“Mensen proberen vorm te geven aan hun gedachten via luidop uitgesproken woorden. En er is geen vervelender proces dan dat live te moeten meemaken…” Dat stond dus in mijn kleine notitieboekje…
Ik word ouder, en soms betrap ik me er op dat ik luidop lees wat er aan mij voorbijkomt, als ik in de auto of op de fiets zit. Ik probeer het te vermijden, gewoon omdat mijn grootvader en mijn vader het ook ooit deden en ik het beschouw als het eerste teken van aanstormende ouderdom. Dat, en te hoog opgetrokken broeken!

Maar er is een gelijkaardig fenomeen dat niets van doen heeft met ouderdom en desondanks wijd verbreid is.
Een heel specifieke, moderne vorm van wreedheid: gedwongen worden om erbij te zitten terwijl iemand in realtime een gedachte probeert te vormen. Je kent het type. Ze praten niet gewoon. Ze zoeken naar woorden om iets vaags geformuleerd te krijgen. Het begint met die lege blik, het frutselen met iets wat op tafel ligt, of het diepzinning in de verte staren. En dan komen de geluiden. Een opeenvolging van ‘euhs’, ‘ah ja’s’, ‘dus eigenlijk’ en ‘wat ik eigenlijk wil zeggen’, doorspekt met wat doodsreutels, die samen de stellingen moeten vormen voor een zin waarvan de bouwplannen nog niet eens getekend zijn. En ik geef ze het voordeel van de twijfel. Ik hoop en geloof echt dat ze daadwerkelijk zelf proberen om tot een gedachte te komen, in tegenstelling tot de meeknikkers die hun mening uitstellen omdat ze ’t eigenlijk niet goed weten en dezelfde techniek hanteren. Het befaamde ‘Het kan vriezen, het kan dooien”. Het uitnodigend, aarzelend reutelen en prevelen van gemeenplaatsen (aan de ene kant, aan de andere kant, tja… kweetniet…) tot je zelf begint in te vullen. Dat bespaart hen de moeite van een eigen mening. Ook erg(erlijk)!
In een beschaafde samenleving hoort een gedachte min of meer gepresenteerd te worden als een soort afgewerkte IKEA-boekenkast: strak, functioneel en met alle onbegrijpelijke schroeven die overblijven discreet weggemoffeld in een keukenlade. De ‘verbale kladversie’, niemand vindt dat interessant om naar te luisteren. De meesten onder ons hebben tenminste het fatsoen om hun innerlijke monoloog innerlijk te houden tot hij een soort bètaversie heeft bereikt. Maar de luidopdenker beschouwt zijn publiek als de recyclagebak voor zijn halfafgewerkte inzichten.
“Ik denk nu gewoon even luidop”, zeggen ze dan. Alsof dat een geldige reden is om de aandacht te gijzelen terwijl zij zich een weg banen door een mentaal doolhof dat niet altijd een verrassend inzicht oplevert. Of een inzicht dat iemand drie minuten eerder al heeft uitgesproken nog even herkauwt, met andere woorden. Dat kan ook. Niemand is onder de indruk van de inspanning. Iedereen voelt het als tijdverspilling aan. Meestal met veel inlevingsvermogen, zoals je babies aanmoedigt die onzeker van de ene kant van de kamer naar de andere kant hobbelen. Wankel, onzeker, en de hele familie houdt de adem in, omdat het ooit wel eens zal lukken. Die persoon wil je toch niet zijn?
Ook dat is storytelling. Als je je ooit afvraagt waarom je publiek niet echt geboeid is, dan is dat omdat je eigenlijk al voor 90% moet weten wat je gaat zeggen voor het de ether, de lucht in gezwierd wordt. Het is om verschillende redenen leuk om daar op te oefenen: je betoog wordt helder, je houdt je publiek vast, en je maakt meer vrienden dan met geneuzel dat maar blijft duren.
Maar niks moet hè. Doe vooral waar je zin in hebt.
Ik geef nog deze mee: ‘Het is wat het is!’ …. tenenkrullend vind ik die.
goh ja… weet ge! allez dan!