Eeuwige Roem..

Uiteraard wil ik het onderwerp erg koeltjes en nonchalant behandelen. Omdat ik zo ben, omdat ik alles casual, Humphrey-Bogart-gewijs, aanpak en zo,.. Eigenlijk is deze post overbodig. U zou er immers zelf wel achter gekomen zijn.

Maar toch! Deze mens is blij en wil het dan ook uitschreeuwen.

Ik mag vanaf nu op regelmatige basis bijdragen leveren aan De Morgen. En ja, ik vind dat erg fijn. Niet voor het geld, niet om de roem. Gewoon omdat ik graag schrijf en nog liever gelezen word.

Het zou te sterk uitgedrukt zijn als ik zeg dat het op hun vraag is. De waarheid gebiedt om te zeggen dat ik het hen lang geleden al eens gevraagd heb,  of ze dat zagen zitten. Allicht is het door de enorme exposure van de Knack Weekend Blog Awards, (ja, u kunt nog steeds stemmen, categorie persoonlijk!)  het besef beginnen dagen dat ze met een raspaardje vandoen hadden, en daarom hebben ze dan nu maar toegehapt. Maar toch! “L’histoire ne retiendra que les vainqueurs”.

Wat kan u verwachten? Columns zoals deze eerste. Bespiegelingen over media, en zijn fenomenen,de maatschappij, de mensen en het leven in zijn algemeenheid, maar met relevantie (hoe beperkt ook) voor de lezers van De Morgen.  En uiteraard voorzien van mijn persoonlijke “grain”, om het met de woorden van de beroemde filosoof Alex Callier te zeggen.

Ik hoop dat u mij volgt, en meer nog, dat het debat, zoals zich dat ontspon naar aanleiding van de eerste column, niet alleen op twitter en op facebook kan gevoerd worden, maar zo’n beetje overal, ook in de krant. “Ter leering ende vermaeck”

Getekend : Guido, nu ook in de dagbladen enzo

Geboeid Gedacht (column Dmix december)

geboeid

Ik hou van de spurt. De korte intense inspanning, waarbij niet nagedacht wordt over wedstrijdtactiek, maar waarbij voluit gegaan wordt voor het resultaat.
Ik hou van cursiefjes. Het woord is wat in onbruik geraakt, tegenwoordig heet het column. Ik bedoel er de korte stukjes mee, rond een observatie, met de bedoeling te amuseren, tot denken aan te zetten of een glimlach te ontlokken aan je publiek.
Ik hou dus eigenlijk wel van het opgelegd formaat, van de beperking door vorm, tijd, en mogelijkheden. Dat maakt het spannend. Dat geeft beperkingen aan je creativiteit, en tegelijk is het er een onmiskenbaar onderdeel van. Wie het niet kan in de opgelegde vorm is een prutser. Is dat zo? Alsof er niets mis kan gaan als je in de vrije vorm zit.

Tegelijkertijd haat ik het. De stress van de deadline, de beperking van het aantal karakters als je net lekker op dreef bent. Het thema, waar je net toevallig , net nu echt geen zin in hebt.
Zoals ook nu weer. Ik schrijf dolgraag stukjes, over de meest diverse onderwerpen. En iedere keer weer als ik voor Dmix een stuk schrijf gaat het mis. Ik stel uit, schuif het weg, hoop op inspiratie, bedenk flarden zin als ik in de douche sta. Tijdens de wandelingen met mijn honden springen cadensen en gedachtes door de geest, zonder coherentie, niet eens met betrekking op het onderwerp, maar gewoon mooie fragmenten die ik wil gebruiken. Nooit logisch, nooit echt direct bruikbaar. Tot een dag voor mijn deadline gaat dat zo door..

En dan begint de marteling echt. Het opgelegde thema, dat is echt de verschrikking. Net op dat moment zal je zien dat er niets uit de pen komt. Het zoeken naar de eerste zin, het gebruiken van alle goedkope truken om er toch maar onderuit te komen. Schrappen, deleten, twijfelen, drank. Het hoort er allemaal bij.

Het is nochtans simpel. De eerste zin. Als die goed zit, dan ben je vertrokken. Bij mij werkt het toch zo. De eerste zin pakt het beeld, geeft de gedachte weer en daarna valt alles op zijn plooi. Of zou dat sneltreinschrijven, wat op dat moment gebeurt, precies het gevolg zijn van het getob, en maak ik mezelf iets wijs? Alles valt op zijn plaats, alle gedachten rollen netjes geordend uit de toetsen en het stuk staat er. Een beetje nalezen hier en daar, wat mooie,oude woorden toevoegen, en de schrijfkramp is weer achter de rug. De verwondering ook, over waarom dat nu zo moeilijk was. 
En de goesting naar het volgende stuk groeit. 
Ah, wat hou ik van het opgelegd formaat, zeker als ik de spurt gewonnen heb.