Privacy moet verplicht worden

“Als ge uw vrouw bedriegt, moogt ge over veel dingen liegen tegen haar, maar nooit over de plaats waar ge zijt!’  wijze woorden van een verkeerde vriend. Vroeg of laat val je immers door de mand, door een flitsfoto, of iemand die je die avond ergens totaal onverwacht tegenkomt.  Geo-tagging avant la lettre.

Jaren geleden zat ik met wat vrienden in een café, gsm’s te vergelijken. Boys, men and the size of their toys, weet u wel. Eén van ons had toen een gsm met een camera. De rest vond dat stom. Het doem scenario werd uitgetekend. ‘Wat ga je doen als je vrouw belt en ze zegt dat je dan maar eens een foto moet maken van die vergadering?’ Het idee dat je daarop beducht moest zijn werkte ontradend om die nieuwe hebbedingen aan te schaffen. Maar niet voor lang. Nu lopen we allemaal met zoiets rond.

Status updates in allerlei sociale netwerken, niks voor mannen. ‘Niemand moet weten waar ik uithang, niemand moet weten wat ik doe’.

Gowalla en Foursquare,  van ‘t zelfde laken een broek. Enerzijds wil ik wel tonen waar ik mijn geld zit te verbrassen, maar ik wil niet altijd zeggen met wie… Andere discussies, steeds dezelfde ondertoon.
 En altijd om de verkeerde redenen.

We doen het niet omdat we iets verborgen willen houden. Terwijl het net omgekeerd zou moeten zijn. Doe het wel, er ontstaan zoveel meer opportuniteiten, gesprekken, ontmoetingen. Als je’t niet doet omwille van sociale controle, dan zitten er een aantal dingen fout. 

Of  het ligt aan die partner van je, die dwangmatig controlerend is , of jij hebt een probleem met je parallelle levens en je zogezegde ‘secret garden’. 
 Niet dat mij dat stoort hoor, vrijheid, blijheid.

Het gaat niet meer weg, het wordt alleen nog erger. Of intenser, of makkelijker.
Niemand verplicht je om je dagboek online te smijten, en toch zijn er meer blogs dan ooit. Mensen hebben gewoon de behoefte om te delen, om te vertellen. Het zijn geen goed verborgen schriftjes meer met slotjes. Het is wat slordiger, wat voyeuristischer ook, maar om nu te denken dat daar misbruik van gemaakt wordt?

Privacy ligt elders, en privacy heeft te maken met verstand. Ik vind het geneuzel erover vervelend. Leer lezen, leer privacy instellingen instellen en besef wat je zegt, en tegen wie.  En bovenal, wees nederig, want je bent echt niet zo interessant.
In dat verband moet ik altijd denken aan het squashen.  Niks zo vervelend als  squashen in die kooi voor de bar.  Tenminste dat denk je, omdat iedereen je spelniveau gaat bekritiseren. Niets is minder waar.  Het is stukken vervelender voor degene die een pintje drinkt aan diezelfde bar.
Maak je geen zorgen over het feit dat je slecht speelt en uitgelachen zal worden. Als je slecht squasht wordt er  gewoon niet naar je gekeken. End of story.

Als je slecht schrijft, oninteressant blogt, saai statust en twittert is er geen hond geïnteresseerd.  En voor die mensen moeten we privacy juist verplicht maken, zodat niemand er nog last van heeft.

(Artikel dat ook verschijnt in DMix Oktober, eerstdaags in jullie brievenbus)

Smartphones, de electronische enkelband van deze tijd

Consumer in control, dat zeggen ze. Ik geloof dat niet meer.
Iedereen en alles spant samen opdat het toch niet zo zou zijn. Techniek en slechte wil niet in het minst.

Hebt u dat ook? Als je vroeger op restaurant ging werd het als hoogst storend ervaren als iemand luid gesticulerend zat te telefoneren. Het getuigde van slechte smaak, het was vervelend, en de man in kwestie was een hork. Een restaurant was een plek voor verfijnd genot, waar de kunst van de conversatie tussen consommé en crême brulée fijnzinnig ontspon.

Tegenwoordig is het anders. Maar niet echt beter. De smartphones, die electronische enkelbanden van de kantoorslaafjes, maken het spel een stuk perfider. Niet alleen is er de ‘always on’ mentaliteit; bereikbaarheid en ‘aanwezigheid in de cloud’ voor alles. er moet nu ineens ook een pak administratie opgeknapt worden.
Want we zijn mobiel, debiel.

“Ik kan hier niet inchecken!” is een vaak gehoorde klacht wanneer je weer eens iemand ziet treuzelen voor de ingang van het restaurant. Foursquare of Gowalla dus. En dat inchecken moet wel, want je moet laten weten waar je eet, en liefst ook met wie. Dat geeft prestige!
Daarmee is het niet afgelopen.
Eerst is er het over en weer getjilp over een mogelijke groesptwunch (jargon voor lunch onder twitterati) en dan volgt de volgende fase in het ritueel. Via eat.ly moet je ook nog een ‘trail’ laten over wat je aan’t eten bent. er moeten dus snapshots gemaakt, en die snapshots worden gedeeld met de foodie followers. Een punthoofd krijg je ervan.

Vervolgens wordt de wijnkeuze via iDrync, een wijndatabase geverifieerd en doorgestuurd naar de ‘vinotwats’, die daar dan weer kennis van nemen.
Met wat pech kun je ook nog een keer een heuse zuipschuit meehebben, die het nodig vindt om zijn persoonlijk cocktailrecept te willen hebben en drifftig staat te zwaaien met de iphone onder de neus van de bartender. ook Leuk!

Zo komt het dat je mensen steeds vaker ziet eten met één hand, onderwijl hun instrument beroerend.  Beetje boertig toch? Administratie heeft inderdaad nog nooit tot diepgang geleid in het gesprek.
Het is ook koud, het is alsof het interessanter is om met je community te praten en te tweeten dan een levensecht gesprek te voeren. Pure zonde.

Volgens mij is het ook dat wat zaalpersoneel en keuken voelen. Ik zat onlangs ergens iets te eten en bekloeg me tot drie keer toe, bij drie verschillende kelners, over de kwaliteit van iets. ‘Men ging het even in de keuken bekijken’.
Nooit meer iets van gehoord.
Het misprijzen voor de consument is nog nooit zo groot geweest, en dat heeft hij voor een groot gedeelte aan zichzelf te danken. 
Hij is er per  slot van rekening ook niet echt, hij zweeft ergens in de cloud, te schijnen, te “bwabbelen”, te vermijden om echt te zijn en diepgang te tonen.
Keukenchefs en Technologie, één front tegen de controle door de consument, en gelijk hebben ze!

(ook verschenen in Dmix van de maand jui2010, column : GEdacht)