Zo kan het ook, ordehandhaving

 

Flikken. Honden. Loslopen. Het zijn drie woordjes die meestal niet erg goed samengaan. Pas op. Voor u denkt dat u hier een betoog gaat krijgen van een fervent hondenliefhebber, doorspekt met kreten als ‘hij heeft nog nooit iemand gebeten” en “de mijnen doet dat niet”. Dat is niet zo. Ik ben de eerste om te weten dat ik mijn hond niet echt zo goed in de hand heb als mijn hoofd soms denkt.

Ik ben er ook voorstander van dat mensen die beesten willen ook de moeite zouden mogen doen om naar een hondenschool te gaan, en ik ben er in één moeite door ook van overtuigd dat ze die scholen niet voor de honden hebben uitgevonden maar voor de baasjes, die gedragsspiegeltjes voorgehouden krijgen. Hé, hé, dat lucht op.

Bovendien, mijn hond, dat is een toonbeeld van vleesgeworden, rauwe anarchie en bloedonderdenagelshalend pestgedrag. Voornamelijk naar mij, laat dat duidelijk zijn.   Maar loslopen in Zoerselbos,  of aan zee, of ergens langs de grote routepaden, dat gaat erg goed. Paarden, schapen, koeien en occasionele mountainbikers zullen daar wellicht anders over oordelen, maar daar gaan we het nu verder niet over hebben.

Wat er ook van weze, het monster liep los te snuffelen, en daar kwamen onze blauwe vrienden aangetuft. We spreken Kempen, vooravond, geen kat op straat, just me , my dog and them!

Ik heb zelf niet zo’n al te beste verhouding met het gezag, dus ik zette me al schrap voor gevatte snijdende opmerkingen aan het adres van onze blauwe potentaten. Ik kan er niet aan doen, ‘t is de hond in mij. Ik moet ze niet echt. Het is een probleem dat er mij al vele opgeleverd heeft, waarbij menigmaal de verzuchting geslaakt werd ‘houd toch uw bakkes, ‘t was gezellig’. Het lukt niet, het is niet anders.

Kempenflik 1 stapte uit, monsterde de situatie, ‘Goeienavond, uwen hond?’  Flik 2 kwam er bij staan, met een glimlachje, dat ik al meteen interpreteerde als ‘HA, we hebben er ene, nu gaan we er eens wat mee spelen, en onze spierballen laten rollen. In plaats van echte misdaden op te lossen!

Stijf van de adrenaline, met bloeddoorlopen ogen en een batterij opmerkingen over kleinzierigheid en  gebrek aan gezond verstand, snapte ik, ‘ja, mijnen hond ja,daar lijkt hij toch op!’

‘Schoon beest, maar straks toch beter aan de lijn houden, ge weet maar nooit, en ne goeienavond nog!’.

En weg waren ze. Ordehandhaving op zijn Kempisch. Vriendelijk, relativerend, to the point. Ik heb Spike aangelijnd. Ik hou van Kempische flikken!

Regenkapjes

http://www.facebook.com/FotoBliss

Plastic Regenkapjes. Mijn oma. Onafscheidelijk.
Ik moest er meteen aan denken toen ik ze zag, vorige zondag. Ik dacht dat het niet meer bestond.

Met de K-woman, couleur locale aan’t opsnuiven in het Haspengouwse. Niet dat ik iets heb met bloesems of zo, maar het nuttige wordt soms aan het aangename gekoppeld. Het beest wordt buitengelaten, en dan bedoel ik mijn hond. Tegelijkertijd zijn er de ‘foto besognes’. Ik voel me soms meer ‘assistent-location-scouter’ voor de betere weddingplanner, maar dat terzijde. Het zijn onvergetelijke namiddagen, en ik heb er al prachtige stukjes België mee ontdekt. Of herontdekt, want wij waren geen lor geïnteresseerd toen onze ouders er met ons heengingen. Jeugdzondes, ‘t is niet voor niets dat het zo heet.

Het leuke aan zo’n ietwat landerige namiddagen is het lonkend ‘avontuur’ op het einde. Soms is het dat echt. Het is moeilijk om uit te leggen aan mensen die zo niet ineen zitten, maar ik kijk daar altijd naar uit. Niet omwille van het genot, maar omwille van de onvoorspelbaarheid. Pinten drinken in de lokale herberg, en kijken waar de mensen, de verhalen en de omstandigheden ons brengen. We zijn daar beiden goed in. Het opsnuiven van sfeer, het fantaseren van verhalen, het luisteren en kijken naar mensen. En tijd verdwijnt, is onbelangrijk. Voor haar een evidentie, voor mij niet zo.

Toen kwamen ze binnen. Ik hoefde niets te zeggen. De foto was al gemaakt, en het begon te kolken in mijn hoofd. Twee vriendinnen, twee weduwes, twee zusters. Ik houd het op weduwes, vriendinnen, die elkaar al lang kennen, die regelmatig bij elkaar op de koffie gaan, om een beetje sociale media te spelen van hun dorp. Vroeger heette dat roddelen, maar nu zijn dat status updates.

Arlette en Josiane, zo noem ik ze. Vrouwen voor wie de ritmes van de dagen, weken, seizoenen nog iets betekenen. Maandag,wasdag. Vrijdag, visdag. De grote schoonmaak als als ankerpunt. De jaarmarkt een hoogdag en het kerkbezoek een automatisme. Milde strengheid als één van de kinderen het wekelijks bezoek overslaat want ‘het zijn ook onze kleinkinderen!’ En kraaknette huizen, die ruiken naar boenwas, zeep en verse soep.

En vandaag deden ze frivool. Het huis lag aan kant en het was zondagmiddag in Helshoven… een wandeling kon. Tot de regen tussenkwam, en daar werden de kapjes bovengehaald. Uiteraard hadden ze die bij. En het alternatieve plan werd ingeschakeld. Koffie en vlaai heet dat hier. Vlaai is taart. Taart is niet altijd vlaai, daarentegen.  En als het bleef regenen, dan volgde er nog een schoon biertje. Dat mocht, op hun leeftijd.

Arlette en Josiane. Want Franse namen, dat was nog in de mode toen. En ze vertelden, en keken, en in hun hoofden werden de geluksmomenten aaneengeregen, als een paternoster, met hier en daar een zwart pareltje. Volgende week naar ‘t kerkhof.

Hun regenkapjes waren ze vergeten. Veel van hun herinneringen niet.

‘Ok, maar eerst nog even naar het toilet!’

Wie heeft ze nog nooit gehoord? Woorden uitgesproken door een vrouw, door de vrouwen. Door alle vrouwen, nadat alles afgerekend is op café of restaurant. En wie heeft dan nog niet gezucht?  En nu heb ik het even tegen de mannen. Gezucht, omdat je plots weer wist dat dit ging gebeuren. Gezucht omdat je in die tijd iets anders kunt doen. Want laat ons wel wezen, toiletbezoek bij dames, het is kennelijk een stuk complexer dan bij mannen. Het duurt allleszins langer.

Systematisch overkomt het mij. Het resultaat is dat je als vent wat ongelukkig staat te wachten. Je hebt de keuze tussen buiten wachten, binnen wachten, maar wachten zul je. En zonder iets om handen te hebben, laat staan dat je nog iets kan drinken. Want dat is dan ineens onbeleefd, dan hebben we een drankprobleem. Terwijl het over een tijdspanne gaat waarbinnen je met gemak een krant kan uitlezen…

Toen ik het onlangs weer hoorde en zag gebeuren, heb ik het op de man af gevraagd. Waarom doen jullie dat? Waarom altijd net op het moment dat we willen opstappen… De aanwezige dames keken mij aan alsof ik de grootst mogelijke idioot was die ze al ooit hadden ontmoet. ‘Dat is toch normaal, als je klaar bent met alles hier, dan ga je naar toilet, om niet opnieuw te hoeven zitten, of omdat je op die manier de periode optimaliseert tussen twee toiletbezoeken.

Logisch inderdaad, en eens te meer blijkt dat vrouwen superieure wezens zijn qua efficiency. En toch! En toch! Zou het niet kunnen dat er toch iets schort aan het inlevingsvermogen van de vrouw? Zou het kunnen dat die handeling ingegeven is door puur eigenbelang?  Wat kunnen we daar uit concluderen, want het allemaal minder fraai dan we wel denken.

Ik denk dat er twee dingen gaande zijn. Vrouwen hebben totaal geen empatisch vermogen, in weerwil van wat ze zelf beweren. Daarnaast zijn ze ook niet in staat tot opgaan in het moment! Tot genieten! En ik zal dat nu hard maken.

Om te beginnen dat fameuze empathisch vermogen. Mannen zijn galant, hebben van jongs af aan geleerd rekening te houden met hun vrouwelijke partner. Wij zijn ingesteld op het aangenaam maken van de tijd die we samen met onze dames doorbrengen.

Niet omdat we dat graag doen, of om hen terwille te zijn, maar om onaangenaam gedrag te vermijden.  Hen doen wachten tot daar aan toe, maar hen doen wachten in vervelende context, dat kan toch nooit de bedoeling zijn. En daar krijgen we toch vroeg of laat de rekening voor gepresenteerd. Zo zonder drankje, zonder fatsoenlijke zitplaats, het is en blijft iets wat te mijden is.  En wij kunnen daar over meespreken.

Het tweede en mijns inziens veel belangrijker inzicht dat we hier weer gekregen hebben, is het onvermogen tot echt genieten. Mannen zien het cafébezoek als een soort onderdompeling, een experience. Je kunt daar met geen mogelijkheid een termijn op plakken. hoe lang gaat dat duren, een uur? Een dag? We weten het niet, we willen het eigenlijk niet weten, wij staan open voor een avontuur, dat ons ideeën, nieuwe vrienden en avonturen kan opleveren. Vandaar ook dat wij naar toilet gaan op het moment dat we dat voelen aankomen. Niet meer, niet minder. Noodzaak, meer niet. Geen berekening. Zo snel mogelijk, om maar zo min mogelijk van de momenten te verliezen.

Wanneer wij nu horen van vrouwen, dat ze dat doen ‘voor het vertrek’, dan kunnen we niet anders dan besluiten dat ze  al op voorhand incalculeren dat het niet lang gaat duren. Erg! Heel erg! Immers, Het gaat hier over een doelbewust uitsluiten van beleving, het afblokken van eventueel laattijdig genot. Alles is gelimiteerd tot de toegewezen tijd, het cafébezoek verworden tot ‘laafmoment’. Jammer!

…Of hoe je op basis van een simpel zinnetje ‘ik ga nog gauw eens naar toilet’ mag en moet besluiten dat vrouwen egocentrische wezens zijn, met een acuut onvermogen tot genieten.