Met vier aan de tafel

“Ik wil een grote kist, in een schoon kerk, met veel bloemen! Bij mij gaan ze ’t geweten hebben. En ik wil dat er gebleit wordt!”

Het gezelschap zat gezellig te keuvelen, gemiddelde leeftijd ongeveer 70, maar het was ze niet aan te zien, en zeker ook niet aan te horen. Ik vind het wel mooi, oudere dames die , niet gehinderd door wereldse beslommeringen de herfst van hun leven doormaken met leuke momenten.

Deze vier zaten ergens in een bistrot, zich tegoed te doen aan ‘beschaafde alcohol’. Versta : gecamoufleerd drankgebruik in de namiddag, maar zonder dat het er zo uit ziet. Een irish coffee, een advokaatje, een sherry, dat soort dingen. Eentje niet, die met de meest franke ‘toot’. Die ging ronduit voor een trappist. Zij was ook degene die haar eigen begrafenis aan’t regisseren was.  En ze ging door…

” En mijn beeldeke, daarop wil er uitzien zoals ik twintig jaar geleden was… Ah ja, wie wil er mij nu onthouden als een oud verschrompeld beske? Twintig jaar geleden zag ik er nog best appetijtelijk uit!”.

Er valt iets voor te zeggen, De laatste herinnering aan de aflijvige, moet dat niet eerder iets mooi zijn? Iets waar je met plezier aan terug denkt? Vaders in de kracht, moeders in de fleur. Net zoals fotoalbums maar weinig kiekjes bevatten van hoogoplopende ruzies, of huiselijk geweld, waarom schroomvallig doen over doodgaan, laat het iets mooi wezen, ik wil me mijn vader ook alleen maar herinneren als fijne vader, niet als zielige oude man.

Ze ging op haar elan verder. ‘Als ik kijk naar het beeldeke van onze Fernand, allez, dat is toch triestig? Zo ne schone, sterke mens, en op dat prentje is dat een oud manneke!’ En iedere keer als ik er naar kijk, begin ik te bleiten, want dat laatste jaar, dat was toch puur afzien? Maar al die andere jaren hebben wij veel plezier gehad, veel gelachen, en veel samen gedaan!’.

Ik kan haar geen ongelijk geven. Sterven heeft altijd iets triest, iets van een afscheid, maar waarom moet je per se opgezadeld blijven met de verkeerde herinneringen. Zou er geen plaats zijn voor ‘schoon rouwen’, ipv van die zielige vlaamse onbeholpen stiltes. Een afscheid in lijn met het leven van de aflijvige, het lijkt me een meer dan valabele optie.

Eén van de andere dames sprak stil… ‘ ik was blij dat em dood was. We hadden toch niks meer tegen elkaar te zeggen, al heel lang niet…’

Ook moeilijk…

 

Mannen weten waarom…

photo by blissbohemian (www.bliss.be)

De emotionele gelaagdheid van een man. Daar wil ik het over hebben. En meteen ook even een steen in de kikkerpoel werpen. Er wordt altijd gezegd dat venten geen inleving, geen empathie hebben, geen emotionele aandacht kunnen schenken en ook niet over hun gevoelens kunnen praten. Niets is minder waar, volgens mij dan toch.

Mannen, echte mannen dan, hebben een eigen specifiek emotioneel jargon ontwikkeld, waar veel vrouwen een puntje kunnen aan zuigen. Als twee venten elkaar ontmoeten in een café, dan volstaan enkele welgeplaatste mompelzuchten om de stemming aan te geven…

‘Hoe is’t?’

‘Oh, bof,…cavakes!’

‘Ai… en allang?’

‘Och, ge weet hoe het gaat hè’

Beiden nippen aan hun pintje, en weten hoe laat het is. Of er nog seks is met de eigen vrouw. Of er een andere vrouw in het spel zit. Of er professioneel miserie aan zit te komen of er gewoon een crisis van het algehele welbevinden op til is. 4 zinnen, 1 slok. Klaar.

Het uitgepuurde van zo’n dialoog, de rijkdom aan emoties en gevoelens, het inlevingsvermogen ook van de beide deelnemers…

De afwezigheid van overdadig woordgebruik kan nooit als conclusie hebben dat er geen emoties in het spel zijn. Als ik van iemand iets krijg, een cadeautje of zo, dan zeg ik gemeend ‘Dank je, ’t is erg mooi!’. Die woorden zijn daarvoor gemaakt. Die zeggen wat ze moeten zeggen. Niet meer of niet minder. Ik meen het ook als ik ze uitspreek. Dat is niet koel, dat is juist en appreciërend. Als ik op zo’n moment iets moet zeggen in de stijl van ‘ maa, oooh, ma, neen, ma jaaa, zeg, maar , neen, zooo mooi, dat vind ik echt, echt, echt kei tof, en zo origineel…. oh, maar ja, dat had ik altijd al gewild’ dan vind ik dat overdreven, onecht en een belediging van het intellect van de gever.

Wat heeft dat met gelaagdheid te maken? Alles. Door de jaren zijn we afgestompt geraakt en is de uitbundige, geaccentueerde, oppervlakkige uiting, de dienst beginnen uitmaken. Wie het zo doet, wie er zo over praat, die is gevoelig.  Of die kan zinvol praten over zijn emoties. Al de anderen kunnen dat niet, hebben het er kennelijk moeilijk mee. Welaan dan, wij kunnen er over praten, maar niet zo!

Mijn lief kan bij mij al bij het binnenkomen aanvoelen dat het mij niet afgaat, dat ik met een ding worstel. Ik hoef niet eens iets te zeggen. Misschien is ze wel een vent, dat kan natuurlijk ook.  Ik hoef geen coiffeurs-enthousiasme om blijheid te tonen ik hoef geen grafdelversgezicht om treurnis te etaleren.

Bovendien, en dat geef ik éénieder mee, wij schakelen, wij gebruiken registertjes. Je zal op begrafenissen echt wel mannen zien huilen, om nauwelijks vijf minuten later in de kroeg te kruipen met hun maten en pinten te drinken en grappen te vertellen. Maakt dat het verdriet minder echt? Neen, het maakt de zichtbaarheid minder groot, dat is alles. Ondertussen maalt het verder.

Pinten drinken, roken, vloeken, het maakt deel uit van ons emotionele jargon. Woorden zijn één dimensie, gedragingen een andere. Denk daaraan als u de volgende keer een starende man treft. Hij kijkt niet naar uw borsten, hij peilt naar uw ziel.