Jonge Wolven

logo_vierkant_med_resDe vorige column, waar ik de vloer aanveegde met de ‘oversharers’ heeft nogal wat stof doen opwaaien en discussie losgeweekt. Dat is fijn. En inderdaad, een zeer terechte opmerking is dat ik een wel zeer aanmatigende stelling verdedigde. Wie bepaalt wanneer iemand een expert is, en wanneer content goed genoeg zou zijn?

Laat er geen misverstand over bestaan, ik hou van alles wat met internet en sociale media te maken heeft. Ik kan dan wel eens mistroostig doen over oppervlakkigheid, de teloorgang van menselijke contacten of de vluchtigheid van de analyse. Het punt blijft: het is een fantastische omgeving om in te groeien en te leren.

Het feit dat ik dit stukje voor mijn lievelingskrant mag schrijven heeft bijvoorbeeld alles te maken met mijn blogactiviteiten, met het ontwikkelen van een vaardigheid ‘online’ en niets met wie ik ken. Het gaat over het demonstreren van kennis en kunde, en het tonen van talent. In die zin is het internet een gigantische, lekkere etalage van know-how. Elke dag opnieuw zie ik wel ergens een jonge wolf die het met verve opneemt tegen een oude krokodil. Een ogenschijnlijk arrogant jongmens dat zich – niet gehinderd door enige vorm van conventie of regel – vragen stelt en antwoorden geeft op problemen, met een creativiteit waar ik ontzettend blij van word. Niet zelden haalt hij/zij dan de mosterd uit één of andere uithoek, hetzij geografisch, hetzij kennistheoretisch, maar de interwebs zijn hun bondgenoten.

Let wel, dat zijn jongens en de meisjes die zich niet inschrijven in de gevestigde ordening, maar die hun ding doen vanuit hun talent. Wat mij betreft zijn dat de nieuwe ambachtslui. Ze excelleren in iets, en maken dat te gelde. Of misschien niet eens te gelde, ze halen daar waarde uit, en levenskwaliteit.  En het is fantastisch om ze bezig te zien en ze tegen het lijf te lopen. Ze hebben hun eigen ritme, hun eigen waardes, ze schrikken er niet voor terug om ‘er even uit te stappen’ en te investeren in hun eigen ontwikkeling, ten koste van comfort.


Wat te denken van getalenteerde psychologen, die een goedbetaalde job als communicatiestrateeg laten schieten om barista te worden? IT-jongens die de firmawagen definitief parkeren om met wijn bezig te zijn? En dat zijn dan de klassiekers. Er bestaan ook anderen die het internet gebruikt hebben om hun droom substantie te geven, en nadien datzelfde medium gebruiken om te realiseren wat ze bijeen gefantaseerd hebben. Daar ligt de meerwaarde. Ik word daar blij van.

En het houdt niet op, ook in het onderwijs bijvoorbeeld zie ik dat ‘reversed learning’ meer en meer ingang vindt, en persoonlijk vind ik dat een zegen. Zonder sociale kanalen zoveel moeilijker te realiseren. Nog los van de andere voordelen die het biedt, je leert je studenten veel en veel beter kennen, niet alleen in je vakgebied maar ook daarbuiten.

Dus ja, hoe meer internet, hoe meer initiatieven, hoe liever.

vdab_logo

Het joch bewoog zich zwierig door het leven. Dat kon ook moeilijk anders. Getalenteerd creatief, werd redelijk goed betaald -had er zelfs een auto bijgekregen van de zaak- en woonde nog bij mama en papa. U kent die jongens wel. Geheel opgetrokken uit designermateriaal, kennis van alle leuke restaurantjes en volop bezig met de juiste koffie, want zelfs dat is belangrijk.

Ik smaak dat wel, dat beetje zelfbewustzijn. Ze weten dat ze goed zijn, ze nemen het niet zo nauw met het ochtendlijk verschijnen, omdat ze ’s avonds ook niet op een uur of twee meer kijken, en ze schijnen vergroeid te zijn met hun oordopjes.

Die ochtend was niet anders. Knerpende banden op de parking, nonchalant kwam hij binnengewaaid. “Dag baas, alles goed?”  Hij hield wel van een vlotte babbel, zo voor de eerste koffie, de eerste sigaret en de eerste mail. En toen kwam het: “Ik zou graag een sabbatical nemen, minstens 6 maand, mogelijk een jaar, dat weet ik nog niet. Bij wie moet ik dat regelen?”

En daar sta je dan.

Pas op, ik ben geweldig jaloers op deze generatie en de manier waarop ze zinvol omgaan met hun work-life balance en zo. Het lijkt mij een stuk bewuster dan toen ik begon te werken. Wij deden quasi niets anders, gewoon omdat we dachten dat onze toekomst daarvan afhing, het was ons zo geleerd. Mensen van nu hebben op de één of andere vreemde manier veel meer vertrouwen in hun talent, en het feit dat ze daar geld mee gaan verdienen, of minstens voldoen in hun levensonderhoud.

Zucht. Wat te doen? Neen zeggen, levert een gedemotiveerde medewerker op, die elders zijn heil zoekt. En ja zeggen, betekent dat ik op zoek moet gaan naar ander talent, dat ik dan na een jaar weer opzij moet schuiven om de verloren zoon in de armen te sluiten. Tandenknarsend bedenk ik me dat ik ook wel eens een sabbatical zou willen, om dit soort problemen voor eens en altijd uit de wereld te helpen.

Want dat was het oorspronkelijk toch, zo’n sabbatical, een moment om te bezinnen? Op het gevaar af bij de bompa’s gesmeten te worden, maar ik was altijd de overtuiging toegedaan dat een sabbatical iets was om na te denken. Inderdaad een dik jaar lang, of zo lang en ver als je spaarcenten je konden dragen. Dit alles nadat je je keihard uit de naad had gewerkt en nog net niet aan een burnout toekwam. En dat dat jaar diende om de batterijen op te laden, en om een grondige heroriëntatie van je beroepskeuzes te maken, of om een boek te schrijven. Om anders te werken dus.

Sabbaticals na amper drie jaar werken. Wat wil dat dan zeggen? Dat ze uitgewerkt zijn en moe? Dat ze de verkeerde keuzes hebben gemaakt? Of dat ze gewoon op wereldreis willen gaan? Ik heb ook niks tegen wereldreizen, sommige van mijn beste vrienden, enz…

Maar ik zou toch willen pleiten voor een juister gebruik van het woord sabbatical. We gebruiken dat om te herbronnen na lange, volgehouden inspanningen, met het doel tot fundamentele keuzes te komen. Een sabbatical gebruiken om een jaar onbetaald verlof te nemen en dan je plaats binnen een organisatie terug in te nemen (die heel die tijd heeft zitten klooien om je vertrek op te vangen), neen, dat is iets anders.