Het Echte Gesprek

logo_vierkant_med_resDan schrijft een mens al eens een column, waarbij eigen gedrag aan de kaak gesteld wordt, dan wordt hij overdonderd door reacties. Op zich niet erg, integendeel zelfs, maar mochten die reacties nu nog ergens over gaan, over de kern van het verhaal bijvoorbeeld. Maar dat was dus niet het geval. Het was een geschimp, een onbehouwen inhakken en bovenal, bovenal een grotesk verval in clichés. Daar krijg ik dus jeuk van.

Heel af en toe komt er iemand opzetten die het durft te hebben over het echte gesprek. En passant wordt dan uiteraard gewag gemaakt van het virtuele gewauwel, dat liefst van al in de hoek van de vlotte marketingboys en -meisjes geduwd wordt. Een man die ik mijn vriend mag noemen, die met eigen handen een reclamebureau uit de grond heeft gestampt en als bedrijfsleider probeert om dat zo goed mogelijk te doen, stopt op zulke momenten de discussie omdat hij weigert in de clichémolen mee te draaien.

Geef het misschien ook eens toe: het is gewoon te gemakkelijk en het getuigt van een schrale intellectuele leegte. Het onvermogen om in te zien dat de kwaliteit van een discussie of een boodschap niet afhangt van het medium of het platform, en dan maar meteen alles neersabelen.

Het is waarschijnlijk – het feit dat ze zich niet willen laten kennen en met pseudoniemen intekenen zegt al iets – een bepaalde soort mensen. Mensen die jaren geleden dachten dat het internet zou overwaaien. Niet dat ze het nog zullen toegeven. Ondertussen maken ze zich vrolijk over Twitter en Facebook, want daar staan ze boven. “Het is tijdsverlies.”

Gemakshalve vergeten ze allicht dat ze ondertussen datzelfde door hen verketterde internet gebruiken voor communicatie binnen hun non-profit organisaties. Dat ze met graagte profiteren van de goedkope vluchten en de interessante aanbiedingen. Dat ze meer dan ooit in staat zijn om iets over hun eindbestemmingen te weten te komen.

Daarbij verliezen ze uit het oog dat een hoop enthousiastelingen, dromers en fanaten bezig geweest zijn met virtueel gewauwel. Om er iets van te maken, om een project, een idee gestalte te geven. En dat ze daarbij meer dan een keer op hun bek gegaan zijn, om smakelijk uitgelachen te worden door de cynische kantkijkers, die op dat moment triomfantelijk weggingen, blij en overtuigd van het groot gelijk. De idealisten, de dromers, ze klopten zich het stof van de kleren en herbegonnen.

De cynici, dat zijn ook de mensen die het nu waarschijnlijk een goede zaak vinden dat er eindelijk vooruitgang geboekt wordt in mobile payments via gsm. Moet ik even uitrekenen hoe lang men daar al mee bezig is? Of hoe mobile apps en mobile marketing daar hun rol in hebben gespeeld? Hoe het internet en de betere kennis rond data en networking daar baanbrekend zijn geweest? Daar zaten inderdaad flops tussen. En allicht ook wat gewauwel. Maar het gebeurt ondertussen wel. Men noemde het tijdverspilling en de verkeerde prioriteiten.

Het is fijn om bij het selecte kransje te horen dat graag naar lezingen over ‘networked economy’ gaat, over ‘het nieuwe werken’ en dat academische concepten met bedachtzame blik doorgrondt. Niks mis mee, integendeel, hoe meer er nagedacht wordt hoe beter het gesteld is met deze wereld. Maar weet wel dat het ondertussen aan het gebeuren is, zonder participatie van onze vrienden die aan de zijlijn staan te roepen dat het allemaal niet deugt en dat we terug moeten naar het echte gesprek.

Wat is dat, het echte gesprek? En waarom zou dat – in het wereldje dat duidelijk niet het hunne is – meteen gewauwel zijn.  Is er een monopolie op het echte gesprek, dat omkaderd moet worden met fijne wijnen en bepaalde high brow kaders of thema’s?

Misschien moet men er eens bij stilstaan hoe dat werkt op Twitter. Een opmerking, doordacht of niet, wordt gepareerd. Of geannoteerd. En dan gaat de bal aan’t rollen. Niet zelden worden na twee of drie woordenwisselingen de andere kanalen ingeschakeld en komt men tot een afspraak waarbij over een bepaald onderwerp, hoe klein of betrekkelijk ook, een boompje opgezet wordt. Op café of bij een koffie. Of eender hoe. Voor mijn part bij een ‘twunch’. Nog zo’n concept dat men belachelijk mag noemen, maar niets meer is dan de integratie van virtuele kanalen met fysieke gebeurtenissen. Denk misschien eens na wie in die context de faciliterende rol toebedeeld krijgt.

Wat belangrijk is, is dat het gebeurt. Niet zelden extreem korte ontmoetingen tussen wildvreemden die heel heftig hun standpunten delen en verdedigen en daarna besluiten dat er nog zoveel andere raakvlakken zijn. Mogelijkheden om over te praten en te discussiëren. Waarna de korte meetings uitlopen en vriendschappen of kennissen ontstaan. Ik zie daar het gewauwel niet van.

Als ik het over een echt gesprek heb, dan heb ik het over interactie over een onderwerp en over conclusies en denkrichtingen. Of dat nu via een digitaal medium gebeurt of op café of in een besloten spelonk, dat maakt niet uit. Ik denk dat de meeste twitteraars vandaag heus wel doorhebben wanneer iets gehypet wordt of wanneer iets echt toegevoegde waarde heeft. Tegelijkertijd zijn ze ook perfect in staat tot het achterwege laten van misplaatst cynisme en genieten ze van de mogelijkheden van het medium.

Altijd bereid tot het houden van een echt gesprek hierover, en ja, ik lees ook nog steeds gewone boeken, liever dan op Kindle of iPad.

Zwijgen

logo_vierkant_med_res

Ik sta elke dag op om 6 uur. Gewoon omdat ik dan al wakker ben en het weinig zin heeft om dan nog uur te liggen draaien. Door de jaren heen heb ik een reflex ontwikkeld om niemand te storen bij dat ontwaken, maar tegelijkertijd ben ik bijzonder nieuwsgierig naar wat ik eventueel gemist heb tijdens de voorbije zes uur slaap. Eerst check ik mijn mail. Dan Facebook, Linkedin en Google+. Daarna ontwaakt Twitter zacht. Daar beleef ik het meeste plezier aan. Dat en Flipboard. Om bij te blijven.

Ik kan me voorstellen dat mensen met kinderen, en de bijhorende stress van het ochtendlijk georganiseer nu heel bedenkelijk kijken. Het spijt me. Ik heb doorgemaakt wat jullie op dit moment doormaken, en ja, dat is een andere hectiek. Maar ik ben er van af. Sorry.

Het gaat me echter niet zozeer om die luxe, of de aberratie dat een mens al om zes uur ’s ochtends in de arena van het ochtendlijk social media geweld wil treden. Ik wil het veeleer hebben over iets wat me beangstigt. De ontgoocheling die ik bij mezelf noteer als er te weinig mentions en/of volgers bijgekomen zijn op Twitter. De desillusie dat er niemand gereageerd heeft op een leuk of diepzinnig bedoelde Facebookstatus, en desgevallend ook het geringe aantal echte mails, echte interacties in mijn mailbox.

Als dit herkenbaar is, dan zitten we uiteraard met een probleem, u en ik. Voor de anderen is er niks aan de hand, huivert u gewoon mee met de bedenkingen.

Afkicken van het gebrek aan reacties, het zal allicht ook wel duiden op een overdreven behoefte aan bevestiging, aan een reflex om leuk of interessant gevonden te worden. Ik pleit schuldig. Ik vind het leuk om in interactie te treden met mensen, snel en spits te reageren, te engageren in woordspelletjes.

Veel erger wordt het als we doelbewust op zoek gaan naar content, naar grappige quotes, naar bemerkingen, om toch maar die conversatie stroom op gang te houden. Ook daar pleit ik schuldig. Het overkomt mij. Zoals een andere thuiswerker ooit zei: ‘mijn Twitterstream, dat zijn mijn virtuele ‘watercooler’ collega’s, het leidt wat af, het is een babbeltje, het vermijdt het sociale isolement, wat je als zelfstandige, thuiswerkende toch wel riskeert”. Maar waar ligt de grens?

Ik ben niet alleen met die vrees. Toen ik deze column opzette, wist ik eigenlijk even niet waar te beginnen. Ik heb het gewoon aan mijn Twittervriendjes gevraagd: “Iemand een idee waar ik het over kan hebben?”. Wat het meeste terugkwam – en ik simplifieer –  was dat, als er niets te zeggen is, dat mensen dan moeten leren zwijgen op sociale media. Net zoals we op Facebook ook onze tijd niet meer verdoen (of toch veel minder) met onzinnige statusupdates, is dat het volgende ‘rijpingsproces’ van de sociale media.

Het is niet erg dat er eventjes niet over of tegen je gekletst wordt. Get used to it!.

Yelo en de twittersfeer

Onlangs werd mij gevraagd of ik wou deelnemen aan een experiment. Twitteren en tv kijken. Niet voor het goede doel, maar voor de reclame. Van de yelo app van Telenet. Ik vond dat een fijn plan. Om verschillende redenen.

Ten eerste, het heeft wel iets. Heel dikwijls voegen twitter commentaren geestigheid toe aan anders redelijk flauwe programma’s. Het absolute hoogtepunt  is in dat verband het Eurovisiesongfestival. Volgens mij heeft dat het aan twitter te danken dat het niet totaal in de Oosteuropese vergeetput is terecht gekomen, wegens ten enen male te weinig pluimen in de kont om nog aantrekkelijk te zijn. Zelfs een niet onintelligent mens als PDW geniet er van, of de onvolprezen Nico Dijkshoorn. Wie ben ik dan wel?

Ten tweede. Twitter is erg valabel geworden om het reclamezappen tegen te gaan. Uitgesteld kijken en tegelijk geestig zijn op twitter, het zit er niet in, dat zijn vijgen na Pasen. Je moet het moment meepakken. Oude gezelligheid  in een nieuw jasje, allemaal samen voor de buis, al dan niet met een tablet op schoot.

Ten derde. Ik vind Yelo als idee ongelofelijk sterk. Critici zullen opwerpen dat het vastloopt en dat het nog niet perfect is, dat kan allemaal wel zijn, maar toch is het ‘nice thinking’. En het toevoegen van een twitter module is éénvoudig lekker verder gedacht. Als ik het gezeur hoor over slechte streaming denk ik altijd aan dit fragmentje van C.K. Louis (vanaf 1m43, maar het kan geen kwaad om het helemaal te bekijken.

Ten vierde. Ik ben  eerlijk gezegd een heel klein beetje uitgekeken op de kleine groep twitteraars. Ik hunker naar nieuw bloed, naar interessante en geestige mensen. Ik heb al eens gezegd dat ik het een erg democratisch medium vind, omdat geinige onzin een kans heeft en omdat saaiheid, domheid gewoonnaar de catacomben van de desinteresse verhuizen. Of tenminste niet verder doordringen. Dus ja, initiatieven waardoor één en ander aan elkaar gekoppeld worden en de twitter tribe uitbreidt. Waarom niet?

Het enige wat me aan het hele ding stoorde, was dat ik aangesproken werd op mijn commerciële motieven. Door de mannen van de rechte leer. Oprechte excuses dus, but then again.

Ik heb vier avonden aan een stuk telkens een uurtje wat over en weer getwitterd over een programma dat ik normaal niet bekijk. Ik vervuilde de twittersfeer met twee hashtags. En ik gaf een ipad weg. Big deal, bite me for it.  Het enige wat in de plaats gevraagd werd was een beetje geestigheid. Die is er niet echt uitgekomen. Dat is spijtig. Misschien zijn we met zijn allen toch minder geïnspireerd dan we soms zelf denken.

En ik ben vier uur van mijn leven kwijt, die ik niet terugkrijg, maar daar heb ik wel ook een ipad voor gekregen. Ik ken slechtere deals.

Spectre, The Date

Begrijp mij niet verkeerd, ik ben helemaal voor de sociale media. En ik ben blij dat men stilaan beseft dat daar ook iets mee te doen is. Vandaar dat ik mij soms in het gezelschap van illustere reuzen als @boskabout, @dipfico, @houbi en j’en passe, bevind om mijn mening te vormen over één en ander. Op uitdrukkelijke vraag van ‘de andere kant’. Ik sta daar voor open, inderdaad.

Omdat het meestal leuk is, en/of interessant. Het is een andere manier van werken, en van informatie door te geven. Een heel eerlijke ook. Maar er moet ook iets te vertellen zijn. En vooraleer u mij beticht van het ‘in de soep spuwen’. daarover gaat het niet, daarvoor ligt het mij allemaal te na aan het hart. Ik ga er even iets dieper op in.

Een paar weken geleden kreeg ik een verzorgde, mooie, ietwat mysterieuze uitnodiging.  In de vorm van een roodfluwelen hartje, met een handgeschreven tekstje of ik ‘Spectre’ wou ontmoeten. Het enige wat ik daarvoor hoefde te doen, was een mailtje sturen, en ziet.. het wonder geschiedde. Een -naar ik aannam – mysterieuze, en allicht wulpse, welgevormde dame gaf me plaats en tijd door van onze geheimzinnige date.

Voor alle duidelijkheid, ik was op voorhand gewaarschuwd dat er iets zat aan te komen, en dan speelt een mens graag mee, want normaal ben ik niet het type dat op blind dates in gaat. #justsaying.

Allen daarheen, dus op de bewuste dag. Een mooi pand. Prettige verwelkoming.Witte roos opgespeld, en begeleid naar een mooi appartement, alwaar hapjes en drankjes mij toegereikt werden. En waar het best prettig was. Ik moet eens een blogstukje wijden aan de verwarring die ontstaat tussen twitter handles en echte mensen. Je kletst en dolt er dag in, dag uit, mee op twitter, maar je hebt elkaar nog nooit in het echte leven gezien. Dat heeft wel wat, qua ontdekking. Zo ook deze avond.  Die zich voor het overige in niets onderscheidde van een normale, weze het dan bijzonder verzorgde receptie.

En nu moet ik iets bekennen. Ik ben eigenlijk een wijf. Ik weet niks van techniek, ik weet bijvoorbeeld ook niets over ‘janten’. Dat zijn wielnaven, of zo.  Tot op de dag van vandaag heb ik dat ofwel door mijn autoverkoper ofwel door mijn lief laten beslissen. Ik zie het gewoon niet. Ik zie het verschil niet tussen patserwielen en gedistingeerd. Tussen sportief, en oumannekes, tussen mooi en/of ‘niggawheels’.

Zo ben ik er ook achter gekomen dat ik geen BMW of Mercedes driver ben.  Door er mee te rijden. Je moet daarvoor kunnen rijden. Ik rijd graag met Audi, in permanente 4X4, dat durft al eens iets te vergeven als je nonchalant bent in de bochten. Waarom vertel ik dat? Omdat ik hetzelfde heb met pc’s. en laptops, en macs. Ik weet niet of iets goed of slecht is, ‘t is maar door er mee te rijden/werken dat ik het wel weet. Ik gebruik dat, verder reikt mijn interesse niet. En heel af en toe, in dat gebruik, merk ik dingen op die mij storen, of ergeren, of bijzonder bevallen. Zo werkt het bij mij. ‘Experience’, zoals ze dat nu noemen.

Terug naar ons feestje, dit interludium zal straks duidelijker worden. Ik mocht op een bepaald moment op intieme date met het Spectre geval. Mijn vrees was groot dat er achter de gimmick een techneut zou zitten die mij vanalles ging uitleggen over kloksnelheden, hertzen, processors en giga’s en giga’s geheugentoestanden. Mijn plan was dan om heel ernstig om een technische fiche te vragen ‘om het thuis allemaal nog eens rustig te bekijken’. Zo doe ik dat ook als ik ingewikkelde dingen zoals een televisie moet kopen.

Niets van dit alles, echter. Ik mocht plaats nemen aan een keurig gedekt tafeltje en recht tegenover mij stond een opengeklapte laptop. Ik mocht mijn naam intoetsten, en na wat  over en weer berichtjes was het gedaan. De rest zou ik later wel horen.

Leuk! Terug naar de vriendjes, en kletsen.

En toch weer niet zo leuk. Misschien ben ik wel te ernstig voor dit soort verhaaltjes. Maar ik vind dat er iets mankeert.

Alles was tot in de puntjes verzorgd. De uitnodigingen waren teasing, en prettig, de ontvangst was hartelijk, de hapjes en drankjes waren erg smakelijk. Het aanwezige volk was van het juiste niveau, ik heb me geen seconde verveeld. Ook de mensen van HP – ja ik heb er mee gebabbeld – waren uitermate behulpzaam. En toch ging ik met een kleine kater naar huis.

Ik kan het alleen maar aanmoedigen dat je ‘de stem van het volk’  wil betrekken in de lancering van een product of een nieuwe richting, of wat dan ook, maar doe dat dan meteen goed.

En wat bedoel ik met goed? Ik schrijf dit stukje op een Macbook Pro. Bij mijn weten een erg gebruiksvriendelijk toestel. Als die Spectre inderdaad concurrentie wil zijn voor Mac, laat het ons dan ondervinden, laat ons er mee op stap gaan, de batterij testen, de moeilijkheid of gemakkelijkheid om nieuwe netwerken te ontdekken, en op diverse printers aan te sluiten.

Geef mij zo’n ding voor een week of twee en ik kan er zinvolle dingen over vertellen. Maar laat er mij niet even naar kijken, twee zinnetjes typen, en dan klaar.  Dat is vervelend. Als het echt goed is, dan ga je het horen. En als het niet zo is, dan weet je meteen ook waar het aan schort. En daar draait het toch om?

Maar misschien schrijf ik het wel allemaal op deze manier omdat ik niet de gelukkige was die er één mee naar huis mocht nemen. Dat kan ook.

DM Column : Het onnavolgbare volgen

DM COLUMN Guido Everaert, blogger, marketeer en consultant, is dol op Twitter. Maar hij ergert zich toch een beetje aan de ‘followers’ en het fenomeen van ‘terugvolgen’.

Op Twitter heb je ‘followers’ en word je ‘gefollowed’. Het zijn afschuwelijke woorden voor de vrijgevochten intellectuelen die we allen pretenderen te zijn. Ik vind dat ze daar een andere term moeten voor bedenken. Omdat het niet echt klopt. Of toch wel? Ik heb er alleszins mijn bedenkingen bij.

Voor mensen die Twitter niet kennen, heel kort waarover het gaat. De micro-blogdienst laat toe om berichtjes van maximum 140 karakters de wereld in te sturen, over zowat alles waar een mens tegenwoordig een mening over kan, mag en wil hebben. Je maakt een account aan op www.twitter.com en je kan aan de slag. Simpel zat. Alleen moet je natuurlijk wel een publiek opbouwen dat bereid is te luisteren naar je ongein, en daar knelt vaak het schoentje. Het aantal volgers als maat voor de aantrekkelijkheid van uw zieleroerselen. En hoe je zoiets moet aanpakken.

Het zegt u niet nog steeds niet zoveel en dat mag best. Voor sommigen is het echter een substantieel deel van hun leven, en zelfs van hun sociale contacten. Je kan daar vraag- en uitroeptekens bij plaatsen, het is gewoon niet anders. En het is ook niet verkeerd.

Zelf ben ik verslingerd op het medium. Mijn ochtendhumeur, de kwaliteit van mijn stoelgang, de ergernis bij weer een onverklaarbaar kleinhandelsfenomeen, ik kan het er allemaal kwijt. Sterker nog, er wordt op gereageerd. Ik krijg steunbetuigingen door gelijkgestemde neuroten, en word afgezeken door anderen. Het hoort er allemaal bij. Fijne oppervlakkige vrienden zullen we maar denken. Er zitten ook echte goede vrienden tussen, ja zelfs familie. Allemaal geïnteresseerd in mijn rijk innerlijk leven. Geweldig toch?

Op zich is dat natuurlijk een iets te simpel beeld van het gebruik van het medium. Ik gebruik het ook als doorgeefluik voor informatie en nieuws, voor de verspreiding van artikels en blogposts die ik schrijf, en simpelweg omwille van de geestige gevatheid van veel twitterati. Je leert nog eens iets, en je leert nog eens iemand kennen. Want het is al bij al een vrij democratisch medium.

Het is ook een erg eerlijk medium. In die zin dat je meestal gewoon doodgezwegen wordt als je niets interessant te vertellen hebt. Ik vind dat een geruststellende gedachte. Een kwiet die dag in dag uit zijn gram wil halen over groot voetbalonrecht, aangedaan aan FC Locomotief Genoelselderen, is meestal geen lang leven beschoren.

Omgekeerd ook. Vlaanderens bekendste prostituee, Hot Marijke, kan mij tot haar lezers rekenen. Gewoon omdat ze (soms) zinvolle dingen zegt, en soms dingen waar ik het totaal niet mee eens ben, waar ik dan ook meteen in de contramine ga. Je leert op die manier een heel klein beetje de mens achter een fenomeen kennen.

Anderzijds, fijne denkers, politici en hoogleraren die occasioneel een tipje van de sluier oplichten van wat hen privé bezighoudt en daardoor ergens wat toegankelijker worden. Ik kan het wel smaken, zo’n Geert Noels die het eens niet over de Griekse crisis heeft maar over die andere passie van hem, het fietsen.

Grappig ook hoe het allemaal wat verweven blijft. En lokaal. Mensen die we kennen, die we leren kennen. Neem bijvoorbeeld onze noorderburen met hun ‘open’ en brutale mond. Ik zie ze graag verschijnen om na een tijdje aan te geven dat ik het niet echt hoef, hun online scheldpartijen, en grote bek opzetten tegen elkaar. Dat hoeven wij niet, hier in Vlaanderen.  Andere cultuur, mijnheer. En eten uit de muur bovendien. En zo blijft de wereld toch maar lekker een dorp, met occasioneel wat verplaatsingen naar het buitenland, onder de vorm van Engelstalige tweets.

Wie mij beter kent, weet dat ik zo’n stukjes nooit schrijf zonder een opborrelend ergernisje. Nooit erg, nooit vervelend, maar een ergernisje, desalniettemin. De volgers dus, en het fenomeen van terug volgen.

Zoals een goede vriend van mij onlangs formuleerde: “De leerling kiest de leraar”. Dat is ook zo op twitter. En maar best ook. Een keuze gebaseerd op ‘kwaliteit’ van de inhoud. Mensen mogen daarbij zelf bepalen wat ze als kwaliteit zien. Voor de ene is dat humor en spitse taal, voor de andere is dat het herkauwen van white papers. Vrijheid, blijheid, je doet maar.

Maar ram het ons niet door onze strot, of probeer het ons niet op een slinkse wijze te verkopen. Want los van de semantiek, van het ‘volgen’, waar ik als heftig rebellerend mens toch mee worstel, Twitter heeft op dat vlak wel wat nadelen.

Hoe meer en beter je tweet, hoe meer mensen je beginnen te volgen. Die pikken dat op omdat je verhaaltjes verspreid worden, maar ook omdat ze op basis van erg specifieke zoekwoorden op zoek zijn naar mensen met bepaalde interesse.

Als je in een berichtje het woord koffie gebruikt, kun je er vergif op innemen dat je meteen ‘gevolgd’ wordt door een tiental koffieaccounts, die waarschijnlijk ingefluisterd kregen dat ze op deze manier ‘conversaties monitoren en deelnemen aan diezelfde conversaties’. En beleefdheidshalve (iets wat onze mama en papa ons geleerd hebben) wordt je dan geacht terug te volgen, wat betekent dat je hun berichtjes in je twitterstroom ziet opduiken.

Ik wens die verlichte geesten allemaal prettig irritante huidziektes en geweldig korte armpjes. Dat is geen conversatie volgen, dat is kortzichtig en opportunistisch omspringen met de zaken in de hoop op één of ander korte termijn gewin. Quod non. Bij mij toch niet (meer). Het resultaat is immers frustratie, ergernis en ruis. En dat is jammer. Door het ontbreken van echtheid, authenticiteit. En dat werkt dus eerder contraproductief.

Ik raad die mensen dan ook aan om dringend het uitstekende boek van Steven Van Belleghem te lezen, ‘De Conversation Company’, misschien gaan ze het dan wel begrijpen. Het is niet enkel een spelletje van veel mensen bereiken, het is vooral een verhaal van geloofwaardigheid en juistheid.

Wie mij niet gelooft, doe de test met volgend zinnetje en kijk wat voor onheil het je oplevert: “De Nigeriaanse transseksuele hoer bestelde nog een gin tonic terwijl ze cash ontving voor haar laatste blowjob”. Gegarandeerd lachen. En denk er in het vervolg aan, wij zijn geen volgvee!

@mbaeten, onze held

 

The rise of @mbaeten  in twitterland is spectaculair te noemen. En terecht ook. Pretentieloos, op een bevreemdende manier grappig, en met juist dat tikje vitriool om het nooit vrijblijvend te laten zijn. Ik lees hem graag. Ik heb het ook al een keer gezegd, hij heeft eigenhandig een soortement eigentijdse haikoe-poëzie uitgevonden op twitter. Binnen de beperking van de 140 karakters komen er erg rake bespiegelingen, mooie poëtische pareltjes en soms ronduit schofferende opmerkingen.

Daarvoor alleen al, mogen we hem meester-twitteraar noemen.  Hoera, Hoera, Hoera.

Wat mij wel stoort, en waar het mij om gaat is de wellicht ludiek bedoelde ‘verkiezing’ van de meest inspirerende twitteraar, door Radio 1, in het radioprogramma Peeters & Pichal. Elke keuze is arbitrair, elke jury zal altijd kunnen rekenen op de spontane, zogezegde objectieve afrekening van de capita-non-selecta. Dus daar gaan we het ook niet over hebben.

Waarover dan wel? Over het proces van Twitter, dat men meende te moeten voeren. Ik denk dat het Bart De Waele (@netlash) was, die in ‘the heat of the moment’ opmerkte dat het weinig zinvol is om de meest inspirerende twitteraar van het moment te kiezen. ik treed hem daarin bij. als je op deze manier met het medium omspringt heb je per definitie bewezen dat je het medium niet echt begrijpt.  Het is niet echt ééndimensioneel te noemen. soms is het een café, een erg luidruchtig en snedig café, soms is het een doorgeefkanaal, soms is het een gezamelijk kankerhol, soms is het een bijzonder snel nieuws- en zelfs hulp kanaal. In al zijn beperkingen.

Ik neem mezelf als voorbeeld. Wat doet twitter voor mij. Het is het gedroomde medium om mijn blogposts te verspreiden en de reacties daarop  te monitoren, bij te sturen, aan te zwengelen, wat je maar wil.

Daarnaast gebruik ik het om mijn kleine ergernissen, opmerkingen, bespiegelingen, die ik niet in blogposts giet, te kanaliseren.

In derde instantie wil ik al wel eens een interessant artikel lezen en dat delen, met wie dan ook, dus dat zwier ik er ook op.

In vierde en vijfde instantie gebeurt het omgekeerde, mits goed gestructureerde lijsten ben je perfect in staat om te volgen wat er zoal aan interessants gebeurt en verschijnt, en daar kun je echt wel je voordeel mee doen.

En in laatste instantie is het grote fun om naar Eurovisie, idool, komeneten en andere onzin te kijken en live de gevatheid van de anderen te mogen smaken.

Zo kan ik nog wel even doorgaan en telkens opnieuw een ander en interessant/mobiliserend aspect aanhalen. Kenmerkend is dat het echter iedere keer over andere doelgroepjes gaat, andere circles (jawel, hij kon er in, dank je google+) die meestal niet veel uitstaans met elkaar hebben.

Als ik het artikel in de standaard en de discussie in Peeters en Pichal gevolgd heb, overviel mij diepe treurnis. Het medium bestaat vijf jaar, je zou toch verwachten dat er iets juister en relevanter over kon verteld worden dan de ongein die we nu kregen?

Maar misschien heb ik de media radio en krant niet goed gesnapt, dat kan natuurlijk ook.

Ondertussen andermaal proficiat voor Michel Baeten en de kristallen tweet 2011. Van harte.

Twitter for dummies

Ik word de laatste tijd door leeftijdsgenootjes  (zijnde oude beren!) vaak gevraagd om hen wegwijs te maken in de wondere wereld van de sociale netwerken en de twieten en zo…
Iedere keer weer verbaas ik me dan over de intellectuele luiheid, of is het angst voor het onbekende om dat gewoon daadwerkelijk aan te pakken, met vallen en opstaan of Google-gewijs uit te vogelen wat er aan de hand is.

Wat er ook van weze, ik zal er maar van uitgaan dat mijn vraagstellers drukdoende zakenmensen zijn, die geen tijd hebben om zich daar mee bezig te houden. Omdat ik zelf ook van de luie aard ben, en een absolute kruk in het zoeken naar de absolute Twitter referentie, dacht ik snel even een paar tips bijeen te pennen over hoe ik het zou aanpakken mocht ik vandaag een Twitter account opstarten (ik weet het, Oh geinformeerde twitter guru, die dit toevallig leest, u weet nu al dat Twitter zo erg 2010 was, dat het binnenkort afgelopen is, so be it). Wie zich geroepen voelt om er iets aan toe te voegen, feel free.

1) Twitter naam: hoe korter hoe beter, hou er rekening mee dat je maar 140 karakters hebt voor elk twitterbericht dat je opstuurt. als er daarvan al snel 20 verloren gaan aan je ‘grappige naam’, dan gaat dat al gauw vervelen, ook voor hen die dat berichtje willen verder zenden.

2) Avatar  (het prentje, voor de niet ingewijden): neem een aantrekkelijke, intrigerende foto, liefst niet te anecdotisch, en verander die ook niet te vaak, hij moet snel herkenbaar zijn. Werken met een dominante kleur is ook niet slecht.

3) Bio: verzorg die. Van zodra ik door iemand nieuw gevolgd wordt is het eerste wat ik doe, checken wat die man/vrouw in kwestie zou kunnen bijbrengen. Vermijd vage omschrijvingen, geef kort weer waar het om draait, desnoods enkel met kernwoorden. Gebruik links, naar blogs, professionele websites, desnoods naar linkedin of facebook.

Nu ben je aanwezig. Je hebt nog niets gezegd, en er is ook niets om te lezen. Op de Twitter pagina doen ze hun uiterste best om je door een proces te leiden dat je  bijstaat om niet moederziel alleen op de Twitterplaneet rond te lopen. Je kunt interesse-sferen aanklikken en adresboeken importeren en checken wie van je kennissen al aanwezig is op Twitter. Klik maar raak, en kijk wat het geeft, op termijn haal je er echt wel uit wat interessant of amusant is.

4) Volgen: Zonder tweets weet niemand van je bestaan, en zonder dat je zelf iemand volgt al helemaal niet. Het eerste wat je dus moet doen is een paar dingen schrijven.  Stel dat  iemand je begint te volgen, dan is het minstens zo beleefd om terug te volgen. Na een paar weken heb je meestal al door of het de moeite waard is of niet, en kun je meteen ook afhaken.
Remember, Twitter is geen email, (en ook geen messenger) alleen dwangneuroten willen alles lezen. Niemand kan van je verlangen dat je de public time line van de mensen die je volgt volledig leest en bijhoudt.
Hou er ook rekening mee dat er ook spammers en automated tweets zijn. Het is niet zo’n goed idee om wildvreemde bloedmooie Russinnen te volgen of louche organisaties waarvan je tot nog toe niet eens wist dat ze bestonden.

5) Toevoegen: De nobele kunst van het toevoegen… doe een search rond je interessegebieden en kijk wie of wat er interessant twittert. Klik aan en start te volgen,  lees en blijf kritisch.
Een andere mogelijkheid : scroll door de volgers van je vrienden en kijk wie zij volgen, wie je eventueel  kent en volg die. Het is daarbij geen slecht idee om die mensen even een persoonlijk berichtje te sturen. zo weten ze dat je bestaat, en gaan ze misschien terugvolgen. Kijk naar hun stats, aantal volgers en aantal tweets zijn maatgevend voor de activiteit. iemand die zijn laatste tweet een jaar terug gestuurd heeft gaat echt niet terug in gang schieten omdat jij hem nu volgt…
Kans is ook niet geheel onbestaand dat je opgepikt wordt door de lezers van die ene vriend van je, die geïntrigeerd kunnen geraken door je foto, je bio, of de uitmuntende kwaliteit van je tweets.

6) Terugvolgen: Er zal altijd een stuk onevenwicht zijn tussen de mensen die je volgt en de mensen die jou volgen, tenzij je een autoriteitspositie inneemt (cf. politici, BV, de grote namen,… ) die kunnen het zich permitteren om bij wijze van spreken quasi niemand te volgen. Dat druist een heel klein beetje in tegen de filosofie van Twitter (zo die al bestaat), het gaat immers niet enkel om broadcasting, het gaat om ‘conversations’, but then again…

7) Sharing & content : het is een slecht idee om alles over je vakgebied te retweeten (RT) zie ook Twitter-Farmville

Het is een goed idee om echt interessante artikels wel door te geven, als niet iedereen
het al gedaan heeft. liefst met een summiere uitleg, zodat mensen al op voorhand kunnen zien of ze ʻt willen lezen. dus niet http://www.competencemangement/hr/ compensationandbenefits/article/5646/digest/…. blablala, maar wel : interessante insteek over compensation & benefit van… en dan de link.

8) Taal/Varia/Content: Het gaat over personal branding, sharing, en toch ook een zekere lichtheid en taalvirtuositeit. Maak daar gebruik van. Enkel je job posts op Twitter smijten is een manier om traffic naar je site te krijgen, maar is weinig of niet relevant voor zij die niets zoeken. combineer trivia met vakinfo, met inzichten, en wees origineel. De Guy Mortier quote geldt nog steeds: “De Lezer? dat ben ik, met hoofdpijn!”
Elke morgen iedereen goede morgen wensen en uitgebreid over je ontbijt tweeten, niemand heeft daar wat aan.

9) Taal: Engels, Nederlands, maakt niet zoveel uit, vaktechnisch best Engels, rest in het Nederlands, dat werkt perfect. Pfaffiaanse varianten van die taal zijn tot op zekere hoogte toegelaten, bedenk wel dat het voor sommigen storend overkomt.

10) Twitterclient : maak gebruik van een goede client zowel mobiel als op pc om overzicht te krijgen. Ieder naar voorkeur en goesting. Ik vind Tweetdeck en Hootsuite makkelijk, anderen verkiezen Twitterific of Tweetie. Met de nieuwe twitter interface geraak je ook al een heel eind weg. Potato, Tomato…

11)Pls RT: Please Retweet…. classic of new style, manier om een bericht te verspreiden en meer ʻdragʼ te geven. Kritisch beoordelen of je dat wil doen en ook spaarzaam mee
omspringen

12) #FF: follow friday. elke vrijdag zie je dat verschijnen, en is het de bedoeling dat je een
lijstje of een paar namen doorgeeft aan ʻthe communityʼ van mensen die jij de moeite waard vind om te volgen. klassiek voorbeeld #FF @guidooohh omdat hij een fantastisch mooie blog heeft…

13)#Hashtags: korte omschrijvingen voorafgegaan door een kardinaalsteken, om het zoeken te vergemakkelijken. Op elke conferentie is er meestal een twitter hashtag om content of weetjes over het congres te verzamelen, zodat je timeline van die dag voor
dat congres enkel bestaat uit mensen die er aanwezig zijn, of er iets over te zeggen
hebben.

14) Evenwicht: Zoals in elke beschaafde conversatie, zoek evenwicht tussen luisteren/lezen en spreken. Kijk eerst even de kat uit de boom, en participeer nadien, en denk eraan dat
niet iedereen mee is met je gevoel voor humor.

15) Replieken: Hou het inʼt begin algemeen, en als je denkt iemand wat beter te kennen kun je publiek van repliek dienen, door @xyz voor je antwoord te zetten. En beter nog gewoon door te replyen. D xyz wordt gebruikt om een direct message te versturen, dat is als een sms die dus enkel door die persoon kan gelezen worden.

16)… #durftevragen….

Het allerbelangrijkste, en dat werd in één van de eerste commentaren hierop gezegd is uiteraard dat je eerst even nadenkt, voor je eraan begint. Wie, wat, waarom. @Lamazone heeft dat stukken beter verwoordt, in haar comments hieronder.

En nog twee interessante comments van @mdevrieze en @Lounge_Lizard. Het is altijd mogelijk om interessante tweets op te slaan als favoriet, dan kun je ze later herlezen. In de meeste twitterclients zitten URL shorteners, die het mogelijk maken de url’s van posts, artikels of websites te reduceren tot enkele karakters. Qua efficiency kan dat tellen.

Upon request , translated : Double your blog clicks in no time!

Titles like that do seem to work. Alas, perhaps!

Yes, dear reader, these last couple of weeks i’ve been harassing you, being omnipresent on twitter and facebook, drawing your attention towards my blogposts in every possible way. It wasn’t to my benefit , it did it all for you. Pure love!. I wanted to know if all the generally accepted theories on blogging and how to  beautify your statistics are working.  So allow me to offer my sincerest of apologies for the way i’ve been behaving these last couple of days. It must have been terribly irritating!

First the good news, Yes you can! It’s not difficult to boost your figures.

Now the bad news, If you want to become a one hit wonder, i’d say, read all the tips below, and growth will be your part. If – however, you want to acquire readership and a loyal public on a permanent basis, all the below might show itself as being counterproductive to your goals. There’s only one constant factor, and that’s hard work (and added value). All the rest are little tricks, of the trade, which, if not used carefully might very well end up , ruining your reputation.
I probably won’t tell you much new facts, but allow me to share my findings, first hand, it’s the least i can do.

1 The blog in itself.

It helps if you can write. It looks like a stupid recommendation, it is not. When you’re not fluent (by the way, the original blog post is in Dutch, my native language), but rather tedious, with a crappy style and a total lack of humor, chances are your audience will find you boring and drop you altogether. Be sure to have an opinion, albeit not the most popular one, use good humor, and use it scarcely, and well proportioned. Readers don’t want to get bored, they need added value, entertainment. Nice pictures, catchy titles, original statements, it helps. Ask questions, and press your audience for replies, it creates involvement.
2. Your network .

In the early days, i was convinced that my friends actually used my webpage as their homepage. Not even my mother did that! So i started looking for other solutions. That was a period in my life where i had like 5 regular readers. I tried email, which didn’t really work. Twitter, Linkedin and Facebook, are my natural channels. My audience grew at least tenfold. Hence the importance of your title, it should be tweetable and haver appeal : ‘A sociodemographic study on the effect of personalization on the linear correlation with statistic readership growth’ won’t cut it ‘Sex sells’ on the other hand… A sure winner!
The reason is obvious. THere’s no such thing as a ‘source effect’ yet. A little piece written by Guido is not the same thing as ‘some remarks by Philip Kotler’. Give it a twist, some provocation, some mystery, the vague promise of a solution, poetry, anything goes, but dull!

There are other things to be said on the network topic :

Content wise: reply upon reactions. It creates loyalty, interaction, conversation.  Carry the discussion towards the appropriate platform, facebook for the light stuff, twitter and linkedin for the more work related issues. Think before you do so. It affects curiosity, people will catch up on the thread.
Reading and commenting on the blogs of those readers who reacted on your posts is also helpful and a sign of politeness. It creates strong bonds, Just like in real life. Strange, isn’t it? Kindness leads to kindness.

The network in itself : if you’re only present to boost your self promotion, you really didn’t get it.  There’s some sort of sympathy coefficient, which counts. Engage in the discussions, be sharp, witty and real.  Get a personality and a face in the online communities. It adds to your credibility and hence to your readership.

3. Don’t.

You can fake it if you want. A small lists of tricks and hints that work.
Not everyone sees the tweet announcing your blogpost. Learn to live with it. you can re-tweet later on the day, but twice is an absolute maximum, if you want to avoid looking like a prat. If the content is good, people will pick it up and spread it, if not, you look like an complete failure, drawing attention to things which have no added value.
Remember that people aren’t idiots and don’t like self promotion at their expense.

Another way of doing it, is by constantly looking for discussions where you can plug your old articles into the discussion ‘Interesting ideas there, i’ve written a blogpost on the subject’ … don’t overdo it, please, it’s so obvious…

You can also try to be a smart ass by making purely mechanical remarks like ‘Too bad, another x readers and i would have reached my all time high with this blogpost’. Reaction is guaranteed, and an increase of 20%, depending on the width of your network is possible. Any publicity is good publicity. But think twice. do you want clicks or readers that enjoy your writing and will come back?

On the shady side, but perfectly acceptable : take a successful viral, put it on your blog, and write a comment. Your piggy bagging on someone else’s success. If it doesn’t bother you, that’s ok. i personally find it not very enriching, nor does it add value to your own writing. but it works.

Simple brains, on the other hand. If you know you’re going to be cited on #followfriday, it might be wise to have a really good blogpost as your last contribution, so that new followers, who want to get acquainted with your work get a positive impression. nothing wrong with that. Again, if that’s the only article you can write, your creating future problems.

4. Frequence.

This is a tricky one. Posting on a regular basis helps, that’s for sure. The attention span of a blogpost doesn’t exceed two days. Afterwards your readership diminishes with half for every other day (100-50-25-12-6-3-1)  My gut feelings says that i should at least post once every other day. . It gives you a sort of constant flow of clicks, where good articles are rewarded with peeks because of a ‘spread’ effect.
This last week, i posted two articles a day, which is a very harsh rhythm, if it is not your main activity. It does add to your visibility and thus to your readership, on the other hand i’m not sure that a flow of this kind will not end being irritating in the end.  A side effect is that your writing improves too.

5. Diverse

External links, can help a lot. But there’s no general conclusion to be drawn. the presence of your name and blog on external sites sometimes help, but it’s got a lot to do with the quality and the traffic of that particular site. It didn’t really work for me. what does help is the fact you’re being quoted by influential bloggers. It happened on several occasions, and it affects your twitter followers as well as the daily visitors to your blog.
I’ll quantify most of these phenomena in another post, but for now, if you have other questions, feel free to ask, you know where to find me…

English blogpost ‘on request’, translation of ‘Twitter, the new Farmville’

I received a hatemail. At least it looked like one. With some imagination, it reminded me of a schoolyard brawl.
I had just finished some Twitter follower cleaning-up. Contrary to popular belief, i think it is necessary to do so. It get’s messy otherwise. I agree on ‘the more the merrier’ but still, ‘ortnung muss sein’.
I don’t particularly relish the idea to go in , knee deep, and crawl through thousands of tweets to find something useful or remotely funny.
Via managetwitter, it was a piece of cake to remove like 200 or more ‘not so very active, or simply impolite’ (impolite because they don’t even have the politeness of following you back) twitterati from my list.

With hindsight you could also say, that performing this kind of operations every once in a while allows you to reflect on your (or my) expectations of twitter. That’s not too bad as an idea.
Shortly after my cleaning up, i received a mail from someone stating ‘you unfollowed me, i will do the same to you’. I let you imagine the way in which he/she stuck her tongue out to me and made naughty gestures. It’s all in the mind.

I wasn’t aware of the fact that it was actually a pissing contest? How stupid of me. It changes the rules of the game, of course, if it is a game at all.
Personally, i don’t see the merits of having an enormous flock of followers. Just like with viral campaigns, the driver in all this should be the quality of the content, and not the other way around. and quality can be defined in many a way.
To me it’s all about two things :  Content and the  mild smile. Added value, if you want.

During the Tour de France, i like to follow Lance Armstrong or Robby McEwen. At this particular moment, they tell me nothing of interest. I’m not interested in their training labour, their children, their girlfriends or wives, no not even the Armstrong charity work. so i am  simply not following them. I’m quite sure, they’re ok with that.

I love to follow guys and gals who tweet in an artistic, even absurd way, without adding something to the business. I like to follow the personal problems and struggles of my real life friends, without compromise, even indulging in the whining, the misspellings, the utterly boring description of their renovation works. Because they’re my friends. Unconditionally.

To all the others, the rule is simple :  ‘amaze me, entertain me, surprise me, teach me, help me ‘.  The one thing i didn’t mention is  ‘bore me’.
I don’t need to know about your struggle to find the sun shining out of your arse. I know it is hard to get out of bed, you don’t have to specify it every morning. I don’t need morning greetings and shoutouts. I don’t even want to know in which restaurant you are, unless you add that they have excellent wines. I don’t want to see the pictures of your newborn sprogs, moreover, they all look the same (yeah sorry to spoil the myth, yours isn’t particularly more beautiful than all the others, but you are entitled to your pride! I know what i am talking about, i had four).
This doesn’t mean i am not interested in your observations, on the contrary, but give me balance, humour and/or insights.

Even in the professional field, i have some issues. allow me to explain.
Whomever in our business who isn’t aware of Mr Guy Kawasaki (pro or con is of no importance), who doesn’t know Mashable, and who doesn’t follow a certain number of self proclaimed guru’s, doesn’t take his job for real. And i am serious about it. The tools are there, ignorance isn’t an option.

To all of you, who constantly retweet their tweets. Stop it!
You’re only trying to impress on the ‘minus habenses’ (latin for intellectually challenged) of this world.
Me, being a big fan of the Darwin Awards, i would like this to stop. Stupidity can be wielded out if we all do an effort and stop educating the not so gifted ones.
If you have something useful to add to their observations and/or whitepapers, please do, under acclaim and wild appreciation. At least it looks at that moment you’re engaging in the conversation (seems to be a trending word, you get extra credits in using it). If it’s just displaying your ability to read and copy, refrain from it! Seriously…

Retweets should be diamonds, beautiful observations, rich reflections, a sign of appreciation. anything but crawling up someone’s ass. Share, not slime.

Oh, and before i forget it, there is no, absolutely no added value in little lists, 5 things that, 7 reasons to, 20 rules of ROI, 56 ass remarks… just don’t do it, and don’t retweet it.
How about  agreeing on these simple principles? It’s not about new little friends on the schoolyard, it’s about content, and added value… Now carry on… please.

Smartphones, de electronische enkelband van deze tijd

Consumer in control, dat zeggen ze. Ik geloof dat niet meer.
Iedereen en alles spant samen opdat het toch niet zo zou zijn. Techniek en slechte wil niet in het minst.

Hebt u dat ook? Als je vroeger op restaurant ging werd het als hoogst storend ervaren als iemand luid gesticulerend zat te telefoneren. Het getuigde van slechte smaak, het was vervelend, en de man in kwestie was een hork. Een restaurant was een plek voor verfijnd genot, waar de kunst van de conversatie tussen consommé en crême brulée fijnzinnig ontspon.

Tegenwoordig is het anders. Maar niet echt beter. De smartphones, die electronische enkelbanden van de kantoorslaafjes, maken het spel een stuk perfider. Niet alleen is er de ‘always on’ mentaliteit; bereikbaarheid en ‘aanwezigheid in de cloud’ voor alles. er moet nu ineens ook een pak administratie opgeknapt worden.
Want we zijn mobiel, debiel.

“Ik kan hier niet inchecken!” is een vaak gehoorde klacht wanneer je weer eens iemand ziet treuzelen voor de ingang van het restaurant. Foursquare of Gowalla dus. En dat inchecken moet wel, want je moet laten weten waar je eet, en liefst ook met wie. Dat geeft prestige!
Daarmee is het niet afgelopen.
Eerst is er het over en weer getjilp over een mogelijke groesptwunch (jargon voor lunch onder twitterati) en dan volgt de volgende fase in het ritueel. Via eat.ly moet je ook nog een ‘trail’ laten over wat je aan’t eten bent. er moeten dus snapshots gemaakt, en die snapshots worden gedeeld met de foodie followers. Een punthoofd krijg je ervan.

Vervolgens wordt de wijnkeuze via iDrync, een wijndatabase geverifieerd en doorgestuurd naar de ‘vinotwats’, die daar dan weer kennis van nemen.
Met wat pech kun je ook nog een keer een heuse zuipschuit meehebben, die het nodig vindt om zijn persoonlijk cocktailrecept te willen hebben en drifftig staat te zwaaien met de iphone onder de neus van de bartender. ook Leuk!

Zo komt het dat je mensen steeds vaker ziet eten met één hand, onderwijl hun instrument beroerend.  Beetje boertig toch? Administratie heeft inderdaad nog nooit tot diepgang geleid in het gesprek.
Het is ook koud, het is alsof het interessanter is om met je community te praten en te tweeten dan een levensecht gesprek te voeren. Pure zonde.

Volgens mij is het ook dat wat zaalpersoneel en keuken voelen. Ik zat onlangs ergens iets te eten en bekloeg me tot drie keer toe, bij drie verschillende kelners, over de kwaliteit van iets. ‘Men ging het even in de keuken bekijken’.
Nooit meer iets van gehoord.
Het misprijzen voor de consument is nog nooit zo groot geweest, en dat heeft hij voor een groot gedeelte aan zichzelf te danken. 
Hij is er per  slot van rekening ook niet echt, hij zweeft ergens in de cloud, te schijnen, te “bwabbelen”, te vermijden om echt te zijn en diepgang te tonen.
Keukenchefs en Technologie, één front tegen de controle door de consument, en gelijk hebben ze!

(ook verschenen in Dmix van de maand jui2010, column : GEdacht)

Twitter, het nieuwe Farmville?

follow, please don't follow me

Ik heb een hatemail gekregen. Tenminste, zo kwam het over. Je zou ook kunnen zeggen dat het ruzie op de speelplaats is.

Gisteren heb ik wat orde op zaken gesteld in mijn twitter followers en de mensen die ik volg. Er zijn er die zeggen dat dat niet nodig is, ‘the more the merrier’, maar ik houd het graag overzichtelijk. Ik heb geen zin om door duizenden tweets te baggeren, om ergens iets zinvol op te pikken.  Via managetwitter was dat in een handomdraai gepiept, en had ik zo’n 200 niet erg actieve of niet bijzonder interessante ‘twitterati’ verwijderd.

Niet lang nadien kreeg ik een mailtje, van iemand die min of meer zei: ‘jij hebt mij ‘unfollowed’, awel, dan doe ik het zelfde met jou’. De néh, en de uitgestoken tong fantaseert u er zelf wel bij.

Ik wist helemaal niet dat het een spelletje ‘om ter meest was’! Stom van mij. Het is natuurlijk een hele andere insteek. En ik ga er ook niet aan mee doen. Het is toch totaal oninteressant om followers te willen sprokkelen? Net zoals bij het virale is dat een gevolg van de kwaliteit van je posts, of zou dat toch moeten zijn.

Het gaat voor mij om twee dingen: content en glimlach. Added value, quoi.

Tijdens de ronde van Frankrijk wil ik Lance Armstrong volgen. op dit moment  ben ik totaal niet geinteresseerd in zijn trainingschema’s, zijn kinderen, zijn nieuw lief, zelfs zijn charity initiatieven kunnen me niet boeien. Ik volg die man dus niet.

Ik volg met plezier absurditeiten, die niks toevoegen aan de business maar doen nadenken over de relativiteit der dingen.  Ik volg de kleine huishoudelijke beslommeringen van vrienden en vriendinnen. Zonder voorbehoud, en met inbegrip van taal- en spellingsfouten. Onvoorwaardelijk.

Voor al de anderen geldt: ‘amaze me, entertain me, surprise me, teach me, help me ‘. Wat er niet tussen staat, is ‘bore me’.
Ik heb geen behoefte aan navelstaren over de dagelijkse weerkerende strijd om uit bed te komen, ik geef er geen zak om dat je in restaurant het ‘floeren foefke’ zit, tenzij je me weet te vertellen dat de zwezerik daar uitermate geslaagd is.  Ik wil geen baby foto’s zien, echt niet. Wat niet betekent dat ik het totaal niet heb voor observaties, in tegendeel. Maar zoals in alles, moet er balans zijn.

Ook professioneel zit ik met wat issues. Ik leg het even uit.
Wie in ons vak niet weet wie Guy Kawasaki is (voor of tegen, daar gaat het nu even niet om), waar Mashable voor staat, of wie  een aantal self-proclaimed guru’s niet volgt, is eigenlijk niet goed bezig.

Wie de tweets van die mensen retweet, wil dus eigenlijk vooral indruk maken op de ‘minus habensen’ (latijn voor intellectuele onderdeur) van deze wereld.  Als groot fan van de Darwin Awards, ben ik daar eigenlijk niet zo blij om. Dommigheid moet uitgemendeld worden en niet in stand gehouden. Een warme oproep om dat niet meer te doen.
Dat je met de informatie van bovenstaande aan de slag gaat en daar iets leuk mee doet, valt daarentegen alleen maar aan te moedigen. volgens mij ben je dan aan een soort conversatie bezig (term schijnt in de mode te zijn, levert extra punten op!).

Retweets zouden juweeltjes moeten zijn, pareltjes van overwegingen, uit je eigen netwerk, die je de moeite waard vindt van een overpeinzing. Een teken van appreciatie ook. geen geslijm maar het sharen van inzichten en ideeën.

Oh ja, en de eerste die nog eens afkomt met 10 reasons to, 5 things that, 7 ass remarks to make, die kan het ook schuiven.

Willen we dan zo overeenkomen, dat we dat vanaf nu allemaal iets minder doen om nieuwe vriendjes te krijgen, maar meer bezorgd zijn om de inhoud? Willen we dat dan doen? Prettig weekend.