Dringend Lezen!

Gelieve mij ASAP terug te bellen. Graag dringend contact! Status : Urgent.

U kent het, ik haat het. Ik heb het sowieso niet voor de inflatie van de woordjes. Woorden die in se duidelijk genoeg zijn om als woord te functioneren, die een betekenis, een sluitende betekenis hebben, worden uitgehold door onzorgvuldig gebruik. En wat overblijft , dat zijn de uitroeptekens, het onderlijnen en uiteindelijk het lege, betekenisloze.

Guillaume heeft ooit gezegd dat  het aandachtspunt de acné van de copywriter is. Ik denk dat de uitroeptekens de typografische maagzweer van de gecrispeerden is.

Dringend is enkel dringend als het dringend is, niet als dat betekent dat je iemand optrommelt om jouw ‘gebruiksgemak’ te realiseren en/of tijdsgebruik te optimaliseren..

ASAP betekent niets meer of niets minder dan “As soon as possible”, en niet “As soon as you receive it, and by god i will be annoyed, ill tempered and mad at you, if for any reason whatsoever you do’nt react within 15 minutes after receiving this”.

Zo ook, in een totaal andere context – vraag ik me soms af wat er mis is als ik ‘Dank u’ zeg. Ik zeg dat uit de grond van mijn hart. Ik vind dat éénvoudige, mooie woorden, die door hun éénvoud, weergeven wat er bedoeld wordt. Als ik dat zeg, bij het ontvangen van een cadeautje, een attentie of wat dan ook, kijkt men mij aan of ik net iets gedeponeerd heb in het bakje van de kat. Blijkbaar is het duidelijker om te zeggen: ‘maar, oooh, maar zeg, allez, neen, maar enfin, maar dat had ge nu echt niet moeten doen, ’t is echt super, mega, ooooh ik ben zo blij, maar allez, zeg… dat had ik niet verdiend”.

Ik doe dat dus niet.

En ik zou het apprecieren als we met z’n allen ons best doen om de echte woordjes weer in ere te herstellen.

Dank u 😉

Ik spreek Vrouws

Ik spreek vrouws

Vrouwen weten van aanpakken. Ze zijn georganiseerd op het efficiënt uitvoeren van taken. Ik heb het hier niet over slap gelul zoals multitasking. Neen, ik heb het over “getting things done “. Op tijd, en zoals verwacht. Het is verbazingwekkend.
Ooit vroeg ik  een vrouwelijke collega om even iets voor me te doen, en ik kreeg een staalharde “neen”. Of liever, ik kreeg een poeslieve glimlach en de melding dat ze dat niet ingepland kreeg wegens volledig georganiseerd voor de komende vier weken met haar eigen werk en prioriteiten. Het was nog waar ook, elke taak stond minutieus in de agenda.  Er waren ook geindexeerde to do lijstjes, met prioriteiten en kleurtjes.

Daarmee vergeleken is mijn agenda een studie in Japanse esthetiek en soberheid, hier en daar een naam, een telefoonnummer, een verdwaalde notitie, een goedbedoelde intentie om minutieus te acteren waarover mijn leven gaat.  Waar ik een druk leven leid, hebben zij het druk. Waar ik bezig ben, doen zij dingen. Waar ik puffend een deadline haal, of net niet, warmen zij zich al op voor de volgende taak.
Aan de universiteit was dat al zo, ik zat panisch en koortsachtig de hele cursus door te vlooien op een halve dag van het examen en mijn vriendin ging even fietsen, want ze was klaar. Hoe kun je ooit klaar zijn?  Ze haalde bovendien vlotjes onderscheidingen.

Ja, ik bewonder ze. Daarvoor. En voor de lichtvoetige elegantie en de pasklare oplossingen op onoverkomelijke mannelijke problemen.  Maar niet altijd. En al helemaal niet als ze spreken. Echt waar niet! Ik begrijp ze niet. Het gaat niet over de woordjes, het gaat niet over de complexiteit van hun zinswendingen, het gaat over effect van communicatie, over zin en onzin van de verstrekte informatie, over het vullen van ether met, met, ja met wat? mededelingen waar ik verder niets mee kan. En het ergst van al, ik weet niet eens hoe ik er moet op reageren?

U kent dat ook. Na een dag werk, krijg je de gevreesde vraag, waar bij mijn weten geen enkele man al juist op heeft geantwoord; “Hoe was je dag, schat?” Het antwoord is bij mij onveranderlijk “Goed”, of “Saai”, of “t was ok”.
Er is bij mijn weten geen enkele man, of hij moet van bloemschikken houden, die daar al ooit meer op geantwoord heeft.
En dan krijgen we verhalen. Verhalen over die ene die wat zei, tegen die andere, en toen zei zij weer, waarop ik zei, “ik zeg nog, zeg ik tegen hem. Waarop hij tegen mij zegt, dat het toch wel ongelofelijk is “

Dames, dat is te moeilijk, dat is herbeleven van conversaties, van heelder momenten uit jullie persoonlijke biotoop, en wij – de mannen – kunnen daar niets mee. Dacht ik.
Een goede vriendin heeft me namelijk uitgelegd hoe je daar mee om moet gaan. Je moet luisteren als een zusje. Zo simpel is het. En het is inderdaad zo simpel. Het gaat er namelijk niet om dat we iets toevoegen, het gaat er gewoon om dat we het verhaal zijn beloop laten, op een actieve participerende wijze. Het instrumentarium dat je daartoe dient te gebruiken zou je kunnen omschrijven als ondersteunend geknor, maar het is belangrijk dat je betrokkenheid toont, dus niet zomaar instemmend meegrommen.
Ik denk spontaan aan woordjes  als  “Maar, enfin?!”, “Meen je dat nu echt?”, “Goh, en wat zei jij toen?” en dies meer. U merkt het, de vraagvorm is essentieel, en helpt bij het verder formuleren van de stellingen, ideeën en theorema’s. In de geneeskunde noemt men dat de client centered therapie van rogers, maar ik zou nooit zover durven te gaan om te beweren dat vrouwen nu als patienten moeten beschouwd worden. Ik kan alleen maar zeggen dat het werkt.  Sinds ik het doe, gaat de kwaliteit van mijn relatie er met sprongen op vooruit, en kan ik met recht en rede zeggen dat ik vrouws spreek. Men zegge het voort!

(column ook verschenen in DMix, het vakblad voor marketeers met een open vizier)

Zeep…

Zeep 2.0?

Het blijft mij ontroeren. Ik wou net mijn handen wassen toen mijn aandacht getrokken werd op de zeepdispenser. Er hing een etiketje aan, om aan te geven van wie de flacon was. Het labeltje was zo schattig. Klever dezes had er alles aan gedaan om er voor te zorgen dat het etiketje niet opging in het algeheel design. Het moest opvallen! Deze zeep was van PKF, en kon niet zomaar door iedereen gebruikt worden. Zou het dat zijn? Wat bezielt iemand om in een bedrijfstoilet de zeep te willen personaliseren? Soap 2.0?

Mijn hoofd begint dan te tollen, fantasie slaat toe. Ik zie de man, de initiatiefnemer, bijna letterlijk voor me zitten, aan een mooi geordend bureau, met bakjes,… voor in en out. De lade met de potloden, allemaal mooi gescherpt, misschien zelfs op aflopende grootte. Een labeltje op de perforator, de nietjesmachine en wellicht ook de schaar. Vier magic markers, van elke kleur één, en alle vier doen ze het. Met een beetje geluk ligt er ook een gommetje, en om helemaal nostalgisch te worden, verstevigingsringetjes…

Het is een Erik. Erik is een nette mens. Thuis, bij hem in de garage, zie je de steeksleutels ook netjes ophangen, hij heeft er een lijntje rond getrokken, om zeker te zijn dat ze er altijd allemaal hangen, en dat je meteen ook ziet als er iets ontbreekt. Ik twijfel, als er eens echt eentje weg is, koopt hij dan meteen een nieuwe set, of doet ie het toch met eentje, ook al blinkt die dan misschien net iets meer? Drama’s, dilemma’s. Erik heeft ook een stofzuiger voor zijn gazon, en een hogedrukspuit. Altijd paraat

Maar terug naar het kantoor. Het toilet meerbepaald. Er stond al een zeep dispensertje, maar dat was kennelijk niet goed genoeg. We zullen het nooit weten. Is de geur niet lekker, is de schuimfactor onvoldoende? Dus heeft hij wellicht en flesje van thuis meegebracht, wellicht zelfs een onkosten nota binnengebracht? Neen zo is Erik niet, hij doet het voor het goede van de zaak.

Maar aangezien het toilet door meerdere bedrijven gebruikt wordt, moeten er toch wel voorzorgsmaatregelen getroffen worden. Stel je voor dat anderen schaamteloos van de (veel lekkerder geurende) zeep zouden profiteren. Neen dat kan niet, daar moeten we iets aan doen. Ownership moet geclaimd worden,

Een labeltje dus. En binnenkort ook een spreadsheet, om het geschat verbruik te registreren. Ik zie de communicatiegolf volledig escaleren.

Binnenkort zet Erik elke ochtend streepjes op het flacon, om het dagverbruik te meten. En dan volgt er wellicht een labeltje met een uitroepteken “PKF!” Omdat een uitroepteken zo lekker roept! “Het is van ons, blijf er af!”. En nog later krijgen we van die formele berichten.

“Beste bezoeker, uiteraard stellen wij het op prijs dat u uw handen wast bij het verlaten van de toiletten, maar gelieve daarvoor de algemene zeep te gebruiken.” Hier wordt dan kundig gebruik gemaakt van powerpoint fonts, word art en plastic mapjes van Esselte.

En voor je ’t weet krijg je de reactie van de anderen. Stekelige kleine pesterijen. Opmerkingen die ruwweg in balpen gekribbeld worden,  namen die doorstreept worden, god beware ons, misschien wel schunnige opmerkingen…

Fysieke agressie ook, waarbij de mensen van andere bedrijven telkens stiekem op de dispenser duwen, een zielig kwakje achterlatend op het aanrecht. Erik ziet het gebeuren, begrijpt niet wat hij ontketent heft en sterft een stille dood.

De sfeer in het bedrijf geraakt onder nul, de werknemers van PKF worden een beetje uitgelachen,

Communicatie, het blijft een gevaarlijk iets in handen van onbevoegden…

(blog die ook opgenomen werd in het nieuwe iAct nummer, het vakblad van de BDMA)
(http://www.ccmonline.nl/iAct/Home.aspx)

Recepties en het gezwets

networking-meeting-of-bus-007

 

Recepties: ik doe dat eerlijk gezegd wel graag. Ik denk dat ik zelfs weet hoe het hoort. Het hele punt is elkaar niet te vervelen. Niet meer, niet minder. Straks details, voor hen, die denken hier iets te kunnen leren.

Het uitgangspunt is simpel : niemand gaat uit vrije wil naar een receptie. Voor sommigen is het ronduit vervelend en staat het haaks op hun wereldbeeld. Voor anderen is het een verzoeking, geconfronteerd te worden met mensen die oppervlakkigheid klaarblijkelijk als credo hebben.Voor nog anderen is het een sociaal aanvaard alibi voor hun drankprobleem. Lees verder

Een proeve van meesterschap

Huisstijl? jawel, we hebben er wel een paar...

Huisstijl? jawel, we hebben er wel een paar...

“Simplicity and Vitality”. De mijmering slaat toe. Ik rijd achter deze vrachtwagen en kan niet anders dan fantaseren. Hoe kwam  dit pareltje tot stand ?

De achterkant van deze vrachtwagen is voor mij een echte trip.  Ik zie powerpoints, word-art, verbeten discussies bij bier en frieten, aan de vooravond van de oprichting van het bedrijf, en zijn communicatiedragers. ‘ We moeten van bij ’t begin zeggen dat wij niet gewoon esp maken, ons esp is beter, dat staat voor iets.’

De wondere pracht van de bedrijfsnaamgeving in België blijft mij fascineren. Ik wil er een keer een stuk over schrijven, maar nu word ik gedwongen eerst dit stapje verder te gaan en door te dringen  tot de zieleroerselen van de oprichters en marketing mensen van Lauraham. Ik heb een nichtje dat Laura heet. Nooit zou het in mijn hoofd komen om het arme kind te vergelijken met een frisse hesp, maar dat zal wel aan mij liggen. De diepere beweegreden om een hesp Laura te noemen. Wat drijft iemand? Het is inderdaad niet beter of slechter dan Coopman, of Les Nuttins, of Marcassou, of zelfs Herta, maar toch.

Wellicht is de naam gekozen als eerbetoon aan één van de stamvrouwen, of een te vroeg overleden dochter,…. De bedrijfsleider, stamvader misschien, die uiting gaf aan een stiekeme hommage van een dorpsdeerne met …. neen, nu ga ik te ver.  Ik denk dat de oprichter en master marketeer misschien zelfs de zelfde persoon zijn, de bonkige meesterboer die het oer-recept optekende uit de mond van de zijn stervende moeder. Een doodsrochel met goudwaarde..

Hoe meer ik er over nadenk, het verhaal klopt niet. We hebben hier te maken met verfijnde, welhaast gesofistikeerde mensen. Volg mij even.

We beginnen bovenaan. “Simplicity & Vitality”. Qua merkbelofte kan dat tellen. In het Engels bovendien, om meteen ook een zwaar uiroepteken te plaatsen bij de internationale ambities van de groep. We don’t settle for less. Die internationale ambities kan je overigens ook afleiden uit het webadress, met een .eu extensie. Zonder daarover in details te willen gaan, de website is een pareltje, en een schoolvoorbeeld van web 2.0.

De kern van hun verhaal ligt volgens mij in het logo. Lauraham, is opgebouwd uit een schreefloze letter, een script versie en een  geschreefde letter. Wie niet weet waar ik het nu over heb, dat is inderdaad het bewijs dat ons métier zienderogen achteruit gaat.  Het gaat over leesbaarheid, elegantie, typografisch koorddansen op de zeer slappe koord, een proeve van meesterschap. En dat allemaal in één concept, zwierig omcirkeld en met een bijkomende baseline, omdat “Simplicity and vitality” niet volstonden.  De eigenaars willen duidelijk maken dat ze wel degelijk van de wereld zijn en hebben er dus ook nog eens een klad latijn aan toegevoegd ‘carpe diem with laura ham’. Noteer de subtiele dubbele vermelding van het product; ‘als we het twee keer zeggen zal het zeker blijven hangen!’ Het is bij mijn weten de enige keer dat ik de merknaam ook nog een keer in de payoff terug zie komen. De oneindigheid als ayurvedisch concept binnen de ham wereld, als het ware. Nog benadrukt door de cirkel rond het logo. zie je wel dat het klopt! Of dichter bij huis, vergelijkbaar met Australische Beer commercials… Australian Beer, we love it, because it’s beer…

Ik blijf een beetje aarzelen over het gebruik van een gestileerd klavertje vier. Interpreteren we het als een puur grafisch element, bedoeld om de leegte op te vullen, in deze toch wel zeer sobere, friswitte aanpak, of is het een verwijzing naar de natuur, naar het productgamma misschien, of nog iets anders? Ik ben geneigd te denken dat men het geheel iets te eenvoudig ogend vond, en er behoefte was aan een speelsere invulling, een intrigerend element als het ware. Ik vermoed dat het dat laatste is. Gewoon omdat je voelt hoe ze geworsteld hebben met het witte blad… De weigering om voor één kleur te opteren, voor één lettertype, voor één boodschap.

Ik vind het ontroerend, en voor de fijnproevers verklap ik dat de zijkant van de bestelwagen opgefrist was met productfoto’s. Misschien een volgende keer meer….

NMBS en customer care

lege stationsgang

lege stationsgang

Ik ben mijn rijbewijs kwijt. Voor een maand ongeveer. Niet zo leuk, maar we overleven het met behulp van vrienden, Niels (my personal driver), en het openbaar vervoer. Die alternatieven zijn nodig, omdat Niels ook nog ergens een leven heeft en de hectiek van het mijne niet voetstoots dient over te nemen. Althans dat dacht ik. Tot ik de trein nam.

Ik ben een gezellig mens, al zeg ik het zelf. Ik heb ook geen problemen met de tijdschema’s van anderen, als ik mij daar moet naar schikken. Ik zorg er dan wel zelf voor dat ik het naar de zin heb. Niet zo in het Station van Gent St Pieters op zaterdagavond, 11u.  Daar kan namelijk niets!

Met enige zin voor nostalgie herinner ik me een treinstation als een soort hangout ruimte voor het zelfkanterige. Hoe later op de avond hoe ‘weirder’ volk. Nu is dat een hel verlichte, propere ruimte, met wat automaten, beeldschermen en verder niks. Als ik niks zeg, dan is dat ook zo… Zelfs geen toilet.

Ik ben al niet zo’n ervaren treinreiziger, maar ik vind het dus hemeltergend dat je je ticket enkel via een terminal en een bancontact kaart kunt krijgen (ik ben nogal een cashman).
Bovendien mis ik die gele affiches, die je kunnen vertellen welke trein je hebt, om hoe laat, en waar ie overal stopt. In een oogopslag heb je bovendien alle alternatieven.  Op de één of andere manier geloof ik dat papier meer dan die terminals. Bij die terminal ging het overigens al goed mis; ik heb twee tickets gewonnen in plaats van één. Ik ben er bovendien zeker van dat ik minstens één trein heb laten lopen, gewoon omdat ik niet goed wist wanneer ze nu eigenlijk helemaal vertrekken. En geen hond, geen nmbs bediende om het aan te vragen. Vroeger zat er altijd minstens één, een beetje een nors mannetje, het deed wat denken aan het leger, het had wel wat, zeker als je dronken tegen hem aanlalde konnen ze een soort vaderlijk norse bezorgdheid tonen. Nu, niks, nada, noppes, nougatbollen… zoek het zelf maar uit. Ik mag er niet aan denken dat een aangespoelde toerist laat op de avond nog even naar genoelseldere zou moeten met de trein, daar komt ie nooit aan!

En daar zit je dan, minstens een half uur te vroeg, je kunt geen boek kopen, of een krant. Tot daar aan toe. Er is geen open sanitair, tot daar aan toe. Maar je kunt zelfs niets meer drinken, tenzij je genoeg muntjes hebt om ergens een blikje te scoren.  Dat is toch volledig van de pot gerukt. Het moet toch een kleine moeite zijn om ergens een barretje open te houden tot de laatste trein vertrekt/aankomt?

In tijden waar het autoverkeer in de knoop zit, waar de cheap airlines het vliegverkeer banaliseren is dit de manier waarop de NMBS reageert… we gaan nog stroever doen. En PR-gewijs uitpakken met veel reizigers tijdens de piekdagen aan de kust. We gaan Luik en Antwerpen als station vernieuwen, wat echt mooi is, maar dat wil verdomme niet zeggen dat het aangenaam reizen wordt hè. Zo zijn we niet, wij van de NMBS!

Niels gaat nog lange nachten tegemoet…

Ik weet het niet, ik weet niets…de vox pop.

radio1Vanmorgen op radio 1, een verslaggever die aan de poorten van Opel Antwerpen ‘illustratie en duiding’ verzamelde. Begrijp mij niet verkeerd, ik weet dat het journal dynamisch en zwierig moet, in de slag om aandacht, laten we geen wapen onverlet. Ben ik een oude knar als ik heimwee heb naar de tijd waar experts nog experts waren. Naar een tijd waar een item enkel in het nieuws kwam als het nieuwswaarde had?  Ik heb het gevoel dat de beoordelingen veranderen over nieuwswaarde.. dat oddity, absurdity and frivolity het aan’t winnen zijn. Ik ben daar niet klaar voor. Ik ben opgegroeid met radionieuws dat gevolgd werd door de editorialen van de kranten, met mannen die stukken schreven die er toe deden, de Platels, Ruysen en andere Goossensen. Het moet niet elke dag volksverheffing zijn, maar er mag wel wat van dat bijzitten!

Terug naar het topic. De reporter vraagt, en de ‘man in de straat’ antwoordt. Je moet je voorstellen, die man heeft eindelijk bevestiging gekregen van iets wat hij al lang voelde aankomen, dat hele bedrijf gaat dicht en de zoektocht naar werk belooft niet erg aangenaam te zijn.

“Hoe denkt u hierover?”… Welk zinnig antwoord kun je daar op bedenken?  “Wordt er over gesproken tussen de mensen? Aan de band? ” In godsnaam, het gaat over die mensen hun broodwinning, dus allicht wordt er over gesproken… en dat het er niet vrolijk aan toegaat, dat zal allicht ook wel.  Wat voegt het toe? Wat weet ik nu meer? Of zijn we op het punt gekomen dat normale empatische gevoelens volledig weg zijn, en dat de stichtende taak van de radio nu is om ons iets bij te brengen over hoe mensen zich voelen als hun job op ’t spel staat? Het is voorspelbaar dat je kwaadheid, irritatie, en moedeloosheid krijgt. Qua ‘tranche de vie’ ga je hier weinig dissonanten krijgen, echt niet. En haarscherpe analyses ook niet. Enkel sensatie en tristesse.

Verder was er ook nog een arbeidster, die zich duidelijk niet op haar gemak voelde bij een goed opgeleide journalist (sic), en die drie keer zei ‘Ik weet het niet, ik weet niks’… Sociologisch vind ik dat interessant, qua nieuwswaarde wil ik het niet horen, gewoon omdat het geen nieuws is. Ik stel mij dan voor dat die man, de journalist zo blij was dat hij iemand voor de microfoon kreeg dat hij het daar maar mee deed, whatever the outcome.

Geheel overbodig voegde hij er nog een keer aan toe, dat de sfeer ‘naar de media toe’ niet echt positief was. Ik vind dat de man nog geluk heeft gehad. De idiotie van die tussenkomst verdiende een soort ‘pek-en-veren-en-terug-naar-Brussel’ aanpak.

Toen ik dacht dat het over was, bleek dat ik de duiding van net voor het nieuws ook nog eens tijdens het nieuws kreeg, inclusief de ‘wij weten niks’. Qua goed humeur was het om 8u al over bij mij.  Bijkomend prettig vooruitzicht was dat één van de topics na 8u ‘1 jaar financiël crisis, een terugblik met Yves Leterme’ was, de meest competente premier van de naoorlogse periode. Een mens zou van minder lastig worden. Maar verder iedereen nog een fijne dag gewenst 😉

Dochters en GSM

Al maanden twijfel ik. ik merk dat als ik een blog in het Nederlands schrijf, ik gemiddeld toch één à twee reacties krijg. als ik dat in het Engels doe, is het sterk afhankelijk van onderwerp en timing en referenties die ik in de blog zelf vermeld. Het moet ook gezegd, feit dat er doorverwijzingen zijn op facebook en linkedin, maakt het ook een stuk zichtbaarder. Je moet daarvoor zelf communicatie jongen zijn om nog te geloven dat je eigen website de navel van de wereld is.
Anyway, tenzij het uitzonderlijk nog nodig is, schrijf ik vanaf nu in de taal van Vondel. Een taal waar ik overigens van houd, en die meer en meer in de verdrukking komt, in dit digitaal tijdperk van hapklare schrijfseltjes.
Het is niet normaal dat vrienden heimwee krijgen naar iemand die het woord epigoon kent, het is niet normaal dat jonge mensen zich tegelijkertijd afvragen of ik niet te veel koketteer met moeilijke woorden. Ik volg de discussie op de voet, en wil geen taalpurist worden, ik ken de argumenten pro een dynamisch taalbeeld, maar ik word er zo triest van.
Is het zo moeilijk om de dt regeltjes te kennen? Is het zo erg om bepaalde woorden te gebruiken die een juiste omschrijving geven van wat men meent te moeten zeggen eerder dan een halfslachtige omschrijving?

Het brengt mij naadloos bij mijn volgend onderwerp. Gisteren stond de wereld even stil. Mijn dochter had haar GSM in bad laten vallen, en het drama was enorm.
We kunnen stilstaan bij een aantal zaken.
Ik maakte vroeger deel uit van een warm gezin, waar er een zwart  -–neen, op een bepaald moment kregen wij een modern stijlvol beige RTT toestel, met drukknoppen –  in de gang stond. Het toestel werd bij hoge uitzondering gebruikt om dienstmededelingen van en naar de familie te versturen, en kreeg nadien een frivoler gebruik toen mijn broers en ik onze sociale contacten ermee voedden (2 d ’s omdat het een verleden tijd is). Geen haar op ons hoofd dat er aan dacht om dat ding mee in de badkamer te nemen. De telefoon was ook geen bron van stress, eerder integendeel.

Nog later namen we uit Boston een draagbaar toestel mee, met een antwoordapparaat… nou, nou, nou… dat was vooruitgang!
Een berichtje op het antwoord apparaat werd al op voorhand aangekondigd door een vrolijk knipperend led lampje…Het was een familiegebeurtenis om daar naar te luisteren!
En nu heb je dus dochters die hun gsm mee naar bad nemen. Ik kan me de diepte van die boodschappen waarschijnlijk niet meer voor de geest halen, maar het gaat allicht om vijf levensbelangrijke minuten waarbinnen er een antwoord geformuleerd moet worden op de meest existentiële vragen van het kaliber ‘Oe ist?  Of ‘edde naar B2 gekeken?
Feit dat je niet bereikbaar bent, en niemand kunt bereiken wordt ervaren als een reëel manco en een bijna levensbedreigend gegeven. Ik herken het ook in mijn professionele omgeving, waar de obligate fatsoensgrenzen al lang verstreken zijn… bellen betekent onmiddellijk terugbellen, en onmiddellijk betekent niet  binnen de 24u, maar bij wijze van spreken binnen het uur. Ik weet niet of ik daar nog aan wil meedoen. Misschien moeten we hier terug iets normaler mee omspringen?