)… Sorry! Misschien terug tekenaar worden? Rijk worden met eenheidsworst, ja, maar dan wel in de projectmarkt hè, niet meer door onze ogen pijn te doen.

Wat denkt U? Mits succes kan het ook op andere sectoren toegepast worden… Marketingh managers die de line extension als groei model prediken,… zat sectoren waar we stilaan iets strenger moeten worden.

Oude lust roest niet

Een dorpscafé. Ik kan er zo moeilijk aan weerstaan. Een toog die patina kreeg door morsige glazen, de herkenbare geur van cigaretten en verschaald bier, de troosteloosheid van de lokale dorpsaffiches. Heerlijk is het.

Ik ging aan de toog zitten en bestelde een pintje. Zoals het hoort vroeg de vrouw achter de bar of het een boerke, een ribbeke of een vazeke moest zijn. Met stip in de top tien! Voor mij liefst ribbekes, perfect getapt, lichtjes parelend.

Ze had al meerdere oorlogen meegemaakt in haar taverne. Huid, ogen en handelingen waren de stille getuigen van talloze nachten in het gezelschap van venten die liever hier zaten dan thuis bij hun wijf. Een Vlaamse waardin, goed voorzien van oren en poten, ‘ne stevige achteruit’ en op stiletto’s. Want ’t was zondag.

Hij kwam binnen, en ik werd getroffen door de troosteloze sleep in zijn pas. Ondanks het feit dat het café quasi leeg was, ging hij aan een tafeltje zitten. Alleen. Een beetje triest voor zich uitkijkend.

Ze ging er heen, met een fris getapt fluitje en bleef op gedempte toon even met hem praten. Bezorgd legde ze een hand op zijn arm, en kneep er bemoedigend in. Hij keek even op en lachte flauwtjes terug. Zijn stem klonk aarzelend, gebroken.

De man was oud, ergens achteraan de zestig en gaf een erg uitgebluste indruk. Het verlies drukte zwaar, hij kon niet wennen aan het alleen zijn en zocht allicht de warmte van het café op om te ontsnappen aan de eenzaamheid thuis en het opgeklopt vermaak van de TV. Dat maakte ik er van. Temeer daar de waardin hem zorgelijk bleef aankijken en mij met een blik van verstandhouding aangaf dat ze er mee te doen had. Ik stelde maar geen vragen, dat hoort ook niet.

Na een tijdje tapte ze een vers pilsje. “Hier, nog eentje van mij, ’t is goed dat ge terug onder de mensen komt, ge moet vooruit in uw leven!’. Hij keek haar aan, glimlachte even, bedankte vriendelijk en kort en bleef verder in zijn glas staren.

Het moet wat met je doen, als je je levensgezellin, je vrouw je maatje op die leeftijd kwijt raakt. Weten dat het komt, allicht na een lange slepende ziekte, of met wat geluk heel plots, en zonder lijden. Maar we moeten elkaar niets wijsmaken. Dood en belastingen, ze zijn onontkoombaar. Hoe ouder je wordt, hoe meer je er van doordrongen geraakt.  Waarschijnlijk ook net de kinderen op bezoek gehad die het niet kunnen opbrengen om ‘vake’ meer dan eens in de week op te zoeken, wegens carrières en eigen drukke levens met kindjes en allerhande projectjes. Dat gaat zo.  En nu was het zondagavond, alleen, met Witse. Hem restte niets meer dan op zijn beurt te wachten op de dood, want rijk van de duiven ging hij niet meer worden.

Ik ging naar ’t toilet, en plots stond hij naast me.

‘Ferm wijf hè jong, ons Nicole,… achter den toog?’ Ik keek hem verrast aan en hij ging verder.

‘Die van ons is een maand geleden gestorven, maar ik ben nog ne ferme vent, en ik peis, als ik hier zo nog een weekske triestig kom zitten doen, da’k wel kans maak om ze in mijnen nest te trekken! Allez, we gaan zien, neen heb ik al, maar ik peis toch dat ik mij ermee ga kunnen amuseren! En dan kan ik mij terug aan den toog placeren!’

Nog een schone avond gewenst.. met deze hint van de onvolprezen @benpittoors

Mijn papa was een varken

papa

Of een beer. Of een paard, Hij kon het allemaal zijn.  Als hij na een nacht stappen met vrienden, de hele wereld uitnodigde om bij ons thuis te komen slapen, omdat dat gezellig was, dan was het een varken, een schoon varken, maar een varken. Heerlijk mateloos en met het gevoel dat de wereld van hem en zijn vrienden was.

Als hij werkte, dan kon hij dat als een paard. Zonder omkijken, zonder zeuren, gewoon doen. Hij kon ook gewoon lief zijn, voor zijn vrouw, voor zijn kinderen. niet zeemlief, gewoon lief, in de zin van het goed menen.

Mijn vader was geen hartelijk mens. Hij keek heel streng, niet omdat hij boos was, maar gewoon omdat zijn hoofd zo stond. Mijn schoolkameraadjes hadden er schrik van. ik niet, ik vond hem meer dan ok. Een lieve beer. Hij kwam wel vaak stuntelig bij zijn pogingen om lief te zijn. Ik ken dat, er zit veel van hem in mij. Wij denken dat we met woorden alleen, alles oplossen.

Hij was bovenal een man met een immens respect voor de integriteit van iemand anders.  Op alle vlakken. Hij had geen kinderen, hij had kleine mensen rond zich met fouten in hun redeneringen en die probeerde hij dan weg te werken; maar hij luisterde wel.

Ik schrijf onbewust in de verleden tijd. Hij leeft nog, maakt u zich geen zorgen, maar het is toch niet meer hetzelfde, en het zal allicht ook niet meer beter worden.

Natuurlijk is dat allemaal niet weg, maar het leeft alleen nog in de herinnering. De herinnering van een bevlogen, gepassioneerd politiek beest, met wie je uren dagen kon doorbomen over een onderwerp, onder het genot van bier of wijn.

Het mannetje dat bij mijn moeder in de zetel zit, is slechts bij momenten mijn papa.

Als het over zijn ploeg gaat, en mijn ploeg, Anderlecht, en hoe die stuntelen. Het verbindt ons. Als het over politiek gaat, ook al hebben we dezelfde politieke voorkeur niet. Als ik iets stom zeg, Als ik vertel over mijn zoon, en hoe die worstelt met teksten van Durkheim en ze niet echt begrijpt. Dan zie ik zijn ogen ineens weer helder worden, en dan is er dat opstandige… Het onbegrip van een man die er alles heeft moeten voor doen om een universitair diploma te halen, die een onwrikbaar geloof had in de maakbaarheid van de mens. Ik hoor het hem zeggen : ‘dan moet hij maar wat meer lezen!’.

Maar hij zegt het niet, hij kijkt wat voor zich uit, en vraagt om nog een kop koffie.

Zijn strijd is gestreden, zijn leven geleefd. Ik vraag me af hoe dat moet voelen, opgeven. Zit er nog evenveel vuur in zijn hoofd, in zijn redeneringen? Laat hij het passeren omdat het luisteren voorbij is? Omdat het spreken geen zin heeft? Of wacht hij gewoon tot het over is?

Mijn papa is een schone mens, en ik mis hem bij de levenden.

Help, ongeneeslijk zieke kinderen…

Pas vandaag is het  echt doorgedrongen… Mijn kinderen, alle vier, ernstig ziek. Een bijzonder mysterieuze ziekte, vandaar ook dit schrijven, een oproep naar andere ouders, misschien hebben jullie er ook ervaring mee, en hebben jullie wel aangepaste medische oplossingen kunnen vinden. Alle hulp is welkom.

Het ziektebeeld laat zich éénvoudig samenvatten : spieratrofie, partieel geheugenverlies, aandoening van centraalzenuwstelsel waardoor de oog-hand coördinatie faalt, dit alles gecombineerd met selectief chronisch vermoeidheidssyndroom. Niet om te lachen dus, en wellicht helpt een betere omschrijving van de symptomen om mij in de richting van een oplossing te sturen. Het is echt dringend, dus wie kan helpen…

Spieratrofie: de spierkracht van mijn kinderen is beperkt in tijd, het lukt soms nog net om bijvoorbeeld iets op de vaatwasser te plaatsen, maar de extra inspanning om dat er in te zetten, dat wil niet altijd meer lukken. De deur is te zwaar! Het is alsof er maar zoveel kan binnen een bepaalde tijd.

Hetzelfde gebeurt met WC rolletjes. Allicht heeft dat er mee te maken dat alle zuurstofrijk bloed zich dan ter hoogte van de sluitspier verzameld heeft, want de volledige handeling volmaken lukt niet. Vegen gaat hopelijk nog net, maar dat lege rolletje, dat belandt wel op de grond, of soms zelfs in een bakje, maar dan is het ook echt op. De puf om een nieuwe rol (dat gewicht ook!) op de houder te steken, neen, dat gaat niet. U begrijpt dat het als ouder, iedere keer weer als een dolksteek door het hart gaat om je kind te zien lijden. Ze proberen iets te eten, de wikkel valt op de grond, en de pijnscheut in hun ogen verraadt dat ze wel willen bukken om het op te rapen, maar dat het éénvoudigweg fysiek niet mogelijk is. Ik heb echt medelijden, ik wil een oplossing.

Coördinatiestoringen: allicht is het ook door die spieratrofie dat de rest moeilijker wordt. Neen, ik heb het niet over handdoeken of kleren op de grond, dat is normaal bij kinderen en adolescenten.
Ik heb het over simpele dingen, zoals het inschenken van cola, wat niet meer zonder morsen kan. U kunt zich dat ook niet voorstellen hoezeer ze daar zelf onder lijden, messen met choco die op het aanrecht vallen, en waarvoor ze niet meer de kracht hebben om die terug los te trekken.

Ik kan wel huilen bij zoveel ellende, ik had ze dit zo graag bespaard… Wij kunnen ons niet voorstellen hoe pijnlijk het moet zijn om het stuk hout, waar eens een magnum rond hing, niet meer te kunnen tillen, en dat dan uit eerlijke schaamte tussen de zetelkussens te moeten proppen. Die vernedering, het niet meer in staat zijn tot elementaire hygienische leefregels, verschrikkelijk uitputtend, voor mijn bloedjes.

Amnesie: Het moet een hel zijn om als jonge adolescent rond te waren in een huis dat je van a tot z kent, en toch telkens weer te moeten vragen ‘waar staat/ligt dat?’. Gewoon omdat het geheugen niet meewil. Ik heb het over alledaagse gebruiksvoorwerpen hè, stofzuigers, bezems, leibanden, ja, soms zelfs gewoon borden en bestek.

Schrijnend hoe ze dan in zo’n keuken staan, overmand door onbeholpenheid, en zoekend, tergend langzaam zoekend, niet geholpen door enige vorm van logica, maar echt klutsverloren. Beetje ouder huilt dan, bij zoveel ellende.

Ik denk ook dat hun spraakvermogen soms aangetast wordt door datzelfde fenomeen, maar daar wil ik nog niet op vooruitlopen, zolang we maar liefdevol kunnen communiceren, al is’t met gebaren, is er op dat vlak nog veel mogelijk. En ’t blijven tenslotte je kinderen. Of ze nu al dan niet medeklinkers kunnen uitspreken, ik wil daar niet moeilijk over doen, als ze maar eerst genezen voor het overige.

CVS : En dan dat CVS, dat toch ook de kop opsteekt, zij het dan cyclisch. Nooit op avonden in het weekend, altijd op voormiddagen in het weekend. Quasi nooit tijdens uithuizige vakanties, altijd tijdens de schooldagen. Hoe kunnen die jonge mensen nu toch ooit tot een fatsoenlijk leven komen, zoveel handicaps, op weg naar succes?

Echt waar, alle hulp is welkom. Want de goede wil is er, ze komen thuis en gaan echt vol moed voor hun pc zitten, een beetje proberen te volgen wat er bij de vrienden aan de hand is, maar dan onherroepelijk, slaat de vermoeidheid toe, ze moeten gaan liggen. Godzijdank hebben ze nu allemaal een laptop, zodat ze die kunnen blijven hanteren als ze plat gaan, maar ik houd mijn hart vast als die spierziekte ook hun vingertoppen bereikt, wat gaan we dan moeten uitvinden?

Mensen die bij hun kinderen of kennissen hetzelfde hebben ondervonden, alsjeblieft, laat mij iets weten, het zou erg veel voor me betekenen…

Waarom kleine meisjes toch best zelf hun kamer opruimen

Afgelopen weekend was het weer zover. Oogappel nummer 4 kwam slapen. ‘En of het lief mocht blijven ook?’. Ik kan mijn dochters niets weigeren. Ik kan ze niet alles bieden, maar ik kan ze alleszins niets weigeren. Ook dit niet.

Liefst van al zou ik dat joeng (haar lief) onder de zoden schoffelen, maffiagewijs een paar betonnen laarsjes aanmeten en wat laten zwemmen in de Leie, iets onbestemd met naalden, donkere kelders en niet nader bepaalde geslachtsdelen doen, maar ik ben een moderne papa, en dus antwoord ik ‘ja schat, uiteraard, geen enkel probleem, dat hoef je toch niet te vragen…’ En inwendig sterf ik.

Begrijp me niet verkeerd, het joeng in kwestie is meer dan ok, hij kan er ook niets aan doen. Ik vind hem zelfs buitengewoon meevallen. Hij denkt na, is niet te brallerig, is lief voor haar en hij blijft van mijn whisky. Het is niet persoonlijk, it’s business, ze moeten met hun fikken van mijn meisjes blijven.

Ik wil ze liefst van nu tot haar dertigste in een klooster en dan met  2,4 onbevlekte ontvangenen ergens in een ‘doorzonwoning’ installeren, met een vent die heel hard werkt om haar vakanties en schoenen te betalen. De megahit van wijlen André Hazes indachtig vraag ik dat ze haar alles zouden geven en dan nog wat. Uiteraard is dit allemaal niet waar, maar toch, ik ben niet te beroerd om het toe te geven, het knaagt. En ik wil het niet weten.

Omdat ik weet wat het is. Toen ik vroeger thuis kwam met een meisje zei mijn vader ‘niet onder mijn dak’, en dat was finaal. Wij zeggen dat niet meer, want we zijn modern, maar we – of ik althans – hebben ook een bijzonder levendige fantasie, gevoed door eigen ervaringen, fantasmes en porno op het internet.  Nu weet ik wel zeker dat ik de aandacht heb.

Wat is namelijk het verband met de titel? Na het weekend is mijn huis een stal, een puinhoop, een zompig puberaal liefdesnest. Althans, zo komt het bij mij over. Ik doe even de toer met u. Wat te denken?

Over twee badkamers en één slaapkamer verspreid liggen een 30tal handdoeken, in diverse stadia van kleffe vochtigheid. Neen, ik overdrijf dat getal niet, en ik wil niet weten waarvan die handdoeken getuige zijn geweest. Van vrijdagavond tot zondagmiddag zijn er een kleine 200 waxinelichtjes opgebruikt, grosso modo te verdelen over dezelfde locaties + het salon. Her en der in het huis, maar geconcentreerd over voornoemde plekken vind ik kleenex doekjes, ondergoed, waarvan ik niet weet bij wie het behoort (zonder te impliceren dat die jongen strings draagt, maar mijn dochter draagt bijvoorbeeld ook boxers, dus dit is à décharge te noteren), uiercreme, bodymilk, etc, etc..

Ik zal u even vertellen wat dat met mijn hoofd doet. Ik denk dan dat er tijdens mijn afwezigheid één langerekt sexfeest aan de gang geweest is, waarbij het frêle, kwetsbare lichaam van mijn ooogappeltje onderworpen werd aan de meest perverse en schaamteloze handelingen, gewoon om dat joeng zijn genot te geven!!

Het is al erg genoeg dat ik dat sowieso denk, zonder dat ik ook nog eens moet geconfronteerd worden met de materiële bewijslast. Mijn ‘sympathie-coëfficient’ voor jonge lieven wordt er niet hoger op! En daarom, lieve dochters en meisjes overal te lande: kuis uw nest op, laat geen sporen na van jullie (vermeende)ontucht, of alle papa’s en sommige mama’s zullen komaf maken met die geilberen van jullie. Gemeend!

Het kan natuurlijk ook zijn dat ze gewoon wat slordig is, zoals de meeste meisjes van die leeftijd, en dat de elektriciteit uitgevallen is dat weekend, en dat ze zoals mijn andere dochters gewoon wat kusjes stal van dat sympathieke skaterkereltje.

Ik denk ook dat het zoiets was hoor, ze is tenslotte nog maar 17, wat kan er gebeuren?

Fantasmes in het herentoilet

Tieten-dispenser

Het zal wel aan mij liggen. Een soort diepgewortelde anaal-retentieve fixatie, een overdreven belang voor het toilet. Maar u maakt me niet wijs dat het u nog niet is opgevallen.  Nieuw concept in het ‘papiergebeuren’. De Lotustiet-dispenser.  We hebben al ongeveer alles gehad. Het Unigro-boek aan het touwtje, de krant, het zuinige schuurpapieren rolletje, en de varianten daarop.  Altijd opnieuw met die twee verkeerd geboorde gaatjes, allerschattigst. Toen werd het leuk, in het kader van de productiviteit (welke productiviteit) kwam achtereenvolgens het karrenwiel en de duoslider, waarbij twee rollen alternerend konden gebruikt worden.

Ik wil het hier niet hebben over de ergonomische plaatsing van die dingen, meestal sloeg het nergens op en haalde je je geheid een ontwrichte schouder, alleen over de hardnekkigheid waarmee product-developers meenden te moeten sleutelen aan een utilitaire installatie die eigenlijk al stond als een huis. Het rolleke! En ja, sinds kort mag je dat kreng ook gewoon in de pot dumpen wegens oplosbaar.

Maar de stijlguru’s bij Lotus vonden het blijkbaar nog niet ver genoeg gaan. Daarom kwamen ze op de proppen met bovengetoond ‘ding’. Ik heb echt geen andere naam.  Ben ik dan de enige? Madonna-tieten, jaren ’90, met wc-papier als tepelkwastjes?

Is dit de ultieme gamification? Maken we een spelletje van het grotere toiletgebeuren?  Een combinatie van utilitaire handelingen.. fantaseert u lekker weg op de vorm en de herinneringen? Ik mag hopen van niet.

En dan de ‘dispenser-filosofie’. Er zijn van die wc-papier toestanden waar je velletje per velletje mag gebruiken. Ik weiger categoriek om daar in mee te gaan. Ik wil kunnen rollen en proppen zoals het mij belieft. Boekhoudkundig velletjes stapelen tot ik er statistisch gezien geen risico’s mee loop, dat is aan mij niet besteed. Liever smossen dan kansrekenen.

Bij de nieuwe Lotus dispenser trek je dus ook velletje per velletje uit de tepelhof. Een draak is het. Moet je eerst nog een keer je wc-papier gladstrijken en ordenen voor je tot de daad overgaat. Ik dacht het volstrekt niet.

Wat mij betreft, afvoeren die handel, tenzij ik iets over het hoofd heb gezien.

Ik hou van mannen, vooral als het jongens blijven

Ik heb het er nog niet over gehad. Omdat het nogal veel pijn doet.

Een maand geleden heb ik meegedaan aan de dodentocht in Bornem. 100 km wandelen/stappen en je krijgt er 24u voor. In principe geen probleem. Maar ik heb jammerlijk gefaald. Opgegeven in de helft.

Er zijn verzachtende omstandigheden, die zijn er altijd, maar daar gaat het niet over. Het resultaat is dat ik het niet gehaald heb. Ik kan hier oeverloos blijven mompelen over te dikke kousen, en daardoor al vanaf km 2 problemen met mijn tenen. Ik zou uren kunnen vertellen over mijn rugzak, die ik normaal nooit gebruik als ik tochten doe, en waar voor deze keer twee boeken, twee kledingsetjes, voedsel voor een week en een hele veldapotheek inzat, maar dat ga ik niet doen. Ik ga me ook niet verschuilen achter mijn competitiedrift, waardoor ik van bij aanvang met de betere meestapte, om al na 30 km te merken dat ik mezelf overschat had. Het is immers in mijn hoofd dat de hubris ontstond om te denken dat ik er al rond 15u zou zijn.  Op basis van de eerste 50km zou dat ook een realiteit geweest zijn.  Ik wil het ook niet verder hebben over mijn persoonlijke Deus ex Machina, de K-woman die mij om 7u ’s ochtends in Steenhuffel kwam trakteren op een koffietje, waardoor ik finaal verkoos om de rest van de dag in andere oorden door te brengen.  U, mijn beste lezer, bent niet gediend van voorwaardelijke wijzes en excuses. Ik bespaar ze u dus… uit respect! U zal me er niet meer over horen, maar volgend jaar sta ik er weer! en kom ik aan! Binnen de tijd! Ruim binnen de tijd…

Eén van de mooiste herinneringen heb ik overgehouden aan dat uurtje voor de start. Cool, calm and composed, zat ik in een plaatselijke afspanning een boek te lezen, doordrongen als ik was van het besef dat ik een wereldprestatie, nooit gezien in de geschiedenis van de dodentocht, zou neerzetten.  Naast mij streken 6 rumoerige scoutsleiders/jeugdclubtyconen neer, die met veel misbaar zware Duvels bestelden en met die kenschetsende brallerige humor, eigen aan onzekere mannen/jongens, hun demonen probeerden te bezweren.  Er was leute, er was lawaai, er waren boude uitspraken en grappige opmerkingen, er werden foto’s genomen van de helden, de gladiatoren. Allen voor de eerste keer aan de start, maar de jeugd heeft de toekomst. Ze gingen dit varkentje wel eens even wassen.

Ik ging naar toilet en kruiste daar één van de knapen. Hij bekeek zijn wilde haardos in de spiegel en sprak de welhaast profetische woorden ‘Joenge, joenge, zijde gij oek zoe zenuwachtig? Ik schet bekanst in man broek van de zeene! Kgon dat verleves nie kunne, en ze gon ma eutlache, doemme toch!’  Je kunt daar niets aan toevoegen, dat hoeft ook niet. ik lachte even, en zei dat het voor iedereen even ver is. De ‘schoon weer vandaag’ cliché voor sportmanifestaties.

Ik ging weer naar mijn tafeltje. Hij ook, en niets verried dat hij blij was dat hij zijn hart even had kunnen luchten. Het was weer de luidste braller van toen net. Zo hoort het.  Dat soort kwetsbaarheid is niet voor de vrienden, en toch weer wel. ik ben er zeker van dat ze allen, wij allen met dezelfde twijfels en stress zaten, en dat we ons groot hielden door stoer gedrag.

En het mooiste van al. Dertig kilometer later hoorde ik er toevallig één bellen naar het thuisfront. ‘Met mij gaat het nog, maar de Jerre heeft een probleem. Allez, ’t is te zeggen, t heeft niets met zijn conditie of zo te maken, maar hij gaat het waarschijnlijk niet kunnen uitlopen, iets met zijne knie…’ Schoon, heel schoon!

Dat is het toch? Echte vrienden zullen het eventuele falen van één der kameraden toedekken, afschermen en begrijpen. Ze zijn opgelucht dat het hun niet overkomt, maar ze zullen op zo’n moment nooit de draak steken met die onfortuinlijke. Daarvoor zijn we maten, voor ’t leven.

En nadien, in de warme geborgenheid van het dorpscafé zullen er stoere indianenverhalen verteld worden over lijden, afzien en heroïek, maar nooit zal die ene te kakken gezet worden. Hij maakt deel uit van het genootschap dat er was.

What happened in Bornem stayed In Bornem. Helden worden niet verguisd.

Ik wil alleen zijn op de pot!


(video is het idee van de bij deze bijzonder sympathiek geachte @benpittoors)

Het moet niet altijd over privacy op Facebook gaan. Wij hebben op kantoor, in het toilet, zo’n luchtverfrisser die automatisch een wolkje dennengeur verspreidt, alsof je in’t bos zit te kakken. Ik schrik daar telkens weer van, het is alsof de privacy van de kleine ruimte een beetje ontheiligd wordt. Alsof er iemand naast je zit, die ineens oordeelt: “oh, neen, dit kan niet, dit is te erg, nu moet er gespoten worden!” Big brother is smelling you, and he disapproves!

Je kunt er bovendien geen staat op maken. Dat ding spuit op de meest vreemde momenten. Soms bij het binnenkomen, soms als je beweegt, soms nadat je bewoog. Ik voel dat ik één dezer zo’n wolkje in mijn oog ga krijgen, echt wel. Ik vind dat niet fijn, dat soort ‘aanwezige’ toestellen. Het hindert mijn gevoel van intimiteit. Ik wil alleen zijn.  Ik en mijn witte porseleinen troon, en desgewenst nog een boekje. Alleen, zonder smellmonitoring. Het is één van de kleine ergernisjes die ik meemaak in de hedendaagse sanitaire installaties.

En zo zijn er nog. Ik heb bijvoorbeeld ook een godsgruwelijke hekel aan automatische timers in de verlichting van  de toiletten van onze betere horeca zaken. lemand heeft dus bepaald hoe lang je mag blijven zitten, daarna gaat het licht uit.

Mag het even? die ene plek waar niemand je stoort, waar niemand aan je kop zeurt?  Wie houdt zich daar overigens mee bezig.  Hoe wordt dat bepaald? Mediaan of rekenkundig gemiddelde? En op welke steekproef? En zou die ‘lichtzeit’ anders zijn bij vrouwen dan bij mannen? Ik vind dat we daar streng moeten zijn, een exclusief mannelijke steekproef voor het herentoilet, anders krijg je scheeftrekkingen. Wie bedenkt het ook? Doe je daar voordeel mee? Over hoeveel jaar gespreid dan wel? Het kan toch niet anders dan één of andere anaal-retentieve facility manager zijn, die denkt dat ie daar zijn groot profijt gaat uithalen?

Te lang drukken, op onze electriciteitskost? De sanctie is duisternis. Ga er maar aan staan, of vegen. Want uiteraard is de sensor van dat verhaal ergens geplaatst waar je molenwiekende armen geen bereik hebben. Soms denk ik dat het mede daarvoor is dat ze smartphones uitgevonden hebben, met grote lichtgevende displays.

En de laatste, meest ergerlijke vorm van privacy schending, dat zijn die halfopen deurtjes. Waarom, waarom, waarom? Uit veiligheid? Uit zuinigheid?  Halve deurtjes, ’t is weer zoveel vezelplaat gespaard! Wat is het voordeel? Dat iedereen kan meeluisteren? Dat degene die zit, met mondjesmaat perst, om zachte plonsjes  en geluidloze veestjes te produceren, die niemand verder storen?

Veel meerwaarde heeft het  verder allemaal niet, maar ik moest het even kwijt.

Het Nieuwe Brandmerk

De man had een heel speciaal, lichtgekleurd, leren boekentasje vast. Het was mooi, maar niet echt mannelijk. Tenminste, ik – met mijn beperkt bevattingsvermogen – kon me niet voorstellen dat een man zoiets zou kiezen/kopen. Wij kiezen zwart leer, bruin leer, een enkeling zal al eens naar bordeaux durven overhellen, vooropgesteld dat het van een gekend merk is, maar veel verder… Neen.  En dit was een vreemd soort bijna vanille-geel leer, met mooi beslag, en de kwaliteit sprong er af.

Toen ik het hem vroeg, keek hij verrast op en ook wel blij ‘Cadeautje van mijn vrouw! Mooi hè?’ De ‘mooi hè’ kwam er uit als een soort van opluchting. Opluchting omdat een andere vent het ook mooi vond en hij zo wat minder voor paal liep… of tenminste daar vreesde hij voor. Voor dat paal lopen dan.

De vrienden zaten te eten in een restaurant, Twee gebronsde fitnesshengsten met twee Sherrywijfjes ernaast. Het eten smaakte, de drank vloeide. Eén van hen had een witte ‘Ice’ watch aan. Een fashion statement. Misschien.   Welke vent kiest er zelf voor? Karin kon het niet laten en vroeg ernaar : ‘Hoe komt een vent ertoe om een wit plastic horloge te dragen?’

‘Manneke, ik heb dat gekregen van mijn vriendin hie, en veur mij betekent da hiel veul! Ik gon die noeis nimmr afdoeng, zoe lang asdamme saome zeng!’ Mooi hè?

Twee ongerelateerde feiten.

Vanochtend passeerde ik een mooie auto. Zwarte break, van het succesvolle vertegenwoordigerstype. En op de achterruit hing de sticker ‘ X & Y on board’.  Ik moet daar altijd een beetje om lachen. Ik zie het me al doen, in volle vaart op zo’n auto afglijden en dan ineens, ‘oh, neen, hier mag ik niet tegen rammen, want er zitten kinderen in…. ‘ en dan knal ik hem tegen een andere waar niet zo’n sticker ophangt.. Ik weet niet goed hoe het werkt, en waarvoor het dient, dat soort stickers.

Ik mijmerde verder. Zo’n echte automan, die alles kent over velgen en ophangingen. Zou die zelf kiezen voor zo’n melige stickers? Ongetwijfeld is dat iets wat  in de roes na de geboorte gebeurt… Maar kiest hij daar zelf voor?

Misschien is dat het nieuwe ‘eigendomsrecht’. Vrouwen doen iets met hun vent, waardoor ze hem brandmerken als ‘off the market’. Een opzichtig attribuut, een mooi accessoire, of ja, waarom niet de gesublimeerde penis-tatouage! Op het macho-instrument bij uitstek, de bolide, wordt zachtjes een claim gelegd. Deze jongen, deze kanjer heeft kinderen,… van mij’. Niet zoals het kinderzitje, dat is gewoon verstandig en onmisbaar, maar zo’n sticker, voor mij is dat toch een andere dimensie.

Mannen die plots van kapsel en van kleren veranderen, nadat vrouwlief hen uitgelegd heeft waarom… eigenlijk zijn dat gebrandmerkte ossen. Doffe tristesse in de ogen, maar ze hebben wel hun eigen stal.

De viptent, het tristesse-paleis

Blown away, by @blissbohemian (www.bliss.be)

In Zoersel organiseren ze tijdens de zomer Parkfeesten op vrijdagavond. Dat is vrij gezellig. Het is de bedoeling dat kinderen en dorpsbewoners, vrienden en muziekliefhebbers allerhande daar een prettige avond hebben. Dat lukt meestal wel.

De groepjes zijn leuk, of origineel, of bedoelen het goed. De mensen zijn in de sfeer om wat pinten te drinken en het weekend en/of de vakantie op een luimige manier in te zetten.

Je ziet trossen ‘testosteron pubers’ plannen beramen om heldhaftig een meisje aan het haar te trekken. Je ziet dromerige deernes, aarzelend dwalen in de richting van die ene jongen die wel anders is dan al die andere. Heerlijk mooie zomeravonden.

De verenigingen spannen zich in, er zijn wat stalletjes, kraampjes, frieten, bier, wijn en cava. Meer moet dat niet zijn, prima georganiseerd.

Ik struinde er gisteren wat rond. De reggae band kon me niet echt bekoren, wat uitzonderlijk is, maar het zal wel aan mij gelegen hebben. Plots zag ik iets wat ik daar totnogtoe nog niet opgemerkt had. Een lege tent, met  gedekte witte receptietafeltjes en kaartjes daarop: ‘voorbehouden’, en dan de namen van wat lokale neringdoeners, neem ik aan. Ik vond het een stijlbreuk. En onaangenaam.

Zo zonde. Ik ben een democraat en een libertair. Soms botst het een beetje. vooral als de sfeer en de authenticiteit in het gedrang komen.  Ik erger me al jaren blauw aan zgz. ‘vip zones’ en ‘golden circles’ waar meestal niet betalende ‘vips’ een voorbehouden plaatsje krijgen om toch maar een goed zicht te hebben op een artiest die hen zowiezo niet echt veel zegt, wegens volgende week zien ze weer een andere, door weer een ander bedrijf uitgenodigd. He gaat om zuip en gezien worden, en in een beperkt aantal gevallen over echte muziekfans.

Ondertussen betekent dat minder plek, minder kansen voor de echte liefhebbers.  Op zo’n moment denk ik weleens ‘ga met heel uw vip klodden toch ergens anders de lul uithangen’… maar dat is niet echt mooi Nederlands, dus die gedachte verdring ik om plaats te maken voor een andere, meer ‘vrij-denkende’: vrijheid, blijheid. Maar eigenlijk is dat niet zo. Want men maakt het een beetje kapot.

Ik begrijp volkomen dat organisatoren continu op zoek zijn naar manieren om enerzijds meer geld over te houden aan hun inspanningen, en dat ze dat geld willen halen waar het zit, dat kan ik alleen maar onderschrijven.  En anderzijds zoeken ze door differentiëring een leuk aanbod te kunnen maken aan de ‘meerwaardezoekers’. Lovenswaardig. Maar doe het op een manier die uw evenement intact laat!  En dat kan! PSV heeft een prachtig stadion, met uitstekende VIP facilities, maar de wedstrijd beleef je buiten, zoals het hoort.  Niet achter glas, aan een coupe nippend. Dan moet je maar naar de paardenraces gaan.

Organiseer VIP toestanden, naast, achter, onder,  voor mijn part boven het podium, zodat een normale mens er geen last van heeft.  Geef all areas armbandjes, zodat wie wil zich kan laven aan de echte festival sfeer. Of beter nog, zorg ervoor dat mensen terug in hun vipstal binnen kunnen zonder uiterlijk vertoon, want ook dat is weerzinwekkend, het gekokketeer met  speciale bandjes en lanyards met pasjes… Maar laat geen kakkineuze roséwijven opdraven temidden van een groep losgeslagen jongeren, glaasje bubbels in de hand, om dan op te merken ‘Dat stinkt toch nogal hè, zo’n festival na 3 dagen’.  Hou dat gescheiden!

Zo ook gisteren. Je krijgt dan ineens een plek, waar het allemaal wat stijver is, een soort sfeer-vacuum. Dat is jammer, voor iets wat voor de rest leuke en mooie dorpsprententies waarmaakt.

Soms is het overigens best vermakelijk. Dan heb ik het over  het vestimentair aspect en het mannetjes-vrouwtjes spel. Zo’n vent, die maakt zich klaar voor ‘Parkfeestje zoersel’ en dat is meteen gepiept : hemd, jeans, gympies, halve fles aftershave, klaar!

Voor vrouwen is dat moeilijker. Ze weten dat er een wei is… maar ze weten ook dat er ‘vriendinnen’ zijn. Ze weten dat ze gemonsterd gaan worden, ze willen behagen.  En zo zie je totally overdressed, zonnebankbruine, gepermanenteerde wijvekes over het terrein stuntelen, tot ze de veilige haven van het Cava-walhalla bereikt hebben. Daar ligt planché, en kunnen ze schitteren.  Oef…. Mooi! ‘T is toch gratis drinken hè, Raymond?’

Honden moesten ze er op los laten, die met vuile poten, morsige afdrukken op de witte piratenbroekjes maken!

Wandelen, trekken en wielertoeristen

Wielertoerisme by @blissbohemian (www.bliss.be)Toen ik over Pocahontas en Heidi blogde, had ik het essentieel over een imagoverhaal. Zoals Oostenrijk een land is met een perceptieprobleem, zo is ook de wandelsport – en ik gebruik het woord ‘sport’ met opzet – opgezadeld met een huizenhoog stoffig imago. Bij Oostenrijk heeft het misschien nog te maken met de naam van dat land. Een ‘rijk’, dat klinkt al meteen wat ongeloofwaardig. Misschien moeten ze, naar het voorbeeld van de nieuwe Afrikaanse republieken, beginnen met een nieuwe naam, die dezelfde blijft in alle talen, Ostrialië of zoiets.  Branding experts zullen dat wel kunnen oplossen.Ik zie een trend aankomen, binnenkort is Vlaanderen-België-Walubrux  immers aan de beurt.

Terug naar de ‘wandelsport’. Het beeld dat in mij opkomt, is dat van oude mensen, lelijke outfits, K-way op de rug, en een verbeten marsritme. De weg naar het zoveelste abdijbier is erg pijnlijk en moeizaam. Bijkomend, ze verplaatsen zich in hordes, op afgesproken tijdstippen, en ze hebben iets principieel over zich. Principieel is in sommige gevallen wel ok, maar niet als het op vrije tijd aankomt. Dan moet het mogen, en plezant zijn vooral.

De wandelsport in Vlaanderen, dat ziet er niet altijd even plezant uit voor buitenstaanders.  En eigenlijk is dat jammer. Ik leg even uit waarom. Ik doe het zelf ook. There, i said it. Ik stap. Hard en veel. Ik draai mijn hand niet om voor tochten van 30 à 40 km, met een strak tempo van 10min/km. En ik zie dan overigens erg mooie dingen. Mijn biotoop is het GR-netwerk (de roodwitte balkjes), die je ook in Vlaanderen vindt. Geen volk, geen fietsers, geen massa’s en een strikt minimum aan woonkernen (helaas niet altijd).

Dat ‘kunnen stappen’ is een overblijfsel van vroeger. De (foute) jeugdbeweging, de dagelijkse tocht naar de auto van mijn papa, waarvoor we Brussel moesten doorkruisen. De vakanties in Spa, op zoek naar de bronnen van talrijke Ardennenstroompjes. Ik heb altijd graag gestapt. En ik heb er ook nooit moeite mee gehad.

Een lief in Nieuwvliet? Ik stapte van het station in Knokke tot daar. Mijn voeten waren mijn bondgenoten, en als het vlug en verder moest gaan dan lifte ik tussendoor. Ik snap het gedoe er ook niet rond. Het is gewoon, de ene voet na de andere zetten. Op je eigen ritme. nu heet dat aëroob, qua inspanning,in tegenstelling tot anaëroob, da’s dan rennen. Ook niet zo moeilijk.

Nu ik er over nadenk, mijn broer en ik, we hebben nog atletiek gedaan, voor de fun, bij HAC, de Hekelgemse Atletiekclub. We deden dat niet eens zo slecht. Zozeer zelfs dat we er tot voor kort nog beiden in slaagden om mee te doen aan de 20km van Brussel zonder noemenswaardige voorbereiding en dat ding ook nog in een redelijke tijd uitliepen. Jupiler was de sportdrank die we gebruikten, zowel voor als na.

Als ik aan wandelen en stappen (Vlaams, niet Nederlands) denk, denk ik ook aan de parallel tussen fietsen en wielertoerisme. Fietsen, dat doe je met vrouw en kind, korte trage tochtjes. Wielertoerisme dat is afzien, echte sport, ok biking. Wielertoerisme. Nog zo’n foute naam. De meeste wielertoeristen zijn verdoken competitiebeesten, en maniakaal met hun materiaal bezig, maar het heeft niets met toerisme te maken. En toch is wielertoerisme populair en een markt waar geweldig veel geld in omgaat. In wandelen niet zo, als je kijkt naar wat er in Vlaanderen rondloopt.

Maar als wandelsport ineens trekking heet, dan hebben we het over iets anders. Trekking gebeurt in het buitenland. Denk ik.  Want bij trekking springen de beelden van onherbergzame oorden, woeste berglandschappen (neen, geen Oostenrijkse, dat zijn immers perceptiegewijs ‘suikerbergen voor oude mensen’), vitale, viriele venten en supersportieve, sexy chicks.

Rugzak aan, en voet na voet, op paden doorstappen tot je ergens komt waar je kunt rusten, eten of slapen. Wandelen dus. In trekking gaat wel veel geld om. Denk maar aan de AS Adventures van deze wereld, die worden daar rijk van. De juiste schoenen, kleren, het materiaal… fingerlicking.

Dus net zoals voor Ostrilanië, laat ons niet meer spreken over wandelsport maar over Trekking. De voordelen zijn legio: imago verbetering, betere en mooiere outfits en dus ook een stuk landschapsverfraaiing, en de economie draait er beter door. Ik  zal er me zelf ook een stuk beter bij voelen. In plaats van het oubollige wandelen doe ik vanaf nu immers aan trekking…Ik ga nu een geruit hemd aantrekken en mijn Meindls staan klaar voor een tochtje. De hond kwispelt, hij mag mee, los.

Trekking in Vlaanderen. Het leent zich ook beter voor grapjes. In één ruk… er op los trekken, etc. kwestie van u voor te zijn qua spitse commentaar.

Over Marketinghoeren en Boeren

Ik ben een marketinghoer, en een aandachtsslet. Wie mij kent, of bezig ziet op de sociale platformen en op de diverse hoogmissen van ons métier, zal dat beamen.  Zelf denk ik daar anders over, maar dat doet niet ter zake. Ik weet dat je animo rond je profiel moet houden op de diverse netwerken, anders tuimel je zo de vergeetputten van het wereldje in. En ik wil aandacht, aandacht voor mijn stukjes, die ambachtelijk geschreven zijn, en waar ik best wel trots op ben.

Onlangs ben ik mijn absolute antipode tegengekomen. Een kaasmaker uit Salzburgerland. Hij werd ons aangekondigd als een jonge boer, die erg succesvol bezig was, hoog op de alm, met een kaasmakerij.

Wat we te zien kregen was een helder uit de ogen kijkende, getaande alpenkop, die met een mok koffie en een sigaret voor zich, met nauwelijks verholen afgrijnzen keek naar het stelletje ‘journalisten’ voor hem.

Hij had een pracht van een uitbating, en dat zeg ik zonder een zweem van ironie en ik som even op wat hij op de verschillende locaties als didactische uitleg meegaf.

In de kaasmakerij : “Dit is de kaasmakerij, als u vragen hebt, dan luister ik.”

In de winkel : “Hier verkopen we kaas, boter en spek. Proeven?”

Bij de ovens : “Het rookt omdat ik spek rook, dat gaat niet zonder rook”.

In de kelder: “Mijn kazen gaan bijna kapot van dat geflits!”

Bij zijn toeristenverblijven : ” Het zijn oude, opgeknapte huizen, dat is leuk voor de toeristen”

Hilarisch en juist was het. De man leefde in en voor zijn producten, en al de rest deed er geen zak toe. Hij liep in hetzelfde kloffie rond dat hij al jaren aantrok, gaf zo kort mogelijk antwoord en wilde eigenlijk niets liever dan dat we zo snel mogelijk opkrasten, en hem lieten verder werken.

Was hij onvriendelijk? Neen. Hij had alleen geen zin om zich met bijzaken bezig te houden. En zo hoort het. De kaas was verrukkelijk, de koffie was lekker en ik durf te wedden dat er aan de uitbating van het hof ook niets verkeerd was, alles zat vol, en het ontbijtbuffet zag er heerlijk uit. Meer moet dat niet zijn. Word of mouth, storytelling en conversationmanagement, his way.