Ik wil alleen zijn op de pot!


(video is het idee van de bij deze bijzonder sympathiek geachte @benpittoors)

Het moet niet altijd over privacy op Facebook gaan. Wij hebben op kantoor, in het toilet, zo’n luchtverfrisser die automatisch een wolkje dennengeur verspreidt, alsof je in’t bos zit te kakken. Ik schrik daar telkens weer van, het is alsof de privacy van de kleine ruimte een beetje ontheiligd wordt. Alsof er iemand naast je zit, die ineens oordeelt: “oh, neen, dit kan niet, dit is te erg, nu moet er gespoten worden!” Big brother is smelling you, and he disapproves!

Je kunt er bovendien geen staat op maken. Dat ding spuit op de meest vreemde momenten. Soms bij het binnenkomen, soms als je beweegt, soms nadat je bewoog. Ik voel dat ik één dezer zo’n wolkje in mijn oog ga krijgen, echt wel. Ik vind dat niet fijn, dat soort ‘aanwezige’ toestellen. Het hindert mijn gevoel van intimiteit. Ik wil alleen zijn.  Ik en mijn witte porseleinen troon, en desgewenst nog een boekje. Alleen, zonder smellmonitoring. Het is één van de kleine ergernisjes die ik meemaak in de hedendaagse sanitaire installaties.

En zo zijn er nog. Ik heb bijvoorbeeld ook een godsgruwelijke hekel aan automatische timers in de verlichting van  de toiletten van onze betere horeca zaken. lemand heeft dus bepaald hoe lang je mag blijven zitten, daarna gaat het licht uit.

Mag het even? die ene plek waar niemand je stoort, waar niemand aan je kop zeurt?  Wie houdt zich daar overigens mee bezig.  Hoe wordt dat bepaald? Mediaan of rekenkundig gemiddelde? En op welke steekproef? En zou die ‘lichtzeit’ anders zijn bij vrouwen dan bij mannen? Ik vind dat we daar streng moeten zijn, een exclusief mannelijke steekproef voor het herentoilet, anders krijg je scheeftrekkingen. Wie bedenkt het ook? Doe je daar voordeel mee? Over hoeveel jaar gespreid dan wel? Het kan toch niet anders dan één of andere anaal-retentieve facility manager zijn, die denkt dat ie daar zijn groot profijt gaat uithalen?

Te lang drukken, op onze electriciteitskost? De sanctie is duisternis. Ga er maar aan staan, of vegen. Want uiteraard is de sensor van dat verhaal ergens geplaatst waar je molenwiekende armen geen bereik hebben. Soms denk ik dat het mede daarvoor is dat ze smartphones uitgevonden hebben, met grote lichtgevende displays.

En de laatste, meest ergerlijke vorm van privacy schending, dat zijn die halfopen deurtjes. Waarom, waarom, waarom? Uit veiligheid? Uit zuinigheid?  Halve deurtjes, ’t is weer zoveel vezelplaat gespaard! Wat is het voordeel? Dat iedereen kan meeluisteren? Dat degene die zit, met mondjesmaat perst, om zachte plonsjes  en geluidloze veestjes te produceren, die niemand verder storen?

Veel meerwaarde heeft het  verder allemaal niet, maar ik moest het even kwijt.

Het Nieuwe Brandmerk

De man had een heel speciaal, lichtgekleurd, leren boekentasje vast. Het was mooi, maar niet echt mannelijk. Tenminste, ik – met mijn beperkt bevattingsvermogen – kon me niet voorstellen dat een man zoiets zou kiezen/kopen. Wij kiezen zwart leer, bruin leer, een enkeling zal al eens naar bordeaux durven overhellen, vooropgesteld dat het van een gekend merk is, maar veel verder… Neen.  En dit was een vreemd soort bijna vanille-geel leer, met mooi beslag, en de kwaliteit sprong er af.

Toen ik het hem vroeg, keek hij verrast op en ook wel blij ‘Cadeautje van mijn vrouw! Mooi hè?’ De ‘mooi hè’ kwam er uit als een soort van opluchting. Opluchting omdat een andere vent het ook mooi vond en hij zo wat minder voor paal liep… of tenminste daar vreesde hij voor. Voor dat paal lopen dan.

De vrienden zaten te eten in een restaurant, Twee gebronsde fitnesshengsten met twee Sherrywijfjes ernaast. Het eten smaakte, de drank vloeide. Eén van hen had een witte ‘Ice’ watch aan. Een fashion statement. Misschien.   Welke vent kiest er zelf voor? Karin kon het niet laten en vroeg ernaar : ‘Hoe komt een vent ertoe om een wit plastic horloge te dragen?’

‘Manneke, ik heb dat gekregen van mijn vriendin hie, en veur mij betekent da hiel veul! Ik gon die noeis nimmr afdoeng, zoe lang asdamme saome zeng!’ Mooi hè?

Twee ongerelateerde feiten.

Vanochtend passeerde ik een mooie auto. Zwarte break, van het succesvolle vertegenwoordigerstype. En op de achterruit hing de sticker ‘ X & Y on board’.  Ik moet daar altijd een beetje om lachen. Ik zie het me al doen, in volle vaart op zo’n auto afglijden en dan ineens, ‘oh, neen, hier mag ik niet tegen rammen, want er zitten kinderen in…. ‘ en dan knal ik hem tegen een andere waar niet zo’n sticker ophangt.. Ik weet niet goed hoe het werkt, en waarvoor het dient, dat soort stickers.

Ik mijmerde verder. Zo’n echte automan, die alles kent over velgen en ophangingen. Zou die zelf kiezen voor zo’n melige stickers? Ongetwijfeld is dat iets wat  in de roes na de geboorte gebeurt… Maar kiest hij daar zelf voor?

Misschien is dat het nieuwe ‘eigendomsrecht’. Vrouwen doen iets met hun vent, waardoor ze hem brandmerken als ‘off the market’. Een opzichtig attribuut, een mooi accessoire, of ja, waarom niet de gesublimeerde penis-tatouage! Op het macho-instrument bij uitstek, de bolide, wordt zachtjes een claim gelegd. Deze jongen, deze kanjer heeft kinderen,… van mij’. Niet zoals het kinderzitje, dat is gewoon verstandig en onmisbaar, maar zo’n sticker, voor mij is dat toch een andere dimensie.

Mannen die plots van kapsel en van kleren veranderen, nadat vrouwlief hen uitgelegd heeft waarom… eigenlijk zijn dat gebrandmerkte ossen. Doffe tristesse in de ogen, maar ze hebben wel hun eigen stal.

De viptent, het tristesse-paleis

Blown away, by @blissbohemian (www.bliss.be)

In Zoersel organiseren ze tijdens de zomer Parkfeesten op vrijdagavond. Dat is vrij gezellig. Het is de bedoeling dat kinderen en dorpsbewoners, vrienden en muziekliefhebbers allerhande daar een prettige avond hebben. Dat lukt meestal wel.

De groepjes zijn leuk, of origineel, of bedoelen het goed. De mensen zijn in de sfeer om wat pinten te drinken en het weekend en/of de vakantie op een luimige manier in te zetten.

Je ziet trossen ‘testosteron pubers’ plannen beramen om heldhaftig een meisje aan het haar te trekken. Je ziet dromerige deernes, aarzelend dwalen in de richting van die ene jongen die wel anders is dan al die andere. Heerlijk mooie zomeravonden.

De verenigingen spannen zich in, er zijn wat stalletjes, kraampjes, frieten, bier, wijn en cava. Meer moet dat niet zijn, prima georganiseerd.

Ik struinde er gisteren wat rond. De reggae band kon me niet echt bekoren, wat uitzonderlijk is, maar het zal wel aan mij gelegen hebben. Plots zag ik iets wat ik daar totnogtoe nog niet opgemerkt had. Een lege tent, met  gedekte witte receptietafeltjes en kaartjes daarop: ‘voorbehouden’, en dan de namen van wat lokale neringdoeners, neem ik aan. Ik vond het een stijlbreuk. En onaangenaam.

Zo zonde. Ik ben een democraat en een libertair. Soms botst het een beetje. vooral als de sfeer en de authenticiteit in het gedrang komen.  Ik erger me al jaren blauw aan zgz. ‘vip zones’ en ‘golden circles’ waar meestal niet betalende ‘vips’ een voorbehouden plaatsje krijgen om toch maar een goed zicht te hebben op een artiest die hen zowiezo niet echt veel zegt, wegens volgende week zien ze weer een andere, door weer een ander bedrijf uitgenodigd. He gaat om zuip en gezien worden, en in een beperkt aantal gevallen over echte muziekfans.

Ondertussen betekent dat minder plek, minder kansen voor de echte liefhebbers.  Op zo’n moment denk ik weleens ‘ga met heel uw vip klodden toch ergens anders de lul uithangen’… maar dat is niet echt mooi Nederlands, dus die gedachte verdring ik om plaats te maken voor een andere, meer ‘vrij-denkende’: vrijheid, blijheid. Maar eigenlijk is dat niet zo. Want men maakt het een beetje kapot.

Ik begrijp volkomen dat organisatoren continu op zoek zijn naar manieren om enerzijds meer geld over te houden aan hun inspanningen, en dat ze dat geld willen halen waar het zit, dat kan ik alleen maar onderschrijven.  En anderzijds zoeken ze door differentiëring een leuk aanbod te kunnen maken aan de ‘meerwaardezoekers’. Lovenswaardig. Maar doe het op een manier die uw evenement intact laat!  En dat kan! PSV heeft een prachtig stadion, met uitstekende VIP facilities, maar de wedstrijd beleef je buiten, zoals het hoort.  Niet achter glas, aan een coupe nippend. Dan moet je maar naar de paardenraces gaan.

Organiseer VIP toestanden, naast, achter, onder,  voor mijn part boven het podium, zodat een normale mens er geen last van heeft.  Geef all areas armbandjes, zodat wie wil zich kan laven aan de echte festival sfeer. Of beter nog, zorg ervoor dat mensen terug in hun vipstal binnen kunnen zonder uiterlijk vertoon, want ook dat is weerzinwekkend, het gekokketeer met  speciale bandjes en lanyards met pasjes… Maar laat geen kakkineuze roséwijven opdraven temidden van een groep losgeslagen jongeren, glaasje bubbels in de hand, om dan op te merken ‘Dat stinkt toch nogal hè, zo’n festival na 3 dagen’.  Hou dat gescheiden!

Zo ook gisteren. Je krijgt dan ineens een plek, waar het allemaal wat stijver is, een soort sfeer-vacuum. Dat is jammer, voor iets wat voor de rest leuke en mooie dorpsprententies waarmaakt.

Soms is het overigens best vermakelijk. Dan heb ik het over  het vestimentair aspect en het mannetjes-vrouwtjes spel. Zo’n vent, die maakt zich klaar voor ‘Parkfeestje zoersel’ en dat is meteen gepiept : hemd, jeans, gympies, halve fles aftershave, klaar!

Voor vrouwen is dat moeilijker. Ze weten dat er een wei is… maar ze weten ook dat er ‘vriendinnen’ zijn. Ze weten dat ze gemonsterd gaan worden, ze willen behagen.  En zo zie je totally overdressed, zonnebankbruine, gepermanenteerde wijvekes over het terrein stuntelen, tot ze de veilige haven van het Cava-walhalla bereikt hebben. Daar ligt planché, en kunnen ze schitteren.  Oef…. Mooi! ‘T is toch gratis drinken hè, Raymond?’

Honden moesten ze er op los laten, die met vuile poten, morsige afdrukken op de witte piratenbroekjes maken!

Wandelen, trekken en wielertoeristen

Wielertoerisme by @blissbohemian (www.bliss.be)Toen ik over Pocahontas en Heidi blogde, had ik het essentieel over een imagoverhaal. Zoals Oostenrijk een land is met een perceptieprobleem, zo is ook de wandelsport – en ik gebruik het woord ‘sport’ met opzet – opgezadeld met een huizenhoog stoffig imago. Bij Oostenrijk heeft het misschien nog te maken met de naam van dat land. Een ‘rijk’, dat klinkt al meteen wat ongeloofwaardig. Misschien moeten ze, naar het voorbeeld van de nieuwe Afrikaanse republieken, beginnen met een nieuwe naam, die dezelfde blijft in alle talen, Ostrialië of zoiets.  Branding experts zullen dat wel kunnen oplossen.Ik zie een trend aankomen, binnenkort is Vlaanderen-België-Walubrux  immers aan de beurt.

Terug naar de ‘wandelsport’. Het beeld dat in mij opkomt, is dat van oude mensen, lelijke outfits, K-way op de rug, en een verbeten marsritme. De weg naar het zoveelste abdijbier is erg pijnlijk en moeizaam. Bijkomend, ze verplaatsen zich in hordes, op afgesproken tijdstippen, en ze hebben iets principieel over zich. Principieel is in sommige gevallen wel ok, maar niet als het op vrije tijd aankomt. Dan moet het mogen, en plezant zijn vooral.

De wandelsport in Vlaanderen, dat ziet er niet altijd even plezant uit voor buitenstaanders.  En eigenlijk is dat jammer. Ik leg even uit waarom. Ik doe het zelf ook. There, i said it. Ik stap. Hard en veel. Ik draai mijn hand niet om voor tochten van 30 à 40 km, met een strak tempo van 10min/km. En ik zie dan overigens erg mooie dingen. Mijn biotoop is het GR-netwerk (de roodwitte balkjes), die je ook in Vlaanderen vindt. Geen volk, geen fietsers, geen massa’s en een strikt minimum aan woonkernen (helaas niet altijd).

Dat ‘kunnen stappen’ is een overblijfsel van vroeger. De (foute) jeugdbeweging, de dagelijkse tocht naar de auto van mijn papa, waarvoor we Brussel moesten doorkruisen. De vakanties in Spa, op zoek naar de bronnen van talrijke Ardennenstroompjes. Ik heb altijd graag gestapt. En ik heb er ook nooit moeite mee gehad.

Een lief in Nieuwvliet? Ik stapte van het station in Knokke tot daar. Mijn voeten waren mijn bondgenoten, en als het vlug en verder moest gaan dan lifte ik tussendoor. Ik snap het gedoe er ook niet rond. Het is gewoon, de ene voet na de andere zetten. Op je eigen ritme. nu heet dat aëroob, qua inspanning,in tegenstelling tot anaëroob, da’s dan rennen. Ook niet zo moeilijk.

Nu ik er over nadenk, mijn broer en ik, we hebben nog atletiek gedaan, voor de fun, bij HAC, de Hekelgemse Atletiekclub. We deden dat niet eens zo slecht. Zozeer zelfs dat we er tot voor kort nog beiden in slaagden om mee te doen aan de 20km van Brussel zonder noemenswaardige voorbereiding en dat ding ook nog in een redelijke tijd uitliepen. Jupiler was de sportdrank die we gebruikten, zowel voor als na.

Als ik aan wandelen en stappen (Vlaams, niet Nederlands) denk, denk ik ook aan de parallel tussen fietsen en wielertoerisme. Fietsen, dat doe je met vrouw en kind, korte trage tochtjes. Wielertoerisme dat is afzien, echte sport, ok biking. Wielertoerisme. Nog zo’n foute naam. De meeste wielertoeristen zijn verdoken competitiebeesten, en maniakaal met hun materiaal bezig, maar het heeft niets met toerisme te maken. En toch is wielertoerisme populair en een markt waar geweldig veel geld in omgaat. In wandelen niet zo, als je kijkt naar wat er in Vlaanderen rondloopt.

Maar als wandelsport ineens trekking heet, dan hebben we het over iets anders. Trekking gebeurt in het buitenland. Denk ik.  Want bij trekking springen de beelden van onherbergzame oorden, woeste berglandschappen (neen, geen Oostenrijkse, dat zijn immers perceptiegewijs ‘suikerbergen voor oude mensen’), vitale, viriele venten en supersportieve, sexy chicks.

Rugzak aan, en voet na voet, op paden doorstappen tot je ergens komt waar je kunt rusten, eten of slapen. Wandelen dus. In trekking gaat wel veel geld om. Denk maar aan de AS Adventures van deze wereld, die worden daar rijk van. De juiste schoenen, kleren, het materiaal… fingerlicking.

Dus net zoals voor Ostrilanië, laat ons niet meer spreken over wandelsport maar over Trekking. De voordelen zijn legio: imago verbetering, betere en mooiere outfits en dus ook een stuk landschapsverfraaiing, en de economie draait er beter door. Ik  zal er me zelf ook een stuk beter bij voelen. In plaats van het oubollige wandelen doe ik vanaf nu immers aan trekking…Ik ga nu een geruit hemd aantrekken en mijn Meindls staan klaar voor een tochtje. De hond kwispelt, hij mag mee, los.

Trekking in Vlaanderen. Het leent zich ook beter voor grapjes. In één ruk… er op los trekken, etc. kwestie van u voor te zijn qua spitse commentaar.

Over Marketinghoeren en Boeren

Ik ben een marketinghoer, en een aandachtsslet. Wie mij kent, of bezig ziet op de sociale platformen en op de diverse hoogmissen van ons métier, zal dat beamen.  Zelf denk ik daar anders over, maar dat doet niet ter zake. Ik weet dat je animo rond je profiel moet houden op de diverse netwerken, anders tuimel je zo de vergeetputten van het wereldje in. En ik wil aandacht, aandacht voor mijn stukjes, die ambachtelijk geschreven zijn, en waar ik best wel trots op ben.

Onlangs ben ik mijn absolute antipode tegengekomen. Een kaasmaker uit Salzburgerland. Hij werd ons aangekondigd als een jonge boer, die erg succesvol bezig was, hoog op de alm, met een kaasmakerij.

Wat we te zien kregen was een helder uit de ogen kijkende, getaande alpenkop, die met een mok koffie en een sigaret voor zich, met nauwelijks verholen afgrijnzen keek naar het stelletje ‘journalisten’ voor hem.

Hij had een pracht van een uitbating, en dat zeg ik zonder een zweem van ironie en ik som even op wat hij op de verschillende locaties als didactische uitleg meegaf.

In de kaasmakerij : “Dit is de kaasmakerij, als u vragen hebt, dan luister ik.”

In de winkel : “Hier verkopen we kaas, boter en spek. Proeven?”

Bij de ovens : “Het rookt omdat ik spek rook, dat gaat niet zonder rook”.

In de kelder: “Mijn kazen gaan bijna kapot van dat geflits!”

Bij zijn toeristenverblijven : ” Het zijn oude, opgeknapte huizen, dat is leuk voor de toeristen”

Hilarisch en juist was het. De man leefde in en voor zijn producten, en al de rest deed er geen zak toe. Hij liep in hetzelfde kloffie rond dat hij al jaren aantrok, gaf zo kort mogelijk antwoord en wilde eigenlijk niets liever dan dat we zo snel mogelijk opkrasten, en hem lieten verder werken.

Was hij onvriendelijk? Neen. Hij had alleen geen zin om zich met bijzaken bezig te houden. En zo hoort het. De kaas was verrukkelijk, de koffie was lekker en ik durf te wedden dat er aan de uitbating van het hof ook niets verkeerd was, alles zat vol, en het ontbijtbuffet zag er heerlijk uit. Meer moet dat niet zijn. Word of mouth, storytelling en conversationmanagement, his way.

Over Pocahontas en Heidi

We gaan allemaal graag op reis. Dat verbreedt onze achtergrond, onze voeling met de cultuur en zo. Liefst van al gaan we wel naar  quasi uitgestorven beschavingen en uitdagende gebieden. Anders vinden we er niks aan. De zee is voor jonge families met bleitkinderen, de Ardennen is voor ‘treehuggers’ en depressieven, en Spanje is voor het klootjesvolk. Oh ja, en Oostenrijk is voor oude, rechtse, dikbuikige wandelaars. Met lelijke outfits en verkeerde nostalgie naar een tijd toen alles netjes georganiseerd was.

Misschien is dat toch niet helemaal juist. Ik liep gisteren op de alm met Gerhard Wolfsteiner. Ik laat de naam met opzet vallen, niet omdat ik daar extra punten mee scoor, maar omdat ik ook wel zo zou willen heten. Gerhard, je hoort de alpengalm zo al. En Wolfsteiner, hoeveel meer kracht kan een naam niet hebben. Wolf und Stein! man, man man…

Anyway, ik liep daar zo wat te kuieren en bedacht me dat het eigenlijk idioot is dat je met geweld eerst maar even in Nepal wat trekking gaat doen, als je in het Alpengebied over perfect valabele alternatieven beschikt. Wat is er mis met dit land, waarom is het niet sexy?

Als we een Peruviaanse bondgekleurde  vrouw in traditionele klederdracht zien, sturen we trots foto’s naar het thuisfront. Als we een Dirndlmeisjes zien beginnen we meesmuilend Edelweiss te zingen en foute grapjes te vertellen over uitzichten en balkons.

Een gaucho oogst bewonderende blikken. Een alpenboer in lederhozen wordt vergeleken met Bart De Wever. hoe juist is dat eigenlijk?

Is Oostenrijk een anachronisme in Europa? Ik dacht het niet, overal heb je tradities, authenticiteit en misschien nog belangrijker, levenscondities die ervoor zorgen dat bepaalde ontwikkelingen er zijn of niet.

Het gehalte oude, tandeloze maar bijzonder fotogenieke vissers, die aan de kaaien hun net zitten te herstellen is hier bijvoorbeeld bijzonder klein. Anderzijds beseffen ze hier maar al te goed dat ongeveer 1/3 van hun bruto regionaal product (in Salzburg) afkomstig is uit het toerisme. Hoe je dat invult is dan weer een andere zaak, maar ze doen dat allesbehalve slecht, en ze beseffen dat het prijsgeven van die authenticiteit een troefkaart minder is.

Wij kunnen het ons misschien niet voorstellen, maar de anekdote werd me verteld, dat een groep Japanners er werkelijk van uitging dat de Alpenhutten gebouwd werden, speciaal  voor het toerisme. Dat is al even fout, als denken dat je met een hoop achterlijke boeren te maken hebt.

Ik heb hier alleen maar vriendelijke en nuchtere mensen ontmoet… en veel eten, dat ook, ja.

Het tafelgesprek

made by @blissbohemian (www.bliss.be)

Ik hield ze al een tijdje in het oog. Een gezelschap van vijf. Drie vrouwen, twee mannen. Zij zat aan het hoofd van de tafel, en het was allemaal erg dubbel. Ze voelde zich beter dan de burgervrouwtjes die gezellig met het mannetje op vakantie gingen. Zij was immers vrijgevochten, losbol, een avontuur. Tegelijkertijd zou ze er alles voor doen om ooit nog een vent in de netten te strikken, zodat ze niet meer overgeleverd werd aan de goodwill van zogenaamde vriendinnen. Geen genadebrood meer, geen eenzame ontbijten en drankdoordesemde diners in eenzame hotels. Gewoon terug zoals vroeger, gezellig normaal.

Het viel me ook op hoe de lichaamstaal en vooral ook de ogen van één van de andere tafeldames haar continu monsterden.  Bij alles wat ze zei, en alles wat ze niet zei.  En hoe gespeeld geinteresseerd iemand er kon uitzien. Het deed bijna pijn.

’s Ochtends aan het ontbijt was het niet beter. De vrijgevochtene had het soort gezicht dat een hele dag nodig heeft om te bekomen van de alcohol en tabak excessen van de vorige dag. ‘S avonds ziet dat er best ok uit, ’s ochtends wil je er niet naast wakker worden, denk ik dan.

Het monsteren ging verder. Haar ‘vriendin’ luisterde naar alles wat ze zei, maar ondertussen zag je haar ogen afdwalen en hoorde je ze bijna denken ‘Oh meid, wat zie jij er slecht uit, en wat zou ik nooit met jou van plaats willen ruilen, mijn man is misschien niet alles, maar ik heb er tenminste één…’

Ja, ja, allemaal in één oogopslag, ik ben nogal een fijn observator als het daar op aankomt. Het ging nog veel verder overigens, er werden oordelen bedacht over carrieres, keuzes, vestimentaire oordelen, allicht ook tafelmanieren.

Dat zette me ook aan het denken. Meisjes en jongens, mannen en vrouwen, dat denkt anders. Dat praat ook anders. Jongens  beoordelen en monsteren ook. Die hebben ook in één oogopslag gezien welk vlees ze in de kuip hebben. Wat dat betreft zit er geen verschil op. Wij kijken, en beslissen ‘Hier zullen we het verder moeten mee doen, en vanaf dan speelt het verder geen rol meer.

Bij vrouwen heb ik de indruk dat er even snel een oordeel gevormd wordt, maar dat er dan vooral verder gezocht en gekeken wordt om dat oordeel te bevestigen. En wat er verder ook nog gezegd of gedaan wordt, aan dat oordeel verandert niks meer. Vaak heeft het ook te maken met kleine details uit het verleden, die meegedragen worden, nooit vergeten. Dat zetten ze elkaar terug betaald, onderhuids, ijselijk en zo pijnlijk mogelijk. Een gerichte valse glimlach, een bewust kort negeren of een misprijzend mondhoekje. Meesterlijk hoe vrouwen dat kunnen.

Jongens zijn dan al lang bezig met deel twee van het spel. Punten scoren.

Zet vier venten bij elkaar, en je krijgt een soort werveldynamiek. Iedereen moet zijn plaats pakken. Liefst vanboven. Wat ik daarmee bedoel? De gespreksdynamiek bij vrouwen lijkt er mij één te zijn van ‘ondersteunend luisteren’. Waarbij kleine kreetjes en uitroepjes het verhaal van de zuster ondersteunen en tot wasdom brengen. Het doel daarachter is niet altijd gekend, zo perfide zijn ze dan weer wel, en wraak is een schotel die het best koud genuttigd wordt.

Bij venten is dat anders. Tenminste toch als er haantjes aan de tafel zitten. Ik kan het weten, ik ben er ook eentje. Een man vertelt een verhaaltje of een anekdote om zijn stelling te ondersteunen, en meteen zie je de volgende denken, zo heb ik er ook eentje, maar sterker, en beter verteld. Hij vertelt het, ook om de stelling te ondersteunen, en tegelijk zie je de andere denken hoe ze dit kunnen overtreffen. Twee minuten bedenktijd onder het luisteren, meer tijd krijg je niet. En hopla, daar komt de volgende ‘Ja, inderdaad… toen ik in het leger zat…’.

Voor je ’t weet krijg je een  burleske tornado aan kleine, amusante anecdotes, die soms het thema verdiepen, en soms ook het thema verleggen. Maar je komt nooit tot een diepgaand gesprek. Dat doen wij niet met vier, dan is het wedstrijd. Pissing contest, kijken wie de dikste heeft.

En dan drinken we nog een biertje, en we hebben een gezellige avond gehad, en zo hoort het. Ons zieleleven dat houden we voor de literatuur, en zo…

 

Erst das fressen und dan…

Ramsau, Schladming. Het is grappig hoe namen blijven vastzitten in je hoofd. Mijn allereerste wintersportevaring deed ik op als kind in deze streek. Er was nog geen sprake van maximumfacturen en een bende 11 jarigen ging vrolijk op sneeuwklassen met het vliegtuig. Een belevenis.  Inclusief een busreis vol kotsende kinderen. Het waren andere tijden, waar het onderwijzend personeel volop van genoot (op dat kotsen na dan)

Ik bespaar u de details over vernederingen, frustraties en ongemakkelijkheden , als jongens van gewone komaf met  te grote trainingsbroeken en slecht aangepaste regenjasjes een week in de sneeuw zitten. Dat is voor een andere keer. Ik wil het ook niet hebben over groepsdouches, slecht passende pyama’s en dat soort ongemakken. Misschien wel een heel klein beetje over het eten. Toen exotisch, wegens soms onbekend, nu niet meer.

Wat er ook van weze, 35 jaar later sta ik hier weer, in een ietwat vreemde maar verre van onaangename context.

En er is niets veranded op het eerste zicht. Uiteraard heb ik tussendoor ook al wel wat Oostenrijk gezien, voornamelijk de skigebieden dan, terwijl het hier toch eerder een Nordic en langlauf gebied is (Ramsau dan), maar dat telt  even niet mee.

Wat wel meetelt is de herinnering aan mijn tweede ski ervaring (na de sneeuwklassen). Met mijn toenmalig lief naar Elbigenalp in het Lechtal, georganiseerd door Ultra Montes. De katholieken hadden toen ook reisbureaus, met dat soort stichtende namen. Het was even traumatisch voor mij, want als werkstudent had ik er eigenlijk het geld niet voor, en dus werd gekozen voor dit soort oplossing. Met de bus, waarvan mijn  toekomstige schoonvader de reisleider was. Ik kreeg dus ook zicht op alle égards waarmee de notabelen van het toerisme behandeld werden.

Toen werd je hartelijk ontvangen na de reis, met schnaps en een biertje, en warme schouderkloppen. Het leek een toeristenstukje, het was echt. Nu is het dat nog steeds. Men is hier hartelijk, men heet je welkom, en men wil het je naar de zin maken. Kraaknet en ferme waterdruk op de douches! Zo hoort het. Und Grosse Bieren.

Toen ik vanochtend een wandeling maakte (als je niet kunt slapen is het hier wel zalig, dan zie je’t licht worden in de bergen, alleen jammer dat het grijs en druilerig is) heb ik de perfecte samenvatting gezien van hoe je deze regio kan ‘plaatsen’ qua food experience.

Het is gemoedelijk lekker, en niet fancy. Je hoopt ook dat ze daar nooit aan beginnen. Laat ze ’t in godsnaam simpel en smakelijk houden, daar is iedereen bij gebaat. Mijn persoonlijke favoriet blijven hun soepen, die altijd opnieuw origineel gegarneerd zijn.Gisteren lag daar bijvoorbeeld een stuk spek op. Het mag misschien niet volgens de fat control foodies, maar het is gewoon lekker.

En nu ga ik ontbijten! Bis später

Een beetje reizen

'Rails untraveled' by @blissbohemian (www.bliss.be)

Ik heb het altijd gehad, voor ik op reis vertrok, ook al was het maar naar “Dardennen”, of “De Zee”. Zenuwachtige kriebels. Het gevoel ook van een nieuwe start, een nieuw leven.

Veel had er als kind natuurlijk mee te maken dat er nieuwe dingen gekocht werden. Je vertrekt niet op reis met een lege tube tandpasta. En laat ons maar even gek doen, meteen vervang je ook die oude tandenborstel. En nieuwe onderbroekjes, die kregen wij ook mee als we op kamp gingen met de jeugdbeweging. Of een nieuwe pyjama. In spons. ‘Voor in spanje’.

En we gingen voor het slapen uitgebreid in bad, want ’s morgens was daar geen tijd voor, dan moesten we zo snel mogelijk vertrekken, om toch maar uitgerust aan ‘De Ring rond Parijs, die oninneembare vesting (Copyright Youp Van’t Hek) te kunnen beginnen, voor de file.

Ook een mooie eigenaardigheid van mijn moeder, bijdragend tot het ‘nieuw-leven-gevoel’: er werden verse lakens opgelegd, vlak voor we zouden gaan slapen. Stel je voor dat we verongelukten en er kwamen vreemde mensen in ons huis, dan mochten die toch niet denken dat we vuilaards waren. Als je er maar een paar uur in geslapen had, dan kon dat nog net.

De reis was ook meticuleus voorbereid. Om de zoveel kilometers rusten, daar eten en drinken. De route was gememoriseerd. In Lille niet verkeerd rijden, Porte de Bagnolet, Porte d’Italie, Route du Soleil, stadscentrum Lyon vermijden, Perpignan….De uitstapjes lagen vast, dit met de trein, dat met de auto, dan rusten aan het zwembad. En alles werd vereeuwigd met de super 8 camera.  Agfa filmkes van 5 minuten. Voor later. Dat was moderner dan diassen.

En nu?  Er blijft niet veel over. We maken achteloos onze tassen. We kijken nauwelijks waar we heen gaan. We hebben immers GPS als het met de wagen is, of we zien het wel op de luchthaven, of in het station, wapperend met ons E-ticket. De verwondering is weg. De spanning en de voorbereiding ook. Een beetje reizen is saai geworden.

Behalve deze ene keer… Ik moet iets onbestemd gaan doen in Oostenrijk. Een soortement schattenjacht. Ja, ze spreken wel over ‘geocaching’ en moeilijke dingen en zo, maar ik houd het op een groot avontuur… In een land dat ik associeer met Lederhosen, Alpenweides, Schnitzels und Grosse Bieren, en een zweempje BDW. Niet zo fijn dus.

En toch… het is nostalgie, en het is een beetje spannend. Niet in het minst omdat ik gevraagd werd een rugzak mee te nemen. Wat ik niet heb. Het pakken voelt meteen anders aan. En morgen vertel ik er meer over. Of overmorgen, het is immers allemaal onbekend. Hebben ze daar stroom? Of internet? Wie zal het zeggen?

9720 minuten zagen? Flagrante leugens!

Er werd nog niet zo lang geleden op StuBru gesteld dat vrouwen gemiddeld zo’n kleine 10.000 minuten zagen (9720 minuten, om precies te zijn). Per jaar neem ik aan. Omgerekend is dat 162 uur, of zo’n kleine 20 werkdagen.

Ik zou dat willen nuanceren! Echt waar. Vrouwen zagen niet, vrouwen hebben het gewoon niet gemakkelijk. En ik pleit voor begrip, want eigenlijk mogen ze nog veel meer zagen!

Wij, de venten, hebben allemaal al eens in een positie gezeten waarbij we geconfronteerd worden met een onverklaarbare stemmingswisseling bij onze eega/partner/levensgezellin. Onverklaarbaar volgens haar, wel te verstaan. De onverlaat die durft te opperen dat het wel eens aan de stand van de maan tov de eierstokken zou kunnen liggen, wordt ter plekke ontmand. Twee dagen later krijgen we onze testikels dan terug, in een bokaaltje, met een flauw glimlachje, dat het zo niet bedoeld was.  Dat zijn dus al 13 dagen gezaag, die we eigenlijk niet mogen meetellen, dat is de natuur!  (13d  * 8u (een koopje!) * 60 min = 6240 min)

Daarnaast is er het fenomeen van ‘Bad hair day’ annex ‘Vindegijmijgatgevoel’. Elke vrouw heeft tijdens diezelfde periode het recht om te twijfelen aan haar uiterlijk. Een vrouw staat gemiddeld een half uurtje voor de spiegel/kleerkast, dus we voegen daar 13 uur aan toe, want het lijkt mij normaal dat er naast het half uur gemompel ook een half uur oprechte discussie met ontbijtgenoten mag zijn. Als dat al niet mag gedeeld worden, waarom leeft ge dan samen? Geef toe! (13u * 60 min = 780 min)

Vraag aan elke arbeidssocioloog of vrouwenrechtenactivist hoe het gesteld is met de positie van de vrouw op de arbeidsvloer en ze zal het beamen. Slecht is het gesteld! Vrouwen moeten dubbel competent zijn, en hun positie verdedigen. En zeker tegenover die slettenbakken op stiletto’s die het met hun lijf proberen waar te maken, op de canapé van de baas. Gemiddeld denk ik dat dat toch zeker een uurtje per week bitchen tegen elkaar oplevert. Wat wij niet moeten doen, omdat we ‘bigdickswinging-gewijs’ onze positie kunnen veiligstellen.

Neem dat er 30 arbeidsweken zijn, en voeg er 5 extra uur aan toe om die trut van de receptie op haar plaatste zetten, dan levert dat 2100 minuten op van gefocuste arbeidscommunicatie. (30u * 60 min + (5u * 60min) = 2100 min)

En nu, heren, is het tijd om even diep in ’t eigen hart te kijken… vergeten we soms niet met opzet om de vuilbakken buiten te zetten? Moet dat laatste pintje er echt altijd nog bij? Is het nodig om zoveel te golfen? Ten koste van de pelouse en de buxushagen? En wie moet dat voor ons bijhouden , inderdaad, die van ons. En dan denk ik dat 600 minuten werkoverleg, want het gaat inderdaad niet over meer, niet overdreven is. Dat is nauwelijks anderhalve minuut per dag.  om het kot op kant te houden, de financiën recht te trekken en al het werk met de kinderen voor u te organiseren???

Alsjeblieft, een beetje begrip zou niet misstaan!  en misschien een bloemetje vanavond?

 

Mannen weten waarom…

photo by blissbohemian (www.bliss.be)

De emotionele gelaagdheid van een man. Daar wil ik het over hebben. En meteen ook even een steen in de kikkerpoel werpen. Er wordt altijd gezegd dat venten geen inleving, geen empathie hebben, geen emotionele aandacht kunnen schenken en ook niet over hun gevoelens kunnen praten. Niets is minder waar, volgens mij dan toch.

Mannen, echte mannen dan, hebben een eigen specifiek emotioneel jargon ontwikkeld, waar veel vrouwen een puntje kunnen aan zuigen. Als twee venten elkaar ontmoeten in een café, dan volstaan enkele welgeplaatste mompelzuchten om de stemming aan te geven…

‘Hoe is’t?’

‘Oh, bof,…cavakes!’

‘Ai… en allang?’

‘Och, ge weet hoe het gaat hè’

Beiden nippen aan hun pintje, en weten hoe laat het is. Of er nog seks is met de eigen vrouw. Of er een andere vrouw in het spel zit. Of er professioneel miserie aan zit te komen of er gewoon een crisis van het algehele welbevinden op til is. 4 zinnen, 1 slok. Klaar.

Het uitgepuurde van zo’n dialoog, de rijkdom aan emoties en gevoelens, het inlevingsvermogen ook van de beide deelnemers…

De afwezigheid van overdadig woordgebruik kan nooit als conclusie hebben dat er geen emoties in het spel zijn. Als ik van iemand iets krijg, een cadeautje of zo, dan zeg ik gemeend ‘Dank je, ’t is erg mooi!’. Die woorden zijn daarvoor gemaakt. Die zeggen wat ze moeten zeggen. Niet meer of niet minder. Ik meen het ook als ik ze uitspreek. Dat is niet koel, dat is juist en appreciërend. Als ik op zo’n moment iets moet zeggen in de stijl van ‘ maa, oooh, ma, neen, ma jaaa, zeg, maar , neen, zooo mooi, dat vind ik echt, echt, echt kei tof, en zo origineel…. oh, maar ja, dat had ik altijd al gewild’ dan vind ik dat overdreven, onecht en een belediging van het intellect van de gever.

Wat heeft dat met gelaagdheid te maken? Alles. Door de jaren zijn we afgestompt geraakt en is de uitbundige, geaccentueerde, oppervlakkige uiting, de dienst beginnen uitmaken. Wie het zo doet, wie er zo over praat, die is gevoelig.  Of die kan zinvol praten over zijn emoties. Al de anderen kunnen dat niet, hebben het er kennelijk moeilijk mee. Welaan dan, wij kunnen er over praten, maar niet zo!

Mijn lief kan bij mij al bij het binnenkomen aanvoelen dat het mij niet afgaat, dat ik met een ding worstel. Ik hoef niet eens iets te zeggen. Misschien is ze wel een vent, dat kan natuurlijk ook.  Ik hoef geen coiffeurs-enthousiasme om blijheid te tonen ik hoef geen grafdelversgezicht om treurnis te etaleren.

Bovendien, en dat geef ik éénieder mee, wij schakelen, wij gebruiken registertjes. Je zal op begrafenissen echt wel mannen zien huilen, om nauwelijks vijf minuten later in de kroeg te kruipen met hun maten en pinten te drinken en grappen te vertellen. Maakt dat het verdriet minder echt? Neen, het maakt de zichtbaarheid minder groot, dat is alles. Ondertussen maalt het verder.

Pinten drinken, roken, vloeken, het maakt deel uit van ons emotionele jargon. Woorden zijn één dimensie, gedragingen een andere. Denk daaraan als u de volgende keer een starende man treft. Hij kijkt niet naar uw borsten, hij peilt naar uw ziel.

De zomerzucht

Ik ga dit zo respectvol mogelijk zeggen. Wie mij kent, weet dat ik voor de grootst mogelijke vrijheid ben voor zoveel mogelijk mensen, maar ook voor een stuk verantwoordelijkheid in het uitoefenen van dat vrijheidsrecht. Wie mijn ogen pijn doet, doet mij pijn.

Het is hier en daar al eens opgemerkt. Er zijn kledingstukken die echt niet kunnen. Niet alleen, niet in combinatie en niet ‘in bepaalde omstandigheden’. Gewoon niet!

Toen wij vroeger met het gezin naar Spanje trokken, deed mijn vader van dag één af een hagelwitte Fred Perry tennisshort en dito polo aan. Dat was vroeger geen hip merk, dat was voor oude mensen.

Steevast ging dat de eerste dagen vergezeld van zwarte herenschoenen met donkere kousen. Mijn vader moest immers nog ‘tressé’ beige linnen schoenen zien te vinden, die op dat moment in België niet voorhanden waren. In Spanje wel. Na twee dagen had hij die aan, en drie dagen later was hij ook volledig blaarvrij en zagen wij hem apetrots, met licht beige kousen en schoenen rondstruinen. Zonder kousen was voor de man geen brug maar wel een continent te ver. Not done.

We hebben een prachtige lente achter de rug, en ik ga het niet over de dames hebben deze keer. Heren… in godsnaam, willen we er nu eindelijk eens mee stoppen?

Geruite hemdjes met korte mouwen. Het kan enkel als buschauffeur, en indien vergezeld van dikke gouden armbanden op harige armen. De armbanden moeten voorzien zijn van ronkende voornamen, zoals Jacques of Freddy, en krullerig gegraveerd accorderen met pinkringen (met een nepsteen). In die context is ook een stijlvolle halsketting te verdragen, met een hartje, zweverig gedrapeerd op het exces borsthaar dat weelderig uit het open hemd toeft. In alle andere gevallen, niet doen.

We zakken af. 3/4de broeken, Piratenbroeken, het maakt mij niet uit hoe u ze noemt, zolang u ze maar niet draagt. Het is niet gemaakt voor volwassenen. Ook hier is de uitzondering mogelijk. Als u moddervet, zwart, 15 jaar oud bent en uw vrienden ‘van de hood’ noemen u ‘homey’ dan kan het, mits voorzien van genoeg bling-bling. Schriel, met twee bleitende jong op de getatoeëerde armen, en een 100% polyester lijveke, in het recreatieoord Hofstade is het misschien een status symbool, overal elders een aanfluiting.

Afsluiten doen we met het schoeisel. Hoe moeilijk kan het zijn? Al jaren worden hier polemieken over gevoerd. Dat zou al lang niet meer moeten. Witte kousen… bij sportmanifestaties, in sportschoenen. In alle andere gevallen, niet!

Sandalen met kousen? Moeten we daar echt nog op antwoorden? Niet doen. En al helemaal niet als het blauwe of bruine kousen zijn. Tenzij u een intrede in het klooster voorbereidt.

Als we dit afspreken, dan wordt het voor iedereen een mooie zomer.  En niet in het minst voor uzelve.

Kraampjes eten

Ik ben dol op kraampjes-eten. Het is mij ook aan te zien. Helaas. Ambulant voedsel, dat is rituelen en goesting.

Als ik naar het voetbal ga, dan heb ik heel lang gedacht dat de juiste opvolging van junk food ook zou bijdragen aan de overwinning van mijn team, het vroeger zo glorieuze Royal Sporting Club Anderlecht. Ik moest ook afzien, net zoals de atleten. Elk naar godsvrucht en vermogen. De reuze braadworst, de escargots, het Frietje-Frutos. Het moest. Voor de wedstrijd. Nadien kon er nog wel een hamburgerke bij. Altijd compleet. Mosterd, Ketchup en Uien. Met hoofdletters, en veel.

Braderijen, Jaarmarkten, Festivals, Kermissen, meer dan voor het evenement verlustig ik me al op voorhand aan wat ik eventueel aan lekkers zou kunnen vinden.  Ik ben daar niet beschaamd in. En nu komt het. We zijn het aan ’t kapotmaken. Het is kennelijk iets menselijks om overal opportuniteiten te zien, om die vervolgens vakkundig de nek om te wringen. Uiteraard moet er voldoende capaciteit zijn om de massa te bedienen, maar we willen toch ook geen eenheidsworst (pun not intended). Ik wil niet overal Van Reusel Snacks. Ik wil diversiteit. Multicultureel en zo. Loempia’s naast Gulashsuppe. Frieten naast gepofte kastanjes. Escargots naast Veggie tenten en Pizzaventers. Kortom, ik wil kunnen kiezen.

En dat niet alleen. Ik wil gecharmeerd worden door het métier van diegene die het maakt. En die métier kan op veel manieren zijn uiting vinden. In radheid van tong en gevatheid, als het er op aankomt één of ander braniepak de mond te snoeren. De uitbaatster van Frituur Number One heb ik ooit ten huwelijk gevraagd. Ik wist niet hoe rap ik daar weg kon zijn eens ze me in gezapig Antwerps de mantel uitveegde en de mond snoerde. Heerlijk frietje mayonaise, zo om 4u ’s ochtends.

In properheid en liefde voor het product ook. Mensen die hun ziel tussen twee broodhelftjes leggen, dat is toch gewoon prachtig? Een klein frituurtje, met glanzend aanrecht, en blozend gezonde lookworsten die je liggen aan te staren ‘neem mij, neem mij!’.

Het aller, allermooiste vind ik echter de eigen inbreng. Zo had ik onlangs in Lillo, bij de ganzenrijding, welhaast een spontaan moment van intense opwinding, toen naast de gebruikelijke kleffe happen ook nog eens ‘Spek met eikes’ op het menu bleek te staan.

Dat wil je toch gewoon proeven? En laat het dan nog eens een flink uit de kluiten gewassen Kempische hap zijn, waarbij niet op een eike meer of minder gekeken werd. Goddelijk gewoon.

Geef mij meer en heel veel van dat, en ik blijf eten, en mijn kinderen ook, en al wie met mij langs Vlaamse kermissen zeult ook, maar geef mij geen boulevard, afgezet met  bloedeloze en treurige franchisés die allemaal dezelfde trieste, kleffe hap verkopen. Ik word daar triestig van. Ambacht moet er zijn, en trots in het product. Alstublieft!

Spekskes bij de slager

Het leven van de stukjesschrijver zit vol onverwachte cadeautjes. Teruggekomen van slager Bart met een mooi verhaal en meteen ook een erg leuke titel gekregen van Karin.

Ineens waren ze er weer. Pastelkleurtjes, vlezig, sponzig. Spekskes. Groot, klein, veerkrachtig, soms al een beetje taai. Het komt allemaal door ‘den Blokker’, die heeft dat ding in de  aanbieding geplaatst en sindsdien is het hek van de dam. Overal zie je ze de laatste tijd. Het is een bron van vermaak en verwondering. En ook een heel klein beetje ergernis, omwille van esthetiek, maar heus niet altijd.

Het huispak. Tot op enige hoogte kan ik er inkomen dat mensen thuis een zeker comfort willen hebben. Mijn generatie, opgekweekt met sponzen broekjes en dito pyjama’s associeert spons daar niet meteen bij. Het huispak richt zich godzijdank niet tot mannen (de dag dat ik de eerste vent tegenkom met zo’n ding rond zijn harige lijf sta ik niet in voor de gevolgen, maar ik ben er zeker van dat die niet homo-erotisch van aard zullen zijn).  Na de legging-miserie –  hijsen de vrouwen zich vandaag massaal in het huispak. ‘Omdat het gemakkelijk is’.

Tot daar kan het mij ook eigenlijk niet schelen. Vrijheid, blijheid, voor eigen haard. Ik denk wel dat ik het maar minnetjes zou appreciëren mocht mijn vriendin ineens zo’n regressiepyjama aantrekken om samen op de bank naar ‘kokeneten’ te kijken. Dan maak je er toch meteen beter een eind aan (en heus niet alleen aan je relatie)?

Zij die het wel aan hebben, en  waarvan het gedoogd wordt door hun vent (waarschijnlijk buxus-snoeiendetussenpint-onkundigen). Wat moeten we daar van denken?  Voor mij is het simpel: thuis pak, thuis blijven. Niet op zaterdagochtend met je cellulitiskont verpakt in teer babyroos bij de slager staan wiebelen. Om meer dan één reden, en ik voel dat u gewoon zit te popelen om die redenen te kennen. Het zijn er drie.

U bezoedelt de esthetiek van het straatbeeld, en dat was sowieso al een erg mager beestje.  U verstoort mijn erotische beleving van de ‘vrouw’,  wat – toegegeven –  erg egoïstisch is.
U maakt uw zusters, uw clan, de andere vrouwen, ongelukkig.

De esthetiek van het straatbeeld daar kunnen we kort over zijn. 80 kg, kort gestompt in  lila stretch over de straat zien deinen, dat is niet prettig om naar te kijken en het trekt  helaas de aandacht. Het is dus ook nog eens gevaarlijk voor de gsm-ende automobilist. Bovendien zijn de meeste van die pakjes in vreselijke pasteltinten of hippe – voor mannen onuitspreekbare – kleurtjes zoals fuchsia, taupe, turquoise. Dat doet pijn, dat kleurt verkeerd af. Dat vloekt. Zeker op ochtenden.

Ten tweede. Ik durf van mijzelf te zeggen dat ik een billenman ben. Tegengesteld aan het door vrouwenbladen geïnduceerde schoonheidsprincipe van treurige kinderbilletjes aan een volwassenelijf gekleefd, hou ik van een mooie ronde bilpartij.

Welnu dames, weet dat ik – en met mij allicht vele anderen – staar. Ik staar naar jullie bilpartij. Borsten heb ik afgeleerd, omdat je nooit ongemerkt naar de gevelpartituur van een vrouw kunt kijken zonder dat ze het merkt. Maar billen dat lukt nog wel. En dat zet meestal wel één en ander in gang.

Niet met het huispak echter. Weet dat elk randje, en helaas ook, in sommige gevallen, de ontbering van randjes zichtbaar zijn in die krengen. De contouren van een oversized sloggy reet, verpakt in blinkende stretch. Of omgekeerd,  van die enge ministringbilletjes die er niet in slagen ronding in zo’n broekje te creëren. De totale afknapper. Een erotische gesel van het eerste uur. Neen, geef mij opwaaiende zomerjurkjes, strakke, mooie,  jeans, mysterieuze wikkelverpakkingen, maar niet dit.

Ten derde, het ongelukkige van andere vrouwen. Het probleem met de mode. Er zijn de trendsetters, en de modevolgers. JBC, Blokker, E5 maken  bijvoorbeeld de mode niet.  Ze volgen die, en daar is niks verkeerd aan. Maar dan heb je zo’n Xandres, of Chanel of een ander mooi vrouwenmerk, die ‘sportive chique’ organiseren. Dure joggingpakjes met een labeltje, in hippe kleurtjes. Reteduur, maar het is dan ook voor de happy few, die zich daar niets moeten van aantrekken.

De dames die dat kopen rijden rond in treurig gepolishte Duitse wagens, met spectaculaire zonnebrillen, met hun feillloos ‘gegroomde’ lichaampjes en vinden zich ineens bij de keurslager, kont-aan-kont terug met hun minder fortuinlijke zusters, die gezellig aperitiefjes-drinkend, heerlijk kokend en lachend door het leven gaan.

Beiden worden ongelukkig. Het hipstertje omdat haar outfitje gedevalueerd wordt door de buurvrouw. De gezellige huisvrouw omdat ze beseft dat haar uitdijnende massa wellicht de oorzaak is van het feit dat ze de verkeerde man aan de haak sloeg, en dat ze nooit gaat meekunnen in de ratrace van het leven.

Vervreemding in de herkenbaarheid.

Eddy Merckx en het eredoctoraat

Eddy Merckx. Ik ben een fan. Altijd geweest, en het zal altijd zo blijven. Toegegeven, er is een periode geweest dat ik het alleen voor Roger De Vlaeminck had, meer vanuit een soort underdog positie  (en ook omwille van de Brooklyn truitjes, als ik er over nadenk).

Misschien is het dat wel wat me definitief naar Merckx haalde. Die bruine Molteni truitjes, nooit meer zoiets mooi lelijks gezien. Daarnaast had je ook nog de zwart-wit geblokte Peugeots. Stukken mooier dan wat je nu ziet rondrijden, maar dat zal de nostalgische oude man in mij zijn.

Merckx, dat was voor mij ook  “Café Het Sportwiel”, op de markt in Hamme, waar ik met “de mit mina”, mijn doopmeter, mee mocht op café. Wij mochten op de Jackpot spelen en de Miss America, zonder enig benul van wat we aan ’t doen waren, en zonder dat we er verslaafd aan werden. We kregen ook limonade en een stuk chocolade van de Jacques. Als het tegenviel met bananenvulling, maar op goede dagen met aardbei of praliné. Een biljartzaal vol vergeelde foto’s van ‘onze held’, in ’t roze, in ’t geel, in de regenboog. Faema ook, dat andere merk dat ik door hem leerde kennen. Merckx is mijn jeugd.

En Merckx kreeg onlangs  een eredoctoraat van de VUB.  Ik ben blij voor hem. Maar ik weet niet of ik er in het algemeen blij om ben.
Die eredoctoraten, dat wordt zo’n beetje de PR tool van veel universiteiten. Five minutes of glory door het aantrekken van een bekende mens en dan maar hopen dat er gespind kan worden  en dat de universiteit wat langer in de belangstelling blijft. Anders kan je dat toch niet uitleggen?
In mijn hoofd waren eredoctoraten  een manier om verdienstelijke wetenschappers te waarderen voor hun werk. De Alma Mater was bijvoorbeeld Leuven, maar Gent erkende de verdienste, al dan niet binnen het kader van een of ander interuniversitair samenwerkingsverband.

Cambridge en Oxford, een beetje roeien, maar  daarnaast ook erkennen en stimuleren, en het onderzoek een zet geven.  En allicht zal daar wel wat politiek mee gemoeid zijn, maar het was in mijn naïef hoofd een verhaaltje dat klopte.
Ik kan er ook nog inkomen als manier om studenten van de eigen universiteit, die iets betekenden op maatschappelijk of professioneel vlak, in de kijker te plaatsen. Nog steeds ok. Dat Verhofstadt een eredoctoraat zou krijgen van de Universiteit Gent, waarom niet?  Een academisch ridderschap, ik zie er de logica  wel van in.
Nog een stap verder, maar nog steeds verdedigbaar is de ‘gekende publieke figuur’.  Stel dat je als universiteit baanbrekend werk verricht rond ontwikkelingswerk, politieke ontvoogding of de conservatie van het wildbestand op de grote ijsvlaktes, dan kan het wel gebeuren dat je iemand die er zich voor ingezet heeft, of er zijn levenswerk van maakte,  die academische erkenning wil geven als blijk van appreciatie.Bono opent meer deuren en mobiliseert  een stuk steviger dan pakweg rector Oosterlinck.

Maar nu komen we dus in een nieuw stadium… BV’s krijgen eredoctoraten, zogezegd als lifetime achievement, of iets in die strekking.  Ik gun Merckx alles, tot en met het premierschap, sportman van de eeuw en desgewenst het universum. Ik gun hem zelfs de totale koninklijke dotatie, maar zoals we nu bezig zijn, worden de eredoktoraten gebanaliseerd tot het ‘komen eten’ van het academisch milieu. Ergens is dat spijtig.  En Merckx zou Merckx niet zijn mocht hij zelf ook niet licht zijn twijfels geventileerd hebben.

Ne schone sportman, ze mogen dat niet in een habijt of toga steken!

Schoolfeestjes en stringsletjes

“Hier zitten veel Guidowijven… ”

Het is – net zoals de tussenpintjes – een concept dat enige toelichting verdient en verdraagt.  Een Guidowijf – kort door de bocht – is schoon van ver, maar ver van schoon. En het is het soort van vrouwen dat voor mij schijnt te vallen, of ik voor hen. Dat laat ik in het midden. Het doet een beetje oneer aan de rijkdom van het concept, want er valt zoveel over te vertellen, maar laat ons het daar voorlopig bij houden, het ging immers over schoolfeestjes. Het is ook een idee dat mij verkocht werd door de K-woman.  Zij heeft daar nogal een fijn oog voor. Voor alle duidelijkheid, ‘schoon’ word hier niet gebruikt als esthetische categorie, en ook niet in de zin van proper op hun lijf…

Zij vermoedt in mij ook een aanhanger van ordinair. Ik ga dat niet ontkennen… ook al omdat het geen zin heeft, het is een strijd die je nooit kunt winnen.  Maar er valt  overigens wel iets voor te zeggen. In tijden van celibaat heb je immers de meeste leut met ‘stringsletjes’ en  ‘cleavage-cuties’,  maar om nu te zeggen dat je daar iets mee opbouwt, uitbouwt? Ik dacht het niet.

Het artistieke, licht levensmoe type, is  overigens ook niet zo’n aanrader in die context, omdat de ‘sex-probabiliteit’ daar te laag ligt. Je bent in beide gevallen zeker van dronkenschap, maar niet  echt van verlossing. Fysiek dan… Dus ligt de keuze voor de hand. doe mij maar zo’n stringding. Strakke designerjeans, lekker opgetut, voltijds aan de cava, en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van die kleine handdoekjes die in dégradé gerangschikt liggen op een plankje, naast de potpourri van bosvruchten in de badkamer. Properkes quoi!

Toen ik nog  getrouwd was ging ik naar schoolfeestjes als papa en echtgenoot. Nooit heb ik een Guidowijf ontwaard. Ik zag de mama’s van de kindjes uit de klas van mijn dochters en zonen. Daarmee was de kous af. Geen boze intenties of snode overwegingen.

Nadien, als gescheiden man, was ik meer de sponsor van de schoolfeestjes.  Ik werd uitgenodigd om er geld uit te geven. Ook toen lagen de prioriteiten anders. Ik had oog voor mijn kinderen, en hun leerkrachten, en voor de klok. Ik verveelde me er en bleef er liefst niet te lang en zowiezo geen hele middag. Ja, ik geef het toe. Een slechte vader.

Nu  was ik er als observator en chroniqueur. Ik was er ook en vooral om wat pintjes te drinken met vrienden, en om te lachen en te vertellen. Maar dat terzijde.

Het was al een tijd geleden dat ik op het speelplein van een schooltje rondgelopen had, maar  in plaats van Guidowijven zag ik eigenlijk iets heel anders. Ik zag verwaarloosde vrouwen. Niet fysiek hè, maar meer op het mentale vlak. Vrouwen die zich terdege van hun huishoudelijke taken kwijten, die man en kroost organiseren, voeden en liefhebben, en die in plaats daarvan niks terugkrijgen.

Oh jawel, auto’s, vakanties, en schoon kleedskes. Dat wel.  Maar aandacht? een beetje aandacht, beste heren, daar gaat het over.  Een vrouw, die zich helemaal opgetut heeft voor een schoolfeestje, hoe triest kan je bestaan zijn? Als je het daarvoor al doet…

Een schoolfeestje, daar kom je als mama eigenlijk om je kind te zien ravotten, de school wat te helpen. Als ’t echt moet bijspringen in de stand van de pannenkoeken, maar om er opgetut als naar het tuinfeest van Q heen te springen… nou nou nou.

Omdat ik een mens van het empirisch onderzoek ben, en ook wel een beetje van het woord, besloot ik het te testen. Complimentje links en rechts,  wat lachen en dollen, op het flirterige af, met wildvreemden, en oh wat lieten ze het zich welgevallen…

Dat is toch niet normaal?  Die vrouwen zouden in de fleur van hun leven moeten zijn, met opgroeiende kinderen, met een vent, met alles wat hun hart begeert. En in plaats daarvan zie je ze bijna radioactief opgloeien als een  totaal onbekende een gratuit complimentje maakt of wat vriendelijk lacht. Waar zijn we – als vent, als koppel – in de fout gegaan?

De vluchtigheid…

De sociale media. En hoe ze je helpen in de menselijke contacten. Een stokpaardje. Een ergernisje.  En waar een ergernis is is ook wel een blog te schrijven. Over de vluchtigheid, de paradox van het makkelijke contact, wat resulteert in geen zorg,  geen zorgvuldigheid.

Een tijdje geleden was het mijn verjaardag. Allang niet meer iets waar ik echt vrolijk door word. Om eerlijk te zijn, al van kindsbeen af heb ik elk jaar gehoopt dat mijn ouders het zouden vergeten, zodat ik ’s avonds een beetje verongelijkt zou kunnen doen. Nooit gelukt. Maar verder heb ik er niet veel aan.

Dit jaar was de luim dusdanig dat ik mijn verjaardag ook uit mijn  facebook profiel wipte, ongeveer een week op voorhand en dat ik dezelfde dag ook niemand ongein op mijn prikbord liet schrijven. Als het moest, dan maar via privé berichtjes. Containment heet dat.  Nergens last van gehad. Hooguit vier vijf berichtjes, waar ik dan ook in alle ernst en met plezier op gereageerd heb. Dat lijken mij de mensen te zijn die echt weten wie je bent en hoe het echt zit met je leven. Trieste balans uiteraard, maar niemand heeft gezegd dat het altijd vrolijk moet zijn.

Maar wat zie ik nu? Erger nog, ik constateer het niet alleen, ik doe er ook nog eens aan mee.  Ik kijk ’s morgens eens  op facebook wie er jarig is, zet bij die mensen een fijn goedbedoeld berichtje op hun ‘wall’ ( die moeite doe ik nog wel, wil niet verzanden tussen de happy birthdays en 3 dikke kussen tekstsjablonen) en ’s avonds ‘liken’ ze dat. Kous af, voor iedereen. Twee muisklikken later is ’t al weer voorbij.

Waar wil hij naar toe? Ik hoor het u denken. Welnu, het gemakkelijke contact leidt enerzijds tot een fenomeen dat niemand je verjaardag nog vergeet, maar dat datzelfde gegeven ook absoluut niet meer belangrijk is. Het is uitgehold. Ik stond er vroeger om bekend dat ik rigoureus aan de verjaardagen van mijn vrienden dacht, zelfs aan sterfdata die relevant waren. Dat werd geapprecieerd. Nu is dat ‘normaal’, terwijl het in wezen ‘leeg’ geworden is. En dat is allemaal de schuld van de sociale media. Voilà… het geheugensteuntje  holt uit wat ooit waardevol was.

En helaas, helaas, dat is niet het enige. als je tegenwoordig ziek bent, of godbetert half invalide omwille van wat dan ook, dan wordt dat wel even genoteerd. Maar een halve dag later even prompt vergeten.  “Ze is toch moeilijk bereikbaar! Ik heb een sms gestuurd omdat ze niet opneemt om over die mail te praten die ik haar gestuurd heb.” Dat soort ongein.

Ze is ziek! Ze heeft dat gemeld. Niet om het te acteren en dan te vergeten, maar om er rekening mee te houden!  En als ze er een week niet is, dan is dat geen reden tot irritatie, maar een indicatie van ernst. Het is in die context misschien verkieselijk om even een bezoekje te brengen, eerder dan een moderne-communicatiemiddelen-carpet-bombing-actie in te zetten.

Het is alsof bereikbaarheid zaligmakend geworden is en al de rest doet vergeten. Het resultaat is troosteloze en verarmende communicatie, van een oppervlakkige en trieste soort.  Een beetje jammer eigenlijk. En met deze opwekkende gedachte stuur ik jullie allemaal het weekend in!

Oh, Oh, Les Intéllos

Ha, de intelligentsia! Die schone soort. Sommige van die mensen kom ik ook in het echte leven tegen, op feestjes (ja, ik ben een gelukzak!). Ik heb eens geprobeerd om ze in vakjes te zetten, wat allicht niet klopt, maar op zich best een vermakelijk idee is. Ik ben er eigenlijk benieuwd naar, of u ze ook (h)erkent.

De Bedachtzame. Dat is ‘by far’ de meest ergerlijke. Het is de man/vrouw die traag, en liefst met wat moeilijke woorden de dingen verwoordt op een manier waardoor het gezelschap rond hem onmiddellijk in slaap valt, maar ook niet durft te twijfelen aan zijn autoriteit. Caroline-Gennez-gewijs houden ze hun publiek in een soort van didactische houdgreep. Ze. Verklaren. De. Dingen. Op. Een. Bevattelijke. Wijze. Rinkelt er een belletje? Waar makkelijke dingen moeilijk gemaakt worden, waar spontane opmerkingen ineens verzanden in een epistemologisch debat? Dat type. Waanzinnig saaie mensen om mee te praten. Een lang goed gesprek gevoerd? Het zal wel, maar nauwelijks gedachtenlijnen ontwikkeld.

De Nostalgische Archivaris. Het klinkt hermetisch. Het is het niet, en u kent ze. Is het u nooit overkomen dat u laaiend enthousiast over een boek, een plaat, een theatervoorstelling kwam vertellen, en dat er dan iemand snerend zei dat het vroegere werk beter was? Die types. Vroeger was beter, het eerste werk was beter, in die bezetting klonk het beter, ze hebben al beter gezien, ze weten het beter. Hun kennis is encyclopedisch. Je kunt het ook nooit winnen, want als je het op tijdlijn probeert te halen gaan ze dieper.  Ah, het Stabat Mater… ja, ja, uiteraard Pergolesi, maar wie heeft het uitgevoerd? Welk ensemble? Welke platendruk bedoel je dan? etc, etc…   Met geen mogelijkheid kun je  van dit soort experten debat winnen. Niet dat het altijd om winnen gaat, maar ’t is de manier waarop ze de vreugde van een ontdekking onderuit halen, het zijn de dementors van elk gesprek. Ze zuigen de ziel eruit.

De Rustige Reutelaar. Elk gesprek bestaat uit participanten, onderwerpen en ritme. Let maar eens op, het is echt zo. Wie het ritme onderuit haalt zorgt voor onzekerheid, en zachtjes dooft het verhaal uit. niemand durft nog, niemand kan nog.  De Bedachtzame Reutelaar begint meestal zijn zinnen met ‘Ik ben het er niet helemaal mee eens….. en dan volgt een pijnlijke cadenza aan voorwaardelijken, pauzes, kreunen, risicoloze tussenzinnetjes. Niemand weet waar het naar toe gaat, hijzelf ook niet. Er zijn wat vage toespelingen, wat staren in de verte… Het is onmogelijk om ze te negeren, je kunt ze niet onderbreken en je weet niet wanneer ze klaar zijn. Heel, heel moeilijk! Treurnis wordt ons deel met een rustige reutelaar in ons midden.

De Cynische Conspiracyman. ‘He is in the know’. Hij weet. wij gissen. Typische uitlatingen van dit soort types zijn ‘Tja, als je denkt dat het zo in elkaar zit….’ (deze drie puntjes zijn dan synoniem voor veelbetekenend stilzwijgen).  ‘Ik denk dat dat redelijk kort door de bocht is, wat je daar zegt, maar goed… (weer cf supra)’ . Je kunt geen domein aanhalen of ze kennen de zogezegde achtergronden, en het maakt niet uit of dat nu mode, architectuur, politiek of bedrijfsleven is. Ze weten het.  Ze weten alles, en wij zullen het later wel in de kranten lezen. Geen hond die dan nog weet wat ze er ooit over zouden kunnen gezegd hebben. Het is een spel van veelbetekenende glimlachjes, van uitgestelde beloftes en van holheid. Maar het maakt indruk.Wij kijken er met grote ogen en onverholen achting naar, ‘coz they know people in high places’. De sfinxen.

De Wauwelende Woordjesbrouwer. Het lijkt alsof ze het grote blufboek van Paul Jacobs vanbuiten kennen. Gebrek aan logische opbouw en argumentatie wordt verborgen onder terminologie. Gebrek aan kennis wordt bedolven onder namedropping en feitjesherkauwen. Uitermate vervelend en irritant, ook omdat het soms fout is, maar niemand durft er tegen ingaan, omdat de meeste mensen die parate kennis niet hebben. Laten uitrazen, die handel en verder babbelen.

De Drammer.  Ik heb mezelf ook maar in een groep gesmeten, ook al maak ik daar puur IQ-matig misschien niet eens aanspraak op. Ik zou liefst van al, altijd een flipboard meezeulen om stellingen redeneringen toch maar goed op te schrijven, zodat er geen inconsistenties in het verhaal komen. Mateloos irriterend en gelijkhebberig, deze soort. Ze pakken je op woorden, op redeneringen, ze willen in heel erg hoge mate gelijk halen, en halen zo de bubbeltjes uit elke sprankelende conversatie. Ze hebben ook geen schrik om zowel demagogische als rhetorische truukjes uit te halen. als er maar gewonnen wordt.

Wat mij van hen onderscheidt is dat ik al heel lang beseft heb dat je dat beter houdt voor een gesprek van man tot man, of vrouw tot vrouw, maar beter niet in gezelschap begint te doen, om bovenstaande reden. It kills the ambiance.  Vandaar dat ik me op recepties onledig houd met licht badinerende bespiegelingen. Oh ja, je moet het ook nooit doen in een gesprek van man tot vrouw, it kills the sex.

Ik zou niet graag een meisje zijn

Meisjes hebben het moeilijk. Ze kunnen niet kiezen, of ze vinden niet honderd percent wat ze zoeken, of ze hechten teveel belang aan de verkeerde dingen. Dat zou de oppervlakkige analyse kunnen zijn. Maar zo ben ik niet. Ik wil begrijpen. Daarom een warme oproep aan u allen. Leg het mij uit, leer mij dingen in te zien.

Ik liep gisteren met mijn honden rond de Watersportbaan in Gent. Het was mooi weer. Mensen worden zich dan pijnlijk bewust van hun uitdijende lichaamsmassa en beginnen aan lichaamsbeweging te doen. Dat is een goed plan, maar niet altijd een even fraai zicht.

Dikke, papperige, zwetende jongens, met een zerpe zweetlucht in hun kielzog. Fysieke analfabeten die er niet in slagen een zweem van lichtvoetigheid neer te zetten. En vestimentair is het al helemaal een ramp. De meeste jongens geven geen ene moer om sportsokjes, ton-sur-ton kledingstukken of sportswear die eventueel prestatiebevorderend zou kunnen zijn door de juiste combinatie van gore-tex en andere highly-researched, bidimensioneel-zweet-doorlatend spul. En we zwijgen over aerodynamica, het hoeft niet echt te passen. Net zoals vroeger in de turnklas; een t-shirtje en een korte broek.

Neen, dan de meisjes. De laagjes, de kleurtjes, de accessoires.  Niet dat het sneller loopt, maar het is gewoon prettiger om naar te kijken. Een ‘rappelleke’ van turquoise in loopschoenen, haarlintjes en de binnenkant van het ipodhoesje.  Oranje brilmontuur, en oranje oortelefoontjes. Drie vier laagjes boven elkaar, kleurig op elkaar afgestemd. Geen hint van transpiratie, want het moet elegant blijven.  Gewoon prachtig. Maar niet praktisch. Je ziet ze ook continu frunniken aan alle accessoires, want het blijft niet zitten, of het zit niet goed. Ik heb een meisje een volle vijfhonderdmeter zien knoeien met een elastiekje om de paardenstaart hoog genoeg te houden. Ze werd uiteindelijk ook boos. En ik begrijp dat! Het is toch godgeklaagd dat slechte kwaliteit haarlintjes een olympische prestatie verhindert?

En dan wil ik het nog niet hebben over de ondersteuning die sommige dames nodig hebben om hun vrouwelijkheid te beschermen. Ik wil er alleen dit over kwijt: het is niet omdat er op de verpakking van een loop-haltertopje staat dat er een ingebouwde ondersteuning voorzien is, dat dat het gebruik van een goede sportbeha overbodig maakt. Echt niet. Ik weet dat sommigen het een lust voor het oog vinden, maar persoonlijk vind ik het een te kostbaar goed om zwikzwakkend over de openbare weg te zien evolueren.

Ik word fysiek moe als ik eraan denk hoe meisjes zich klaarmaken voor een rondje joggen.  ik denk dat daar veel meer bij komt kijken dan wij zomaar bevroeden. Mijn punt? Al die elegantie, dat bestudeerde, dat kost tijd, en energie, dat moet vreselijk zijn.

In de Delhaize zie je hetzelfde. Waar ik woon leven erg veel studenten en maandag is een topdag om te kijken hoe de doorsnee student eet en leeft. Het gaat als volgt.

Jongens komen alleen of met twee binnen. slaan grote verpakkingen in van ongeveer alles wat ze lekker vinden. Moesten er 5 liter colaflessen bestaan ze namen ze gegarandeerd mee. Familieverpakkingen koeken, bereide maaltijden waarbij eigenlijk enkel naar het gewicht gekeken wordt. “Hier lasagna met 200gr extra tijdelijk!”.

Dat hele verhaal duurt nauwelijks 10 minuten. Drank, eten, snoep, chips, en eventueel wat zuivel.  Ze hebben hun geld klaar als ze aan de kassa staan, proppen alles in een rugzak en springen op hun fiets naar ’t kot. Klaar!

Meisjes. Het kiest, het wikt, het weegt, het keurt, het betast. Het koopt miniporties. Ze lopen met hun eigen tasjes, korfjes en mandjes door de rayons te struinen, houden halt, bedenken zich, leggen iets terug. Gezonde dingen, verse dingen, veel yoghurtjes, vers fruit, kaas, vis, thee en water. Lekkere dingen ook, die ze gaan verwerken, in een ‘geregje’, ongetwijfeld.   Samen met een vriendin. En ja, daar mag een glaasje wijn bij. Of ze koken voor hun lief. Ik vond het wel schattig, want ze kocht er meteen ook een pakje condooms bij. ‘Hij zal daar toch niet aan denken’.

Ze kopen ook mysterieuze productjes in de verzorgingsrayon. Jongens zie ik daar alleen een tube tandpasta en douchegel kopen, als ’t echt moet, die brengen dat van thuis mee.

Daarom benijd ik de meisjes. Om de zorgzaamheid, om het oog voor detail, en de onblusbare energie om er telkens weer een fijn feestje van te willen maken.

Maar ik zou er niet graag één zijn… pffffttt!

Ik moet meer luisteren naar mijn lief, ik moet meer…

Ik ben nogal betweterig bij momenten. Niet omdat ik denk dat ik het beter weet,  maar meestal omdat ik vind dat het aansluit bij het gezond verstand. Ik denk over bepaalde dingen na, met een zekere en – toegegeven –  bijwijlen onnavolgbare logica, en eens ik daar mee klaar ben, houdt het ook op. Dan is het gewoon zo, dan heb ik gelijk.  Meer dan eens echter niet…

Neem nu bijvoorbeeld die dingen waarmee ze wild beletten over te steken, van het ene gebied naar het andere. Dat is een kuil, met een soort metalen raster over, waar reebokken en everzwijnen niet over kunnen stappen of springen.

Ik heb een enthousiaste hond, die zich door niets of niemand laat tegenhouden. Onlangs liepen we over de Veluwe met dat beest, en ik zag zo’n ‘wildbrug’.  The K-woman advised me not to, maar ik wou toch wel eens zien hoe Spike het er van af zou brengen. Slecht dus… halverwege durfde het beest niet meer voor of achteruit. Mijn verstand ging uit van het temperament van mijn hond, K deduceerde dat iets wat door wildopzieners aller landen gebruikt werd allicht ook wel zou helpen voor een Weimaraner. Zij had gelijk, ik moest het eerst zien. En mijn hond terugdragen… La honte, pour les deux!

Idem dito over  het tijdstip van eten in Nederlandse provinciestadjes. Ik ga er van uit dat dat naar het Zuiden toe verlaat, omwille van siësta’s allerhande, maar tussen België en Nederland kan er toch niet zoveel verschil zijn? The K-woman heeft daar een substantieel deel van haar affectief leven geleid, dus zij weet het… ik moet het ondervinden.  Op zondagavond in Den Bosch, eten om 20u30, en je bent quasi alleen in het restaurant. Die mensen eten om 18u. En om 20u zitten ze thuis, voor de buis, gezellig naar Studio Sport te kijken, neem ik aan. Of de caravan nog een laatste polish beurt te geven.

En onlangs was het weer zover. Fietsen op de Veluwe.  Ik zie dat op zijn Vlaams. Rustig in de zon, en hier en daar wat afstappen, pintje drinken, wat kletsen. Fijn de middag vullen.

Ze keek me sceptisch aan, en vroeg of ik water bij had. Ik had helemaal geen water nodig! Ik pak de wereld, voor mij gaan alle deuren open, ik zou wel water of iets lekker vinden als het mij uitkwam… Maar niet in Holland! Na 30, 40 km fietsen door stoffige wegeltjes, kwamen we eindelijk in een dorpje.

Een soort spookdorp zou ik beter zeggen. Er was een frituur open (of is dat een kroketinstallatie?) en een ijssalon. That’s it! Niks gezellige terrasjes, grote koele pinten en fijne babbelmiddagen. Het leven is lijden bij de kezen, op zondag.

Neen, dan is het in Vlaanderen toch even anders, daar wordt precies aangegeven hoe lang je nog moet rijden eer je iets onder de tand kunt steken. Veel, en veel toffer!

Me like… en ik zal beter luisteren naar mijn lief, echt waar, ik ga het proberen.

De bonsai-kweeksters (slot) : The Model

Een vriend van mij, een intelligente, integere, breeddenkende intellectueel, weliswaar niet van de soort om ‘gecast’ te worden in Hollywood blockbusters, aan de zijde van Angelina Jolie, wegens, niet meteen van de mooiste, slaagde er telkens opnieuw in om relaties op te starten met mooie vrouwen. Fijn voor hem, onbegrijpelijk voor ons.

Het was dermate intrigerend dat ik niet kon nalaten om een schare deernes op de arbeidsvloer te vragen hoe dat eigenlijk in elkaar zat. Waarom kon die kerel dat? Een gouden lid, een fluwelen tong, dat zijn het soort overwegingen die bij mij automatisch naar voor komen. Had ik er al bij vermeld dat hij niet onbemiddeld was? Dat wil ook nogal eens helpen. Het bleek allemaal van geen tel te zijn.

De meisjes hielpen mij  een stap verder en een wondere wereld ging voor mij open.  Er blijken namelijk twee types mannen te bestaan voor er nog maar sprake is van een relatie.

Mijn vriend (we gaan hem gemakshalve Bas noemen) en ik ,behoren beiden tot één van de groepen, dat maakt het wel zo makkelijk. Hij zit in de groep waarvan vrouwen zeggen ‘Ik ga hem veranderen, met wat mooie kleren, en hier en daar wat retouchkes komt het wel in orde’. Een echte menselijke Barbie dus. Ze doen dat ook echt. Het is het soort venten dat meteen na de eerste nacht een nieuw kapsel aangemeten krijgt, en dezelfde week nog wordt er een shopping moment ingelast waarbij hij een lila-debardeurke voor zichzelf mag kopen.  Het bestaat!

Ik zat in de groep waarvan de meeste vrouwen denken ‘ het is een varken, maar op mij zal hij echt verliefd worden, let maar eens op!’. Moeilijker te behandelen maar in essentie hetzelfde probleem. ‘We gaan die jongens veranderen’. Ik weet niet hoe ze dat doen bij jongens van mijn type, maar dat doet verder niet ter zake.

Veranderen, daar komt het altijd opnieuw op neer.  Ik vond dat wel boeiend, wou weten of het klopte en vroeg dus ook langs mijn neus weg aan Bas of dat bij hem ook het geval was, met een nieuwe relatie? Dat ie dan zijn garderobe moest veranderen? ‘Man, oh man, ze hebben mij al van alles aangemeten, zwart wit, trendy, noncalant chic, grunge… en och kom, ik laat maar begaan, als ze dat leuk vinden.Sterk hè?

Da’s een eerste voorbeeld van het modelleren.  Takken worden zachtjes in de juiste richting geduwd, elke maand iets meer, door de juiste kleren, broeken, gympies en geurtjes.

Het kan ook nog anders. Menige knaap heeft bij de keuze van de firmawagen of het zelfbetaalde stalen ros moeten vaststellen dat hij niet met die sportieve coupé naar huis kwam, maar met een stevige gezinswagen… ‘ge moet toch ook aan de kindjes denken’. Sportieve opties sneuvelen voor veiligheidsdenken, looks halen het niet van comfortopties. Het verstand weet je wel? Wat zou je meer pk’s kopen als je voor hetzelfde geld rolgordijntjes op de achterbanken hebt?

De absolute broek-afzakker die mij ooit is meegedeeld is de volgende, en gruwelt nu allen een wijle heen, want het is echt gebeurd!

‘Michel, die moto van u, ge rijdt daar bijna nooit op, en dat pakt zoveel plaats in de garage. Als ge die verkoopt, dan kunnen we daarmee mooie fietsen kopen voor iedereen, dat is nogal een stuk nuttiger’. Beetje vent gespt de helm om en vertrekt voor eeuwig en een dag, zonder ooit nog iets van zich te laten horen.

Maar neen hoor, de volgende dag stond er een advertentie in de krant en werd zijn mooie pronkstuk te koop gezet. En neen, dit is geen pleidooi voor machismo, iedereen doet wat ie wil en waar hij zich gelukkig bij voelt. Maar waar draait het echt om?

Om Pussy control… zoals zijne paarse genialiteit vroeger al zei.

Mannen, we zijn watjes, we hebben geen verhaal,  en het verhaal dat we hebben kunnen we niet eens goed vertellen. Als we niet beter ons best doen, dan zijn we binnenkort overbodig.

Vrouwen zijn sneller, slimmer, werken harder  en hebben the bigger scheme of things begrepen. Zeg dat ik het gezegd heb, en ik niet alleen.

De bonsai-kweeksters (2) : Confuse and conquer

Verdere bespiegelingen over de bonsai-kweeksters.
Maar eerst toch even iets recht zetten. De afgelopen week werd ik er herhaaldelijk op aangesproken dat mijn vriendin dit toch niet echt graag moet lezen.
Jongens, jongens, kleine vergissing! Denken jullie nu echt dat een man zoiets kan schrijven terwijl het hem overkomt?

Ik ben – zoals de meeste mannen – vrij vegetatief met leven bezig. Eerst het metabolisme: drinken, eten, een gezonde stoelgang, en afdrijven van reststoffen en pas  ‘deinde philosophari’.
Mijn inzicht in de menselijke psyche en haar perfide mechanismes is ongeveer vergelijkbaar met de kennis van kernfysica van de gemiddelde huisjesslak.
Neen, het is veeleer mijn lief die, gezeten op één of ander terrasje, geamuseerd toont waar het bij deze of gene serieus aan het mislopen is. Meestal kan ik dat alleen maar lachend beamen.
Ik ben alleen maar de reporter, die er hier en daar een zieke twist aan geeft.
Dus staakt uw gissen ende poken. Met ons (in zoverre dat er al een ‘ons’ bestaat) gaat alles opperbest, en de milde verbazing over de menselijke soort en haar omgangsvormen is een gezamenlijke passie. Dank u.

In de vorige ‘les’ hadden we het over verpotting en verzuring als middel om de worteltjes van de eens zo trotse eik wat kleiner te maken. Nu gaan we het hebben over onzekerheid als groei-remmer. Beetje bonsai moet immers niet te groot worden. Een uit de kluiten gewassen eik kan best krimpen, mits de juiste technieken toegepast worden, en in de juiste dosering, dat spreekt.

Onzekerheid kweken is het beste middel. Daar waar onze jongen vroeger ongehinderd uitspraken deed over alles en nog wat, is het voor de gemiddelde bonsai-kweekster een fluitje van een cent om dat af te remmen. Dat heeft enkel het afbreken van de stugge houtigheid tot doel, niets meer.  Daardoor kan er in een later stadium beter gemodelleerd worden. Zo’n brulboei, die overal het licht steelt en alle aandacht naar zich trekt, daar gaan we iets mee doen.

Volgende basis-varianten kunnen worden aangereikt.
1) Het licht misprijzende ‘Tsss, maar enfin, wat zegt gij nu toch…’. dit kan kan speels uitgevoerd worden, maar ook licht geïrriteerd. Het effect is in beide gevallen niet meer dan een knipperlicht, maar dat volstaat. Onze man weet nu immers dat het einddoel van zijn avond; een potje rollebollen en vleselijk verenigen, in gevaar komt, als hij op de ingeslagen weg verder gaat. Dimmen is de boodschap en het onvermijdelijke gevolg.

2) Bij de hardleerse kerels dienen zich de volgende opties aan:  De verwijtende stilte, al dan niet gepaard gaand met verwijdering en/of ‘bleiten’. Bijzonder efficiënt bij jonge koppeltjes, waar de eik in kwestie nog niet goed weet hoe het spel gespeeld kan en zal worden. Hij zal denken dat het iets ernstig is, zich nog niet bewust van het feit dat waterlanders zo makkelijk klaar kunnen zitten. Gegarandeerd dat je hem de rest van de avond niet meer hoort.

3) Dodelijk is echter ook de  rechtstreekse verbale confrontatie:  ‘Michel, stopt daar mee, ge zijt belachelijk, kunt ge nu nooit eens begrijpen waar de grens is!’.
Heerlijk is dat! Ontleed even met mij mee. Niet alleen wordt hij publiekelijk berispt, wat nooit prettig is, en al helemaal niet als je weet dat de meeste van je maten je verhaaltjes eigenlijk best geinig vinden. Daar komt nog bij dat je nu ineens opgezadeld wordt met het vermoeden dat alle vrouwen – en ook sommige vrienden –  je gedrag belachelijk vinden.

Venten onder elkaar kennen dat soort openbare terechtstellingen onder elkaar niet. Als iemand  midden het café per se de behoefte voelt om zijn geslachtsdelen in een Hoegaarden-glas te persen om te kijken of er daarnaast nog ruimte is voor iets anders, zal dat altijd opnieuw op goedkeurend, ja zelfs bewonderend, gemompel onthaald worden. We zullen het nooit zelf doen, maar we zullen het ook niet veroordelen… meteen. Nu dus wel. Mannen worden daar onzeker over.

En dan dat van die grens… welke grens? Om een grens te kennen moet ge er toch eerst over? Dus neen, wij kennen eigenlijk geen grens, behalve bepaalde fysieke… achteraf. ‘Dat had ik niet moeten doen’, ‘Dat kon ik niet meer’, ‘Stom dat ik dat nog geprobeerd heb, want dat ging niet’.
Zeg tegen een vent dat het onmogelijk is om hoger dan de Eiffeltoren te pissen vanuit stand, en hij zal minstens een monsterende blik werpen om te kijken of het niet haalbaar zou zijn. Zo zijn wij.
Terug naar het thema, want dit zijn nog  maar de onschuldige technieken, om jonge eikjes bij te sturen. Voor de oudere exemplaren zijn er nog een heel ander arsenaal van methodes.
Onthoud het, maak ze onzeker en ze worden plooibaar,  of minstens stiller. Belangrijk voor de volgende les (les 3 modelleren).

Eén van de betere technieken om een vent op de knieën te krijgen is het ‘vragen om advies’. We kennen allemaal het ‘kleedjes-dilemma’ en de ‘vinde-gij-mij-gat-niet-te-dik-in-deze-rok-valkuil’, maar we zitten hier al in de advanced course, dus die gaan we niet herhalen.
Neen, het is veel perfider. Ik teken het even uit.

Drie stellen zitten gezellig wat te drinken op het strand, de kinderen spelen en de gesprekken kabbelen in alle richtingen. De vrouw van het organiserende koppel vraagt ineens aan de man hoe ze het avondeten voor de kinderen gaan organiseren. Mannen zijn jagers, voedstervaders en verantwoordelijk voor de tribe, dus hij gaat er ernstig op in, en stelt iets voor, wat volgens hem zowel doordacht, als juist is. Hij is ook blij dat de eega hem erkend in zijn rol.

Vervolgens  keert de vrouw zich naar haar vriendinnen en stelt iets diametraal tegengesteld voor, waarbij ze er zorg voor draagt haar vent te negeren.  In no-time bedisselen de vrouwen dan iets onder elkaar. Dat gaat heel vlot, en  de man hangt er ergens voor spek en bonen bij, publiekelijk te drogen gehangen voor zijn vrienden. Daarbij waken ze er over dat de voorstellen van de man, geridiculiseerd of minstens tot op het bot genegeerd worden om daarna, zonder verdere consultatie met echtgenoot of partner, over te gaan tot de uitvoering van hun plan.
Het effect is prachtig. Manlief blijft verweesd achter, beseft niet vanwaar het allemaal kwam, weet ook eigenlijk niet goed wat hem overkomen is, en daarbovenop zijn zijn twee makkers getuige van het feit dat hij eigenlijk geen zak te zeggen heeft in het huishouden.

Ook altijd mooi is het ‘overnemen’ van het verhaal. Man wordt uitgenodigd om een vakantie anekdote te vertellen, maar al bij de openingszin neemt vrouwlief over. Circulair ademend slaagt ze er in om het hele verhaal zonder ogenschijnlijke adempauze te vertellen, en de vent zit er bij en kijkt er naar. Belangrijk hier is dat het een keer of drie gebeurd, tijdens dezelfde avond, anders werkt het kleinerend, ontmenselijkend effect niet.

En dan vraag je je af waarom mannen zoveel drinken in het gezelschap, en hop, als vanzelf komen we weer uit op het pintritme… alles is verbonden.
Interesse in  nog meer diepe inzichten? laat het mij weten.

Mighty Wallet : conversation starter

Ongeveer een jaar geleden bracht mijn lief mij een klein cadeautje mee uit Frankrijk. ‘The Mighty Wallet’. Het leek op een gevouwen papieren  portefeuille, er stonden wat leuke teksten op, en het leek een typische zomergadget, dat  echter niet in staat zou zijn om mijn klassieke leren portefeuille te vervangen.

Niets is minder waar. Ik ben verliefd op het ding, en het blijkt onverwoestbaar. Bovendien is het een echte conversation starter, van Delhaize tot kleine boetiekjes, overal wordt er positief op gereageerd, met enige nieuwsgierigheid ook.  Het ding biedt plaats aan de nodige plastic, heeft twee zijbergvakjes voor businesscards en documenten en twee compartimenten voor bankbriefjes. alles wat een mens nodig heeft.

Na een jaar begon het zo’n een beetje te verslappen, de kaarten durfden al eens uit de houders te glijden en dus dacht ik aan vernieuwing toe te zijn. Probleem, ik had het nog nergens in België gezien.

En dan valt het mij altijd op, hoeveel klantvriendelijker men is in ‘het buitenland’, in casu Nederland, waar hun distributeur gevestigd is. Vraagje gesteld naar winkelpunten in België, en binnen de vier uur antwoord. Omdat ik ondertussen ook niet stil gezeten had, had ik het al gevonden en gekocht. Wat me wel tegenviel, was de beperkte keuze in de Gentse winkel.

Toen ik daarover gewag maakte  in een bedankmail naar  de distributeur (Abodee)  hebben ze dat ook prompt doorgestuurd naar het winkelpunt in Gent. Als die nu slim zijn, dan doen ze daar iets mee, maar daar heb ik niets meer van gehoord, dus ik vrees het ergste.

Persoonlijk vind ik dat een gemiste kans. Stel dat ze me zeggen dat ze bijkomende modellen in huis hebben gehaald? Wat doet dat met mij als klant? ik voel me gehoord, en ik zal dat ook belonen. Allicht zal ik een aantal van die dingen inslaan, al was het maar om cadeau te geven. Voor minder dan 15 euro heb je een leuk geschenk.

De marketing van die jongens is ook meer dan ok, ga hier maar eens naar kijken, of scan de QR code in (die briefjes zitten standaard in the wallet.

Tussenpintjes, overbruggingspintjes, reservepintjes

Het Tussenpintje – met een hoofdletter, om het éénmalig alle eer te bewijzen dat het concept verdient – is een monument in de dagdagelijkse beleving van vriendschap (of wat daar moet voor doorgaan) bij venten.

Oorspronkelijk moet het verhaal van het tussenpintje gesitueerd worden in West-Vlaanderen. Ik werd er mee geconfronteerd toen ik met een groepje vrienden op café naar een Worldcup match keek. De sfeer was luimig,  het bier stroomde, de grapjes waren lichtvoetig. Iets verder stonden wat kennissen van mij uit een andere belevingswereld. Instinctief voelden beide groepen aan dat een versmelting geen meerwaarde zou bieden. Dat is zo mooi aan venten, wij voelen dat, en dat is niet erg. Het kan ook geholpen hebben dat in mijn groepje wel wat luidruchtige Hollanders zaten. Dat schrikt af, to say the least.

Ik bestelde een rondje voor mijn troepje, en trakteerde ook ‘de andere kant’.  In mijn hoofd hoort dat zo. En vijf minuten later gebeurde het. Waar de Hollanders (gemakshalve noem ik ze zo, maar ze kwamen ook uit andere provincies) nog bezig waren aan hun glas, kreeg ik een pintje aangeboden van de barman, door de andere jongens… Mijn eerste tussenpintje.  Hoe moest dat begrepen worden? Heel simpel, ‘ Het is ok dat je bij de ollanders blijft staan, wij begrijpen dat, maar we willen toch dat je meedeelt in ons plezier, en dus zal er van tijd tot tijd een tussenpintje jouw richting uitkomen.  Schoon concept! En in no time regende het tussenpintjes over en weer. Want mijn Nederlandse vrienden waren heus geen eikels, zagen de meerwaarde in, en naar het einde van de avond was de uitgestelde verbroedering een feit. Dat is de eerste invulling.

Een tweede variante ontstaat quasi automatisch, wanneer een nieuw lid zich bij het tooggezelschap voegt. Hij bestelt een rondje, maar heeft een zekere achterstand. Die achterstand, daar gaat het eigenlijk niet om, hij heeft gewoon dorst. Dus zijn eerste consumptie, die mogelijk samenvalt met de vijfde of de zesde van de andere, zal naar alle waarschijnlijkheid veel sneller leeg zijn. In zo’n geval zijn één tot twee tussenpintjes geoorloofd, om ‘in het ritme’ te geraken, en wat rust in de kop te krijgen.

In derde instantie is er het ‘overbruggings-tussenpintje’. In de meeste gevallen drinkt iedereen op min of meer hetzelfde tempo, en ook min of meer hetzelfde soort bier. Wanneer er echter Duvel fanaten in de groep zitten, dan vertraagt dat in enige mate het tempo.  In zo’n geval zijn de pintjes-drinkers gerechtigd om tussendoor een pintje bij te bestellen. Niet dat er regels zijn, maar dat voelt gewoon zo aan.

Idem dito bij structureel trage drinkers. Daar is niets mis mee, maar het kan vervelend zijn voor anderen. Ik heb een vriend die typisch zijn glas in twee, maxium drie, gulpen leegmaakt. Ja, hij was bierkoning aan’t unief, en ja hij is een uitermate succesvol zakenman, met een verfijnde neus voor literatuur en kunst. En neen, hij heeft geen drankprobleem.

Voor zo iemand is het vervelend om met een leeg glas rond te staan draaien. Ook hier is het tussenpintje mogelijk, maar dat krijgt een andere vorm. Meestal worden er dan ‘reservepintjes’ uitgedeeld. “Patron, smijt hier nog ne keer wat pinten op den toog, een stuk of vijf, we zullen onze plan wel trekken!”.  Het wordt een op het eerste zicht onduidelijk kluwen van bier, waarbij de regel wel blijft : wie een rondje moet betalen, betaalt, als zijn tijd gekomen is.  Wij houden niet van mensen die hun snor drukken. Wie tussendoor wat extra pinten wil bestellen, doet dat echter , maar houdt zelf de telling bij. Niet zelden krijg je op het einde van de avond dan afrekeningen in het genre ‘voor mij drie tourneekes en 10 pinten’. Zo hoort het, je belast er de groep niet mee. En de groep heeft er ook nooit een oordeel over. Het geeft ook niet dat er al eens een pint op overschot blijft staan. Dat gebeurt gewoon.

Er is maar één tussenpintje dat niet toegelaten is, dat is het stiekeme tussenpintje, het ‘pintje in den duik’. Onder echte vrienden wordt dat evengoed getolereerd, en zal niemand er een opmerking over maken, op het moment zelf, maar we weten allemaal…’ oei we moeten eens met hem praten, want er is kennelijk een probleem’.

Zo simpel zitten venten ineen.

Voor de rest is dit een volkomen overbodige bijdrage, maar gezien het enthousiasme en de herkenbaarheid over de vorige post, kon ik niets anders dan er even een blogje aan wijden.