Het steunende zuchten

Ik doe dat snel. Omdat ik niets wil missen van het gesprek waar ik net even van weggelopen ben. Nog niet in het lokaal aangekomen gaat de rits al open, en verlichting volgt. Afkloppen en handen wassen, en verder praten. Zo hoort het. Deze keer zou niet anders zijn. En toch…

De man naast mij had het lastig. Zucht, kreun, zucht, persgrimassen. Ik blikte even discreet opzij. Hij keek me droevig aan. ‘Prostaat hè, man, miserie! Ge zult er ook nog wel mee te maken krijgen’. Ik voelde de droeve heimwee naar de tijd dat hij als viriele vent de wereld zou gaan veroveren. Die tijden lagen ver achter hem, en verder dan een voorstadswoning met tuinhuis, annex zeurwijf, was de veroveringstocht niet geraakt. Er volgden nog wat details over zijn condition humaine, ik laat ze maar voor wat het was. De tristesse druppelde er van af… traagzaam, steunend.

Een vriend van mijn vader, geweldig briljant causeur en libertijns zuiper had daar minder moeite mee. Hij kwam een keertje terug van toiletbezoek op café, met een doorweekte ‘voorbroek’ zoals ze dat in de Vlaanders zeggen, en hij trok zich daar verder niks van aan. ‘Ik heb geen tijd om te wachten op wat gezeik als ik hier geweldig lekker aan’t lullen ben. Het droogt wel aan de mast, en morgen is er wel een andere broek’.

Echte mannen, ze hebben iets ranzig, en toch ook mooi. Ik hoop dat het mij bespaard blijft.

Discussiëren is niet hetzelfde als ruzie maken

Bij ons thuis werd er snoeihard gediscussieerd. In zoverre dat mijn kinderen meer dan eens dachten dat er ruzie was tussen de nonkels en den bompa, als we weer eens – hemdsmouwen opgestroopt,pintje binnen handbereik – rond de tafel zaten te bomen.

Ik kreeg het met de paplepel aangereikt, maar misschien is het goed om een aantal basics toch nog eens te herhalen. Gewoon zomaar, omdat het mij ergert.

1) Het is nooit persoonlijk. Een standpunt wordt verdedigd, met vuur en argumenten, maar het staat los van de persoon die het standpunt zelf verdedigt. Dat heeft twee voordelen. Nadien kun kun je over iets anders babbelen, in alle warmte en je vermijdt op die manier ook dat persoonlijke inkleuring het redeneerschema beinvloedt.  Om het cru te stellen, als een zwarte racisme wil verdedigen komt het niet in je op om te zeggen ‘maar gij zijt ne zwarte, gij moet daar tegen zijn, want ge hebt er zelf het meeste last van!’ Laat die mens rustig doen  en kijk of je valabele argumenten hebt.

2) Het Duits model werkt niet. Toen ik nog in De Haan woonde, zag ik het dikwijls gebeuren. Duitse toeristen die in de Delhaize iets wilden duidelijk maken, zeiden dat in het Duits. als het niet begrepen werd zeiden ze het nogmaals, In het Duits, maar luider. En desnoods een derde keer, nog steeds in het Duits, en nog luider. Dat lukt niet. Anders zeggen wel.  Herformuleren heet dat ook, denk ik.

3) De speelplaats, daar moet je zijn om te spelen en elkaar vliegen af te vangen. ‘En gij dan?, Kijkt naar uw eigen! Ge zijt zelf nen blog, gij!’ Het voegt niets toe, het lost niks op en het is overbodig. Niet doen. De kans is bovendien niet ondenkbaar dat je iemand kwetst, waar je’t niet wil. Denk aan die zwarte. ‘ Meen je dat? dat ik een neger ben?!’

4) ‘T is zoals hinkelen, maar dan virtueel. Een probleem, een visie, is een stap dichter bij een oplossing. Probeer niet alle stappen ineens te zetten. Pak er eentje, kom overeen om dat op te lossen, of eventueel zelfs later aan te pakken, en ga naar het volgende. En kijk eens na bij elkaar of je’t ook daadwerkelijk begrepen hebt en of je’t zelfde bedoelt. Dat lost wel wat op. De wil om te begrijpen, quoi. En daar mag best wat bij geplaagd worden. ‘Dus jij zegt nu eigenlijk dat….?’, ‘Als ik u goed begrijp bedoel je … ‘. Het is van een kinderlijke éénvoud, en je komt ermee tot begrip.

5) De Rhetoriek, aah, de  vrienden van de rhetoriek. Laat ons wel wezen, dat is eigenlijk voor gevorderden. Als de rest goed zit, en er is sprake van een soort intellectuele eerlijkheid en een wil om elkaar te begrijpen is de rhetoriek het peper en zout van elke discussie. Dat zorgt ervoor dat het hoogoplopend kan worden, dat er een verbaal steekspel is, dat er gelachen wordt en ego’s opzijgeschoven.

Zonder de basisregels is rhetoriek dodelijk voor degene die er zich van bedient en dodelijk voor de discussie… Gewoon maar even aannemen van me.

Meer heb ik daar eigenlijk niet aan toe te voegen.