Social Gaming, smerige bedriegers allemaal

DM COLUMN Hoe sociaal zijn ‘social games’ eigenlijk? Dat vraagt Guido Everaert, blogger, marketeer en consultant, zich af. Niet bijzonder, blijkt.

In de sociale media wordt er al eens gepraat over ‘gamification’. Een mooi woord waarmee bedoeld wordt: het toevoegen van een spelconcept aan een andere (meestal saaiere) activiteit, met de bedoeling de aantrekkelijkheid ervan te verhogen. Punten verdienen! De boel wat opleuken.

Mijn stelling? De mens is niet te vertrouwen, en daarmee uit. We moeten ons daar toch eens over bezinnen. Die continue neiging om de boel naar de verdommenis te helpen door de regeltjes te omzeilen, wie help je daar nu mee?

Het stopt namelijk niet bij ‘gamification, er is alweer iets nieuw ontdekt in de sector: ‘social gaming’! De boerenjongen in mij vraagt zich dan af of er ook ‘asocial gaming’ bestaat. Dat is dan waarschijnlijk die eenzaat die maniakaal probeert zijn oog-hand coördinatie te verbeteren door zijn spelconsole te bedienen terwijl zijn andere hand een blik Red Bull en wat chips beroert.

Maar ‘social gaming’ dus. Samen spelen, gebruik makend van de menigvuldige ‘sociale’ platforms die de interwebs aanreiken. En waar het meteen ook misloopt. En waarom ik mij er in opwind.

Zo’n jaar geleden was er een spelletje: Wordfeud. Een soort eigentijdse Scrabble. Je speelt het tegen iemand anders, online, op een Scrabblebord. En tussendoor kan je nog gezellig keuvelen ook. Chatten heet dat dan. Een absoluut jeukwoord, maar dat terzijde. Een erg leuke actualisatie van een fijn spel. Ik was er meteen voor gewonnen, want ik hou wel van spelletjes.

Nu ben ik zelf redelijk goed met woordjes. En mijn vriendin ook. Toch kregen wij keer op keer op onze donder van mensen die we kenden via Twitter en er daar nooit in slaagden een tweet de wereld in te sturen zonder taalfouten. Het zegt niets, maar het zegt toch iets. Want op Wordfeud ontpopten ze zich tot heuse taalvirtuozen, die monsterscores haalden met de woordjes die ze op het bord smeten. Ik begreep er niets van en begon licht existentiële problemen te vertonen.

Tot mijn vriendin me wees op het bestaan van allerlei hulpapplicaties: kleine programma’s waarin je jouw lettertjes kan ingeven, soms zelfs met een zicht op het spelbord, en vervolgens toverden de apps de meest lucratieve woorden tevoorschijn. De vooruitgang van de technologie hé. Je hebt er geen verweer tegen.

Mijn lijdzaam verzet bestond er uit om systematisch éénlettergrepigen te produceren. Een zachte blinde in het land van de veelogen. Ik juichte hun gebruik van taal immers toe, ze konden er misschien iets van leren. Mijn vriendin gooide het spelletje gewoon toe. Als we het nu nog eens spelen, dan is het live rond het bord, met haar zoontje erbij en een glas wijn op tafel. Veel leuker, socialer en vooral eerlijker.

En toen ontdekten we Draw Something. Pictionary, maar met twee. Slim uitgedacht ook, want je speelt als het ware samen naar een recordaantal beurten. Hoe beter je tekent, hoe sneller de tegenspeler kan raden en vice versa. Hoe moeilijker het woordje dat je kiest, hoe meer punten je krijgt. Ik ben Picasso niet, dus kies ik meestal redelijk voorzichtig. Wat ik niet kan tekenen, daar begin ik niet aan, het is al moeilijk genoeg.

Groot was dan ook mijn verwondering toen bleek dat men ook daar de kluit aan ’t belazeren was. Gewoon door het te raden woord neer te schrijven. Niet eens als een rebus. Neen, gewoon schaamteloos, alle lettertjes netjes op een rijtje. Wat is dan nog de bedoeling? Een record bijeenharken op slinkse wijze? Wie bedrieg je daarmee? Ben ik dus ook mee gestopt.

In mijn honger naar ‘social games’ en de daar bij horende sociale contacten dacht ik het later nog eens gevonden te hebben: SocialChess! Ik vind het niet uit, het bestaat echt! Online schaken tegen een wildvreemde, maar wel met dien verstande dat je min of meer op eigen ELO rating kan kiezen.

Ik hou van schakers. Het zijn intelligente mensen, integer ook. Met liefde voor het spel. Die vinden het spel zo edel dat ze niet, nooit zouden ‘cheaten’. Zij hebben zelfs een erecode, de koning wordt niet van het bord genomen.

Wat had je gedacht. Het viel mij al op dat bepaalde spelers systematisch opgaven als ze met wit mochten beginnen. Onlogisch, omdat je daar toch een zet voorsprong mee hebt. Ze wonnen echter iedere keer weer tegen me, als ik met wit begon. En weet je hoe dat kwam? Omdat ze de partij naspeelden met een computer naast zich. Stromannen in een virtueel schaakspel, hoe triest kan je leven eruit zien. En dat alles om te winnen.

Neen, geef mijn portie maar weer aan Fikkie. Ik zal wel weer naar pornosites surfen. Op zich is dat wellicht ook sociaal te noemen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s