Ik had er meer van verwacht!…

“Ik had er meer van verwacht”. Tot zover de korte, bondige reactie van ‘den bompa’ op de zonsverduistering (12/8/26, 20h13, kwestie van het voor het nageslacht te bewaren!). Geen bedenktijd, geen lange reflectie, gewoon zo, amper één minuut na het ‘hoogtepunt’ van het fenomeen. En eerlijk gezegd, ik kon hem geen ongelijk geven.

Een andere gevleugelde uitspraak kwam er ooit, toen er geinformeerd werd naar zijn kooktalent. ‘Als je kunt lezen, kun je koken!’. Voilà, met ook hier een grond van waarheid. Niemand spreekt over het realiseren van culinaire hoogstandjes, er moet ook niemand moleculair scoren of zalfjes en schuimpjes produceren, met ingewikkelde ‘condiments’. Het gaat over eten bereiden. Hij doelde op het feit dat je instructies moet kunnen lezen en volgen. Simpel zat.

Ik liep eens met hem langs de Schelde toen hij me zei, ” ’t Wordt eb!” toen ik een beetje dommig verwonderd vroeg hoe hij dat wist, zei hij kortaf ‘Dat ziet ge toch, kijk naar die boeien”. De laatdunkende blik heeft mij er van weerhouden om nog verdere vragen te stellen.

De tekstberichtjes tussen hem en zijn dochter zijn een eeuwige bron van vermaak, voor mij, niet zo voor haar. Hij antwoordt steevast met ‘ok’ of ‘neen, dat gaat niet’. Geen franjes, geen uitleg, gewoon de essentie.

Het doet mij wat denken – met weemoed, ik geef het toe – aan de tijd van de vaste telefoon in de gang van ons huis. De telefoon stond mooi te blinken op een bijzettafeltje. Mocht alleen door grote mensen gebruikt worden. Mijn vader belde elke dag naar ons mama, vanop het werk.

Het gesprek verliep als volgt :

‘Alles goed daar?’

‘Ja hoor!’

‘Allez, tot vanavond dan, ik ben rond zes uur thuis.’

Inchecken en uitchecken. Simpel. De lijn vrijhouden voor belangrijk nieuws. Net zoals het befaamde ‘laat eens bellen, als je thuis bent, dan weten we dat het ok is’. Zeker voor familie die ‘buiten de zone’ woonde (jonge mensen, vraag aan jullie ouders!) was dat een manier om de essentie over te brengen.

Mijn studenten en mijn kinderen hebben mij afgeleerd om met ‘ok’ te antwoorden. Ze vinden dat passief-agressief. Je moet iets meer uitleg geven. Ik kreeg helaas nooit uitleg over de passief-agressieve kant van ‘ok’. Ik vind het nog steeds ‘ok’ om op deze manier bevestigend te antwoorden op een vraag of een bericht. “Wij zijn er om 11u!” “Ok”, even duidelijk, indien niet meer dan “oh ja, tof, we kijken er naar uit, rijd voorzichtig, tot zo hè”.

Ik denk dat het bij den bompa te maken heeft met dat generationele, geen noodzaak zien om lang te kletsen, maar ook met het feit dat die man op de lange vaart zat, en nadien in het loodswezen. Zware verantwoordelijkheden en besliste, korte communicatie die geen zweverigheid toeliet. Je zegt wat je te zeggen hebt en daar wordt gevolg aan gegeven. Helder en efficiënt.

Bondigheid in de communicatie. Het is iets om terug naar te verlangen. Ik blijf mij verwonderen over het feit dat mensen zo lang met elkaar kunnen bellen, heelder treinreizen, terwijl ze boodschappen doen, op de fiets, iedereen blijft maar doorlullen, en het gaat nergens over. Op de trap, in de lift, op toilet, het houdt niet op! Stop dat ding toch wat weg!

Geef een reactie