Backpacking of the wrong kind, kroniek van een aangekondigd einde

Op de luchthaven, ’s ochtends vroeg, bij Starbucks uiteraard. Ze is mooi, en verzorgd, en ze heeft nu al de zure,zuinige trekjes om de mond die haar moeder waarschijnlijk ook heeft.

Haar rugzak is nagelnieuw, net zoals haar stapschoenen, die uiteraard niet uit de Decathlon komen. Ze probeert krampachtig om erbij te horen, maar dat is moeilijk, met Burberry, Cartier en Ralph Lauren. I kid you not, het kind vertrekt op een trip per rugzak en heeft haar Cartier horloge aan. Tenzij ze natuurlijk plannen om te kamperen op het strand van Cannes, maar dan klopt er iets niet aan haar vriendje.  Die is namelijk anders. Klein, intelligent, kalm en routineus handelt hij formaliteiten af. Alles aan hem ademt berusting, ervaring uit.  De mentaliteit en de levenshonger ook om te reizen. Zijn kleren zijn robuust en berekend op alle omstandigheden, zijn schoenen ingelopen, en de rugzak draagt de sporen van lange kilometers over verschillende continenten.

Zij wil koffie.. Slaakt kleine kreetjes van verzuchting bij een exotische arabica (alsof ze die hebben bij Starbucks, maar dat terzijde). Hij moet uitleggen dat ze dat niet moeten meesleuren nu. Zij wil een gesofistikeerde frapuccino en allerlei koekjes, hij betaalt en ik zie hem denken dat ze zo nooit het budget houden. Vakantie kan op verschillende manieren ingevuld worden, indulgence versus experience. Hij verrekent, denkt na en ik zie hem mentaal het nieuwe dagbudget vastleggen. Zij kirt op haar bling bling phone met vriendinnen, terwijl ze een Elle doorbladert.

Volgens mij halen ze het einde van de reis niet.

Brieven aan mijn vader, 1

Ik heb lang getwijfeld of ik dit zou bloggen, en verre van me de allure van een  Toledano aan te meten, heb ik door gesprekken met vrienden gedacht dat het misschien toch wel zinvol is. Mijn vader is doof, en ik heb geen contact meer met hem, of alleszins toch niet buiten het banale van doordeweekse conversatie, waar we alletwee een gloeiende hekel aan hebben.
Hij gaat wellicht ook dood binnenkort, en dan heb ik misschien kansen lanten liggen om nog iets te zeggen. Vandaar. Wie geneigd is om dat als verregaand exhibitionisme te zien, so be it.

Papa, Pa, Vader,

misschien is dat wel al tekenend voor onze relatie. Nooit goed geweten hoe dat nu eigenlijk moest. Twee emotioneel inepten, die elkaar wel graag zagen, maar er als de dood voor waren om dat te openlijk te tonen, en daar op de duur wel  heel erg onhandig in werden.

Op mijn dertiende zweerde ik de kus af , want dat was niet stoer, en heel veel later, toen ik zelf al kinderen had, wou ik die kus wel terug, maar bleef het bij een hand. Zoals steeds liet je begaan, niet omdat je er geen mening over had, ik ben er heel zeker van dat je die had, maar vooral  omdat je hem niet wou opdringen, kenmerk van je visie over menselijke relaties.
Ik heb nu hetzelfde met mijn zoon. We doen er lacherig over, maar we zoeken een manier om te tonen dat we elkaar fijn vinden. Totnogtoe hebben we alles geprobeerd, ‘high fiven’, handen, omarmingen, géén zoenen… het lukt niet echt…
Het is ook niet belangrijk, daar gaat het niet echt om.

Al een jaar pieker ik me suf hoe ik het contact met je terug op niveau zou kunnen krijgen. Ik heb altijd graag met je gepraat, altijd graag naar je geluisterd, ook al was ik te zelfingenomen om echt te luisteren, of kwam dat zo over.  Zoveel hadden we wel geleerd, luister en doe er desnoods later iets mee, als je te laf bent om onmiddellijk toe te geven dat het juist is. Ik mis dat nu. Een echt gesprek is niet meer mogelijk. Ik heb geen zin om te schreeuwen en luid en traag te spreken, omdat ik het een belediging vind van je intellect. Jij hebt geen energie meer om de essentie uit het gewauwel te filteren. Een dovemansgesprek, letterlijk, daar heeft niemand iets aan.
Maar ik kan me niet voorstellen dat je gedachten niet meer helder zijn. En ik denk dan terug aan dat mooie kleine precieze handschrift. Ik weet niet hoe schrijfvaardig je nog bent, maar misschien krijg ik wel brieven terug, en kan ik de geest van vroeger beleven, met scherpe, agressieve inzichten over politiek, milde woorden over opvoeding, en juiste terechtwijzingen over mijn stommiteiten.

Je bent doof nu, en sufgespoten door de medicatie.  Je bent niet vriendelijk meer, waarschijnlijk ook omdat je doodgefrustreerd met een heldere,  briljante geest in een aftakelend lijf zit. En dat je dat dus ook beseft. Dat je dat zelf gedaan hebt, dat lijf laten aftakelen, is niet eens relevant. Het gaat om de intensiteit waarmee het leven geleefd werd, en ik denk dat je daar je gelijke niet in gekend hebt.

Je gaat dood. Niet onmiddellijk, misschien niet eens binnen de vijf of tien jaar, maar je gaat dood.Dat is niet erg, dat is een stuk van het leven, zeggen ze dan. Maar het zit er aan te komen.  En voor die tijd moet ik alles gezegd hebben, maar werkelijk alles wat zonen tegen hun vader kunnen zeggen. Ik denk niet dat daar ooit genoeg tijd voor is. Een heel leven advies, en raad, en zwijgen en lachen, laat zich niet samenvatten in een paar A4 tjes met bedankingen.
Niet alleen bedankingen, ook frustraties, twijfels. Vragen zelfs, nu nog.
Als je je nu ineens begint af te vragen waarom dit nu moet en waar het op slaat, denk dan even terug aan de dagelijkse autorit, van Erembodegem en later Mere, naar Brussel. Elke dag, twee keer een uurtje in de auto. Ik heb er meer tegen opgekeken dan dat ik er naar uit keek, maar de kwaliteit van de gesprekken, de overwegingen, hebben onbewust hun weg gevonden. Je was daar nooit  opdringerig, je deelde zelf ook je twijfels, je vragen, ook al wist je dat je van een kind geen juist antwoord krijgt.
Misschien is het wel dat wat ons gemaakt heeft tot wat we zijn. Je gaf ons nooit de indruk dat we kinderen waren. Je gaf ons de volle verantwoordelijkheid van elke mening die uitgesproken werd. Je nam ons au sérieux. Ik weet niet of we dat toen apprecieerden, maar ik denk het wel.  Ik kijk er alleszins nu nog met veel warmte aan terug. En ik wil het nog, nog meer, gewoon meer, en zo lang mogelijk. Ik denk dat zonen altijd zonen blijven, ook al worden ze vader… En ze blijven hun vader nodig hebben.

Ik heb het schrijven van deze brief al maanden voor me uitgeschoven, omdat ik niet wist hoe ik het moest doen, omdat ik niet wist wat te zeggen. En ik merk nu dat het er uit gulpt. In één warme stroom. niet te controleren, niet te beheersen. Het leest allicht niet mooi, het zit wat door elkaar, maar ik heb geen zin om er  aan te schaven. Ik wil terug praten met mijne pa, onder welke vorm ook, en misschien is dit wel de beste.
Als het nog kan, schrijf dan een brief terug, dan heb ik mijn papa weer. Als het niet kan, laat het dan weten, dan schrijf ik gewoon voor mezelf, en dan lees je’t wel een keer…

Smartphones, de electronische enkelband van deze tijd

Consumer in control, dat zeggen ze. Ik geloof dat niet meer.
Iedereen en alles spant samen opdat het toch niet zo zou zijn. Techniek en slechte wil niet in het minst.

Hebt u dat ook? Als je vroeger op restaurant ging werd het als hoogst storend ervaren als iemand luid gesticulerend zat te telefoneren. Het getuigde van slechte smaak, het was vervelend, en de man in kwestie was een hork. Een restaurant was een plek voor verfijnd genot, waar de kunst van de conversatie tussen consommé en crême brulée fijnzinnig ontspon.

Tegenwoordig is het anders. Maar niet echt beter. De smartphones, die electronische enkelbanden van de kantoorslaafjes, maken het spel een stuk perfider. Niet alleen is er de ‘always on’ mentaliteit; bereikbaarheid en ‘aanwezigheid in de cloud’ voor alles. er moet nu ineens ook een pak administratie opgeknapt worden.
Want we zijn mobiel, debiel.

“Ik kan hier niet inchecken!” is een vaak gehoorde klacht wanneer je weer eens iemand ziet treuzelen voor de ingang van het restaurant. Foursquare of Gowalla dus. En dat inchecken moet wel, want je moet laten weten waar je eet, en liefst ook met wie. Dat geeft prestige!
Daarmee is het niet afgelopen.
Eerst is er het over en weer getjilp over een mogelijke groesptwunch (jargon voor lunch onder twitterati) en dan volgt de volgende fase in het ritueel. Via eat.ly moet je ook nog een ‘trail’ laten over wat je aan’t eten bent. er moeten dus snapshots gemaakt, en die snapshots worden gedeeld met de foodie followers. Een punthoofd krijg je ervan.

Vervolgens wordt de wijnkeuze via iDrync, een wijndatabase geverifieerd en doorgestuurd naar de ‘vinotwats’, die daar dan weer kennis van nemen.
Met wat pech kun je ook nog een keer een heuse zuipschuit meehebben, die het nodig vindt om zijn persoonlijk cocktailrecept te willen hebben en drifftig staat te zwaaien met de iphone onder de neus van de bartender. ook Leuk!

Zo komt het dat je mensen steeds vaker ziet eten met één hand, onderwijl hun instrument beroerend.  Beetje boertig toch? Administratie heeft inderdaad nog nooit tot diepgang geleid in het gesprek.
Het is ook koud, het is alsof het interessanter is om met je community te praten en te tweeten dan een levensecht gesprek te voeren. Pure zonde.

Volgens mij is het ook dat wat zaalpersoneel en keuken voelen. Ik zat onlangs ergens iets te eten en bekloeg me tot drie keer toe, bij drie verschillende kelners, over de kwaliteit van iets. ‘Men ging het even in de keuken bekijken’.
Nooit meer iets van gehoord.
Het misprijzen voor de consument is nog nooit zo groot geweest, en dat heeft hij voor een groot gedeelte aan zichzelf te danken. 
Hij is er per  slot van rekening ook niet echt, hij zweeft ergens in de cloud, te schijnen, te “bwabbelen”, te vermijden om echt te zijn en diepgang te tonen.
Keukenchefs en Technologie, één front tegen de controle door de consument, en gelijk hebben ze!

(ook verschenen in Dmix van de maand jui2010, column : GEdacht)

Customer Delight part 2

U, beste lezer, bent mijn klant.

En ik zal er alles aan doen om dat zo te houden. Dat betekent dat mijn mensen, mijn wereldwijd strak geleid concern, continu op zoek is naar middelen om mijn blog aangenamer, leesbaarder en interessanter te maken.

Eén van onze talentscouts kruiste zo het pad van  een beloftevolle jonge snaak, Jochen Van der Stighelen, die spontaan en zonder het minste eigenbelang aanbood om mijn schrijfsels te verluchten met zijn cartoons.

De dingen zijn leuk, en goed getekend, en ik kan alleen maar hopen dat u er evenveel plezier aan beleeft als wij. Er zijn er voorlopig nog maar drie, maar de rest volgt 😉

I give you… vanaf nu, exclusief bij JustGuidooohh! : Jochen Van der Stighelen!

Geef de man een applaus!

Consumer in control?

geurige zonde

smakelijke zonde

Ze zeggen zoveel. Ze zeggen nu overal op het internet dat de consumer in control is.
Ik geloof dat niet. En al helemaal niet na vorig weekend. Nochtans voelde ik me helemaal ‘in control’. Bij herhaling zelfs, en in mijn hoofd nog meer.
Ik schets het beeld even. Ik zit op een terrasje in de zon. U kent dat, mooie zondag, borreltijd, de zon schijnt, de belofte van zoveel meer wenkt achter elk nieuw glas fonkelende rosé.
Het gezelschap is aangenaam, de gesprekken inspirerend.Een knabbeltje moet erbij komen! Ik bestel wat ‘vlammetjes’ en ‘shrimps’. De immer vrolijke en efficiënte kelner neemt met zwier de bestelling op en komt nauwelijks een kwartiertje later met de gefrituurde heerlijkheden. Zonde geurt lekker.

Ik proef, bespeur een geur van ammonia en bedank voor de garnalen. Mijn ‘zon’genote doet nog even of het aan mij ligt, maar komt bij de tweede hap tot dezelfde conclusie.
Wij laten het schoteltje onaangeroerd. De kelner komt afruimen en vraagt of het smaakte. Tja, als ‘t moet kan ik wel expliciet zijn. Niet dus. 
‘Hij bekijkt het wel even met de keuken’.
Een half uur gaat voorbij, niets gebeurt. Geen nieuwe portie, geen excuses, niets. We waren nochtans duidelijk, twee garnalen opgegeten, de rest onaangeroerd.

Ik besluit een andere kelner aan te spreken. Per slot van rekening zijn we hier als Belgen in Nederland serieus aan’t potverteren. Kelner nummer twee neemt zijn job ook heel erg ter harte, en gaat even overleggen met de keuken. Niet dus.
Op zo’n moment gebeurt er iets raar in mijn kop. Ik wil winnen. Ik wil dat iemand mijn klacht au sérieux neemt. ik verwacht geen nieuwe gratis portie, ik verwacht geen compenserende drankjes, geen vouchers, drank- of tegoed-bonnetjes, of wat dan ook, ik wil gewoon dat iemand de fout toegeeft en zich er voor verontschuldigt. Dat moet kunnen.

Ik speur nu naar nummer drie, en ik wil een überkelner. Ik krijg haar in het vizier, en ga ervoor. Zij gaat het ook even met de keuken bespreken. Ik weet al hoe laat het is.
Ik weet niet wat er zich in de keuken afspeelt, misschien zijn het wel erg vieze mannen, erg gewelddadig ook, maar niemand van het zaalpersoneel is ooit ongedeerd met een klacht uit de keuken teruggekeerd.
‘Kitchen is in control, consumers are given the impression of power’. We mogen klagen, dat wel, en zoals vroeger, mogen we beslissen om nooit meer terug te komen, maar verder dan dat gaat het niet. Daar ligt onze macht, alleen krijgen we nu de illusie dat we een stem hebben.

Adres op aanvraag, we kunnen hun reputatie nog met zijn allen om zeep helpen.  But then again, voor een bordje garnalen?

Dringend Lezen!

Gelieve mij ASAP terug te bellen. Graag dringend contact! Status : Urgent.

U kent het, ik haat het. Ik heb het sowieso niet voor de inflatie van de woordjes. Woorden die in se duidelijk genoeg zijn om als woord te functioneren, die een betekenis, een sluitende betekenis hebben, worden uitgehold door onzorgvuldig gebruik. En wat overblijft , dat zijn de uitroeptekens, het onderlijnen en uiteindelijk het lege, betekenisloze.

Guillaume heeft ooit gezegd dat  het aandachtspunt de acné van de copywriter is. Ik denk dat de uitroeptekens de typografische maagzweer van de gecrispeerden is.

Dringend is enkel dringend als het dringend is, niet als dat betekent dat je iemand optrommelt om jouw ‘gebruiksgemak’ te realiseren en/of tijdsgebruik te optimaliseren..

ASAP betekent niets meer of niets minder dan “As soon as possible”, en niet “As soon as you receive it, and by god i will be annoyed, ill tempered and mad at you, if for any reason whatsoever you do’nt react within 15 minutes after receiving this”.

Zo ook, in een totaal andere context – vraag ik me soms af wat er mis is als ik ‘Dank u’ zeg. Ik zeg dat uit de grond van mijn hart. Ik vind dat éénvoudige, mooie woorden, die door hun éénvoud, weergeven wat er bedoeld wordt. Als ik dat zeg, bij het ontvangen van een cadeautje, een attentie of wat dan ook, kijkt men mij aan of ik net iets gedeponeerd heb in het bakje van de kat. Blijkbaar is het duidelijker om te zeggen: ‘maar, oooh, maar zeg, allez, neen, maar enfin, maar dat had ge nu echt niet moeten doen, ’t is echt super, mega, ooooh ik ben zo blij, maar allez, zeg… dat had ik niet verdiend”.

Ik doe dat dus niet.

En ik zou het apprecieren als we met z’n allen ons best doen om de echte woordjes weer in ere te herstellen.

Dank u 😉

Symbolen, Iconen en duidelijkheid

Simpel

Het bericht kwam vorige week als een dreun. Bij het afsluiten van mijn ondertussen beruchte toiletcyclus , was ik me er niet van bewust dat er ook zoiets in het leven geroepen werd als ‘wereld-toiletdag’ . Blijkbaar is het onderwerp dan toch niet zo banaal als men soms wel zou willen aangeven. De BV’s in De Standaard Magazine kregen een portretje en mochten wat badineren over hun al dan niet perverse toiletgewoontes. Mjah, het is een insteek, maar ik vind hem niet echt geïnspireerd (de foto’s  daarentegen wel).

Diezelfde avond ging ik dineren in een Indisch restaurant in Brugge. ‘Chicken huppakee, very spicy’, en nog van dat soort ongein. Lekkere maaltijd, daar niet van, en uitstekende franse wijnen om het geheel te begeleiden.

Toiletten op restaurant en Guido. U kent dat waarschijnlijk ook. In assisenprocessen hebben ze daar een term voor, onstuitbare drang, of iets van die aard. Het is sterker dan mezelf. Ik moet en zal de toiletten opzoeken. Enerzijds om de benen te strekken en de spijsvertering voluit te ondersteunen, anderzijds gewoon uit nieuwsgierigheid.

Wie mij kent weet dat ik een buitengewoon empatisch vermogen heb. Ik verplaats me dus in  het lichaam en de gevoelens van de man/vrouw die eerder uit hoge nood deze faciliteiten opzoekt. Wij Vlamingen zijn van nature nogal aan de preutse, juiste, regelnichterige kant. Het idee om in de verkeerde toiletten te belanden is dan ook een godsgruwel die we nooit maar dan ook nooit willen contempleren, ja zelfs onze ergste vijand niet toewensen. Duidelijkheid is aan de orde.

Is het een vliegtuig?

Man or Woman?

Nu vraag ik u, hoe duidelijk is het om dit soort soepjurken af te beelden, en er meteen ook maar van uit te gaan dat iedereen vertrouwd is met de juiste iconografie van indische kunst? Is it a man, is it a plane? No its superwoman!

De bakkebaarden wijzen op een vent, de ronde vormen daarentegen geven aan dat het misschien toch wel om een dame zou kunnen gaan.

Ik kan daar niet tegen. En met mij, durf ik te wedden, vele anderen.  Een icoon, een symbool moet snel en duidelijk aangeven wat er te doen valt.

Wat is er mis met  de mannekes en vrouwkes van de eerste generatie? Ik heb ze in de inleiding gebruikt, ik durf er vergif op  nemen dat iedereen onmiddellijk aan toiletten dacht.  Je zag heel snel waarover het ging, er was geen ruimte voor ambiguïteit, het was gewoon duidelijk.

nog steeds duidelijk

Voor deze hier naast, moest je al een beetje gestudeerd hebben, maar door de vulgarisering van één en ander, lukte dat nog net.

Het is vanaf dan van kwaad naar erger geëvolueerd. Ik ben niet zo plastisch, maar in Gent is er een restaurantje waar ze het geprobeerd hebben met fruitsoorten…Bananen, pruimen, u kent dat soort grapjes… En in andere zaken heb je allerhande soorten ‘grappige’  popjes, waar je verdomme bijna met een loupe moet naar kijken om te snappen waarover het gaat. Wij hebben daar geen tijd voor op dat moment!

De kroon wordt echter gespannen door een Hasselts restaurant, waar ze gewoon voor genetica gekozen hebben; Je ziet twee identieke deuren met op elk ervan een symbool : XX en XY. Uiteraard heb ik biologie gehad, uiteraard ken ik een aantal ezelsbruggetjes om het te onthouden, dat mannen diverser zijn,vandaar de X en de Y dat er een beentje ontbreekt bij de mannen als teken van onvolmaaktheid, etc…

Mijn punt: in tijden van nood is duidelijkheid vereist, ook in de symbolen. Geen tijd voor intellectueel gefrazel als de pot nabij is.

Jongens, Regels en Clubjes.

“Guido, ik heb iets tof gevonden om te doen”

Ik herinner het me als was het gisteren. Eén van mijn vrienden begon met golf, en hij wou dat delen. Niet alleen delen, wellicht ook kenbaar maken dat hij een trapje was opgeschoven op de sociale ladder, daar zelfs dit verheven tijdverdrijf nu binnen de mogelijkheden lag. De  echte beweegredenen van jongens zijn moeilijk te achterhalen, dat gaat van statusbevestiging over pure lol en snoeverij, en wij maken ons daar verder ook niet druk over.

Het duurde niet lang of ik deed mee. Al die prietpraat over dure lidmaatschappen en ditto uitrusting, het blijft onzin, en het is best mogelijk om dat op een min of meer democratische manier te beginnen. De echte kost ligt in de 19de hole, en in de voorbereiding voor de eerste. Al de rest is haalbaar. Het blijft wel een gegeven dat je er minstens vier uur moet voor uittrekken en een avond.

bogeyboys

Inter Utrumque Tenes

Na verloop van tijd waren we met een zestal, en speelden we regelmatig, her en der over ‘t vlaamse land, in functie van deze of gene agenda. En dan wordt het mooi.  Jongens, hun clubjes en hun regeltjes. Het groeit organisch, het is van alle tijden. Ik vermoed dat het te maken heeft met het grote ‘kampenbouwinstinct’ dat jongens eigen is. Organiseren, taken, delegeren,  het ‘niks voor niks’ gevoel.

Zouden we geen naam vinden voor het verhaal? En vaste afspraken? En sancties voor zij die niet komen?  En een uniform, of een embleem?

We zijn nu bijna 8 jaar verder, en je zou het moeten meemaken.  De Bogey Boys is een club met een maximum aantal leden, een statutaire meeting,  een annual president’s diner, een procedure voor nieuwe en aspirant leden, een heuse penningmeester, een eigen website, een uniform, ja zelfs een eigen ranking en handicap systeem, en een beker uiteraard!

Het is van een welhaast etherische schoonheid.

Wat er vooral mooi aan is, is de ernst waarmee één en ander nadien gerespecteerd wordt. “Drie jongens en een vlot”, die sfeer.

Zo heb ik al een aantal keer verhitte, maar intens mooie discussie mogen meemaken over de acceptatie van een nieuw lid. Na een testperiode is dat telkens weer een beproeving, maar ook een hele mooie graadmeter voor de gezondheid van de club, en de sterkte van de vriendschappen. Het geeft ook aan hoe jongens denken over één en ander.

Wie er niet bij hoort, merkt dat meestal zelf wel, en trekt heel snel zijn conclusies. Maar heel af en toe interfereren andere redenen, en dan wordt het spel scherp, ongemeen hard maar ook erg eerlijk gespeeld. Ik vind dat een verademing. Het is ook erg mooi hoe vrienden het voor elkaar opnemen en tot het uiterste gaan om hun maatje te verdedigen. Dat gebeurt met alle mogelijke retorische middelen, maar altijd met een uitermate grote zorg om het groepsgevoel niet te verbreken.
Cynicus als ik ben, was ik niet altijd de best geplaatste om de tekenen te vatten, maar eens je de juiste dingen in het oog houdt, is het een ontroerend mooi verhaal. Zowel zij die geweigerd werden als zij die aanvaard werden, kunnen bogen op vrienden die voor hen door het vuur zouden gaan, en dat is mooi.

Vergis je niet, ook over de meer mondaine dingen wordt met dezelfde hardnekkigheid en verbetenheid gediscussieerd. Zo is er nu het hete hangijzer dat de winnaar van elk golftornooi verplicht wordt om een ad fundum uit de beker de drinken. Normalerwijze moet die ad fundum gebeuren en uitgevoerd worden tijdens en op de duur van de groepskreet (ja, die hebben wij ook), op straffe van verdubbeling. De regel was wat in de vergetelheid geraakt, gezien de schier onmogelijke opdracht om het klusje te klaren, maar het is nu al zeker een groot agendapunt op de annual meeting van volgende maand.

Is dat niet mooi?

Lucien

De vrienden van...

Verder ben ik ook lid van de ‘Vrienden van Lucien’, een clubje dat tot doel heeft onze ziel te ontlasten van alle mogelijke verhalen waarin we zelf de stomme hoofdrol speelden, maar die we tot onze grote opluchting kunnen toeschrijven aan een fictief personage, de Lucien, in wiens naam elk verhaal vertelt dient te worden. Schoon, erg schoon!

En vorige maand heb ik gehoord dat ik ga uitgenodigd worden bij de Jackies, ook golfers, die elke 10de van de maand spelen, tenzij de 10de op een zaterdag valt, dan is het vrijdag, en als het op een zondag valt, dan is het maandag.Prachtige regel, verbluffend in zijn eenvoud en in de mogelijkheid om alle eventualiteiten te vatten. Ik hoop dat ze een aantal sluitende kledingregels hebben….

Zwart is het nieuwe wit

Net als je denkt dat de cyclus ‘Guido en publieke toiletten’  definitief afloopt, helpt het lot een handje. En kijk, de vragen borrelen op:  Wie ontwerpt het? Wie laat het in de winkels toe? Wie koopt het? Over wie het gebruikt kan helaas geen ambiguiteit ontstaan. We moeten wel – of in dit geval: ik moest wel-  het alternatief is nog onsmakelijker, en bespaar ik julie.

Designers guilt?

Je gelooft het niet

En toch, misschien is het zo gek nog niet. Uiteindelijk liggen zwart en donkerbruin qua tonaliteit dichter bij de finaliteit van de toepassing dan het zo vertrouwde maagdelijk wit.
Het gebruik van zwart papier kan gezien worden als een poging om de confrontatie minder scherp te maken, en de gebruiker minder acuut te wijzen op het vergankelijke van zijn stofwisseling.

Vanuit metafysisch oogpunt valt er dus wel degelijk iets te zeggen voor deze nieuwigheid, maar voor de controlefreaks onder ons, is het een moeilijker gegeven.

Wanneer zijn we echt, honderd percent, genadeloos, zeker van een smetteloos uitgevoerde operatie? In de lakmoestest van de veegoperatie kunnen we immers niet zeker genoeg zijn. Zo hebben we het ook onze kinderen geleerd. Laat zwart of bruin een dergelijke grondige aanpak toe? Wellicht wel, maar dan moeten we ons metafysische argument loslaten. Nabije inspectie drukt ons immers als het ware met de neus op de feiten, een ietwat onkiese aanpak, als u ’t mij vraagt.

Ik vrees dat we dit fenomeen moeten afdoen als de zoveelste grillige productline extension, ingegeven door een marketeer met teveel oog voor design en te weinig begrip voor de ‘practicalities of life’. Toegegeven, het moeten niet altijd bloemetjes zijn, maar ik zou toch willen pleiten voor een overwicht van wit, in dit gegeven. Kunnen we dat afspreken?

Dat brengt mij overigens naadloos (pun not intended) bij het volgende vraagstuk. Destijds werkte ik als consultant bij Nielsen. Wij merkten op dat de per capita consumptie van toiletpapier in het Zuiden hoger ligt dan in het Noorden des lands. Intrigerend toch? De juiste cijfers ontgaan mij maar het verschil was significant genoeg om er wilde theorieën op los te laten. Ik vermeld er een paar.

Het agrarische Noorden zou meer buitentoiletten hebben, waarbij gebruik gemaakt werd van free press, unigro boeken (u weet wel, postorder om blaaspijpjes van te maken) en dies meer… Ik weet niet of dat nog steeds het geval is en durf het eerlijk gezegd te betwijfelen.

Een andere theorie was veel creatiever, en legde de oorzaak bij de manier van gebruiken. Vlamingen zouden geneigd zijn het wrijfproces te herhalen, telkens opnieuw, met twee netjes opgevouwen velletjes, telkenmale checkend of er nog residuwaarden te bespeuren zijn. Zolang er sporen zijn, blijft de Vlaming ze wegwrijven, weliswaar per twee velletjes. In het Zuiden des lands zou dat iets nonchalanter gebeuren, zelfde uitgangspunt maar dan met proppen papier. Mooi toch?

Een andere mogelijkheid is het gebruik van de ‘halve keukenrol’ voor andere doeleinden dan simpel toiletbezoek. Een rolletje papier in de keuken maakt algauw een verschil met het gebruik van huishoudrollen. Dat het omgekeerde fenomeen niet tot uiting kwam in de Nielsen cijfers hoeft niets te betekenen. De penetratie van huishoudrollen was minder algemeen dan van toiletpapier.

Een vriendin van mij voegde daar onlangs nadenkend aan toe dat het wellicht ook te maken heeft met de eigen volksaard. Er werden daarbij woorden gepreveld als ‘anaal retentief’ en ‘zuinig’.
Niet zo fraai op het eerste gezicht, maar daarom niet minder discussie waard… Voor Master Foods bracht ik ooit eens een bezoek aan Waltham-on-Walt, waar ze een research labo voor pet food hadden. Eén van de amusantere bezigheden was daar het tot ontploffing brengen van dierlijke excrementen. Om de calorische restwaarde te bepalen. Private Label producten bleken een hogere energetische waarde te hebben, wat er dus op wijst dat er nog voedingsstoffen inzaten die niet geabsorbeerd werden door de beestjes. Kan een dergelijke redenering mutatis mutandis op de Vlaming en zijn eetgewoontes overgezet worden?

Misschien hebben Vlamingen gewoon een voedingspatroon dat gericht is op minder verlies, en daardoor ook minder gewrijf, en ligt dat bij onze Bourgondische zuiderburen nog net iets anders.

Zoveel vragen, en dat allemaal door een simpel rolletje papier… maar als u antwoorden hebt.

NMBS en customer care

lege stationsgang

lege stationsgang

Ik ben mijn rijbewijs kwijt. Voor een maand ongeveer. Niet zo leuk, maar we overleven het met behulp van vrienden, Niels (my personal driver), en het openbaar vervoer. Die alternatieven zijn nodig, omdat Niels ook nog ergens een leven heeft en de hectiek van het mijne niet voetstoots dient over te nemen. Althans dat dacht ik. Tot ik de trein nam.

Ik ben een gezellig mens, al zeg ik het zelf. Ik heb ook geen problemen met de tijdschema’s van anderen, als ik mij daar moet naar schikken. Ik zorg er dan wel zelf voor dat ik het naar de zin heb. Niet zo in het Station van Gent St Pieters op zaterdagavond, 11u.  Daar kan namelijk niets!

Met enige zin voor nostalgie herinner ik me een treinstation als een soort hangout ruimte voor het zelfkanterige. Hoe later op de avond hoe ‘weirder’ volk. Nu is dat een hel verlichte, propere ruimte, met wat automaten, beeldschermen en verder niks. Als ik niks zeg, dan is dat ook zo… Zelfs geen toilet.

Ik ben al niet zo’n ervaren treinreiziger, maar ik vind het dus hemeltergend dat je je ticket enkel via een terminal en een bancontact kaart kunt krijgen (ik ben nogal een cashman).
Bovendien mis ik die gele affiches, die je kunnen vertellen welke trein je hebt, om hoe laat, en waar ie overal stopt. In een oogopslag heb je bovendien alle alternatieven.  Op de één of andere manier geloof ik dat papier meer dan die terminals. Bij die terminal ging het overigens al goed mis; ik heb twee tickets gewonnen in plaats van één. Ik ben er bovendien zeker van dat ik minstens één trein heb laten lopen, gewoon omdat ik niet goed wist wanneer ze nu eigenlijk helemaal vertrekken. En geen hond, geen nmbs bediende om het aan te vragen. Vroeger zat er altijd minstens één, een beetje een nors mannetje, het deed wat denken aan het leger, het had wel wat, zeker als je dronken tegen hem aanlalde konnen ze een soort vaderlijk norse bezorgdheid tonen. Nu, niks, nada, noppes, nougatbollen… zoek het zelf maar uit. Ik mag er niet aan denken dat een aangespoelde toerist laat op de avond nog even naar genoelseldere zou moeten met de trein, daar komt ie nooit aan!

En daar zit je dan, minstens een half uur te vroeg, je kunt geen boek kopen, of een krant. Tot daar aan toe. Er is geen open sanitair, tot daar aan toe. Maar je kunt zelfs niets meer drinken, tenzij je genoeg muntjes hebt om ergens een blikje te scoren.  Dat is toch volledig van de pot gerukt. Het moet toch een kleine moeite zijn om ergens een barretje open te houden tot de laatste trein vertrekt/aankomt?

In tijden waar het autoverkeer in de knoop zit, waar de cheap airlines het vliegverkeer banaliseren is dit de manier waarop de NMBS reageert… we gaan nog stroever doen. En PR-gewijs uitpakken met veel reizigers tijdens de piekdagen aan de kust. We gaan Luik en Antwerpen als station vernieuwen, wat echt mooi is, maar dat wil verdomme niet zeggen dat het aangenaam reizen wordt hè. Zo zijn we niet, wij van de NMBS!

Niels gaat nog lange nachten tegemoet…

Wanhoopskreetjes

Proper!!!

Proper!!!

Ik geef het toe, ik zal wel iets met toiletten hebben. Ik kan niet anders dan ontroerd worden door dit soort berichtjes. Netjes op een groot wit blad geprint, en dan in een sleeve gestoken (worldwide heeft esselte zo honderdduizenden ‘chemisekes’ hangen, sta daar maar even bij stil), en strategische opgehangen en vastgekleefd.

Mensen lopen daar aan voorbij. Ik niet…

Ik sta stil bij de ergernis, bij de wanhoop van de steller. Dwangneuroten, cleanfreaks, regelneven? Ik denk het niet. Mensen die er misschien als de dood voor zijn, dat ze in een vuil toilet binnenkomen, en het ook zo weer achterlaten, zodat degene die toevallig na hen komt, wellicht denkt dat zij die boel zo achtergelaten hebben… Ik ken het. Ik word er ook altijd kwaad om. Omdat je verplicht wordt om iemand anders shit op te ruimen. anders word jij aanzien als de smeerpijp.

En trop is teveel… op een bepaald moment grijpen die mensen in. Ze gaan resoluut aan de slag. En de woede ebt een beetje weg, tijdens de formulering. Zullen we boos, humoristisch of melig een waarschuwing maken?

Bovenstaand voorbeeld maakt gewag van ‘medemensen’. Ik word daar door ontroerd, een teken van opvoeding. En de afkeer, de ergernis die gekristalliseerd is in één enkel uitroepteken. Zo mooi. “Voilà, ik heb het toch maar eens goed gezegd!”

En proper onderlijnd. Met een stuk papier en een forse viltstift zouden er allicht meerdere dikke strepen onder getrokken worden. De pc laat dat niet toe, maar een enkel kleuraccentje voegt toch ook iets toe.

In die zin is deze krachtiger en authentieker. Het artwork en de plaatsing is beter. De ergernis leeft ook meer…

mijn dure kraan gvd!!!!

mijn dure kraan gvd!!!!

Eén uitroepteken, dat is voor mietjes, geef ons er drie, laat het expressief  zijn. Het kleurt ook af tegen die rode wand. Waar het uiteindelijk fout zal lopen is het ontberen van het esselte chemiseke… opspattend water gaat er voor zorgen dat het verhaal schmutzig en onleesbaar zal worden. eigen schuld, dikke bult. Maar ook weer een soort levende getuigenis van het verval, en daardoor weer mooi.

De mooiste in de serie heb ik voor het laatst bewaard, en hij heeft niets vandoen met publieke toiletten.

Het is hartverscheurend wat hier aan de hand is. De steller is beroofd! Onverlaten, sociaal onaangepasten, hebben het op zijn rugzak gemunt. Het gros van de bevolking slaakt dan een zucht en een diepe vloek. Maar niet deze man. Hij wil dat het onrecht ‘out in the open’ is, en geen middel wordt daartoe geschuwd.
En het meest was ik nog geraakt, ook hier,  door de beleefdheid. Hij heeft het niet over krapuul of gespuis, neen hij spreekt over gauwdieven… proef het woord, het is nog mooier als werkwoord 😉

Hoogst waarschijnlijk was het niet eens iemand van mijn liefelijke kustgemeente, maar een toerist, wij nemen immers geen rugzakken mee naar het strand, wij wonen hier.

En dan moet je je voorstellen dat de man thuis een tekst gemaakt heeft, een esselte mapje gebruikt heeft om zijn ongenoegen te beschermen, het geheel op een fikse paal gemonteerd, er ongeveer vijf meter tape veil voor had om er zeker van te zijn dat gure winden zijn boodschap niet konden verstoren. En dan helemaal terug getrokken naar de plaats van de misdaad, wellicht zelfs hopend dat hij de gauwdief nog zou kunnen bij de lurven vatten.

Fors lettertype, niks frivool, heel factueel. Communicatie technisch zou je nog ergens een ‘call to action’ verwachten, maar dat zit er niet meer in. Hij weet dat hij de rugzak nooit meer terugziet, heeft het futiele van zijn démarche begrepen, maar toch… hier zitten ze, en dat doen ze! de snoodaards.

Ik meen het echt dat ik er tranen van in de ogen krijg. Verontwaardiging over onrecht, omgezet in energie, in boosheid, kleine haikoes van de onmacht!

gauwdieven

gauwdieven

De Balsamico Terreur

mag het iets meer zijn

mag het iets meer zijn

Balsamico

Balsamico

Ik houd wel van een mooie sole meunière op tijd en stond. Het is een aantrekkelijk, relatief eenvoudig visgerecht dat in principe maakbaar is door elke eerstejaarskok. Geklaarde boter, peterselie en een mooie tong. Meer hoef je niet te hebben. Helaas, helaas, het is niet meer zo eenvoudig. We moeten namelijk  het bord opleuken. Met frisse groentegarnituren, of gewaagde fruitcombinaties, of fijne bordversierinkjes.
U kent dat wel, framboosjes en zo, met wat waterkers, of verse vijgen (wat overigens verrukkelijk is, maar niet bij een jachtschotel, maar dit volledig terzijde).

En toen kwam de opsmuk-mode… een toefje van, op een bedje van, met een waaiertje aan, en een zalfje zus… Tot daar aan toe, nog maar eens… Over de schuimpjes wil ik het al helemaal niet hebben, en neen, ik ben niet tegen moleculaire keuken of foodpairing, ik vrees alleen dat het niet iedereen gegeven is en dat  halftalenten denken dat ze’t nu gevonden hebben. Decoratie in plaats van Culinair.

En net als je denkt dat het einde in zicht is gaan we nog een stapje verder. Balsamico azijn is een prachtig product. Ik gebruik het erg spaarzaam, omdat ik het best wel fijn en lekker vind. Het is ook een duur product, als het met liefde gemaakt werd, en met zorg voor de smaak. Balsamico azijn is niet hetzelfde als zoetig, wee ingekookte stroop van iets onbestemd, is ook geen balsamico crème.  Ik wil het er verder niet over hebben.  Of toch wel. Wie balsamico gebruikt om wat van die bruine lijntjes op mijn bord te smeren omdat dat er beter uit ziet, die moet binnenhuisdecorateur worden, maar geen kok. Het getuigt van verregaand gebrek aan respect voor zijn ingredienten en voor zijn publiek.

Waar ik het verder ook wil over hebben, is over een tong die opgediend wordt met een volstrekt overbodige groentengarnituur, opgefrist met paprika-kurkuma-foelie op de randen van het bord, zodat je niet eens meer de verfijnde geur van echte boter en frisse peterselie in je neus krijgt, maar een vuil geurtje dat volstrekt vloekt met weer diezelfde frisse en mooie geur van vis, boter en peterselie.  Stop daar toch eens mee!

Het is relatief simpel om de volgende regels aan te houden, en ik stel voor dat culinair Vlaanderen daar vanaf nu een beetje meer aan denkt.

1) Zet op je kaart enkel wat je echt kunt maken. Je bespaart zo iedereen een ontgoocheling, en het heeft de merite van eerlijk te zijn. Er is niks mis met echt eerlijk eten, er is van alles mis met mensen te doen watertanden en dan iets vies voor te zetten.

2) De meeste hoofdgerechten hebben niet echt behoefte aan een frisse fruit toets. Behoudens vergissingen van mijnentwege, zou ik zeggen, doe het niet. Fazant op Brabantse wijze met een frivool framboosje on the side… ik weet het niet. Sole meunière met kunstig versneden vijgenpartjes… het hoeft echt niet. een forse citroen daarentegen! Spaar het fruit voor het dessert, tenzij we het over exotisch eten hebben.

3) Blijf van de klassiekers af, die dienen niet verbeterd te worden! Wil je dat toch doen, waarschuw ons op voorhand, zodat we weten dat we ontgoocheld zullen worden. Crème Brulée hoeft geen drie exotische smaakjes extra, Zabaglione met yoghurt ijs, ik zou het niet doen…Chamapgne sorbet met erwtencoulis, ik wil het alleen maar krijgen bij één van de topchefs die vlaanderen rijk is, het broneffect telt in deze.  Hoe verfijnd en extravagant en wat een weldaad voor mijn smakenpalet, als ik het wil zal ik het wel bestellen, maar ik wil niet in een culinaire hinderlaag vallen…

Kunnen we dat afspreken, misschien?  Toe… doe het voor mij, ik eet graag.

Brugs Design, De Refter

een wastafeltje!

een wastafeltje!

Ik houd van design. Goed design is een lust voor het oog, en veraangenaamt het leven. Zou het zo simpel kunnen zijn?

Ik heb gisteren gelunched in ‘De Refter’. De dependance van ‘De Karmeliet’.  Dat wordt opengehouden door lieve mensen, denk ik. Brave mooie meisjes, in het obligate wit/zwart. In een pand dat er van buitenaf heel mooi uitziet, en binnenin deed denken aan de refter van mijn oude school. Zover kan ik grapjes verdragen. Daarna moet het stoppen.En het stopte niet.

Een lovenswaardige formule om lunch voor te stellen aan 35 euro. Alleen bleek de helft er niet te zijn, en moest je voor de andere helft 10 euro per gerecht bij betalen. Kniesoor die daar op let. Er waren ook suggesties, maar die kon je niet echt goed onthouden. Het meisje dat ze voorstelde wel. Die had gestudeerd, en geen hotelschool, verzekerde ze me!

Er was ook veel lawaai, en eigenlijk geen gezellige sfeer, en dat had echt niets met mijn gezelschap te maken. Er zaten ook veel oude mensen, en onaangenaam luid pratende mensen. ik weet niet of er een oorzakelijk verband is.

De kwaliteit van het eten, was onberispelijk. Een beetje zoals deze eerste zinnen. Niet echt veel fantasie, niet echt meeslepend, een beetje banaal zelfs.

Erg is dat niet. Spijtig wel. Nogmaals, niks op af te dingen, maar gewoon niks om op terug te blikken. De Refter was een alternatief voor Bar Saloon, waar volgens mij één van de betere chefs aan het werk is. Jammer genoeg waren ze met vakantie. De wijnen zijn daar ook avontuurlijker en beter. Ik denk dat er geen alternatief is voor Bar Saloon. alleszins niet in een straal van 5 km rond dat etablissement.

En toen ging ik naar toilet, jawel… ik weer, het blijkt echt een obsessie te zijn.
Waar ik mij normaal al druk maak over icoontjes die er geen zijn, en die het moeilijk maken over waar je nu precies naar binnen moet stappen als vent, was dat hier anders. Ik vond geeneens de deur.

Toen ik ze wel gevonden had, viel mijn oog op het wastafeltje, en spontaan zakte mijn broek af. Ook een voordeel! Probeer je handen maar eens te wassen in dat dingetje. Het is hen waarschijnlijk aangepraat door een keramisch designwonder, maar het is gewoon kut. Je kunt je handen niet wassen zonder te spatten, het is lomp, het is gewoon een miskleun. Het zal verkocht zijn als design, want het leven is lijden, zeker met design…

Wie krijgt zoiets verkocht, wie koopt het, wie installeert het, zonder ook maar één kritische noot. Geef mij dan maar een banale, witte porseleinen bak, waar je lekker water in kan laten plenzen. Ben ik nu minder verfijnd?

Weer een keer mijn excuses voor een banaal schrijfsel, dat niks bijdraagt aan de wereldvrede/economie, zomaarzo…

Direct Communication

advertentie

advertentie

Gisteravond reed ik van Brussel terug naar De Haan. Urgente nood sloeg toe, en noodgedwongen maakte ik een pitstop in Wetteren, om toe te geven aan de roep van de natuur.

Wie mij een beetje volgt weet dat ik een welhaast ongezonde fascinatie heb voor ‘the secret life in public toilets’… niks vies, maar gewoon, fascinerend in zijn goorheid, in de rauwe poezie van de schotschriften, en in de troosteloosheid van het uitzicht.

Vrouwen kunnen zich dat allicht niet echt goed voorstellen, maar graffiti in een herentoilet is bij momenten een kunstvorm. In de betere kroegen is het meestal grappig, geinspireerd en soms zelfs diep te noemen. Langs autosnelwegen, is het doordesemd (weer dat woord) van vulgariteit, haat, racisme en een troosteloos verlangen naar platte sex.

Zo ook hier.  We overlopen het even samen. Om te beginnen is de dame erg duidelijk, ze heeft een doelgroep, mannen!. Mannen die geile sex willen. Hoe dat precies ingevuld moet worden, tja, dat zal dan op het moment zelf wel afgesproken moeten worden. Ik ging er waarschijnlijk verkeerdelijk van uit dat dat iets is wat je achteraf of eventueel zelfs tijdens de daad kunt vaststellen, maar het blijkt dus wel degelijk over een sales attribuut te gaan.

En dan de uitroeptekens. Ik denk dat Guillaume VDS ooit eens gezegd heeft dat de aandachtspuntjes … de acné van de copywriter zijn. Wat te denken van drie (3) uitroeptekens!!!  Hoe dwingend kan het worden? Qua call to action hebben we hier te maken met een welhaast primaire vorm van dwang… Bel me.

Wat het voor mij afmaakt is het affectionele XXX dat tussen de puntjes staat… er zit aarzeling, belofte en zelfs een zekere zachtheid in, zeker in combinatie met het gebruik van haar naam, Ann. Geen ‘tigresse’ of ‘lekker dier’, geen Desdemona of Shirley, neen gewoon Ann, een meisje van bij ons, eenvoudig, met prille, zachte borsten allicht, misschien zelfs dure lingerie, of misschien gewoon puur zuiver wit. We weten het niet.

En toen begon ik nog wat verder te denken. Het is ondenkbaar dat Ann zoiets doet. Ann is zo niet, die heeft van haar ouders hier in Vlaanderen geleerd om de regels te respecteren. Ze sluipt niet zomaar een mannentoilet binnen om dat op te schrijven in brute letters. Is het haar pooier? Is het een aanbidder? Iemand die vindt dat haar business meer moet ontwikelen? Een soort business angel?

Of is het een ex-vriendje dat haar op deze manier wil pesten? Een beetje laf toch? Of is het een gender bender, die erop kickt dat hij gebeld zou worden door mistroostige mannetjes die denken ” och ja, waarom ok niet, misschien heb ik wel zin in geile sex”… om ze daarna te ontgoochelen.

We zullen het nooit weten, tenzij Ann bij de toevallige lezers van dit schrijfsel zit, wat mij ten zeerste zou verwonderen.

Dat zijn zo van die dingen die mij bezighouden, ’s nachts langs Vlaamse wegen, sorry voor de tijdverspilling.

Starbucks Antwerpen… finally?!

Naar aanleiding van de hopelijk spoedige opening van een Starbucks in Antwerpen Centraal (en hopelijk volgen er dan nog een paar)…. toch nog even oud blogje opgevist.
And don’t get me wrong, i like starbucks, not for the quality of it’s coffee, but for the fact of having a customised brew of a certain degree in your hands at all times 😉

On Starbucks, Barristas and customer service…

It was the highlight of my recent trip to Toronto… the constant amazement on how people treat their daily portion of coffee.

I will expand later on the virtues and merits of the brew in itself, is it coffee? is it hot? is it black, strong or plain bitter tasting water, but first on coffee drinking in general.

Wherever you go in Europe, you’ll see girls walking around with liter bottles of evian, afraid they’ll dehydrate, walking from home to the office. In Canada ( and probably the States too), literally everybody walks around with coffee mugs or cups in their hand. In winter time i see a functionality, during the summer it’s harder to grasp.

The whole process of ordering a coffee is also something remarkable. Roughly it goes like this : format(small,medium or big), type (latte,cappuccino,…) and then the customizing begins, 1, 2, 3 extra shots… whole milk, fat free milk, soy, sugar, honey, brown sugar, added flavour…

The amazing thing is that the guy behind the counter never gets angry, he just does what the client asks. To me, having a profound and deep affection for all food related things, this is incredible. Where’s the pride, where’s the perceived know how, the trusted relationship with a specialist? To most Canadians, this is called customer service. They’re right of course, but i am too…

What happens here is that coffee, a noble product in itself, requiring certain skills in the selection of the beans, the roasting, the preparation and even the tasting is degraded to a mere commodity, adapted to the whims of a customer who appears to take all this very serious, and for whom the ‘customization’ is the ultimate proof of quality. As i mentioned before, if you taste most of the coffees in Tim Horton, Starbucks, Second Cup or whatever they are all called, i find it even hard to relate to genuine coffee, its more like a black, hot, slightly sour, bitter tasting liquid, but real coffee?

Well, i like to put my trust in an experienced ‘barrista’, who gives me the coffee he judges to be the best he can possibly offer you.

If I like it, I’ll be back, if i don’t, i go to another cafeteria… It’s another way to look at it, and in my view it offers a wider range of choice, and the same guarantees as far as customer service is concerned.

Why am i writing this? At the wedding diner of my little sister in law, i was seated next to an adorable French Canadian woman, Sylvie, who complained about the lack of customer orientation of most European businesses. She was right of course, but this blog is a way of getting my point across (yes, she was very convincing!). Sometimes pampering and mindless ‘doing what the client asks’ isn’t to be considered customer service but a degradation of your believe in product and service strengths…

Dochters en GSM

Al maanden twijfel ik. ik merk dat als ik een blog in het Nederlands schrijf, ik gemiddeld toch één à twee reacties krijg. als ik dat in het Engels doe, is het sterk afhankelijk van onderwerp en timing en referenties die ik in de blog zelf vermeld. Het moet ook gezegd, feit dat er doorverwijzingen zijn op facebook en linkedin, maakt het ook een stuk zichtbaarder. Je moet daarvoor zelf communicatie jongen zijn om nog te geloven dat je eigen website de navel van de wereld is.
Anyway, tenzij het uitzonderlijk nog nodig is, schrijf ik vanaf nu in de taal van Vondel. Een taal waar ik overigens van houd, en die meer en meer in de verdrukking komt, in dit digitaal tijdperk van hapklare schrijfseltjes.
Het is niet normaal dat vrienden heimwee krijgen naar iemand die het woord epigoon kent, het is niet normaal dat jonge mensen zich tegelijkertijd afvragen of ik niet te veel koketteer met moeilijke woorden. Ik volg de discussie op de voet, en wil geen taalpurist worden, ik ken de argumenten pro een dynamisch taalbeeld, maar ik word er zo triest van.
Is het zo moeilijk om de dt regeltjes te kennen? Is het zo erg om bepaalde woorden te gebruiken die een juiste omschrijving geven van wat men meent te moeten zeggen eerder dan een halfslachtige omschrijving?

Het brengt mij naadloos bij mijn volgend onderwerp. Gisteren stond de wereld even stil. Mijn dochter had haar GSM in bad laten vallen, en het drama was enorm.
We kunnen stilstaan bij een aantal zaken.
Ik maakte vroeger deel uit van een warm gezin, waar er een zwart  -–neen, op een bepaald moment kregen wij een modern stijlvol beige RTT toestel, met drukknoppen –  in de gang stond. Het toestel werd bij hoge uitzondering gebruikt om dienstmededelingen van en naar de familie te versturen, en kreeg nadien een frivoler gebruik toen mijn broers en ik onze sociale contacten ermee voedden (2 d ’s omdat het een verleden tijd is). Geen haar op ons hoofd dat er aan dacht om dat ding mee in de badkamer te nemen. De telefoon was ook geen bron van stress, eerder integendeel.

Nog later namen we uit Boston een draagbaar toestel mee, met een antwoordapparaat… nou, nou, nou… dat was vooruitgang!
Een berichtje op het antwoord apparaat werd al op voorhand aangekondigd door een vrolijk knipperend led lampje…Het was een familiegebeurtenis om daar naar te luisteren!
En nu heb je dus dochters die hun gsm mee naar bad nemen. Ik kan me de diepte van die boodschappen waarschijnlijk niet meer voor de geest halen, maar het gaat allicht om vijf levensbelangrijke minuten waarbinnen er een antwoord geformuleerd moet worden op de meest existentiële vragen van het kaliber ‘Oe ist?  Of ‘edde naar B2 gekeken?
Feit dat je niet bereikbaar bent, en niemand kunt bereiken wordt ervaren als een reëel manco en een bijna levensbedreigend gegeven. Ik herken het ook in mijn professionele omgeving, waar de obligate fatsoensgrenzen al lang verstreken zijn… bellen betekent onmiddellijk terugbellen, en onmiddellijk betekent niet  binnen de 24u, maar bij wijze van spreken binnen het uur. Ik weet niet of ik daar nog aan wil meedoen. Misschien moeten we hier terug iets normaler mee omspringen?