Elk café zijn zatte godin

“Elk café heeft zijn zat wijf”… Dat was de bedenking die ik in mijn notitieboekje krabbelde. (En ja, de meeste cafés hebben ook hun portie zatte venten, maar dat is voor een ander stukje.)

In elk dorp in Vlaanderen was er vroeger een café. En in dat café, stevig verankerd aan de toog, zat Zij.

Zij is de plaatselijke legende die zelf niet beseft dat ze eigenlijk een tragedie is. Ze is vijfenzestig, maar gedraagt zich als tweeëntwintig, gehuld in een jasje met luipaardprint dat duidelijk betere dagen — en vooral nachten — heeft gekend. En ondanks de wetten van de biologie, de fysica en genadeloze caféverlichting blijft ze diep en gevaarlijk overtuigd dat zij de aantrekkelijkste vrouw van het café is.

De spiegel van de bodemloze put

Voor de toevallige bezoeker is ze vooral een waarschuwing voor wat een weinig flatterende strapless top met een mens kan doen. Maar voor haar is de spiegel achter de toog geen weerspiegeling van de werkelijkheid. Het is een compilatie van haar grootste successen. Wanneer ze tussen twee slokken witte wijn door haar eigen blik opvangt, ziet ze geen rimpels of een huid die stilaan de textuur heeft gekregen van een goed ingedragen leren handschoen. Ze ziet het meisje dat in 1978 de verkiezing van Miss Aardbei won. Ze ziet de vrouw voor wie ooit een man zijn auto aan de kant zette, alleen maar om haar telefoonnummer te vragen. In haar hoofd valt het café niet stil omdat ze zonet over een barkruk is gestruikeld. Nee, het café valt stil door de uitstraling die ze heeft. Het is een vorm van zelfbedrog die zo zuiver is dat je er bijna bewondering voor krijgt.

Het flirtende fossiel

Ze mikt op jongere mannen. Dertigers die na hun werk gewoon even zijn binnengesprongen voor een pint. Ze buigt zich naar hen toe, met een geur die ergens tussen Marlboro en Dior zweeft, en begint een gesprek. Een gesprek waar niemand op zat te wachten. De mannen lachen meestal. Voor de helft uit beleefdheid, voor de andere helft uit oprecht maar enigszins angstig respect voor de totale overgave waarmee ze haar rol speelt. Ze lachen niet echt mét haar. Maar ook niet helemaal óm haar. Ze lachen vooral in de hoop dat ze dan weer weggaat. Dat gebeurt meestal pas wanneer er een bekende binnenkomt. Een oude vriend. Een oude vriendin. Daar zijn er ondertussen niet zoveel meer van.

De koningin van wanhoop en miserie

Er zit iets merkwaardig waardigs in haar weigering om zichzelf uit de markt te halen. Ze is de geest van haar eigen ijdelheid, die door haar stamcafé blijft spoken om ons eraan te herinneren dat aantrekkelijk zijn misschien helemaal geen lichamelijke toestand is. Misschien is het gewoon een overtuiging. We kunnen medelijden met haar hebben, maar ergens zijn we ook jaloers. Want wanneer om twee uur ’s nachts de lichten aangaan en de rest van ons met dichtgeknepen ogen naar zijn spiegelbeeld kijkt en zich plots vaag zorgen begint te maken over zijn leverwaarden, stapt zij met opgeheven hoofd naar buiten, richting haar Toyota uit 2003. Zij heeft geen filter nodig. Ze leeft al veertig jaar in haar eigen sepiakleurige droom. En ze gaat een detail als de waarheid echt geen goeie zaterdagavond laten verpesten.

Een gedachte over “Elk café zijn zatte godin

Geef een reactie