Benzinestations en de poëzie van het wachten…

wachten en mijmeren

Ik denk dat ik een cyclische zaag ben. Soms zijn het vrouwen, dan weer kinderen. Soms zijn het de ‘gehypete’ fenomenen zoals Valentijn en Halloween en dan ineens krijgen de nieuwe productjes de volle laag. Plots zijn het weer de internet-must-have’s, of het simplisme van de sociale netwerken, maar mijn lievelings onderwerp om over te jammeren, het is en  blijft de retail. Een eerste lief ken je het best, en vergeef je het minst, denk ik. Alhoewel, alhoewel, maar dat is een ander verhaal.

Als ik het romantisch benader, dan ben ik een mobile warrior (ja Danny, ’t is van u, maar ’t is dan ook mooi!). als ik er nuchter naar kijk, ben ik één van die velen, die om duistere redenen gevraagd wordt om zijn job op een afgesproken plek uit te voeren. Dat maakt dat ik nogal dikwijls in de auto zit.  Helaas ben ik niet de enige.

Het zal menigeen verbazen, maar door de jaren heen heb ik een patroon ontdekt. Het is het drukst ’s morgens, en ook ’s avonds.  Ik denk dat dat komt omdat de mensen dan ‘van en naar het werk rijden’.  U bent nog steeds mee?  Ik ben één van die zwervers die ook overdag al eens hun automobiel durven gebruiken, en dan valt het mij op dat er beduidend minder verkeer is. Dan kun je rijden. Daarvoor alleen al zou een mens al eens wegvluchten van kantoor.

Ik heb mezelf nooit als het scherpste mes uit de lade beschouwd, maar als ik, na jaren pendelen en straatscheuren er achter ben gekomen dat dat puur intuïtief de piekpunten ongeveer zo liggen, zou het dan niet meer dan logisch zijn dat de organisatie-consultants, traffic-coördinatoren, arbeidstijd-inplanners van de diverse petroleumboeren in dit land dat ook kunnen?

Het zit namelijk zo. De winkeltjes van’t naft station, kleine goudmijntjes, die relatief ongehinderd door concurrentie hun productjes kunnen verkopen, dat is retail hemel en hel tesamen. Hemel, omdat  alles mogelijk is, qua aanbod voor de ambulante verkopers en de pendelaars, en met zo min mogelijk margeverlies. Het is een ontwikkeling die ik graag volg. Hel, omdat er één bottleneck is! De kassa’s.

Hoe vaak ben ik er ’s middags al geweest om een kleffe hap binnen te trekken, en dan zitten er drie van die kassadeernes hun liefdesleven en/of scheidingsperikelen te becommentariëren, landerig mijn “driehoekje gezond” onder de scan zwierend en ongeïnteresseerd mijn duiten binnen harkend. Het gaat snel.

Drie! Eén moet werken, de twee andere sympathiseren. Het is niet anders.

En dan kom je ’s avonds in datzelfde ding, wil je een flesje water, of godweetwat… en dan zijn de kassa’s gesloten, behalve dat eentje waar een schaap zit te blazen en aan een Poolse trucker probeert uit te leggen dat Calais in de andere richting is. Kid you not.

Kom op, Heren en Dames van Texaco, Shell, Total et j’en passe… hoe moeilijk kan het zijn?

’s morgen en ’s avonds… veel verkeer, veel mensen, veel klanten… veel kassa, en dus ook kassiers!

Moeilijk? Opschrijven en van buiten leren. Mijn dank is groot.

(hè hè dat lucht op)

3-vaksbanen op trottoirs?

Ik stap erg snel. Dat heeft te maken met het feit dat ik niet bij de kleinste ben, dat ik ook nog eens dagelijks tussen de 7 en de 10km stap met die beesten van mij, en ongetwijfeld ook nog eens met mijn verleden in jeugdbeweging en zo. Mijn kinderen hebben er ook last van. Daarnaast is het ook zo dat ik steeds dwangmatig op zoek ga naar de kortste weg tussen twee punten. Ik ben een teller. Als er twee route opties zijn, zal ik ze systematisch allebei afgaan en tellen via dewelke ik met het minste stappen op bestemming geraak. Ik mag hopen dat u dat fenomeen kent, en me niet bij de weirdo’s catalogeert. Ik vind ook dat de hiel van elke voet net over de voegrand van de tegels moet vallen en zo, en dan krijg je al gauw een hectisch ritme met te grote passen… want het moet passen.

Ik heb me ook altijd prettig gevoeld met beide benen op begane grond. Ik ben niet zo’n fietser of zwemmer bijvoorbeeld, en vliegen lukt al helemaal niet.

Het valt mij op dat ik, als ik een winkelzone nader, problemen krijg met die stapsnelheid.  De mensen beginnen dan ineens allemaal te slenteren, stil te vallen, en dingen te doen, waardoor het in het honderd loopt op onze trottoirs. Zeer tot mijn ergernis, en allicht ook tot die van jullie.  Daarom, misschien een paar simpele regels, zodat we niet genoodzaakt worden om stapvakken te schilderen op onze voetpaden.

Ik haal de topics één voor één aan.

Positie ten opzichte van de vitrines. De snelle stappers blijven het verst verwijderd van de vitrines, zelfs als het regent. Ik doe dat altijd, omdat het de kans minimaliseert dat ik tussen u en de vitrine geplet wordt, en omdat het mij toch niet erg interesseert.
Zou u dan wel de aimabiliteit willen hebben om uw positie aan te houden en niet onverhoeds achteruit te stappen, het eigen spiegelbeeld aanbiddend en mij daarmee tussen de tramsporen duwend?

Daarover gaat het namelijk, Vloeiende voorspelbare bewegingen, die het ritme van de passanten niet doorbreken.  Belangrijk ook, richting.  U beweegt in een bepaalde richting, blijf dat aanhouden. Besef dat er mensen achter en rond u lopen, die ook een richting hebben, en als u begint af te wijken, dan hindert dat. Het hindert de inhaalbewegingen, het hindert conversaties, het is vervelend. Voor beginners: Probeer  gewoon parallel aan de stoeprand te blijven, dat maakt inhaal manoeuvres éénvoudiger.

Schoeisel. Zeer belangrijk. Doe die schoenen aan waarvan u weet dat u er mee kunt stappen. Het lijkt triviaal, het is het niet. We hebben u wel al gespot, met de hoge ‘glass heels’, tussen de vrouwonvriendelijke stenen. U kunt het niet. Doe een éénvoudige mocassin aan in de Veldstraat en spaar de glass heels voor de lucratieve bezigheden in de vitrine.

Onverhoedse bewegingen zijn te mijden. Zigzaggen is vervelend voor de achter- en tegenliggers, start & stop is ergerlijk, plots omdraaien is al helemaal uit den boze. Houd er rekening mee dat u dat binnenkort een gulp warm brouwsel op het chemisierke oplevert, als we met zijn allen  met de kartonnen bekers van de Starbucks gaan rondzeulen hier in Gent!

Parafernalia. U hebt in Sex in the City gezien dat het erg lekker is om met verschillende tasjes uit de boetiekjes te zeulen. Dat ziet er zo heerlijk ‘urban succesful’ uit. Leer er dan ook mee lopen. Alles heeft te maken met perspectief en inschatting. Denk gewoon iets verder dan uw eigen persoontje. Het is uitdijnend. Net zoals Paraplu’s. U mag dan een hottentot zijn, weet dat uw paraplubaleinen telkens rakelings langs mijn ogen passeren. Dat is niet fijn. Ik woon daarboven.

Uitslaande armen is ook zoiets, dat kan gemeen pijn doen, een neerwaartse zwier ter hoogte van het kruis van een man van gemiddelde lengte. Wij houden daar niet van. Wees u bewust van uw omgeving. En leer het ook uw hondje. Hou het kort, en dicht bij u. Ik weet waarover ik het heb, ik heb er twee en ze zijn groter. De opties zijn duidelijk. Best van al neem je ze niet mee, als het toch moet, besef dan wat het met zo’n beest doet, en met de mensen errond, die zo’n natte neus in hun kruis niet steeds leuk vinden.

Finaal, de manoeuvers. Zoals in elk rijexamen, zijn de manoeuvers het belangrijkst. Gouden regel hier : de hoek van de drukke winkelstraat verbergt meestal een andere drukke winkelstraat. als je dus heel kort door de bocht scheurt, dan riskeer je botsingen. neem de bocht ruim, en kijk. Kijk! Altijd opnieuw sta ik versteld van het aantal mensen dat gewoon in alle richtingen zit te kijken behalve de stap-richting. Mocht je dat in de auto ook doen, dat zou grote problemen opleveren. Hier rekenen jullie er op dat die andere wel uit de weg zal gaan, met respect voor jullie contemplatieve ‘mood’. Wel ik dacht het niet. Ik blijf staan tot u tegen mij opbotst in zo’n geval, liefst van al met een ijsje vooruitgestoken zodat u er ook nog eens een tactiele gewaarwording bij krijgt. Wanneer u beiden innig in discussie bent, ontslaat het u niet van de elementaire beleefdheid om zo heel af en toe eens mee te denken naar de beste oplossing voor het mobiliteitsprobleem. Iedereen wil vooruit, jullie zijn een bewegend obstakel. En dus vervelend.

Dat wou ik gewoon even kwijt.  als iedereen dat nu gewoon doet, ziet het er op slag een stuk simpeler uit in de winkelstraten.