Afscheid van een oude vriend

spiketerasse de haan Ik heb er op gesakkerd. Ik heb er op gevloekt. Ik heb er mee gelachen ik heb er mee gedold. Hij en ik, dat was een nimmer aflatende botsing van keikoppen. Het is onzeker wie ooit won; als er al een winnaar nodig was. Het was geen strijd, het was meer een continu scherp houden van elkaar.

Ik zal nooit vergeten dat hij op een zomerdag, na een fantastische tocht, uiteindelijk toch neerzeeg en ik heel even, echt heel even, misschien tien minuten, meer niet, het gevoel kreeg dat ik hem fysiek de baas kon blijven.

Ik heb er ook waanzinnig intelligente, absurdistische conversaties en gesprekken meer proberen te voeren. Lees verder

Advertenties

De croûte

flanHet sneeuwde. Ik zocht beschutting met Spike in één of andere landelijke afspanning, waarvan je er zoveel vindt in de Kempen. We hadden er een helse tocht door de sneeuw en de kou op zitten, Lees verder

Over schrijven…

Mensen vragen dat soms wel eens. ‘Hoe gebeurt dat eigenlijk dat schrijven?’ of ‘Daar kruipt nogal wat tijd in zeker, altijd opnieuw die stukjes?’

Ik zit daar altijd een beetje verveeld mee, omdat het eigenlijk niet zo is. niet dat ik rot zit van het talent, verre van, maar het gebeurt allemaal nogal intuitief. Ik denk dat ik mijn beste stukjes geschreven heb, half stomend, nog met mijn jas aan, ergens op de hoek van een halfgedekte smerige keukentafel. Gutsend, hamerend op de toetsen van mijn mac. In één gooi, ternauwernood nagelezen. ‘Daar, ’t is klaar, ik zal eens efkes mijn gedacht zeggen’. Nadien attenderen vrienden, fans, en zachte zielen mij op taal- en andere fouten. Simpel zat.

Maar het echte ‘Schrijven’, de Groote Kunst der Letteren, jaaaaah, daar heeft deze jongen wel degelijk systematiek, methode en hulpmiddelen voor.

Soms vind ik het namelijk wel eens leuk om te fantaseren dat ik een schrijver ben. Denk aan de – voor mij – onvergetelijke scene van 37°2 le matin. Zorg zit aan een zuinig verlicht keukentafeltje, in marcelleke, met sigaret losjes in de mondhoek en de fles whisky op de tafelrand balancerend, zijn groot meesterwerk te plegen. Aangezien ik niet over die mens zijn fysieke uitstraling beschik, heb ik een ietwat andere invalshoek. Mijn werktafel moet ook volkomen clean zijn, enige wat in die setting getolereerd wordt is of een schaal groene appels, of een boeket tulpen. De muziek op de achtergrond is een eclectisch mengsel, jazz en klassiek, beetje high brow uitstraling. Mooi glas wijn ernaast. Nog steeds geen letter op papier gepleurd. Graag ook een proper gestreken wit hemd.

Dan de desktop. volledig clean, no clutter. Daar hou ik echt wel van. Zoals plaatje bewijst.

Desktop op kalme momenten

En dan smijten we Ommwriter open. Geweldig programma vind ik dat, en absolute aanrader voor iedereen die geen afleiding kan verdragen. Het lukt mij de laatste tijd ook beter en beter om daar mee te werken, omdat mijn twitterstream zich netjes en prettig ontrolt op het ipad scherm dat naast me ligt.

Daarnaast is het ook zo dat ik op ommwriter het geluid van een oude typmachine kan nadoen, wat u hier even kan checken.

Ik vind dat prettig. Het enige wat ik in die context mis, is het roken. Ik rook niet, maar het schijnt er zo bij te horen. Zelfgedraaide, smerig lekkere sigaretten, die blauwe rook die opkringelt. Tsjonge, ik zou er een linkerlong voor geven om het ook echt lekker te vinden. Nog steeds geen letter geschreven.

En vanaf dan begint de chaos opnieuw te regeren. Want bovenstaand werkt dus eigenlijk voor geen meter. vanaf dan begint de procrastinatie. Even een quote, een stukje tekst, iets opzoeken op google en verdwalen. Of gewoon TV kijken. Vanuit de zekerheid dat het er toch altijd opnieuw uitgulpt als het nodig is.

Het enige wat wel waar is. Het duurt oneindig lang eer ik iets op papier zet. Maar eens de eerste letters aangeslagen, gaat het razendsnel. Om dat te kunnen heb ik twee dingen nodig. De titel en de eerste zin. Vanaf dan lukt het altijd weer. In één keer. Ik loop meestal zo lang op die eerste zinnen te kauwen, dat ik het hele verhaaltje al tien keer in mijn hoofd heb verteld. Ik hoef er niet meer over na te denken tijdens het schrijven, wat prettig is omdat er dan tijd vrijkomt om spelletjes te spelen, en er die woorden in te verwerken die heel toevallig voorbijgedwarreld komen. Extra punten, als het ware.

Als ik één advies zou mogen geven aan mensen die zich ook schrijven willen wagen, maar twijfelen, dan is het wel dat: Gewoon schrijven, associëren, vertellen. niet teveel nadenken. Aanpassen en opschonen kun je altijd later nog doen.

En dan is er nog de kwestie van de inspiratie. Heel eerlijk, die ontbreekt nooit. De bronnen zijn veelvuldig. Ik haal de vier voornaamste aan, in stijgende volgorde van belangrijkheid.

Wandeltochten met Spike. Waar men gaat langs Vlaamsche wegen komt men inspiratie tegen. hetzij de kleinburgerlijkheid, of de heerlijke absurditeit van situaties, maar meestal worden die tochten gebruikt om bestaande verhaaltjes aan te scherpen, situaties anders te bekijken, het voorbereidende schrijfwerk.

Water. Douche en zee… ik weet niet wat het is, maar water inspireert. Het is altijd zo geweest. Oplossingen voor problemen, onderhandelingen, briljante vondsten, ze komen bij mij onder de douche. Nooit in bad, dat is te statisch, te warm. Maar een douche, dat doet het. De zee ook. ‘T is alsof het water in beweging moet zijn.

Drank en café’s. Ok, beschuldig mij maar van alle slechte dingen. Ik drink graag. En misschien soms te veel, maar laat dat dan ook één van mijn weinige zondes zijn. Ik vind dat gewoon lekker. Er is een magistrale scene in West Wing, waarbij de stafchef van het witte huis die onder vuur ligt omwille van alcoholverslaving, vertelt dat hij mensen niet begrijpt die kunnen stoppen met drinken; hij houdt van de klank van ijs in een glas, het geluid van de whisky, en snapt niet dat mensen kunnen zeggen dat ze genoeg hebben. ik heb dat altijd een erg mooi beeld gevonden.

Wellicht drink ik meer dan goed voor me is. Ik denk eerlijk gezegd dat het nogal meevalt, en ik kan niet ontkennen dat het inspireert. Niet altijd het betere werk, maar alleszins wel de meest originele invalshoeken. En als het de volgende dag de herlezing doorstaat heb je meestal een winner. Ook de cafés zijn plekken waar observaties, verhaaltjes altijd opnieuw voor het rapen liggen. soms moet je ze uitvinden, maar de dranklokalen die ik betreed zijn van die aard dat gesprekken met wildvreemden nooit ver achter blijven. Mits een twist worden dat altijd opnieuw mooie stukjes. vind ik.

De grootste bron van inspiratie is en blijft echter de verwondering van de K-woman. Ik ben er niet beschaamd over om te zeggen dat de scherpste observaties en snedigste beelden erg dikwijls van haar komen. Ze heeft op de één of andere manier de gave om zich te verwonderen, niet verloren en dat levert heel erg dikwijls rake ‘soundbites’ op. Opportunist die ik ben, zet ik dan om in teksten. Het is niet anders. Ik weet ook niet of ik daar beschaamd om moet zijn. Ik schrijf ze nog steeds zelf, maar de pieken in appreciatie, tja die kan ik wel duiden. Mijn probleem, niet het uwe…

Zo kan het ook, ordehandhaving

 

Flikken. Honden. Loslopen. Het zijn drie woordjes die meestal niet erg goed samengaan. Pas op. Voor u denkt dat u hier een betoog gaat krijgen van een fervent hondenliefhebber, doorspekt met kreten als ‘hij heeft nog nooit iemand gebeten” en “de mijnen doet dat niet”. Dat is niet zo. Ik ben de eerste om te weten dat ik mijn hond niet echt zo goed in de hand heb als mijn hoofd soms denkt.

Ik ben er ook voorstander van dat mensen die beesten willen ook de moeite zouden mogen doen om naar een hondenschool te gaan, en ik ben er in één moeite door ook van overtuigd dat ze die scholen niet voor de honden hebben uitgevonden maar voor de baasjes, die gedragsspiegeltjes voorgehouden krijgen. Hé, hé, dat lucht op.

Bovendien, mijn hond, dat is een toonbeeld van vleesgeworden, rauwe anarchie en bloedonderdenagelshalend pestgedrag. Voornamelijk naar mij, laat dat duidelijk zijn.   Maar loslopen in Zoerselbos,  of aan zee, of ergens langs de grote routepaden, dat gaat erg goed. Paarden, schapen, koeien en occasionele mountainbikers zullen daar wellicht anders over oordelen, maar daar gaan we het nu verder niet over hebben.

Wat er ook van weze, het monster liep los te snuffelen, en daar kwamen onze blauwe vrienden aangetuft. We spreken Kempen, vooravond, geen kat op straat, just me , my dog and them!

Ik heb zelf niet zo’n al te beste verhouding met het gezag, dus ik zette me al schrap voor gevatte snijdende opmerkingen aan het adres van onze blauwe potentaten. Ik kan er niet aan doen, ’t is de hond in mij. Ik moet ze niet echt. Het is een probleem dat er mij al vele opgeleverd heeft, waarbij menigmaal de verzuchting geslaakt werd ‘houd toch uw bakkes, ’t was gezellig’. Het lukt niet, het is niet anders.

Kempenflik 1 stapte uit, monsterde de situatie, ‘Goeienavond, uwen hond?’  Flik 2 kwam er bij staan, met een glimlachje, dat ik al meteen interpreteerde als ‘HA, we hebben er ene, nu gaan we er eens wat mee spelen, en onze spierballen laten rollen. In plaats van echte misdaden op te lossen!

Stijf van de adrenaline, met bloeddoorlopen ogen en een batterij opmerkingen over kleinzierigheid en  gebrek aan gezond verstand, snapte ik, ‘ja, mijnen hond ja,daar lijkt hij toch op!’

‘Schoon beest, maar straks toch beter aan de lijn houden, ge weet maar nooit, en ne goeienavond nog!’.

En weg waren ze. Ordehandhaving op zijn Kempisch. Vriendelijk, relativerend, to the point. Ik heb Spike aangelijnd. Ik hou van Kempische flikken!