De nalatenschap en het kruikje witte wijn

zo moet een tafel er uit zien

zo moet een tafel er uit zien

Het leken mij  twee zussen. Met elk hun aanhang. De zomer van de geruite hemdjes en de korte mouwen. En ze hadden elkaar niet zo heel veel te melden.

Veel had te maken met verwachtingen.   Lees verder

Open brief, aan Peter Goossens. (concept schijnt te werken)

Beste Peter,

wij kennen elkaar helemaal niet, maar toch permitteer ik me dit schrijven. Waarom? U als keizer van Kruishoutem en de wijde omtrek, predikant van de goede smaak, de verfijning en het métier, u moet ik hebben.

Het einde is namelijk nabij. Ik was  dit weekend op zoek naar pretentieloze witte wijn. U kent dat wel, simpele vereisten:  geen koppijn, het mag een schroefdop zijn, en het hoeft niet meteen zo’n fles te zijn waar je eerst devoot moet voor gaan zitten. Het soort wijn dat in uw etablissement allicht niet al te veel geschonken wordt, maar waar Jan Modaal wel pap van lust.

En toen grijnsde u mij toe, vanop het winkelrek bij de Carrefour.

Ik dacht even dat het uw broer was, Piet – wat hebben we geleerd – Huysentruyt, die het met de kruidenpotjes en de mixes doet, maar neen, u was het zelf. Erudiet door uw nieuw hoornen bril kijkend, een heerser!

Witte wijn, van Peter Goossens? Neen, gewoon, witte wijn-Peter Goossens. Gele en groene. Zo rond de 7 euro, gesponsord door  Njam (een kookkanaal dat niet te beroerd is om ook de betere kleffe happen advertentieruimte aan te bieden).

Ik weet het niet, Peter. Ik weet het echt niet. Wat ik nu het ergste vond? Er is zoveel mis aan dit verhaal. Ik weet niet waar te beginnen.

Het etiket, is van een smakeloosheid, en slecht design, het is niet te schatten. Moest u daar nu werkelijk voluit frontaal gaan bijstaan? Ik weet het, u bent een knappe, succesvolle man, maar is de egonood werkelijk zo hoog dat het met een prentje moest? En kunt misschien ook eens tegen uw designer zeggen dat witte letters op gele achtergrond niet echt leesbevorderend werkt?

En dan zijn we er nog niet. Achterop het massaproduct geeft u ons even aan waar en wanneer we wat moeten drinken. Als ik het goed begrepen heb, is er naast de witte wijn, ook nog eens rode wijn, telkens twee varieteiten. Blij dat u ons dat even toelicht, echt waar.  Weer iets geleerd. Over die wijn wordt verder niet veel meer gezegd dan dat het Italiaanse is van 13,5% alcohol.

Gaan we het zo spelen, Peter? Omdat u het beter weet, en wij daar eigenlijk toch allemaal geen zak meer van afweten? Weg met de druif, weg met het verkeerde snobisme van die wijnprententieuzen, wij krijgen vanaf nu witte of rode wijn, en we mogen kiezen of hij jong en fruitig is of iets anders.  Het valt te verdedigen hoor, daar niet van. U kunt ons de bek toespijkeren en zeggen dat we er toch niks van kennen en zo, en dat u garant staat voor een lekkere wijn. Maar ’t is wel betuttelend hè?

Peter toch, hebben we dan niet beter verdiend? Is het ook wijn die zal fonkelen in de glazen van uw restaurant? Denkt u dat uw klanten hem met graagte zullen bestellen, ten nadele van de Petrusjes en hun quasi gelijken? U die zo een voorvechter was van de mooie producten en hun afkomst, en het respect dat we moeten hebben, u smijt hier iets banaal op de markt, in de naam van het grote en waarschijnlijk snelle geldgewin. Van uw verse bereide schoteltjes kon ik het nog een beetje begrijpen, de uitdaging om terug smaak in eten te brengen. Van uw Westvlaamse spitsbroeder kon ik het hoereren met kruidenmixen ook nog begrijpen, maar u?

Peter, die fles, dat concept, het is een draak! Als ik denk aan wat ik er voor betaald heb, en waar ik dat gedaan heb, en wie er allemaal in dat project meespeelt, dan kan ik me niet voorstellen dat het om een nobel product gaat. Wie gaat het volgens u drinken? De unserved audience die geen wijn drinkt? Het ‘VT4/komen/eten’ publiek? Uw klanten? De Betere WijnKenner, die hier als nuttige info meekrijgt dat het om italiaanse wijn van 13,5° gaat?

Peter, je kunt niet prediken over kwaliteit en respect voor producten enerzijds en anderzijds op deze manier wat centen proberen mee te graaien. Dat heb je toch niet nodig?

Tenzij het iets is voor foodies natuurlijk, die in hun eenzaamheid steun krijgen van een streng kijkende Peter, terwijl ze zich wagen aan culinaire experimentjes. Peter ziet u, hier knoeit men niet. Dat kan ook…

Duvel en Wijn

Duvel in een pintglas, dat smaakt niet.

Trappist, daar moeten minstens nootjes bij, maar liefst, liefst van al, drie, vier kaasblokskes, in zo’n klein wit porseleinen schaaltje.

Wijn is moeilijk. Uiteraard het lekkerst uit mooie grote fonkelende glazen,  met witte tafellakens en prachtige gesprekken. Maar wijn in een waterglas, smaakt, mits het juiste gezelschap, gesprek en de juiste textuur van keukentafelhout.

Voor wijn kunnen we het eens zijn, het gesprek is kennelijk bepalender dan  het glas.
Van Duvel kan dat ten enen male niet gezegd worden. Goed gesprek, shitty glas… won’t work. Grappig toch. Trappist in een colaglas, dat lijkt mij ook niet erg fijn.

De lekkerste cognac ooit, heb ik gedronken op een winterkamp in de de jeugdbeweging. We gaven toen wij als leiding alles van dekens en slaapzakken aan de jongens en meisjes  wegens verregaand te koud voor die kinderen, en besloten  manmoedig  om de nacht door te komen met elkaar, gesprekken, een klein kampvuur en  sloten slechte cognac uit gamellen… groots, mooi en onvergetelijk.

Ooit heeft een berggids eens een stuk worst en kaas uit zijn rugzak getoverd en bovenop een berg hebben we dat toen opgegeten met een geut fris water en nadien een appel. nooit lekkerder geproefd… Het was koud, iedereen was moe en hongerig, en toch was het juist.

Wat is dat toch met eten, en drinken dat alles moet kloppen en tegelijk ook niets…

Verder heb ik daar niets over te zeggen, maar het speelde wel door mijn hoofd, zoals dat soms gebeurt.