De vierschaar voor architecten

België is een lelijk land. Volgebouwd, lintbebouwd, lelijk bebouwd. Dat hebben we voor een groot deel aan onszelf te danken. Want we willen allemaal een huisje, en we willen dat bij voorkeur zelf bouwen, eerder dan iets op te kopen en te verbouwen/vernieuwen ‘Ge koopt een ander zijn miserie, hè, mijnheer!’.

So far still so good. Er is niet veel tegen in te brengen dat mensen huizen bouwen. Waar je wel een probleem mee kunt hebben is de ondingen die ze dan neerpoten. Heel de Kempen staat vol Spaanse hacienda’s. Ja, Spaanse, met rare dakpannen, ronde vormen, en lelijke stenen. Overal in semi-landelijke omgevingen vinden we uiteraard fermettes, al dan niet met ingemetseld wagenwiel en opgeblonken koperui op het torenspitsje, en het obligate ronde venster.  In de steden krijg je nu overal luxeappartementen ‘in loftstijl’, wat dan meestal wil zeggen dat de vloer uit gepolierd beton bestaat en dat er een aluminium keuken in staat. Kortom, de nep regeert.  En het wordt nog erger, de gevreesde trendwatcher K-woman heeft mij al gewezen op de nieuwe gedrochten : Elzas-Schilde-New-Chic… Gruwelijk is het, binnenkort in een verkaveling dicht bij u.

Toen ik zelf zo rond mijn dertigste de kans kreeg een lapje grond te verwerven, in de betere buurten buiten Gent, ben ik er mee naar mijn architect getrokken. Vooraleer het te kopen. Hij keek even rond en sprak toen de prachtige zin ‘Dit ga je echt leuk vinden Guido, een beetje tuin en ’s zaterdags allemaal samen met de buren de auto’s wassen’.

Ik begreep het meteen. In plaats daarvan hebben we een huis gebouwd in een simpele straat, een gerieflijk huis, maar anoniem en passend in het straat beeld, of dat toch minstens niet verstorend.  Pas op, ik laat nog steeds iedereen doen waar hij/zij zin in heeft. Ik pleit zeker niet voor het Nederlands model, al valt er iets te zeggen voor hun respect voor omgeving en landschap, maar onze gezellige chaos vind ik ook wel iets hebben.

Waar ik wel voor pleit, is voor architecten, die hun vak kennen en hun verantwoordelijkheid nemen, zoals de mijne dat indertijd deed, hij heeft het zich daar niet makkelijker mee gemaakt, integendeel. Een beetje goede smaak bijbrengen op architecturaal vlak, ze hebben er tenslotte voor gestudeerd.

Zo is er een fijn, gezellig straatje, vlak bij mijn woonst, waar charmante burgerhuisjes staan. Niet groot en protserig, maar gewoon mooie huizen. En daar zijn ze nu een nieuwbouw aan het optrekken, appartmentjes waarschijnlijk, ter vervanging van één van die huizen.

Lélijk! Echt Lélijk!! En ik begrijp dat niet. Als ik het al zie, dan moet zo iemand dat toch ook zien? Wie laat zo’n man begaan? Hij heeft tenslotte toch iets voorgesteld aan de bouwheer?  En cruciaal aan zijn vak moet toch ook zijn dat hij mensen kan bijspijkeren als ze’t even kwijt zijn?

En dan denk ik, we moeten streng en rechtvaardig worden, en ons patrimonium, of wat er van rest, beschermen. En ja, het ‘berufsverbot’ wenkt. Ik stel voor dat we architecten na 5 jaar actieve carrière voor een vierschaar brengen met ernstige mensen, die hun werk mogen beoordelen. Wie dat moet zijn, daar kunnen we dan te gepaste tijden een boom over opzetten, dat is nu nog even niet aan de orde. We hebben het over het concept.

Eén keer een fermette, om den brode, dat wordt toegelaten, je moet tenslotte het vak leren.  Elk dorp volpleuren, elke opdracht in die richting invullen, sorry, ga maar even  iets anders doen.

Moderne, stuitende ‘contemporary’ architectuur, iedere keer opnieuw er in slagend te choqueren en als een tang op een varken in het straatbeeld te passen (In Gent zijn er zo wel wat staaltjes te vinden)… Sorry! Misschien terug tekenaar worden? Rijk worden met eenheidsworst, ja, maar dan wel in de projectmarkt hè, niet meer door onze ogen pijn te doen.

Wat denkt U? Mits succes kan het ook op andere sectoren toegepast worden… Marketingh managers die de line extension als groei model prediken,… zat sectoren waar we stilaan iets strenger moeten worden.