De keuze: vrouw of hond

IMG_2077

Ineengedoken, met een te dikke, witte hond, wandelde hij voor me uit. Het beeld ademde tristesse en berusting uit. Veel beter dan dit zou het voor hem niet worden. Hij stapte een café binnen, en ik schonk er verder geen aandacht aan.

Spike had net een eend te pakken. De zaterdagwandeling kondigde zich zoals vanouds chaotisch aan.  Al jaren koester ik de stille hoop dat ik met gezwinde pas door Vlaanderen wandel, met mijn trouwe, aanhankelijke viervoeter naast mij. De waarheid leunt dichter aan bij het beeld van een oudere man die vertwijfeld achter zijn hond brult, hulpeloos om zich heen staart, terwijl ‘de bruine bliksem’ ravages aanricht in ’s lands veestapel en siertuinen. Maar niet als er publiek is,  dan niet. Dan speelt hij voor de tribune en krijgen we de bewonderende kreetjes ‘oh, wat ne schone hond, en zo goed luisteren… ‘ De rotzak!

Eens de eend vakkundig uit zijn bek verwijderd, konden we ‘de wandeling’ verder zetten.  En zo’n twee uur later kwam ik terug aan dat zelfde café. Ik vind het wel prettig om dan ook iets te drinken, Spike ligt dan min of meer braaf aan mijn voeten. De jacht op idyllische prentjes, ik blijf het nastreven. De romanticus in mij.

De man met het witte hondje zat er nog steeds. Duidelijk al wat trappisten binnengewerkt. De krant bijna uit. Honden zijn conversatiestarters. Hij keek me monsterend aan ‘Veel beweging vandoen zeker?’. Het ging hopelijk niet over mij. Ik lachte even, Spike was klaar met snuffelen, we gingen zitten.

‘Den onze is al content als we buitengaan, en ik ook. Piske, kakske, en dan komen we naar hier. Moeten we niet naar dat wijf van mij luisteren, want die kan een stukske zagen!. Hier kan ik mijn gazet lezen en daarna vertrek ik naar huis, dan kan ik den tv opzetten, en moet ik er verder ook niet meer naar luisteren.’

Ik vond hem niet erg aardig, een beetje enge, vervelende man.

‘Manneke, moest ik kunnen kiezen, tussen haar of hier, den hond, ik wist het direct, en ze kon terug naar haar moeder, maar ja, die is ook al dood, dus dat gaat niet.’

De hond keek nauwelijks op, lag vreedzaam aan zijn voeten.

Pinten op café, het is niet altijd lekker. Was het echt een takkenwijf, of was ze dat geworden door zo’n ongelofelijk nurkse vent tegen het lijf gelopen te hebben? Hoe kom je dan tot dit soort zelfkastijding, zelfgekozen verbanning in een relatie die er geen is, die niks in zich draagt?

En dan uitzichtloos uitzitten tot de waakvlam definitief uitgedoofd is, bij één van beiden. Weten dat er een hufter op café dat soort gruwel zit te spuien, weten dat dat wijf tegen haar zusters en buurvrouwen steen en been klaagt over die nietsnut van een vent? De menselijke soort het is me wat.

Toch benieuwd naar haar verhaal, maar dat zullen we nooit kennen.

Advertenties

Evernote neurotica

images

Ik heb me bij het begin van dit jaar voorgenomen om me niets aan te trekken van deadlines, publicatie tijdstip en  ‘wat hoort en wat niet’. Gewoon bloggen. Gisteren was het zover, een absolute baaldag, en ik had alleen maar zin in schrijven.

Nu moet u weten dat ik bij momenten behoorlijk ‘compulsief’ kan zijn.  Ik ben een ‘teller’  een ‘ordener’ en een ‘geometrist’. Teller omdat ik systematisch de treden tel bij elke trap die ik oploop. Geometrist omdat er parallelle verbanden zijn die dienen gerespecteerd te worden. Onderleggers in restaurants moeten netjes meelopen met tafelranden, glazen moeten op de juiste manieren neergezet worden, zodat er zoveel mogelijk congruente verbanden mogelijk zijn. Een ordener ook, van klein naar groot, van A-tot Z van 1 tot 12,… zelfs mijn keukenkruiden moeten bij aanvang netjes op alfabet en liefst ook nog eens op kleur geranschikt worden. Eén van mijn lievelingssites in die context vind je hier.

In weerwil van het nonchalante voorkomen en handelen, zijn er bepaalde dingen die in orde moeten zijn, eer ik aan schrijven toekom. Procrastinatie zou een andere omschrijving kunnen zijn. Ik schuif het voor me uit, met zoveel mogelijk andere zinloze klusjes die toch vitaal blijken te zijn… Zoals dat ene stapeltje boeken, dat daar al zo lang ongeordend ligt… gauw even van groot naar klein ordenen, hè bah, er zitten twee poëzie bundels tussen, nu moet ik toch een poëzie stapel aanmaken… Oei, er is geen plaats meer, misschien toch alles maar even beginnen herschikken? Welk systeem? Kleur? Uitgever? Auteur… Miserie, heerlijke miserie.

En oh ja, het is ook nog eens de opening van het wielerseizoen, toch even kijken. En ondertussen de mailmapjes even ordenen, ik droom er al zo lang van. Om 17u was het onvermijdelijke dan toch aan de beurt. Ik had geen excuses meer. Alles was gepoetst. Clean desk, clean glass, clear mind. Het kon beginnen.

Gelukkig was er toen Evernote. Voor wie het niet kent, het is absoluut – voor mij toch – een levensnoodzakelijke app. Het synchroniseert tussen ipad, iphone en desktop, en je hebt op een overzichtelijke manier al je notities bij.

Ik gebruik het al jaren en het is met stip één van de meest bruikbare tools. Ik weet dat er veel kunstiger alternatieven bestaan, maar voor mij doet deze het. (In weerwil van het groene logo, dat zorgt voor kopbrekens omdat ik eigenlijk een homescreen op mijn iphone wil met alleen maar blauwe logo’s. Ik heb dat opgelost door de onderste rij groen te maken (Evernote/Messages/Phone/Spotify (alfabetisch)). Het kan, maar ’t is jammer.)

Om te schrijven is het heel simpel.Ofwel heb ik mijn stukje in de kop bij het thuis komen, ofwel heb ik het op café ‘klad’ neergepend in een Evernote notitie, en pik ik het van daar op.

Toen ik daar gisteren wou aan beginnen wegens geen cafébezoek gehad, zag ik dat ik over net iets te veel notities beschikte en dat ik ze bovendien niet netjes ‘getagd’ had… U raadt het al. Dat moest eerst gebeuren. ik ben daar nu volop mee bezig,

Vandaar dat het schrijven nog even op zich laat wachten, maar daarna word ik een ‘lean-mean-writing-machine, met een niet te stoppen woordenstroom tot gevolg.

U weze gewaarschuwd!

Ik wil alleen zijn op de pot!


(video is het idee van de bij deze bijzonder sympathiek geachte @benpittoors)

Het moet niet altijd over privacy op Facebook gaan. Wij hebben op kantoor, in het toilet, zo’n luchtverfrisser die automatisch een wolkje dennengeur verspreidt, alsof je in’t bos zit te kakken. Ik schrik daar telkens weer van, het is alsof de privacy van de kleine ruimte een beetje ontheiligd wordt. Alsof er iemand naast je zit, die ineens oordeelt: “oh, neen, dit kan niet, dit is te erg, nu moet er gespoten worden!” Big brother is smelling you, and he disapproves!

Je kunt er bovendien geen staat op maken. Dat ding spuit op de meest vreemde momenten. Soms bij het binnenkomen, soms als je beweegt, soms nadat je bewoog. Ik voel dat ik één dezer zo’n wolkje in mijn oog ga krijgen, echt wel. Ik vind dat niet fijn, dat soort ‘aanwezige’ toestellen. Het hindert mijn gevoel van intimiteit. Ik wil alleen zijn.  Ik en mijn witte porseleinen troon, en desgewenst nog een boekje. Alleen, zonder smellmonitoring. Het is één van de kleine ergernisjes die ik meemaak in de hedendaagse sanitaire installaties.

En zo zijn er nog. Ik heb bijvoorbeeld ook een godsgruwelijke hekel aan automatische timers in de verlichting van  de toiletten van onze betere horeca zaken. lemand heeft dus bepaald hoe lang je mag blijven zitten, daarna gaat het licht uit.

Mag het even? die ene plek waar niemand je stoort, waar niemand aan je kop zeurt?  Wie houdt zich daar overigens mee bezig.  Hoe wordt dat bepaald? Mediaan of rekenkundig gemiddelde? En op welke steekproef? En zou die ‘lichtzeit’ anders zijn bij vrouwen dan bij mannen? Ik vind dat we daar streng moeten zijn, een exclusief mannelijke steekproef voor het herentoilet, anders krijg je scheeftrekkingen. Wie bedenkt het ook? Doe je daar voordeel mee? Over hoeveel jaar gespreid dan wel? Het kan toch niet anders dan één of andere anaal-retentieve facility manager zijn, die denkt dat ie daar zijn groot profijt gaat uithalen?

Te lang drukken, op onze electriciteitskost? De sanctie is duisternis. Ga er maar aan staan, of vegen. Want uiteraard is de sensor van dat verhaal ergens geplaatst waar je molenwiekende armen geen bereik hebben. Soms denk ik dat het mede daarvoor is dat ze smartphones uitgevonden hebben, met grote lichtgevende displays.

En de laatste, meest ergerlijke vorm van privacy schending, dat zijn die halfopen deurtjes. Waarom, waarom, waarom? Uit veiligheid? Uit zuinigheid?  Halve deurtjes, ’t is weer zoveel vezelplaat gespaard! Wat is het voordeel? Dat iedereen kan meeluisteren? Dat degene die zit, met mondjesmaat perst, om zachte plonsjes  en geluidloze veestjes te produceren, die niemand verder storen?

Veel meerwaarde heeft het  verder allemaal niet, maar ik moest het even kwijt.

Runkeeper sucks : A new world record?

Mijn bodymass index is 25,5, ik ben een oude, ietwat troosteloze man, met een toogzweer, die soms nog eens een opstoot heeft van gezondheidsbesef, en dat wat gaat rennen.Als ik andere joggers zie, kan ik vrij snel zeggen of ze pijn hebben of niet. Vroeger had ik dan altijd wat meelij. Nu ben ik degene die meelijwekkend genoemd mag worden.
Hiernaast kunt u zien welke vreemde parcours ik mijn lichaam verplicht af te leggen als ik met sport bezig ben. Eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik wel degelijk  een keer of zeven meeliep met de 20km van Brussel, met tijden die variëren tussen 1u35 en 2u10. En dat ik vroeger atletiek gedaan heb, en daar niet echt slecht in was. Als dusdanig kan ik nog steeds tegen het lijf zeggen, nu rennen! en dan gebeurt dat ook.
Maar het huzarenstukje dat Runkeeper me toedicht? Nou, nou…
Ik ben gewoon een super atleet, een god in ’t diepst van mijn gedachten.  En mijn snelheid is nog niks afgebot, als ik de wondere wereld van de apps mag geloven.
En geloof me, in Zoersel Bos, kun je met geen mogelijkheid hoge snelheden ontwikkelen, zelfs niet achterop een motorfiets.

Ik ben een fan van applications en Runkeeper hoort daar bij. Voor het rennen zet ik dat ding aan, om al na vijf minuten te horen dat het weer geen top prestatie zou worden. Dat is niet erg, als ’t maar juist is.  Het kan ook moeilijk anders, als je al maanden niets meer gedaan hebt. 5 minuten lopen en 800 m lopen, daar wordt niemand vrolijk van.
Na 10 minuten was dat al drastisch veranderd, ik had toen ineens al 5 km achter die kiezen, en na 45 minuten bleek dat ik een gemiddelde snelheid van 37 km/u gelopen had, en op die tijd een kleine 28 km gelopen had. Hallo Olympische minima, here i come.
Niks zo vervelend als een applicatie die het niet doet, en daarna triomfantelijk over alle sociale netwerken heen uitsmeert dat ik mijn persoonlijke records gebroken heb. Dat zal allicht wel, ja!

Maar datgene waar ik me nog het meeste aan geërgerd heb, en de reden ook van deze post, is de link die dan doorgestuurd wordt, zeggende dat ik hun premium product niet gekocht heb!
Welnu als het basis product al zuigt, waarom zou ik?
Iemand die waardige alternatieven kent? Of die me kan uitleggen waar het fout gegaan is?


Verboden te skaten!

In Boom is er een stemmig restaurant langs de oevers van de Rupel. Ik zat er onlangs in vrij aangenaam gezelschap en alles klopte. Een relatief nieuw restaurant, weliswaar geen toonbeeld van design, ook al hadden ze dat nagestreefd vrees ik, maar zeker een opwaardering van dat stukje dorp. Of moet ik stad zeggen? Nieuwe appartmenten ook, met uitzicht over de Rupel, het had  bijna iets bucolisch.
Ik parkeerde de auto en ging op zoek naar mijn gezelschap toen mijn oog getroffen werd door dit plaatje. Het zal u niet verwonderen dat ik zelf niet echt zo’n skater meer ben. Maar ik word triest van dit soort droeve, restrictieve bordjes. Verboden te skaten!
Met een uitroepteken.  En alsof het nog niet duidelijk was, verscholen ze zich ook nog een keer achter een of ander lam uitreksel uit het politiereglement. Man, man, man. hoe zielig!

Een goede vriend van mij is architect, met een prachtig herenhuis aan de Coupure in Gent. Toen zijn gevel volstond  met graffiti en ik daar een vraag over stelde, zei hij : ‘Ach, graffiti, dat zijn de puistjes van de stad, leer er mee leven, het gebouw wordt er niet lelijk door, alleen anders’.
Je kunt er een hele reflectie over opzetten, maar ik denk dat hij gelijk heeft.

Welnu, als graffiti de puistjes zijn, dan zijn skaters het bloed en het zweet van de stad. Er is toch niks leuker dan jonge mensen met een plank halsbrekende toeren te zien uithalen? Al helemaal niet als de plek ruim, rustig, met niveauverschillen en leuningen uitgerust is. Alsof het er voor bedoeld is.  Wie verbiedt zoiets, en waarom? Wie probeert in godsnaam van zijn steden en dorpen steriele ruimtes te maken, om zich nadien te beklagen over het hanggedrag van jongeren.

Zielige, triestige reflexen zijn het.  Maar ik ben een oude mens, dus verder is dat niet zo belangrijk 😉 , ik wou het gewoon even kwijt.

De Mensen, Ze … Allez “Men”

‘Men’ heeft gezegd dat ‘ze’ het nochtans goed met mij voorhebben. ‘De mensen’, mijn vrienden. Maar ‘men’ heeft ook zo wel wat bedenkingen, over het al dan niet goed bezig zijn.
Ik zou ‘ze’ graag eens op hun nummer zetten. Ik kan ‘ze’ helaas niet vinden, omdat ze zo ongrijpbaar zijn, zo vluchtig, zo moeilijk te vatten, met hun haastig uitgesproken woordjes en oordelen, al dan niet bijkomend ingekleurd voor extra effect.
Het schijnt dat ‘men’ in mijn vriendenkring wel weet wie ‘ze’ zijn. De mensen kennen ‘ze’.
Kent u dat fenomeen? Het is boeiend en erg vervelend. In de golfclub waar ik bij wijle mijn mondaine tijd  verknoei, heb ik ooit de barman horen zeggen tegen een aantal tooghangers en habitués :  “Heren, we praten niet over leden die er niet zijn’. Ik vond dat toen geweldig mooi.
Maar nu denk ik dat het ook anders kan. Roddelen is inherent aan de menselijke natuur.  Iedereen vindt het wel eens lekker om een straffe uitspraak te doen of iets te verkondigen. Ik pleit er voor dat we daar gewoon de namen bij vermelden. “Max zei me gisteren dat hij vond dat je… ”  Zelfs het beoefenen van journalistiek behoort dan tot de mogelijkheden. Iedereen blogt en publiceert, nu kan iedereen ook aan investigative journalism doen : “Max vindt dat u… hebt u daar een reactie op?
Vergis je niet, het wordt er daarom echt  niet saaier  door.
Natuurlijk ligt er enorm veel kracht in het woordje ‘Men’. Want ‘men’, dat kan een persoon zijn, of ook iedereen die je kent…  Maar dat is dan enkel leuk voor de boodschapper, die kan genieten van onthutsing, verwarring en diepe tristesse. Als we daar echter geïdentificeerde kreetjes van maken wordt het gewoon veel leuker. Aansprekelijker ook. En dus voor verwarring zorgend, en voor ruzie. “Neen, ik heb dat niet gezegd, of toch zo niet…” etc, etc… Misschien kunnen we dat ook nog eens op twitter posten.
Op termijn denk ik dat het een positief effect heeft. Volgens mij is de kans niet onbestaand dat het roddelen in no time de wereld uit is als iedereen er meteen een naam op plakt.
Ik begrijp dat men elkaar wil beschermen tegen lelijke verhalen, maar ik denk dat iedereen er bij gebaat is om van iedereen te weten wat ze over je denken. Het kan alleen maar beter worden.
Willen we dat dan zo doen? … niet meer ‘Men’, maar keiharde namen.
En de zon schijnt!

Dmix Juni : Jan Van Aken, de teloorgang van de diepgang

Over echte mensen en het gebrek daaraan

Jan Van Aken is ouder geworden, grimmiger ook. CEO zijn van een internationale communicatiegroep gaat je niet in de koude kleren zitten. Vandaag runt hij het jonge Diogenes. Hij is opnieuw CEO maar deze keer van zijn eigen onderneming. Terwijl ik hem zie binnenwandelen in het Mechelse café waar we afgesproken hebben, besef ik dat dit een erg gekleurd verhaal zal worden. En dat mag.
Van Aken is de man die mij – en zoveel anderen – het vak binnenloodste, die mij draaien om de oren heeft gegeven wanneer dat nodig was, maar die ook altijd klaarstond om te adviseren en te duiden. Dat is Jan Van Aken: een man die iedereen spelenderwijs deed beseffen waar het allemaal over ging, die zich nooit helemaal heeft kunnen neerleggen bij de snelle en oppervlakkige verhaaltjes, de niet-gefundeerde theorieën en het gebeuzel. Ontiegelijk veel talent ontbolsteren met zachte, menselijke hand, een people’s man die mee het succes gemaakt heeft van ‘zijn’ Ogilvy en als ‘beloning’ steeds minder met mensen maar meer met cijfers te maken kreeg, ook dat is Jan Van Aken.

De vijftigjarige socioloog – omringd door vrouwen, één echtgenote en twee vrank en vrij in het leven staande dochters, en een voluntaristische hond – pendelde jaren vanuit het landelijke Hingene naar Brussel. Hij was letterlijk de stroom frisse wind in de toen nog vaak Franstalige, licht gebourgeoiseerde advertisingkringen: werken, praten, coachen. Zijn inspanningen leidden opmerkelijk vaak tot resultaten. Visies die gestoeld zijn op ervaring, op onderbouw, op methode ook. ‘Metier’ pleegt men dat te noemen.

Jan Van Aken startte zijn carrière, zoals veel afgestudeerde pol & soccers – in een slechtbetaald pro-Deostatuut bij het Commisariaat-Generaal voor Toerisme. Wat Jan Van Aken uit die periode bijblijft, is de noodzaak om plannen, nadat ze ontstaan zijn, ook te concretiseren, om mensen het vertrouwen te geven dat ze verdienen en vooral om plezier te hebben in het werk. Van Aken vertelt enkele smeuïge anekdotes over de enige bedrijfswagen die de Dienst voor Toerisme rijk was, een Opel Granada, en wat daar allemaal mee uitgevreten werd. Warme herinneringen ook aan een diensthoofd dat oprecht vertrouwen gaf en mensen met zijn enthousiasme aan het werk kreeg.

Na die start, die ook als vervangende legerdienst dienstdeed, volgde een overstap naar Ketels. Het toenmalige list-brokingbedrijf gold als een begrip in de Benelux, en menig DM-marketeer die nu zijn thuis vindt in de kantoren van WDM, leerde daar het klappen van de zweep. Zijn echte stek bleek Jan Van Aken gevonden te hebben toen hij bij Ogilvy onder de hoede van Philip Greenfield kwam, en erg nauw betrokken werd bij de uitbouw van MDM, het latere Dataconsult. Dat zou later samensmelten met Ogilvy Direct en OgilvyOne worden, de succesrijke poot uit de groep.

De carrières van Jan Van Aken en Philip Greenfield verliepen parallel, waren verbazingwekkend harmonieus en een schoolvoorbeeld van hoe het kan en moet, in een Belgische context. Ze versterkten elkaar en vulden elkaar aan. Philip Greenfield, kamervullend qua présence, Jan Van Aken dan weer kamervullend qua kennis en methodologie. Extravert versus introvert, een bourgeois tegenover een bourgondiër. Ze kregen het zelfs voor elkaar dat Ogilvy in de jaren 1990 de sterkste communicatiegroep van het land werd, met daadwerkelijke implementaties van het zo geroemde maar weinig uitgevoerde 360 gradenconcept. Binnen de groep heeft Jan Van Aken er ook nog eens voor gezorgd dat OgilvyOne de sterkmaker en geldmachine werd.

In 2001 stapte Jan Van Aken over naar The Reference, te verklaren vanuit een nieuwsgierigheid voor wat er kwam aanstormen, maar ook vanuit een verlangen naar kleinschaligheid, echtheid ook. Ook de managementwissels binnen het eigen bedrijf speelden mee. Het avontuur bleek, om uiteenlopende redenen, van korte duur. Maar de ervaring was daarom niet minder boeiend.

Ogilvy, dat mooie eerste lief, sloot hem opnieuw in de armen en hij kwam aan het hoofd te staan van de groep. Met een rechtlijnigheid die hem eigenlijk al zijn hele leven kenmerkt, vertelt hij dit stuk van zijn verhaal: een kroniek van een aangekondigde dood.
Lessons to learn for agencies of the future. Jan Van Aken werd ‘manager’, maar niet zoals vroeger toen het over inhoudelijke trajecten ging. Nu is het ‘serieus’ managen, rapporteren dus. Inhoud maakt plaats voor administratie. Het managen van mensen, het leiden naar enthousiaste teams en goed werk blijken ineens bijna bijzaak. Voor een ‘mensenmens’ zorgt het contact verliezen met je ‘basisgrondstof’ voor een spanningsveld.
Dit jaar zette Jan Van Aken een stap terug om zich te ontwikkelen tot een zelfstandige consultant, die de goesting in zijn metier heeft teruggevonden. Hij verkoopt zijn visie aan CEO’s die met gelijkaardige problemen worstelen.

Gedurende het interview verheft Van Aken zijn stem niet één keer, en steeds weer ontwaar ik monkelend glimlachende lichtjes in zijn ogen, maar ook wat tristesse over de teloorgang van de diepgang. Bij het afsluiten omhelst hij me, zoals vroeger, bijna broederlijk. Met een droog ‘Ik zie het dan wel’ nemen we afscheid. Een schone mens.