Haasje Over

IMG_2053

Soms, heel soms, wordt er wel eens naar Carmiggelt verwezen, door mensen die mij graag lezen. Ik ben dan erg blij. Zelf doe ik nooit dat soort uitspraken.

Carmiggelt? Hoor ik jongere lezers rologend denken. Is dat die ouwe dooie Hollander die stukjes schreef op café, over triestige mensen.

Carmiggelt, ik wou er onlangs wat boekjes van kopen in De Standaard Boekhandel, en ze moesten besteld worden. De stem aan de telefoon vroeg meteen of ik de versie voor slechtzienden wou, die werden het meest gevraagd namelijk… met grote letters.

Carmiggelt, het is zonde dat het niet meer gelezen wordt. Hij schreef inderdaad stukjes. Hij penseelde ze.  Trefzeker, mooi en ontroerend grappig.

Een vriend van me, gaf me onlangs een boekje van hem cadeau. Hij is ook een fan, al doet dat woord afbreuk aan ons beider erkenning van ’s mans talent. Een dun boekje met verhaaltjes. Ik kende ze van vroeger, die geestige ‘cursiefjes’ . Zo heette dat toen.

Ik vond dat als jongmens prettige lectuur, pretentieloos.  Ik ben een veellezer, altijd geweest. En snel dus ook. Maar voor het eerst bleef ik stilstaan bij zinnen, proefde ik kadans, ritme, metrum, in een schetsje.

Wie zinnen als deze bijna achteloos neerpoot, verdient meer dan één standbeeld.

“De vrouwen zaten naast elkaar in de geladen eendracht, die door gezamenlijk beleefd scepticisme ten aanzien van de andere sekse wordt gesmeed. Het motto van ons samenzijn luidde: ‘wij amuseren ons.’

Carmiggelt lezen brengt nederigheid met zich. Japin, Baricco, Coelho, die hebben ook mooie zinnen geschreven, maar deze man heeft geeneens een hele pagina nodig om een  leven samen te vatten, een situatie te schetsen.

Het zou opnieuw verplicht moeten worden…

 

Geboeid Gedacht (column Dmix december)

geboeid

Ik hou van de spurt. De korte intense inspanning, waarbij niet nagedacht wordt over wedstrijdtactiek, maar waarbij voluit gegaan wordt voor het resultaat.
Ik hou van cursiefjes. Het woord is wat in onbruik geraakt, tegenwoordig heet het column. Ik bedoel er de korte stukjes mee, rond een observatie, met de bedoeling te amuseren, tot denken aan te zetten of een glimlach te ontlokken aan je publiek.
Ik hou dus eigenlijk wel van het opgelegd formaat, van de beperking door vorm, tijd, en mogelijkheden. Dat maakt het spannend. Dat geeft beperkingen aan je creativiteit, en tegelijk is het er een onmiskenbaar onderdeel van. Wie het niet kan in de opgelegde vorm is een prutser. Is dat zo? Alsof er niets mis kan gaan als je in de vrije vorm zit.

Tegelijkertijd haat ik het. De stress van de deadline, de beperking van het aantal karakters als je net lekker op dreef bent. Het thema, waar je net toevallig , net nu echt geen zin in hebt.
Zoals ook nu weer. Ik schrijf dolgraag stukjes, over de meest diverse onderwerpen. En iedere keer weer als ik voor Dmix een stuk schrijf gaat het mis. Ik stel uit, schuif het weg, hoop op inspiratie, bedenk flarden zin als ik in de douche sta. Tijdens de wandelingen met mijn honden springen cadensen en gedachtes door de geest, zonder coherentie, niet eens met betrekking op het onderwerp, maar gewoon mooie fragmenten die ik wil gebruiken. Nooit logisch, nooit echt direct bruikbaar. Tot een dag voor mijn deadline gaat dat zo door..

En dan begint de marteling echt. Het opgelegde thema, dat is echt de verschrikking. Net op dat moment zal je zien dat er niets uit de pen komt. Het zoeken naar de eerste zin, het gebruiken van alle goedkope truken om er toch maar onderuit te komen. Schrappen, deleten, twijfelen, drank. Het hoort er allemaal bij.

Het is nochtans simpel. De eerste zin. Als die goed zit, dan ben je vertrokken. Bij mij werkt het toch zo. De eerste zin pakt het beeld, geeft de gedachte weer en daarna valt alles op zijn plooi. Of zou dat sneltreinschrijven, wat op dat moment gebeurt, precies het gevolg zijn van het getob, en maak ik mezelf iets wijs? Alles valt op zijn plaats, alle gedachten rollen netjes geordend uit de toetsen en het stuk staat er. Een beetje nalezen hier en daar, wat mooie,oude woorden toevoegen, en de schrijfkramp is weer achter de rug. De verwondering ook, over waarom dat nu zo moeilijk was. 
En de goesting naar het volgende stuk groeit. 
Ah, wat hou ik van het opgelegd formaat, zeker als ik de spurt gewonnen heb.