Retail : smerig eten

Laat er geen misverstand over bestaan. Ik ben een retailmens. Jaren heb ik gestudeerd op het het precieze aantal F1, F2NI en de andere. Verhitte discussies over de impact van ‘de diepvriezers bij Aldi’. Grenzeloos gezocht naar het gewicht van elke afzonderlijke keten binnen de F1, immers, zo wist je wat een promotie echt voorstelde.
U raadt het, ik refereer naar mijn Nielsen verleden. Ik heb er veel geleerd. Ik kom nog uit een periode dat GB de onbetwistbare grote was, beste locaties, grootste winkelpunten en parkings, breedste assortiment.
Maar het was toen al een beetje een reus op lemen voeten. Waar de andere, kleinere ketens, keuzes maakten, positioneringen uitbouwden en probeerden hard te maken (en geloof mij, in retail is dat erg hard werk), sukkelde GB-Carrefour met het eigen oude imago  van ‘grande dame’ en de hardnekkigheid van de syndicale afgevaardigden om eerder dat imago te verdedigen dan de nieuwe harde waarheid te aanvaarden: ’t was oorlog, maar ze hadden het niet door.

Er was een tijd dat key accounts met afschuw naar ‘de aquariums’ in Evere trokken, om zich te laten uitpersen en grillen door vakbekwame  GB-aankopers. Nu hebben ze meer schrik van de aankoopdienst van Lidl en Aldi.

Ik ben een Delhaizewijf, ik ben het geworden. Fris, vers, vriendelijk, juiste keuzes, ik kan het niet goed uitleggen. Ik koop er ook altijd teveel, en met plezier.

En vandaag stond ik in de Carrefour, mijn oud lief. Het huismerk, de vertrouwde thuisbasis, zelfs al als student. En ik werd triest, depri zelfs. Het is een Oostblokwinkel geworden. Groot, hel licht, veel te krijgen, en niks lekker. Ik heb het strikte minimum gekocht.
Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Want ik had behoeftes! Ik ben alleen thuis, ik wil pampering, ik wil lekker, ik wil wel iets uitgeven. En het lukte niet. De wijn en spiritualiën, mijn favoriete rayon.
Achteloos voorbijgelopen, ten prooi aan ergernis over ‘niet vinden’. Niet vinden, daar gaat het ook over.

Ik heb vroeger wel nog zo’n beetje Category Management gedaan. Ik durf hier en nu te beweren, dat ze’t bij Carrefour niet goed doen. En hun shelf management ook niet. Maar dat is voer voor specialisten, iedereen weet dat dit hier een meer badinerend hoekje is. Meerwaarde met de glimlach, of ergens één juist zinnetje, meer ambieer ik niet. Ik wil entertainen, Carrefour duidelijk niet.

Ik zocht iets om te eten. Met smaak, als vent die alleen thuis zit en zijn kop op schrijven gezet heeft. Dat is niet zielig, dat is erg prettig! Zet mij in zo’n state of mind iets lekker voor, en ik koop het. Hier dus niet! En gaandeweg kwam de speelvogel boven. ik zag dingen die ik anders nooit zou kopen, en begon me te verwonderen.

Pangasiusfilet met kreeftensaus. Erg lelijke verpakking, pareltje van copywriting ook. Wie wil er nu Pangasius eten?  En kreeftensaus, dat is echt armoei. Je wil kreeft eten, maar je wil toch geen ‘ersatzvis’ genappeerd in vieze saus van een mooi beest?
Pangasius, Het klinkt al als een ziekte… het is het misschien ook: “Mijnheer en Mevrouw Kabeljauw, we hebben slecht nieuws, uw kindje is een pangasius”. Zoiets.
Pangasius is voor vis wat Babybel voor kaas is, en Surimi voor krab, maar dan met minder marketingbudget.

Maar ik kan u verzekeren, ik heb met zekerheid het walgelijkste eten ooit gevonden : Van een merk dat in zijn tijd geen onverdienstelijke tv reclames bijeensprokkelde ‘Charal’ .

Mijn aandacht werd getrokken door ‘2 hotdogs Moutarde’, ready to eat. Ik ga voorbij aan de flagrante fout om het niet tweetalig te doen, want ik heb een zwak voor het merk. Maar hier wou ik meer over weten.  Men beloofde mij bovendien zaken als ‘Doré & Moelleux’, ‘Saveur & énergie’  ‘…et un grand plaisir gustatif’.  Zeg nu zelf, daar kan je toch niet aan weerstaan?

Ik was nog niet goed thuis, of ik zou het proberen. Nou, nou, nou… de hele zwik in de microwave, en er komt na 40 seconden een hete, kleffe hap uit.  Ik hou van kleffe hap. Mij mogen ze wakker maken voor broodje kroket, voor hamburgers, voor authentiek smerig eten. Dit was het niet.

Niet te vreten, echt niet!  Met kaas bovendien, of processed cheese.
Ik heb hun aanbeveling om selectief te sorteren met het vuilnis (cf foto ook ter harte genomen : mijn honden zaten er niet mee. hieronder de foto reportage van het gegeven.

voor

tijdens

Na

En een kleintje om het af te leren.
Elke mama die al eens hongerige kindjes van en naar het zwembad heeft gebracht, weet hoe simpel het is om een  zak sandwiches of broodjes te kopen, wat Zwan worsten op te warmen en met een lik ketchup erbij, een hele horde stil te krijgen.
Geen geld, poepsimpel, en nog lekker ook. En dat gaan ze dan proberen éénvoudiger te maken. Convenience, weet u wel?

Dan zijn er toch wel andere dingen te doen? Dit is armoe, en dure armoe op de koop toe. En, beste mensen van Carrefour, ’t zal wel niet toevallig zijn dat het een Frans merk is, maar ik voorspel werkelijk lousy rotatie cijfers.
De hond lust er de brokken van, dat wel, maar normale mensen? echt niet.  Allez hop, aan’t werk, en dat ik het niet meer zie, hè.

Zwart is het nieuwe wit

Net als je denkt dat de cyclus ‘Guido en publieke toiletten’  definitief afloopt, helpt het lot een handje. En kijk, de vragen borrelen op:  Wie ontwerpt het? Wie laat het in de winkels toe? Wie koopt het? Over wie het gebruikt kan helaas geen ambiguiteit ontstaan. We moeten wel – of in dit geval: ik moest wel-  het alternatief is nog onsmakelijker, en bespaar ik julie.

Designers guilt?

Je gelooft het niet

En toch, misschien is het zo gek nog niet. Uiteindelijk liggen zwart en donkerbruin qua tonaliteit dichter bij de finaliteit van de toepassing dan het zo vertrouwde maagdelijk wit.
Het gebruik van zwart papier kan gezien worden als een poging om de confrontatie minder scherp te maken, en de gebruiker minder acuut te wijzen op het vergankelijke van zijn stofwisseling.

Vanuit metafysisch oogpunt valt er dus wel degelijk iets te zeggen voor deze nieuwigheid, maar voor de controlefreaks onder ons, is het een moeilijker gegeven.

Wanneer zijn we echt, honderd percent, genadeloos, zeker van een smetteloos uitgevoerde operatie? In de lakmoestest van de veegoperatie kunnen we immers niet zeker genoeg zijn. Zo hebben we het ook onze kinderen geleerd. Laat zwart of bruin een dergelijke grondige aanpak toe? Wellicht wel, maar dan moeten we ons metafysische argument loslaten. Nabije inspectie drukt ons immers als het ware met de neus op de feiten, een ietwat onkiese aanpak, als u ’t mij vraagt.

Ik vrees dat we dit fenomeen moeten afdoen als de zoveelste grillige productline extension, ingegeven door een marketeer met teveel oog voor design en te weinig begrip voor de ‘practicalities of life’. Toegegeven, het moeten niet altijd bloemetjes zijn, maar ik zou toch willen pleiten voor een overwicht van wit, in dit gegeven. Kunnen we dat afspreken?

Dat brengt mij overigens naadloos (pun not intended) bij het volgende vraagstuk. Destijds werkte ik als consultant bij Nielsen. Wij merkten op dat de per capita consumptie van toiletpapier in het Zuiden hoger ligt dan in het Noorden des lands. Intrigerend toch? De juiste cijfers ontgaan mij maar het verschil was significant genoeg om er wilde theorieën op los te laten. Ik vermeld er een paar.

Het agrarische Noorden zou meer buitentoiletten hebben, waarbij gebruik gemaakt werd van free press, unigro boeken (u weet wel, postorder om blaaspijpjes van te maken) en dies meer… Ik weet niet of dat nog steeds het geval is en durf het eerlijk gezegd te betwijfelen.

Een andere theorie was veel creatiever, en legde de oorzaak bij de manier van gebruiken. Vlamingen zouden geneigd zijn het wrijfproces te herhalen, telkens opnieuw, met twee netjes opgevouwen velletjes, telkenmale checkend of er nog residuwaarden te bespeuren zijn. Zolang er sporen zijn, blijft de Vlaming ze wegwrijven, weliswaar per twee velletjes. In het Zuiden des lands zou dat iets nonchalanter gebeuren, zelfde uitgangspunt maar dan met proppen papier. Mooi toch?

Een andere mogelijkheid is het gebruik van de ‘halve keukenrol’ voor andere doeleinden dan simpel toiletbezoek. Een rolletje papier in de keuken maakt algauw een verschil met het gebruik van huishoudrollen. Dat het omgekeerde fenomeen niet tot uiting kwam in de Nielsen cijfers hoeft niets te betekenen. De penetratie van huishoudrollen was minder algemeen dan van toiletpapier.

Een vriendin van mij voegde daar onlangs nadenkend aan toe dat het wellicht ook te maken heeft met de eigen volksaard. Er werden daarbij woorden gepreveld als ‘anaal retentief’ en ‘zuinig’.
Niet zo fraai op het eerste gezicht, maar daarom niet minder discussie waard… Voor Master Foods bracht ik ooit eens een bezoek aan Waltham-on-Walt, waar ze een research labo voor pet food hadden. Eén van de amusantere bezigheden was daar het tot ontploffing brengen van dierlijke excrementen. Om de calorische restwaarde te bepalen. Private Label producten bleken een hogere energetische waarde te hebben, wat er dus op wijst dat er nog voedingsstoffen inzaten die niet geabsorbeerd werden door de beestjes. Kan een dergelijke redenering mutatis mutandis op de Vlaming en zijn eetgewoontes overgezet worden?

Misschien hebben Vlamingen gewoon een voedingspatroon dat gericht is op minder verlies, en daardoor ook minder gewrijf, en ligt dat bij onze Bourgondische zuiderburen nog net iets anders.

Zoveel vragen, en dat allemaal door een simpel rolletje papier… maar als u antwoorden hebt.