Dochters en vaders

Ik heb een heerlijke avond achter de rug. Pijn en genot liggen niet ver uit elkaar. Mijn oudste dochter kwam op bezoek.

“Laat me”, het is haar lijflied en eigenlijk ook een beetje het mijne. We hebben er samen een potje op gehuild, Omdat we haar opa en mijn vader herkenden, omdat we daar zin in hadden en omdat we emokippen zijn. En daarna  zijn we vrolijk over gegaan op lachen en spelen, en dollen over het Franse chanson.

Ze kent dat erg goed. De mysantroop in mij wijt dat aan het feit dat ze ‘verkering heeft’ met een jongen uit West-Vlaanderen, zelfs al heet het daar nog Oost-Vlaanderen te zijn… (en laat er geen misverstand over bestaan, het is een gouden vent, slim, juist en zorgzaam).

Als ik eerlijk ben, dan geeft de nicht in mij toe dat het Franse chanson gewoon lekker is. Dave, Christophe, Jean Jacques G., Renaud, Claude, Michel F, Balavoine, Dutronc, Maurane, Dalida… Het houdt niet op, er zijn er zovele. Het past niet meer bij de ‘Vlaamsche cultuur’ (behalve in Kortrijk dan), maar het zijn best lekkere liedjes, balancerend tussen poëzie en kitsch, en dat is niet eens erg. Ze hebben ook dat dramatische, dat zware. Ik houd er wel van.

En daar zaten we dan. Te praten over de dingen die ik fout gedaan had, en de dingen die ik niet goed deed, want dat is immers het privilege van de jeugd. En ze had niet eens ongelijk, denk ik. Twijfel als privilege van de ouderdom. Het is een zeldzaam mooi gevoel om als ouder op een juiste manier met je kinderen te kunnen praten en discussiëren. Ik had het ook met mijn papa, en ik ben ontiegelijk blij dat ik het met mijn dochter ook kan. Met al mijn kinderen eigenlijk.

Het is de dochter zoals ik ze me gewenst heb, zoals ik er nog twee te komen heb, als toekomstige mooie vrouwen. Naast de zoon die zijn weg zoekt en uiteindelijk ook zal realiseren wat hij in zich heeft.

Jong, zelfbewust en op een juiste manier haar twijfels beteugelend. Het is mooi, het jaagt schrik aan en het doet nadenken. Ik voelde me jong en oud tegelijk. Jong omdat ik blijf geloven in een erg helder en naïef ‘mens’ zijn. Een beeld dat ik bij haar niet terug vond. Het was eerder een rauw realisme, dat mij pijn doet, en waar ik verder niet veel uitleg over wil geven. Oud omdat ik de fouten herken, en me er niet druk over maak. Ik kan ze inschatten, en ik zie waar ze zichzelf wel zal inhalen. Niet dat me dat vrolijk stemt.

Ik ben haar vader, zij is mijn dochter. We leren van elkaar.