Levens lust

kinderstrikje_terrence_tweed_roze_kids

Hij hoorde eigenlijk nog bij mama en papa thuis. Een frêle jongen, goed gekleed, allicht ook wel lief en zo, maar toch nog te zacht om al voluit in het leven te staan. Te weinig littekens, goed beschermd, en het zou nu niet meer veranderen. Daar hadden mama en papa en nu de vrouw wel alles voor over. Hij zou wel carriere maken, ondanks zichzelf, bij de bank.

Maar dat leven daar stond hij ondertussen wel in. Hij moest wel. Hun zoontje zat tussen hen in en zijn vrouw was druk doende om de wereld te laten zien dat ze een gelukkig echtpaar waren met een lief kind, dat ongetwijfeld zou uitgroeien tot de reus die mama in gedachten had. De papa was ongeveer het blankste canvas dat ik ooit tegengekomen was. Hij las niet, hij sprak niet, hij vertoonde geen emotie. Hij keek ook niet echt naar het kind. De grote leegte. Misschien ging het beter op de hockey…

Ze spraken Frans. Dat geeft niet. Maar het gaf aan het geheel nog net iets meer dat fletse, wat me al van bij het begin tegenstond. Ik verbeeldde me een verkavelingsvilla in Brasschaat of Schilde, de obligate powerbak, donkergrijs allicht, en de navenante, cleane inrichting. Niet dat daar iets mis mee is, ’t is alleen zo voorspelbaar. Even voorspelbaar allicht als in de zonder-haat-straatjes-huizen.

Het kindje, een jongetje van vier, vijf schat ik, was nu al volledig opgetrokken uit ‘old english’ en tweed.  Pofbroekjes, débardeurkes en nat gekamd haar, het zat er allemaal nog aan te komen, als het van maraine afhing. Dat zag je zo. In sommige colleges val je daarmee niet op, Da’s dan nog een meevaller.

Het stel ademende de levenslust uit van verlepte sla, maar bijeen zouden ze blijven. ‘Pour la famille, les parents et le petit Thibault’. Ik weet dat niet, ik stelde het me voor. Ik weet wel dat ze elkaar net zo min iets te zeggen hadden als het kind.

En er is een verschil tussen samen zwijgen op café (in dit geval Le Pain quotidien) of samen alleen zwijgen. Hier was’t alleen tristesse, en het glijmiddel, of de lijm, was in dit geval, het kindje. Een zware verantwoordelijkheid voor zo’n dreumes. Hopelijk zou het beter gaan op vakantie, en als de zon scheen.

Nu hing het joch landerig op de schouder van de mama, met een duim in de mond…

De uitzuipkroeg… een droom

Ik heb al meermaals mijn fascinatie voor uitzuipkroegen en de koninginnen van de betaalde liefde toegelicht. En mijn onhandigheid in die materie, wat mijn fascinatie uiteraard niet in de weg staat.

Het toeval wil dat ik op weg naar mijn geliefde  passeer voorbij een uitspanning, met zoals steeds een erg romantische naam, in dit geval ‘Villa Blanca’.

Het pand is duidelijk in verval, heeft zoals altijd een discrete parking, wat mij weer typisch iets Vlaams kleinburgerlijks lijkt. Je mag betalen voor seks, maar het mag wel niet geweten zijn, door de goegemeente, stel je voor. De gedempte neontinten doen vermoeden dat er zich allerlei spannende, het daglicht vermijdende handelingen afspelen, door wulpse deernen in nauwelijks verhullende en onwaarschijnlijk sexy niemendalletjes.

Zo wil het onze fantasie. Ik stel me voor dat je in luxueuze interieurs, onder het genot van stemmige muziek en voortreffelijke drank, verwend wordt door hoogbenige supermodellen, die zich vol overgave kwijten in het lenigen van onze laagste, liederlijke lusten. Ondertussen wordt menige existentiële discussie opgezet over de zin van het leven, met deze bohémiennes puur sang, die schijnbaar op de wereld gezet werden als lustprinsessen en vurige vertolkers van de lichamelijke genotspartituren. Na afloop verdwijnen de hoogblonde gazelles in dure sportwagens naar hun eigen Walhalla om mijmerend bij te komen, bij een glas Chardonnay van onberispelijke kwaliteit, van de intense uitwisselingen met hun geachte clientèle.

Heel af en toe wordt die prachtige droom onderbroken. Vlak in de buurt bevindt zich namelijk een bushalte. Gisteren zag ik twee meisjes het bovengeschetst pand verlaten, met een treurig aldi-tasje. Oei! Weer een illusie aan diggelen…

En toen dacht ik ineens aan dat mooie Angelsaksisch begrip ‘working girls’.  Dit waren working girls. Grauw, midden in een triestig leven, waar ze overgeleverd werden aan de grollen en grillen van waarschijnlijk erg gefrustreerde mannetjes, met niet al te frisse gedachtes over hoe ze hun seksualiteit ten volle kunnen beleven.

Ze sjokten moedeloos naar de bushalte, en hun doffe ogen leenden zich tot weinig meer dan een ver gestaar naar een bus die hun waarschijnlijk via allerhande vergane buurten zou brengen naar een plek waar ze hopelijk wat rust konden vinden om een dag later opnieuw ondergedompeld te worden in de poel van duurbetaalde illusie. Hoogstwaarschijnlijk heb ik het zelfs daar verkeerd voor.

Wat een tristesse. Of neen, allicht waren het de poetsvrouwen, en zijn onze lenige sexkittens gewoon wat eerder in Corvette en Jaguar convertible gesprongen. Het kan bijna niet anders zijn!