Het droevige, alternatieve meisje

Het overkomt mij heel af en toe dat ik het openbaar vervoer neem. Ik zou het vaker moeten doen. Anderzijds, het openbaar vervoer is misschien wel openbaar, maar het vervoert niet zo heel goed, en het pakt verdomd veel tijd. En als ik de twittertjes mag geloven moet ik me meestal gelukkig prijzen, want ik maak de ergste drama’s niet mee.

Nu, ik wou het niet zozeer over de kwaliteit van het openbaar vervoer hebben, als wel over de mensen die het gebruiken. Allerhande pluimage, en best boeiend om daar verhaaltjes bij te verzinnen. Zo zat ik op de bus tussen Lochristi en Gent centrum (eigenlijk best een vlotte verbinding, ik ga die echt nog gebruiken) en tegenover mij zat er een jong meisje, vlotjes in een boekje te schrijven en te lezen. Dan ben ik al meteen geboeid, ik hou van mensen die aantekeningen maken. Die een beetje rusteloos alles in zich opnemen, en dat waarschijnlijk verwerken in woeste, smerige, levensbeschouwelijke verhalen, of kleine lieve aantekeningen over het eigen zijn.

Het meisje schreef en schreef, en keek niet op. Behalve om haar lipjes bij te stiften met een labello. Dat vond ik dan weer mooi. Ze was grof geschat dezelfde leeftijd als mijn oudste dochter, die dan weer veel minder in schriftjes schrijft, maar wel heel open in het leven staat. Soms zelfs wat te open, naar mijn smaak. Soms zou ik ze even ingetogen willen zien als dit meisje. Soms…  Mijn dochter houdt van bloemenjurkjes, van kleuren, van grappige handtassen, van rode schoenen, gele truien, oranje sjaals. Mijn dochter is geen trut, laat ons daar wel duidelijk over zijn,  maar een zelfbewuste, jonge vrouw, met een groot hart, en een fijn werkend verstand. Ze gaat naar Dour in een rood vichyruitjeskleedje, en is bij momenten een hele verzameling Amélie Poulains op heurzelve. Mijn dochter is ook luid, vrolijk en drinkt haar hele vriendenkring op een hoopje als ’t moet, ondertussen snedig opmerkingen lancerend over het leven.

Dit meisje had nooit mijn dochter kunnen zijn. Het was een herfstkleur kind. Ik werd er zelf een beetje treurig van. Alle kleuren moesten vaal zijn, en een beetje donker, en een beetje afgewassen. Ik houd daar niet van. Ik vind het ook iets niet-zo-fris hebben. Is dat omdat het leven lijden moet zijn? Omdat de donkerte van je kleren uitdrukking geeft aan je visie op deze troosteloze aardkloot? Ik mag hopen van niet.  Het meisje was amper twintig, ze had bovendien een erg lief gezicht, en ik ben er zeker van, mocht ze heur haar niet verstoppen onder een vaalkleurig mutsje, en iets meer fruit eten, dat ze er best appetijtelijk zou uitzien. Maar zelfs haar piercings hingen er een beetje neerslachtig bij…

Het is mijn heilige overtuiging dat je een doffe uitdrukking krijgt van linzen en graansoorten eten, zeker als het uit overtuiging gebeurt. Zulke dingen moet je eten omdat je ze graag eet… Soms, en dan weer eens iets anders. Gewoon omdat het lekker is en dat mag.

Ik vermoedde een grote soberheid, droevige reproducties van obscure Oost-Europese artiesten en treurige muziek en vreselijk moeilijke films. Zo van die draken die vroeger de Gouden Palm wonnen, en die na het bekijken ervan uitnodigen tot het nuttigen van liters slechte alcohol, omdat het leven nu éénmaal geen feest is.

Waar is het misgegaan als je al zo vroeg in het leven uiting geeft aan donkerte? Of ben ik te oppervlakkig? Ze heette waarschijnlijk Prunantia of Bérénice of zo, waardoor nog maar eens bewezen is, lieve toekomstige ouders, let toch op met de voornaam van uw aanstormend kindje…

WC’s, omdat het zo lang geleden is…

even wuiven

U kent onderhand mijn fascinatie voor de  toiletten in menig publieke plaats. Wie dat nog niet wist, nodig ik met aandrang uit om eerdere stukjes te lezen.
Er is iets serieus mis met  het gevoel voor humor van designers en facility managers voor toiletten. Voilà. Het is er uit, het is gezegd.En ik ben het grondig moe.

Ik weet niet hoe het bij de dames is, maar ik ben het beu om te moeten ontdekken waar ik nu al dan niet mag plassen in de toiletten van een stylish gedesigned restaurant of hotel.
U denkt dat ik een grap maak? Ik kan u verzekeren dat menig mooi, lichtgrijs pak bespetterd werd, door hetzij een onoordeelkundig gebruik van de faciliteiten, hetzij een onnauwkeurige plaatsing van het lichaam ten opzichte van het kunstig aangebrachte afwateringssysteem. Designers en facilitymanagers allerhande schijnen immers  uit het oog te verliezen dat die sproeikoppen aankalken. Het gevolg daarvan is dat de sierlijke bedoelde straaltjes die vanaf 3m hoog, de taps aflopende aluminium piswanden dienen te spoelen, niet meer of niet minder doen dan als semi-performant brandalarm de hele ruimte en al wie er zich in bevindt besproeien.

Een vriend van mij heeft het ooit gepresteerd om in zo’n design pissijn te staan plassen in het artefact dat bedoeld was om de handen te wassen, omdat hij het ook allemaal niet begreep. Ik kan hem daar perfect in volgen. In tijden van hoge nood en/of waterdruk moet de oplossing voor de hand liggen.En ons oog is geconditioneerd op die mooie witte porseleinen bakken. Geef ons dat toch, of de kans is niet onbestaand dat we uw verfijnd italiaans stucwerk gaan taggen, of uw prachtige kalkstenen bezetting vernielen met ons wild geplas. Wij zijn simpel, met een primaire drift, en die willen we bevredigd zien.

In de supporterskantine van RSCA vullen ze die witte bakken ook nog eens met ijsblokjes.. Die mensen hebben begrepen waar het echte venten om gaat.. (neen, ik treed niet in de details, het heeft te maken met competitie).

En dan het volgende. Handen wassen. Ik gebruik de faciliteiten van een restaurant niet om een studie te maken over hedendaagse waterspoel technologie en sanitaire plaatsing.
Ik wil zo snel mogelijk terug bij mijn gezelschap, en mijn wijn zijn. Wees mij ter wille. Zorg voor simpele robuuste toestellen waarvan het gebruik -andermaal- voor de hand ligt.  Ik zie nu restaurants waar het personeel met bordjes aangeeft dat het hier om een ‘kniekraan gaat waarbij de bediening dient te gebeuren door het indrukken van de metalen staaf aan de linkerkant onder het wasbakje’.  Waar zijn we mee bezig????  En al die handig ingewerkte blazers, dispensers, doseerders? Maak het toch wat simpeler,  laat die krengen gewoon vlot werken, met behulp van forse mannelijke bedienknoppen, en niet van die nichterige led-verklikkertjes die we de helft van de tijd niet vinden.

Wat je nu ziet is dat het gemiddeld herentoilet van een goedbevolkt restaurant vol staat met molenwiekende, wuivende venten, die zich idioot staan te aan te stellen om ergens een stukje handdoek te bemachtigen of een spoelsysteem in werking te krijgen.
Op papier zag het er ongetwijfeld erg nifty uit, maar het werkt niet, echt niet.

Ik wil niet wuiven op toilet, ik wil daar weg!

Twit-Insomnia

Vrees niet, ik ga er geen wetenschappelijke verhandeling over maken. Ik heb er zelfs geen mening over. Het valt mij wel op dat velen ‘van de sociale media’ er over zeuren. Dat snap ik dan weer niet.  Tenminste ik snap niet dat ze er over zeuren, wel dat ze’t via de sociale media doen, smartphone bij de hand, weet je wel.

Je ziet dat op Twitter. De bravere klagen zo rond een uur of twee dat ze niet in slaap geraken. En de moeilijkere gevallen beginnen zo rond half zes te constateren dat ze wakker zijn. Ze melden dat aan de wereld zoals we dat tenslotte allemaal massaal beginnen doen, als we koorts hebben, of last van ongebonden stoelgang, etc… het hoort er gewoon bij.  Wat ze nadien doen is onbekend. Terug in slaap vallen, iets leuk doen, of hun dag aanvatten.

Ik vind zes uur een mooi uur om op te staan. Niet altijd. Als ik naast mijn lief lig, lijkt me dat een ideaal moment om de liefde te bedrijven, of minstens gezellig te knoerftelen in elkaars lichaamskronkels (ik laat jullie eigen verbeelding hier invulling van geven).

Maar als dat niet het geval is, dan sta ik met plezier op. Genieten van een stil huis, de eerste kop koffie, flardje muziek als ik er aan denk,  en twee honden die, raar maar waar, altijd enthousiast klaar staan om te begroeten en met hun oren flapperend te kennen geven dat een wandeling best leuk zou zijn.  Behalve als het regent.

Op een fijne wijze denk ik het helderst in de ochtend. Ik hoor u zeggen, dat dat inderdaad zichtbaar is aan de rest van mijn denkproces tijdens de dag, en leg die smalende opmerking even naast me neer. Ja, u bent gevat en geestig. We gingen het over insomnia hebben.

Ik vind 2u ook niet zo’n abnormaal laat uur om te slapen, je hebt het idee dat je de avond helemaal gepakt hebt, en zelfs een stukje van de nacht hebt kunnen snoepen vooraleer de sponde op te zoeken. Gulzig leven, het is me wel toevertrouwd.

Wat bedoel ik dan eigenlijk met insomnia? Voor mij is het het onderbreken van de slaap op een minder gewenst moment, gekoppeld aan het onvermogen om opnieuw in slaap te geraken.  Als je alleen leeft heb je minder last van de sociale druk, het zal mijn beesten bijvoorbeeld worst wezen of ik om drie uur ’s nachts terug mijn nest uit kruip en keihard Rammstein speel om mij af te reageren, zij zijn blij. Als ik in Zoersel de sponde deel, ben ik daar iets omzichtiger in.  Meestal beperkt het zich dan tot nachtlamp en boek in bed.  Het gaat er hem dus vooral over wat je ermee aanvangt als je in bed blijft liggen. Naast erover twitteren.

Waar ik het eigenlijk wil over hebben is attitude. Ik merk dat mensen zich ergeren aan het fenomeen, zuchtend vast stellen dat ze niet kunnen slapen, daar getuigenis over afleggen, en er waarschijnlijk diep ongelukkig over worden. Zo zonde. Embrace your enemy…

Hoe gaat het bij mij? Op een doordeweekse avond ga ik slapen wanneer ik daar zin in heb, meestal na avondwandeling en douche, kwestie van wat proper te zijn.  Een boek kan daarna nog, regeltjes zijn er eigenlijk niet.

Morpheus komt, en neemt me mee. Tot daar spreken we van een proces volgens de boekjes. En vanaf dan kan er van alles gebeuren… Maar meestal gebeurt er altijd hetzelfde, na 3 u, 4 u, besef ik dat ik mijn ogen open heb.

Soms word ik wakker in een poel van zweet, wat erg onaangenaam is, maar anderzijds ook wel wat voldoening geeft, zo van: ‘Hard en snel geslapen!  goed zo, mijn jongen!’. U merkt, ik ben een optimist hè, en een sportman in hard en nieren, alles is competitie.

Meestal is het een erg factueel gegeven:’Voila, dat was het voor vannacht’. Zonder frustratie, nogal sereen eigenlijk.
In het begin strubbelde  ik nog een beetje tegen, probeerde ik er tegen te vechten. Zoals met zoveel dingen helpt dat niet.  Ik heb ook geen aanvechting meer om het bed te verlaten. Ik word ook niet lastig van het eventuele slapen van mijn lief, integendeel, het is een rustgevend geluid, zo’n gelijkmatige ademhaling.

En inderdaad, ik neem een iphone om te kijken hoe laat het is, en meestal glijd ik dan even door naar tweetdeck, om vast te stellen dat de tijdslijn zich in de US of A aan het ontwikkelen is, en dat die mensen niet echt zitten te wachten op nederlandse tweets.

Hier en daar ontwaar je al eens een gelijkgestemde of een laat feestbeest, en dan is het wel aangenaam om even over en weer te flitsen met wat berichtjes.
Meestal wentel ik mij echter terug in het donker. (Het is overigens een mythe dat hanen kraaien bij het gloren, die beesten beginnen daar veel vroeger aan, en doen er continu mee verder, zeker als er binnen gehoorsafstand een tweede zit. Maar dit volledig terzijde)

Wat voor mij wel helpt in het proces( hoe moet je’t anders noemen?), is dat ik merk dat we met velen in mijn huis wonen. Er is ik, de Guido. Er is uiteraard ook de kleine kolonel, die op crisismomenten de overhand neemt. Elke vent ontwikkelt al heel vroeg een soort interne dialoog met zijn jongeheer, dat is gewoon zo. Wij geven hem ook een naam, wat ik niet veel dames weet doen bij heurzelves. Maar op zo’n momenten is er niet veel ‘dialogue interne’ met de jongeheer.
Naast hem is er ook een soort dissociatie tussen lichaam en geest, waarbij ik, de originele Guido, als een soort bemiddelaar tussenkom: ‘Jongens, ok, dat de geest wakker is, maar laat het lijf tenminste rusten’. Kid you not, my own personal form of yoga, i guess.

Het is ook de fijnste manier om de kansen tot opnieuw slaap te maximaliseren. Ik ga op mijn rug liggen, om het lijf de kans te geven te ontspannen, en laat de geest wandelen, spelen, piekeren, denken. De regels zijn simpel. Het lijf mag niet zeuren over kriebels, moeilijk liggen of wat dan ook, en de geest moet het lijf gerust laten liggen. Gerust vind ik persoonlijk een mooie in deze context. Geloof het of niet, maar dat werkt.

Meestal trek ik het zo wel tot 6 uur, en kan ik opstaan, douchen, doen wat ik wil, maar soms, heel soms, val ik als vanzelf terug in slaap, en dat is pas echt leuk.
Bovendien – ik geef toe, het is wat vergezocht, maar voor mij werkt het wel – heb ik proefondervindelijk mogen vaststellen dat de benadering van problemen, of stellingen ’s nachts toch altijd iets geladener is, en als het dan dag wordt, heb je ineens veel heldere en simpele oplossingen. Iedereen wint, want je wordt er vanzelf blij om.

U merkt het, insomnia, u moet het met de nodige sereniteit omarmen, en dan is het niet half zo erg.
En ik merk ook dat ik er niet echt veel last van heb, omdat ik een zelfregulerend lijf heb. Heel af en toe slaapt het gewoon als een blok door alles heen.. Kermende, zeikende honden, bronstige lieven, aanbellende postbodes, irriterende wekkers, opspelend schuldgevoel, niks mee te maken. A man in full doesn’t really care.

Hoe moeilijk kan het zijn, koffiekoeken bestellen?

Er zijn relatief weinig dingen waar ik me echt aan stoor. De zondagse file bij de bakker en het gestuntel met bestellingen, dat is ergerlijk, en dat hoort er dus bij. Er mogen nog zoveel bedienmeisjes klaar staan. U met zijn allen, slaagt er in om dat proces gigantisch te vertragen, door  gewauwel, onzekerheid en problemen met de nomenclatuur. We gaan daar hier en nu een einde aan maken. Procedures!

Tenzij u naast de bakker woont hebt u ruimschoots de tijd om op weg daarheen te overpeinzen wat de bestelling dient te zijn. Denk even na, echt niet lang.
Variabelen hier zijn

  • aantal leden van het gezin en eventuele inslapende uiteters (ik denk hier aan lieven en ander tijdelijk schorremorrie)
  • Aantal broodmaaltijden die te voorzien zijn (desgewenst ook aantal disgenoten aanpassen, simpele wiskunde)
  • Goestingskes, voorkeuren, speciale wensen.

Wanneer u dat overwogen hebt komt u normaal gezien uit op iets erg simpel, in de stijl van : “2 broden, 10 witte en vijf bruine pistolets, 3 strikskes, 5 achtjes, twee donuts en 4 chocolade broodjes”.

Vanaf hier is het simpel. Denk even mee. De bakker – of zijn/haar winkelmeisje hebben als voornaamste taak het verpakken van uw wensen. Alles ligt klaar, lekker vers uitgestald, en ze zijn er voor u.We moeten dus de boodschap overbrengen, duidelijk, helder en zonder ambiguiteit.

Om het verhaal efficient te laten verlopen , stel ik een hoffelijke en éénvoudige procedure voor:

Begroeting : Een kort en Krachtig goedemorgen volstaat, tenzij u echt op persoonlijke voet staat, dan kan een knipoogje ook volstaan.

Bestelling van de categorieën.  Altijd beginnen met een telwoord, dat de totaliteit van de bestelling expliciteert. Zeg dus wel 2 Broden, 10 sandwichen, maar nooit : “Euh, ik zou wat broden moeten hebben”, Of “Euh, ja, 4 sandwichen, 2 pistolets…”

De reden is simpel : De zak. Er zijn kleine en grote zakken. als u veel wil, dan past dat niet in een kleine zak. Tekeningetje nodig? Neen toch.

Eens u ongeveer de totaliteit van de bestelling kent, kan de mevrouw beginnen bijvullen. Voor de kenners, begin met de meest robuste koffiekoeken, zodat die onderaan in de zak liggen. Vers afgebakken botercroissants verdragen geen zware boule de berlins op zich. Het is een kleine mentale oefening, maar u zal zien, als u ze zich eigen maakt is het zondags genot aan de ontbijttafel nog zo groot.

De Nomenclatuur nu. Belangrijk en ergerlijk punt. “Twee van die, en drie van die” doens’t cut it. Hoe lang woont u al in ons land? U hebt gestudeerd, u kunt lezen, hoe moeilijk kan het in godsnaam zijn om te leren welke soorten koffiekoeken uw bakker in voorraad heeft? Vloerkes, kampioentjes, roggeverdommekes, strikskes, achtjes lange suissen, ronde suissen… kom op! Het is echt geen kernfysica. En als je’t echt niet weet, vraag het dan. Eén keer, en onthoud het.

Dictie : spreek luid en duidelijk, liefst met een heldere oogopslag erbij, zodat u in de gaten kunt houden of alles erbijzit. Gemompel is uit den boze, hoe zwaar de kater ook. Grapjes zijn al helemaal niet nodig, niemand is er in geinteresseerd. De winkelmeisjes niet, en wij al helemaal niet, wij willen u zo snel mogelijk zien vertrekken, hoe mooi of intelligent ook, wij willen ontbijten met onze geliefden, u staat in de weg.

Betalen. Als heel de zwik besteld is, komt er nog iets belangrijk. Betalen. U staat ondertussen al behoorlijk lange tijd binnen. Is het dan echt zo moeilijk om een slag te doen naar, een schatting te maken van het vermoedelijk bedrag? Vervolgens dat geld ook bijeen te zoeken,  hetzij een biljet hetzij een min of meer ingeschat bedrag compleet met kleingeld?  Of schrok u van de vraag om te betalen? Zodanig erg dat muts, sjaal, handschoenen, ineens weer afgedaan worden en het pietepeuterig portemonneeke uit de diepten van uw vestimentaire gelaagdheid dienden opgerakeld om daar dan met zuchten en steunen wat geld uit te pellen?

Kom op, het is niet verboden na te denken, en al helemaal niet op zondagochtend, met tien wachtenden achter u.

Willen we dat vanaf nu afspreken? Dan blijft iedereen gewoon even goed gezind als ze weer bij de bakker buitenkomen. De bakker zelf ook.

Lochristi leeft!

het sfeercafé...

Ja, mijn dorp, het is me wat. Amper bekomen van een fantastische viswinkel of een creatieve brillenman, of onze vrouwvriendelijke bakker en hier zijn we weer. Met de Picasso. Een zelfgepromoveerd sfeercafé, voorwaar.  Begrijp me niet verkeerd, ik houd wel van de Picasso, maar toen ik er vanmorgen voorbij kwam (ja, met de honden), schrok ik toch even.

U moet weten dat ik voorstander ben van enige couleur locale. Ik vind ook dat je een soort stamcafé moet hebben in je dorp. Cheers, maar dan minder grappig, bij momenten zelfs triestig. Was Cheers eigenlijk grappig? Dat houden we voor een andere keer.

De Picasso in Lochristi dus. Toen ik er – echt waar – twee dagen woonde (in het dorp dan), ben ik er binnen gegaan, op aanraden van mijn zoon, omdat het niets voor jonge gasten was, zei hij. Ik mocht er naadloos uit concluderen dat het dan allicht wel fout genoeg was  voor oude zakken.

De Picasso is een café zoals een café moet zijn. Rumoerig, gezellig, druk. Onmiddellijk babbel, onberispelijk getapte pinten, en toen men hoorde dat ik er nog maar net woonde kreeg ik een babbel en een hand van de sympathieke uitbaters, een jong stel met grote horeca verwachtingen en dito werklust. En niet eens ‘gemaakt’, want de man groet me nog steeds als ik voorbij zijn etablissement kuier. Ik ben er sindsdien niet meer geweest, omdat – in weerwil van de aspiraties – ik niet zo graag alleen op café ga in Lochristi. Dat heeft iets zielig. Vind ik.

Wat stoort me dan aan het prentje? Vanalles!

Om te beginnen, het epitheton, sfeercafé? Wie bepaalt zoiets? En waarom is het nodig om dat op de gevel te zetten? ‘Oh, het is een sfeercafé! We zullen er al maar wat sfeer inbrengen van bij het binnenkomen, zeker?’
Ik heb het er vroeger ook al eens over gehad, in verband met de zelfverklaarde lekkere quiches. Laat de consument misschien beslissen? Sfeer kun je niet kopen, hè. ‘T is er of ’t is er niet.

Wat bezielt iemand om dat op zijn gevel te laten hangen? Fijn ook, als je er binnenkomt op een week-avond en er zitten drie verzopen zagen aan de toog. Lekker sfeertje , mijnheer! Een beetje opgefokte, opgelegde vrolijkheid, dat heeft die kroeg niet nodig, die was al meer dan ok.

En dan nog iets, maar da’s dan meer voor de vakmannen onder ons. Het is een Jupiler café.  Wie de laatste twintig jaar bier van Jupiler heeft gedronken denkt dan wellicht toch minstens aan een rode kleur en wat misplaatste grapjes over stierenkloten en schuimkragen.

Wie Maes en godbetert Safir of Zeeberg prefereerde, die denkt aan blauw en sterren en diamanten. Maar dit is toch helemaal fout? Tenzij ze natuurlijk van biersteker veranderen, en het binnenkort een Maes café wordt, dan trek ik mijn woorden terug.

Mijn derde opmerking is puur esthetisch. Het schreeuwt. Het doet af aan authenticiteit, het ruikt naar marketing en propaganda van de verkeerde soort. Wie op zoek is naar een juiste kroeg gaat hier niet meer binnen, en ten onrechte. Het is geen bruine kroeg, het is een tof café, waar je voetbal kunt kijken en kletsen, en voor mij is het nu gewoon een beetje kapot.

Spijtig allemaal. Wie nog andere gevallen van sfeercafé tegenkomt, mag ze me altijd opsturen, ik vind het fenomeen best boeiend.

Retail : smerig eten

Laat er geen misverstand over bestaan. Ik ben een retailmens. Jaren heb ik gestudeerd op het het precieze aantal F1, F2NI en de andere. Verhitte discussies over de impact van ‘de diepvriezers bij Aldi’. Grenzeloos gezocht naar het gewicht van elke afzonderlijke keten binnen de F1, immers, zo wist je wat een promotie echt voorstelde.
U raadt het, ik refereer naar mijn Nielsen verleden. Ik heb er veel geleerd. Ik kom nog uit een periode dat GB de onbetwistbare grote was, beste locaties, grootste winkelpunten en parkings, breedste assortiment.
Maar het was toen al een beetje een reus op lemen voeten. Waar de andere, kleinere ketens, keuzes maakten, positioneringen uitbouwden en probeerden hard te maken (en geloof mij, in retail is dat erg hard werk), sukkelde GB-Carrefour met het eigen oude imago  van ‘grande dame’ en de hardnekkigheid van de syndicale afgevaardigden om eerder dat imago te verdedigen dan de nieuwe harde waarheid te aanvaarden: ’t was oorlog, maar ze hadden het niet door.

Er was een tijd dat key accounts met afschuw naar ‘de aquariums’ in Evere trokken, om zich te laten uitpersen en grillen door vakbekwame  GB-aankopers. Nu hebben ze meer schrik van de aankoopdienst van Lidl en Aldi.

Ik ben een Delhaizewijf, ik ben het geworden. Fris, vers, vriendelijk, juiste keuzes, ik kan het niet goed uitleggen. Ik koop er ook altijd teveel, en met plezier.

En vandaag stond ik in de Carrefour, mijn oud lief. Het huismerk, de vertrouwde thuisbasis, zelfs al als student. En ik werd triest, depri zelfs. Het is een Oostblokwinkel geworden. Groot, hel licht, veel te krijgen, en niks lekker. Ik heb het strikte minimum gekocht.
Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Want ik had behoeftes! Ik ben alleen thuis, ik wil pampering, ik wil lekker, ik wil wel iets uitgeven. En het lukte niet. De wijn en spiritualiën, mijn favoriete rayon.
Achteloos voorbijgelopen, ten prooi aan ergernis over ‘niet vinden’. Niet vinden, daar gaat het ook over.

Ik heb vroeger wel nog zo’n beetje Category Management gedaan. Ik durf hier en nu te beweren, dat ze’t bij Carrefour niet goed doen. En hun shelf management ook niet. Maar dat is voer voor specialisten, iedereen weet dat dit hier een meer badinerend hoekje is. Meerwaarde met de glimlach, of ergens één juist zinnetje, meer ambieer ik niet. Ik wil entertainen, Carrefour duidelijk niet.

Ik zocht iets om te eten. Met smaak, als vent die alleen thuis zit en zijn kop op schrijven gezet heeft. Dat is niet zielig, dat is erg prettig! Zet mij in zo’n state of mind iets lekker voor, en ik koop het. Hier dus niet! En gaandeweg kwam de speelvogel boven. ik zag dingen die ik anders nooit zou kopen, en begon me te verwonderen.

Pangasiusfilet met kreeftensaus. Erg lelijke verpakking, pareltje van copywriting ook. Wie wil er nu Pangasius eten?  En kreeftensaus, dat is echt armoei. Je wil kreeft eten, maar je wil toch geen ‘ersatzvis’ genappeerd in vieze saus van een mooi beest?
Pangasius, Het klinkt al als een ziekte… het is het misschien ook: “Mijnheer en Mevrouw Kabeljauw, we hebben slecht nieuws, uw kindje is een pangasius”. Zoiets.
Pangasius is voor vis wat Babybel voor kaas is, en Surimi voor krab, maar dan met minder marketingbudget.

Maar ik kan u verzekeren, ik heb met zekerheid het walgelijkste eten ooit gevonden : Van een merk dat in zijn tijd geen onverdienstelijke tv reclames bijeensprokkelde ‘Charal’ .

Mijn aandacht werd getrokken door ‘2 hotdogs Moutarde’, ready to eat. Ik ga voorbij aan de flagrante fout om het niet tweetalig te doen, want ik heb een zwak voor het merk. Maar hier wou ik meer over weten.  Men beloofde mij bovendien zaken als ‘Doré & Moelleux’, ‘Saveur & énergie’  ‘…et un grand plaisir gustatif’.  Zeg nu zelf, daar kan je toch niet aan weerstaan?

Ik was nog niet goed thuis, of ik zou het proberen. Nou, nou, nou… de hele zwik in de microwave, en er komt na 40 seconden een hete, kleffe hap uit.  Ik hou van kleffe hap. Mij mogen ze wakker maken voor broodje kroket, voor hamburgers, voor authentiek smerig eten. Dit was het niet.

Niet te vreten, echt niet!  Met kaas bovendien, of processed cheese.
Ik heb hun aanbeveling om selectief te sorteren met het vuilnis (cf foto ook ter harte genomen : mijn honden zaten er niet mee. hieronder de foto reportage van het gegeven.

voor

tijdens

Na

En een kleintje om het af te leren.
Elke mama die al eens hongerige kindjes van en naar het zwembad heeft gebracht, weet hoe simpel het is om een  zak sandwiches of broodjes te kopen, wat Zwan worsten op te warmen en met een lik ketchup erbij, een hele horde stil te krijgen.
Geen geld, poepsimpel, en nog lekker ook. En dat gaan ze dan proberen éénvoudiger te maken. Convenience, weet u wel?

Dan zijn er toch wel andere dingen te doen? Dit is armoe, en dure armoe op de koop toe. En, beste mensen van Carrefour, ’t zal wel niet toevallig zijn dat het een Frans merk is, maar ik voorspel werkelijk lousy rotatie cijfers.
De hond lust er de brokken van, dat wel, maar normale mensen? echt niet.  Allez hop, aan’t werk, en dat ik het niet meer zie, hè.

Koopzondag : Opzouten* graag

Ik weet het, ik moet er misschien niet bij stil staan, maar ik vind dat mooi, kleine observaties en de mogelijke verhaaltjes erachter.

Stel je voor, koopzondag in Den Bosch. ‘Shopping Frenzy’ in een anders erg gezellig stadje. Tussen de mistletoe en het kerstgebleir, één heel mooie uitzondering. Nadrukkelijk. Iets in de stijl van : U koopt anders ook niet, fuck all dat ik er ook nog eens mijn zondag voor ga opofferen. Uw gezelligheid is de mijne niet, en al helemaal niet als ik er ook nog eens met korting moet door verkopen.

Wat ik er bijzonder mooi aan vind is het denkproces.
Ik vermoed een ietwat vermoeide, cynische man, die eind november de halloween toestanden opborg, om wat Kerstspul op te hangen, voor de gezelligheid. Inclusief sneeuwsterstickertjes. En dan nam de ergernis en de contemplatie toe. Fuck all, waarom zou ik… het is toch ook wat, jaar na jaar moet ik met heel dat cirkus meespelen, en het moet nu niet al te gek meer worden.
Naarmate de eerste koopzondag naderde groeide de recalcitrantie. Niks Ho, Ho, Ho, niks jingle bells. Gortdroog ‘Gesloten’ kwam in de plaats. En om er geen misverstand over te laten bestaan dat het ee nbewuste daad was, schreef hij er een briefje bij. Met uitroeptekens. Twee!! Niks geen facebookgroep of twitteractie.Neen, stil, lijdzaam verzet van de kleine middenstand. Kleinburgerlijke ongehoorzaamheid. Neringpoëzie.

(*Opzouten : courtesy Karin De Bruyn)

Tecno Deli

Aaaaaah, de wondere wereld van de naamgeving in Vlaanderen bij de kleine neringdoender. Ik heb een winkel ontdekt die Tecno heet, en algemene voeding verkoopt.

Ik heb – echt waar – een hele middag lopen denken aan alle mogelijke verklaringen, om het uit te leggen, en ik kom er niet. Dus wie de eigenaars kent… leg het mij uit. Ik heb Oostblokreminiscenties, ik denk aan de vroegere Pewex winkels in Polen, maar Tecno…?

Teun en Norbert, maar waar zit die c er voor iets tussen?

Notec… dat zou kunnen, ze verkopen niets technisch en dan een woordspelletje door het om te keren.

Toch Enkel Cash Niets Overschrijven?

U voelt het, ik heb hulp nodig. En ik geef meteen ook mee dat ik nooit een  TV zou kopen bij een electro zaak met de naam ‘Deli’.

Iet verderop was ook een kapperszaak die bij wijze van spitsvondigheid zichzelf het “Hals Kappertje” noemde. De nekkliever ware ook mooi geweest. Eigenaar dezes verwijst op spitsvondige manier naar het dorp (Halle Zoersel), maar voor de niet ingewijden blijft het een akelige naam, of ben ik alleen met die mening?

Jeugdsentiment: du coté de chez Swan

Er gebeurt wat bij de middenstand in Lochristi. Ik heb eerder al gewezen op onze ambities om een soort lokale A12 te worden, een spuuglelijke drukke steenweg, met aan beide zijden de klassieke saaie winkels : textiel, keukens, auto’s, tuincentra, DIY  and the likes.

Maar heel af en toe bekruipt mij een warm gevoel als ik bezieling en authenticiteit voel. Ik heb al eens gerefereerd naar de beste viswinkel in de wijde omtrek en nu blijk ik ook nog eens gestoten op de fijnste opticien, of tenminste een originele brillenboer. En die jongen heeft het niet makkelijk. In het dorp van Lochristi zijn -tig brillenverkopers. Zijn zaak ligt echter helemaal buiten de dorpskern. Enige voordeel, hij heeft een enorme traffic builder aan de visboer. Vandaar dat ik er ook wel eens binnenstap.

We gaan het niet hebben over de olympische minima waaraan de kleine zelfstandige moet voldoen (vriendelijkheid, correcte prijzen, stiptheid, behulpzaamheid), dat is allemaal dik in orde. hij heeft mijn hart gestolen door zijn etalage. Een etalage met 45toerkes…

En eentje sprong er uit. Dave, de jongere broer van Claude François als het ware, die het weliswaar anders ging proberen. Wie van onze leeftijd herinnert zich niet de blonde god met het wijd open hemd en het kroezend borsthaar, fijnzinnig geaccentueerd door een paarlenkrans van de foute soort… En die hond… Latente homo-erotische fantasieën à gogo. Verder ook nooit meer iets van gehoord, wegens nu ja, niet echt mijn genre, het franse vederlichte chanson, maar voor Dave en zijn côté de chez Swan heb ik altijd een zwak gehad. Ook omwille van het falsetto stukje, maar vraag me verder niet waarom dan wel nog.

Als ik de clip herbekijk word ik zo gekatapulteerd in de gezellige huiskamer van mijn ouders. Dentellekes op de wijnsteenrode zetels, en hummelkes op de schoorsteenmantel. Een schaal rookgerei op de onyx/albasten salontafel, armleun-assepotjes op brede leren riemen.. u was er ook toen?

schoon, simpele tijden, met meezingers…

Dank u mijnheer de brillenboer, voor een fijn moment in mijn kop.

De Uggiformen van de Latemse Ladies

Mode, het is fascinerend. Volgens Wikipedia is mode :

de manier waarop kleding, leefstijlen en opvattingen of een bepaald taalgebruik (uitdrukkingen) op een bepaald moment in de tijd leuker worden gevonden. Mode was vroeger dat wat ‘voorgeschreven’ werd door de modehuizen, maar tegenwoordig meer en meer een afspiegeling van op straat ontstane kledingstijlen die dan door de stijlbureaus en mode bedrijven opgepikt worden.

Vaak is het op het moment zelf niet helemaal duidelijk hoe het modebeeld is.

Dat vind ik wel mooi. Op het moment zelf niet helemaal duidelijk.  Ik weet met zekerheid dat dat niet het geval is voor de Uggs. En al helemaal niet voor Uggs in Latem. Je kunt er namelijk niet naast kijken. Al die vrouwen zien er hetzelfde uit, op deze winterdagen.

Je kunt geen welvaartstraktor zien of er stapt zo’n mens uit : beige broek, of minstens toch een herfstkleur, van die lelijke, platte berenpoten, maar dan wel duidelijk gelabeled.

Het geheel ondersteund door een burberry accent uiteraard) en een jasje met kleine (fake) bontkraag.

Die dames zijn ook volledig onderling inwisselbaar, met asblond bijgewerkte carré’s, en van die lippen die met een potloodlijntje geaccentueerd worden. Ook herfstkleur. discrete maar dure oorringetjes maken het af, de zorgvuldig gemanicuurde handjes geringd en wel in mouton retourné  wantjes, maar dan van een fijner beest. En dan shoppen, bij de delicatessewinkel, bij de speciaalzaken,  achter kerstrozen, in en uit de 4×4. Druk, Druk, Druk!

Wat het in Gent mooier maakt dan in de andere metropolen van ons land,  is de fantastische manier waarop er – ook in deze context, door deze ‘madammekes’ – met de taal omgesprongen wordt.

Mevrouw Temmerman (van het gelijknamige  koekjes en thee imperium) placht te zeggen dat er in Gent slechts ‘Twie toale gesproke wurrden ; Fransch é Gentsch”. Welnu in Latem hebben ze daar een gecultiveerde variante op gemaakt, die bij momenten hilarisch is.

Zeg bijvoorbeeld niet ‘Goh, dat is immens!’, maar wel ‘Oh mon dieu, da es immaans, waarrr’ Waarbij de mon dieu er perfect uitkomt, naadloos gevolgd door e kleine woordeke Gentsch, staccato en met nadruk zonder de ‘t’, gevolgd door een elegant Gents/frans uitgedraaide immense, op zijn frans, maar dan langer en geaffecteerder. Liefst ook met licht rollende ogen ter hemel slaande.
Het geheel wordt afgerond  door een lang gerokken ‘waarr’, met een frans rrrke.

Ik herinner me dat ik lang geleden mijn eerste appartement in Gent huurde, en dat ik het toen al fascinerend vond, het Hooggentsch ‘Maaarr Alléz Rolandke, ze gaan zij dat niet doen waarrr,  die ‘ott’ weegpakkeu, ge ziet gij toch ook da dae serieuze meschen zijn, waarrrr… Enfin, quoi”. (Een ‘ott’ is een dampkap)

Heerlijk is het,  en daarbij al die complexe vervoegingen met alle varianten van wederkerigheid, sappige r’s, franse rollingen, gutturale g’s waar mogelijk.

En nu dragen ze dus allemaal “Uggs, waarrr, t’es nie schune moar ’t es dure, en ’t es lijk eel convivialle  en comfortabel als g’op de golf en Latem staat, mijn doouchter heeft dezelfde…” En die dochter is dus voorbestemd om  later even uitgedroogd, afgedieet en doordrongen van materiëel besef door het leven te gaan. Spijtig waa!

Fatih 9000, vrie wijs!

De meningen kunnen verdeeld zijn, maar ik was hier eerlijk gezegd toch een beetje van onder de indruk.
Mijn dochters kwamen er mee thuis, ‘moede nu ne keer wa zien… ‘.
En ik keek.En ja, ik was eigenlijk wat ontroerd. De Brugse puurte, iedereen in Gent  weet dat dat een probleembuurt is/was. De Muide, ook zoiets, maar tegelijkertijd zijn dat stadsbuurten die iets hebben, iets uitstralen.
Gent blijft een vriendelijke stad, en uitgerekend onze Turks/Marrokaanse stadsgenoten blijken daar iets mooi mee te doen. Ja, ik meen het, mij uitlachen mag.

Uiteraard is het niet echt, echt goed, en gaan die jongens de charts niet stormenderhand veroveren, maar ze hebben wel iets gemaakt. Het zit redelijk knap in elkaar. Er is geen Gentenaar die het niet herkent, en die er niet een beetje warm van wordt. Dit is onze stad, we herkennen ze, we houden er niet altijd van, en het is wat ons op de één of andere manier bindt.

Ik hoop dat er zo nog komen. Ik houd wel van het rauwe enthousiasme… ook al is het niet mooi, zo is het ook niet bedoeld.

Tandartsen en Supermodellen

Vroeger had ik lelijke tanden, ik lachte besmuikt en was beschaamd om mijn ivoren wachters.

ik kon er wel alles mee eten, los door ijsjes knabbelen, ijsblokjes tegen laten tikken, ribbetjes en taai brood, allemaal geen probleem.

Na een jaar werken en ploeteren door een begenadigd tandarts (make no mistake, de man is een godswonder in zijn vak), heb ik nu een prachtige eetkamer, en zou – mocht daar reden toe zijn – breeduit kunnen lachen.

Alleen, ik kan er niet mee bijten, of ik durf niet, of het voelt vreemd, het doet zelfs een beetje pijn, verbeeld ik me . Erger nog, ik kijk op tegen eten, ongezien.

Ik eet nu puddinkjes, en vloeibaar voedsel. Dat kan toch ook de bedoeling niet zijn.

On the sunny side: ik vermager al lachend, ik vermoed dat supermodellen het ook zo doen. Er is dus nog hoop.

De fietser

Onlangs reed ik door een rustig dorpje. Plots werd mijn aandacht getrokken door een man van middelbare leeftijd, netjes gesteven broek, bordeauxkleurige polo, nette zijstreep in het onberispelijk gekamde haar, glimmende fiets.  Ik had er een foto van genomen, maar die ben ik jammer genoeg kwijt. U moet me dus maar geloven.

U kent het type? Ik weet niet wat het is, maar ‘Chinos en bordeaux polo’s van de betere merken’, bij mij roept dat al automatisch iets verkeerd op. En deze zeker. Hij viel me op omdat hij autoritair te kennen gaf dat hij, en hij alleen, nu, met zijn fiets, zou oversteken. Meteen! Molenwiekend met de handen, uitdagend gesticulerend naar het vierwielig gespuis. Hij kwam eraan! En Hij was een bewust zwakke weggebruiker, die verdomde goed wist wat zijn rechten waren. En niet alleen dat, hij zou zich laten gelden.

En hij  zou ze uitoefenen, zijn rechten en mogelijkheden, in de breedst mogelijke wijze, zoals ze hem door de instanties  toegekend waren. En het waren er een pak meer dan wij als stupide en agressieve automobilisten konden bevroeden, want hij had dat speciaal nog een keer zitten opzoeken op het internet, en er zijn internationale verdragen door Belgie geratificeerd die dat haarfijn uit de doeken kunnen doen.

Eén verkeerd manoeuver, één tik tegen zijn fiets, en immense claims rond morele schadevergoeding, lichamelijk letsel en ander onheil zouden ons deel worden. Dat voelde je.

Hij had vooraan op de fiets een tasje, nou ja, een flink uit de kluiten gewassen tas, met een micavoorstukje, waar fietskaarten in konden. Zodat je niet verloren reed. Hij had ook een snelheidmeter en verscheidene lichten. Zowel vooraan als achteraan.
Waarschijnlijk had hij ook wel ergens een kompas ingebouwd. En een dodemansknop  en alarmzender om het thuisfront te alarmeren bij langdurig wegblijven. Achteraan hing er overigens ook een tasje. Met fietsherstellingsmateriaal neem ik aan.

Bij deze man geen verrassingen, ‘ge moet zorgen voor uw materiaal’.  Het type dat voor alles een oplossing heeft, en waar de steeksleutels in de garage afgetekend op een bord multiplex hangen. Een enge man.

Onder de snelbinder een boek uit de bibliotheek. Waarom kopen, na één keer lezen is het toch maar om in de kast te zetten, en in die kast staan enkel de reeksen van Artis Historia, naast de fotoalbums van de reizen in de Alpen (neen we gaan niet naar ’t zuiden, dat zijn allemaal dieven daar, we zijn één keer naar ’t Como meer geweest dat viel nogal mee, Oostenrijks eten en zo, maar verder gaan we niet meer…).

Ik kan er niet aan doen, maar die mensen wekken bij mij een heel klein beetje agressie op. Het is te proper, te afgeborsteld, te berekend. Het soort mensen ook, dat er vast van overtuigd is dat ongeluk iets is wat je door je eigen zijnswijze over je afroept.

Brrr, een enge man op een fiets. Maar ik kan me vergissen natuurlijk. Dat zijn zo van die dingen die gebeuren in mijn hoofd…

Consumer in control?

geurige zonde

smakelijke zonde

Ze zeggen zoveel. Ze zeggen nu overal op het internet dat de consumer in control is.
Ik geloof dat niet. En al helemaal niet na vorig weekend. Nochtans voelde ik me helemaal ‘in control’. Bij herhaling zelfs, en in mijn hoofd nog meer.
Ik schets het beeld even. Ik zit op een terrasje in de zon. U kent dat, mooie zondag, borreltijd, de zon schijnt, de belofte van zoveel meer wenkt achter elk nieuw glas fonkelende rosé.
Het gezelschap is aangenaam, de gesprekken inspirerend.Een knabbeltje moet erbij komen! Ik bestel wat ‘vlammetjes’ en ‘shrimps’. De immer vrolijke en efficiënte kelner neemt met zwier de bestelling op en komt nauwelijks een kwartiertje later met de gefrituurde heerlijkheden. Zonde geurt lekker.

Ik proef, bespeur een geur van ammonia en bedank voor de garnalen. Mijn ‘zon’genote doet nog even of het aan mij ligt, maar komt bij de tweede hap tot dezelfde conclusie.
Wij laten het schoteltje onaangeroerd. De kelner komt afruimen en vraagt of het smaakte. Tja, als ‘t moet kan ik wel expliciet zijn. Niet dus. 
‘Hij bekijkt het wel even met de keuken’.
Een half uur gaat voorbij, niets gebeurt. Geen nieuwe portie, geen excuses, niets. We waren nochtans duidelijk, twee garnalen opgegeten, de rest onaangeroerd.

Ik besluit een andere kelner aan te spreken. Per slot van rekening zijn we hier als Belgen in Nederland serieus aan’t potverteren. Kelner nummer twee neemt zijn job ook heel erg ter harte, en gaat even overleggen met de keuken. Niet dus.
Op zo’n moment gebeurt er iets raar in mijn kop. Ik wil winnen. Ik wil dat iemand mijn klacht au sérieux neemt. ik verwacht geen nieuwe gratis portie, ik verwacht geen compenserende drankjes, geen vouchers, drank- of tegoed-bonnetjes, of wat dan ook, ik wil gewoon dat iemand de fout toegeeft en zich er voor verontschuldigt. Dat moet kunnen.

Ik speur nu naar nummer drie, en ik wil een überkelner. Ik krijg haar in het vizier, en ga ervoor. Zij gaat het ook even met de keuken bespreken. Ik weet al hoe laat het is.
Ik weet niet wat er zich in de keuken afspeelt, misschien zijn het wel erg vieze mannen, erg gewelddadig ook, maar niemand van het zaalpersoneel is ooit ongedeerd met een klacht uit de keuken teruggekeerd.
‘Kitchen is in control, consumers are given the impression of power’. We mogen klagen, dat wel, en zoals vroeger, mogen we beslissen om nooit meer terug te komen, maar verder dan dat gaat het niet. Daar ligt onze macht, alleen krijgen we nu de illusie dat we een stem hebben.

Adres op aanvraag, we kunnen hun reputatie nog met zijn allen om zeep helpen.  But then again, voor een bordje garnalen?

De kop is er af…

Maarten Gabriels

Koning in 2008, Keizer in 2010

Neen, ik wil er geen reclame voor maken, ik wil het zelfs heel stil houden. Tegelijkertijd ben ik razend enthousiast. De ‘stille’ competitie van een aantal polderdorpen in de Antwerpse haven, te mooi om niet over te vertellen, maar ook te mooi om te grabbel te gooien.

Alles is er. Vlaanderen zou Vlaanderen niet zijn, mocht het evenement niet gedrenkt zijn in een poel van bier en lekker slecht eten, van tikkeneikes met spek tot lackmans (een lokale antwerpse specialiteit, waar zij veel spel van maken, maar wat met moeite linkeroever haalt).  De culinaire rand is echter bijzaak, het gaat over echte mensen, over volkse humor, die zo heerlijk scherp en snel gebracht kan worden met de nietsontziende zachtheid van het geen aanstoot nemen. Het gaat ook over een bloedserieus te nemen wedstrijd, die je – willen of niet – binnen het half uur volledig in de ban heeft.  Het gaat ook een beetje over communicatie, iedereen grapt en grolt met iedereen, een half woord is voldoende om weg te dwalen in babbelmomenten en overpeinzingen.

Het gaat over intense beleving, over ruiters, met verbeten trekken en geconcentreerde blikken, met slechts één doel. Over experts, die vol overgave kijken hoe en of de juiste snedes in het net gemaakt worden.  Die hun ‘vereeniging’ door dik en dun aanmoedigen, monkelend en tegelijk bloedserieus, zoals het verenigingsleven moet zijn.

“Il palio in de polder”, met heftig verdedigen van de kleuren, componeren en luidkeels brullen van liederen, opzwepen van de eigen ruiters, en het met kennersblik analyseren van de ‘snok’ van deze of gene. Heerlijk!

Typerend ook; geen gezever, alleen maar daadkracht en actie. Het evenement is nog niet voorbij of er staat al een bord langs de weg ‘See you in Zandvliet next year’. Geen uur later zijn de websites netjes à jour gezet, hoeveel bier er ook gevloeid is tijdens de wedstrijd. Tijdens het evenement vliegen de status smsjes over en weer, er zijn zelfs twitteraars aanwezig. Never underestimate de polderdorpen, die bij deze wat mij betreft, een olympische status mogen krijgen.

Ik overweeg een boerenpaard te kopen en te verhuizen. En neen, ik ga niet zeggen waarover het gaat, voor je’t weet beginnen ze er met de aanleg van loges en vip dorpen (courtesy Rob C.)

Volgend jaar weer… hoop ik.

Recepties en het gezwets , part 2

Een vervolg op een eerdere post

Ik hield ze de hele tijd in het oog. niet omdat het me boeide, maar omdat ik me ergerde. u kent dat, de zoveelste receptie, de zoveelste schotel gefrituurde hapjes en kleffe toastjes.

Maar dit evenement was anders, ik kende niemand. Dat overkomt me niet dikwijls.  Het koppel dat het dichtst bij me stond, begon te praten, en ik had meer dan duidelijk gezien dat de mogelijkheid bestond om minstens met één van hen in contact te komen, wegens vaag bekend, of voorkennis over haar bedrijf en dus alleszins een nuttige link.

Dat lukte dus niet. Ze knikten goedendag, keken me aan alsof ik van een andere planeet kwam, accepteerden wel de uitgestoken hand, maar negeerden me verder feestelijk.

Omdat ik ook nog zoiets als trots heb, en met mijn ellebogen aanvoelde dat ik niet echt op prijs gesteld werd, ging ik dan maar even in een hoekje staan, en maakte me klaar voor een nieuwe toenaderingspoging, bij andere slachtoffers.

Maar eigenlijk was dit te interessant. Moet je nagaan. Iedereen op zo’n receptie is daar omwille van zijn professionele hoedanigheid. Je vertegenwoordigt er niet zozeer jezelf als wel je bedrijf. Je werkgever verwacht daar alleszins toch ook enige return van,  indien niet in termen van nuttige contacten, dan alleszins in termen van PR en uitstraling. Ik heb meer dan eens een kudde accounts uiteen gedreven omdat ze samen stonden neer te kijken op de rest van de aanwezigen, onderwijl rustig bubbels nippend. En hier hadden we twee werknemers die – om het plat te zeggen – stonden te hijsen op kosten van de zaak.

Mag je geen oude bekenden opzoeken?  uiteraard wel, liefst zelfs. Mag je niet genieten van aangenaam gezelschap, en daar even verder mee doorgaan? het zou onvergeeflijk zijn.

Dit koppel was anders, van bij aanvang kwamen ze naar elkaar gewandeld, en na een halfuurtje was’t lachen, brullen, gieren, en witte wijnen binnen slaan. Erg leuk, voor henzelf.

Ik heb al gepleit voor de juistheid van woordjes, en eigenlijk is dit ook een klassiek geval. Zou het niet veel leuker/verstandiger/prettiger geweest zijn om met een zinnetje als “Zeg, dit is erg leuk, ik ben blij je nog eens ontmoet te hebben, laat ons daar in een ander, fijner kader een vervolg aan breien”

Je maakt me immers niet wijs dat je in de aanwezigheid van 500 vakbroeders in staat bent tot zinvolle amoureuze of andere bespiegelingen. Daar dient zo’n receptie overigens ook niet voor. En dat is dan nog maar alleen het persoonlijk niveau. Stel je voor hoeveel nuttige contacten die mensen hebben laten liggen, en hoeveel mensen niet hebben kunnen profiteren van hun expertise en eventuele briljante ingevingen. Puur zonde.

Bovendien, qua networking, hoeveel goeds hadden ze kunnen doen, door die ene eenzame ziel, die al zijn moed bijeen geraapt had, vriendelijk belangstellend even te woord te staan?  Niemand pijn, iedereen blij.

Daarom, en daarom alleen, als je ooit op een receptie een eenzame mens ziet staan, en je weet dat het geen vervelende Benny is (en mijn uitdrukkelijk excuus aan alle interessante Bennies) is die totaal oninteressant gaat bazelen, doe dan even moeite en leer hem kennen. Het is niet omdat het geen tafelspringer is dat de man/vrouw in kwestie niet boeiend kan zijn. En de kans is erg groot dat de sympathie die je opwekt vroeg of laat opbrengt.

Conversation management, quoi !

Niet zuipen en versieren, maar werken.

(Oh, en voor zij die niet echt veel verbeelding hebben, alle personages en gebeurtenissen zijn fictief, en neen, mij moet je niet aanklampen of helpen op een receptie, het lukt uitstekend, dank u.)

Symbolen, Iconen en duidelijkheid

Simpel

Het bericht kwam vorige week als een dreun. Bij het afsluiten van mijn ondertussen beruchte toiletcyclus , was ik me er niet van bewust dat er ook zoiets in het leven geroepen werd als ‘wereld-toiletdag’ . Blijkbaar is het onderwerp dan toch niet zo banaal als men soms wel zou willen aangeven. De BV’s in De Standaard Magazine kregen een portretje en mochten wat badineren over hun al dan niet perverse toiletgewoontes. Mjah, het is een insteek, maar ik vind hem niet echt geïnspireerd (de foto’s  daarentegen wel).

Diezelfde avond ging ik dineren in een Indisch restaurant in Brugge. ‘Chicken huppakee, very spicy’, en nog van dat soort ongein. Lekkere maaltijd, daar niet van, en uitstekende franse wijnen om het geheel te begeleiden.

Toiletten op restaurant en Guido. U kent dat waarschijnlijk ook. In assisenprocessen hebben ze daar een term voor, onstuitbare drang, of iets van die aard. Het is sterker dan mezelf. Ik moet en zal de toiletten opzoeken. Enerzijds om de benen te strekken en de spijsvertering voluit te ondersteunen, anderzijds gewoon uit nieuwsgierigheid.

Wie mij kent weet dat ik een buitengewoon empatisch vermogen heb. Ik verplaats me dus in  het lichaam en de gevoelens van de man/vrouw die eerder uit hoge nood deze faciliteiten opzoekt. Wij Vlamingen zijn van nature nogal aan de preutse, juiste, regelnichterige kant. Het idee om in de verkeerde toiletten te belanden is dan ook een godsgruwel die we nooit maar dan ook nooit willen contempleren, ja zelfs onze ergste vijand niet toewensen. Duidelijkheid is aan de orde.

Is het een vliegtuig?

Man or Woman?

Nu vraag ik u, hoe duidelijk is het om dit soort soepjurken af te beelden, en er meteen ook maar van uit te gaan dat iedereen vertrouwd is met de juiste iconografie van indische kunst? Is it a man, is it a plane? No its superwoman!

De bakkebaarden wijzen op een vent, de ronde vormen daarentegen geven aan dat het misschien toch wel om een dame zou kunnen gaan.

Ik kan daar niet tegen. En met mij, durf ik te wedden, vele anderen.  Een icoon, een symbool moet snel en duidelijk aangeven wat er te doen valt.

Wat is er mis met  de mannekes en vrouwkes van de eerste generatie? Ik heb ze in de inleiding gebruikt, ik durf er vergif op  nemen dat iedereen onmiddellijk aan toiletten dacht.  Je zag heel snel waarover het ging, er was geen ruimte voor ambiguïteit, het was gewoon duidelijk.

nog steeds duidelijk

Voor deze hier naast, moest je al een beetje gestudeerd hebben, maar door de vulgarisering van één en ander, lukte dat nog net.

Het is vanaf dan van kwaad naar erger geëvolueerd. Ik ben niet zo plastisch, maar in Gent is er een restaurantje waar ze het geprobeerd hebben met fruitsoorten…Bananen, pruimen, u kent dat soort grapjes… En in andere zaken heb je allerhande soorten ‘grappige’  popjes, waar je verdomme bijna met een loupe moet naar kijken om te snappen waarover het gaat. Wij hebben daar geen tijd voor op dat moment!

De kroon wordt echter gespannen door een Hasselts restaurant, waar ze gewoon voor genetica gekozen hebben; Je ziet twee identieke deuren met op elk ervan een symbool : XX en XY. Uiteraard heb ik biologie gehad, uiteraard ken ik een aantal ezelsbruggetjes om het te onthouden, dat mannen diverser zijn,vandaar de X en de Y dat er een beentje ontbreekt bij de mannen als teken van onvolmaaktheid, etc…

Mijn punt: in tijden van nood is duidelijkheid vereist, ook in de symbolen. Geen tijd voor intellectueel gefrazel als de pot nabij is.