Komen eten, maar dan echt!

Tiësto is geen rock ’n roll hero. Tiësto is een DJ. Punt uit, een plaatjesmixer. DJ’s zijn vakmannen die heelder zalen aan het dansen kunnen krijgen, en dat verdient wel wat respect, toegegeven. De Rolling Stones en The Who, bijvoorbeeld, dat was rock and roll.

Net zomin als DJ’s het zijn, zijn echte koks het. Want dat hoor je nu ook meer en meer. Een soort van idolatrie voor het kookwezen. De nieuwe rocksterren…  Ik geloof het niet. Daarmee wil ik ze hun sex appeal niet ontzeggen, dat hebben ze ontegensprekelijk, als ze passioneel over voedsel, bereidingen, en combinaties praten. Maar Rock and roll, dat is iets anders…

Vanavond heb ik rock and roll op een andere manier meegemaakt. De intuïtie van de hobby kok, maar dan erg zuiver uitgevoerd.  Dames en Heren, ik geef jullie…

Verse springrolls van kip met thais parfum
Pikant gelakte kippenboutjes met sesam
Vegetarische Chili
Varkenshaasjes met cashew en pompoen op paksoi
Moelleux met speculaasijs.

Gemiddelde leeftijd van de chefs, 11 jaar, en toegegeven, ze waren met twee. Spectaculair toch?
Verder geen inmenging van buitenaf.  Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt, en ik sta/zit nog een beetje na te genieten.
Twee jonge mensen, kinderen, besluiten om te koken voor hun ouders. We spreken over een meisje van 14 en een kereltje van 9. Ze beslissen zelf over het menu, maken de kaart, sturen de ouders erop uit om de ingrediënten te verzamelen, en beginnen eraan.

Ik ben sceptisch op zo’n moment. Ik ga uit van knulligheid, en goedbedoelde pogingen. En ik was verkeerd…

De kippeboutjes waren verrukkelijk gemarineerd, sappig, mals, spicy. De loempia’s, zoals je in het filmpje kunt zien, handgemaakt, en onwaarschijnlijk smakelijk en verfijnd.  Ik kan niet zeggen dat ik tot tranen toe geroerd was, maar ik was wel bijzonder aangenaam verrast.

Toen moest het beste nog komen… Chili.
Ik houd van Chili zoals het in 37°2 Le Matin beschreven werd; 24 uur pruttelen en heter dan heet, … met vlees.  Dit gerecht was geurig, zonder vlees, en moest in niets, maar dan werkelijk in niets, onder doen voor echte chili, het werd ook  gevreten door allen aan tafel. Spicy, maar niet té, smakelijk, en fijn, een streling, zoals het moest.

En toen kwam nog een klapper… Het varkenshaasje. Ik moet helaas bekennen dat ik nu zo stilaan hoopte dat het fout zo gaan, en toch ook weer niet.  En kijk, er werd een dampende wokpan op tafel gezet, en alles klopte.  De groenten beetgaar, en juist, en prettig oranje en groen. De ‘cuisson’, wel ja, laat ons het er over hebben: de cuisson was zoals het hoorde, en iedereen probeerde stiekem nog zo wat uit de pan te prusten, want het was gewoon een feest. Jacques Brel zei ooit over de Salade Liégeoise van Wijnants, que cela ne se mangeait pas, çà se bouffait! Welnu, hier was dat ook.

Bij de moelleux zou het wel misgaan, toch? Nooit in hun leven zouden twee snotapen erin slagen een chocoladecakeje klaar te garen dat voldeed aan de verwachtingen. Niets was echter minder waar. Met tijd, goesting en kennelijk toch ook wel wat ervaring deed de jongste wat er van hem verwacht werd… “ik klop nog efkes door, want het is nog niet luchtig genoeg”.
En nadien kwam er op het bord een meesterlijk dessertje, warm en luchtig vanbuiten met een misdadig warme en heerlijke fondant middenin.

En toen gingen ze op de kinect spelen, want ze waren het beu…en ze waren blij.

Koken is een kunst, maar koken is vooral intuitief voelen hoe het goed zit. Deze kinderen deden dat, met liefde, met veel lachen en met een zekere sérieux in de voorbereiding, maar zonder er bij te stressen. Ontroering toont zich in vele vormen… deze was één van de mooiere. Op weg naar huis  zei de jongste… ’t was veel werk, maar ’t is wel plezant zo…’

Geen gezeik, geen gezever, gewoon komen eten, door jong talent.

Dank je Robbe en Sofie…

Iedere mens is de bouwmeester van zijn eigen geluk (Cats (o.a.))

Op ’t einde van ’t jaar is’t goed nog even in ’t eigen hart te kijken en nobele gedachten de wereld in te sturen.
Bij mijn moeder op de schouw hing een groot houten bord met daarop de spreuk “god heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden thuiskomst!”. Nu ben ik een absoluut goddeloos jong, maar die spreuk is altijd blijven hangen, en leek de afgelopen tijd meer dan ooit toepasselijk op me.

Dit zal allicht de laatste blogpost van dit jaar zijn, een vrij tumultueus jaar, maar bij momenten ook een betoverend mooi jaar. De optimist in mij haalt altijd (of opnieuw) de bovenhand, zowaar!

2010 was een jaar van ontzettend diepe dalen, en van sporadische hoogtepunten. Eén van die zeldzame hoogtepunten was mijn madam, maar daar wil ik het hier verder niet over hebben (ik vermoed zelfs dat ze dat zal appreciëren).
2010 (en 2009 eigenlijk ook) was het jaar waarin ik professioneel ongeveer aan alles en iedereen getwijfeld heb, waarin ik het onderscheid heb leren maken tussen echte vrienden en anderen, waarin ik meer dan ooit heb moeten geloven dat de maakbaarheid niet iets is wat je zomaar in de schoot geworpen wordt. Je moet er redelijk hard voor vechten. Het is werken, vastklampen en geluk hebben.

Geluk is een raar iets, er zijn er die het nooit hebben en er zijn er andere die van het ene gelukje naar het andere huppelen. Ik was zo iemand voor wie alles altijd op rolletjes liep, tot nijd en afgunst van zeer velen heb ik moeten ondervinden, maar dat is een ander verhaal, dat de moeite van het vertellen niet waard is.
En dan ineens leek het op, mijn portie geluk was opgesoupeerd, of misschien was het gewoon een attitude-probleem, want nu is het er weer wel.
Ik denk ook dat ik weer weet hoe ik dat  geluk vroeger zo afdwong (en vanaf nu dus ook weer); door rotsvast te geloven in eigen kunnen, niet op een brallerige manier (ja, dat euvel ken ik ook) maar  door er op een correcte manier mee om te springen, waarbij talent gepaard gaat met de verplichting om er iets mee te doen. Ik weet dat het calvinistisch klinkt, maar het is misschien ook waar.

Vandaar het titeltje. Wij zijn de bouwmeesters van ons eigen geluk. We zijn ook de maat voor dat geluk. Hoe klein of hoe groot het is, dat bepalen we zelf.
Als ik één wens heb voor de komende jaren, dan is het wel dat iedereen die uitspraak ter harte neemt.
Dat zal grosso modo twee gevolgen hebben… minder gekanker en meer blije gezichten.

Iedereen content! Drink er een glas op, en nog één,  en wees lief voor de mensen rond jullie, dat is gewoon fijner!

Tot volgend jaar, u was een fijn leespubliek!

Geboeid Gedacht (column Dmix december)

geboeid

Ik hou van de spurt. De korte intense inspanning, waarbij niet nagedacht wordt over wedstrijdtactiek, maar waarbij voluit gegaan wordt voor het resultaat.
Ik hou van cursiefjes. Het woord is wat in onbruik geraakt, tegenwoordig heet het column. Ik bedoel er de korte stukjes mee, rond een observatie, met de bedoeling te amuseren, tot denken aan te zetten of een glimlach te ontlokken aan je publiek.
Ik hou dus eigenlijk wel van het opgelegd formaat, van de beperking door vorm, tijd, en mogelijkheden. Dat maakt het spannend. Dat geeft beperkingen aan je creativiteit, en tegelijk is het er een onmiskenbaar onderdeel van. Wie het niet kan in de opgelegde vorm is een prutser. Is dat zo? Alsof er niets mis kan gaan als je in de vrije vorm zit.

Tegelijkertijd haat ik het. De stress van de deadline, de beperking van het aantal karakters als je net lekker op dreef bent. Het thema, waar je net toevallig , net nu echt geen zin in hebt.
Zoals ook nu weer. Ik schrijf dolgraag stukjes, over de meest diverse onderwerpen. En iedere keer weer als ik voor Dmix een stuk schrijf gaat het mis. Ik stel uit, schuif het weg, hoop op inspiratie, bedenk flarden zin als ik in de douche sta. Tijdens de wandelingen met mijn honden springen cadensen en gedachtes door de geest, zonder coherentie, niet eens met betrekking op het onderwerp, maar gewoon mooie fragmenten die ik wil gebruiken. Nooit logisch, nooit echt direct bruikbaar. Tot een dag voor mijn deadline gaat dat zo door..

En dan begint de marteling echt. Het opgelegde thema, dat is echt de verschrikking. Net op dat moment zal je zien dat er niets uit de pen komt. Het zoeken naar de eerste zin, het gebruiken van alle goedkope truken om er toch maar onderuit te komen. Schrappen, deleten, twijfelen, drank. Het hoort er allemaal bij.

Het is nochtans simpel. De eerste zin. Als die goed zit, dan ben je vertrokken. Bij mij werkt het toch zo. De eerste zin pakt het beeld, geeft de gedachte weer en daarna valt alles op zijn plooi. Of zou dat sneltreinschrijven, wat op dat moment gebeurt, precies het gevolg zijn van het getob, en maak ik mezelf iets wijs? Alles valt op zijn plaats, alle gedachten rollen netjes geordend uit de toetsen en het stuk staat er. Een beetje nalezen hier en daar, wat mooie,oude woorden toevoegen, en de schrijfkramp is weer achter de rug. De verwondering ook, over waarom dat nu zo moeilijk was. 
En de goesting naar het volgende stuk groeit. 
Ah, wat hou ik van het opgelegd formaat, zeker als ik de spurt gewonnen heb.

Hoe moeilijk kan het zijn, koffiekoeken bestellen?

Er zijn relatief weinig dingen waar ik me echt aan stoor. De zondagse file bij de bakker en het gestuntel met bestellingen, dat is ergerlijk, en dat hoort er dus bij. Er mogen nog zoveel bedienmeisjes klaar staan. U met zijn allen, slaagt er in om dat proces gigantisch te vertragen, door  gewauwel, onzekerheid en problemen met de nomenclatuur. We gaan daar hier en nu een einde aan maken. Procedures!

Tenzij u naast de bakker woont hebt u ruimschoots de tijd om op weg daarheen te overpeinzen wat de bestelling dient te zijn. Denk even na, echt niet lang.
Variabelen hier zijn

  • aantal leden van het gezin en eventuele inslapende uiteters (ik denk hier aan lieven en ander tijdelijk schorremorrie)
  • Aantal broodmaaltijden die te voorzien zijn (desgewenst ook aantal disgenoten aanpassen, simpele wiskunde)
  • Goestingskes, voorkeuren, speciale wensen.

Wanneer u dat overwogen hebt komt u normaal gezien uit op iets erg simpel, in de stijl van : “2 broden, 10 witte en vijf bruine pistolets, 3 strikskes, 5 achtjes, twee donuts en 4 chocolade broodjes”.

Vanaf hier is het simpel. Denk even mee. De bakker – of zijn/haar winkelmeisje hebben als voornaamste taak het verpakken van uw wensen. Alles ligt klaar, lekker vers uitgestald, en ze zijn er voor u.We moeten dus de boodschap overbrengen, duidelijk, helder en zonder ambiguiteit.

Om het verhaal efficient te laten verlopen , stel ik een hoffelijke en éénvoudige procedure voor:

Begroeting : Een kort en Krachtig goedemorgen volstaat, tenzij u echt op persoonlijke voet staat, dan kan een knipoogje ook volstaan.

Bestelling van de categorieën.  Altijd beginnen met een telwoord, dat de totaliteit van de bestelling expliciteert. Zeg dus wel 2 Broden, 10 sandwichen, maar nooit : “Euh, ik zou wat broden moeten hebben”, Of “Euh, ja, 4 sandwichen, 2 pistolets…”

De reden is simpel : De zak. Er zijn kleine en grote zakken. als u veel wil, dan past dat niet in een kleine zak. Tekeningetje nodig? Neen toch.

Eens u ongeveer de totaliteit van de bestelling kent, kan de mevrouw beginnen bijvullen. Voor de kenners, begin met de meest robuste koffiekoeken, zodat die onderaan in de zak liggen. Vers afgebakken botercroissants verdragen geen zware boule de berlins op zich. Het is een kleine mentale oefening, maar u zal zien, als u ze zich eigen maakt is het zondags genot aan de ontbijttafel nog zo groot.

De Nomenclatuur nu. Belangrijk en ergerlijk punt. “Twee van die, en drie van die” doens’t cut it. Hoe lang woont u al in ons land? U hebt gestudeerd, u kunt lezen, hoe moeilijk kan het in godsnaam zijn om te leren welke soorten koffiekoeken uw bakker in voorraad heeft? Vloerkes, kampioentjes, roggeverdommekes, strikskes, achtjes lange suissen, ronde suissen… kom op! Het is echt geen kernfysica. En als je’t echt niet weet, vraag het dan. Eén keer, en onthoud het.

Dictie : spreek luid en duidelijk, liefst met een heldere oogopslag erbij, zodat u in de gaten kunt houden of alles erbijzit. Gemompel is uit den boze, hoe zwaar de kater ook. Grapjes zijn al helemaal niet nodig, niemand is er in geinteresseerd. De winkelmeisjes niet, en wij al helemaal niet, wij willen u zo snel mogelijk zien vertrekken, hoe mooi of intelligent ook, wij willen ontbijten met onze geliefden, u staat in de weg.

Betalen. Als heel de zwik besteld is, komt er nog iets belangrijk. Betalen. U staat ondertussen al behoorlijk lange tijd binnen. Is het dan echt zo moeilijk om een slag te doen naar, een schatting te maken van het vermoedelijk bedrag? Vervolgens dat geld ook bijeen te zoeken,  hetzij een biljet hetzij een min of meer ingeschat bedrag compleet met kleingeld?  Of schrok u van de vraag om te betalen? Zodanig erg dat muts, sjaal, handschoenen, ineens weer afgedaan worden en het pietepeuterig portemonneeke uit de diepten van uw vestimentaire gelaagdheid dienden opgerakeld om daar dan met zuchten en steunen wat geld uit te pellen?

Kom op, het is niet verboden na te denken, en al helemaal niet op zondagochtend, met tien wachtenden achter u.

Willen we dat vanaf nu afspreken? Dan blijft iedereen gewoon even goed gezind als ze weer bij de bakker buitenkomen. De bakker zelf ook.

Lochristi leeft!

het sfeercafé...

Ja, mijn dorp, het is me wat. Amper bekomen van een fantastische viswinkel of een creatieve brillenman, of onze vrouwvriendelijke bakker en hier zijn we weer. Met de Picasso. Een zelfgepromoveerd sfeercafé, voorwaar.  Begrijp me niet verkeerd, ik houd wel van de Picasso, maar toen ik er vanmorgen voorbij kwam (ja, met de honden), schrok ik toch even.

U moet weten dat ik voorstander ben van enige couleur locale. Ik vind ook dat je een soort stamcafé moet hebben in je dorp. Cheers, maar dan minder grappig, bij momenten zelfs triestig. Was Cheers eigenlijk grappig? Dat houden we voor een andere keer.

De Picasso in Lochristi dus. Toen ik er – echt waar – twee dagen woonde (in het dorp dan), ben ik er binnen gegaan, op aanraden van mijn zoon, omdat het niets voor jonge gasten was, zei hij. Ik mocht er naadloos uit concluderen dat het dan allicht wel fout genoeg was  voor oude zakken.

De Picasso is een café zoals een café moet zijn. Rumoerig, gezellig, druk. Onmiddellijk babbel, onberispelijk getapte pinten, en toen men hoorde dat ik er nog maar net woonde kreeg ik een babbel en een hand van de sympathieke uitbaters, een jong stel met grote horeca verwachtingen en dito werklust. En niet eens ‘gemaakt’, want de man groet me nog steeds als ik voorbij zijn etablissement kuier. Ik ben er sindsdien niet meer geweest, omdat – in weerwil van de aspiraties – ik niet zo graag alleen op café ga in Lochristi. Dat heeft iets zielig. Vind ik.

Wat stoort me dan aan het prentje? Vanalles!

Om te beginnen, het epitheton, sfeercafé? Wie bepaalt zoiets? En waarom is het nodig om dat op de gevel te zetten? ‘Oh, het is een sfeercafé! We zullen er al maar wat sfeer inbrengen van bij het binnenkomen, zeker?’
Ik heb het er vroeger ook al eens over gehad, in verband met de zelfverklaarde lekkere quiches. Laat de consument misschien beslissen? Sfeer kun je niet kopen, hè. ‘T is er of ’t is er niet.

Wat bezielt iemand om dat op zijn gevel te laten hangen? Fijn ook, als je er binnenkomt op een week-avond en er zitten drie verzopen zagen aan de toog. Lekker sfeertje , mijnheer! Een beetje opgefokte, opgelegde vrolijkheid, dat heeft die kroeg niet nodig, die was al meer dan ok.

En dan nog iets, maar da’s dan meer voor de vakmannen onder ons. Het is een Jupiler café.  Wie de laatste twintig jaar bier van Jupiler heeft gedronken denkt dan wellicht toch minstens aan een rode kleur en wat misplaatste grapjes over stierenkloten en schuimkragen.

Wie Maes en godbetert Safir of Zeeberg prefereerde, die denkt aan blauw en sterren en diamanten. Maar dit is toch helemaal fout? Tenzij ze natuurlijk van biersteker veranderen, en het binnenkort een Maes café wordt, dan trek ik mijn woorden terug.

Mijn derde opmerking is puur esthetisch. Het schreeuwt. Het doet af aan authenticiteit, het ruikt naar marketing en propaganda van de verkeerde soort. Wie op zoek is naar een juiste kroeg gaat hier niet meer binnen, en ten onrechte. Het is geen bruine kroeg, het is een tof café, waar je voetbal kunt kijken en kletsen, en voor mij is het nu gewoon een beetje kapot.

Spijtig allemaal. Wie nog andere gevallen van sfeercafé tegenkomt, mag ze me altijd opsturen, ik vind het fenomeen best boeiend.

Retail : smerig eten

Laat er geen misverstand over bestaan. Ik ben een retailmens. Jaren heb ik gestudeerd op het het precieze aantal F1, F2NI en de andere. Verhitte discussies over de impact van ‘de diepvriezers bij Aldi’. Grenzeloos gezocht naar het gewicht van elke afzonderlijke keten binnen de F1, immers, zo wist je wat een promotie echt voorstelde.
U raadt het, ik refereer naar mijn Nielsen verleden. Ik heb er veel geleerd. Ik kom nog uit een periode dat GB de onbetwistbare grote was, beste locaties, grootste winkelpunten en parkings, breedste assortiment.
Maar het was toen al een beetje een reus op lemen voeten. Waar de andere, kleinere ketens, keuzes maakten, positioneringen uitbouwden en probeerden hard te maken (en geloof mij, in retail is dat erg hard werk), sukkelde GB-Carrefour met het eigen oude imago  van ‘grande dame’ en de hardnekkigheid van de syndicale afgevaardigden om eerder dat imago te verdedigen dan de nieuwe harde waarheid te aanvaarden: ’t was oorlog, maar ze hadden het niet door.

Er was een tijd dat key accounts met afschuw naar ‘de aquariums’ in Evere trokken, om zich te laten uitpersen en grillen door vakbekwame  GB-aankopers. Nu hebben ze meer schrik van de aankoopdienst van Lidl en Aldi.

Ik ben een Delhaizewijf, ik ben het geworden. Fris, vers, vriendelijk, juiste keuzes, ik kan het niet goed uitleggen. Ik koop er ook altijd teveel, en met plezier.

En vandaag stond ik in de Carrefour, mijn oud lief. Het huismerk, de vertrouwde thuisbasis, zelfs al als student. En ik werd triest, depri zelfs. Het is een Oostblokwinkel geworden. Groot, hel licht, veel te krijgen, en niks lekker. Ik heb het strikte minimum gekocht.
Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Want ik had behoeftes! Ik ben alleen thuis, ik wil pampering, ik wil lekker, ik wil wel iets uitgeven. En het lukte niet. De wijn en spiritualiën, mijn favoriete rayon.
Achteloos voorbijgelopen, ten prooi aan ergernis over ‘niet vinden’. Niet vinden, daar gaat het ook over.

Ik heb vroeger wel nog zo’n beetje Category Management gedaan. Ik durf hier en nu te beweren, dat ze’t bij Carrefour niet goed doen. En hun shelf management ook niet. Maar dat is voer voor specialisten, iedereen weet dat dit hier een meer badinerend hoekje is. Meerwaarde met de glimlach, of ergens één juist zinnetje, meer ambieer ik niet. Ik wil entertainen, Carrefour duidelijk niet.

Ik zocht iets om te eten. Met smaak, als vent die alleen thuis zit en zijn kop op schrijven gezet heeft. Dat is niet zielig, dat is erg prettig! Zet mij in zo’n state of mind iets lekker voor, en ik koop het. Hier dus niet! En gaandeweg kwam de speelvogel boven. ik zag dingen die ik anders nooit zou kopen, en begon me te verwonderen.

Pangasiusfilet met kreeftensaus. Erg lelijke verpakking, pareltje van copywriting ook. Wie wil er nu Pangasius eten?  En kreeftensaus, dat is echt armoei. Je wil kreeft eten, maar je wil toch geen ‘ersatzvis’ genappeerd in vieze saus van een mooi beest?
Pangasius, Het klinkt al als een ziekte… het is het misschien ook: “Mijnheer en Mevrouw Kabeljauw, we hebben slecht nieuws, uw kindje is een pangasius”. Zoiets.
Pangasius is voor vis wat Babybel voor kaas is, en Surimi voor krab, maar dan met minder marketingbudget.

Maar ik kan u verzekeren, ik heb met zekerheid het walgelijkste eten ooit gevonden : Van een merk dat in zijn tijd geen onverdienstelijke tv reclames bijeensprokkelde ‘Charal’ .

Mijn aandacht werd getrokken door ‘2 hotdogs Moutarde’, ready to eat. Ik ga voorbij aan de flagrante fout om het niet tweetalig te doen, want ik heb een zwak voor het merk. Maar hier wou ik meer over weten.  Men beloofde mij bovendien zaken als ‘Doré & Moelleux’, ‘Saveur & énergie’  ‘…et un grand plaisir gustatif’.  Zeg nu zelf, daar kan je toch niet aan weerstaan?

Ik was nog niet goed thuis, of ik zou het proberen. Nou, nou, nou… de hele zwik in de microwave, en er komt na 40 seconden een hete, kleffe hap uit.  Ik hou van kleffe hap. Mij mogen ze wakker maken voor broodje kroket, voor hamburgers, voor authentiek smerig eten. Dit was het niet.

Niet te vreten, echt niet!  Met kaas bovendien, of processed cheese.
Ik heb hun aanbeveling om selectief te sorteren met het vuilnis (cf foto ook ter harte genomen : mijn honden zaten er niet mee. hieronder de foto reportage van het gegeven.

voor

tijdens

Na

En een kleintje om het af te leren.
Elke mama die al eens hongerige kindjes van en naar het zwembad heeft gebracht, weet hoe simpel het is om een  zak sandwiches of broodjes te kopen, wat Zwan worsten op te warmen en met een lik ketchup erbij, een hele horde stil te krijgen.
Geen geld, poepsimpel, en nog lekker ook. En dat gaan ze dan proberen éénvoudiger te maken. Convenience, weet u wel?

Dan zijn er toch wel andere dingen te doen? Dit is armoe, en dure armoe op de koop toe. En, beste mensen van Carrefour, ’t zal wel niet toevallig zijn dat het een Frans merk is, maar ik voorspel werkelijk lousy rotatie cijfers.
De hond lust er de brokken van, dat wel, maar normale mensen? echt niet.  Allez hop, aan’t werk, en dat ik het niet meer zie, hè.

Koopzondag : Opzouten* graag

Ik weet het, ik moet er misschien niet bij stil staan, maar ik vind dat mooi, kleine observaties en de mogelijke verhaaltjes erachter.

Stel je voor, koopzondag in Den Bosch. ‘Shopping Frenzy’ in een anders erg gezellig stadje. Tussen de mistletoe en het kerstgebleir, één heel mooie uitzondering. Nadrukkelijk. Iets in de stijl van : U koopt anders ook niet, fuck all dat ik er ook nog eens mijn zondag voor ga opofferen. Uw gezelligheid is de mijne niet, en al helemaal niet als ik er ook nog eens met korting moet door verkopen.

Wat ik er bijzonder mooi aan vind is het denkproces.
Ik vermoed een ietwat vermoeide, cynische man, die eind november de halloween toestanden opborg, om wat Kerstspul op te hangen, voor de gezelligheid. Inclusief sneeuwsterstickertjes. En dan nam de ergernis en de contemplatie toe. Fuck all, waarom zou ik… het is toch ook wat, jaar na jaar moet ik met heel dat cirkus meespelen, en het moet nu niet al te gek meer worden.
Naarmate de eerste koopzondag naderde groeide de recalcitrantie. Niks Ho, Ho, Ho, niks jingle bells. Gortdroog ‘Gesloten’ kwam in de plaats. En om er geen misverstand over te laten bestaan dat het ee nbewuste daad was, schreef hij er een briefje bij. Met uitroeptekens. Twee!! Niks geen facebookgroep of twitteractie.Neen, stil, lijdzaam verzet van de kleine middenstand. Kleinburgerlijke ongehoorzaamheid. Neringpoëzie.

(*Opzouten : courtesy Karin De Bruyn)

3 doden…

Zoersel. Vrijdagavond, een aantal gezonde dertigers, veertigers vieren een verjaardag in een dorpscafé, De Pelikaan. Drank, lachen, dansen en praten. En nog, en nog. Om twee uur gaat het café dicht, en kunnen we ons vrolijk maken over de toch wel heel erg opzichtige alcoholcontrole die we honderd meter verder al kunnen zien, zwaailichten, blauwe lichten, knipperlichten. Zoals altijd, één front van zatterikken, feestmannen en olijkerds tegen de flikken. Sommigen willen er zelfs naar toe stappen om wat te lachen. godzijdank hebben we dat niet gedaan.

De volgende dag op www.deredactie.be: dodelijk ongeluk in Zoersel, drie doden, vermoedelijke oorzaak overdreven snelheid. Leeftijd van de slachtoffers, 19 en 20. 19 jaar. Alles moet nog beginnen.

Het is nu zaterdagavond en het laat niet los. Waarom is het nu zoveel meer dan elk ander anoniem bericht dat wekelijks, dagelijks in de krant verschijnt? Nabijheid alleen kan het niet zijn, al is het eng te beseffen dat mensen sterven op nauwelijks honderd meter van je vandaan.

Schuld misschien, en het besef niet onsterfelijk te zijn? Wij deden wat zij allicht ook deden, feesten, plezier maken, overmoedig zijn, morsen met het leven. Zoals ik altijd dacht dat het hoorde. Voor hen liep het slecht af, voor ons niet. Deze keer niet.

Erger nog, ik heb een zoon van 19. Hij is onsterfelijk, in zijn hoofd, in mijn hoofd. Hij rijdt goed met de auto. Ik vind dat, hij vindt dat ook. Hij is verstandig. Ik denk dat, en hij meent dat. Ik twijfel nooit om hem de sleutels van de auto te geven. En nu wel. Ik weet dat ik er niets kan aan doen, net zoals ik hem er nooit kon voor behoeden om met zijn fiets te vallen, of dronken te worden, of de verkeerde vrienden te ontmoeten. Ik heb altijd geweten dat dat zich wel zou keren, ten goede. Dat is ook gebeurd.

Maar een auto ongeluk. Drie vrienden die uit de bocht vliegen, gebrek aan controle, ervaring, wat overmoed. Niemand is er vrij van. Onze kinderen niet, wij ook niet.  Als de reflectie en de zwaarmoedigheid zo hun weg vinden,  bij mij, wat moet dat dan zijn voor de ouders en familie van die jongens, en voor hun vrienden?

Een zwart weekend op de weg. Inderdaad, voor het eerst zo tastbaar als maar mogelijk is, en ronduit afschuwelijk.

Moest het even van mij afschrijven.

Pizza Hut Conclaven

Ik draai al een tijdje mee. In dit vak, in deze business. Wat ik altijd leuk gevonden heb, is het bijeen brengen van zelfverklaarde grote geesten, die zich aan iets nieuws wagen. ‘In onze tijd’ gebeurde dat in de mooie eetpaleizen die Brussel, Luik, Gent of Antwerpen rijk was. Het waren opulente avonden die keer op keer overgingen in eindeloos nachtelijk wallebakken, pinten en meer, drinken en de onvermijdelijke laatste pitta en/of friet bij de – op dat moment – beste frituur van België.
De volgende dag werd dan onherroepelijk besteed aan ‘damage control’. Nieuwe hemden werden gekocht, hier en daar werd een manicure overwogen, echtgenotes en vrienden dienden gesust te worden; dat het wel degelijk van zakelijk levensbelang was en dat het uitzonderlijk was dat het zo lang geduurd had.

De echte grote varkens begonnen ‘Mad-Men-gewijs’ al ’s middags en lieten dat naadloos overlopen in de avondmeeting/schranserij, overigens. Is mij ook nog overkomen. Un p’tit lunch quoi, avec une p’tite bouteille de blanc, bien sympa…De intentie was er, de uitvoering faalde. Het is nooit gelukt. De discussies dijden uit, standpunten werden met verve en breedsprakerig uiteengezet, en passanten werden betrokken bij de discussie. Men zou bijna gewagen over sociale media.

Nieuwe tijden, nieuwe gewoontes.  Ik werd onlangs uitgenodigd door een aantal jonge snaken om over een nieuw initiatief te brainstormen. Place of venue… Pizzahut.

Pizzahut? Ja, Pizzahut! Ik kan tegen veel, maar dit moet men mij uitleggen. Het is niet eens echt goedkoop,  en het is vooral erg slecht. Ik zou uren  kunnen doorbomen over de natrium bom die elke pizza uit de Pizzahut eigenlijk is. Het is niet lekker, het verdooft het verhemelte met een zoutsmaak die niet te harden is. Het interieur is smakeloos, net zoals de toppings. Pas op, schuldig genot, het mag, ik ben dol op hun lookbroodjes, en ik heb ook boter op mijn hoofd qua cheescrust, maar toch…En daar wordt dus ‘vergaderd’.

Is het een omen? of is het een teken van de nieuwe zakelijkheid?  Dat kan natuurlijk ook. No nonsense, gewoon… Het is efficiënt, dat zeker.  Ik denk ook dat ze gelijk hebben, maar dat terzijde. De tijd van de grote zware lunches en diners is voorbij. En misschien is dat zo slecht nog niet. Maar een heel klein beetje verfijnde smaak in the choice of venue dat mag wel, vind ik…

Tecno Deli

Aaaaaah, de wondere wereld van de naamgeving in Vlaanderen bij de kleine neringdoender. Ik heb een winkel ontdekt die Tecno heet, en algemene voeding verkoopt.

Ik heb – echt waar – een hele middag lopen denken aan alle mogelijke verklaringen, om het uit te leggen, en ik kom er niet. Dus wie de eigenaars kent… leg het mij uit. Ik heb Oostblokreminiscenties, ik denk aan de vroegere Pewex winkels in Polen, maar Tecno…?

Teun en Norbert, maar waar zit die c er voor iets tussen?

Notec… dat zou kunnen, ze verkopen niets technisch en dan een woordspelletje door het om te keren.

Toch Enkel Cash Niets Overschrijven?

U voelt het, ik heb hulp nodig. En ik geef meteen ook mee dat ik nooit een  TV zou kopen bij een electro zaak met de naam ‘Deli’.

Iet verderop was ook een kapperszaak die bij wijze van spitsvondigheid zichzelf het “Hals Kappertje” noemde. De nekkliever ware ook mooi geweest. Eigenaar dezes verwijst op spitsvondige manier naar het dorp (Halle Zoersel), maar voor de niet ingewijden blijft het een akelige naam, of ben ik alleen met die mening?

Zurig gebourgeoiseerd

“Hij gaat toch niet kakken?” Met deze licht enigmatische en alleszins onverwachte vraag werd ik vanochtend begroet door een ‘fijn’ mens. De mens in kwestie was bezig met afkuisen van de onderkant van zijn auto. U hoort het goed, de onderkant! Met een borstel. Vanochtend, weet u wel, na sneeuwgisteren en zo. Zijn wagen – en die van het wijfje waren beiden smetteloos aan de buitenkant, maar die onderkant, tja… met dit weer, je kunt er niet genoeg mee bezig zijn. Ik liep met de honden door één of andere chique villawijk waar de straten – sorry, de dreven – klinken naar vogeltjes of inheemse bloemsoorten. Op weg naar het bos.  Om te laten kakken zeker?

Ik heb een erg ambivalente houding tegenover honden. De meeste dierenliefhebbers, zijn daar licht fascistoïde in. Mijn eigen moeder zegt heel vaak : ‘wie niet graag dieren ziet, ziet niet graag kinderen’. Het verband ontgaat mij totaal.  Het leuke aan kinderen is dat je maar een beperkte tijd hun gevoeg moet opruimen, en dat er minstens een illusie van evolutie in aanwezig is.   Bij honden is dat toch veel minder het geval.

Ik hou van mijn honden, met de nodige bedenkingen; ik vind ze niet braaf, niet proper en al helemaal niet intelligent. Degene die daar mee afgekomen is, had zichzelf als maat van alle dingen gezien, en heel snel licht overtrokken conclusie getrokken met betrekking tot de trouwe viervoeter die hem vergezelde. Maar laat er geen misverstand over bestaan ik hou van mijn honden. (ik gebruik de vetjes om te vermijden dat ik straks van die HLN commentaar krijg dat ik niet waard ben om een hond te hebben, als ik er zo over denk. I beg to differ)
Ik kan me perfect verplaatsen in de ergernis van mensen die het niet leuk vinden om hun kwijlbek in het kruis geduwd te krijgen, of enthousiaste voorpootafdrukken op hun kleren niet echt zien zitten. Ik vind dat overigens zelf ook niet fijn, en ben niet te beroerd om mijn beesten een knietje te geven als ze’t proberen. Ze doen dat dus ook nooit (bij mij).  Een hond is gewoon een smerig dier dat toevallig in huis mag rondlopen, anders noemden we het gewoon varken. En neen, ’t is niet omdat het ‘nen braven’ is, dat het beest te vertrouwen is.

En dan die drollen! Ik heb zelf het land aan hondendrollen. Ik wou dat er een afstandsoplossing voor bestond.  Ik moet er alleszins van kokhalzen, wegens ronduit smerig. Ik heb dus ook netjes van die kleine zakjes (wat heet, in mijn geval kun je spreken van industrieel afval) om het op te ruimen. En hier hoort nu een kleine nuancering, die ons terug op  het spoor van ons verhaal gaat brengen, want we wijken af.  Ik doe dat in dorpen, steden, parken, aan zee en op straten. ik ben veel minder geneigd te doen in bossen, duinen, weg van de wandelpaden.

Daar, ik heb het bekend! En heel eerlijk, als het winterlandschap verandert in een bruine moddersneeuwpap en één van mijn honden zit in een goot zijn metabolisme op peil te houden, dan vind ik dat ok. Vanochtend regende en dooide het. Heel hard.  En dan krijg je zo’n vent in een villa, die bezorgd is over mijn honden en hun uitwerpselen, nog voor er iets gebeurd is. Daar krijg ik het van. Er ging ook niets gebeuren.

U kent die villa’s overigens, ze kappen er de tristesse binnen per X5 en de cosmetica is alomtegenwoordig, en dan heb ik het echt niet over de  fond de teint van de dames.

Enfin, ik ben altijd redelijk vrolijk als ik er op uit trek met die beesten, het impliceert immers dat je er tijd voor hebt, en dat is altijd fijn. Ik had me eerlijk gezegd ook verheugd op een lange wandeling, alleen met wat overpeinzingen. Dus antwoordde ik naar waarheid en al lachend dat die van mij goed opgevoed waren. Het antwoord kwam prompt en brommend :  “Ja, Ja, ’t is hier altijd iets met die schijtbeesten”.
De finesse van de man was ongelofelijk. En al helemaal, wetende dat hij in een quasi doodlopende straat woonde. Echt niet de hondenavenue naar het paradijs.

Helemaal duidelijk werd het mij toen ik iets verderop een klein plakkaat ontwaarde. Je moet je voorstellen dat we hier spreken over een huis dat temidden van de bossen ligt, een tuin omzoomd met een dubbele rij haagbeuk én een afsluiting, gevolgd door een gracht en een kleine grasrand. En daar krijg je dan zoiets. ‘dit is geen hondenwei!’ Je zou van de weeromstuit toch je beesten leren om precies daar hun gevoeg te doen?

Enfin, to zover deze bespiegeling… verder alleen maar zinvol omdat ik lekker kon door razen over honden, sorry als ik ontgoochelde

Jeugdsentiment: du coté de chez Swan

Er gebeurt wat bij de middenstand in Lochristi. Ik heb eerder al gewezen op onze ambities om een soort lokale A12 te worden, een spuuglelijke drukke steenweg, met aan beide zijden de klassieke saaie winkels : textiel, keukens, auto’s, tuincentra, DIY  and the likes.

Maar heel af en toe bekruipt mij een warm gevoel als ik bezieling en authenticiteit voel. Ik heb al eens gerefereerd naar de beste viswinkel in de wijde omtrek en nu blijk ik ook nog eens gestoten op de fijnste opticien, of tenminste een originele brillenboer. En die jongen heeft het niet makkelijk. In het dorp van Lochristi zijn -tig brillenverkopers. Zijn zaak ligt echter helemaal buiten de dorpskern. Enige voordeel, hij heeft een enorme traffic builder aan de visboer. Vandaar dat ik er ook wel eens binnenstap.

We gaan het niet hebben over de olympische minima waaraan de kleine zelfstandige moet voldoen (vriendelijkheid, correcte prijzen, stiptheid, behulpzaamheid), dat is allemaal dik in orde. hij heeft mijn hart gestolen door zijn etalage. Een etalage met 45toerkes…

En eentje sprong er uit. Dave, de jongere broer van Claude François als het ware, die het weliswaar anders ging proberen. Wie van onze leeftijd herinnert zich niet de blonde god met het wijd open hemd en het kroezend borsthaar, fijnzinnig geaccentueerd door een paarlenkrans van de foute soort… En die hond… Latente homo-erotische fantasieën à gogo. Verder ook nooit meer iets van gehoord, wegens nu ja, niet echt mijn genre, het franse vederlichte chanson, maar voor Dave en zijn côté de chez Swan heb ik altijd een zwak gehad. Ook omwille van het falsetto stukje, maar vraag me verder niet waarom dan wel nog.

Als ik de clip herbekijk word ik zo gekatapulteerd in de gezellige huiskamer van mijn ouders. Dentellekes op de wijnsteenrode zetels, en hummelkes op de schoorsteenmantel. Een schaal rookgerei op de onyx/albasten salontafel, armleun-assepotjes op brede leren riemen.. u was er ook toen?

schoon, simpele tijden, met meezingers…

Dank u mijnheer de brillenboer, voor een fijn moment in mijn kop.

De Uggiformen van de Latemse Ladies

Mode, het is fascinerend. Volgens Wikipedia is mode :

de manier waarop kleding, leefstijlen en opvattingen of een bepaald taalgebruik (uitdrukkingen) op een bepaald moment in de tijd leuker worden gevonden. Mode was vroeger dat wat ‘voorgeschreven’ werd door de modehuizen, maar tegenwoordig meer en meer een afspiegeling van op straat ontstane kledingstijlen die dan door de stijlbureaus en mode bedrijven opgepikt worden.

Vaak is het op het moment zelf niet helemaal duidelijk hoe het modebeeld is.

Dat vind ik wel mooi. Op het moment zelf niet helemaal duidelijk.  Ik weet met zekerheid dat dat niet het geval is voor de Uggs. En al helemaal niet voor Uggs in Latem. Je kunt er namelijk niet naast kijken. Al die vrouwen zien er hetzelfde uit, op deze winterdagen.

Je kunt geen welvaartstraktor zien of er stapt zo’n mens uit : beige broek, of minstens toch een herfstkleur, van die lelijke, platte berenpoten, maar dan wel duidelijk gelabeled.

Het geheel ondersteund door een burberry accent uiteraard) en een jasje met kleine (fake) bontkraag.

Die dames zijn ook volledig onderling inwisselbaar, met asblond bijgewerkte carré’s, en van die lippen die met een potloodlijntje geaccentueerd worden. Ook herfstkleur. discrete maar dure oorringetjes maken het af, de zorgvuldig gemanicuurde handjes geringd en wel in mouton retourné  wantjes, maar dan van een fijner beest. En dan shoppen, bij de delicatessewinkel, bij de speciaalzaken,  achter kerstrozen, in en uit de 4×4. Druk, Druk, Druk!

Wat het in Gent mooier maakt dan in de andere metropolen van ons land,  is de fantastische manier waarop er – ook in deze context, door deze ‘madammekes’ – met de taal omgesprongen wordt.

Mevrouw Temmerman (van het gelijknamige  koekjes en thee imperium) placht te zeggen dat er in Gent slechts ‘Twie toale gesproke wurrden ; Fransch é Gentsch”. Welnu in Latem hebben ze daar een gecultiveerde variante op gemaakt, die bij momenten hilarisch is.

Zeg bijvoorbeeld niet ‘Goh, dat is immens!’, maar wel ‘Oh mon dieu, da es immaans, waarrr’ Waarbij de mon dieu er perfect uitkomt, naadloos gevolgd door e kleine woordeke Gentsch, staccato en met nadruk zonder de ‘t’, gevolgd door een elegant Gents/frans uitgedraaide immense, op zijn frans, maar dan langer en geaffecteerder. Liefst ook met licht rollende ogen ter hemel slaande.
Het geheel wordt afgerond  door een lang gerokken ‘waarr’, met een frans rrrke.

Ik herinner me dat ik lang geleden mijn eerste appartement in Gent huurde, en dat ik het toen al fascinerend vond, het Hooggentsch ‘Maaarr Alléz Rolandke, ze gaan zij dat niet doen waarrr,  die ‘ott’ weegpakkeu, ge ziet gij toch ook da dae serieuze meschen zijn, waarrrr… Enfin, quoi”. (Een ‘ott’ is een dampkap)

Heerlijk is het,  en daarbij al die complexe vervoegingen met alle varianten van wederkerigheid, sappige r’s, franse rollingen, gutturale g’s waar mogelijk.

En nu dragen ze dus allemaal “Uggs, waarrr, t’es nie schune moar ’t es dure, en ’t es lijk eel convivialle  en comfortabel als g’op de golf en Latem staat, mijn doouchter heeft dezelfde…” En die dochter is dus voorbestemd om  later even uitgedroogd, afgedieet en doordrongen van materiëel besef door het leven te gaan. Spijtig waa!

Netwerken : elementaire beleefdheid

U belt mij regelmatig. Met vragen over mijn netwerk. Of ik niet iemand ken die…? Wie ik ken bij die organisatie? Of ik u in contact kan brengen met deze of gene?

Ik vind dat leuk. Het is helaas één van mijn weinige meerwaardes in deze economie. Ik leg graag contact en dat wordt op zijn beurt geapprecieerd door die mensen, en zo onderhoud ik een almaar groter en prettiger en divers netwerk. Dat, én restaurantkeuzes, dat zijn zowat de enige dingen waarvoor ik gebeld wordt. Omdat ik graag eet. Het is een smalle niche, maar het is een niche. Geld valt er niet mee te verdienen.

Waarom doe ik het dan? Omdat het natuurlijk voor me is. Mensen, gezichten en namen onthouden. Omdat ik denk dat ik er u een plezier mee doe. Omdat ik er redelijk goed in ben.

En nu komen we bij de elementaire regeltjes. Ik heb een netwerk, u niet zo. Hoe komt dat? Misschien moet u daar ook eens met een paar mensen over praten, zeker als er nu spontaan in u opkomt ‘want ik ben zo niet, dat is iets voor oppervlakkige mensen’.

Ik respecteer een paar simpele regeltjes. De allerbelangrijkste regel in deze context is : geef en u zal gegeven worden. Het is helaas niet altijd waar, zeker niet op korte termijn, maar zonder deze komen we nergens.  Het is een misvatting om te denken dat je belangrijk bent door de grootte van je kennissenkring. Je bent alleen maar belangrijk als je iets kunt geven, toevoegen. Anders is het geen netwerk, maar parasiteren op de merites van anderen.

Les 1 : Netwerken is geven en delen, niet pakken en profiteren. Zo is het een even grote misvatting om mij even bij uw organisatie binnen te halen om mijn netwerk leeg te melken voor uw sales-objectieven. Het is kortzichtig, lomp en onbeleefd. Wie dat niet begrijpt heeft überhaupt niet veel begrepen.

U moet ook weten dat een netwerk soms op de meest bizarre manieren tot stand komt, zondagochtend kun je op de zeilclub in Oostduinkerke toevallig in contact komen met de grote baas van HP, ’s avonds op het voetbal zit Karel Van Eetvelt regelmatig in de tribunes van Anderlecht, niet steeds in de loges.  (Oh ja, dat zijn ook de plekken waar die mensen vooral gerust gelaten willen worden, dus laat ze hun koffie of pintje drinken en begin niet te zagen, het komt de kwaliteit van je relaties ten goede). En op poepchique conferenties van Agoria kun je gewoon studiemakkers tegenkomen van vroeger, waar je eigenlijk absoluut geen band mee hebt.  De kwaliteit van die relaties ligt hem in de toegevoegde waarde zoals die tot uiting komt. soms is dat gewoon een prettig menselijk contact, soms is dat professionele complementariteit, soms is dat een gedeelde interesse. Het kan van alles zijn.  Het moet echter nooit als futiel beschouwd worden.

Les 2 : Beoordeel de netwerker niet op het tot stand komen van zijn relaties, en deel uw probleem, het kan heel goed zijn dat hij een andere, betere oplossing heeft, omdat hij weet heeft van een speciale behoefte bij iemand anders die hij kent, en waardoor je veel vlugger geholpen bent.

En nu komen we terug bij u. Als u mij vraagt of ik iemand ken, dan antwoord ik nooit gewoon met ja. Omdat u dat niet helpt. Helaas bent u niet altijd geneigd om mij uit te leggen waarom precies u iemand nodig hebt. Uit schrik, confidentialiteit, of gewoon omdat u me wel wil gebruiken, maar de pluimen zelf in eigen kont wil steken. Ik vind dat best, begrijp me niet verkeerd, u doet maar.

Vandaar dat ik meestal een klein beetje uitleg geef: Ja, ik ken die en die, en die relatie is daarop gebaseerd. De ‘ja’ betekent dat er sowieso een relatie is. Niet een beetje zoals ‘ik heb al eens een foto van hem in de Knack gezien, of ik heb het algemeen nummer van zijn bedrijf. Het moet toch iets zijn. Als u die ‘context’  al als onvoldoende professioneel taxeert en daardoor nutteloos, dan maakt u eigenlijk een grove beoordelingsfout en is dat erg bekrompen. U laat voelen dat u mij slecht inschat, en u geeft aan dat u niet veel vandoen hebt met het ‘relationele’. Het gaat over delen. Da’s dus al het eerste waar ik meestal pissig om word. ‘Tja, dat ge hem kent van samen tegen de kathedraal te pissen, daar heb ik dus niks aan”… Lady, we compared dick sizes, how close can you get?

Les 3 : de beoordeling van de kwaliteit van een gegeven contact ligt bij de netwerker, niet bij u. Hoe minder u deelt, hoe groter de kans op mismatch. Maar wijt dat niet aan mij!

De allerlaatste, is er eentje die ik gewoon als waarschuwing meegeef. Door de aard van de zaak ben ik nogal goed in het onthouden van namen, mensen en situaties. Ik zal nooit komen incasseren, ‘call in the favours’. Dat gaat ook in tegen mijn visie over een fijn zakelijk en privé netwerk. Maar het is voor iedereen prettig om een beetje feedback te krijgen. ‘Ja, dat was een erg nuttig contact, we zijn volop bezig’, ‘Neen, helaas, dat ging niet zo goed’ of ‘Sorry, we hebben beslist dat we het anders gingen oplossen maar toch bedankt’. hoe moeilijk kan het zijn?

Het is veruit te verkiezen boven stiltes, of  ‘Neen, het contact dat hij mij gegeven heeft is waardeloos’, of nog sterker ‘Ja, maar ken je hem, of ken je hem niet… want hier ben ik niets mee’… Grof, beetje dom en lui. Niemand heeft immers gezegd dat het meteen ook raak ging zijn en dat ieder contact uit mijn boekje meteen staat te popelen om uw wonderlijk idee te ondersteunen. Iemand die verkiest om zo met zijn contacten om te gaan, die heeft er meteen gelegen, bij mij toch. Ik sta immers een beetje borg voor de kwaliteit van wie of wat ik achter me heb, en tegelijk wil ik die mensen niet vervelen met ‘your mundane bullshit’ ( courtesy @blissbohemian).

Dat wordt dus ‘één keer, maar geen twee keer’. Geef toe dat dat kortzichtig is van uw kant,  en als u het moderner verwoord wil krijgen, conversation management (courtesy Steven Van Belleghem) is ook toepasbaar op netwerken.

Als u trouwens wat meer aandacht zou besteden aan de regeltjes zouden we met z’n allen al een stuk verder staan. Tot zover deze eerste lezing.

Succes, toppers!

De verkavelingsbuxus

Liefst neem ik mijn honden mee naar zee, of laat ik ze lekker snuffelen in een bos. Ze schijnen dat leuk te vinden, de geur van rotte bladeren en natte grond, een heel specifiek pleziertje, niet toegankelijk voor mensenneuzen.

Maar heel af en toe komt de vileine mens in mij boven en doe ik een toertje door verkavelingsvlaanderen, op zondag ochtend. Mijmeren over het burgerdom.

Het is erg prettig om op zo’n wandelingen begeleid te worden door een aanzwellend geblaf van honden achter glas, die ongetwijfeld daarmee wat leven in de brouwerij brengen bij de baasjes en bazinnen, nog in diepe slaap door het bacchanaal van de vorige avond. De zon kwam overigens vanochtend op om 8u15, ik heb menig jong gezin een vroege start bezorgd vandaag.

Gaandeweg verandert één en ander tijdens zo’n wandeling. Het leven komt op gang. Rolluiken worden opgetrokken en schriele dametjes met fijne joggingpakjes staan het ijs van hun auto te krabben om kroost te kunnen voorzien van koffiekoekjes.
Stoere veertigers passeren snuivend op de mountainbike, het zondagochtend alternatief voor de midlife-Harley-crisissen.  Hier en daar zie je een treurig meisje voorbijfietsen, op weg naar een zondagbabysit, weg van het lief.

Maar wat mij op zo’n momenten het meeste bezig houdt, dat zijn de voortuintjes van onze Vlaamsche huizen en halfopen woninkjes. Proper, ontzettend proper! Bekaert draad, en imposante poorten en hekkens. ‘S avonds hebben al die kasteeltjes ook hun vanzelf aanfloepende spots als je passeert, ook plezant om zo een lichtspoor te maken.

De coniferen en buxussen in alle vormen, dat is waar het over gaat. Wie heeft dat uitgevonden? Waarom doen mensen zoiets? Ik vind het niet natuurlijk, ik heb nog nooit in een bos rondgelopen waar ze speelgoedstruiken op natuurlijke wijze gevormd hebben.  Wie beslist zoiets?

Volgens mij zit het in dezelfde categorie als de voortuin kärcherende, dodeblaadjesblazende, voegschrapende bijna-dood-venten. Als de dood om binnen bij het wijf te moeten klussen, kiezen ze zich iets waarvan ze weten : ik ben alleen, het ziet er uit alsof ik werk, en ‘die van ons’ laat mij gerust. Want eens je er mee begonnen bent, is er geen weg terug. De bollekes moeten bijgesnoeid worden, de haag moet glooiend in vorm gebracht worden.

En dan ’s middags bij de koffie en éclairs: ‘ Ja, ja, onze Fons en zijnen hof, hij kan daar dagen mee bezig zijn… maar allez, ’t ziet er toch netter uit dan hierneffest, want dat versta ik niet, dat ge met zo nen hof kunt leven.”

Het koppel van “derneffen” ligt ondertussen nog lekker languit in bed, te bekomen van de zoveelste vrijpartij, kruimels van de pistolets onder hun warm lijf, en het zal hun waarlijk worst wezen wat de natuur met hun tuin doet. Alles groeit en bloeit zonder inmenging. Tenminste zo stel ik het me voor…

Goede reclame is niet zo moeilijk

Elite reklaamIk heb al meermaals mijn verwondering, ja zelfs bewondering uitgesproken over pareltjes van effectieve reclamevoering door onze Vlaamse neringdoenders. En deze week heb ik een publicatie ontdekt die een staalkaart biedt van wat er zoal aan mogelijkheden bestaan.

Het blad zelf “Elite Reklaam” bestaat al van 1957 en op hun website staan een paar fotootjes (best wel leuk, echt waar) van eerste edities.

Maar de laatste tijd is het allemaal wat professioneler, wat entertainender, content is king, weet u wel. Dat begint al op de voorpagina, met deze vermakelijke quote “Een verliefde kater die voor zijn poes een delicatesse meebracht kreeg te horen : “Schat wat maak je me toch altijd weer zo blij met een dode mus.”… Hebt u hem? kat, dooie mus, cadeautje, dubbele bodem. De Druivelaar is weer helemaal terug.

Binnenin is het ook niet van de poes. ( hebt u hem, poes, etc. Jahaaaaa… nog eentje van deze lichting en het licht gaat uit… ik doe het echt niet met opzet: lichting, licht… )

Het restaurant De Poliander geeft bijvoorbeeld eerlijk toe hoe ze tot hun naam gekomen zijn. Wie mij kent weet dat ik dat iets fascinerend vindt, de namen van frietkoten en kleine handelszaken in Vlaanderen. Ik heb er vroeger al eens over gepost, toen de naam Lauraham mijn pad kruiste, maar nu is het daadwerkelijk bevestigd, meer nog, het wordt als verkoops argument gebruikt. Geniaal gewoon.

I give you : De Poliander, beste mensen! Een toepasselijke naam, gekozen door hun klanten.

Ik zie het zo voor me. Paul & Liliane die met kleine multiple choice briefjes hun vrienden en kennissen terroriseren en temidden van de keuzemogelijkheden genre “Het klein genot”, “Het fijn tafelke” , “De vleselijke zonde” prijkt daar ineens “De Poliander”. Iedereen is het er over eens, het klinkt goed, het geeft iets persoonlijk, mysterieus zelf.. voilà. We zijn er! toepasselijk en gekozen door hun klanten.

Maar er zijn andere pareltjes, kleine foutjes ook.

RiaHet is bijvoorbeeld moeilijk om ‘on message’ te blijven als de verleiding te groot wordt om goede copy te gebruiken. Rond deze tijd denkt iedereen aan sinterklaas, en dus is vrij associëren met het thema de boodschap. “Zie ginds komt de stoomboot”.. de verwachting van pakjes, cadeautjes. Maar dan gaat het mis.  ‘T is een lingeriewinkel, in deze tijd van bisschoppelijke perikelen klinkt dat al lichtjes voos, en het wordt helemaal onbegrijpelijk als er ook nog bijgeprakt komt dat de winkel op zondag 12 & 19 open is… Dan vaart de stoomboot immers al weer weg, en komt die andere dikke met zijn rendieren aangesneld.

Alle technieken worden in dit blad gebruikt, tot en met afschrikking.

‘T is misschien niet mooi, maar de mensen gaan twee keer nadenken, en dan komen ze wel kopen. Dat moet de reflectie achter deze geweest zijn.

Dat het ook omgekeerd kan, wordt dan weer door de volgende bewezen.

Een artikel dat in sé niet sexy is, krijgt hier de aandacht die het terecht verdient. Huishoudhulp via dienstencheques wordt mooi gepromoot, door verzorgde copy ‘Dankzij onze huishoudhulp ruikt uw huisje lekker fris’  + herhaling ‘Lekker fris’  (ik zeg het graag twee keer).  De mooi gedetoureerde en van halo voorziene beelden geven de compositie toch ineens een zeker ‘jenesaisquoi’, dat moeilijk te evenaren is, en ruikt naar vakbeheersing en métier.  Ik vind vooral de witte schijn rond de poetshulp, een fris ruikend meisje, erg mooi.

En dan gaa nwe over naar de echte pareltjes van het copywriten. Volgt u even mee. Er is het fenomeen waar we al op gewezen hebben, versterking door herhaling.

Vanuit een aspirationeel oogpunt wordt dat dan  droomkeuken, droombadkamer, en jawel, zelfs de droommaatkast. Alles qua droom behoort tot de mogelijkheden. U kan het zo gek niet bedenken of er is wel een droomoplossing, bij Krijnen Keukens.  En subliminaal versterkt hij dat nog een keer, die herhaling en zo, en dat het bij hem te doen is. Immers, wat lezen wij?

Eigen atelier, eigen personeel, eigen fabrikaat. Geef toe, dat had u niet verwacht!

Een andere vorm van steeds wederkerend plezier is de dichtvorm. Genre : Uw apotheker weet het zoveel beter, uw advokaat weet raad, uw dakdekker is erg lekker’.

Maar dat het ook anders kan, in een meer promotionele context : ‘ruil in, voor u tot 2000 euro gewin’wordt hier bewezen, tot zelfs twee keer toe met Phaedra Hoste in één foto…

Om af te sluiten geef ik nog even mijn favoriet mee, Elite Spaanplafonds.  Wellicht is enige link met het blad volledig toevallig, maar ook daar treedt een zekere versterking door herhaling op. Waarom is het mijn persoonlijke favoriet en hoogtepunt van deze editie? Deze advertentie bevat alles. Alles! Voor en Na beelden, gedetailleerde uitleg, call to action, voorbeelden, maar bovenal, een acrostichon. Hoe lang is het geleden dat u dat nog zag in de hedendaagse reclame?

Voor zij die het niet kennen, Acrostichon is een samenvoeging van de Griekse woorden akros (uítstekend) en stichos (rij, vers), en is dus een versvorm waarbij de eerste letters van elke regel gelezen kunnen worden als begrip, naam of boodschap, en kijk! Ik vond vooral mooi, dat ze twee keer highlighten dat  er OOIT meer scheuren en barsten gaan komen, en dat OOIT meer schilderen! zal van komen.

A-sociale media

De sociale media, aaaaaaahh, de sociale media. Is dat geen schoon onderwerp om eens iets over te schrijven? Het zal aan mij liggen, maar het begint meer en meer op een theekransje van weervoorspellers, verkeerskankeraars en dogmatische mediabelievers te worden.Ik voorspel trouwens hier en nu dat het binnenkort stopt.  ik ben niet alleen, want @zandwacht heeft het in een andere context ook al aangetoond, heel dat internet gaat eraan.

Ik heb het over het volgende: Ge moet ons allemaal gerust laten! En daarmee bedoel ik, dat de ene groep, onze groep moet laten spelen, zonder ons iedere keer weer op onze schijnbare fouten te willen wijzen. Anders gaat het fout lopen.

Ik leg het even uit.  Ik was al op de hoogte van de twee grote groepen, enerzijds de voyeurs (vroeger waren dat de ‘lurkers’ op een chatforum): wel meelezen en niet participeren, en anderzijds de groep waar ik mezelf toe reken: de exhibitionisten. Overpeinzingen, observaties, gedachtes, foto’s, stomme fouten, wij smijten het allemaal op het net. Doel : milde humor, zacht entertainment, baldadigheid en vertier. soms is er zelfs sprake van oppervlakkige kennisdeling, of zelfs hulp.

Het blijft immers nog steeds zo, als je grondig over iets ernstig wil debatteren dan volstaan twitter en de feestboeken niet. Dan heb je andere mogelijkheden ter beschikking. Wij weten dat. Maar wij delen graag, en wij lachen graag, en wij appreciëren even graag als dat we ’t oneens kunnen zijn met elkaar. Tegelijkertijd erkennen we ook de beperkingen van het medium. En nemen we het niet al te serieus, in de sociale context. Dat is wel een beetje een ernstige opmerking.

Wat mij de laatste tijd echter begint op te vallen, is de grote ‘integratie beweging’ van de voyeurs. Alles wordt aan alles en iedereen gekoppeld,  en timelines worden uitgevogeld op locatie, timing en beinvloeding. Niet in het minst wordt daarbij aandacht geschonken aan de personen die je al dan niet gezien zou hebben, binnen het tijdsbestek van de dag activiteit, en dan begint de speculatie, de vermoedens, de aantijgingen soms…

“Hoe, maar jij ging toch daar naar toe, en nu lees ik op twitter dat… ”

“ja, ja, je zegt nu wel zo, maar als ik die en die tweet mag geloven, die je naar aanleiding van die status update hebt geschreven, dat kan bijna niet anders,…dan…”

Die verbanden worden niet altijd expliciet gelegd, er is veel schaduwdiplomatie en contraspionage. Er gaat heel veel pseudo detective talent verloren, en ik beklaag eerlijk gezegd de mensen die van plan zijn om een scheve schaats te rijden, die een paar vrienden in hun kennissenkring hebben die zich daar mee bezig houden. Moeilijk! Erg Moeilijk!

Van mij mag het, ik vind het redelijk amusant allemaal, maar twee opmerkingen toch:

1) als de exhibitionisten zwijgen, dan valt er voor de voyeurs niet veel meer te beleven.

2) zoals mijn groot voorbeeld Oscar Wilde ooit zei : ik heb zoveel meningen, vergeef mij dat ik er soms eentje vergeet, om zijn contradicties te vergoeilijken, zou ik willen parafraseren. Ik heb zoveel vriendjes en activiteiten dat ik soms eens iets verander aan mijn dagindeling. Dat is niet meteen het boeiendste en dus vermeld ik dat niet altijd… daarom lieg ik nog niet.

Laat ons gerust, laat ons spelen, en neem het met een korrel zout. Sleur ons niet mee in jullie ongelukkig bestaan. Gewoon, doe dat even, of liever, laat het.

Bakkers en het goede doel : roze tietjes!

Er is kennelijk iets te doen rond borstkanker.  Vergeef me dat ik daar niet altijd zo alert voor ben. Het is iets  met roze lintjes en zo. Ik ben daar volledig voor. Outing en zo.  Ik geef ook toe dat ik de tel en de kleur wat kwijt ben, rond al die lintjes, en ook of ik er voor of er tegen moet zijn.  Sommigen zijn voor iets, anders zijn voor de bestrijding van iets, en nog andere zijn tegen iets. En het is ook tijdsgebonden blijkbaar. Dat maakt het helemaal moeilijk. Vestimentair ben ik al niet o’n held, om dan ook nog eens om de haverklap een ander kleurtje op te spelden… pffftt. Livestrong, dat zijn geen lintjes, dat zijn armbandjes, dacht ik.   Waar ik vooral ook voor ben, dat is in het ongebreideld loslaten van creativiteit op dat soort initiatieven. En nu niet flauw doen met azalea’s of marsepein, neen, lohs gehen!

Neem nu de bakker van mijn dorp. Naast de Jommekes- en Samson-broden, de Sonia Kimpe vermagercroissants en de St Hubertus mastellen werd hij geconfronteerd met de warme oproep om een creatieve actie te bedenken rond het roze bortstkankerlintje.

Bakkers zijn handelaars. Ze denken mercantiel. Iets langs de lijnen van 2 kopen, 3 betalen. Of omgekeerd, laat ons daar niet klein over doen. Die van mij heeft er een extra dimensie aan toegevoegd, een vrije associatie als het ware… Borstkanker, borsten… zal ik eens een paar appetijtelijke gebakjes maken, die daaraan doen denken? En afwerken met een framboosje om vooral geen misvattingen te laten ontstaan. Beeldvorming, weet u wel.

Het resultaat is erg bevredigend. Bakkers aller landen, neem hier een voorbeeld aan, zo hebben wij op deze druilerige novemberdagen ook nog eens om mild vrolijk gestemd opnieuw de herfstnevel in te stappen.

roze tietjes

2 kopen, 3 betalen

Broodpudding, just is just!

Broodpudding met chocolade? Een vloek

Wie mij kent weet dat ik graag eet. Verfijnd tot vettig, ik wil alles wel eens proeven. Waar ik echter niet tegenkan, dat is prutsen met klassiekers.  U heeft me al bezig gehoord over klassieke crème brulée, sole meunière en dies meer.

Men blijft mij echter tergen. Deze week zag ik bij een bakker – die het ongetwijfeld goed meent – broodpudding met een dikke laag chocolade. Dat kan toch niet meer…

Broodpudding, wij waren er thuis verzot op. Een gerecht dat in principe gemaakt werd van oud brood, met melk, suiker, rozijnen, eieren, om te verworden tot een dikke, zwaar op de maag liggende, relatief kleffe hap. Goddelijk. Met koffie.
Mijn vader draaide er bij momenten zefs vers brood onder, om meer te hebben, want hij kon het maken als geen ander. Heelder schalen stonden er dan in de keuken en alle mannen in het gezin lieten zich keer op keer verleiden om een stuk af te snijden en op te eten bij ieder bezoek aan die keuken.  Nooit flauw over gedaan.

En nu dus dit… een bakker die er iets verfijnd van wil maken. Ik ga voorbij aan het feit dat een bakker die zelf zijn oud brood moet verwerken niet zo’n heel goed teken is, maar dat is wellicht mijn achterdochtig karakter.

Broodpudding maak je thuis, dat is geen pateeke, dat moet niet verfijnd worden. De enige tolerantiedrempel die toegelaten is, is het nog wat erger maken door er flink wat rum door te draaien,  à la limite zelfs geconfijt fruit (wij waren daar pertinent tegen bij ons thuis. Alleen Sultana rozijnen. maar we gaan hier toch niet neuzelen? Mercantiele geest, het kan allemaal, maar toch liever niet. Voor je’t weet beginnen ze merveilleukes te maken met chocolade mousse, of zwaantjes met confituur in de plaats van slagroom.

Die normvervaging, die waarden… kom op, waar zijn we mee bezig.

Waarom Waze het niet zal wezen

Sinds twee weken gebruik ik Waze. een applicatie dat zichzelf verkoopt als ‘social driving’. Alleen dat concept al vond ik geweldig. Zodoende. Twee weken later ben ik al een stuk minder enthousiast. Volgt u even mee?

Op zich is het veelbelovend, een kruising tussen coyote, gps, facebook en foursquare,  zo zou je het nog het best kunnen samenvatten. Als uitgangspunt lovenswaardig, in de uitvoering helaas…

Ik overloop even. De GPS toepassing is absoluut ondermaats. De helft van de tijd wordt het adres niet gevonden en worden er andere straten gesuggereerd, die er niet altijd iets mee te maken hebben, maar wel dezelfde beginletter. niet altijd even handig.

De interface ‘zuigt’. Iedere keer je iets wil intypen krijg je een waarschuwing-schermpje dat het gevaarlijk is om te typen terwijl je rijdt. Tja, ik vermoed toch dat dat inherent is aan een smartphone concept dat gericht is op automobilisten. spraakherkenning zit er voorlopig nog niet in.  De voorkeuren die je wil instellen werken niet altijd, het vastleggen van favorites verloopt moeizaam.. Het hele verhaal is bovendien meer afgestemd op een ‘spelletjes omgeving’, eerder dan een meerwaarde-omgeving voor automobilisten.
Mij stoort het niet dat je iets doet met puntjes (in de vorm van cupcakes) die je kan verzamelen tijdens je traject, om een ranking te maken. Het stoort mij wel dat die cupcakes nu pompoenen geworden zijn, terwijl er echt wel ernstiger development prioriteiten bestaan voor het ding, die wel toegevoegde waarde zouden kunnen hebben…

Kritische massa : in heel Belgie zijn er op dit moment slechts zo’n 120 Waze gebruikers, als ik de telling van de Belgium drivers kan geloven.  Voor een applicatie die toch al een eindje op de markt is is dat bedroevend weinig.
Er schort toch iets aan de marketing, als je niet verder geraakt, temeer daar juist die kritische massa de bruikbaarheid van de tool zou kunnen verhogen. Ik wil echt wel eerstehand weten waar er flits- en/of alcoholcontroles zijn, maar de kans dat dat gaat lukken met dit aantal gebruikers is erg klein.

Spelletje of meerwaarde?  Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het de makers meer om een spelformule ging dan om daadwerkelijk toegevoegde waarde, en dat werkt niet echt.  De manier om met andere gebruikers al dan niet te kunnen communiceren,  werkt erg knullig,  berichtjes hangen ergens, te lezen voor iedereen,  en het is quasi onmogelijk om iemand terug te vinden.

En als het dan toch eerder een spelletje zou zijn… de punten telling is diffuus, ondoorzichtig en kinderachtig, en de updates gebeuren erg onregelmatig.

Nog veel werk dus…

Privacy moet verplicht worden

“Als ge uw vrouw bedriegt, moogt ge over veel dingen liegen tegen haar, maar nooit over de plaats waar ge zijt!’  wijze woorden van een verkeerde vriend. Vroeg of laat val je immers door de mand, door een flitsfoto, of iemand die je die avond ergens totaal onverwacht tegenkomt.  Geo-tagging avant la lettre.

Jaren geleden zat ik met wat vrienden in een café, gsm’s te vergelijken. Boys, men and the size of their toys, weet u wel. Eén van ons had toen een gsm met een camera. De rest vond dat stom. Het doem scenario werd uitgetekend. ‘Wat ga je doen als je vrouw belt en ze zegt dat je dan maar eens een foto moet maken van die vergadering?’ Het idee dat je daarop beducht moest zijn werkte ontradend om die nieuwe hebbedingen aan te schaffen. Maar niet voor lang. Nu lopen we allemaal met zoiets rond.

Status updates in allerlei sociale netwerken, niks voor mannen. ‘Niemand moet weten waar ik uithang, niemand moet weten wat ik doe’.

Gowalla en Foursquare,  van ‘t zelfde laken een broek. Enerzijds wil ik wel tonen waar ik mijn geld zit te verbrassen, maar ik wil niet altijd zeggen met wie… Andere discussies, steeds dezelfde ondertoon.
 En altijd om de verkeerde redenen.

We doen het niet omdat we iets verborgen willen houden. Terwijl het net omgekeerd zou moeten zijn. Doe het wel, er ontstaan zoveel meer opportuniteiten, gesprekken, ontmoetingen. Als je’t niet doet omwille van sociale controle, dan zitten er een aantal dingen fout. 

Of  het ligt aan die partner van je, die dwangmatig controlerend is , of jij hebt een probleem met je parallelle levens en je zogezegde ‘secret garden’. 
 Niet dat mij dat stoort hoor, vrijheid, blijheid.

Het gaat niet meer weg, het wordt alleen nog erger. Of intenser, of makkelijker.
Niemand verplicht je om je dagboek online te smijten, en toch zijn er meer blogs dan ooit. Mensen hebben gewoon de behoefte om te delen, om te vertellen. Het zijn geen goed verborgen schriftjes meer met slotjes. Het is wat slordiger, wat voyeuristischer ook, maar om nu te denken dat daar misbruik van gemaakt wordt?

Privacy ligt elders, en privacy heeft te maken met verstand. Ik vind het geneuzel erover vervelend. Leer lezen, leer privacy instellingen instellen en besef wat je zegt, en tegen wie.  En bovenal, wees nederig, want je bent echt niet zo interessant.
In dat verband moet ik altijd denken aan het squashen.  Niks zo vervelend als  squashen in die kooi voor de bar.  Tenminste dat denk je, omdat iedereen je spelniveau gaat bekritiseren. Niets is minder waar.  Het is stukken vervelender voor degene die een pintje drinkt aan diezelfde bar.
Maak je geen zorgen over het feit dat je slecht speelt en uitgelachen zal worden. Als je slecht squasht wordt er  gewoon niet naar je gekeken. End of story.

Als je slecht schrijft, oninteressant blogt, saai statust en twittert is er geen hond geïnteresseerd.  En voor die mensen moeten we privacy juist verplicht maken, zodat niemand er nog last van heeft.

(Artikel dat ook verschijnt in DMix Oktober, eerstdaags in jullie brievenbus)

Twitter for dummies

Ik word de laatste tijd door leeftijdsgenootjes  (zijnde oude beren!) vaak gevraagd om hen wegwijs te maken in de wondere wereld van de sociale netwerken en de twieten en zo…
Iedere keer weer verbaas ik me dan over de intellectuele luiheid, of is het angst voor het onbekende om dat gewoon daadwerkelijk aan te pakken, met vallen en opstaan of Google-gewijs uit te vogelen wat er aan de hand is.

Wat er ook van weze, ik zal er maar van uitgaan dat mijn vraagstellers drukdoende zakenmensen zijn, die geen tijd hebben om zich daar mee bezig te houden. Omdat ik zelf ook van de luie aard ben, en een absolute kruk in het zoeken naar de absolute Twitter referentie, dacht ik snel even een paar tips bijeen te pennen over hoe ik het zou aanpakken mocht ik vandaag een Twitter account opstarten (ik weet het, Oh geinformeerde twitter guru, die dit toevallig leest, u weet nu al dat Twitter zo erg 2010 was, dat het binnenkort afgelopen is, so be it). Wie zich geroepen voelt om er iets aan toe te voegen, feel free.

1) Twitter naam: hoe korter hoe beter, hou er rekening mee dat je maar 140 karakters hebt voor elk twitterbericht dat je opstuurt. als er daarvan al snel 20 verloren gaan aan je ‘grappige naam’, dan gaat dat al gauw vervelen, ook voor hen die dat berichtje willen verder zenden.

2) Avatar  (het prentje, voor de niet ingewijden): neem een aantrekkelijke, intrigerende foto, liefst niet te anecdotisch, en verander die ook niet te vaak, hij moet snel herkenbaar zijn. Werken met een dominante kleur is ook niet slecht.

3) Bio: verzorg die. Van zodra ik door iemand nieuw gevolgd wordt is het eerste wat ik doe, checken wat die man/vrouw in kwestie zou kunnen bijbrengen. Vermijd vage omschrijvingen, geef kort weer waar het om draait, desnoods enkel met kernwoorden. Gebruik links, naar blogs, professionele websites, desnoods naar linkedin of facebook.

Nu ben je aanwezig. Je hebt nog niets gezegd, en er is ook niets om te lezen. Op de Twitter pagina doen ze hun uiterste best om je door een proces te leiden dat je  bijstaat om niet moederziel alleen op de Twitterplaneet rond te lopen. Je kunt interesse-sferen aanklikken en adresboeken importeren en checken wie van je kennissen al aanwezig is op Twitter. Klik maar raak, en kijk wat het geeft, op termijn haal je er echt wel uit wat interessant of amusant is.

4) Volgen: Zonder tweets weet niemand van je bestaan, en zonder dat je zelf iemand volgt al helemaal niet. Het eerste wat je dus moet doen is een paar dingen schrijven.  Stel dat  iemand je begint te volgen, dan is het minstens zo beleefd om terug te volgen. Na een paar weken heb je meestal al door of het de moeite waard is of niet, en kun je meteen ook afhaken.
Remember, Twitter is geen email, (en ook geen messenger) alleen dwangneuroten willen alles lezen. Niemand kan van je verlangen dat je de public time line van de mensen die je volgt volledig leest en bijhoudt.
Hou er ook rekening mee dat er ook spammers en automated tweets zijn. Het is niet zo’n goed idee om wildvreemde bloedmooie Russinnen te volgen of louche organisaties waarvan je tot nog toe niet eens wist dat ze bestonden.

5) Toevoegen: De nobele kunst van het toevoegen… doe een search rond je interessegebieden en kijk wie of wat er interessant twittert. Klik aan en start te volgen,  lees en blijf kritisch.
Een andere mogelijkheid : scroll door de volgers van je vrienden en kijk wie zij volgen, wie je eventueel  kent en volg die. Het is daarbij geen slecht idee om die mensen even een persoonlijk berichtje te sturen. zo weten ze dat je bestaat, en gaan ze misschien terugvolgen. Kijk naar hun stats, aantal volgers en aantal tweets zijn maatgevend voor de activiteit. iemand die zijn laatste tweet een jaar terug gestuurd heeft gaat echt niet terug in gang schieten omdat jij hem nu volgt…
Kans is ook niet geheel onbestaand dat je opgepikt wordt door de lezers van die ene vriend van je, die geïntrigeerd kunnen geraken door je foto, je bio, of de uitmuntende kwaliteit van je tweets.

6) Terugvolgen: Er zal altijd een stuk onevenwicht zijn tussen de mensen die je volgt en de mensen die jou volgen, tenzij je een autoriteitspositie inneemt (cf. politici, BV, de grote namen,… ) die kunnen het zich permitteren om bij wijze van spreken quasi niemand te volgen. Dat druist een heel klein beetje in tegen de filosofie van Twitter (zo die al bestaat), het gaat immers niet enkel om broadcasting, het gaat om ‘conversations’, but then again…

7) Sharing & content : het is een slecht idee om alles over je vakgebied te retweeten (RT) zie ook Twitter-Farmville

Het is een goed idee om echt interessante artikels wel door te geven, als niet iedereen
het al gedaan heeft. liefst met een summiere uitleg, zodat mensen al op voorhand kunnen zien of ze ʻt willen lezen. dus niet http://www.competencemangement/hr/ compensationandbenefits/article/5646/digest/…. blablala, maar wel : interessante insteek over compensation & benefit van… en dan de link.

8) Taal/Varia/Content: Het gaat over personal branding, sharing, en toch ook een zekere lichtheid en taalvirtuositeit. Maak daar gebruik van. Enkel je job posts op Twitter smijten is een manier om traffic naar je site te krijgen, maar is weinig of niet relevant voor zij die niets zoeken. combineer trivia met vakinfo, met inzichten, en wees origineel. De Guy Mortier quote geldt nog steeds: “De Lezer? dat ben ik, met hoofdpijn!”
Elke morgen iedereen goede morgen wensen en uitgebreid over je ontbijt tweeten, niemand heeft daar wat aan.

9) Taal: Engels, Nederlands, maakt niet zoveel uit, vaktechnisch best Engels, rest in het Nederlands, dat werkt perfect. Pfaffiaanse varianten van die taal zijn tot op zekere hoogte toegelaten, bedenk wel dat het voor sommigen storend overkomt.

10) Twitterclient : maak gebruik van een goede client zowel mobiel als op pc om overzicht te krijgen. Ieder naar voorkeur en goesting. Ik vind Tweetdeck en Hootsuite makkelijk, anderen verkiezen Twitterific of Tweetie. Met de nieuwe twitter interface geraak je ook al een heel eind weg. Potato, Tomato…

11)Pls RT: Please Retweet…. classic of new style, manier om een bericht te verspreiden en meer ʻdragʼ te geven. Kritisch beoordelen of je dat wil doen en ook spaarzaam mee
omspringen

12) #FF: follow friday. elke vrijdag zie je dat verschijnen, en is het de bedoeling dat je een
lijstje of een paar namen doorgeeft aan ʻthe communityʼ van mensen die jij de moeite waard vind om te volgen. klassiek voorbeeld #FF @guidooohh omdat hij een fantastisch mooie blog heeft…

13)#Hashtags: korte omschrijvingen voorafgegaan door een kardinaalsteken, om het zoeken te vergemakkelijken. Op elke conferentie is er meestal een twitter hashtag om content of weetjes over het congres te verzamelen, zodat je timeline van die dag voor
dat congres enkel bestaat uit mensen die er aanwezig zijn, of er iets over te zeggen
hebben.

14) Evenwicht: Zoals in elke beschaafde conversatie, zoek evenwicht tussen luisteren/lezen en spreken. Kijk eerst even de kat uit de boom, en participeer nadien, en denk eraan dat
niet iedereen mee is met je gevoel voor humor.

15) Replieken: Hou het inʼt begin algemeen, en als je denkt iemand wat beter te kennen kun je publiek van repliek dienen, door @xyz voor je antwoord te zetten. En beter nog gewoon door te replyen. D xyz wordt gebruikt om een direct message te versturen, dat is als een sms die dus enkel door die persoon kan gelezen worden.

16)… #durftevragen….

Het allerbelangrijkste, en dat werd in één van de eerste commentaren hierop gezegd is uiteraard dat je eerst even nadenkt, voor je eraan begint. Wie, wat, waarom. @Lamazone heeft dat stukken beter verwoordt, in haar comments hieronder.

En nog twee interessante comments van @mdevrieze en @Lounge_Lizard. Het is altijd mogelijk om interessante tweets op te slaan als favoriet, dan kun je ze later herlezen. In de meeste twitterclients zitten URL shorteners, die het mogelijk maken de url’s van posts, artikels of websites te reduceren tot enkele karakters. Qua efficiency kan dat tellen.

Over opblaaspoppen en zo

Sorry voor de misleidende titel, maar dat klikt lekker aan! Het artikeltje gaat echt wel over opblaas-spul, alleen niet over die waar u wellicht aan dacht. Ik heb het over de grote, commerciële opblaasgadets.

Toen ik jong was, hing er boven de GB van Sint Agatha Berchem, nu ‘Den Basilix’,  eens om de zoveel tijd een zeppelin, met reclame. Als kind vond ik dat geweldig indrukwekkend. Het zette aan tot dromen. Het prikkelde de fantasie en de verbeelding.

Nu rijd ik regelmatig voorbij de Sleepy winkel in Oostakker, en sinds jaar en dag hangt er een grauw vormeloos ding aan een kraan. Ik vermoed dat het een hoofdkussen is, wellicht zelfs met een ‘wervende’ tekst op.Die kan je echter niet echt goed lezen.

Ik vind het veeleer triestig. De kraan suggereert ‘work in progress’. De groezelige kleur van het ding wijst op moeheid (allicht nog toepasselijk te noemen, in their line of business), en het hangt er al veel te lang. Eigenlijk is het pollutie, en daar zijn we tegen!

Het is een teken des tijds volgens mij, er zit geen droompje meer in.  ’t moet rap en indrukwekkend zijn, en misschien zelfs best ook zo goedkoop mogelijk, maar verzorgd, dat is er al lang niet meer bij.
En zo krijg je massieve opblaasbare zetels, die zo slecht geplaatst en bedacht zijn, dat ze volledig ingesnoerd met lelijke touwen staan te wiebelen op parkings.
Trieste luchtkolommen die flapperen, en lelijke, schreeuwerig uitvergrote objecten allerhande, die niet echt iets anders doen dan roepen en krijsen om aandacht. Dromen en verbazen is er echt niet meer bij.

Ik voel een guerilla actie komen, met scherpe messen en zo… nog net voor er weer allerlei kersmannetjes tegen de muren beginnen klimmen (die wil ik paintballgewijs aanpakken), en misschien gelijklopend met het vernietigen van pompoenen aan voordeuren, ’t is er het seizoen voor.

File-lezen

Ik ben een trendsetter, nu weet ik het wel zeker. File lezen, zoals in ‘in de file staan en lezen’. Tien à Vijftien jaar geleden deed ik het al. Ik kocht de Humo op dinsdag, en meestal had ik hem op vrijdag uit, en kon ik hem thuis laten voor de TV programma’s. Werkte perfect. Maandag las ik niet, dan luisterde ik naar de tapes van het Leugenpaleis die ik zondagopgenomen had. Dat werkte perfect.

Mettertijd was de Humo al uitgelezen op donderdag, nu zelfs al op woensdag, en ik laat welvoeglijkheidshalve in het midden of dat te maken heeft met de kwaliteit van het blad of de indrukwekkende aangroei van files all over the place.

Noodgedwongen heb ik dus nu altijd één of ander boekje in de auto liggen, om de verveling te bestrijden, een mens kan tenslotte niet heel de tijd twitteren, dat werkt op de mensen hun zenuwen.

Maar zie, de Axa bank heeft het ook begrepen, en op haar eigen manier besloten om mij te helpen, en het file lezen fenomeen, ‘naar de mensen toe’ te brengen.

Tenminste, ik zie geen andere mogelijkheid. Je kunt als respectabel creatief toch geen affiche bedenken met zoveel tekst, als je er niet van uitgaat dat je doelgroep gewoon stil blijft staan om het te lezen?

Alleen nog één klein advies, of liever, een vraagje. Kan de corpsgrootte nog net iets groter, want zeker op mijn leeftijd, het gaat allemaal niet meer zo lekker. En misschien ook iets minder droge copy, want vrolijk werd ik er niet door. Het nodigt ook niet uit om het nog een keer te herlezen….

Om maar te zeggen, voor de zoveelste keer : Een affiche is geen opgeblazen print pagina, echt niet!!!