Roept zo niet!

logo_vierkant_med_res

Alles heeft een modieuze naam. Elk fenomeen kan zelfs theoretisch onderbouwd worden. Extraverte tafelspringers die over alles een mening hebben en overal en alomtegenwoordig zijn. Vroeger heette dat gewoon irritante eikel. Nu verzorgt zo iemand zijn ‘personal branding’. U hoort het goed. Het persoonlijke merk.

U herinnert zich waarschijnlijk de tijd dat we het hadden over introverten en extraverten. Extraverten hadden het makkelijk om zich te uiten, riepen het hardst en het snelst, waren het grappigst op feestjes en de ware allemansvrienden. Als dolle dartele hondjes storten ze zich in het gewoel en lieten zich de strelingen en de bewonderende aaitjes welgevallen.  Altijd feest om zo’n beestje in je midden te hebben. Tegelijkertijd was er echter ook een grote consensus, ja zelfs een uitdrukkelijk vermoeden dat er geen oorzakelijk verband was tussen hun gevatheid en de diepgang van hun intellectuele causerie.

Integendeel zelfs, meestal ging men er zelfs van uit dat ze maar wat kreetjes bijeenwauwelden en dat je voor het echte, betere denkwerk beter af was met het muurbloempje dat aarzelend meningen onder voorbehoud formuleerde.  Ook niet juist.

Ik ben goed geplaatst – als extreem extravert – om mijn soort te verdedigen. Jaren heb ik de stelling verdedigd dat traag en onzeker formuleren geen garantie was voor intelligentie. Hoogstens van een vermoeden van bedachtzaamheid.

Maar de laatste tijd zie ik meer en meer het omgekeerde gebeuren en ik vind dat jammer. Het podium – de helaas bij momenten ijlig lichte intellectuele arena van de ‘social-media-denkers’ – wordt bezet, volzet met jongens en meisjes die erg succesvol zijn qua  ‘personal branding’.

Wat wil dat zeggen? Dat ze er in geslaagd zijn hun persoonlijk merk ‘mens’ te vermarkten in een bepaalde expertise.  Wat telt daarbij? De activiteit. Vooral de activiteit. Druk, druk druk, bezig zijn.

Presentaties geven, die presentaties vervolgens met veel poeha delen op slideshare, en daarover nog eens druk en uitbundig twitteren, kwetteren en kwekken.

En dat kunstje wordt herhaald, en herhaald, en dan zie je van bepaalde vrolijke kwieten tien presentaties over een bepaald onderwerp waar alleen de eerste slide en mogelijks de laatste verandert. Maar ondertussen zijn ze expert. Zelfbenoemd, zelfverklaard.  Of ze knutselen flinterdunne theoretische constructies in elkaar. Het rammelt aan alle kanten, maar  het klinkt oppervlakkig prachtig.  Als ze dat goed spelen dan krijgen ze meer volgers, meer fans, meer likes, meer lawaai. Dan zijn ze influential, en krijgen ze een hogere Klout score.

Klout score, de heilige graal van je social media gewicht. Hoe meer je geneuzel opgepikt wordt hoe hoger.. De universele maat voor je expertise… in sommige gevallen klopt dat, maar verre van altijd.

We evolueren naar een  zogezegde kennismaatschappij waar de roepers, de ‘oversharers’ en de herkauwers maar al te gemakkelijk een veel te groot gedeelte van het forum pakken.

Het ontwikkelen van juiste en iets diepgaandere theorieën dat vraagt tijd. En die hebben we niet. Want we moeten roepen en bezig zijn met onze conversatiemanagement aanpak.

Flitsend blinkend koetswerk, maar een heel, heel licht motortje, daar kom je niet ver mee…

Controle? Vergeet het…

logo_vierkant_med_res

Onlangs vonniste het Britse Hooggerechtshof dat platformen als Google juridisch ter verantwoording kunnen worden geroepen voor lasterlijke reacties die op blogs geplaatst worden. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik word daar niet goed van. Het lijkt mij weer één van de vele manieren om toch maar te proberen om controle over een medium te krijgen. Controle die je eigenlijk al lang niet meer hebt.  En als je nog wat verder nadenkt, controle die je ook nooit meer gaat terug krijgen.

Als leek in de rechtsspraak/rechtsleer onthoud ik het volgende. Bloggers posten hun meningen en visies op platformen. Ze kunnen dat vrijuit doen, mits inachtname van een aantal welvoeglijkheidsregels. Dat heet volwassenheid. Wanneer één of andere nitwit dat platform misbruikt, voor een slecht doordachte post of een scabreuze reactie, dan is dat in mijn ogen helaas een democratisch basisrecht.

Verantwoordelijkheid
Het is mijn democratisch recht als lezer om dat hele verhaal te negeren. Ik kan reageren, ik kan een petitie opstarten of een betoging plannen of och kom, nu we het er toch over hebben, ik zou het hele geval ook kunnen hacken en stoute dingen kunnen doen (maar dan ben ik wel een misdadiger). Wat ik ook kan is naar een instantie stappen en klacht neerleggen om één van die zovele redenen die aangehaald worden in de wet. Laster, eerroof, goede zeden, racisme, noem maar op. Dat zou moeten volstaan. Toch?

Nu heeft men het zover gedreven dat men – daar waar men de identiteit van de auteur niet kan achterhalen – men de uitgever, zeg maar de infrastructuurprovider (Google, WordPress, noem maar op) wil verantwoordelijk stellen. Dat is verschuiven van de eigen incompetentie, en het de facto belemmeren van een activiteit.  Die providers worden op deze manier verplicht om mechanismes (lees: controle op content) in te bouwen.

Gezond verstand
Niet alleen vind ik dat flauw, ik ben ervan overtuigd dat het niets gaat oplossen. Zodra Google of WordPress te stringent worden in de voorwaarden om iets te posten, en dat afhankelijk maken van een – soms bedenkelijke – burgerlijke moraal, zal er een verschuiving optreden. Er zullen altijd anderen zijn die dezelfde infrastructuur en dezelfde mogelijkheden aanbieden en er zal niets opgelost geraken.

Probeer er misschien een keer van uit te gaan dat het internet in vele gevallen een zelfregulerend medium is, waar je al eens een schandaaltje kan schoppen, maar waar voor het overige erg veel gezond verstand regeert. Bagger zal opgemerkt worden, zal één keer scoren en daarna niet meer, of toch niet lang.

Kijk naar Twitter. Kritische geesten worden er gevolgd door mensen die kunnen omgaan met andere meningen. De discussies zijn heftig, maar de keuze om je er aan te onttrekken is geheel de jouwe, en dat werkt. Je moet niet repressief reguleren, met de bedoeling om controle te behouden, het komt allemaal goed, echt wel. Laat het gewoon los, het lost zich op.