Mijn papa was een varken

papa

Of een beer. Of een paard, Hij kon het allemaal zijn.  Als hij na een nacht stappen met vrienden, de hele wereld uitnodigde om bij ons thuis te komen slapen, omdat dat gezellig was, dan was het een varken, een schoon varken, maar een varken. Heerlijk mateloos en met het gevoel dat de wereld van hem en zijn vrienden was.

Als hij werkte, dan kon hij dat als een paard. Zonder omkijken, zonder zeuren, gewoon doen. Hij kon ook gewoon lief zijn, voor zijn vrouw, voor zijn kinderen. niet zeemlief, gewoon lief, in de zin van het goed menen.

Mijn vader was geen hartelijk mens. Hij keek heel streng, niet omdat hij boos was, maar gewoon omdat zijn hoofd zo stond. Mijn schoolkameraadjes hadden er schrik van. ik niet, ik vond hem meer dan ok. Een lieve beer. Hij kwam wel vaak stuntelig bij zijn pogingen om lief te zijn. Ik ken dat, er zit veel van hem in mij. Wij denken dat we met woorden alleen, alles oplossen.

Hij was bovenal een man met een immens respect voor de integriteit van iemand anders.  Op alle vlakken. Hij had geen kinderen, hij had kleine mensen rond zich met fouten in hun redeneringen en die probeerde hij dan weg te werken; maar hij luisterde wel.

Ik schrijf onbewust in de verleden tijd. Hij leeft nog, maakt u zich geen zorgen, maar het is toch niet meer hetzelfde, en het zal allicht ook niet meer beter worden.

Natuurlijk is dat allemaal niet weg, maar het leeft alleen nog in de herinnering. De herinnering van een bevlogen, gepassioneerd politiek beest, met wie je uren dagen kon doorbomen over een onderwerp, onder het genot van bier of wijn.

Het mannetje dat bij mijn moeder in de zetel zit, is slechts bij momenten mijn papa.

Als het over zijn ploeg gaat, en mijn ploeg, Anderlecht, en hoe die stuntelen. Het verbindt ons. Als het over politiek gaat, ook al hebben we dezelfde politieke voorkeur niet. Als ik iets stom zeg, Als ik vertel over mijn zoon, en hoe die worstelt met teksten van Durkheim en ze niet echt begrijpt. Dan zie ik zijn ogen ineens weer helder worden, en dan is er dat opstandige… Het onbegrip van een man die er alles heeft moeten voor doen om een universitair diploma te halen, die een onwrikbaar geloof had in de maakbaarheid van de mens. Ik hoor het hem zeggen : ‘dan moet hij maar wat meer lezen!’.

Maar hij zegt het niet, hij kijkt wat voor zich uit, en vraagt om nog een kop koffie.

Zijn strijd is gestreden, zijn leven geleefd. Ik vraag me af hoe dat moet voelen, opgeven. Zit er nog evenveel vuur in zijn hoofd, in zijn redeneringen? Laat hij het passeren omdat het luisteren voorbij is? Omdat het spreken geen zin heeft? Of wacht hij gewoon tot het over is?

Mijn papa is een schone mens, en ik mis hem bij de levenden.

Advertenties