Tandartsen en Supermodellen

Vroeger had ik lelijke tanden, ik lachte besmuikt en was beschaamd om mijn ivoren wachters.

ik kon er wel alles mee eten, los door ijsjes knabbelen, ijsblokjes tegen laten tikken, ribbetjes en taai brood, allemaal geen probleem.

Na een jaar werken en ploeteren door een begenadigd tandarts (make no mistake, de man is een godswonder in zijn vak), heb ik nu een prachtige eetkamer, en zou – mocht daar reden toe zijn – breeduit kunnen lachen.

Alleen, ik kan er niet mee bijten, of ik durf niet, of het voelt vreemd, het doet zelfs een beetje pijn, verbeeld ik me . Erger nog, ik kijk op tegen eten, ongezien.

Ik eet nu puddinkjes, en vloeibaar voedsel. Dat kan toch ook de bedoeling niet zijn.

On the sunny side: ik vermager al lachend, ik vermoed dat supermodellen het ook zo doen. Er is dus nog hoop.