Zwijgen

logo_vierkant_med_res

Ik sta elke dag op om 6 uur. Gewoon omdat ik dan al wakker ben en het weinig zin heeft om dan nog uur te liggen draaien. Door de jaren heen heb ik een reflex ontwikkeld om niemand te storen bij dat ontwaken, maar tegelijkertijd ben ik bijzonder nieuwsgierig naar wat ik eventueel gemist heb tijdens de voorbije zes uur slaap. Eerst check ik mijn mail. Dan Facebook, Linkedin en Google+. Daarna ontwaakt Twitter zacht. Daar beleef ik het meeste plezier aan. Dat en Flipboard. Om bij te blijven.

Ik kan me voorstellen dat mensen met kinderen, en de bijhorende stress van het ochtendlijk georganiseer nu heel bedenkelijk kijken. Het spijt me. Ik heb doorgemaakt wat jullie op dit moment doormaken, en ja, dat is een andere hectiek. Maar ik ben er van af. Sorry.

Het gaat me echter niet zozeer om die luxe, of de aberratie dat een mens al om zes uur ’s ochtends in de arena van het ochtendlijk social media geweld wil treden. Ik wil het veeleer hebben over iets wat me beangstigt. De ontgoocheling die ik bij mezelf noteer als er te weinig mentions en/of volgers bijgekomen zijn op Twitter. De desillusie dat er niemand gereageerd heeft op een leuk of diepzinnig bedoelde Facebookstatus, en desgevallend ook het geringe aantal echte mails, echte interacties in mijn mailbox.

Als dit herkenbaar is, dan zitten we uiteraard met een probleem, u en ik. Voor de anderen is er niks aan de hand, huivert u gewoon mee met de bedenkingen.

Afkicken van het gebrek aan reacties, het zal allicht ook wel duiden op een overdreven behoefte aan bevestiging, aan een reflex om leuk of interessant gevonden te worden. Ik pleit schuldig. Ik vind het leuk om in interactie te treden met mensen, snel en spits te reageren, te engageren in woordspelletjes.

Veel erger wordt het als we doelbewust op zoek gaan naar content, naar grappige quotes, naar bemerkingen, om toch maar die conversatie stroom op gang te houden. Ook daar pleit ik schuldig. Het overkomt mij. Zoals een andere thuiswerker ooit zei: ‘mijn Twitterstream, dat zijn mijn virtuele ‘watercooler’ collega’s, het leidt wat af, het is een babbeltje, het vermijdt het sociale isolement, wat je als zelfstandige, thuiswerkende toch wel riskeert”. Maar waar ligt de grens?

Ik ben niet alleen met die vrees. Toen ik deze column opzette, wist ik eigenlijk even niet waar te beginnen. Ik heb het gewoon aan mijn Twittervriendjes gevraagd: “Iemand een idee waar ik het over kan hebben?”. Wat het meeste terugkwam – en ik simplifieer –  was dat, als er niets te zeggen is, dat mensen dan moeten leren zwijgen op sociale media. Net zoals we op Facebook ook onze tijd niet meer verdoen (of toch veel minder) met onzinnige statusupdates, is dat het volgende ‘rijpingsproces’ van de sociale media.

Het is niet erg dat er eventjes niet over of tegen je gekletst wordt. Get used to it!.

Gij moogt mijn vriendje niet meer zijn (Amable column)

Het ouderschap, het is nog nooit eenvoudig geweest, maar het wordt er de laatste tijd niet makkelijker op. De kindjes hebben er namelijk een nieuw pestmiddel bij ontdekt. De schuld? Die van ‘t internet en de sociale media, natuurlijk. Vriendjes worden op Facebook, daar gaat het over, dat schone privilege!

Het nieuwe stigma, of ‘t oude, ‘t hangt er van af hoeveel luciditeit je aan de dag legt. Het ‘vriendje’ zijn krijgt immers een totaal nieuwe dimensie. We mogen meespelen met de pubertruken van onze kinderen. Als we niet sympathiek zijn worden we ‘gedefriend’. Het heeft niets te maken met vriendschap, of wat dan ook, de kinderen hebben ontdekt waar het op aankomt, kennis is macht. En door ons te niet toe te laten tot hun ‘inner circle’, hun Facebook kudde, nemen ze macht af. Erger nog, ze brandmerken ons publiekelijk. We mogen geen deel meer uitmaken van de warme wolk van vrienden die onze kinderen omgeven. We worden voor kennissen, vrienden en familie aan de schandpaal genageld… ‘Hoe, zijt gij geen vriend met uw eigen kinderen op Facebook, amai!’ Het is een geseling, een stigma dat duidelijk is, en slechts door weinigen eervol gedragen. En eigenlijk is dat jammer. Want het is onbetekenend.

Er was een tijd dat ouders het totaal niet ambieerden om het vriendje van hun kinderen te zijn. ‘t Was zo al moeilijk genoeg. Opvoeden, kleden en eten geven volstond. En van wat er met de vrienden en vriendinnen gebeurde, daar trokken alleszins mijn ouders zich bitter weinig van aan. Tenminste, ze hadden ons op voorhand richtlijnen en kaders gegeven waarbinnen onze baldadigheden geduld werden. Die richtlijnen hadden te maken met tijdstippen, met hoeveelheden, met locaties. En heel soms met personen. ‘Ge kunt zien dat ge om 12u thuis zijt, niet zat, en als ik u uit ‘De Mascotte’ moet komen halen of ge zit weer bij die onnozele trien van hier twee huizen verder zal ’t uwen besten tijd niet zijn’.

Duidelijk, misschien niet al te subtiel, maar we wisten wel waar de grenzen lagen. Wat we daarbinnen uitspookten, daarvan merkten mijn ouders nuchter op dat het bij de jeugd hoorde, daar gingen ze zich niet druk over maken, ze hadden wel wat anders te doen, en ze wilden zelf ook nog een leven hebben.

En als ze via-via gehoord hadden dat we weer één of andere idiotie hadden uitgespookt, dan regelden ze dat vlot en kordaat, zonder hun bronnen prijs te geven. ‘Twee weken binnen, ge weet wel waarom!’. Wij wisten inderdaad min of meer waarom en accepteerden, omdat niemand er bij gebaat was om de dingen tot op het bot uit te zoeken. ‘t Kon immers alleen maar erger worden.

Achteraf bekeken was dat was eigenlijk fantastisch. Het sociale netwerk bestond toen ook, maar het was iets duister, niet voorgeformatteerd, of volgens bepaalde regeltjes. Nooit ben ik er achter gekomen hoe en waar mijn ouders hun informatie over mijn wandaden bijeenhaalden, maar ze wisten het wel altijd.

Dat is nu anders, het lijkt er soms wel op alsof we debiliseren samen met onze kinderen. ‘Hoe? ik mag geen vriendje van u zijn op Facebook? En uwe papa wel? ‘ Het is een status sysmbool geworden, een teken dat we goed bezig zijn, en op goede voet staan met onze kindjes,best friends forever of zo. Eigenlijk mag je er toch niet aan denken.

En die kleine etterbakjes weten het zo goed, dat ze er hun ouders mee raken. Net die ene die het eigenlijk goed meent. Die heeft het meestal het hardst te verduren.

Misschien ligt daar ook de sleutel voor een mooie Facebook relatie met uw kinderkens. Trek het u vooral niet aan en doe er vooral niets mee. Niet reageren, niet recupereren, niet ‘liken’, en eigenlijk ook niet lezen. Waarom zou je ook? Om door een moeras van taalfouten te waden en in een existentieel niemandsland terecht te komen waar niets gebeurt, tenzij informeren naar de staat van het ademhalingssysteem? ‘Hey, oewist, asemdenog?

Want er is eigenlijk niets veranderd in vergelijking met vroeger. Hun leven, hun leefwereld, hun speeltuin. Kinderen voelen haarscherp aan wat hun ouders al dan niet tolereren, en daar spelen ze mee. Ze weten ook dat die ene in staat is om alle clubfoto’s alle zotte chiromomenten te analyseren en daar A+B+C van te maken, daar waar de andere allicht nooit verder geraakt dan ‘ah ja, ik heb u op ne foto gezien met een jongen’. Liever dan tekst en uitleg te verschaffen proberen ze dat te ontwijken, Niks nieuws onder de zon.

Ik heb mijn hele leven slechts één keer iets gezegd op een foto van mijn zoon toen die een gigantische toeter wiet scheen te roken. Daarvan heb ik gevraagd om dat toch eventjes iets discreter te behandelen. De foto werd vervangen door eentje van hem met zijn zus, allebei met sigaretten en een dikke pint. Minstens even aanstootgevend. Ik had het begrepen. Het is een spelletje, laat je er niet in vangen, want het heeft allemaal zo weinig te betekenen.

De vluchtigheid…

De sociale media. En hoe ze je helpen in de menselijke contacten. Een stokpaardje. Een ergernisje.  En waar een ergernis is is ook wel een blog te schrijven. Over de vluchtigheid, de paradox van het makkelijke contact, wat resulteert in geen zorg,  geen zorgvuldigheid.

Een tijdje geleden was het mijn verjaardag. Allang niet meer iets waar ik echt vrolijk door word. Om eerlijk te zijn, al van kindsbeen af heb ik elk jaar gehoopt dat mijn ouders het zouden vergeten, zodat ik ’s avonds een beetje verongelijkt zou kunnen doen. Nooit gelukt. Maar verder heb ik er niet veel aan.

Dit jaar was de luim dusdanig dat ik mijn verjaardag ook uit mijn  facebook profiel wipte, ongeveer een week op voorhand en dat ik dezelfde dag ook niemand ongein op mijn prikbord liet schrijven. Als het moest, dan maar via privé berichtjes. Containment heet dat.  Nergens last van gehad. Hooguit vier vijf berichtjes, waar ik dan ook in alle ernst en met plezier op gereageerd heb. Dat lijken mij de mensen te zijn die echt weten wie je bent en hoe het echt zit met je leven. Trieste balans uiteraard, maar niemand heeft gezegd dat het altijd vrolijk moet zijn.

Maar wat zie ik nu? Erger nog, ik constateer het niet alleen, ik doe er ook nog eens aan mee.  Ik kijk ’s morgens eens  op facebook wie er jarig is, zet bij die mensen een fijn goedbedoeld berichtje op hun ‘wall’ ( die moeite doe ik nog wel, wil niet verzanden tussen de happy birthdays en 3 dikke kussen tekstsjablonen) en ’s avonds ‘liken’ ze dat. Kous af, voor iedereen. Twee muisklikken later is ’t al weer voorbij.

Waar wil hij naar toe? Ik hoor het u denken. Welnu, het gemakkelijke contact leidt enerzijds tot een fenomeen dat niemand je verjaardag nog vergeet, maar dat datzelfde gegeven ook absoluut niet meer belangrijk is. Het is uitgehold. Ik stond er vroeger om bekend dat ik rigoureus aan de verjaardagen van mijn vrienden dacht, zelfs aan sterfdata die relevant waren. Dat werd geapprecieerd. Nu is dat ‘normaal’, terwijl het in wezen ‘leeg’ geworden is. En dat is allemaal de schuld van de sociale media. Voilà… het geheugensteuntje  holt uit wat ooit waardevol was.

En helaas, helaas, dat is niet het enige. als je tegenwoordig ziek bent, of godbetert half invalide omwille van wat dan ook, dan wordt dat wel even genoteerd. Maar een halve dag later even prompt vergeten.  “Ze is toch moeilijk bereikbaar! Ik heb een sms gestuurd omdat ze niet opneemt om over die mail te praten die ik haar gestuurd heb.” Dat soort ongein.

Ze is ziek! Ze heeft dat gemeld. Niet om het te acteren en dan te vergeten, maar om er rekening mee te houden!  En als ze er een week niet is, dan is dat geen reden tot irritatie, maar een indicatie van ernst. Het is in die context misschien verkieselijk om even een bezoekje te brengen, eerder dan een moderne-communicatiemiddelen-carpet-bombing-actie in te zetten.

Het is alsof bereikbaarheid zaligmakend geworden is en al de rest doet vergeten. Het resultaat is troosteloze en verarmende communicatie, van een oppervlakkige en trieste soort.  Een beetje jammer eigenlijk. En met deze opwekkende gedachte stuur ik jullie allemaal het weekend in!

Suggestie van vriendschap?

Ik beloof het, ik zal het kort houden. ‘T is voor iedereen zaterdagavond.  Maar het moet er even uit.
Vandaag al de tweede keer dat het mij overkomt. Van toffe jongens nog wel, maar wel geen jongens waar ik het afgelopen jaar, of zelfs de afgelopen twee jaar een pint mee gedronken heb, of enige andere sociale activiteit heb ondernomen.  Vandaag  suggereerden ze mij een vriend, op facebook! Moest dat nu nog een echte kennis zijn, dan zou ik dat leuk vinden, maar een organisatie? Hun organisatie? En dan nog op anonieme manier, zonder tekst en/of uitleg. Ik dacht het niet!

Ik heb veel zogezegde vriendjes op Facebook. Ik heb er een paar echte, en dan een massa, waar ik verjaardagswensen van krijg, en terug geef, en waar de interactie nul de botten is. Ik heb daar vrede mee, actief, passief, u weet hoe het gaat.Zij vermoedelijk ook. Het zou zelfs kunnen dat er bij die tweede soort familieleden zitten, dat is allemaal niet erg.

Maar als we het over suggereren van vriendschapsconnecties hebben, dan moeten we het helaas weer over netwerken hebben. Geef en u zal gegeven worden.

Wie in een heel jaar geen stom woord tegen mij te zeggen heeft; niet op facebook, niet op twitter, niet op linkedin, of op quora, laat staan in real life, die zou toch vanzelf moeten weten dat er iets niet klopt als hij/zij begint te communiceren met één of ander nauwelijks verhuld commercieel of sociaal-media-strategisch belang in het achterhoofd.Wat gaa nwe doen? passieve zieltjes winnen? Kijk eens met hoeveel apathen we al zijn, zeg! Wat een succes!

Het overkomt mij regelmatig dat ik kennissen of vrienden attendeer op het feit dat deze of gene ook op het netwerk zit. Nooit of te nimmer, heb ik al eens een keer een organisatie platweg, massaal naar de hele zwik gepushed. De gemakkelijkheidsoplossing zeg maar.

Moest men mij vragen om het te doen, dan zou ik het inkleden, uitleggen en er een verhaaltje aan vast knopen, waar ik iets aan heb, of tenminste de mensen die ik daar mee lastig val. Vertel mij waarom ik vriend moet worden van een ‘platform’, of van een DM-bureau, godbetert, als er nu één is die beter zouden moeten weten, dan wel zij!. Ja, jij, ja, die dit nu leest, neem het me niet kwalijk, ik blijf u graag zien, maar ik vond het geen goede move.

Allez, bon, ’t is weekend, dus ik ga het hier bij laten, maar gaan we daar in het vervolg iets oordeelkundiger mee omspringen? Vertel mij waarom en ik doe het misschien, behandel mij als sociaal melkvee en je krijgt een dikke middenvinger. Bij deze!

Upon request , translated : Double your blog clicks in no time!

Titles like that do seem to work. Alas, perhaps!

Yes, dear reader, these last couple of weeks i’ve been harassing you, being omnipresent on twitter and facebook, drawing your attention towards my blogposts in every possible way. It wasn’t to my benefit , it did it all for you. Pure love!. I wanted to know if all the generally accepted theories on blogging and how to  beautify your statistics are working.  So allow me to offer my sincerest of apologies for the way i’ve been behaving these last couple of days. It must have been terribly irritating!

First the good news, Yes you can! It’s not difficult to boost your figures.

Now the bad news, If you want to become a one hit wonder, i’d say, read all the tips below, and growth will be your part. If – however, you want to acquire readership and a loyal public on a permanent basis, all the below might show itself as being counterproductive to your goals. There’s only one constant factor, and that’s hard work (and added value). All the rest are little tricks, of the trade, which, if not used carefully might very well end up , ruining your reputation.
I probably won’t tell you much new facts, but allow me to share my findings, first hand, it’s the least i can do.

1 The blog in itself.

It helps if you can write. It looks like a stupid recommendation, it is not. When you’re not fluent (by the way, the original blog post is in Dutch, my native language), but rather tedious, with a crappy style and a total lack of humor, chances are your audience will find you boring and drop you altogether. Be sure to have an opinion, albeit not the most popular one, use good humor, and use it scarcely, and well proportioned. Readers don’t want to get bored, they need added value, entertainment. Nice pictures, catchy titles, original statements, it helps. Ask questions, and press your audience for replies, it creates involvement.
2. Your network .

In the early days, i was convinced that my friends actually used my webpage as their homepage. Not even my mother did that! So i started looking for other solutions. That was a period in my life where i had like 5 regular readers. I tried email, which didn’t really work. Twitter, Linkedin and Facebook, are my natural channels. My audience grew at least tenfold. Hence the importance of your title, it should be tweetable and haver appeal : ‘A sociodemographic study on the effect of personalization on the linear correlation with statistic readership growth’ won’t cut it ‘Sex sells’ on the other hand… A sure winner!
The reason is obvious. THere’s no such thing as a ‘source effect’ yet. A little piece written by Guido is not the same thing as ‘some remarks by Philip Kotler’. Give it a twist, some provocation, some mystery, the vague promise of a solution, poetry, anything goes, but dull!

There are other things to be said on the network topic :

Content wise: reply upon reactions. It creates loyalty, interaction, conversation.  Carry the discussion towards the appropriate platform, facebook for the light stuff, twitter and linkedin for the more work related issues. Think before you do so. It affects curiosity, people will catch up on the thread.
Reading and commenting on the blogs of those readers who reacted on your posts is also helpful and a sign of politeness. It creates strong bonds, Just like in real life. Strange, isn’t it? Kindness leads to kindness.

The network in itself : if you’re only present to boost your self promotion, you really didn’t get it.  There’s some sort of sympathy coefficient, which counts. Engage in the discussions, be sharp, witty and real.  Get a personality and a face in the online communities. It adds to your credibility and hence to your readership.

3. Don’t.

You can fake it if you want. A small lists of tricks and hints that work.
Not everyone sees the tweet announcing your blogpost. Learn to live with it. you can re-tweet later on the day, but twice is an absolute maximum, if you want to avoid looking like a prat. If the content is good, people will pick it up and spread it, if not, you look like an complete failure, drawing attention to things which have no added value.
Remember that people aren’t idiots and don’t like self promotion at their expense.

Another way of doing it, is by constantly looking for discussions where you can plug your old articles into the discussion ‘Interesting ideas there, i’ve written a blogpost on the subject’ … don’t overdo it, please, it’s so obvious…

You can also try to be a smart ass by making purely mechanical remarks like ‘Too bad, another x readers and i would have reached my all time high with this blogpost’. Reaction is guaranteed, and an increase of 20%, depending on the width of your network is possible. Any publicity is good publicity. But think twice. do you want clicks or readers that enjoy your writing and will come back?

On the shady side, but perfectly acceptable : take a successful viral, put it on your blog, and write a comment. Your piggy bagging on someone else’s success. If it doesn’t bother you, that’s ok. i personally find it not very enriching, nor does it add value to your own writing. but it works.

Simple brains, on the other hand. If you know you’re going to be cited on #followfriday, it might be wise to have a really good blogpost as your last contribution, so that new followers, who want to get acquainted with your work get a positive impression. nothing wrong with that. Again, if that’s the only article you can write, your creating future problems.

4. Frequence.

This is a tricky one. Posting on a regular basis helps, that’s for sure. The attention span of a blogpost doesn’t exceed two days. Afterwards your readership diminishes with half for every other day (100-50-25-12-6-3-1)  My gut feelings says that i should at least post once every other day. . It gives you a sort of constant flow of clicks, where good articles are rewarded with peeks because of a ‘spread’ effect.
This last week, i posted two articles a day, which is a very harsh rhythm, if it is not your main activity. It does add to your visibility and thus to your readership, on the other hand i’m not sure that a flow of this kind will not end being irritating in the end.  A side effect is that your writing improves too.

5. Diverse

External links, can help a lot. But there’s no general conclusion to be drawn. the presence of your name and blog on external sites sometimes help, but it’s got a lot to do with the quality and the traffic of that particular site. It didn’t really work for me. what does help is the fact you’re being quoted by influential bloggers. It happened on several occasions, and it affects your twitter followers as well as the daily visitors to your blog.
I’ll quantify most of these phenomena in another post, but for now, if you have other questions, feel free to ask, you know where to find me…

Facebook en Jeugdsentiment

Heel af en toe haal ik nog eens wat vreugde uit het hele facebook fenomeen. Meestal is het ergernis. Onlangs kwam ik terug in contact met een oud buurmeisje, niet omdat ze mij zo leuk vond, maar omdat ze indertijd een gigantische crush op mijn broer had, en nu hoopte om hem via mij opnieuw tegen het lijf te lopen. Misschien interpreteer ik dat verkeerd, en dan verontschuldig ik me er graag voor.

In ieder geval, na wat over en weer geklets, kwam deze foto boven. Een regelrechte verschrikking. En mooi, in de onschuld. Afschuwelijke hemdjes, die nu vast weer in de mode zijn. en gruwelijke polyester broekjes, samen met leder look sandalen. Wie maalt er nog om croqs als je dit ziet?

Het was de tijd dat zomers nog zomers waren, en in mijn hoofd was ik ook gewoon een jongetje uit de buurt. We speelden met boog en pijl, we werden voor het eerst verliefd en we hadden onmogelijke projecten voor ogen, tunnels, tenten, mega valkuilen. Het leven was simpel. Duidelijk nog lager onderwijs. Alles zou veranderen in de humaniora.

Door datzelfde facebook kreeg ik later ook nog een oude klasfoto te pakken. ik ben zelf niet zo’n bewaartype, en heb ook niet echt overdreven heimwee naar die periode, dus dat was een schokkend weerzien.

Ik blijk nog steeds (1976) van geruite hemdjes te houden, en enige pathos is me ook niet vreemd, met brede riemen en foute horlogebandjes. godzijdank zie je mijn schoenen niet. Maar een stukje onschuld is al verdwenen. Het leven wordt menens.Het werd nadien alleen maar erger.

Facebook, niet noodzakelijk fraai, maar fijn om jezelf nog eens een keertje heerlijk fout tegen te komen.

Bang van een piercing

piercing

Angstjes, angstjes, ik kan er honderden noemen. Ze zijn zo vermoeiend, maar vooral beperkend. Business unit managers bijvoorbeeld, camoufleren met een deken van procedures hun angst voor de baas, maar maken het leven van leveranciers, collega’s en ondergeschikten zuur. Mensen die je niet rechtuit zeggen wat ze denken, houden er achter je rug een wel erg duidelijke mening op na, maar verbergen hun angst voor de confrontatie achter hun pokerface.

Angst draagt niet alleen een stuk hypocrisie in zijn leden. Er is meer. Wie tijdens een creatief proces weigert op te komen voor zijn mening – uit angst belachelijk gevonden te worden door peers or bosses  – veroorzaakt iets. Of liever veroorzaakt iets ergs.  Een inferieur resultaat vindt zijn weg naar de markt.

Ik pleit hier niet voor een ‘f#@%k the system’-attitude. Ik pleit voor een assertieve houding. Het is goed om voluit voor je standpunten te gaan. Verdedig je ideeën en visie.

Ook tijdens een gesprek over de impact van social networks op rekrutering met een hr-manager steeg de geur van angst op. Kandidaten zijn bang dat hun – al dan niet compromiterende foto’s op facebook  – een belemmering zouden zijn in een aanwerving. Blijkt dat hr-managers ook actief op zoek gaan naar materiaal van kandidaten. Stel je voor wat je allemaal in huis haalt. Zij zijn tenslotte verantwoordelijk voor de rekrutering van ‘goede’ kandidaten.

Beide partijen in dit verhaal zijn angsthazen. Ze bewijzen niemand een dienst met hun angstreacties. Een student die zijn hele studententijd nodig heeft om wat onderscheidingen bijeen te sprokkelen en daardoor het sociale leven aan hem voorbij ziet gaan, dat is toch gewoon een drama om in je bedrijf te hebben? Een selectie verantwoordelijke die voor de grijze muizen kiest, laat misschien echt talent aan zijn neus voorbij gaan.

Ogilvy zei het al: “i don’t want politicians, but independent mavericks, proud of their beliefs”.

Stel,  je mag kiezen tussen een vent die actief was in de studentenorganisatie, een MBA heeft van een gereputeerde universiteit, en op facebook te zien is in het gezelschap van wulpse deernes, vrolijke vrienden en grote potten bier, en een immense vriendenkring heeft, uit alle landen en lagen. Kandidaat twee heeft min of meer hetzelfde studie parcours afgelegd, heeft geen uitbundig sociaal netwerk, kennelijk ook geen actief sociaal leven, of schermt het extreem af. Misschien kun je je dan ook nog een keer de vraag stellen of nummer twee iets te verbergen heeft (angst, weet je wel). Het enige wat je weet is dat hij minstens even solide is om de job te doen. Over de extra troeven van nummer één weet je alleszins meer.  Om het plat te zeggen, iemand die zich steendood drinkt tijdens de nacht maar er desondanks toch in slaagt schitterende studieresultaten te behalen, lijkt mij meer stamina en stressbestendigheid te hebben, but then again, het kan ook op persoonlijke voorkeuren gestoeld zijn.

En omgekeerd? Waar wil het echte talent werken? In bedrijven die scrupuleus je gangen nagaan, en door procedures allerhande ervoor zorgen dat iedereen binnen de lijntjes kleurt? Ik denk dat het Godin was die zei dat het wellicht verstandiger is om talentvolle mensen sowieso binnen te halen, om dan te kijken hoe je ze zinvol in je bedrijf kunt passen in plaats van naar een profieltje te zoeken dat min of meer past in de vooropgestelde tekening.

Doorwinterde hr- mensen gaan mij allicht met tal van theorieën om de oren slaan. Bespaar je de moeite. Ik ben immers geen expert. Ik geloof het allemaal wel. Het gaat mij om de beperking die angst en bekrompenheid veroorzaken.

De liftster die gisteren in mijn auto stapte, zat er een beetje verslagen bij. Haar sollicitatie was op een sisser afgelopen omdat ze een piercing droeg. Dat het kind actief was in tal van domeinen, sociaal erg bewogen was, ervaring zat had, uitermate taalvast en zeker niet dom was,  het deed allemaal niet ter zake. Ze ging niet passen in de bedrijfscultuur. Ze had immers een piercing…

Seth Godin: “Anxiety is nothing…but repeatedly re-experiencing failure in advance. What a waste.”

George Orwell: “In a time of universal deceit, telling the truth is a revolutionary act.”