Marc Michils, portret

Neen, hij is niet dood, of zo.  Voor DMix, het vakblad van de BDMA schrijf ik regelmatig , en er is geen reden om die niet ook hier even te publiceren. Vandaar dus…

Exemplaren van Dmix kunnen overigens altijd aangevraagd worden via BDMA.

Mark Michils, of het leven in cirkels.

Mark Michils. Zou er één marketeer zijn in België die hem niet kent?  Een man van vele facetten en gezichten, actief op vele fronten.  Met de vlotheid, jongensachtigheid en toegankelijkheid ook, gekoppeld aan een drang naar perfectie. Garantie voor succes? Onzeker. Garantie voor een rijk leven? alleszins.

Het verbaast mij telkens weer dat ik bij dit soort interviews altijd opnieuw op een ‘jeugd’element stoot dat bepalend is voor de uiteindelijke ontwikkeling van een carrière. Dat was zo bij Jan Vierstraete, bij Rosette Van Rossem,  bij Jan Van Aken. Zo ook bij Mark Michils. Meer dan hij soms wil toegeven waart de vroege dood van zijn vader, toen Mark 6 was, door de carrière van de man. 
Het heeft wellicht te maken met verantwoordelijkheidszin, maar ook met zorgzaamheid, en het is niet de plek om een diep psychologisch portret van hem te maken, maar het is mooi om zien dat hij recent het ouderlijk huis gekocht heeft aan zee. Niets gaat verloren, alles komt terug. De cirkel is quasi rond. 
Cirkels blijken hun belang te hebben in de visie die Mark neerlegt over zijn carrière, zijn leven, zijn gezin, zijn extra curriculaire activiteiten. Elke cirkel is een nieuwe wereld, in elk ervan krijg je de mogelijkheid om je verantwoordelijkheden op te nemen en te excelleren en dat moet je dan ook doen.
Vandaar dat hij – naar eigen zeggen buiten zijn wil om – zo dikwijls de primus, de voorzitter van verengingen en organisaties wordt. Als je iets doet, moet je’t goed doen. Mocht ik niet beter weten, ik zou denken met een West Vlaming van doen te hebben. Maar ‘t is een Brusselaar, pur sang.
Wel al heel snel verkast naar Veurne, naar eigen zeggen was dat ook de eerste vreemde taal die hij machtig was, het West Vlaams. Hij deelde de humaniora met Jan Loonens en Jean Marie De Decker, maar of daar ook de basis ligt van zijn politiek engagement, valt zeer te betwijfelen. Ook ‘Moeder Rolmops’ de studentenclub die hij mee hielp oprichten voor West Vlamingen in de verre studentenstad, kan veeleer als symptomatisch worden beschouwd: er moet een organisatie zijn, er moeten belangen verdedigd en geuit worden.

Mark studeert SLM in Gent, en ondanks het feit dat hij volgens de familie ‘Toch niet zo slecht studeerde’ koos hij h voor een carrière in de reclame. Nog een discipel van Theo Van Rooy (Koncept, Mechelen), mag hij na  4 jaar aan de slag bij het toenmalige VVL, waar hij de kneepjes van het vak leert, en zijn echte mentor Van Hees beter leert kennen,  en zich ontpopt tot een betrouwbare luitenant met de ambities van een generaal. Ambities die hij overigens zal waarmaken in 1991.

Het sleutelpunt in de carrière van Michils is ongetwijfeld de oprichting van Quattro in dat jaar, samen met Walter Dermul, Jan Vandenberghe en Jan Cordemans . 
Quattro is het verhaal van vrienden, het verhaal van continuïteit ook, en de kristallisatie van de visie die hij heeft op zakendoen. No ‘hidden agenda’s’, drive, passie en ambitie. Daar kom je het verst mee.

De vier quattrozen zetten eigenlijk de eerste golf van succesvolle lokale bureau’s in gang, in navolging van GV-brindfors het bureau van Gerard Govaerts en Bruno Van Spauwen. We weten allemaal hoe het nadien verder ging, met  Famous, Mortier en DG (overigens wellicht niet toevallig geleid door één van de eerste aanwervingen van Mark bij Quattro, Klaus Lommatsch)

Mark Michils interviewen is eigenlijk een feest, maar tegelijk beangstigend. De ogenschijnlijk vlotte causeur heeft een pak notities onder de hand en leidt het interview routineus in de door hem bepaalde richting. Ik vind dat op zich niet erg, maar het zegt veel over de mate van controle die als een soort tweede natuur aanwezig is. In eender welke toneelverenging is deze man niet de hoofdrolspeler, maar wel de regisseur.

Dat komt ook tot uiting in de verhalen over de omvorming van Quattro naar Saatchi, waar hij een ‘reversed take over’ inzette vanuit hun toenmalige positie binnen de DB&B groep.
Met passie legt hij uit hoe je zoiets succesvol doet verlopen. De eigen mensen geruststellen, beslissingen zonder uitstel maken en uitvoeren, en zorgen dat er duidelijkheid is.
Passie, duidelijkheid en autoriteit. Het blijven sleutelbegrippen in het verhaal.
Factoren ook die ervoor zorgen dat hij meestal ook wel zijn zin krijgt. Zowel zakelijk als in het verenigingsleven. Dat dat ertoe geleid heeft dat hij zelf het gevoel heeft dat 100% van zijn tijd opgaat aan zijn job, en daarnaast nog eens 50% aan andere activiteiten neemt hij er graag bij.
Kiesheid gebiedt ons om te zeggen dat we niet verder gepolst hebben naar hoe dat nu in de privé sfeer ging. Dat werd vakkundig afgeblokt met ‘Ik heb een erg intelligente vrouw’ en twee priemende ogen.

Het gesprek kabbelt op een bepaald moment verder en krijgt een meer filosofische wending, als we uitkomen bij zijn visie op management en vriendschap, vooral eigenlijk binnen de context van Quattro/Saatchi.

Elk van de oorspronkelijke oprichters werkt succesvol verder, vanuit zijn sterkte, vanuit zijn opgebouwd verhaal. Jan VDB doet dat in China voor Boondoggle, vanuit zijn passie voor interactieve media. Jan C doet dat binnen het bureau vanuit zijn creatieve insteek. Walter ontpopt zich als een uitstekend merkstrateeg vanuit de luwte die hij zich wenste toe te eigenene, de hectiek van het bureauleven werd er teveel aan. En Mark blijft de coach, die nu vaderlijk toekijkt hoe zijn jonge honden het vak met plezier aan’t leren zijn. En dan hebben we het over het huidige managementteam van Saatchi. Met bezorgdheid, trots en ervaring kijkt hij toe , en stuurt bij waar nodig, maar de laatste tijd meer en meer ‘wanneer erom gevraagd wordt’, en het is goed zo.

Bij het afsluiten lijkt het alsof hij even loslaat, er wordt wat gepraat over de fijne geneugten van het leven, over lange lunches in de Osteria, over vriendschap ook, en het belang om mensen duidelijkheid te geven, zowel in de appreciatie als in de ‘aandachtspunten.

Hij mijmert wat verder en sluit af met de prachtige zin ‘Je laat het toeval toe’. Ik ga er van uit dat dat niet geregisseerd was.

Symbolen, Iconen en duidelijkheid

Simpel

Het bericht kwam vorige week als een dreun. Bij het afsluiten van mijn ondertussen beruchte toiletcyclus , was ik me er niet van bewust dat er ook zoiets in het leven geroepen werd als ‘wereld-toiletdag’ . Blijkbaar is het onderwerp dan toch niet zo banaal als men soms wel zou willen aangeven. De BV’s in De Standaard Magazine kregen een portretje en mochten wat badineren over hun al dan niet perverse toiletgewoontes. Mjah, het is een insteek, maar ik vind hem niet echt geïnspireerd (de foto’s  daarentegen wel).

Diezelfde avond ging ik dineren in een Indisch restaurant in Brugge. ‘Chicken huppakee, very spicy’, en nog van dat soort ongein. Lekkere maaltijd, daar niet van, en uitstekende franse wijnen om het geheel te begeleiden.

Toiletten op restaurant en Guido. U kent dat waarschijnlijk ook. In assisenprocessen hebben ze daar een term voor, onstuitbare drang, of iets van die aard. Het is sterker dan mezelf. Ik moet en zal de toiletten opzoeken. Enerzijds om de benen te strekken en de spijsvertering voluit te ondersteunen, anderzijds gewoon uit nieuwsgierigheid.

Wie mij kent weet dat ik een buitengewoon empatisch vermogen heb. Ik verplaats me dus in  het lichaam en de gevoelens van de man/vrouw die eerder uit hoge nood deze faciliteiten opzoekt. Wij Vlamingen zijn van nature nogal aan de preutse, juiste, regelnichterige kant. Het idee om in de verkeerde toiletten te belanden is dan ook een godsgruwel die we nooit maar dan ook nooit willen contempleren, ja zelfs onze ergste vijand niet toewensen. Duidelijkheid is aan de orde.

Is het een vliegtuig?

Man or Woman?

Nu vraag ik u, hoe duidelijk is het om dit soort soepjurken af te beelden, en er meteen ook maar van uit te gaan dat iedereen vertrouwd is met de juiste iconografie van indische kunst? Is it a man, is it a plane? No its superwoman!

De bakkebaarden wijzen op een vent, de ronde vormen daarentegen geven aan dat het misschien toch wel om een dame zou kunnen gaan.

Ik kan daar niet tegen. En met mij, durf ik te wedden, vele anderen.  Een icoon, een symbool moet snel en duidelijk aangeven wat er te doen valt.

Wat is er mis met  de mannekes en vrouwkes van de eerste generatie? Ik heb ze in de inleiding gebruikt, ik durf er vergif op  nemen dat iedereen onmiddellijk aan toiletten dacht.  Je zag heel snel waarover het ging, er was geen ruimte voor ambiguïteit, het was gewoon duidelijk.

nog steeds duidelijk

Voor deze hier naast, moest je al een beetje gestudeerd hebben, maar door de vulgarisering van één en ander, lukte dat nog net.

Het is vanaf dan van kwaad naar erger geëvolueerd. Ik ben niet zo plastisch, maar in Gent is er een restaurantje waar ze het geprobeerd hebben met fruitsoorten…Bananen, pruimen, u kent dat soort grapjes… En in andere zaken heb je allerhande soorten ‘grappige’  popjes, waar je verdomme bijna met een loupe moet naar kijken om te snappen waarover het gaat. Wij hebben daar geen tijd voor op dat moment!

De kroon wordt echter gespannen door een Hasselts restaurant, waar ze gewoon voor genetica gekozen hebben; Je ziet twee identieke deuren met op elk ervan een symbool : XX en XY. Uiteraard heb ik biologie gehad, uiteraard ken ik een aantal ezelsbruggetjes om het te onthouden, dat mannen diverser zijn,vandaar de X en de Y dat er een beentje ontbreekt bij de mannen als teken van onvolmaaktheid, etc…

Mijn punt: in tijden van nood is duidelijkheid vereist, ook in de symbolen. Geen tijd voor intellectueel gefrazel als de pot nabij is.