Hoe moeilijk kan het zijn, koffiekoeken bestellen?

Er zijn relatief weinig dingen waar ik me echt aan stoor. De zondagse file bij de bakker en het gestuntel met bestellingen, dat is ergerlijk, en dat hoort er dus bij. Er mogen nog zoveel bedienmeisjes klaar staan. U met zijn allen, slaagt er in om dat proces gigantisch te vertragen, door  gewauwel, onzekerheid en problemen met de nomenclatuur. We gaan daar hier en nu een einde aan maken. Procedures!

Tenzij u naast de bakker woont hebt u ruimschoots de tijd om op weg daarheen te overpeinzen wat de bestelling dient te zijn. Denk even na, echt niet lang.
Variabelen hier zijn

  • aantal leden van het gezin en eventuele inslapende uiteters (ik denk hier aan lieven en ander tijdelijk schorremorrie)
  • Aantal broodmaaltijden die te voorzien zijn (desgewenst ook aantal disgenoten aanpassen, simpele wiskunde)
  • Goestingskes, voorkeuren, speciale wensen.

Wanneer u dat overwogen hebt komt u normaal gezien uit op iets erg simpel, in de stijl van : “2 broden, 10 witte en vijf bruine pistolets, 3 strikskes, 5 achtjes, twee donuts en 4 chocolade broodjes”.

Vanaf hier is het simpel. Denk even mee. De bakker – of zijn/haar winkelmeisje hebben als voornaamste taak het verpakken van uw wensen. Alles ligt klaar, lekker vers uitgestald, en ze zijn er voor u.We moeten dus de boodschap overbrengen, duidelijk, helder en zonder ambiguiteit.

Om het verhaal efficient te laten verlopen , stel ik een hoffelijke en éénvoudige procedure voor:

Begroeting : Een kort en Krachtig goedemorgen volstaat, tenzij u echt op persoonlijke voet staat, dan kan een knipoogje ook volstaan.

Bestelling van de categorieën.  Altijd beginnen met een telwoord, dat de totaliteit van de bestelling expliciteert. Zeg dus wel 2 Broden, 10 sandwichen, maar nooit : “Euh, ik zou wat broden moeten hebben”, Of “Euh, ja, 4 sandwichen, 2 pistolets…”

De reden is simpel : De zak. Er zijn kleine en grote zakken. als u veel wil, dan past dat niet in een kleine zak. Tekeningetje nodig? Neen toch.

Eens u ongeveer de totaliteit van de bestelling kent, kan de mevrouw beginnen bijvullen. Voor de kenners, begin met de meest robuste koffiekoeken, zodat die onderaan in de zak liggen. Vers afgebakken botercroissants verdragen geen zware boule de berlins op zich. Het is een kleine mentale oefening, maar u zal zien, als u ze zich eigen maakt is het zondags genot aan de ontbijttafel nog zo groot.

De Nomenclatuur nu. Belangrijk en ergerlijk punt. “Twee van die, en drie van die” doens’t cut it. Hoe lang woont u al in ons land? U hebt gestudeerd, u kunt lezen, hoe moeilijk kan het in godsnaam zijn om te leren welke soorten koffiekoeken uw bakker in voorraad heeft? Vloerkes, kampioentjes, roggeverdommekes, strikskes, achtjes lange suissen, ronde suissen… kom op! Het is echt geen kernfysica. En als je’t echt niet weet, vraag het dan. Eén keer, en onthoud het.

Dictie : spreek luid en duidelijk, liefst met een heldere oogopslag erbij, zodat u in de gaten kunt houden of alles erbijzit. Gemompel is uit den boze, hoe zwaar de kater ook. Grapjes zijn al helemaal niet nodig, niemand is er in geinteresseerd. De winkelmeisjes niet, en wij al helemaal niet, wij willen u zo snel mogelijk zien vertrekken, hoe mooi of intelligent ook, wij willen ontbijten met onze geliefden, u staat in de weg.

Betalen. Als heel de zwik besteld is, komt er nog iets belangrijk. Betalen. U staat ondertussen al behoorlijk lange tijd binnen. Is het dan echt zo moeilijk om een slag te doen naar, een schatting te maken van het vermoedelijk bedrag? Vervolgens dat geld ook bijeen te zoeken,  hetzij een biljet hetzij een min of meer ingeschat bedrag compleet met kleingeld?  Of schrok u van de vraag om te betalen? Zodanig erg dat muts, sjaal, handschoenen, ineens weer afgedaan worden en het pietepeuterig portemonneeke uit de diepten van uw vestimentaire gelaagdheid dienden opgerakeld om daar dan met zuchten en steunen wat geld uit te pellen?

Kom op, het is niet verboden na te denken, en al helemaal niet op zondagochtend, met tien wachtenden achter u.

Willen we dat vanaf nu afspreken? Dan blijft iedereen gewoon even goed gezind als ze weer bij de bakker buitenkomen. De bakker zelf ook.

Lochristi leeft!

het sfeercafé...

Ja, mijn dorp, het is me wat. Amper bekomen van een fantastische viswinkel of een creatieve brillenman, of onze vrouwvriendelijke bakker en hier zijn we weer. Met de Picasso. Een zelfgepromoveerd sfeercafé, voorwaar.  Begrijp me niet verkeerd, ik houd wel van de Picasso, maar toen ik er vanmorgen voorbij kwam (ja, met de honden), schrok ik toch even.

U moet weten dat ik voorstander ben van enige couleur locale. Ik vind ook dat je een soort stamcafé moet hebben in je dorp. Cheers, maar dan minder grappig, bij momenten zelfs triestig. Was Cheers eigenlijk grappig? Dat houden we voor een andere keer.

De Picasso in Lochristi dus. Toen ik er – echt waar – twee dagen woonde (in het dorp dan), ben ik er binnen gegaan, op aanraden van mijn zoon, omdat het niets voor jonge gasten was, zei hij. Ik mocht er naadloos uit concluderen dat het dan allicht wel fout genoeg was  voor oude zakken.

De Picasso is een café zoals een café moet zijn. Rumoerig, gezellig, druk. Onmiddellijk babbel, onberispelijk getapte pinten, en toen men hoorde dat ik er nog maar net woonde kreeg ik een babbel en een hand van de sympathieke uitbaters, een jong stel met grote horeca verwachtingen en dito werklust. En niet eens ‘gemaakt’, want de man groet me nog steeds als ik voorbij zijn etablissement kuier. Ik ben er sindsdien niet meer geweest, omdat – in weerwil van de aspiraties – ik niet zo graag alleen op café ga in Lochristi. Dat heeft iets zielig. Vind ik.

Wat stoort me dan aan het prentje? Vanalles!

Om te beginnen, het epitheton, sfeercafé? Wie bepaalt zoiets? En waarom is het nodig om dat op de gevel te zetten? ‘Oh, het is een sfeercafé! We zullen er al maar wat sfeer inbrengen van bij het binnenkomen, zeker?’
Ik heb het er vroeger ook al eens over gehad, in verband met de zelfverklaarde lekkere quiches. Laat de consument misschien beslissen? Sfeer kun je niet kopen, hè. ‘T is er of ’t is er niet.

Wat bezielt iemand om dat op zijn gevel te laten hangen? Fijn ook, als je er binnenkomt op een week-avond en er zitten drie verzopen zagen aan de toog. Lekker sfeertje , mijnheer! Een beetje opgefokte, opgelegde vrolijkheid, dat heeft die kroeg niet nodig, die was al meer dan ok.

En dan nog iets, maar da’s dan meer voor de vakmannen onder ons. Het is een Jupiler café.  Wie de laatste twintig jaar bier van Jupiler heeft gedronken denkt dan wellicht toch minstens aan een rode kleur en wat misplaatste grapjes over stierenkloten en schuimkragen.

Wie Maes en godbetert Safir of Zeeberg prefereerde, die denkt aan blauw en sterren en diamanten. Maar dit is toch helemaal fout? Tenzij ze natuurlijk van biersteker veranderen, en het binnenkort een Maes café wordt, dan trek ik mijn woorden terug.

Mijn derde opmerking is puur esthetisch. Het schreeuwt. Het doet af aan authenticiteit, het ruikt naar marketing en propaganda van de verkeerde soort. Wie op zoek is naar een juiste kroeg gaat hier niet meer binnen, en ten onrechte. Het is geen bruine kroeg, het is een tof café, waar je voetbal kunt kijken en kletsen, en voor mij is het nu gewoon een beetje kapot.

Spijtig allemaal. Wie nog andere gevallen van sfeercafé tegenkomt, mag ze me altijd opsturen, ik vind het fenomeen best boeiend.

Koopzondag : Opzouten* graag

Ik weet het, ik moet er misschien niet bij stil staan, maar ik vind dat mooi, kleine observaties en de mogelijke verhaaltjes erachter.

Stel je voor, koopzondag in Den Bosch. ‘Shopping Frenzy’ in een anders erg gezellig stadje. Tussen de mistletoe en het kerstgebleir, één heel mooie uitzondering. Nadrukkelijk. Iets in de stijl van : U koopt anders ook niet, fuck all dat ik er ook nog eens mijn zondag voor ga opofferen. Uw gezelligheid is de mijne niet, en al helemaal niet als ik er ook nog eens met korting moet door verkopen.

Wat ik er bijzonder mooi aan vind is het denkproces.
Ik vermoed een ietwat vermoeide, cynische man, die eind november de halloween toestanden opborg, om wat Kerstspul op te hangen, voor de gezelligheid. Inclusief sneeuwsterstickertjes. En dan nam de ergernis en de contemplatie toe. Fuck all, waarom zou ik… het is toch ook wat, jaar na jaar moet ik met heel dat cirkus meespelen, en het moet nu niet al te gek meer worden.
Naarmate de eerste koopzondag naderde groeide de recalcitrantie. Niks Ho, Ho, Ho, niks jingle bells. Gortdroog ‘Gesloten’ kwam in de plaats. En om er geen misverstand over te laten bestaan dat het ee nbewuste daad was, schreef hij er een briefje bij. Met uitroeptekens. Twee!! Niks geen facebookgroep of twitteractie.Neen, stil, lijdzaam verzet van de kleine middenstand. Kleinburgerlijke ongehoorzaamheid. Neringpoëzie.

(*Opzouten : courtesy Karin De Bruyn)

Pizza Hut Conclaven

Ik draai al een tijdje mee. In dit vak, in deze business. Wat ik altijd leuk gevonden heb, is het bijeen brengen van zelfverklaarde grote geesten, die zich aan iets nieuws wagen. ‘In onze tijd’ gebeurde dat in de mooie eetpaleizen die Brussel, Luik, Gent of Antwerpen rijk was. Het waren opulente avonden die keer op keer overgingen in eindeloos nachtelijk wallebakken, pinten en meer, drinken en de onvermijdelijke laatste pitta en/of friet bij de – op dat moment – beste frituur van België.
De volgende dag werd dan onherroepelijk besteed aan ‘damage control’. Nieuwe hemden werden gekocht, hier en daar werd een manicure overwogen, echtgenotes en vrienden dienden gesust te worden; dat het wel degelijk van zakelijk levensbelang was en dat het uitzonderlijk was dat het zo lang geduurd had.

De echte grote varkens begonnen ‘Mad-Men-gewijs’ al ’s middags en lieten dat naadloos overlopen in de avondmeeting/schranserij, overigens. Is mij ook nog overkomen. Un p’tit lunch quoi, avec une p’tite bouteille de blanc, bien sympa…De intentie was er, de uitvoering faalde. Het is nooit gelukt. De discussies dijden uit, standpunten werden met verve en breedsprakerig uiteengezet, en passanten werden betrokken bij de discussie. Men zou bijna gewagen over sociale media.

Nieuwe tijden, nieuwe gewoontes.  Ik werd onlangs uitgenodigd door een aantal jonge snaken om over een nieuw initiatief te brainstormen. Place of venue… Pizzahut.

Pizzahut? Ja, Pizzahut! Ik kan tegen veel, maar dit moet men mij uitleggen. Het is niet eens echt goedkoop,  en het is vooral erg slecht. Ik zou uren  kunnen doorbomen over de natrium bom die elke pizza uit de Pizzahut eigenlijk is. Het is niet lekker, het verdooft het verhemelte met een zoutsmaak die niet te harden is. Het interieur is smakeloos, net zoals de toppings. Pas op, schuldig genot, het mag, ik ben dol op hun lookbroodjes, en ik heb ook boter op mijn hoofd qua cheescrust, maar toch…En daar wordt dus ‘vergaderd’.

Is het een omen? of is het een teken van de nieuwe zakelijkheid?  Dat kan natuurlijk ook. No nonsense, gewoon… Het is efficiënt, dat zeker.  Ik denk ook dat ze gelijk hebben, maar dat terzijde. De tijd van de grote zware lunches en diners is voorbij. En misschien is dat zo slecht nog niet. Maar een heel klein beetje verfijnde smaak in the choice of venue dat mag wel, vind ik…

Tecno Deli

Aaaaaah, de wondere wereld van de naamgeving in Vlaanderen bij de kleine neringdoender. Ik heb een winkel ontdekt die Tecno heet, en algemene voeding verkoopt.

Ik heb – echt waar – een hele middag lopen denken aan alle mogelijke verklaringen, om het uit te leggen, en ik kom er niet. Dus wie de eigenaars kent… leg het mij uit. Ik heb Oostblokreminiscenties, ik denk aan de vroegere Pewex winkels in Polen, maar Tecno…?

Teun en Norbert, maar waar zit die c er voor iets tussen?

Notec… dat zou kunnen, ze verkopen niets technisch en dan een woordspelletje door het om te keren.

Toch Enkel Cash Niets Overschrijven?

U voelt het, ik heb hulp nodig. En ik geef meteen ook mee dat ik nooit een  TV zou kopen bij een electro zaak met de naam ‘Deli’.

Iet verderop was ook een kapperszaak die bij wijze van spitsvondigheid zichzelf het “Hals Kappertje” noemde. De nekkliever ware ook mooi geweest. Eigenaar dezes verwijst op spitsvondige manier naar het dorp (Halle Zoersel), maar voor de niet ingewijden blijft het een akelige naam, of ben ik alleen met die mening?

Netwerken : elementaire beleefdheid

U belt mij regelmatig. Met vragen over mijn netwerk. Of ik niet iemand ken die…? Wie ik ken bij die organisatie? Of ik u in contact kan brengen met deze of gene?

Ik vind dat leuk. Het is helaas één van mijn weinige meerwaardes in deze economie. Ik leg graag contact en dat wordt op zijn beurt geapprecieerd door die mensen, en zo onderhoud ik een almaar groter en prettiger en divers netwerk. Dat, én restaurantkeuzes, dat zijn zowat de enige dingen waarvoor ik gebeld wordt. Omdat ik graag eet. Het is een smalle niche, maar het is een niche. Geld valt er niet mee te verdienen.

Waarom doe ik het dan? Omdat het natuurlijk voor me is. Mensen, gezichten en namen onthouden. Omdat ik denk dat ik er u een plezier mee doe. Omdat ik er redelijk goed in ben.

En nu komen we bij de elementaire regeltjes. Ik heb een netwerk, u niet zo. Hoe komt dat? Misschien moet u daar ook eens met een paar mensen over praten, zeker als er nu spontaan in u opkomt ‘want ik ben zo niet, dat is iets voor oppervlakkige mensen’.

Ik respecteer een paar simpele regeltjes. De allerbelangrijkste regel in deze context is : geef en u zal gegeven worden. Het is helaas niet altijd waar, zeker niet op korte termijn, maar zonder deze komen we nergens.  Het is een misvatting om te denken dat je belangrijk bent door de grootte van je kennissenkring. Je bent alleen maar belangrijk als je iets kunt geven, toevoegen. Anders is het geen netwerk, maar parasiteren op de merites van anderen.

Les 1 : Netwerken is geven en delen, niet pakken en profiteren. Zo is het een even grote misvatting om mij even bij uw organisatie binnen te halen om mijn netwerk leeg te melken voor uw sales-objectieven. Het is kortzichtig, lomp en onbeleefd. Wie dat niet begrijpt heeft überhaupt niet veel begrepen.

U moet ook weten dat een netwerk soms op de meest bizarre manieren tot stand komt, zondagochtend kun je op de zeilclub in Oostduinkerke toevallig in contact komen met de grote baas van HP, ’s avonds op het voetbal zit Karel Van Eetvelt regelmatig in de tribunes van Anderlecht, niet steeds in de loges.  (Oh ja, dat zijn ook de plekken waar die mensen vooral gerust gelaten willen worden, dus laat ze hun koffie of pintje drinken en begin niet te zagen, het komt de kwaliteit van je relaties ten goede). En op poepchique conferenties van Agoria kun je gewoon studiemakkers tegenkomen van vroeger, waar je eigenlijk absoluut geen band mee hebt.  De kwaliteit van die relaties ligt hem in de toegevoegde waarde zoals die tot uiting komt. soms is dat gewoon een prettig menselijk contact, soms is dat professionele complementariteit, soms is dat een gedeelde interesse. Het kan van alles zijn.  Het moet echter nooit als futiel beschouwd worden.

Les 2 : Beoordeel de netwerker niet op het tot stand komen van zijn relaties, en deel uw probleem, het kan heel goed zijn dat hij een andere, betere oplossing heeft, omdat hij weet heeft van een speciale behoefte bij iemand anders die hij kent, en waardoor je veel vlugger geholpen bent.

En nu komen we terug bij u. Als u mij vraagt of ik iemand ken, dan antwoord ik nooit gewoon met ja. Omdat u dat niet helpt. Helaas bent u niet altijd geneigd om mij uit te leggen waarom precies u iemand nodig hebt. Uit schrik, confidentialiteit, of gewoon omdat u me wel wil gebruiken, maar de pluimen zelf in eigen kont wil steken. Ik vind dat best, begrijp me niet verkeerd, u doet maar.

Vandaar dat ik meestal een klein beetje uitleg geef: Ja, ik ken die en die, en die relatie is daarop gebaseerd. De ‘ja’ betekent dat er sowieso een relatie is. Niet een beetje zoals ‘ik heb al eens een foto van hem in de Knack gezien, of ik heb het algemeen nummer van zijn bedrijf. Het moet toch iets zijn. Als u die ‘context’  al als onvoldoende professioneel taxeert en daardoor nutteloos, dan maakt u eigenlijk een grove beoordelingsfout en is dat erg bekrompen. U laat voelen dat u mij slecht inschat, en u geeft aan dat u niet veel vandoen hebt met het ‘relationele’. Het gaat over delen. Da’s dus al het eerste waar ik meestal pissig om word. ‘Tja, dat ge hem kent van samen tegen de kathedraal te pissen, daar heb ik dus niks aan”… Lady, we compared dick sizes, how close can you get?

Les 3 : de beoordeling van de kwaliteit van een gegeven contact ligt bij de netwerker, niet bij u. Hoe minder u deelt, hoe groter de kans op mismatch. Maar wijt dat niet aan mij!

De allerlaatste, is er eentje die ik gewoon als waarschuwing meegeef. Door de aard van de zaak ben ik nogal goed in het onthouden van namen, mensen en situaties. Ik zal nooit komen incasseren, ‘call in the favours’. Dat gaat ook in tegen mijn visie over een fijn zakelijk en privé netwerk. Maar het is voor iedereen prettig om een beetje feedback te krijgen. ‘Ja, dat was een erg nuttig contact, we zijn volop bezig’, ‘Neen, helaas, dat ging niet zo goed’ of ‘Sorry, we hebben beslist dat we het anders gingen oplossen maar toch bedankt’. hoe moeilijk kan het zijn?

Het is veruit te verkiezen boven stiltes, of  ‘Neen, het contact dat hij mij gegeven heeft is waardeloos’, of nog sterker ‘Ja, maar ken je hem, of ken je hem niet… want hier ben ik niets mee’… Grof, beetje dom en lui. Niemand heeft immers gezegd dat het meteen ook raak ging zijn en dat ieder contact uit mijn boekje meteen staat te popelen om uw wonderlijk idee te ondersteunen. Iemand die verkiest om zo met zijn contacten om te gaan, die heeft er meteen gelegen, bij mij toch. Ik sta immers een beetje borg voor de kwaliteit van wie of wat ik achter me heb, en tegelijk wil ik die mensen niet vervelen met ‘your mundane bullshit’ ( courtesy @blissbohemian).

Dat wordt dus ‘één keer, maar geen twee keer’. Geef toe dat dat kortzichtig is van uw kant,  en als u het moderner verwoord wil krijgen, conversation management (courtesy Steven Van Belleghem) is ook toepasbaar op netwerken.

Als u trouwens wat meer aandacht zou besteden aan de regeltjes zouden we met z’n allen al een stuk verder staan. Tot zover deze eerste lezing.

Succes, toppers!

Goede reclame is niet zo moeilijk

Elite reklaamIk heb al meermaals mijn verwondering, ja zelfs bewondering uitgesproken over pareltjes van effectieve reclamevoering door onze Vlaamse neringdoenders. En deze week heb ik een publicatie ontdekt die een staalkaart biedt van wat er zoal aan mogelijkheden bestaan.

Het blad zelf “Elite Reklaam” bestaat al van 1957 en op hun website staan een paar fotootjes (best wel leuk, echt waar) van eerste edities.

Maar de laatste tijd is het allemaal wat professioneler, wat entertainender, content is king, weet u wel. Dat begint al op de voorpagina, met deze vermakelijke quote “Een verliefde kater die voor zijn poes een delicatesse meebracht kreeg te horen : “Schat wat maak je me toch altijd weer zo blij met een dode mus.”… Hebt u hem? kat, dooie mus, cadeautje, dubbele bodem. De Druivelaar is weer helemaal terug.

Binnenin is het ook niet van de poes. ( hebt u hem, poes, etc. Jahaaaaa… nog eentje van deze lichting en het licht gaat uit… ik doe het echt niet met opzet: lichting, licht… )

Het restaurant De Poliander geeft bijvoorbeeld eerlijk toe hoe ze tot hun naam gekomen zijn. Wie mij kent weet dat ik dat iets fascinerend vindt, de namen van frietkoten en kleine handelszaken in Vlaanderen. Ik heb er vroeger al eens over gepost, toen de naam Lauraham mijn pad kruiste, maar nu is het daadwerkelijk bevestigd, meer nog, het wordt als verkoops argument gebruikt. Geniaal gewoon.

I give you : De Poliander, beste mensen! Een toepasselijke naam, gekozen door hun klanten.

Ik zie het zo voor me. Paul & Liliane die met kleine multiple choice briefjes hun vrienden en kennissen terroriseren en temidden van de keuzemogelijkheden genre “Het klein genot”, “Het fijn tafelke” , “De vleselijke zonde” prijkt daar ineens “De Poliander”. Iedereen is het er over eens, het klinkt goed, het geeft iets persoonlijk, mysterieus zelf.. voilà. We zijn er! toepasselijk en gekozen door hun klanten.

Maar er zijn andere pareltjes, kleine foutjes ook.

RiaHet is bijvoorbeeld moeilijk om ‘on message’ te blijven als de verleiding te groot wordt om goede copy te gebruiken. Rond deze tijd denkt iedereen aan sinterklaas, en dus is vrij associëren met het thema de boodschap. “Zie ginds komt de stoomboot”.. de verwachting van pakjes, cadeautjes. Maar dan gaat het mis.  ‘T is een lingeriewinkel, in deze tijd van bisschoppelijke perikelen klinkt dat al lichtjes voos, en het wordt helemaal onbegrijpelijk als er ook nog bijgeprakt komt dat de winkel op zondag 12 & 19 open is… Dan vaart de stoomboot immers al weer weg, en komt die andere dikke met zijn rendieren aangesneld.

Alle technieken worden in dit blad gebruikt, tot en met afschrikking.

‘T is misschien niet mooi, maar de mensen gaan twee keer nadenken, en dan komen ze wel kopen. Dat moet de reflectie achter deze geweest zijn.

Dat het ook omgekeerd kan, wordt dan weer door de volgende bewezen.

Een artikel dat in sé niet sexy is, krijgt hier de aandacht die het terecht verdient. Huishoudhulp via dienstencheques wordt mooi gepromoot, door verzorgde copy ‘Dankzij onze huishoudhulp ruikt uw huisje lekker fris’  + herhaling ‘Lekker fris’  (ik zeg het graag twee keer).  De mooi gedetoureerde en van halo voorziene beelden geven de compositie toch ineens een zeker ‘jenesaisquoi’, dat moeilijk te evenaren is, en ruikt naar vakbeheersing en métier.  Ik vind vooral de witte schijn rond de poetshulp, een fris ruikend meisje, erg mooi.

En dan gaa nwe over naar de echte pareltjes van het copywriten. Volgt u even mee. Er is het fenomeen waar we al op gewezen hebben, versterking door herhaling.

Vanuit een aspirationeel oogpunt wordt dat dan  droomkeuken, droombadkamer, en jawel, zelfs de droommaatkast. Alles qua droom behoort tot de mogelijkheden. U kan het zo gek niet bedenken of er is wel een droomoplossing, bij Krijnen Keukens.  En subliminaal versterkt hij dat nog een keer, die herhaling en zo, en dat het bij hem te doen is. Immers, wat lezen wij?

Eigen atelier, eigen personeel, eigen fabrikaat. Geef toe, dat had u niet verwacht!

Een andere vorm van steeds wederkerend plezier is de dichtvorm. Genre : Uw apotheker weet het zoveel beter, uw advokaat weet raad, uw dakdekker is erg lekker’.

Maar dat het ook anders kan, in een meer promotionele context : ‘ruil in, voor u tot 2000 euro gewin’wordt hier bewezen, tot zelfs twee keer toe met Phaedra Hoste in één foto…

Om af te sluiten geef ik nog even mijn favoriet mee, Elite Spaanplafonds.  Wellicht is enige link met het blad volledig toevallig, maar ook daar treedt een zekere versterking door herhaling op. Waarom is het mijn persoonlijke favoriet en hoogtepunt van deze editie? Deze advertentie bevat alles. Alles! Voor en Na beelden, gedetailleerde uitleg, call to action, voorbeelden, maar bovenal, een acrostichon. Hoe lang is het geleden dat u dat nog zag in de hedendaagse reclame?

Voor zij die het niet kennen, Acrostichon is een samenvoeging van de Griekse woorden akros (uítstekend) en stichos (rij, vers), en is dus een versvorm waarbij de eerste letters van elke regel gelezen kunnen worden als begrip, naam of boodschap, en kijk! Ik vond vooral mooi, dat ze twee keer highlighten dat  er OOIT meer scheuren en barsten gaan komen, en dat OOIT meer schilderen! zal van komen.

A-sociale media

De sociale media, aaaaaaahh, de sociale media. Is dat geen schoon onderwerp om eens iets over te schrijven? Het zal aan mij liggen, maar het begint meer en meer op een theekransje van weervoorspellers, verkeerskankeraars en dogmatische mediabelievers te worden.Ik voorspel trouwens hier en nu dat het binnenkort stopt.  ik ben niet alleen, want @zandwacht heeft het in een andere context ook al aangetoond, heel dat internet gaat eraan.

Ik heb het over het volgende: Ge moet ons allemaal gerust laten! En daarmee bedoel ik, dat de ene groep, onze groep moet laten spelen, zonder ons iedere keer weer op onze schijnbare fouten te willen wijzen. Anders gaat het fout lopen.

Ik leg het even uit.  Ik was al op de hoogte van de twee grote groepen, enerzijds de voyeurs (vroeger waren dat de ‘lurkers’ op een chatforum): wel meelezen en niet participeren, en anderzijds de groep waar ik mezelf toe reken: de exhibitionisten. Overpeinzingen, observaties, gedachtes, foto’s, stomme fouten, wij smijten het allemaal op het net. Doel : milde humor, zacht entertainment, baldadigheid en vertier. soms is er zelfs sprake van oppervlakkige kennisdeling, of zelfs hulp.

Het blijft immers nog steeds zo, als je grondig over iets ernstig wil debatteren dan volstaan twitter en de feestboeken niet. Dan heb je andere mogelijkheden ter beschikking. Wij weten dat. Maar wij delen graag, en wij lachen graag, en wij appreciëren even graag als dat we ’t oneens kunnen zijn met elkaar. Tegelijkertijd erkennen we ook de beperkingen van het medium. En nemen we het niet al te serieus, in de sociale context. Dat is wel een beetje een ernstige opmerking.

Wat mij de laatste tijd echter begint op te vallen, is de grote ‘integratie beweging’ van de voyeurs. Alles wordt aan alles en iedereen gekoppeld,  en timelines worden uitgevogeld op locatie, timing en beinvloeding. Niet in het minst wordt daarbij aandacht geschonken aan de personen die je al dan niet gezien zou hebben, binnen het tijdsbestek van de dag activiteit, en dan begint de speculatie, de vermoedens, de aantijgingen soms…

“Hoe, maar jij ging toch daar naar toe, en nu lees ik op twitter dat… ”

“ja, ja, je zegt nu wel zo, maar als ik die en die tweet mag geloven, die je naar aanleiding van die status update hebt geschreven, dat kan bijna niet anders,…dan…”

Die verbanden worden niet altijd expliciet gelegd, er is veel schaduwdiplomatie en contraspionage. Er gaat heel veel pseudo detective talent verloren, en ik beklaag eerlijk gezegd de mensen die van plan zijn om een scheve schaats te rijden, die een paar vrienden in hun kennissenkring hebben die zich daar mee bezig houden. Moeilijk! Erg Moeilijk!

Van mij mag het, ik vind het redelijk amusant allemaal, maar twee opmerkingen toch:

1) als de exhibitionisten zwijgen, dan valt er voor de voyeurs niet veel meer te beleven.

2) zoals mijn groot voorbeeld Oscar Wilde ooit zei : ik heb zoveel meningen, vergeef mij dat ik er soms eentje vergeet, om zijn contradicties te vergoeilijken, zou ik willen parafraseren. Ik heb zoveel vriendjes en activiteiten dat ik soms eens iets verander aan mijn dagindeling. Dat is niet meteen het boeiendste en dus vermeld ik dat niet altijd… daarom lieg ik nog niet.

Laat ons gerust, laat ons spelen, en neem het met een korrel zout. Sleur ons niet mee in jullie ongelukkig bestaan. Gewoon, doe dat even, of liever, laat het.

Waarom Waze het niet zal wezen

Sinds twee weken gebruik ik Waze. een applicatie dat zichzelf verkoopt als ‘social driving’. Alleen dat concept al vond ik geweldig. Zodoende. Twee weken later ben ik al een stuk minder enthousiast. Volgt u even mee?

Op zich is het veelbelovend, een kruising tussen coyote, gps, facebook en foursquare,  zo zou je het nog het best kunnen samenvatten. Als uitgangspunt lovenswaardig, in de uitvoering helaas…

Ik overloop even. De GPS toepassing is absoluut ondermaats. De helft van de tijd wordt het adres niet gevonden en worden er andere straten gesuggereerd, die er niet altijd iets mee te maken hebben, maar wel dezelfde beginletter. niet altijd even handig.

De interface ‘zuigt’. Iedere keer je iets wil intypen krijg je een waarschuwing-schermpje dat het gevaarlijk is om te typen terwijl je rijdt. Tja, ik vermoed toch dat dat inherent is aan een smartphone concept dat gericht is op automobilisten. spraakherkenning zit er voorlopig nog niet in.  De voorkeuren die je wil instellen werken niet altijd, het vastleggen van favorites verloopt moeizaam.. Het hele verhaal is bovendien meer afgestemd op een ‘spelletjes omgeving’, eerder dan een meerwaarde-omgeving voor automobilisten.
Mij stoort het niet dat je iets doet met puntjes (in de vorm van cupcakes) die je kan verzamelen tijdens je traject, om een ranking te maken. Het stoort mij wel dat die cupcakes nu pompoenen geworden zijn, terwijl er echt wel ernstiger development prioriteiten bestaan voor het ding, die wel toegevoegde waarde zouden kunnen hebben…

Kritische massa : in heel Belgie zijn er op dit moment slechts zo’n 120 Waze gebruikers, als ik de telling van de Belgium drivers kan geloven.  Voor een applicatie die toch al een eindje op de markt is is dat bedroevend weinig.
Er schort toch iets aan de marketing, als je niet verder geraakt, temeer daar juist die kritische massa de bruikbaarheid van de tool zou kunnen verhogen. Ik wil echt wel eerstehand weten waar er flits- en/of alcoholcontroles zijn, maar de kans dat dat gaat lukken met dit aantal gebruikers is erg klein.

Spelletje of meerwaarde?  Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het de makers meer om een spelformule ging dan om daadwerkelijk toegevoegde waarde, en dat werkt niet echt.  De manier om met andere gebruikers al dan niet te kunnen communiceren,  werkt erg knullig,  berichtjes hangen ergens, te lezen voor iedereen,  en het is quasi onmogelijk om iemand terug te vinden.

En als het dan toch eerder een spelletje zou zijn… de punten telling is diffuus, ondoorzichtig en kinderachtig, en de updates gebeuren erg onregelmatig.

Nog veel werk dus…

Privacy moet verplicht worden

“Als ge uw vrouw bedriegt, moogt ge over veel dingen liegen tegen haar, maar nooit over de plaats waar ge zijt!’  wijze woorden van een verkeerde vriend. Vroeg of laat val je immers door de mand, door een flitsfoto, of iemand die je die avond ergens totaal onverwacht tegenkomt.  Geo-tagging avant la lettre.

Jaren geleden zat ik met wat vrienden in een café, gsm’s te vergelijken. Boys, men and the size of their toys, weet u wel. Eén van ons had toen een gsm met een camera. De rest vond dat stom. Het doem scenario werd uitgetekend. ‘Wat ga je doen als je vrouw belt en ze zegt dat je dan maar eens een foto moet maken van die vergadering?’ Het idee dat je daarop beducht moest zijn werkte ontradend om die nieuwe hebbedingen aan te schaffen. Maar niet voor lang. Nu lopen we allemaal met zoiets rond.

Status updates in allerlei sociale netwerken, niks voor mannen. ‘Niemand moet weten waar ik uithang, niemand moet weten wat ik doe’.

Gowalla en Foursquare,  van ‘t zelfde laken een broek. Enerzijds wil ik wel tonen waar ik mijn geld zit te verbrassen, maar ik wil niet altijd zeggen met wie… Andere discussies, steeds dezelfde ondertoon.
 En altijd om de verkeerde redenen.

We doen het niet omdat we iets verborgen willen houden. Terwijl het net omgekeerd zou moeten zijn. Doe het wel, er ontstaan zoveel meer opportuniteiten, gesprekken, ontmoetingen. Als je’t niet doet omwille van sociale controle, dan zitten er een aantal dingen fout. 

Of  het ligt aan die partner van je, die dwangmatig controlerend is , of jij hebt een probleem met je parallelle levens en je zogezegde ‘secret garden’. 
 Niet dat mij dat stoort hoor, vrijheid, blijheid.

Het gaat niet meer weg, het wordt alleen nog erger. Of intenser, of makkelijker.
Niemand verplicht je om je dagboek online te smijten, en toch zijn er meer blogs dan ooit. Mensen hebben gewoon de behoefte om te delen, om te vertellen. Het zijn geen goed verborgen schriftjes meer met slotjes. Het is wat slordiger, wat voyeuristischer ook, maar om nu te denken dat daar misbruik van gemaakt wordt?

Privacy ligt elders, en privacy heeft te maken met verstand. Ik vind het geneuzel erover vervelend. Leer lezen, leer privacy instellingen instellen en besef wat je zegt, en tegen wie.  En bovenal, wees nederig, want je bent echt niet zo interessant.
In dat verband moet ik altijd denken aan het squashen.  Niks zo vervelend als  squashen in die kooi voor de bar.  Tenminste dat denk je, omdat iedereen je spelniveau gaat bekritiseren. Niets is minder waar.  Het is stukken vervelender voor degene die een pintje drinkt aan diezelfde bar.
Maak je geen zorgen over het feit dat je slecht speelt en uitgelachen zal worden. Als je slecht squasht wordt er  gewoon niet naar je gekeken. End of story.

Als je slecht schrijft, oninteressant blogt, saai statust en twittert is er geen hond geïnteresseerd.  En voor die mensen moeten we privacy juist verplicht maken, zodat niemand er nog last van heeft.

(Artikel dat ook verschijnt in DMix Oktober, eerstdaags in jullie brievenbus)

Twitter for dummies

Ik word de laatste tijd door leeftijdsgenootjes  (zijnde oude beren!) vaak gevraagd om hen wegwijs te maken in de wondere wereld van de sociale netwerken en de twieten en zo…
Iedere keer weer verbaas ik me dan over de intellectuele luiheid, of is het angst voor het onbekende om dat gewoon daadwerkelijk aan te pakken, met vallen en opstaan of Google-gewijs uit te vogelen wat er aan de hand is.

Wat er ook van weze, ik zal er maar van uitgaan dat mijn vraagstellers drukdoende zakenmensen zijn, die geen tijd hebben om zich daar mee bezig te houden. Omdat ik zelf ook van de luie aard ben, en een absolute kruk in het zoeken naar de absolute Twitter referentie, dacht ik snel even een paar tips bijeen te pennen over hoe ik het zou aanpakken mocht ik vandaag een Twitter account opstarten (ik weet het, Oh geinformeerde twitter guru, die dit toevallig leest, u weet nu al dat Twitter zo erg 2010 was, dat het binnenkort afgelopen is, so be it). Wie zich geroepen voelt om er iets aan toe te voegen, feel free.

1) Twitter naam: hoe korter hoe beter, hou er rekening mee dat je maar 140 karakters hebt voor elk twitterbericht dat je opstuurt. als er daarvan al snel 20 verloren gaan aan je ‘grappige naam’, dan gaat dat al gauw vervelen, ook voor hen die dat berichtje willen verder zenden.

2) Avatar  (het prentje, voor de niet ingewijden): neem een aantrekkelijke, intrigerende foto, liefst niet te anecdotisch, en verander die ook niet te vaak, hij moet snel herkenbaar zijn. Werken met een dominante kleur is ook niet slecht.

3) Bio: verzorg die. Van zodra ik door iemand nieuw gevolgd wordt is het eerste wat ik doe, checken wat die man/vrouw in kwestie zou kunnen bijbrengen. Vermijd vage omschrijvingen, geef kort weer waar het om draait, desnoods enkel met kernwoorden. Gebruik links, naar blogs, professionele websites, desnoods naar linkedin of facebook.

Nu ben je aanwezig. Je hebt nog niets gezegd, en er is ook niets om te lezen. Op de Twitter pagina doen ze hun uiterste best om je door een proces te leiden dat je  bijstaat om niet moederziel alleen op de Twitterplaneet rond te lopen. Je kunt interesse-sferen aanklikken en adresboeken importeren en checken wie van je kennissen al aanwezig is op Twitter. Klik maar raak, en kijk wat het geeft, op termijn haal je er echt wel uit wat interessant of amusant is.

4) Volgen: Zonder tweets weet niemand van je bestaan, en zonder dat je zelf iemand volgt al helemaal niet. Het eerste wat je dus moet doen is een paar dingen schrijven.  Stel dat  iemand je begint te volgen, dan is het minstens zo beleefd om terug te volgen. Na een paar weken heb je meestal al door of het de moeite waard is of niet, en kun je meteen ook afhaken.
Remember, Twitter is geen email, (en ook geen messenger) alleen dwangneuroten willen alles lezen. Niemand kan van je verlangen dat je de public time line van de mensen die je volgt volledig leest en bijhoudt.
Hou er ook rekening mee dat er ook spammers en automated tweets zijn. Het is niet zo’n goed idee om wildvreemde bloedmooie Russinnen te volgen of louche organisaties waarvan je tot nog toe niet eens wist dat ze bestonden.

5) Toevoegen: De nobele kunst van het toevoegen… doe een search rond je interessegebieden en kijk wie of wat er interessant twittert. Klik aan en start te volgen,  lees en blijf kritisch.
Een andere mogelijkheid : scroll door de volgers van je vrienden en kijk wie zij volgen, wie je eventueel  kent en volg die. Het is daarbij geen slecht idee om die mensen even een persoonlijk berichtje te sturen. zo weten ze dat je bestaat, en gaan ze misschien terugvolgen. Kijk naar hun stats, aantal volgers en aantal tweets zijn maatgevend voor de activiteit. iemand die zijn laatste tweet een jaar terug gestuurd heeft gaat echt niet terug in gang schieten omdat jij hem nu volgt…
Kans is ook niet geheel onbestaand dat je opgepikt wordt door de lezers van die ene vriend van je, die geïntrigeerd kunnen geraken door je foto, je bio, of de uitmuntende kwaliteit van je tweets.

6) Terugvolgen: Er zal altijd een stuk onevenwicht zijn tussen de mensen die je volgt en de mensen die jou volgen, tenzij je een autoriteitspositie inneemt (cf. politici, BV, de grote namen,… ) die kunnen het zich permitteren om bij wijze van spreken quasi niemand te volgen. Dat druist een heel klein beetje in tegen de filosofie van Twitter (zo die al bestaat), het gaat immers niet enkel om broadcasting, het gaat om ‘conversations’, but then again…

7) Sharing & content : het is een slecht idee om alles over je vakgebied te retweeten (RT) zie ook Twitter-Farmville

Het is een goed idee om echt interessante artikels wel door te geven, als niet iedereen
het al gedaan heeft. liefst met een summiere uitleg, zodat mensen al op voorhand kunnen zien of ze ʻt willen lezen. dus niet http://www.competencemangement/hr/ compensationandbenefits/article/5646/digest/…. blablala, maar wel : interessante insteek over compensation & benefit van… en dan de link.

8) Taal/Varia/Content: Het gaat over personal branding, sharing, en toch ook een zekere lichtheid en taalvirtuositeit. Maak daar gebruik van. Enkel je job posts op Twitter smijten is een manier om traffic naar je site te krijgen, maar is weinig of niet relevant voor zij die niets zoeken. combineer trivia met vakinfo, met inzichten, en wees origineel. De Guy Mortier quote geldt nog steeds: “De Lezer? dat ben ik, met hoofdpijn!”
Elke morgen iedereen goede morgen wensen en uitgebreid over je ontbijt tweeten, niemand heeft daar wat aan.

9) Taal: Engels, Nederlands, maakt niet zoveel uit, vaktechnisch best Engels, rest in het Nederlands, dat werkt perfect. Pfaffiaanse varianten van die taal zijn tot op zekere hoogte toegelaten, bedenk wel dat het voor sommigen storend overkomt.

10) Twitterclient : maak gebruik van een goede client zowel mobiel als op pc om overzicht te krijgen. Ieder naar voorkeur en goesting. Ik vind Tweetdeck en Hootsuite makkelijk, anderen verkiezen Twitterific of Tweetie. Met de nieuwe twitter interface geraak je ook al een heel eind weg. Potato, Tomato…

11)Pls RT: Please Retweet…. classic of new style, manier om een bericht te verspreiden en meer ʻdragʼ te geven. Kritisch beoordelen of je dat wil doen en ook spaarzaam mee
omspringen

12) #FF: follow friday. elke vrijdag zie je dat verschijnen, en is het de bedoeling dat je een
lijstje of een paar namen doorgeeft aan ʻthe communityʼ van mensen die jij de moeite waard vind om te volgen. klassiek voorbeeld #FF @guidooohh omdat hij een fantastisch mooie blog heeft…

13)#Hashtags: korte omschrijvingen voorafgegaan door een kardinaalsteken, om het zoeken te vergemakkelijken. Op elke conferentie is er meestal een twitter hashtag om content of weetjes over het congres te verzamelen, zodat je timeline van die dag voor
dat congres enkel bestaat uit mensen die er aanwezig zijn, of er iets over te zeggen
hebben.

14) Evenwicht: Zoals in elke beschaafde conversatie, zoek evenwicht tussen luisteren/lezen en spreken. Kijk eerst even de kat uit de boom, en participeer nadien, en denk eraan dat
niet iedereen mee is met je gevoel voor humor.

15) Replieken: Hou het inʼt begin algemeen, en als je denkt iemand wat beter te kennen kun je publiek van repliek dienen, door @xyz voor je antwoord te zetten. En beter nog gewoon door te replyen. D xyz wordt gebruikt om een direct message te versturen, dat is als een sms die dus enkel door die persoon kan gelezen worden.

16)… #durftevragen….

Het allerbelangrijkste, en dat werd in één van de eerste commentaren hierop gezegd is uiteraard dat je eerst even nadenkt, voor je eraan begint. Wie, wat, waarom. @Lamazone heeft dat stukken beter verwoordt, in haar comments hieronder.

En nog twee interessante comments van @mdevrieze en @Lounge_Lizard. Het is altijd mogelijk om interessante tweets op te slaan als favoriet, dan kun je ze later herlezen. In de meeste twitterclients zitten URL shorteners, die het mogelijk maken de url’s van posts, artikels of websites te reduceren tot enkele karakters. Qua efficiency kan dat tellen.

Over opblaaspoppen en zo

Sorry voor de misleidende titel, maar dat klikt lekker aan! Het artikeltje gaat echt wel over opblaas-spul, alleen niet over die waar u wellicht aan dacht. Ik heb het over de grote, commerciële opblaasgadets.

Toen ik jong was, hing er boven de GB van Sint Agatha Berchem, nu ‘Den Basilix’,  eens om de zoveel tijd een zeppelin, met reclame. Als kind vond ik dat geweldig indrukwekkend. Het zette aan tot dromen. Het prikkelde de fantasie en de verbeelding.

Nu rijd ik regelmatig voorbij de Sleepy winkel in Oostakker, en sinds jaar en dag hangt er een grauw vormeloos ding aan een kraan. Ik vermoed dat het een hoofdkussen is, wellicht zelfs met een ‘wervende’ tekst op.Die kan je echter niet echt goed lezen.

Ik vind het veeleer triestig. De kraan suggereert ‘work in progress’. De groezelige kleur van het ding wijst op moeheid (allicht nog toepasselijk te noemen, in their line of business), en het hangt er al veel te lang. Eigenlijk is het pollutie, en daar zijn we tegen!

Het is een teken des tijds volgens mij, er zit geen droompje meer in.  ’t moet rap en indrukwekkend zijn, en misschien zelfs best ook zo goedkoop mogelijk, maar verzorgd, dat is er al lang niet meer bij.
En zo krijg je massieve opblaasbare zetels, die zo slecht geplaatst en bedacht zijn, dat ze volledig ingesnoerd met lelijke touwen staan te wiebelen op parkings.
Trieste luchtkolommen die flapperen, en lelijke, schreeuwerig uitvergrote objecten allerhande, die niet echt iets anders doen dan roepen en krijsen om aandacht. Dromen en verbazen is er echt niet meer bij.

Ik voel een guerilla actie komen, met scherpe messen en zo… nog net voor er weer allerlei kersmannetjes tegen de muren beginnen klimmen (die wil ik paintballgewijs aanpakken), en misschien gelijklopend met het vernietigen van pompoenen aan voordeuren, ’t is er het seizoen voor.

File-lezen

Ik ben een trendsetter, nu weet ik het wel zeker. File lezen, zoals in ‘in de file staan en lezen’. Tien à Vijftien jaar geleden deed ik het al. Ik kocht de Humo op dinsdag, en meestal had ik hem op vrijdag uit, en kon ik hem thuis laten voor de TV programma’s. Werkte perfect. Maandag las ik niet, dan luisterde ik naar de tapes van het Leugenpaleis die ik zondagopgenomen had. Dat werkte perfect.

Mettertijd was de Humo al uitgelezen op donderdag, nu zelfs al op woensdag, en ik laat welvoeglijkheidshalve in het midden of dat te maken heeft met de kwaliteit van het blad of de indrukwekkende aangroei van files all over the place.

Noodgedwongen heb ik dus nu altijd één of ander boekje in de auto liggen, om de verveling te bestrijden, een mens kan tenslotte niet heel de tijd twitteren, dat werkt op de mensen hun zenuwen.

Maar zie, de Axa bank heeft het ook begrepen, en op haar eigen manier besloten om mij te helpen, en het file lezen fenomeen, ‘naar de mensen toe’ te brengen.

Tenminste, ik zie geen andere mogelijkheid. Je kunt als respectabel creatief toch geen affiche bedenken met zoveel tekst, als je er niet van uitgaat dat je doelgroep gewoon stil blijft staan om het te lezen?

Alleen nog één klein advies, of liever, een vraagje. Kan de corpsgrootte nog net iets groter, want zeker op mijn leeftijd, het gaat allemaal niet meer zo lekker. En misschien ook iets minder droge copy, want vrolijk werd ik er niet door. Het nodigt ook niet uit om het nog een keer te herlezen….

Om maar te zeggen, voor de zoveelste keer : Een affiche is geen opgeblazen print pagina, echt niet!!!

Twitter and real life

Onlangs een vrij verhitte discussie gehad over het al dan niet begrijpen van twitter. Ik bleek er geen zak van te begrijpen, volgens de aanwezige communicatie experts.

Ik heb altijd gedacht dat de twitters, linkedins en facebooks van deze wereld een soort verlengstuk waren van je bestaande netwerk. Ik gebruik ze dus ook als zodanig. En meestal wil ik van een aantal nieuwe mensen ook weten hoe ze in ’t echt voelen, zijn en spreken. Dat schijnt niet echt de gewoonte te zijn. toch zijn er twunches, twrinks, tweetups, en wat al niet meer.  Maar dat is dus meer voor de incrowd, zij die al eens aan elkaar gesnuffeld hebben. Dat je elkaar daar tegenkomt als ‘bekenden’ is één ding, maar ik ben gewoon benieuwd, in welke mate maak je door twitter (en enkel twitter, deze keer) nieuwe kennissen en contacten, en hoeveel zijn dat er dan…

So please.. join me. .

Upon request , translated : Double your blog clicks in no time!

Titles like that do seem to work. Alas, perhaps!

Yes, dear reader, these last couple of weeks i’ve been harassing you, being omnipresent on twitter and facebook, drawing your attention towards my blogposts in every possible way. It wasn’t to my benefit , it did it all for you. Pure love!. I wanted to know if all the generally accepted theories on blogging and how to  beautify your statistics are working.  So allow me to offer my sincerest of apologies for the way i’ve been behaving these last couple of days. It must have been terribly irritating!

First the good news, Yes you can! It’s not difficult to boost your figures.

Now the bad news, If you want to become a one hit wonder, i’d say, read all the tips below, and growth will be your part. If – however, you want to acquire readership and a loyal public on a permanent basis, all the below might show itself as being counterproductive to your goals. There’s only one constant factor, and that’s hard work (and added value). All the rest are little tricks, of the trade, which, if not used carefully might very well end up , ruining your reputation.
I probably won’t tell you much new facts, but allow me to share my findings, first hand, it’s the least i can do.

1 The blog in itself.

It helps if you can write. It looks like a stupid recommendation, it is not. When you’re not fluent (by the way, the original blog post is in Dutch, my native language), but rather tedious, with a crappy style and a total lack of humor, chances are your audience will find you boring and drop you altogether. Be sure to have an opinion, albeit not the most popular one, use good humor, and use it scarcely, and well proportioned. Readers don’t want to get bored, they need added value, entertainment. Nice pictures, catchy titles, original statements, it helps. Ask questions, and press your audience for replies, it creates involvement.
2. Your network .

In the early days, i was convinced that my friends actually used my webpage as their homepage. Not even my mother did that! So i started looking for other solutions. That was a period in my life where i had like 5 regular readers. I tried email, which didn’t really work. Twitter, Linkedin and Facebook, are my natural channels. My audience grew at least tenfold. Hence the importance of your title, it should be tweetable and haver appeal : ‘A sociodemographic study on the effect of personalization on the linear correlation with statistic readership growth’ won’t cut it ‘Sex sells’ on the other hand… A sure winner!
The reason is obvious. THere’s no such thing as a ‘source effect’ yet. A little piece written by Guido is not the same thing as ‘some remarks by Philip Kotler’. Give it a twist, some provocation, some mystery, the vague promise of a solution, poetry, anything goes, but dull!

There are other things to be said on the network topic :

Content wise: reply upon reactions. It creates loyalty, interaction, conversation.  Carry the discussion towards the appropriate platform, facebook for the light stuff, twitter and linkedin for the more work related issues. Think before you do so. It affects curiosity, people will catch up on the thread.
Reading and commenting on the blogs of those readers who reacted on your posts is also helpful and a sign of politeness. It creates strong bonds, Just like in real life. Strange, isn’t it? Kindness leads to kindness.

The network in itself : if you’re only present to boost your self promotion, you really didn’t get it.  There’s some sort of sympathy coefficient, which counts. Engage in the discussions, be sharp, witty and real.  Get a personality and a face in the online communities. It adds to your credibility and hence to your readership.

3. Don’t.

You can fake it if you want. A small lists of tricks and hints that work.
Not everyone sees the tweet announcing your blogpost. Learn to live with it. you can re-tweet later on the day, but twice is an absolute maximum, if you want to avoid looking like a prat. If the content is good, people will pick it up and spread it, if not, you look like an complete failure, drawing attention to things which have no added value.
Remember that people aren’t idiots and don’t like self promotion at their expense.

Another way of doing it, is by constantly looking for discussions where you can plug your old articles into the discussion ‘Interesting ideas there, i’ve written a blogpost on the subject’ … don’t overdo it, please, it’s so obvious…

You can also try to be a smart ass by making purely mechanical remarks like ‘Too bad, another x readers and i would have reached my all time high with this blogpost’. Reaction is guaranteed, and an increase of 20%, depending on the width of your network is possible. Any publicity is good publicity. But think twice. do you want clicks or readers that enjoy your writing and will come back?

On the shady side, but perfectly acceptable : take a successful viral, put it on your blog, and write a comment. Your piggy bagging on someone else’s success. If it doesn’t bother you, that’s ok. i personally find it not very enriching, nor does it add value to your own writing. but it works.

Simple brains, on the other hand. If you know you’re going to be cited on #followfriday, it might be wise to have a really good blogpost as your last contribution, so that new followers, who want to get acquainted with your work get a positive impression. nothing wrong with that. Again, if that’s the only article you can write, your creating future problems.

4. Frequence.

This is a tricky one. Posting on a regular basis helps, that’s for sure. The attention span of a blogpost doesn’t exceed two days. Afterwards your readership diminishes with half for every other day (100-50-25-12-6-3-1)  My gut feelings says that i should at least post once every other day. . It gives you a sort of constant flow of clicks, where good articles are rewarded with peeks because of a ‘spread’ effect.
This last week, i posted two articles a day, which is a very harsh rhythm, if it is not your main activity. It does add to your visibility and thus to your readership, on the other hand i’m not sure that a flow of this kind will not end being irritating in the end.  A side effect is that your writing improves too.

5. Diverse

External links, can help a lot. But there’s no general conclusion to be drawn. the presence of your name and blog on external sites sometimes help, but it’s got a lot to do with the quality and the traffic of that particular site. It didn’t really work for me. what does help is the fact you’re being quoted by influential bloggers. It happened on several occasions, and it affects your twitter followers as well as the daily visitors to your blog.
I’ll quantify most of these phenomena in another post, but for now, if you have other questions, feel free to ask, you know where to find me…

Fatih 9000, vrie wijs!

De meningen kunnen verdeeld zijn, maar ik was hier eerlijk gezegd toch een beetje van onder de indruk.
Mijn dochters kwamen er mee thuis, ‘moede nu ne keer wa zien… ‘.
En ik keek.En ja, ik was eigenlijk wat ontroerd. De Brugse puurte, iedereen in Gent  weet dat dat een probleembuurt is/was. De Muide, ook zoiets, maar tegelijkertijd zijn dat stadsbuurten die iets hebben, iets uitstralen.
Gent blijft een vriendelijke stad, en uitgerekend onze Turks/Marrokaanse stadsgenoten blijken daar iets mooi mee te doen. Ja, ik meen het, mij uitlachen mag.

Uiteraard is het niet echt, echt goed, en gaan die jongens de charts niet stormenderhand veroveren, maar ze hebben wel iets gemaakt. Het zit redelijk knap in elkaar. Er is geen Gentenaar die het niet herkent, en die er niet een beetje warm van wordt. Dit is onze stad, we herkennen ze, we houden er niet altijd van, en het is wat ons op de één of andere manier bindt.

Ik hoop dat er zo nog komen. Ik houd wel van het rauwe enthousiasme… ook al is het niet mooi, zo is het ook niet bedoeld.

Ontroerend Amateurisme

Het wil al eens gebeuren dat een weekend zwerftocht uitmondt in het bezoek van één of ander landelijk etablissement, waar wijn en gerstennat tot de specialiteiten behoren.

Zo ook vorige zondag, in Olen of all places. Vergeet het dorpsplein, met zijn folklore-kroegen maar zoek het iets dieper. Wij deden dat ook en kwamen terecht in een heuse wijnkelder.

Uitvoerig bespreek ik die nog wel een keer, maar nu wil ik het even over iets anders hebben. Wie deze blog regelmatig leest weet dat ik een zwak heb – noem het ongezonde nieuwsgiergheid  voor mijn part – voor toiletten, en dus kon ook hier een bezoek niet uitblijven.

De muren van de smalle trap naar ‘de installaties’ waren weelderig geornamenteerd met de parafernalia van de wijnbeleving: smeedijzeren druiventrossen, houten plankjes met diepe volkswijsheden, weidse vergezichten van de Duitse moezelstreek, etc… U kent ongetwijfeld de stijl, zoals je die ook terugvindt bij verkeerde nonkels en tantes die graag naar Oostenrijk of het Zwarte Woud op vakantie gingen. Heimatsweinereien, James Last, en staalblauwe Opel Kadetts.

Heftig ontroerd werd ik door een tekstje dat ik bij deze ook laat zien, helaas weinig leesbaar door de gebrekkige lichtinval, waarvoor excuus.

“Alle materiaal om zelf bier, wijn, of kaas te maken, kan hier gekocht worden..Probeer het eens!”

Zelfs een call to action ontbrak niet…

Schoon, zo nog net een beetje reclame maken via een dymo apparaat , op een lelijke regenbuis, wie neemt het de Vlaamse neringdoender kwalijk.

Ik zie het hem denken… jammer van die buis in mijne gang. Oh neen, wacht, ik kan er geen kadertje op hangen, maar ik kan er wel een boodschap op kwijt.

Aldus geschiedde, en hij zag dat het goed was . En ik ook. Het is fijn toeven in sommige wijnkelderkes.

De tuinposter, het gat in de markt!

Echt waar, ik lag plat toen ik het zag. ik weet nog steeds niet goed, hoe ze er op zijn gekomen, maar ik zie hilarische mogelijkheden.  Vernieuwing in het genre, zeg maar. Ik ga deze keer niet blijven stilstaan bij de vormelijkheden, het barokke gebruik van uitroeptekens om de boodschap te laten inzinken, de sobere design, en ook het tekstuele laat ik aan ons voorbijgaan , je mooiste foto voor in de tuin, de tuinposter.  Aaaaah, heerlijk wat je daar allemaal mee kan doen, en hoe je er over kan fantaseren… meer dan één nacht copywriting ligt hier aan de basis.

Waarover gaat het? Sinds de opkomst van de digitale fotografie (ja, ja beste kindjes, vroeger bestonden er filmrolletjes en moest je foto’s binnenbrengen om te laten ‘ontwikkelen’) stel ik me voor dat de klassieke fotowinkels het erg moeilijk hebben om hun zakencijfer op peil te houden.

Niet alleen heb je printertjes die moeiteloos de klassieke snapshot kwaliteit kunnen evenaren, maar je hebt ook nog eens een pak online services die er voor zorgen dat de klassieke dorpsfotograaf, waar wij ons filmpje binnenbrachten, verplicht wordt om steeds nieuwe producten te zoeken, om toch maar meerwaarde te bewijzen.

Dit is de laatste in het genre, volgens mij.  En ik hoop echt dat het een succes wordt. Het gaat er over dat je een foto binnenbrengt bij de fotograaf, en die krijg je dan terug, opgespannen op een soort trampolinedoek, weerbestendig, om in de tuin te plaatsen.

Ik denk niet dat er veel mensen zijn die dat voor zichzelf willen doen. Foto’s van je koters om het dahliaperkje op te smukken. De grootouders halfverscholen in de moestuin… het kan, maar het is weinig waarschijnlijk.

Daarentegen, als cadeau voor mensen die je echt niet leuk vindt, biedt het geweldige kansen. Je kunt er immers veel van zeggen, maar het gaat niet ongemerkt voorbij. Je kunt het niet wegmoffelen in een kast, het moet zichtbaar in de tuin uitgestald worden,  en je kunt je niet wegsteken achter het feit dat er geen plaats is… er is een tuin, er kan een tuinposter in. Basta!

Het eindejaar komt eraan, ik voorspel mooie tijden voor die fotowinkel. Allen daarheen!

Woordjes en wat ze teweegbrengen

Als ik de woorden lekwei, tongel, en lekker op u loslaat, dierbare lezer, wat doet dat dan met uw verbeelding? Met die van mij vanalles… alleen niet wat het moest zijn.

Het gaat over iets heel onschuldig, een plantsoen rechtover de ingang van de abdij van Tongerlo, waar ze uitstekend schepijs serveren.

Beetje een afknapper, qua verbeelding? Niet als je de affiche ziet waarmee ze reclame maken.. Het moeten niet altijd grote teksten zijn hè.

65+ promoties

Aan het rond punt in Wommelgem is er een geweldig stemmig restaurant, dat ietwat te schreeuwerig – naar mijn smaak – probeert om klanten te lokken. Dat jarigen gratis eten, is een fijn idee. Dat kindjes aan verminderd tarief kunnen buffelen wat ze willen,  dat haal je er zo terug uit. foodcostgewijs is ijs goedkoper dan biefstuk, vermoed ik. We kennen dat al van de Colmars van deze wereld.

Maar deze is nieuw voor mij : Speciale Korting 65+…

Ik begin te dromen.

Bij het vroegere Melipark hadden ze een constructie waarbij kindjes onder de meter gratis binnen mochten. Dat was misschien niet altijd rechtvaardig als je een flink uit de kluiten gewassen zoon/dochter had, maar het was voor iedereen met het blote oog zichtbaar, en bijzonder fraudebestendig.  Maar 65+, hoe ga je dat identificeren? Venten trekken zich daar doorgaans weinig van aan, neem ik aan. Maar zo’n dame die al 20 jaar bij midden vijftig is blijven haperen, gaat die zich voor een handvol zilverlingen laten kennen en eindelijk de broze deken van de ijdelheid afwerpen om de rimpels van de tijd te officialiseren.

Vermoedelijk laten ze de consument dus zelf bepalen of hij zich wil kenbaar maken als 65+. Maar hoe controleer je dat dan, stel dat een kwieke 65+er er nog uitziet als een vrolijke gabber van achteraan in de 50, moet die dan zijn pas bovenhalen?  Vervelend toch allemaal. En niet echt klantvriendelijk. En corruptie is die oude luitjes ook niet vreemd, dat weten we. Ze zouden alles doen om een euro minder te moeten uitgeven van hun zuinige pensioentjes.

Waarom in godsnaam korting geven aan een traag etende, weinig consumerende, veeleisende doelgroep? Met wat slechte wil zou ik er ook nog kunnen bijschrijven dat een ambulance voor de deur niet echt goed voor de zaken is, en toch verhoog je statistisch de kans dat het gebeurt door dit soort acties.

Ik neem aan dat één van de marketing genieën achter de Wok tempel een artikel heeft gelezen over vergrijzing, en gedacht heeft.. daar ligt mijn markt. Alleen ligt zijn markt daar niet helemaal, volgens mij. Mijn ouders – flinke bejaarden –  moeten niets hebben van wok restaurants, die zijn nog van het vlees/aardappelen/groente gegeven. Ze zijn uiteraard niet maatgevend. Maar ik blijf toch mijn twijfels hebben.

Zouden ze ook speciaal voedsel bereiden voor die mensen? Dat staat er niet bij vermeld…

Het enige zinvolle wat ik kan bedenken is dat grootouders op deze manier wellicht gemakkelijker geneigd zijn om de familie mee uit eten te nemen.  Als je alles op een hoopje gooit zijn het alleen  maar die ellendige volwassenen die de volle pot betalen.  Andersom, voor de ellendige volwassenen is het een mogelijkheid om de grootouders qua erfenisverdeling al wat voor te masseren. ‘We gaan ne keer goe gaan eten, bobonne, laat u maar gaan.’ Dan is het wel weer slim natuurlijk.

Iemand wiens ouders of grootouders al gebruik gemaakt hebben van het systeem? please let me know, ik ben razend benieuwd naar de ervaringen.

Ik word expert!

Ik hou echt van ‘de nieuwe media’. Ik hou er zodanig veel van dat ik in staat ben om iemand een klap voor zijn kop te geven als hij het er nog eens over heeft.  Ze zijn niet meer zo nieuw, als een hele generatie nooit iets anders gekend heeft.  Het is niet eens belangrijk of ze al dan niet nieuw zijn. Belangrijkste is dat ze hun werk doen.

En dan de nieuwe mensen in de nieuwe media. De zelfverklaarde gurus en specialisten. Misschien moeten die ook een knal voor hun hersenen hebben, en in plaats van te discussiëren over nieuwe dragers en technologie, gewoon een beetje geholpen worden om boeken te lezen.

Ze argumenteren breeduit over mobile apps en operating systems dat het geen naam heeft, en daarbij gaat men geen moeilijke term uit de weg.  Dat klinkt stoer. Of het ook een indicatie is voor inzicht, dat is een heel ander paar mouwen.
Onlangs hoorde ik een redelijk cynische ‘sysadmin’ daarover commentariëren : ‘Mensen, het is gewoon een update, verwacht niet dat er nu een pauw uitkomt die regenbogen schijt’  Heerlijk!  En ik vermoedde meer dan een sprankeltje intellect bij die man. Dan krijg ik weer hoop.

Want naast de voorgekauwde, doorgeduwde en eindeloos herhaalde mantra’s over Return on Investment, Return on Attention, Return on relevance, Return back to your cave, hoor ik niet veel. En als ik iets hoor, dan vergeet ik het liefst meteen vanwaar het komt, omdat ik de zender in kwestie eigenlijk best leuk vind. En hethem dus wil vergeven.

Zo las ik recent in een tweet: ‘Wat heeft meer waarde, een email contact, een mail contact of een real life contact?’ 
En dan voel ik mijn broek zachtjes afzakken.  Op zich overigens geen onprettig gevoel, al raad ik niemand aan om er naar te komen kijken, maar dat volledig terzijde.

Ik word dan een beetje boos. In eerste instantie over de vraagstelling, en het medium waarin ze gesteld wordt. Zelfs als je een hele dag twittert, à rato van 140 karakters geraak je hier niet uit.  Maar ook een beetje over de armoede die schrijnend naar voor komt uit zo’n vraag. Als het is om intelligentie te etaleren, dan is dit een dikke #fail, om in het jargon te blijven. Als het een daadwerkelijke vraag om hulp is, is het medium redelijk slecht gekozen, maar dat kunnen we toedekken met de mantel der liefde.

Eén vraag die zoveel in zich draagt.  Een contact is waard wat de klant vindt dat hij kan investeren in dat contact. Cost per contact, hoe oubollig ook, ik raad iedereen aan om het eens te bestuderen en te gebruiken. Een klant is waard  wat hij waard is in een terugverdien cycle, lifetime value, nog zo’n schoontje.
En een contact is waard wat hij waard moet zijn in de communicatiecylcus, Touchpoint analysis, communicatiestrategie, echt de moeite waard om eens iets over te lezen. 

En zo kan ik blijven doorgaan, over RFM analyses, over opportuniteitsanalyses, over profileringen en indexeringen. allemaal bestaande middelen. Als hij/zij dat daadwerkelijk niet wist, en algemeen erkend wordt als een expert in contactstrategie, dan weet ik wat ik voortaan doe. Ik word expert!  (Stel mij maar een vraag)

Het postnummertje : voor ons databaseke….

‘Mag ik uw postcode, mijnheer?’
Het werd u ongetwijfeld ook al een keer gevraagd, in één of andere winkel. In zaken zoals ‘Fun’ of ‘Disport’, kan ik me er nog iets bij voorstellen. Meestal gaat het immers om het uitzoeken van de klantzone, het gebied waarbinnen een bepaalde winkel in staat is om klanten aan te trekken. Bij vele anderen trek ik een bedenkelijk gezicht en begin ik na te denken over het hoe en waarom van de zaak.

Ik draag lenzen, daglenzen – omdat ik niet de discipline heb om die dingen elke dag opnieuw in een potje te pleuren. Het is veel makkelijker om ze uit te doen, weg te smijten en volgende dag weer lekker helder te kijken met nieuw gerief. In de speciaalzaak waar ik die dingen koop, vragen ze telkens weer naar mijn Postnummer(tje). Want  net zoals in restaurants, waar je aperitiefkes, en gerechtjes op een bedje van… met een zalfje van…krijgt, moet ook in het retailgebeuren alles verkleind worden.

Een postnummertje dus, met een adresje, en dan gaan we alles mooi bewaren, in ’t computerke,  in een speciaal klanten’fileke’. De Gamma-mannen van het Peulengaleis maken school.

Door mijn ambulant leven, en mijn ondertussen legendarische onkunde in administratie en reordering, heb ik die krengen van lenzen  al in nagenoeg het hele land land besteld. Ja, ik wacht te lang, so what? En neen, lensonline is geen oplossing, dank u.

Ik ben van de simpele soort als het gaat over systeempjes. Niet achterdochtig, en eerder naïef optimistisch. Ik geef graag al mijn persoonlijke gegevens aan die mensen, omdat ik weet dat ze’t goed met me voorhebben. Ze gaan voor me zorgen, me cadeautjes geven, en van tijd tot tijd een kleine attentie sturen, zodat ik van ze ga houden. En als ik in de winkel kom, dan gaan ze blij zijn, en weten dat ik echt waar, al heel lang één van hun beste vrienden ben, en dan gaan ze me nog meer liefde geven.

Niet dus!

Ik liep voor de zoveelste keer een opticien binnen en zei dat ik lenzen moest hebben. ‘Bent u hier al geweest?’
‘Hier niet, maar ik sta in het “systeem’, Everaert, postcode 9080’. Sprak ik hoopvol. Ik werk ook graag mee, ik houd van de systemen en de meerwaarde die ze bieden.

‘Everaert hebben we niet,  Mag ik uw straatnaam?’ En toen de straatnaam ook niet werd teruggevonden, moest de hele reutemeteut opnieuw ingegeven worden, mailadres incluis. En toen kreeg ik mijn pakje lenzen, zelfs die kleine vreugdehuppel was mij niet gegund, dat ze minstens zouden gezien hebben dat ik -5 draag.

Geen cadeautjes, geen loftuitingen over mijn klantentrouw, geen korting. Niks, nougatbollen, niente, rien, de ballen. Bleek dat dat prachtige systeem enkel werkt als je alles invult. Bij mij waren ze de naam vergeten. En ondertussen zijn we twee maand verder en ik heb nog steeds niks gekregen… Zelfs geen mailtje.

Mijn vertrouwen in het systeem is zoek.

English blogpost ‘on request’, translation of ‘Twitter, the new Farmville’

I received a hatemail. At least it looked like one. With some imagination, it reminded me of a schoolyard brawl.
I had just finished some Twitter follower cleaning-up. Contrary to popular belief, i think it is necessary to do so. It get’s messy otherwise. I agree on ’the more the merrier’ but still, ‘ortnung muss sein’.
I don’t particularly relish the idea to go in , knee deep, and crawl through thousands of tweets to find something useful or remotely funny.
Via managetwitter, it was a piece of cake to remove like 200 or more ‘not so very active, or simply impolite’ (impolite because they don’t even have the politeness of following you back) twitterati from my list.

With hindsight you could also say, that performing this kind of operations every once in a while allows you to reflect on your (or my) expectations of twitter. That’s not too bad as an idea.
Shortly after my cleaning up, i received a mail from someone stating ‘you unfollowed me, i will do the same to you’. I let you imagine the way in which he/she stuck her tongue out to me and made naughty gestures. It’s all in the mind.

I wasn’t aware of the fact that it was actually a pissing contest? How stupid of me. It changes the rules of the game, of course, if it is a game at all.
Personally, i don’t see the merits of having an enormous flock of followers. Just like with viral campaigns, the driver in all this should be the quality of the content, and not the other way around. and quality can be defined in many a way.
To me it’s all about two things :  Content and the  mild smile. Added value, if you want.

During the Tour de France, i like to follow Lance Armstrong or Robby McEwen. At this particular moment, they tell me nothing of interest. I’m not interested in their training labour, their children, their girlfriends or wives, no not even the Armstrong charity work. so i am  simply not following them. I’m quite sure, they’re ok with that.

I love to follow guys and gals who tweet in an artistic, even absurd way, without adding something to the business. I like to follow the personal problems and struggles of my real life friends, without compromise, even indulging in the whining, the misspellings, the utterly boring description of their renovation works. Because they’re my friends. Unconditionally.

To all the others, the rule is simple :  ‘amaze me, entertain me, surprise me, teach me, help me ‘.  The one thing i didn’t mention is  ‘bore me’.
I don’t need to know about your struggle to find the sun shining out of your arse. I know it is hard to get out of bed, you don’t have to specify it every morning. I don’t need morning greetings and shoutouts. I don’t even want to know in which restaurant you are, unless you add that they have excellent wines. I don’t want to see the pictures of your newborn sprogs, moreover, they all look the same (yeah sorry to spoil the myth, yours isn’t particularly more beautiful than all the others, but you are entitled to your pride! I know what i am talking about, i had four).
This doesn’t mean i am not interested in your observations, on the contrary, but give me balance, humour and/or insights.

Even in the professional field, i have some issues. allow me to explain.
Whomever in our business who isn’t aware of Mr Guy Kawasaki (pro or con is of no importance), who doesn’t know Mashable, and who doesn’t follow a certain number of self proclaimed guru’s, doesn’t take his job for real. And i am serious about it. The tools are there, ignorance isn’t an option.

To all of you, who constantly retweet their tweets. Stop it!
You’re only trying to impress on the ‘minus habenses’ (latin for intellectually challenged) of this world.
Me, being a big fan of the Darwin Awards, i would like this to stop. Stupidity can be wielded out if we all do an effort and stop educating the not so gifted ones.
If you have something useful to add to their observations and/or whitepapers, please do, under acclaim and wild appreciation. At least it looks at that moment you’re engaging in the conversation (seems to be a trending word, you get extra credits in using it). If it’s just displaying your ability to read and copy, refrain from it! Seriously…

Retweets should be diamonds, beautiful observations, rich reflections, a sign of appreciation. anything but crawling up someone’s ass. Share, not slime.

Oh, and before i forget it, there is no, absolutely no added value in little lists, 5 things that, 7 reasons to, 20 rules of ROI, 56 ass remarks… just don’t do it, and don’t retweet it.
How about  agreeing on these simple principles? It’s not about new little friends on the schoolyard, it’s about content, and added value… Now carry on… please.