Over Pocahontas en Heidi

We gaan allemaal graag op reis. Dat verbreedt onze achtergrond, onze voeling met de cultuur en zo. Liefst van al gaan we wel naar  quasi uitgestorven beschavingen en uitdagende gebieden. Anders vinden we er niks aan. De zee is voor jonge families met bleitkinderen, de Ardennen is voor ‘treehuggers’ en depressieven, en Spanje is voor het klootjesvolk. Oh ja, en Oostenrijk is voor oude, rechtse, dikbuikige wandelaars. Met lelijke outfits en verkeerde nostalgie naar een tijd toen alles netjes georganiseerd was.

Misschien is dat toch niet helemaal juist. Ik liep gisteren op de alm met Gerhard Wolfsteiner. Ik laat de naam met opzet vallen, niet omdat ik daar extra punten mee scoor, maar omdat ik ook wel zo zou willen heten. Gerhard, je hoort de alpengalm zo al. En Wolfsteiner, hoeveel meer kracht kan een naam niet hebben. Wolf und Stein! man, man man…

Anyway, ik liep daar zo wat te kuieren en bedacht me dat het eigenlijk idioot is dat je met geweld eerst maar even in Nepal wat trekking gaat doen, als je in het Alpengebied over perfect valabele alternatieven beschikt. Wat is er mis met dit land, waarom is het niet sexy?

Als we een Peruviaanse bondgekleurde  vrouw in traditionele klederdracht zien, sturen we trots foto’s naar het thuisfront. Als we een Dirndlmeisjes zien beginnen we meesmuilend Edelweiss te zingen en foute grapjes te vertellen over uitzichten en balkons.

Een gaucho oogst bewonderende blikken. Een alpenboer in lederhozen wordt vergeleken met Bart De Wever. hoe juist is dat eigenlijk?

Is Oostenrijk een anachronisme in Europa? Ik dacht het niet, overal heb je tradities, authenticiteit en misschien nog belangrijker, levenscondities die ervoor zorgen dat bepaalde ontwikkelingen er zijn of niet.

Het gehalte oude, tandeloze maar bijzonder fotogenieke vissers, die aan de kaaien hun net zitten te herstellen is hier bijvoorbeeld bijzonder klein. Anderzijds beseffen ze hier maar al te goed dat ongeveer 1/3 van hun bruto regionaal product (in Salzburg) afkomstig is uit het toerisme. Hoe je dat invult is dan weer een andere zaak, maar ze doen dat allesbehalve slecht, en ze beseffen dat het prijsgeven van die authenticiteit een troefkaart minder is.

Wij kunnen het ons misschien niet voorstellen, maar de anekdote werd me verteld, dat een groep Japanners er werkelijk van uitging dat de Alpenhutten gebouwd werden, speciaal  voor het toerisme. Dat is al even fout, als denken dat je met een hoop achterlijke boeren te maken hebt.

Ik heb hier alleen maar vriendelijke en nuchtere mensen ontmoet… en veel eten, dat ook, ja.

Een beetje reizen

'Rails untraveled' by @blissbohemian (www.bliss.be)

Ik heb het altijd gehad, voor ik op reis vertrok, ook al was het maar naar “Dardennen”, of “De Zee”. Zenuwachtige kriebels. Het gevoel ook van een nieuwe start, een nieuw leven.

Veel had er als kind natuurlijk mee te maken dat er nieuwe dingen gekocht werden. Je vertrekt niet op reis met een lege tube tandpasta. En laat ons maar even gek doen, meteen vervang je ook die oude tandenborstel. En nieuwe onderbroekjes, die kregen wij ook mee als we op kamp gingen met de jeugdbeweging. Of een nieuwe pyjama. In spons. ‘Voor in spanje’.

En we gingen voor het slapen uitgebreid in bad, want ‘s morgens was daar geen tijd voor, dan moesten we zo snel mogelijk vertrekken, om toch maar uitgerust aan ‘De Ring rond Parijs, die oninneembare vesting (Copyright Youp Van’t Hek) te kunnen beginnen, voor de file.

Ook een mooie eigenaardigheid van mijn moeder, bijdragend tot het ‘nieuw-leven-gevoel’: er werden verse lakens opgelegd, vlak voor we zouden gaan slapen. Stel je voor dat we verongelukten en er kwamen vreemde mensen in ons huis, dan mochten die toch niet denken dat we vuilaards waren. Als je er maar een paar uur in geslapen had, dan kon dat nog net.

De reis was ook meticuleus voorbereid. Om de zoveel kilometers rusten, daar eten en drinken. De route was gememoriseerd. In Lille niet verkeerd rijden, Porte de Bagnolet, Porte d’Italie, Route du Soleil, stadscentrum Lyon vermijden, Perpignan….De uitstapjes lagen vast, dit met de trein, dat met de auto, dan rusten aan het zwembad. En alles werd vereeuwigd met de super 8 camera.  Agfa filmkes van 5 minuten. Voor later. Dat was moderner dan diassen.

En nu?  Er blijft niet veel over. We maken achteloos onze tassen. We kijken nauwelijks waar we heen gaan. We hebben immers GPS als het met de wagen is, of we zien het wel op de luchthaven, of in het station, wapperend met ons E-ticket. De verwondering is weg. De spanning en de voorbereiding ook. Een beetje reizen is saai geworden.

Behalve deze ene keer… Ik moet iets onbestemd gaan doen in Oostenrijk. Een soortement schattenjacht. Ja, ze spreken wel over ‘geocaching’ en moeilijke dingen en zo, maar ik houd het op een groot avontuur… In een land dat ik associeer met Lederhosen, Alpenweides, Schnitzels und Grosse Bieren, en een zweempje BDW. Niet zo fijn dus.

En toch… het is nostalgie, en het is een beetje spannend. Niet in het minst omdat ik gevraagd werd een rugzak mee te nemen. Wat ik niet heb. Het pakken voelt meteen anders aan. En morgen vertel ik er meer over. Of overmorgen, het is immers allemaal onbekend. Hebben ze daar stroom? Of internet? Wie zal het zeggen?