Erst das fressen und dan…

Ramsau, Schladming. Het is grappig hoe namen blijven vastzitten in je hoofd. Mijn allereerste wintersportevaring deed ik op als kind in deze streek. Er was nog geen sprake van maximumfacturen en een bende 11 jarigen ging vrolijk op sneeuwklassen met het vliegtuig. Een belevenis.  Inclusief een busreis vol kotsende kinderen. Het waren andere tijden, waar het onderwijzend personeel volop van genoot (op dat kotsen na dan)

Ik bespaar u de details over vernederingen, frustraties en ongemakkelijkheden , als jongens van gewone komaf met  te grote trainingsbroeken en slecht aangepaste regenjasjes een week in de sneeuw zitten. Dat is voor een andere keer. Ik wil het ook niet hebben over groepsdouches, slecht passende pyama’s en dat soort ongemakken. Misschien wel een heel klein beetje over het eten. Toen exotisch, wegens soms onbekend, nu niet meer.

Wat er ook van weze, 35 jaar later sta ik hier weer, in een ietwat vreemde maar verre van onaangename context.

En er is niets veranded op het eerste zicht. Uiteraard heb ik tussendoor ook al wel wat Oostenrijk gezien, voornamelijk de skigebieden dan, terwijl het hier toch eerder een Nordic en langlauf gebied is (Ramsau dan), maar dat telt  even niet mee.

Wat wel meetelt is de herinnering aan mijn tweede ski ervaring (na de sneeuwklassen). Met mijn toenmalig lief naar Elbigenalp in het Lechtal, georganiseerd door Ultra Montes. De katholieken hadden toen ook reisbureaus, met dat soort stichtende namen. Het was even traumatisch voor mij, want als werkstudent had ik er eigenlijk het geld niet voor, en dus werd gekozen voor dit soort oplossing. Met de bus, waarvan mijn  toekomstige schoonvader de reisleider was. Ik kreeg dus ook zicht op alle égards waarmee de notabelen van het toerisme behandeld werden.

Toen werd je hartelijk ontvangen na de reis, met schnaps en een biertje, en warme schouderkloppen. Het leek een toeristenstukje, het was echt. Nu is het dat nog steeds. Men is hier hartelijk, men heet je welkom, en men wil het je naar de zin maken. Kraaknet en ferme waterdruk op de douches! Zo hoort het. Und Grosse Bieren.

Toen ik vanochtend een wandeling maakte (als je niet kunt slapen is het hier wel zalig, dan zie je’t licht worden in de bergen, alleen jammer dat het grijs en druilerig is) heb ik de perfecte samenvatting gezien van hoe je deze regio kan ‘plaatsen’ qua food experience.

Het is gemoedelijk lekker, en niet fancy. Je hoopt ook dat ze daar nooit aan beginnen. Laat ze ’t in godsnaam simpel en smakelijk houden, daar is iedereen bij gebaat. Mijn persoonlijke favoriet blijven hun soepen, die altijd opnieuw origineel gegarneerd zijn.Gisteren lag daar bijvoorbeeld een stuk spek op. Het mag misschien niet volgens de fat control foodies, maar het is gewoon lekker.

En nu ga ik ontbijten! Bis später

Mannen weten waarom…

photo by blissbohemian (www.bliss.be)

De emotionele gelaagdheid van een man. Daar wil ik het over hebben. En meteen ook even een steen in de kikkerpoel werpen. Er wordt altijd gezegd dat venten geen inleving, geen empathie hebben, geen emotionele aandacht kunnen schenken en ook niet over hun gevoelens kunnen praten. Niets is minder waar, volgens mij dan toch.

Mannen, echte mannen dan, hebben een eigen specifiek emotioneel jargon ontwikkeld, waar veel vrouwen een puntje kunnen aan zuigen. Als twee venten elkaar ontmoeten in een café, dan volstaan enkele welgeplaatste mompelzuchten om de stemming aan te geven…

‘Hoe is’t?’

‘Oh, bof,…cavakes!’

‘Ai… en allang?’

‘Och, ge weet hoe het gaat hè’

Beiden nippen aan hun pintje, en weten hoe laat het is. Of er nog seks is met de eigen vrouw. Of er een andere vrouw in het spel zit. Of er professioneel miserie aan zit te komen of er gewoon een crisis van het algehele welbevinden op til is. 4 zinnen, 1 slok. Klaar.

Het uitgepuurde van zo’n dialoog, de rijkdom aan emoties en gevoelens, het inlevingsvermogen ook van de beide deelnemers…

De afwezigheid van overdadig woordgebruik kan nooit als conclusie hebben dat er geen emoties in het spel zijn. Als ik van iemand iets krijg, een cadeautje of zo, dan zeg ik gemeend ‘Dank je, ’t is erg mooi!’. Die woorden zijn daarvoor gemaakt. Die zeggen wat ze moeten zeggen. Niet meer of niet minder. Ik meen het ook als ik ze uitspreek. Dat is niet koel, dat is juist en appreciërend. Als ik op zo’n moment iets moet zeggen in de stijl van ‘ maa, oooh, ma, neen, ma jaaa, zeg, maar , neen, zooo mooi, dat vind ik echt, echt, echt kei tof, en zo origineel…. oh, maar ja, dat had ik altijd al gewild’ dan vind ik dat overdreven, onecht en een belediging van het intellect van de gever.

Wat heeft dat met gelaagdheid te maken? Alles. Door de jaren zijn we afgestompt geraakt en is de uitbundige, geaccentueerde, oppervlakkige uiting, de dienst beginnen uitmaken. Wie het zo doet, wie er zo over praat, die is gevoelig.  Of die kan zinvol praten over zijn emoties. Al de anderen kunnen dat niet, hebben het er kennelijk moeilijk mee. Welaan dan, wij kunnen er over praten, maar niet zo!

Mijn lief kan bij mij al bij het binnenkomen aanvoelen dat het mij niet afgaat, dat ik met een ding worstel. Ik hoef niet eens iets te zeggen. Misschien is ze wel een vent, dat kan natuurlijk ook.  Ik hoef geen coiffeurs-enthousiasme om blijheid te tonen ik hoef geen grafdelversgezicht om treurnis te etaleren.

Bovendien, en dat geef ik éénieder mee, wij schakelen, wij gebruiken registertjes. Je zal op begrafenissen echt wel mannen zien huilen, om nauwelijks vijf minuten later in de kroeg te kruipen met hun maten en pinten te drinken en grappen te vertellen. Maakt dat het verdriet minder echt? Neen, het maakt de zichtbaarheid minder groot, dat is alles. Ondertussen maalt het verder.

Pinten drinken, roken, vloeken, het maakt deel uit van ons emotionele jargon. Woorden zijn één dimensie, gedragingen een andere. Denk daaraan als u de volgende keer een starende man treft. Hij kijkt niet naar uw borsten, hij peilt naar uw ziel.

De zomerzucht

Ik ga dit zo respectvol mogelijk zeggen. Wie mij kent, weet dat ik voor de grootst mogelijke vrijheid ben voor zoveel mogelijk mensen, maar ook voor een stuk verantwoordelijkheid in het uitoefenen van dat vrijheidsrecht. Wie mijn ogen pijn doet, doet mij pijn.

Het is hier en daar al eens opgemerkt. Er zijn kledingstukken die echt niet kunnen. Niet alleen, niet in combinatie en niet ‘in bepaalde omstandigheden’. Gewoon niet!

Toen wij vroeger met het gezin naar Spanje trokken, deed mijn vader van dag één af een hagelwitte Fred Perry tennisshort en dito polo aan. Dat was vroeger geen hip merk, dat was voor oude mensen.

Steevast ging dat de eerste dagen vergezeld van zwarte herenschoenen met donkere kousen. Mijn vader moest immers nog ‘tressé’ beige linnen schoenen zien te vinden, die op dat moment in België niet voorhanden waren. In Spanje wel. Na twee dagen had hij die aan, en drie dagen later was hij ook volledig blaarvrij en zagen wij hem apetrots, met licht beige kousen en schoenen rondstruinen. Zonder kousen was voor de man geen brug maar wel een continent te ver. Not done.

We hebben een prachtige lente achter de rug, en ik ga het niet over de dames hebben deze keer. Heren… in godsnaam, willen we er nu eindelijk eens mee stoppen?

Geruite hemdjes met korte mouwen. Het kan enkel als buschauffeur, en indien vergezeld van dikke gouden armbanden op harige armen. De armbanden moeten voorzien zijn van ronkende voornamen, zoals Jacques of Freddy, en krullerig gegraveerd accorderen met pinkringen (met een nepsteen). In die context is ook een stijlvolle halsketting te verdragen, met een hartje, zweverig gedrapeerd op het exces borsthaar dat weelderig uit het open hemd toeft. In alle andere gevallen, niet doen.

We zakken af. 3/4de broeken, Piratenbroeken, het maakt mij niet uit hoe u ze noemt, zolang u ze maar niet draagt. Het is niet gemaakt voor volwassenen. Ook hier is de uitzondering mogelijk. Als u moddervet, zwart, 15 jaar oud bent en uw vrienden ‘van de hood’ noemen u ‘homey’ dan kan het, mits voorzien van genoeg bling-bling. Schriel, met twee bleitende jong op de getatoeëerde armen, en een 100% polyester lijveke, in het recreatieoord Hofstade is het misschien een status symbool, overal elders een aanfluiting.

Afsluiten doen we met het schoeisel. Hoe moeilijk kan het zijn? Al jaren worden hier polemieken over gevoerd. Dat zou al lang niet meer moeten. Witte kousen… bij sportmanifestaties, in sportschoenen. In alle andere gevallen, niet!

Sandalen met kousen? Moeten we daar echt nog op antwoorden? Niet doen. En al helemaal niet als het blauwe of bruine kousen zijn. Tenzij u een intrede in het klooster voorbereidt.

Als we dit afspreken, dan wordt het voor iedereen een mooie zomer.  En niet in het minst voor uzelve.

Schoolfeestjes en stringsletjes

“Hier zitten veel Guidowijven… ”

Het is – net zoals de tussenpintjes – een concept dat enige toelichting verdient en verdraagt.  Een Guidowijf – kort door de bocht – is schoon van ver, maar ver van schoon. En het is het soort van vrouwen dat voor mij schijnt te vallen, of ik voor hen. Dat laat ik in het midden. Het doet een beetje oneer aan de rijkdom van het concept, want er valt zoveel over te vertellen, maar laat ons het daar voorlopig bij houden, het ging immers over schoolfeestjes. Het is ook een idee dat mij verkocht werd door de K-woman.  Zij heeft daar nogal een fijn oog voor. Voor alle duidelijkheid, ‘schoon’ word hier niet gebruikt als esthetische categorie, en ook niet in de zin van proper op hun lijf…

Zij vermoedt in mij ook een aanhanger van ordinair. Ik ga dat niet ontkennen… ook al omdat het geen zin heeft, het is een strijd die je nooit kunt winnen.  Maar er valt  overigens wel iets voor te zeggen. In tijden van celibaat heb je immers de meeste leut met ‘stringsletjes’ en  ‘cleavage-cuties’,  maar om nu te zeggen dat je daar iets mee opbouwt, uitbouwt? Ik dacht het niet.

Het artistieke, licht levensmoe type, is  overigens ook niet zo’n aanrader in die context, omdat de ‘sex-probabiliteit’ daar te laag ligt. Je bent in beide gevallen zeker van dronkenschap, maar niet  echt van verlossing. Fysiek dan… Dus ligt de keuze voor de hand. doe mij maar zo’n stringding. Strakke designerjeans, lekker opgetut, voltijds aan de cava, en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van die kleine handdoekjes die in dégradé gerangschikt liggen op een plankje, naast de potpourri van bosvruchten in de badkamer. Properkes quoi!

Toen ik nog  getrouwd was ging ik naar schoolfeestjes als papa en echtgenoot. Nooit heb ik een Guidowijf ontwaard. Ik zag de mama’s van de kindjes uit de klas van mijn dochters en zonen. Daarmee was de kous af. Geen boze intenties of snode overwegingen.

Nadien, als gescheiden man, was ik meer de sponsor van de schoolfeestjes.  Ik werd uitgenodigd om er geld uit te geven. Ook toen lagen de prioriteiten anders. Ik had oog voor mijn kinderen, en hun leerkrachten, en voor de klok. Ik verveelde me er en bleef er liefst niet te lang en zowiezo geen hele middag. Ja, ik geef het toe. Een slechte vader.

Nu  was ik er als observator en chroniqueur. Ik was er ook en vooral om wat pintjes te drinken met vrienden, en om te lachen en te vertellen. Maar dat terzijde.

Het was al een tijd geleden dat ik op het speelplein van een schooltje rondgelopen had, maar  in plaats van Guidowijven zag ik eigenlijk iets heel anders. Ik zag verwaarloosde vrouwen. Niet fysiek hè, maar meer op het mentale vlak. Vrouwen die zich terdege van hun huishoudelijke taken kwijten, die man en kroost organiseren, voeden en liefhebben, en die in plaats daarvan niks terugkrijgen.

Oh jawel, auto’s, vakanties, en schoon kleedskes. Dat wel.  Maar aandacht? een beetje aandacht, beste heren, daar gaat het over.  Een vrouw, die zich helemaal opgetut heeft voor een schoolfeestje, hoe triest kan je bestaan zijn? Als je het daarvoor al doet…

Een schoolfeestje, daar kom je als mama eigenlijk om je kind te zien ravotten, de school wat te helpen. Als ’t echt moet bijspringen in de stand van de pannenkoeken, maar om er opgetut als naar het tuinfeest van Q heen te springen… nou nou nou.

Omdat ik een mens van het empirisch onderzoek ben, en ook wel een beetje van het woord, besloot ik het te testen. Complimentje links en rechts,  wat lachen en dollen, op het flirterige af, met wildvreemden, en oh wat lieten ze het zich welgevallen…

Dat is toch niet normaal?  Die vrouwen zouden in de fleur van hun leven moeten zijn, met opgroeiende kinderen, met een vent, met alles wat hun hart begeert. En in plaats daarvan zie je ze bijna radioactief opgloeien als een  totaal onbekende een gratuit complimentje maakt of wat vriendelijk lacht. Waar zijn we – als vent, als koppel – in de fout gegaan?

De vluchtigheid…

De sociale media. En hoe ze je helpen in de menselijke contacten. Een stokpaardje. Een ergernisje.  En waar een ergernis is is ook wel een blog te schrijven. Over de vluchtigheid, de paradox van het makkelijke contact, wat resulteert in geen zorg,  geen zorgvuldigheid.

Een tijdje geleden was het mijn verjaardag. Allang niet meer iets waar ik echt vrolijk door word. Om eerlijk te zijn, al van kindsbeen af heb ik elk jaar gehoopt dat mijn ouders het zouden vergeten, zodat ik ’s avonds een beetje verongelijkt zou kunnen doen. Nooit gelukt. Maar verder heb ik er niet veel aan.

Dit jaar was de luim dusdanig dat ik mijn verjaardag ook uit mijn  facebook profiel wipte, ongeveer een week op voorhand en dat ik dezelfde dag ook niemand ongein op mijn prikbord liet schrijven. Als het moest, dan maar via privé berichtjes. Containment heet dat.  Nergens last van gehad. Hooguit vier vijf berichtjes, waar ik dan ook in alle ernst en met plezier op gereageerd heb. Dat lijken mij de mensen te zijn die echt weten wie je bent en hoe het echt zit met je leven. Trieste balans uiteraard, maar niemand heeft gezegd dat het altijd vrolijk moet zijn.

Maar wat zie ik nu? Erger nog, ik constateer het niet alleen, ik doe er ook nog eens aan mee.  Ik kijk ’s morgens eens  op facebook wie er jarig is, zet bij die mensen een fijn goedbedoeld berichtje op hun ‘wall’ ( die moeite doe ik nog wel, wil niet verzanden tussen de happy birthdays en 3 dikke kussen tekstsjablonen) en ’s avonds ‘liken’ ze dat. Kous af, voor iedereen. Twee muisklikken later is ’t al weer voorbij.

Waar wil hij naar toe? Ik hoor het u denken. Welnu, het gemakkelijke contact leidt enerzijds tot een fenomeen dat niemand je verjaardag nog vergeet, maar dat datzelfde gegeven ook absoluut niet meer belangrijk is. Het is uitgehold. Ik stond er vroeger om bekend dat ik rigoureus aan de verjaardagen van mijn vrienden dacht, zelfs aan sterfdata die relevant waren. Dat werd geapprecieerd. Nu is dat ‘normaal’, terwijl het in wezen ‘leeg’ geworden is. En dat is allemaal de schuld van de sociale media. Voilà… het geheugensteuntje  holt uit wat ooit waardevol was.

En helaas, helaas, dat is niet het enige. als je tegenwoordig ziek bent, of godbetert half invalide omwille van wat dan ook, dan wordt dat wel even genoteerd. Maar een halve dag later even prompt vergeten.  “Ze is toch moeilijk bereikbaar! Ik heb een sms gestuurd omdat ze niet opneemt om over die mail te praten die ik haar gestuurd heb.” Dat soort ongein.

Ze is ziek! Ze heeft dat gemeld. Niet om het te acteren en dan te vergeten, maar om er rekening mee te houden!  En als ze er een week niet is, dan is dat geen reden tot irritatie, maar een indicatie van ernst. Het is in die context misschien verkieselijk om even een bezoekje te brengen, eerder dan een moderne-communicatiemiddelen-carpet-bombing-actie in te zetten.

Het is alsof bereikbaarheid zaligmakend geworden is en al de rest doet vergeten. Het resultaat is troosteloze en verarmende communicatie, van een oppervlakkige en trieste soort.  Een beetje jammer eigenlijk. En met deze opwekkende gedachte stuur ik jullie allemaal het weekend in!

Oh, Oh, Les Intéllos

Ha, de intelligentsia! Die schone soort. Sommige van die mensen kom ik ook in het echte leven tegen, op feestjes (ja, ik ben een gelukzak!). Ik heb eens geprobeerd om ze in vakjes te zetten, wat allicht niet klopt, maar op zich best een vermakelijk idee is. Ik ben er eigenlijk benieuwd naar, of u ze ook (h)erkent.

De Bedachtzame. Dat is ‘by far’ de meest ergerlijke. Het is de man/vrouw die traag, en liefst met wat moeilijke woorden de dingen verwoordt op een manier waardoor het gezelschap rond hem onmiddellijk in slaap valt, maar ook niet durft te twijfelen aan zijn autoriteit. Caroline-Gennez-gewijs houden ze hun publiek in een soort van didactische houdgreep. Ze. Verklaren. De. Dingen. Op. Een. Bevattelijke. Wijze. Rinkelt er een belletje? Waar makkelijke dingen moeilijk gemaakt worden, waar spontane opmerkingen ineens verzanden in een epistemologisch debat? Dat type. Waanzinnig saaie mensen om mee te praten. Een lang goed gesprek gevoerd? Het zal wel, maar nauwelijks gedachtenlijnen ontwikkeld.

De Nostalgische Archivaris. Het klinkt hermetisch. Het is het niet, en u kent ze. Is het u nooit overkomen dat u laaiend enthousiast over een boek, een plaat, een theatervoorstelling kwam vertellen, en dat er dan iemand snerend zei dat het vroegere werk beter was? Die types. Vroeger was beter, het eerste werk was beter, in die bezetting klonk het beter, ze hebben al beter gezien, ze weten het beter. Hun kennis is encyclopedisch. Je kunt het ook nooit winnen, want als je het op tijdlijn probeert te halen gaan ze dieper.  Ah, het Stabat Mater… ja, ja, uiteraard Pergolesi, maar wie heeft het uitgevoerd? Welk ensemble? Welke platendruk bedoel je dan? etc, etc…   Met geen mogelijkheid kun je  van dit soort experten debat winnen. Niet dat het altijd om winnen gaat, maar ’t is de manier waarop ze de vreugde van een ontdekking onderuit halen, het zijn de dementors van elk gesprek. Ze zuigen de ziel eruit.

De Rustige Reutelaar. Elk gesprek bestaat uit participanten, onderwerpen en ritme. Let maar eens op, het is echt zo. Wie het ritme onderuit haalt zorgt voor onzekerheid, en zachtjes dooft het verhaal uit. niemand durft nog, niemand kan nog.  De Bedachtzame Reutelaar begint meestal zijn zinnen met ‘Ik ben het er niet helemaal mee eens….. en dan volgt een pijnlijke cadenza aan voorwaardelijken, pauzes, kreunen, risicoloze tussenzinnetjes. Niemand weet waar het naar toe gaat, hijzelf ook niet. Er zijn wat vage toespelingen, wat staren in de verte… Het is onmogelijk om ze te negeren, je kunt ze niet onderbreken en je weet niet wanneer ze klaar zijn. Heel, heel moeilijk! Treurnis wordt ons deel met een rustige reutelaar in ons midden.

De Cynische Conspiracyman. ‘He is in the know’. Hij weet. wij gissen. Typische uitlatingen van dit soort types zijn ‘Tja, als je denkt dat het zo in elkaar zit….’ (deze drie puntjes zijn dan synoniem voor veelbetekenend stilzwijgen).  ‘Ik denk dat dat redelijk kort door de bocht is, wat je daar zegt, maar goed… (weer cf supra)’ . Je kunt geen domein aanhalen of ze kennen de zogezegde achtergronden, en het maakt niet uit of dat nu mode, architectuur, politiek of bedrijfsleven is. Ze weten het.  Ze weten alles, en wij zullen het later wel in de kranten lezen. Geen hond die dan nog weet wat ze er ooit over zouden kunnen gezegd hebben. Het is een spel van veelbetekenende glimlachjes, van uitgestelde beloftes en van holheid. Maar het maakt indruk.Wij kijken er met grote ogen en onverholen achting naar, ‘coz they know people in high places’. De sfinxen.

De Wauwelende Woordjesbrouwer. Het lijkt alsof ze het grote blufboek van Paul Jacobs vanbuiten kennen. Gebrek aan logische opbouw en argumentatie wordt verborgen onder terminologie. Gebrek aan kennis wordt bedolven onder namedropping en feitjesherkauwen. Uitermate vervelend en irritant, ook omdat het soms fout is, maar niemand durft er tegen ingaan, omdat de meeste mensen die parate kennis niet hebben. Laten uitrazen, die handel en verder babbelen.

De Drammer.  Ik heb mezelf ook maar in een groep gesmeten, ook al maak ik daar puur IQ-matig misschien niet eens aanspraak op. Ik zou liefst van al, altijd een flipboard meezeulen om stellingen redeneringen toch maar goed op te schrijven, zodat er geen inconsistenties in het verhaal komen. Mateloos irriterend en gelijkhebberig, deze soort. Ze pakken je op woorden, op redeneringen, ze willen in heel erg hoge mate gelijk halen, en halen zo de bubbeltjes uit elke sprankelende conversatie. Ze hebben ook geen schrik om zowel demagogische als rhetorische truukjes uit te halen. als er maar gewonnen wordt.

Wat mij van hen onderscheidt is dat ik al heel lang beseft heb dat je dat beter houdt voor een gesprek van man tot man, of vrouw tot vrouw, maar beter niet in gezelschap begint te doen, om bovenstaande reden. It kills the ambiance.  Vandaar dat ik me op recepties onledig houd met licht badinerende bespiegelingen. Oh ja, je moet het ook nooit doen in een gesprek van man tot vrouw, it kills the sex.

Ik zou niet graag een meisje zijn

Meisjes hebben het moeilijk. Ze kunnen niet kiezen, of ze vinden niet honderd percent wat ze zoeken, of ze hechten teveel belang aan de verkeerde dingen. Dat zou de oppervlakkige analyse kunnen zijn. Maar zo ben ik niet. Ik wil begrijpen. Daarom een warme oproep aan u allen. Leg het mij uit, leer mij dingen in te zien.

Ik liep gisteren met mijn honden rond de Watersportbaan in Gent. Het was mooi weer. Mensen worden zich dan pijnlijk bewust van hun uitdijende lichaamsmassa en beginnen aan lichaamsbeweging te doen. Dat is een goed plan, maar niet altijd een even fraai zicht.

Dikke, papperige, zwetende jongens, met een zerpe zweetlucht in hun kielzog. Fysieke analfabeten die er niet in slagen een zweem van lichtvoetigheid neer te zetten. En vestimentair is het al helemaal een ramp. De meeste jongens geven geen ene moer om sportsokjes, ton-sur-ton kledingstukken of sportswear die eventueel prestatiebevorderend zou kunnen zijn door de juiste combinatie van gore-tex en andere highly-researched, bidimensioneel-zweet-doorlatend spul. En we zwijgen over aerodynamica, het hoeft niet echt te passen. Net zoals vroeger in de turnklas; een t-shirtje en een korte broek.

Neen, dan de meisjes. De laagjes, de kleurtjes, de accessoires.  Niet dat het sneller loopt, maar het is gewoon prettiger om naar te kijken. Een ‘rappelleke’ van turquoise in loopschoenen, haarlintjes en de binnenkant van het ipodhoesje.  Oranje brilmontuur, en oranje oortelefoontjes. Drie vier laagjes boven elkaar, kleurig op elkaar afgestemd. Geen hint van transpiratie, want het moet elegant blijven.  Gewoon prachtig. Maar niet praktisch. Je ziet ze ook continu frunniken aan alle accessoires, want het blijft niet zitten, of het zit niet goed. Ik heb een meisje een volle vijfhonderdmeter zien knoeien met een elastiekje om de paardenstaart hoog genoeg te houden. Ze werd uiteindelijk ook boos. En ik begrijp dat! Het is toch godgeklaagd dat slechte kwaliteit haarlintjes een olympische prestatie verhindert?

En dan wil ik het nog niet hebben over de ondersteuning die sommige dames nodig hebben om hun vrouwelijkheid te beschermen. Ik wil er alleen dit over kwijt: het is niet omdat er op de verpakking van een loop-haltertopje staat dat er een ingebouwde ondersteuning voorzien is, dat dat het gebruik van een goede sportbeha overbodig maakt. Echt niet. Ik weet dat sommigen het een lust voor het oog vinden, maar persoonlijk vind ik het een te kostbaar goed om zwikzwakkend over de openbare weg te zien evolueren.

Ik word fysiek moe als ik eraan denk hoe meisjes zich klaarmaken voor een rondje joggen.  ik denk dat daar veel meer bij komt kijken dan wij zomaar bevroeden. Mijn punt? Al die elegantie, dat bestudeerde, dat kost tijd, en energie, dat moet vreselijk zijn.

In de Delhaize zie je hetzelfde. Waar ik woon leven erg veel studenten en maandag is een topdag om te kijken hoe de doorsnee student eet en leeft. Het gaat als volgt.

Jongens komen alleen of met twee binnen. slaan grote verpakkingen in van ongeveer alles wat ze lekker vinden. Moesten er 5 liter colaflessen bestaan ze namen ze gegarandeerd mee. Familieverpakkingen koeken, bereide maaltijden waarbij eigenlijk enkel naar het gewicht gekeken wordt. “Hier lasagna met 200gr extra tijdelijk!”.

Dat hele verhaal duurt nauwelijks 10 minuten. Drank, eten, snoep, chips, en eventueel wat zuivel.  Ze hebben hun geld klaar als ze aan de kassa staan, proppen alles in een rugzak en springen op hun fiets naar ’t kot. Klaar!

Meisjes. Het kiest, het wikt, het weegt, het keurt, het betast. Het koopt miniporties. Ze lopen met hun eigen tasjes, korfjes en mandjes door de rayons te struinen, houden halt, bedenken zich, leggen iets terug. Gezonde dingen, verse dingen, veel yoghurtjes, vers fruit, kaas, vis, thee en water. Lekkere dingen ook, die ze gaan verwerken, in een ‘geregje’, ongetwijfeld.   Samen met een vriendin. En ja, daar mag een glaasje wijn bij. Of ze koken voor hun lief. Ik vond het wel schattig, want ze kocht er meteen ook een pakje condooms bij. ‘Hij zal daar toch niet aan denken’.

Ze kopen ook mysterieuze productjes in de verzorgingsrayon. Jongens zie ik daar alleen een tube tandpasta en douchegel kopen, als ’t echt moet, die brengen dat van thuis mee.

Daarom benijd ik de meisjes. Om de zorgzaamheid, om het oog voor detail, en de onblusbare energie om er telkens weer een fijn feestje van te willen maken.

Maar ik zou er niet graag één zijn… pffffttt!

Ik moet meer luisteren naar mijn lief, ik moet meer…

Ik ben nogal betweterig bij momenten. Niet omdat ik denk dat ik het beter weet,  maar meestal omdat ik vind dat het aansluit bij het gezond verstand. Ik denk over bepaalde dingen na, met een zekere en – toegegeven –  bijwijlen onnavolgbare logica, en eens ik daar mee klaar ben, houdt het ook op. Dan is het gewoon zo, dan heb ik gelijk.  Meer dan eens echter niet…

Neem nu bijvoorbeeld die dingen waarmee ze wild beletten over te steken, van het ene gebied naar het andere. Dat is een kuil, met een soort metalen raster over, waar reebokken en everzwijnen niet over kunnen stappen of springen.

Ik heb een enthousiaste hond, die zich door niets of niemand laat tegenhouden. Onlangs liepen we over de Veluwe met dat beest, en ik zag zo’n ‘wildbrug’.  The K-woman advised me not to, maar ik wou toch wel eens zien hoe Spike het er van af zou brengen. Slecht dus… halverwege durfde het beest niet meer voor of achteruit. Mijn verstand ging uit van het temperament van mijn hond, K deduceerde dat iets wat door wildopzieners aller landen gebruikt werd allicht ook wel zou helpen voor een Weimaraner. Zij had gelijk, ik moest het eerst zien. En mijn hond terugdragen… La honte, pour les deux!

Idem dito over  het tijdstip van eten in Nederlandse provinciestadjes. Ik ga er van uit dat dat naar het Zuiden toe verlaat, omwille van siësta’s allerhande, maar tussen België en Nederland kan er toch niet zoveel verschil zijn? The K-woman heeft daar een substantieel deel van haar affectief leven geleid, dus zij weet het… ik moet het ondervinden.  Op zondagavond in Den Bosch, eten om 20u30, en je bent quasi alleen in het restaurant. Die mensen eten om 18u. En om 20u zitten ze thuis, voor de buis, gezellig naar Studio Sport te kijken, neem ik aan. Of de caravan nog een laatste polish beurt te geven.

En onlangs was het weer zover. Fietsen op de Veluwe.  Ik zie dat op zijn Vlaams. Rustig in de zon, en hier en daar wat afstappen, pintje drinken, wat kletsen. Fijn de middag vullen.

Ze keek me sceptisch aan, en vroeg of ik water bij had. Ik had helemaal geen water nodig! Ik pak de wereld, voor mij gaan alle deuren open, ik zou wel water of iets lekker vinden als het mij uitkwam… Maar niet in Holland! Na 30, 40 km fietsen door stoffige wegeltjes, kwamen we eindelijk in een dorpje.

Een soort spookdorp zou ik beter zeggen. Er was een frituur open (of is dat een kroketinstallatie?) en een ijssalon. That’s it! Niks gezellige terrasjes, grote koele pinten en fijne babbelmiddagen. Het leven is lijden bij de kezen, op zondag.

Neen, dan is het in Vlaanderen toch even anders, daar wordt precies aangegeven hoe lang je nog moet rijden eer je iets onder de tand kunt steken. Veel, en veel toffer!

Me like… en ik zal beter luisteren naar mijn lief, echt waar, ik ga het proberen.

De bonsai-kweeksters (slot) : The Model

Een vriend van mij, een intelligente, integere, breeddenkende intellectueel, weliswaar niet van de soort om ‘gecast’ te worden in Hollywood blockbusters, aan de zijde van Angelina Jolie, wegens, niet meteen van de mooiste, slaagde er telkens opnieuw in om relaties op te starten met mooie vrouwen. Fijn voor hem, onbegrijpelijk voor ons.

Het was dermate intrigerend dat ik niet kon nalaten om een schare deernes op de arbeidsvloer te vragen hoe dat eigenlijk in elkaar zat. Waarom kon die kerel dat? Een gouden lid, een fluwelen tong, dat zijn het soort overwegingen die bij mij automatisch naar voor komen. Had ik er al bij vermeld dat hij niet onbemiddeld was? Dat wil ook nogal eens helpen. Het bleek allemaal van geen tel te zijn.

De meisjes hielpen mij  een stap verder en een wondere wereld ging voor mij open.  Er blijken namelijk twee types mannen te bestaan voor er nog maar sprake is van een relatie.

Mijn vriend (we gaan hem gemakshalve Bas noemen) en ik ,behoren beiden tot één van de groepen, dat maakt het wel zo makkelijk. Hij zit in de groep waarvan vrouwen zeggen ‘Ik ga hem veranderen, met wat mooie kleren, en hier en daar wat retouchkes komt het wel in orde’. Een echte menselijke Barbie dus. Ze doen dat ook echt. Het is het soort venten dat meteen na de eerste nacht een nieuw kapsel aangemeten krijgt, en dezelfde week nog wordt er een shopping moment ingelast waarbij hij een lila-debardeurke voor zichzelf mag kopen.  Het bestaat!

Ik zat in de groep waarvan de meeste vrouwen denken ‘ het is een varken, maar op mij zal hij echt verliefd worden, let maar eens op!’. Moeilijker te behandelen maar in essentie hetzelfde probleem. ‘We gaan die jongens veranderen’. Ik weet niet hoe ze dat doen bij jongens van mijn type, maar dat doet verder niet ter zake.

Veranderen, daar komt het altijd opnieuw op neer.  Ik vond dat wel boeiend, wou weten of het klopte en vroeg dus ook langs mijn neus weg aan Bas of dat bij hem ook het geval was, met een nieuwe relatie? Dat ie dan zijn garderobe moest veranderen? ‘Man, oh man, ze hebben mij al van alles aangemeten, zwart wit, trendy, noncalant chic, grunge… en och kom, ik laat maar begaan, als ze dat leuk vinden.Sterk hè?

Da’s een eerste voorbeeld van het modelleren.  Takken worden zachtjes in de juiste richting geduwd, elke maand iets meer, door de juiste kleren, broeken, gympies en geurtjes.

Het kan ook nog anders. Menige knaap heeft bij de keuze van de firmawagen of het zelfbetaalde stalen ros moeten vaststellen dat hij niet met die sportieve coupé naar huis kwam, maar met een stevige gezinswagen… ‘ge moet toch ook aan de kindjes denken’. Sportieve opties sneuvelen voor veiligheidsdenken, looks halen het niet van comfortopties. Het verstand weet je wel? Wat zou je meer pk’s kopen als je voor hetzelfde geld rolgordijntjes op de achterbanken hebt?

De absolute broek-afzakker die mij ooit is meegedeeld is de volgende, en gruwelt nu allen een wijle heen, want het is echt gebeurd!

‘Michel, die moto van u, ge rijdt daar bijna nooit op, en dat pakt zoveel plaats in de garage. Als ge die verkoopt, dan kunnen we daarmee mooie fietsen kopen voor iedereen, dat is nogal een stuk nuttiger’. Beetje vent gespt de helm om en vertrekt voor eeuwig en een dag, zonder ooit nog iets van zich te laten horen.

Maar neen hoor, de volgende dag stond er een advertentie in de krant en werd zijn mooie pronkstuk te koop gezet. En neen, dit is geen pleidooi voor machismo, iedereen doet wat ie wil en waar hij zich gelukkig bij voelt. Maar waar draait het echt om?

Om Pussy control… zoals zijne paarse genialiteit vroeger al zei.

Mannen, we zijn watjes, we hebben geen verhaal,  en het verhaal dat we hebben kunnen we niet eens goed vertellen. Als we niet beter ons best doen, dan zijn we binnenkort overbodig.

Vrouwen zijn sneller, slimmer, werken harder  en hebben the bigger scheme of things begrepen. Zeg dat ik het gezegd heb, en ik niet alleen.

De bonsai-kweeksters (2) : Confuse and conquer

Verdere bespiegelingen over de bonsai-kweeksters.
Maar eerst toch even iets recht zetten. De afgelopen week werd ik er herhaaldelijk op aangesproken dat mijn vriendin dit toch niet echt graag moet lezen.
Jongens, jongens, kleine vergissing! Denken jullie nu echt dat een man zoiets kan schrijven terwijl het hem overkomt?

Ik ben – zoals de meeste mannen – vrij vegetatief met leven bezig. Eerst het metabolisme: drinken, eten, een gezonde stoelgang, en afdrijven van reststoffen en pas  ‘deinde philosophari’.
Mijn inzicht in de menselijke psyche en haar perfide mechanismes is ongeveer vergelijkbaar met de kennis van kernfysica van de gemiddelde huisjesslak.
Neen, het is veeleer mijn lief die, gezeten op één of ander terrasje, geamuseerd toont waar het bij deze of gene serieus aan het mislopen is. Meestal kan ik dat alleen maar lachend beamen.
Ik ben alleen maar de reporter, die er hier en daar een zieke twist aan geeft.
Dus staakt uw gissen ende poken. Met ons (in zoverre dat er al een ‘ons’ bestaat) gaat alles opperbest, en de milde verbazing over de menselijke soort en haar omgangsvormen is een gezamenlijke passie. Dank u.

In de vorige ‘les’ hadden we het over verpotting en verzuring als middel om de worteltjes van de eens zo trotse eik wat kleiner te maken. Nu gaan we het hebben over onzekerheid als groei-remmer. Beetje bonsai moet immers niet te groot worden. Een uit de kluiten gewassen eik kan best krimpen, mits de juiste technieken toegepast worden, en in de juiste dosering, dat spreekt.

Onzekerheid kweken is het beste middel. Daar waar onze jongen vroeger ongehinderd uitspraken deed over alles en nog wat, is het voor de gemiddelde bonsai-kweekster een fluitje van een cent om dat af te remmen. Dat heeft enkel het afbreken van de stugge houtigheid tot doel, niets meer.  Daardoor kan er in een later stadium beter gemodelleerd worden. Zo’n brulboei, die overal het licht steelt en alle aandacht naar zich trekt, daar gaan we iets mee doen.

Volgende basis-varianten kunnen worden aangereikt.
1) Het licht misprijzende ‘Tsss, maar enfin, wat zegt gij nu toch…’. dit kan kan speels uitgevoerd worden, maar ook licht geïrriteerd. Het effect is in beide gevallen niet meer dan een knipperlicht, maar dat volstaat. Onze man weet nu immers dat het einddoel van zijn avond; een potje rollebollen en vleselijk verenigen, in gevaar komt, als hij op de ingeslagen weg verder gaat. Dimmen is de boodschap en het onvermijdelijke gevolg.

2) Bij de hardleerse kerels dienen zich de volgende opties aan:  De verwijtende stilte, al dan niet gepaard gaand met verwijdering en/of ‘bleiten’. Bijzonder efficiënt bij jonge koppeltjes, waar de eik in kwestie nog niet goed weet hoe het spel gespeeld kan en zal worden. Hij zal denken dat het iets ernstig is, zich nog niet bewust van het feit dat waterlanders zo makkelijk klaar kunnen zitten. Gegarandeerd dat je hem de rest van de avond niet meer hoort.

3) Dodelijk is echter ook de  rechtstreekse verbale confrontatie:  ‘Michel, stopt daar mee, ge zijt belachelijk, kunt ge nu nooit eens begrijpen waar de grens is!’.
Heerlijk is dat! Ontleed even met mij mee. Niet alleen wordt hij publiekelijk berispt, wat nooit prettig is, en al helemaal niet als je weet dat de meeste van je maten je verhaaltjes eigenlijk best geinig vinden. Daar komt nog bij dat je nu ineens opgezadeld wordt met het vermoeden dat alle vrouwen – en ook sommige vrienden –  je gedrag belachelijk vinden.

Venten onder elkaar kennen dat soort openbare terechtstellingen onder elkaar niet. Als iemand  midden het café per se de behoefte voelt om zijn geslachtsdelen in een Hoegaarden-glas te persen om te kijken of er daarnaast nog ruimte is voor iets anders, zal dat altijd opnieuw op goedkeurend, ja zelfs bewonderend, gemompel onthaald worden. We zullen het nooit zelf doen, maar we zullen het ook niet veroordelen… meteen. Nu dus wel. Mannen worden daar onzeker over.

En dan dat van die grens… welke grens? Om een grens te kennen moet ge er toch eerst over? Dus neen, wij kennen eigenlijk geen grens, behalve bepaalde fysieke… achteraf. ‘Dat had ik niet moeten doen’, ‘Dat kon ik niet meer’, ‘Stom dat ik dat nog geprobeerd heb, want dat ging niet’.
Zeg tegen een vent dat het onmogelijk is om hoger dan de Eiffeltoren te pissen vanuit stand, en hij zal minstens een monsterende blik werpen om te kijken of het niet haalbaar zou zijn. Zo zijn wij.
Terug naar het thema, want dit zijn nog  maar de onschuldige technieken, om jonge eikjes bij te sturen. Voor de oudere exemplaren zijn er nog een heel ander arsenaal van methodes.
Onthoud het, maak ze onzeker en ze worden plooibaar,  of minstens stiller. Belangrijk voor de volgende les (les 3 modelleren).

Eén van de betere technieken om een vent op de knieën te krijgen is het ‘vragen om advies’. We kennen allemaal het ‘kleedjes-dilemma’ en de ‘vinde-gij-mij-gat-niet-te-dik-in-deze-rok-valkuil’, maar we zitten hier al in de advanced course, dus die gaan we niet herhalen.
Neen, het is veel perfider. Ik teken het even uit.

Drie stellen zitten gezellig wat te drinken op het strand, de kinderen spelen en de gesprekken kabbelen in alle richtingen. De vrouw van het organiserende koppel vraagt ineens aan de man hoe ze het avondeten voor de kinderen gaan organiseren. Mannen zijn jagers, voedstervaders en verantwoordelijk voor de tribe, dus hij gaat er ernstig op in, en stelt iets voor, wat volgens hem zowel doordacht, als juist is. Hij is ook blij dat de eega hem erkend in zijn rol.

Vervolgens  keert de vrouw zich naar haar vriendinnen en stelt iets diametraal tegengesteld voor, waarbij ze er zorg voor draagt haar vent te negeren.  In no-time bedisselen de vrouwen dan iets onder elkaar. Dat gaat heel vlot, en  de man hangt er ergens voor spek en bonen bij, publiekelijk te drogen gehangen voor zijn vrienden. Daarbij waken ze er over dat de voorstellen van de man, geridiculiseerd of minstens tot op het bot genegeerd worden om daarna, zonder verdere consultatie met echtgenoot of partner, over te gaan tot de uitvoering van hun plan.
Het effect is prachtig. Manlief blijft verweesd achter, beseft niet vanwaar het allemaal kwam, weet ook eigenlijk niet goed wat hem overkomen is, en daarbovenop zijn zijn twee makkers getuige van het feit dat hij eigenlijk geen zak te zeggen heeft in het huishouden.

Ook altijd mooi is het ‘overnemen’ van het verhaal. Man wordt uitgenodigd om een vakantie anekdote te vertellen, maar al bij de openingszin neemt vrouwlief over. Circulair ademend slaagt ze er in om het hele verhaal zonder ogenschijnlijke adempauze te vertellen, en de vent zit er bij en kijkt er naar. Belangrijk hier is dat het een keer of drie gebeurd, tijdens dezelfde avond, anders werkt het kleinerend, ontmenselijkend effect niet.

En dan vraag je je af waarom mannen zoveel drinken in het gezelschap, en hop, als vanzelf komen we weer uit op het pintritme… alles is verbonden.
Interesse in  nog meer diepe inzichten? laat het mij weten.

Tussenpintjes, overbruggingspintjes, reservepintjes

Het Tussenpintje – met een hoofdletter, om het éénmalig alle eer te bewijzen dat het concept verdient – is een monument in de dagdagelijkse beleving van vriendschap (of wat daar moet voor doorgaan) bij venten.

Oorspronkelijk moet het verhaal van het tussenpintje gesitueerd worden in West-Vlaanderen. Ik werd er mee geconfronteerd toen ik met een groepje vrienden op café naar een Worldcup match keek. De sfeer was luimig,  het bier stroomde, de grapjes waren lichtvoetig. Iets verder stonden wat kennissen van mij uit een andere belevingswereld. Instinctief voelden beide groepen aan dat een versmelting geen meerwaarde zou bieden. Dat is zo mooi aan venten, wij voelen dat, en dat is niet erg. Het kan ook geholpen hebben dat in mijn groepje wel wat luidruchtige Hollanders zaten. Dat schrikt af, to say the least.

Ik bestelde een rondje voor mijn troepje, en trakteerde ook ‘de andere kant’.  In mijn hoofd hoort dat zo. En vijf minuten later gebeurde het. Waar de Hollanders (gemakshalve noem ik ze zo, maar ze kwamen ook uit andere provincies) nog bezig waren aan hun glas, kreeg ik een pintje aangeboden van de barman, door de andere jongens… Mijn eerste tussenpintje.  Hoe moest dat begrepen worden? Heel simpel, ‘ Het is ok dat je bij de ollanders blijft staan, wij begrijpen dat, maar we willen toch dat je meedeelt in ons plezier, en dus zal er van tijd tot tijd een tussenpintje jouw richting uitkomen.  Schoon concept! En in no time regende het tussenpintjes over en weer. Want mijn Nederlandse vrienden waren heus geen eikels, zagen de meerwaarde in, en naar het einde van de avond was de uitgestelde verbroedering een feit. Dat is de eerste invulling.

Een tweede variante ontstaat quasi automatisch, wanneer een nieuw lid zich bij het tooggezelschap voegt. Hij bestelt een rondje, maar heeft een zekere achterstand. Die achterstand, daar gaat het eigenlijk niet om, hij heeft gewoon dorst. Dus zijn eerste consumptie, die mogelijk samenvalt met de vijfde of de zesde van de andere, zal naar alle waarschijnlijkheid veel sneller leeg zijn. In zo’n geval zijn één tot twee tussenpintjes geoorloofd, om ‘in het ritme’ te geraken, en wat rust in de kop te krijgen.

In derde instantie is er het ‘overbruggings-tussenpintje’. In de meeste gevallen drinkt iedereen op min of meer hetzelfde tempo, en ook min of meer hetzelfde soort bier. Wanneer er echter Duvel fanaten in de groep zitten, dan vertraagt dat in enige mate het tempo.  In zo’n geval zijn de pintjes-drinkers gerechtigd om tussendoor een pintje bij te bestellen. Niet dat er regels zijn, maar dat voelt gewoon zo aan.

Idem dito bij structureel trage drinkers. Daar is niets mis mee, maar het kan vervelend zijn voor anderen. Ik heb een vriend die typisch zijn glas in twee, maxium drie, gulpen leegmaakt. Ja, hij was bierkoning aan’t unief, en ja hij is een uitermate succesvol zakenman, met een verfijnde neus voor literatuur en kunst. En neen, hij heeft geen drankprobleem.

Voor zo iemand is het vervelend om met een leeg glas rond te staan draaien. Ook hier is het tussenpintje mogelijk, maar dat krijgt een andere vorm. Meestal worden er dan ‘reservepintjes’ uitgedeeld. “Patron, smijt hier nog ne keer wat pinten op den toog, een stuk of vijf, we zullen onze plan wel trekken!”.  Het wordt een op het eerste zicht onduidelijk kluwen van bier, waarbij de regel wel blijft : wie een rondje moet betalen, betaalt, als zijn tijd gekomen is.  Wij houden niet van mensen die hun snor drukken. Wie tussendoor wat extra pinten wil bestellen, doet dat echter , maar houdt zelf de telling bij. Niet zelden krijg je op het einde van de avond dan afrekeningen in het genre ‘voor mij drie tourneekes en 10 pinten’. Zo hoort het, je belast er de groep niet mee. En de groep heeft er ook nooit een oordeel over. Het geeft ook niet dat er al eens een pint op overschot blijft staan. Dat gebeurt gewoon.

Er is maar één tussenpintje dat niet toegelaten is, dat is het stiekeme tussenpintje, het ‘pintje in den duik’. Onder echte vrienden wordt dat evengoed getolereerd, en zal niemand er een opmerking over maken, op het moment zelf, maar we weten allemaal…’ oei we moeten eens met hem praten, want er is kennelijk een probleem’.

Zo simpel zitten venten ineen.

Voor de rest is dit een volkomen overbodige bijdrage, maar gezien het enthousiasme en de herkenbaarheid over de vorige post, kon ik niets anders dan er even een blogje aan wijden.

De bonsai-kweeksters (1) : het pintritme

Twee vrienden. Ontiegelijk vroeg op de luchthaven. Lachen, plezier maken, vertellen, en de tijd doden tot het vliegtuig opstijgt. Met een ‘croque monsieur’, en ja, beide heren pakken er een pintje bij. Om half zeven ’s ochtends. ‘T is speciaal, en niet voor elke dag, maar het kan wel. Het inzetten van een week vakantie, op een luimige wijze, onder venten. Tijd is een conventie. Het is mij ook al overkomen dat ik om 7u ’s ochtends  tijdens de Gentse feesten nog een glas bier binnen sla op de Vlasmarkt, vooraleer mij in de Irish Coffee’s te smijten. En ja, als ik dan naar huis stap durf ik er ook nog eens een hamburger met uien en mosterd tegen smijten. Alles voor 10u ’s ochtends.

Beetje vent doet daar niet moeilijk over. Doet het ook niet elke dag, en ziet er zeker geen structureel gegeven in. Wij pakken dat soort dingen met wat luciditeit, zelfspot en de goesting van het moment. Met een beetje branie toch ook, durf jij? Ik wel.

Onze helden stonden dus te genieten van hun ochtendlijk avontuur (Twee jongens nemen het vliegtuig), toen daar ineens een boze vrouw tussen kwam. ‘Maar allez, Michel,  dat meent ge niet! Als ge zo gaat beginnen gaat het rap gedaan zijn, dat is toch nergens voor nodig, etc., etc…’ U kunt allen aanvullen, want u hebt uw moeders, eega’s of vriendinnen dat ongetwijfeld ook al een keer horen zeggen. Onze Michel keek, zuchtte, pakte dienblad en pils op, en ging een eind verder staan, om van het gezeik af te zijn. Ze bleef echter volgen. En het strekte de man tot eer. Hij bleef onverstoorbaar verder eten en drinken, en babbelen met zijn vriend. Een eik. De vrolijke sfeer was weg, dat wel.  En toch heeft hij ze ooit graag gezien, en zij hem allicht ook.

Vele vrouwen zijn diep in hun hart eigenlijk  bonsai-kweeksters. Maar dan lichtjes anders.  In plaats van een klein boompje met veel geduld om te vormen tot een mini-boom (wat ze helaas maar al te vaak proberen met hun kinderen), proberen ze het met hun man. Ze zien een prachtige eik, met een geweldig mooie uitstaande kroon, prachtige knoestige takken, brede stam en bast, goed geworteld in de voor de eik zo vertrouwde grond. Die moeten ze hebben! Daar gaan ze werk van maken.

En dan leggen ze het geduld aan de dag van de echte grote bonsai-kwekers. Snoeien, omvormen, anders voeden, bijsnijden, miniaturiseren. Het is een levenswerk, en het maakt niet uit dat het resultaat nooit helemaal af zal zijn, “‘T is immers een levend wezen…”.

Hoe gaat dat in zijn werk? Wortels moeten eerst ingekort, en dan in andere grond.  Een voorbeeld : ” Ik weet niet goed wat gij aan de café vindt, het stinkt daar, ze geven slechte wijn, de muziek staat te luid en dat zijn allemaal boeren.” Dat dat het café is waar manlief al sinds zijn vijftiende met de mannen van de scouts zat, dat heeft allemaal geen betekenis. Hij moet uit dat milieu gehaald worden, met al die slechte invloeden, herinneringen aan vroeger,  schimmen van ex-lieven die toch aanwezig blijven, verleidingen allerhande kortom.

“Maar neen, ik vind dat niet erg dat ge een pintje gaat drinken met de vrienden, maar doet dat ergens waar het plezant is, en waar wij ook soms eens kunnen zitten.  Voor je’t weet zitten ze aan een tafeltje, in een tea-room of brasserie. Twee, drie koppeltjes, de venten aan’t bier, en de vrouwen aan de witte wijn.

Levensgroot dilemma voor de mannen. Hun ‘pintritme’ wordt onderbroken. Ik leg het even uit.  Venten ondereen drinken pintjes. Het ritme waarop ze dat doen wordt bepaald door zowel de traagste als de snelste drinker. Het is zoals de menstruatiecyclus van bonobo’s in groep. Dat aligneert zich. Na drie, vier pinten is er een groepsritme, waarbinnen iedereen meehijst. Zonder te oordelen. wie zijn glas leeg heeft en ziet dat ongeveer de helft van de groep ook droogstaat, die betaalt. Geen gezeur, geen overpeinzingen, vooral ook geen bierbitterende opmerkingen zoals ‘amai, wij trekken er nogal aan door’… In sommige meer diverse gezelschappen is er ook nog de techniek van het tussenpintje, maar dat komt in een andere blog nog wel aan bod.

Terug naar onze knapen aan het tafeltje. Miserie en tactiek halen de bovenhand. Het pintritme wordt immers niet aangehouden als er dames wijn zitten te nippen. Het zou perfect kunnen, maar het gebeurt niet, omdat er, vanaf glas twee, opmerkingen komen, over hoeveel en hoe snel en of ze nog wel een zouden willen, en of ze misschien niet zouden overschakelen op iets anders.Dat is niet leuk. Vinden veel mannen.

Ze kunnen perfect 1 on 1 om met een wijn- of waterdrinkende partner, en zelfs zonder noemenswaardige problemen inschuiven in het tragere zwelgritme, maar van zodra er meerdere mannen rond een tafel zitten is het toch moeilijk. Daarom zie je ze ook overschakelen op grotere volumes. Het wordt een uithoudingswedstrijd. Zo lang mogelijk nippen zonder leeg glas. Nen drieëndertiger is dan toch altijd 8cl meer. En pak dan een bierke waar wat ‘beet’ op zit, een trappistje of een duvelke, dat remt ook af.

De bonsaikweekster ziet de domesticatie aan, en is blij. ‘die van mij kan zich gedragen, hij zit er proper bij’. Die van haar wil eigenlijk niets liever dan in een zweterig, rokerig rokershol rechtstaan en pinten drinken… Maar fase 1 is achter de rug, verpotten in andere grond, met aangepaste zuurtegraad.

Benieuwd naar de andere technieken? come and see next time, ik heb er nog wel wat…(oh, ja, voor ik de vrouwen op mijn nek krijg, Het valt niet uit te sluiten dat mannen ook hun lompe technieken hebben om te proberen hun bloem van een onafhankelijke vrouw (want dat willen wij immers allemaal! tot we ze hebben) onder de knoet te houden, maar dat valt buiten het bestek van dit verhaaltje.

3-vaksbanen op trottoirs?

Ik stap erg snel. Dat heeft te maken met het feit dat ik niet bij de kleinste ben, dat ik ook nog eens dagelijks tussen de 7 en de 10km stap met die beesten van mij, en ongetwijfeld ook nog eens met mijn verleden in jeugdbeweging en zo. Mijn kinderen hebben er ook last van. Daarnaast is het ook zo dat ik steeds dwangmatig op zoek ga naar de kortste weg tussen twee punten. Ik ben een teller. Als er twee route opties zijn, zal ik ze systematisch allebei afgaan en tellen via dewelke ik met het minste stappen op bestemming geraak. Ik mag hopen dat u dat fenomeen kent, en me niet bij de weirdo’s catalogeert. Ik vind ook dat de hiel van elke voet net over de voegrand van de tegels moet vallen en zo, en dan krijg je al gauw een hectisch ritme met te grote passen… want het moet passen.

Ik heb me ook altijd prettig gevoeld met beide benen op begane grond. Ik ben niet zo’n fietser of zwemmer bijvoorbeeld, en vliegen lukt al helemaal niet.

Het valt mij op dat ik, als ik een winkelzone nader, problemen krijg met die stapsnelheid.  De mensen beginnen dan ineens allemaal te slenteren, stil te vallen, en dingen te doen, waardoor het in het honderd loopt op onze trottoirs. Zeer tot mijn ergernis, en allicht ook tot die van jullie.  Daarom, misschien een paar simpele regels, zodat we niet genoodzaakt worden om stapvakken te schilderen op onze voetpaden.

Ik haal de topics één voor één aan.

Positie ten opzichte van de vitrines. De snelle stappers blijven het verst verwijderd van de vitrines, zelfs als het regent. Ik doe dat altijd, omdat het de kans minimaliseert dat ik tussen u en de vitrine geplet wordt, en omdat het mij toch niet erg interesseert.
Zou u dan wel de aimabiliteit willen hebben om uw positie aan te houden en niet onverhoeds achteruit te stappen, het eigen spiegelbeeld aanbiddend en mij daarmee tussen de tramsporen duwend?

Daarover gaat het namelijk, Vloeiende voorspelbare bewegingen, die het ritme van de passanten niet doorbreken.  Belangrijk ook, richting.  U beweegt in een bepaalde richting, blijf dat aanhouden. Besef dat er mensen achter en rond u lopen, die ook een richting hebben, en als u begint af te wijken, dan hindert dat. Het hindert de inhaalbewegingen, het hindert conversaties, het is vervelend. Voor beginners: Probeer  gewoon parallel aan de stoeprand te blijven, dat maakt inhaal manoeuvres éénvoudiger.

Schoeisel. Zeer belangrijk. Doe die schoenen aan waarvan u weet dat u er mee kunt stappen. Het lijkt triviaal, het is het niet. We hebben u wel al gespot, met de hoge ‘glass heels’, tussen de vrouwonvriendelijke stenen. U kunt het niet. Doe een éénvoudige mocassin aan in de Veldstraat en spaar de glass heels voor de lucratieve bezigheden in de vitrine.

Onverhoedse bewegingen zijn te mijden. Zigzaggen is vervelend voor de achter- en tegenliggers, start & stop is ergerlijk, plots omdraaien is al helemaal uit den boze. Houd er rekening mee dat u dat binnenkort een gulp warm brouwsel op het chemisierke oplevert, als we met zijn allen  met de kartonnen bekers van de Starbucks gaan rondzeulen hier in Gent!

Parafernalia. U hebt in Sex in the City gezien dat het erg lekker is om met verschillende tasjes uit de boetiekjes te zeulen. Dat ziet er zo heerlijk ‘urban succesful’ uit. Leer er dan ook mee lopen. Alles heeft te maken met perspectief en inschatting. Denk gewoon iets verder dan uw eigen persoontje. Het is uitdijnend. Net zoals Paraplu’s. U mag dan een hottentot zijn, weet dat uw paraplubaleinen telkens rakelings langs mijn ogen passeren. Dat is niet fijn. Ik woon daarboven.

Uitslaande armen is ook zoiets, dat kan gemeen pijn doen, een neerwaartse zwier ter hoogte van het kruis van een man van gemiddelde lengte. Wij houden daar niet van. Wees u bewust van uw omgeving. En leer het ook uw hondje. Hou het kort, en dicht bij u. Ik weet waarover ik het heb, ik heb er twee en ze zijn groter. De opties zijn duidelijk. Best van al neem je ze niet mee, als het toch moet, besef dan wat het met zo’n beest doet, en met de mensen errond, die zo’n natte neus in hun kruis niet steeds leuk vinden.

Finaal, de manoeuvers. Zoals in elk rijexamen, zijn de manoeuvers het belangrijkst. Gouden regel hier : de hoek van de drukke winkelstraat verbergt meestal een andere drukke winkelstraat. als je dus heel kort door de bocht scheurt, dan riskeer je botsingen. neem de bocht ruim, en kijk. Kijk! Altijd opnieuw sta ik versteld van het aantal mensen dat gewoon in alle richtingen zit te kijken behalve de stap-richting. Mocht je dat in de auto ook doen, dat zou grote problemen opleveren. Hier rekenen jullie er op dat die andere wel uit de weg zal gaan, met respect voor jullie contemplatieve ‘mood’. Wel ik dacht het niet. Ik blijf staan tot u tegen mij opbotst in zo’n geval, liefst van al met een ijsje vooruitgestoken zodat u er ook nog eens een tactiele gewaarwording bij krijgt. Wanneer u beiden innig in discussie bent, ontslaat het u niet van de elementaire beleefdheid om zo heel af en toe eens mee te denken naar de beste oplossing voor het mobiliteitsprobleem. Iedereen wil vooruit, jullie zijn een bewegend obstakel. En dus vervelend.

Dat wou ik gewoon even kwijt.  als iedereen dat nu gewoon doet, ziet het er op slag een stuk simpeler uit in de winkelstraten.

Helder verdriet

Guillaume heeft gezegd dat woorden belangrijk zijn in een context als deze. Ze mogen dan ten enen male tekort schieten om echt en duidelijk te zeggen wat er in je omgaat, schrijven wil nog wel eens lukken.En het wordt geschreven omdat het moet.

Ieder zijn verwerking. Wie vindt dat het getuigt van een verkeerd soort opportunisme, meldt het mij privé maar probeer er niet over te polemiseren, ik heb er geen zin in.

Ik ben slecht in begrafenissen, ik verlies me in mijmeringen, ik betrek het op mijn eigen kinderen, ik beeld me de gedachtes van ouders, vrienden en familie in, en ik ben van slag. Niet alleen voor en tijdens en na, maar nog een hele periode nadien. Wellicht omdat ik een erg grote fan van het leven ben, en de dood doorkruist dat, zonder een zweempje humor.

Ik was vanochtend getuige van helder verdriet, van mensen die samen rouwen, gehuild en gelachen hadden, en dat nu een plaats probeerden te geven. Dat lukte niet, of niet altijd. De stemmen wilden nog wel eens breken na een dappere poging om uiting te geven aan wat men echt voelde.

Maar het was niet donker en somber. En je kreeg op geen enkel moment het gevoel dat je alleen stond met dat verdriet. De teksten waren zinvol, lief en geschreven vanuit gulpende harten. De muziek bood steun, was mooi, en het geheel  reikte schouders aan, ik kan het niet anders zeggen.

Wat opviel, was de sereniteit, de hoop en de vertroosting. Het menselijke. Er is niet echt sprake van aanvaarding in zo’n context, dat kan ook niet. Wat me wel opviel was dat er  getracht werd om een plek, een moment te creëren waarbij ieder  uiting kon geven aan zijn verdriet, zijn medeleven of zijn opstandigheid. Op zijn eigen wijze. En dat was mooi. Het zou nog mooier geweest zijn, mocht je er niet zo een triestig gegeven voor nodig hebben.

Ook alle schijn trok weg. Hier was geen plaats voor vals, voor ons-kent-ons, voor ego trip. De reclame, dat vrolijke bastion van oppervlakkige zelfgenoegzaamheid zag er ineens heel anders uit. Mooie, trotse, lachende mensen, die ineens een ‘coup de vieux’ over zich kregen, en verdriet hadden. Echt verdriet, en medeleven. Met de familie, met de vrienden, wellicht terugdenkend aan eigen kleine of grote persoonlijke drama’s. Grote mannen en vrouwen, dartele meisjes en onbezonnen wilde jongens, die ineens gekrompen leken, bewust van de sterfelijkheid en de fragiliteit.

Een paar uur afstand, een paar uur nadenken over kostbaarheid en vergankelijkheid van het leven. Dat was het.

Op de terugweg heb ik mijn zoon gebeld, om hem te horen, en zonder zwaarte wat over het leven te praten. Ik kan dat gelukkig nog, en het heeft (wat) geholpen.

De liftende hoer

Ze stond een beetje weifelend te zwaaien. Tenger, meisjesachtig lijf, dik ingepakt in goedkope kleren. Ze liftte. Ik was niet speciaal gehaast dus ik stopte om haar minstens al een eind op weg te helpen. Ze moest in Latem zijn, de Kortrijkse steenweg.

Wie de buurt een beetje kent weet dat daar de uitzuipkroegen van de plaatselijke chaussee d’amour zijn. Waarom zeg ik dat? Waarom zo snel een conclusie die er misschien geen was?

Ik weet het niet, ik heb er geen speciale neus voor, maar het bleek wel te kloppen. Het was een zwarte vrouw, met een te zwaar parfum, intrieste blik en een lijf dat allicht zo skinny gehouden werd om de kansen op de markt te maximaliseren ‘parce que la clientèle apprecie’. Haar humor en levenslust spaarde ze voor haar beroep, zo scheen het. ‘Allez cherie, tu m’offres une petite coupe?’ eerst zuipen en dan proberen de dans te ontlopen en het pezen zo lang mogelijk uitstellen.

Zonder stijlfiguren te willen neerpoten, haar gezicht was minstens dubbel zo oud als de oppervlakkige monstering van haar stekkebeentjes deed vermoeden. En doffere ogen had ik ook al lang niet meer gezien.

Ze zat stil in de auto en vroeg heel plotseling of ik getrouwd was. Ze vond het huwelijk niet evident. En al helemaal niet als er ‘violence’ bij kwam kijken. Geef haar maar eens ongelijk.
Ik moest haar afzetten aan restaurant ‘la grande bouffe’. Vlak ernaast was een bar ‘ Le p’tit faim’. Humor hebben ze wel die pooiers. Daar stapte ze binnen. Waarschijnlijk tot een kot in de nacht, om dan op dezelfde sjofele manier terug te geraken in Gent. Haar nachtmerrie kon beginnen, mijn fantasie begon te werken.

Hoeren, niks klinkt lekkerder bij de niet-geïnformeerde. Wij stellen er ons wulpse sexperts bij voor, met geweldige boezems, die in staat zijn ons alle hoeken van de kamer te laten zien. De realiteit schijnt dus lichtjes anders te zijjn.
Voor we in een verhitte discussie komen over de verkeerde topics, ik veroordeel niks of niemand. Niet de hoeren, niet de hoerenlopers. Misschien wel de pooiers, maar dat zeg ik niet luidop wegens schrik om ‘nen djoef op mijn muil’ te krijgen. Ik ben er ook van overtuigd dat er toffe, echte madammen in de prostitutie zitten, misschien niet veel, maar wel vrouwen met ballen, die er allemaal niet te veel om malen, en gewoon doen wat op dat moment een oplossing leek voor eender welk probleem. Niet vergelijkbaar met meisjes uit godweetwelk land die hier komen ‘dansen’.

Idem dito voor venten die net voor ze huiswaarts keren naar hun dor takkenwijf, nog gauw even binnenwippen bij de raamhoertjes aan t Noord. Het kan maar deugd doen. Aan mij is het niet besteed. Echt niet.  En niet omdat ik het niet lekker zou vinden. Alhoewel, dat weet je nooit, maar omwille van de neuroses.

Te veel onzekerheden, teveel dingen waarvan ik niet weet hoe het moet. Kun je douchen? Of is dat stom? Ik vraag me bijvoorbeeld ook af of die dames een soort menukaart hebben. Of is het eenheidstarief per kwak? A means to an end? Of heb je daar niks over te zeggen. Begrijpt u waar ik heen wil? Moet je daar eerst nog even ‘socialisen’ of is het anderzijds niet beleefder is om maar meteen de snikkel boven te halen, kwestie van de dames niet teveel tijd te doen verliezen.

Plus ook, moet je zo snel mogelijk of juist niet, en wat is het protocol nadien? Teveel vragen en onzekerheden voor de neuroot in mij ( los van een overigens bevredigend relationeel, affectief en lichamelijk leven). Ik ben er bijna zeker van dat ik onaangepast gedrag zou vertonen, zelfs in hun context, want ik vermoed dat die dames wel één en ander gewoon zijn.

Maar het idee dat je gezelligheid koopt?!? Want dat is wat er gebeurt in de uitzuipkroegen, eerder dan in de peeskamertjes van de stationsbuurt.  Bij meisjes/vrouwen die meestendeels liefst hun plastic doorschijnende stiletto hielen dwars door je balzak zouden willen priemen, neen daar kan ik echt niet bij. U wel?

Frustratiedrempels

Aaaahhh, Vlaanderen en zijn schotschrift-traditie. Verder dan anekdotiek zal het nooit komen. Het uiten van frustratie via mooi getypte briefjes, netjes in een chemise gestoken, kwestie van weer en wind te kunnen trotseren. Een gulp expressie, maar dan wel netjes verzorgd opgehangen. Wanhoopskreetjes van de burger..

Wederom een fraai exemplaar. We beginnen met het (in mijn ogen) grappigste. Bemerk de fijne uitlijjning links, mooi netjes naast de spleet, of plooi, in de garagepoort.
Neuroten onder elkaar, wij kennen dat. ik durf te wedden dat de man er erg lang over gedaan heeft om de hoogte te bepalen waarop hij zou vastkleven, zoekend naar een referentiepunt, dat hij uiteindelijk gevonden heeft, 1,5 cm onder  het verlengde van de virtuele rechte lijn gemaakt door de resten van de ‘no parking’ sticker, die duidelijk niet afdoende bleek.

En dan de tekst. Forse kapitalen, om aan te geven dat het hem hoog zat.  spaarzaam gebruik van vetjes om duidelijk te maken dat hij niet van het halve soort gediend is. Volledig is volledig, en niet zo nog efkes een half bumperke erover. Rechte, virtuele lijnen, in het verlengde van zijn garage, en daar wordt verder niet aan getornd!. hoe moeilijk kan het toch allemaal zijn! Bende loozers (CC @Crusty).

In de tekst zelf zitten ook nog wel wat pareltjes. Niet vanaf vandaag, of nu, neen, neen, ‘vanaf heden’.  Met een datum erbij, om aan te geven hoe lang dat spelleke al duurt. De man is kwaad.  Vertederend vind ik ook de ‘Ben het kotsbeu’. Geen tijd om ‘ik’ erbij te plakken. ‘ ’t es mij muug, ben het spuugzat…’

En dan gaat het verder, politie-tussenkomsten, dreigen met bijten (waarom anders de vermelding dat hij gevaccineerd is en daarbovenop de assertie van het zelfbeschikkingsrecht. Ik moet geen toestemming vragen, want ik ben eigenaar!!!

Op zich is het allemaal wel wat om te lachen. Ik kan me ook inleven in de frustratie van de man. Je leeft en woont in de stad, betaalt een pokkedure garage en vindt de helft van de tijd een eikel voor je deur staan.  Redenen tot frustratie.

Anderzijds. Ik woonde lang in St Gillis, waar het een sport was om na 22u je auto binnen een straal van 5km van je deur kwijt te geraken, ik vond dat wel iets hebben. Het scherpt het ‘creatief parkeren’ aan.  het is werken op limieten, en ja, dat werkt dan wel al eens tegen de eigenaars van een garagebox.

Ik heb ook in een positie gezeten waarbij ik zelf zo’n box had, of een soort gepriviligieerde plaats voor mijn huis. En mij kon het eigenlijk geen lor schelen dat er al eens een keer iemand hinderde. Het is voor iedereen moeilijk dacht ik dan, we gaan hier geen dikke over draaien.  Mijn vriendin zag dat toen anders, die ging ook helemaal over de rooie als er iemand’s auto hinderde…

Gewoon om te zeggen, ik begrijp het niet, ik begrijp ook de neurobuurvrouw van Karin niet, die er op staat om haar auto op het uiterste randje van hun ‘eigendom’ te parkeren, ook al maakt dat verder geen zak uit, in een woonstraat waar er nooit parking problemen zijn. Ze wil geen stukje van mijn auto zien op haar stuk straat. Hoe moet je zoiets inschatten? Territoriumdrift, bezitsdrang, neuroses…

Allez, ja, gewoon zomaar een random observation of the third kind.

 

 

Chinees Keuken

Gisteren reed ik door het Vlaams Brabantse landschap, in de omgeving van Neerijse, of één of ander gerucht, ik wil er van af zijn.  Fijne observator die ik ben, viel het oog op volgend paneel.

Laat dit niet de plek zijn om ons vrolijk te maken over fouten bij noeste nijveraars; Ik wil het probleem ten gronde tackelen.

In mijn verbeelding ging het als volgt:  Chinees komt bij één of andere panelenboer en geeft het briefje af met de gegevens, van wat er nu precies op zijn bord moet komen. ‘Intake’ noteert, en stelt helaas geen vragen, of erger nog, noteert verkeerd. De order wordt doorgegeven aan de afdeling ‘Lay-out’. Daar zit een een grafisch genie, die de wenkbrauwen fronst (of franstalig is), toch nog even checkt, maar dan de beruchte woorden krijgt. ‘De klant krijgt wat de klant vraagt, en daarmee basta! gij moet niet denken voor de klant, gij moet uw werk doen!’.   Het ontwerp belandt bij de afdeling ‘Productie’, waar de niet van gezond verstand gespeende atelierchef met het potlood achter de oren gromt dat er een fout opstaat… maar de klant wil het ondertussen zo! Quality control zullen we maar overslaan, ’t is een kmo’ke. Alles wordt gemaakt, geleverd, en hopelijk ook betaald, en hopla, het Chinees Keuken is geboren.

Op zo’n momenten heb je toch heimwee naar de vakman die klaar en duidelijk zegt ‘Joengne, ik zou dat zo niet doen, ge moet eu nen halve overslag installeren en die boulongs moeten azu gemonteerd weurden dadde der nog mee eu manivelle bijkeunt, veur as t’er probleme zijn… Kgoa  t’eu ne kie tuuge…keit ba ma thuis uuk  zu gedoane’.

Blind vaar je op dat soort stielemannen, die advies vermengen met technische vakkennis. Waar het fout loopt is het taylorisme van de moderne bedrijven, we delen het ding op in vakjes en niemand heeft nog ownership, maar iedereen heeft wel zijn werk gedaan.

Ook de klant is schuldig, want proactiviteit van de leverancier (neen, ik geloof niet echt in het partneridee, zeker niet uitgesproken, wel in de intentie en de geest) wordt meer dan eens afgestraft.  Klanten die goedbedoelde verbeteringen niet naar waarde weten te schatten, ze lopen dik gezaaid. Helaas. En dus wordt iedereen bang, en doet iedereen braaf wat ie moet doen.

Voor de liefhebbers; een weetje. Ik heb aan beide zijden van het reclamevak gestaan, en ik kan u met zekerheid zeggen dat klanten liefst van al weerwerk en gefundeerde meningen terug willen krijgen van hun bureau. Aan uitvoerende ja-knikkers heeft men meestal een broertje dood. Het is niet verboden om na te denken en uw verstand te gebruiken, echt niet.

Het kan natuurlijk ook zijn dat een Chinese retaurateur als enige vriend in de soms tweetalige zone rond Brussel, een Franstalige bordenmaker had. In een gebied waar hij om politiek taalkundige redenen enkel in het nederlands mag adverteren. En dan is het klassiek geval van de blinde die de dove de straat probeert over te helpen…gehinderd door restrictieve taalwetten. Maar het blijft jammer.

So Valentine

Hij haalde achteloos zijn gitaar boven en tokkelde een liedje, voor haar. Het kostte hem niet echt veel moeite, alles werd gedragen door enthousiasme, of blijheid zo je wil. Nadien zong hij van Skillemedinky.

“Skillemedinky, I love you. I love you in the morning and i love you in the night. I love you in the evening when the stars are shining bright… “

De tekst was een beetje ‘tacky’, maar door de zuiverheid en de openheid waarmee hij het zong, kon het nog net. Het was eigenlijk mooi, gewoon omdat hij er niet teveel kapsones over maakte. Je voelde wel dat hij er over nagedacht had of hij het nu al dan niet zou doen, maar het was evengoed duidelijk dat het een uitgemaakte zaak was, hij moest dat doen, want het was zijn lief. Zij keek hem aan, met grote bewonderende ogen, languit in de rode zitzak en ze zuchtte ‘Ik word hier zo rustig en blij van’.

De woorden waren allemaal oprecht, en simpel, en mooi. Wat het nog opmerkelijker maakt, is het feit dat het over een jongen en een meisje van 10 gaat, die al sinds de kleuterklas samen naar school gaan. Dit is het eerste jaar waar dat niet meer het geval is, omdat de volwassenliefde niet heeft mogen zijn. Het meisje trok met haar mama naar Stabroek. Geen diepe gracht voor de koningskinderen, zo blijkt, want ze zien elkaar nog regelmatig. En ze zeggen in simpele juiste woorden wat ze voor elkaar voelen. Ze willen elkaar blijven zien. Met zuivere ernst, maar van de lichtvoetige soort. Ze maken er geen drama van. Hun ‘forever’ heeft de oneindigheid van ‘Zolang het kan en zinvol is’ en dat is best lang, zeker op die leeftijd.

Het heeft niets met Valentijn te maken, het had op eender welke andere dag kunnen zijn. Maar het vriendinnetje van Robbe kwam na de musical les eten. Dat was al een tijdje geleden afgesproken, vooral ook omdat het laatste uitje niet de gelegenheid had geboden om voluit te babbelen. Een film leent zich daar niet echt toe, dus moest het worden overgedaan.  Met meer tijd voor verhalen, en lachen. ‘En hij moest ook een beetje leren om wat warmer, wat romantischer te zijn’, voegde zij er wijs aan toe, terwijl ze hem een vluchtige jongemeisjes-zoen gaf.  Op slag waren al mijn cynische, high-brow opmerkingen over Valentijn verdwenen. Zo kan het wel.

Al gauw stond ook het meisje te zingen (dat had wel wat meer voeten in de aarde, diva’s hebben zo hun rechten), waarop het zijn beurt was om bewonderend naar haar te kijken. Ze had een erg mooie stem, en ze zong veel en graag, en kon zich moeiteloos verplaatsen in de suikerspinrealiteit van musicals en mooie, grote gevoelens.

Karin had smakelijk gekookt, de tafel was prettig gedekt, met wat rode accentjes, en die kinderen met hun gebabbel en gegiechel, waren heerlijk om bij weg te mijmeren. Ik geloof echt dat de gevoelens diep en integer waren, eenvoudig mooi, en haar opmerking blijft me bezighouden. Waar verliezen kinderen die onschuld, dat gevoel voor juistheid. Wat doen wij als volwassenen, dat we er in slagen om dat te laten vervangen door gehuichel en foute boel? Haar woorden, niet de mijne. Ik heb er geen antwoord op, maar ik voelde me een heel klein beetje bevoorrecht. En zo werd Valentijn toch nog zinvol.

No Valentine… De menuutjes

Ik weet niet waar te beginnen. Eerst dacht ik uitvoerig commentaar te leveren bij de literaire pareltjes die ik her en der tegenkwam, of mij door gelijkgestemde zielen werden toegestuurd. Ik denk dat die beelden voor zichzelf spreken.  Staat u samen met mij even stil bij de opgeroepen sfeer, en ik ben er zeker van dat Valentijnsmenu’s nooit meer hetzelfde zijn. Ik denk ook dat er nog ruimte is voor een hele bespiegeling over grafiek en vormgeving, maar ik heb het nu wel gehad met het thema, en zal dat voor volgend jaar sparen.

Het is erg moeilijk om een favoriet te vinden, maar deze werd mij door @tombogman toegezonden. Ik denk dat we zo wel een licht kunnen werpen op het creatief proces. Men neme een aantal willekeurige referenties naar het thema, zijnde, liefde, zinnelijkheid, cupido, hart, verliefd, etc… Vervolgens pleurt men er wat adjectieven bij, en probeert men ingrediënten en gerechten een omfloerste naam in hetzelfde jargon mee te geven, en dan krijg je dit… Cupido’s mondvermakertjes… Ik weet niet hoe krom Nederlands kan zijn, maar het is een absolute hit. ‘Zwoele aardappeltjes’? Yeah, right! Als er nu iets is wat een absolute verzinnebeelding van de liefde is dan zijn het wel patatten.Toch?  Uiteraard mogen bij het dessert de vurige passie  en de zoetjes niet ontbreken, het geheel zou niet af zijn.

Kromme taal vinden we ook bij de vondst van @blissbohemian. Het is alsof de copywriter van dienst toch enige schroom heeft bij aanvang, maar die terughoudendheid blijft helaas niet duren.

Het raast maar door. Beginnend bij ‘liefdesvolle bubbeltjes in het kelkje van Cupido’. Stelt u er zich maar iets bij voor! Ik wil niet! Ik heb het feit al menigmaal vervloekt dat ik een levendige, visuele fantasie heb, en deze is er over. Het kelkje van Cupido, wat kan dat anders zijn dan… Ook bij het voorgerecht dringen er zich onkuise beelden aan mij op. Hoe kan het ook anders… bij een parelhoen,  knus op een spiesje. Het arme beest dacht daar vast anders over.  Ook hier zijn de petatjes in het spel aanwezig. Ik kan me voorstellen dat in bepaalde kempense gebieden ‘petatje’ een koosnaampje is, maar de knol op zich heeft op zich weinig affiniteit met het liefdesspel.

Prettige bijkomstigheid, de gebruiksaanwijzing. Men probeert een minimum aan directie te geven : het dessertbord (verleidelijk!) mag u delen, en u kunt het menu enkel per twee personen krijgen. Alsof je op je eentje zoiets gaat binnen harken.

Ook de Oosterse broeders hebben het signaal begrepen. Je kunt zelfs een Oosterse Valentijnsrijsttafel krijgen, met dank aan @Mister_wasabi. Al gaan we dan meteen de kinky toer op, met een trio van tortelvoorgerechten.

Gegeven het taalprobleem is men zich hier iets minder te buiten gegaan aan exuberant woordgebruik, maar de commitments zijn er niet minder om. Geen vrijblijvend geflikflooi, maar onmiddellijk een huwelijkssoepje. ‘T is maar dat je weet waaraan je begint.  Verder moet iemand mij eens vertellen wat er wel zo passioneel aan sojascheutjes is… en hoe je een eendenfilet verleidelijk kan maken. Godzijdank eindigen we met zoete versnaperingen, al dan niet door Valentijn zelf geselecteerd…

Waanzinnig mooi was ook de inzending van @Brittaver. We spreken hier over top-poëzie, de zinnelijkheid prikkelend als nooit tevoren. Startend met vloeibare passie, een ejaculatio praecox dus… beetje jammer, maar laat dat vooral de pret niet deren. Vooral niet omdat we overschakelen naar een warme gloed van kip en ham… Ik denk billen.

Het blijft een gesmos. We gaan dansen in een jus van drambuie. Een vettig beeld, dat nog wat versterkt wordt met bruisende bubbels in de buik. ik hoop van ganser harte dat dat dan niets te maken heeft met het metabolisme… Godzijdank werd het toen donker!

Ik stel me dan altijd de vraag hoe dit soort keukentafelpoëzie tot stand komt. Een laatavondbrainstorm tussen chef en sous-chef, waarbij de wonderlijke ingevingen komen van het zaalmeisje dat in haar vrije tijd poëzie schrijft. Of een nors afgeleverd menu van de chef, dat vervolgens kunstig verminkt wordt tot bovenstaande gedrochten door zijn vrouw en haar zuster. Allebei al lang verleerd om romantisch te zijn, maar volop vertrouwd met het ‘boeket-jargon’.

Mooi, erg mooi…allemaal. Bijna net zo mooi als de worp van @mvangrieken, die ik er toch nog even wil bijvermelden, gewoon omdat ik hem leuk vond, een waardige manier om deze cyclus af te sluiten. Smakelijk allemaal morgen! (de liefhebbers kunnen de namen van de restaurants opvragen bij de inzenders, (die daar morgen allicht allemaal zelf ook zitten) en nogmaals van harte bedankt worden voor hun inzet en fijn observatievermogen)

No Valentine!

Voor we eraan beginnen, huldig ik nog even mijn levensmotto: iedereen doet maar wat hij of zij zinvol vindt. Maar soms wil ik al wel eens helpen!

Valentijn dus, een niet aflatende bron van ergernis voor me, elk jaar opnieuw, gewoon omdat ik het zo’n aanfluiting van ons verstand vind. Willen we daar nu eens mee stoppen? Volgens mij kan er niemand tegen zijn. De restaurants niet, de venten niet, en de vrouwen niet, tenminste als iedereen een beetje mee wil.

Waarom doen we dat in godsnaam? Wie zijn lief mee neemt naar een Valentijn-diner, verdient het om door het arme kind onmiddellijk gedumpt te worden. Immers, hij heeft bewezen dat ie bloedeloos, licht anemisch de kleinhandelsuggesties omarmt, die hem aangereikt worden om te tonen dat hij het echt meent. Dat ze voor hem de ware is. Geen fantasie, geen zin ook om zijn/haar lief echt te verrassen. Een verplicht nummertje, om zeker niets fout te doen, en binnen de lijntjes te kleuren. Dumpen die handel, voor je in een fermette tegen de parkieten moet praten terwijl hij zijn fiets staat af te kärcheren.

Wie zoiets moet doen van zijn/haar lief, verdient het om het mens onmiddellijk aan de kant te schuiven. Immers, dat zijn de dames van de pronkerige soort, die willen kunnen vertellen hoe romantisch ze ‘verrast’ werden door hun partner. Je kunt er vergif op innemen dat het beste dus nog niet goed genoeg is, en dat er ook nog een rist cadeautjes aan vast moeten hangen. De meer materiële soort. De externe soort ook, die de volgende dag met de vriendinnen staat te kwebbelen over ‘wat die van hun’ gedaan heeft. Als je’t afschrikwekkender wil, dat zijn de meisjes die ook over je sexuele prestaties praten met de anderen: ‘Die van mij is zo voorspelbaar, ne wrijver, denkt alleen aan zichzelf’…

Wat er ook van weze, daar zitten jullie dan. Het eetzaaltje, mooi versierd, en knusjes met Valentijnsattributen stemmig gemaakt. Iedereen ook op hetzelfde moment, graag! Zo kan de service ook vlotter lopen. Wie weet zijn er zelfs twee shifts mogelijk!

Ik kan me niet voorstellen dat je in die context mooie gesprekken kunt hebben. Misschien hebben jullie dat ook niet nodig, maar voor mij werkt het niet echt. Ik heb echt geen opgeklopt schuimsfeertje nodig om mijn lief in de ogen te kunnen kijken en te genieten van hare kop, van haar alles. Dat kan bij een frietje en een pintje, en dat kan evengoed op andere momenten. ik weet wel zeker dat het voor geen van ons beiden kan onder begeleiding. Met van die stemmige, hoerige pianoriedeltjes. Als dat het idee van romantiek en het beleven is van een relatie, sterf dan toch stilletjes?!

Heb je een speciale sfeer nodig om in te praten? Ga naar een parenclub, blijf thuis, doe iets authentiek, maar ga toch niet in de refters van de voorgekookte sfeer zitten genieten van … ja van wat eigenlijk? Voor ‘t eten moet je’t niet doen, voor de ongrijpbare ambiance ook niet. Voor de ongedwongenheid dan? Ik dacht het niet, met een hoopje zieligaards kijken hoever iedereen al gevorderd is, het eigen nummertje afwerken en dan : op naar de waxinelichtjes, de verplichte massage en het zuinig nummertje voor het slapengaan? Doe nou niet!

En laat ons ook even stilstaan bij de chef! Een man die zijn leven gegeven heeft aan het smakelijk koken en die dat nu allemaal gedegradeerd ziet tot een soort catering voor de valse sentimentaliteit. Zijn met zorg bereide amuses worden ineens ‘tongverwenners’. Zijn sausjes en schuimpjes worden ‘liefdesschuim’, ‘eros-sap van de wilde zee’ en nog van dattum. Die mensen zijn daar niet blij mee. Ze moeten mee met een soort van neuzelarij waarbij elk gerecht vertaald moet worden naar tuttifruttigedrag.

Voor mij is het duidelijk. Een beetje chef, die zichzelf respecteert doet dat niet. Die wil dat zijn eten niet aandoen. Bij diegene die het doen, heb ik nog mededogen met pas opgestarte zaken, gewoon omdat die volume nodig hebben. Die mogen het blijven doen, al raad ik het niet aan.

Voor de anderen geldt : u doet mee? U bent niet trots op uw keuken, en daarom zit uw zaak leeg, en daarom denkt u met een trukje volk te trekken. Dat is verkeerd volk! die komen enkel met Valentijn eten. Dat gaat uw zaak niet redden. De oorzaak ligt dieper, u kunt het eigenlijk niet. Word kapper, of een ander eerbaar beroep.

Dus… stuur mij uw foto’s van Valentijnstristesse, ik ga ze publiceren, ik ga ze becommentariëren, laat ons samen ervoor zorgen dat dit het laatste jaar is. Marc Vangrieken bijvoorbeeld,  was zo vriendelijk mij zijn variante op te sturen, en ik denk dat die mens zijn partner nu al blij is met hem. Zo mag je’t van mij altijd beleven… niet dat ik er verder een mening over heb.

It’s a man’s world

Er is een groot verschil tussen jongens en meisjes. Mijn zoon studeert bij mij in Lochristi.  Op dit moment wonen wij er. Twee venten dus. Met twee honden.

Concreet komt dat er op neer dat er niets vuil wordt. Hij zit op zijn kamer, ik in de mijne, de badkamer en de keuken zijn de enige twee plekken die gebruikt worden.  Occasioneel resulteert dat in handdoeken die gewassen moeten worden en het strikte minimum aan eetgerei. Stilzwijgend zijn wij het erover eens dat het minimaliseren van (af)was een goede zaak is. Vuilbakken worden gevuld, en als ze vol zijn in de container gekiept. De regels zijn spartaans en simpel.

Eten is geen ritueel, het is een functioneel gegeven. Get it over with,  en doe daarna iets anders. Wat niet wil zeggen dat er niet gepraat wordt, maar het kan al eens staande gebeuren en dat is niet erg, dat doet geen afbreuk aan onze warme gevoelens voor elkaar. Het hoeft ook niet per se te betekenen dat er geen respect, beleefdheid of wat dan ook is. It just happens. Hoe lang duurt het om een croque monsieur met een klodder ketchup weg te happen?

Hij zit er nu al zo ongeveer drie weken, en dat loopt perfect. Zolang er voedsel in de kasten ligt, en drank in de ijskast, zijn er geen problemen.Soms zijn er kleine misverstanden, zoals gisteren, waarbij hij twee lamsfilets in de plan slaat, daar een bord frieten bij maakt en mij sms’t : “Peter Goossens is er niets bij!”. Ik had andere, verfijndere plannen met dat eten, maar soit. Beunhaas die daar over zeurt.

Hoe anders met meisjes. Zelfs al blijven ze maar een dag, het verandert het huis in een soort knutselatelier/beauty parlour/uitdragerij. Maar wel gezellig, uiteraard!

Gigantische hoeveelheden badlinnen worden er op dat moment doorgedraaid.  Badschuim en shampoo, nog zoiets… je moet welhaast industriële hoeveelheden inslaan en toch is het altijd op. Alsof ze ’t drinken, en schrik hebben van smetvrees.  Tandpasta klodders, nieuwe verpakkingen van omzeggens alles worden aangebroken, alsof het allemaal niet meer zo goed smaakt. Ondergoed alom, haarborstels verschijnen, samen met devices waar we het bestaan niet kunnen bevroeden, stijltangen, haardrogers, en wat dies meer zij. Details die wij niet willen kennen. Tissues ook, heel veel tissues, vooral opgefrommeld. Maar wel decoratief.

Gezelligjes ook, bij de meisjes, met allerhande soorten koekjes, knabbeltjes, drankjes, in potjes, overal in het huis. Overal. Overal potjes, en glazen, grappige glaasjes, kleine glaasjes, flesjes. En nog glaasjes, want je drinkt natuurlijk niet twee keer uit hetzelfde. En je drinkt overal. In je kamer, in de badkamer, waar je 80% van je tijd zit. Oeps, soms zelfs kan zo’n klein glaasje ergens in het toilet best nog een decoratief element zijn… Vergeten!

En dekentjes, en truitjes. Mooi gedrapeerd. Overal. Tegen de kou, en sokjes, die prompt weer uitvliegen, en vervangen worden door andere. Kleine gezellige, kleurige bolletjes kous, die overal liggen, als een soort virtueel geursignaal: ‘ik woon hier’. Het is decoratief… heur sjaals, en doeken, en cachecoeurs, cardigannekes, en hoe heet het al niet… Tegen de kou, ook al zetten ze de thermostaat met graagte op 26 graden ‘voor eventjes… om dan te vergeten’.

En natuurlijk moeten er hapjes gemaakt worden, of cake voor de gezelligheid. Of iets onbestemd, met veel manipulaties en gebruik van keukengerei, kleverig ook bij voorkeur. Of zo… met snoezelige bordjes.  En overal, letterlijk overal, in elk recipient blijft een klutske achter… Het waarom ontgaat me, ’t gebeurt gewoon.

En kaarsjes  worden aangestoken, zodat er kan gepulkt worden met het kaarsvet.  En theelichtjes worden in kleine snoezige potjes gedumpt, zodat het romantisch is. Met kutmuziek vaak… en ‘Gossip girl’ kreetjes en ‘Sex in the city’ tapes, of pyama ‘Ally mcbeal’ toestanden. Gezellig… echt waar. En schattig, het houdt niet op…

En dan zijn ze weg.. en het slagveld blijft. Johannes en ik zuchten, de rust keert weer. Het moet zo zijn.

Fijne mensen

Ik heb het niet voor Bongo-bons. Ik vind dat niet echt geïnspireerd. Toch zijn er onlangs een paar mensen in geslaagd mij er mee te ontroeren. Ik ga er niet flauw over doen.  Het zijn gewoon fijne mensen, zonder veel kapsones.
Wat volgt is een verhaal(tje) over een agentschap zonder pretentie en met hart en verstand op de juiste plaats.

Een paar jaar geleden kreeg ik een lead binnen voor een job waar ons toenmalige bureau niet echt voor uitgerust was. Op aanraden van een vriend en vastbesloten om die klant/lead niet in de steek te laten trok ik met de hele handel naar Vilvoorde, waar een zootje ongeregeld, en kennelijk ook ongeïnteresseerd het hele zaakje aanhoorden. The Parking Lot.  Ze stelden geen vragen, mummelden wat onder elkaar en ik perste een datum uit hun monden, over het wanneer we elkaar zouden ontmoeten. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me weinig illusies maakte. Het was alsof ze er geen zin in hadden, en tegelijkertijd waren ze vrolijk, maakten grappen en grollen. We zouden wel zien.

Een week later werd ik vergast op een professionele en leuke presentatie, zonder poeha, zonder veel gezever over ‘wat hebben wij onthouden van de briefing, wat wil de klant misschien, hoe zien wij de opdracht…’ Niks geen gewauwel, gewoon tien slides met op elk van hen  een sterke, juiste idee. 10 verschillende ideeën ook, geen doorslagjes van elkaar,  die met een paar woorden aan de man gebracht werden.
Onwaarschijnlijk plezant, en juist.

Die presentatie werd vervolgens aan de klant doorgestuurd, die het vakkundig de nek liet omdraaien, eerst door zijn bazen in Nederland, nadien door de bazen van de bazen in Zweden. Er was uiteindelijk geen geld voor. Erg jammer!
De ideeën stonden als een huis, en de jongens van The Parking Lot hebben er ons nooit geld voor gevraagd, wegens ‘fair play’, wij hadden immers ook niets verdiend, en iedereen had het moeilijk. Ik was daar erg blij om, al heb ik dat misschien niet laten merken, toen.

X aantal jaren later, kom ik een oude bekende van me tegen, die tussen neus en lippen fluistert dat ze op zoek is naar een bureau. Ik pols, denk en oordeel, en stel ze voor, jawel aan The Parking Lot, maar ook nog aan twee andere. Ik doe niet aan vriendjes politiek, ik probeer een keuze te maken waar mijn professionalisme niet onder lijdt.

Time goes by, and all of a sudden vind ik in mijn brievenbus een Bongobon, met de korte vermelding:  “pitch gewonnen, dank je, Evan.”

Het mooie is, dat er inderdaad niets afgesproken was. Ik doe dat soort zaken – mensen met elkaar in contact brengen, waarvan ik denk dat ze iets met elkaar kunnen doen –  regelmatig, waarom ook niet.
Het aantal bedankingen dat je daarvoor terug krijgt, of  het aantal blijken van appreciatie is 0,0001.  Als er dan iemand geheel uit zichzelf, en op de juiste manier zoiets opstuurt, tja dan ben ik blij, en dan weet ik dat dat fijne mensen zijn.  Een aanradertje dus!

Keurslager Bart, wij weten waarom

Koffie bij Keurslager Bart

Ik heb een zwak voor de kleine middenstand. Zeker als die kleine middenstand blijk geeft van passie en goesting in de job. Zo wil ik al wel eens voor de fijne vleeswaren binnenstappen bij Keurslager Bart in St Antonius Zoersel.

Je voelt aan alles dat die mens zijn stiel kent.  Vanmorgen was het weer zover. Ik moest een nummertje trekken, want er is discipline bij de keurslager. Het was nummer 68, en ze bedienden op dat moment nummer 33. Toch bleef ik.  Er zijn in Zoersel en omstreken -tig beenhouwers en charcuteriezaken. En toch bleef ik.  Omdat ik verzot ben op hun pastrami, en omdat hun salades nog echte ingredienten bevatten, waarvan de mayonaise maar een deel uitmaakt, en omdat ze zo’n mooi aanbod hebben, en beseffen dat er méér dan één soort salami bestaat. Allemaal waar.

Maar vooral toch omdat ik het daar prettig vind. De bediening is snel, en ze wrijven tussen elke aanraking met het slijk der aarde door, snel wat onsmettingsproduct op hun handen. Ze weten van aanpakken en kennen hun vak.
Slager Bart kwam toevallig vanochtend in de zaak op het moment dat ik mijn nummertje trok, en hij straalde. Je zag hem blij zijn met wat hij opgebouwd had. Ik vind dat fijn om te zien.

Bovendien – en hier zijn we er weer mee – weet hij  zich als geen ander te verplaatsen in de geest van zijn klanten. Hij heeft een koffie-automaat, waar je gratis een lekkere koffie kan nemen. Twee ook als je dat zou willen, maar dat is niet echt nodig, dat weet Slager Bart ook, zo efficient zijn zijn mensen wel.

Het is ook geen excuuskoffiemachine, ’t is lekkere koffie. Zo simpel kan het zijn om frustratie weg te nemen.

Als er ergens een punt van kritiek mag zijn; Keurslager Bart heeft ook wat flatscreens hangen met powerpoint promoties over fijne vleeswaren. Ik apprecieer de grafische inspanningen, maar het zal nooit een goed idee zijn. Gehakt is nu éénmaal niet fotogeniek… maar je hebt wel nog iets te lezen en te bekijken, dat is waar.

En zo blijf ik welgemutst aanschuiven bij Slager Bart, ’t is tenslotte weekend, wat kan mij dat kwartiertje schelen.

De Muide leeft!

Café De Click

Kijk, mijn vrijdag is weer helemaal in orde. Een staaltje CaféCommunicatie, dat gaat er altijd in.

Om precies te zijn, het was niet echt in de Muide, waar ik het zag, ’t was de voormuide, een niet zo chique buurt van Gent.

En dan ineens, hel-oranje, fusion tussen Cécémel en Coca Cola reclame : Een café met een missie. “Wij geven  dorst geen kans”. En ze serveren Bockor pils.  Mooi, mooi en overtuigend. Sorry dat de foto niet geheel duidelijk is, het moest in de vlucht gebeuren.

Het logo aan de voorkant getuigt ook van enig grafisch genie, in een rode cirkel krijg je een remake van het Coca cola logo, maar dan met Café Click… Rood op oranje, hedendaagse fashionista’s zullen met mij beamen dat het gewaagd is maar dat het kan.

Of de toets helgroen Perrier daar kan aan toegevoegd worden is een ander paar mouwen, maar het geheel straalt een zeker  verzorgd ‘jenesaisquoi’ uit, dat ik wel kan pruimen.

En de banner, dat is nogal wat anders dan de vermelding ‘sfeercafé, of smultent’. Dit is een mission statement zoals mission statements moeten zijn. Kort en helder, en de hele organisatie kan er zich achter scharen, om het doel te realiseren. ‘Wij geven dorst geen kans’. En volgens mij nemen ze dat ter harte.  Mooi!

Ik ga er zeker eens een pintje drinken één van de dagen. Lezers uit de buurt die meewillen, let me know.