Het zit soms in de kleine dingen. Lang, lang geleden, werd ik een keertje uitgenodigd op een diner waarvan het enige doel was, netwerken! De deelnemers werden met zorg uitgekozen, de maaltijd was onberispelijk en werd bovendien bereid en opgediend door professionele cateraars.

De avond zelf dacht ik dat ik het eindelijk gemaakt had, dat ik in dergelijk uitgelezen gezelschap mocht vertoeven. Zo gaat het er dus aan toe bij de rijken en de machtigen… Tsjonge, wat heb ik mij daar verveeld. De stijfheid, de vormelijkheid en het gebrek aan interactie… Het was een ellendige avond, met heel veel stiltes, misschien ook omdat wij elkaar niets te melden hadden, behalve misschien het vermoeden dat we elkaar ooit nog zouden kunnen tegenkomen en/of helpen. Dan is een vijfgangen diner wel heel erg lang. Ik heb die mensen nadien ook nooit meer ontmoet. Misschien maar goed ook.
Wat een verschil met vorige vrijdag. Het huis van een vriend van jaren. Hij en zijn vrouw zijn meesters in het goede leven. Smaakvol huis, goede wijn, mooie gerechten. Zorg voor ingredienten die onberispelijk waren en dus mooi, eenvoudig op tafel kwamen. Heerlijke smaken.
Niets om op te scheppen, maar alles om mooie conversaties mogelijk te maken. En die waren er, volop. Over ongeveer elk mogelijk onderwerp, zonder dat er ook maar iets geforceerd was. Er werd gelachen, geproefd, gegeten en gedronken. Er werden korte wandelingetjes in de tuin gedaan en in en rond het huis gekeuveld, allemaal heel ongedwongen. Mirabellen geplukt en naar de keuken gebracht, en bij valavond zaten we rond de vuurpot, en bewonderden we het knutselwerk van de heer des huizes en zijn vindingrijkheid om rook, en vonken te vermijden. Voorwaar, een hele mooie avond. mijmeren bij een haardvuur, het blijft iets speciaals. Met mensen die elkaar niet nodig hadden (behalve dan misschien als koppel), maar wel heel goed van elkaars gezelschap konden genieten.
Tussendoor mocht ik proeven van een aantal uitgelezen whiskies en bourbons, dwaalden we door de bibliotheek en werd het stilaan tijd om afscheid te nemen. En toen zei hij iets heel mooi. Het was alsof ik een ruiker bloemen als afscheid meekreeg, eerder dan er eentje mee te nemen voor hen.
Hij sprak de mooie woorden: ‘Hier kan ik gelukkig van worden, dit is waar mijn huis en mijn tuin voor bedoeld zijn, fijne mensen, fijne gesprekken!’ Bert en Els hebben niets meer te bewijzen in dit leven, ze werken om te kunnen leven en genieten zoals zij dat willen, ze zorgen voor hun omgeving, en ze hebben een groot hart voor gastvrijheid. Ik prijs mij gelukkig met zo’n vrienden. Meer moet dat niet zijn…