Ik hou van mannen, vooral als het jongens blijven

Ik heb het er nog niet over gehad. Omdat het nogal veel pijn doet.

Een maand geleden heb ik meegedaan aan de dodentocht in Bornem. 100 km wandelen/stappen en je krijgt er 24u voor. In principe geen probleem. Maar ik heb jammerlijk gefaald. Opgegeven in de helft.

Er zijn verzachtende omstandigheden, die zijn er altijd, maar daar gaat het niet over. Het resultaat is dat ik het niet gehaald heb. Ik kan hier oeverloos blijven mompelen over te dikke kousen, en daardoor al vanaf km 2 problemen met mijn tenen. Ik zou uren kunnen vertellen over mijn rugzak, die ik normaal nooit gebruik als ik tochten doe, en waar voor deze keer twee boeken, twee kledingsetjes, voedsel voor een week en een hele veldapotheek inzat, maar dat ga ik niet doen. Ik ga me ook niet verschuilen achter mijn competitiedrift, waardoor ik van bij aanvang met de betere meestapte, om al na 30 km te merken dat ik mezelf overschat had. Het is immers in mijn hoofd dat de hubris ontstond om te denken dat ik er al rond 15u zou zijn.  Op basis van de eerste 50km zou dat ook een realiteit geweest zijn.  Ik wil het ook niet verder hebben over mijn persoonlijke Deus ex Machina, de K-woman die mij om 7u ‘s ochtends in Steenhuffel kwam trakteren op een koffietje, waardoor ik finaal verkoos om de rest van de dag in andere oorden door te brengen.  U, mijn beste lezer, bent niet gediend van voorwaardelijke wijzes en excuses. Ik bespaar ze u dus… uit respect! U zal me er niet meer over horen, maar volgend jaar sta ik er weer! en kom ik aan! Binnen de tijd! Ruim binnen de tijd…

Eén van de mooiste herinneringen heb ik overgehouden aan dat uurtje voor de start. Cool, calm and composed, zat ik in een plaatselijke afspanning een boek te lezen, doordrongen als ik was van het besef dat ik een wereldprestatie, nooit gezien in de geschiedenis van de dodentocht, zou neerzetten.  Naast mij streken 6 rumoerige scoutsleiders/jeugdclubtyconen neer, die met veel misbaar zware Duvels bestelden en met die kenschetsende brallerige humor, eigen aan onzekere mannen/jongens, hun demonen probeerden te bezweren.  Er was leute, er was lawaai, er waren boude uitspraken en grappige opmerkingen, er werden foto’s genomen van de helden, de gladiatoren. Allen voor de eerste keer aan de start, maar de jeugd heeft de toekomst. Ze gingen dit varkentje wel eens even wassen.

Ik ging naar toilet en kruiste daar één van de knapen. Hij bekeek zijn wilde haardos in de spiegel en sprak de welhaast profetische woorden ‘Joenge, joenge, zijde gij oek zoe zenuwachtig? Ik schet bekanst in man broek van de zeene! Kgon dat verleves nie kunne, en ze gon ma eutlache, doemme toch!’  Je kunt daar niets aan toevoegen, dat hoeft ook niet. ik lachte even, en zei dat het voor iedereen even ver is. De ‘schoon weer vandaag’ cliché voor sportmanifestaties.

Ik ging weer naar mijn tafeltje. Hij ook, en niets verried dat hij blij was dat hij zijn hart even had kunnen luchten. Het was weer de luidste braller van toen net. Zo hoort het.  Dat soort kwetsbaarheid is niet voor de vrienden, en toch weer wel. ik ben er zeker van dat ze allen, wij allen met dezelfde twijfels en stress zaten, en dat we ons groot hielden door stoer gedrag.

En het mooiste van al. Dertig kilometer later hoorde ik er toevallig één bellen naar het thuisfront. ‘Met mij gaat het nog, maar de Jerre heeft een probleem. Allez, ‘t is te zeggen, t heeft niets met zijn conditie of zo te maken, maar hij gaat het waarschijnlijk niet kunnen uitlopen, iets met zijne knie…’ Schoon, heel schoon!

Dat is het toch? Echte vrienden zullen het eventuele falen van één der kameraden toedekken, afschermen en begrijpen. Ze zijn opgelucht dat het hun niet overkomt, maar ze zullen op zo’n moment nooit de draak steken met die onfortuinlijke. Daarvoor zijn we maten, voor ‘t leven.

En nadien, in de warme geborgenheid van het dorpscafé zullen er stoere indianenverhalen verteld worden over lijden, afzien en heroïek, maar nooit zal die ene te kakken gezet worden. Hij maakt deel uit van het genootschap dat er was.

What happened in Bornem stayed In Bornem. Helden worden niet verguisd.

Wandelen, trekken en wielertoeristen

Wielertoerisme by @blissbohemian (www.bliss.be)Toen ik over Pocahontas en Heidi blogde, had ik het essentieel over een imagoverhaal. Zoals Oostenrijk een land is met een perceptieprobleem, zo is ook de wandelsport – en ik gebruik het woord ‘sport’ met opzet – opgezadeld met een huizenhoog stoffig imago. Bij Oostenrijk heeft het misschien nog te maken met de naam van dat land. Een ‘rijk’, dat klinkt al meteen wat ongeloofwaardig. Misschien moeten ze, naar het voorbeeld van de nieuwe Afrikaanse republieken, beginnen met een nieuwe naam, die dezelfde blijft in alle talen, Ostrialië of zoiets.  Branding experts zullen dat wel kunnen oplossen.Ik zie een trend aankomen, binnenkort is Vlaanderen-België-Walubrux  immers aan de beurt.

Terug naar de ‘wandelsport’. Het beeld dat in mij opkomt, is dat van oude mensen, lelijke outfits, K-way op de rug, en een verbeten marsritme. De weg naar het zoveelste abdijbier is erg pijnlijk en moeizaam. Bijkomend, ze verplaatsen zich in hordes, op afgesproken tijdstippen, en ze hebben iets principieel over zich. Principieel is in sommige gevallen wel ok, maar niet als het op vrije tijd aankomt. Dan moet het mogen, en plezant zijn vooral.

De wandelsport in Vlaanderen, dat ziet er niet altijd even plezant uit voor buitenstaanders.  En eigenlijk is dat jammer. Ik leg even uit waarom. Ik doe het zelf ook. There, i said it. Ik stap. Hard en veel. Ik draai mijn hand niet om voor tochten van 30 à 40 km, met een strak tempo van 10min/km. En ik zie dan overigens erg mooie dingen. Mijn biotoop is het GR-netwerk (de roodwitte balkjes), die je ook in Vlaanderen vindt. Geen volk, geen fietsers, geen massa’s en een strikt minimum aan woonkernen (helaas niet altijd).

Dat ‘kunnen stappen’ is een overblijfsel van vroeger. De (foute) jeugdbeweging, de dagelijkse tocht naar de auto van mijn papa, waarvoor we Brussel moesten doorkruisen. De vakanties in Spa, op zoek naar de bronnen van talrijke Ardennenstroompjes. Ik heb altijd graag gestapt. En ik heb er ook nooit moeite mee gehad.

Een lief in Nieuwvliet? Ik stapte van het station in Knokke tot daar. Mijn voeten waren mijn bondgenoten, en als het vlug en verder moest gaan dan lifte ik tussendoor. Ik snap het gedoe er ook niet rond. Het is gewoon, de ene voet na de andere zetten. Op je eigen ritme. nu heet dat aëroob, qua inspanning,in tegenstelling tot anaëroob, da’s dan rennen. Ook niet zo moeilijk.

Nu ik er over nadenk, mijn broer en ik, we hebben nog atletiek gedaan, voor de fun, bij HAC, de Hekelgemse Atletiekclub. We deden dat niet eens zo slecht. Zozeer zelfs dat we er tot voor kort nog beiden in slaagden om mee te doen aan de 20km van Brussel zonder noemenswaardige voorbereiding en dat ding ook nog in een redelijke tijd uitliepen. Jupiler was de sportdrank die we gebruikten, zowel voor als na.

Als ik aan wandelen en stappen (Vlaams, niet Nederlands) denk, denk ik ook aan de parallel tussen fietsen en wielertoerisme. Fietsen, dat doe je met vrouw en kind, korte trage tochtjes. Wielertoerisme dat is afzien, echte sport, ok biking. Wielertoerisme. Nog zo’n foute naam. De meeste wielertoeristen zijn verdoken competitiebeesten, en maniakaal met hun materiaal bezig, maar het heeft niets met toerisme te maken. En toch is wielertoerisme populair en een markt waar geweldig veel geld in omgaat. In wandelen niet zo, als je kijkt naar wat er in Vlaanderen rondloopt.

Maar als wandelsport ineens trekking heet, dan hebben we het over iets anders. Trekking gebeurt in het buitenland. Denk ik.  Want bij trekking springen de beelden van onherbergzame oorden, woeste berglandschappen (neen, geen Oostenrijkse, dat zijn immers perceptiegewijs ‘suikerbergen voor oude mensen’), vitale, viriele venten en supersportieve, sexy chicks.

Rugzak aan, en voet na voet, op paden doorstappen tot je ergens komt waar je kunt rusten, eten of slapen. Wandelen dus. In trekking gaat wel veel geld om. Denk maar aan de AS Adventures van deze wereld, die worden daar rijk van. De juiste schoenen, kleren, het materiaal… fingerlicking.

Dus net zoals voor Ostrilanië, laat ons niet meer spreken over wandelsport maar over Trekking. De voordelen zijn legio: imago verbetering, betere en mooiere outfits en dus ook een stuk landschapsverfraaiing, en de economie draait er beter door. Ik  zal er me zelf ook een stuk beter bij voelen. In plaats van het oubollige wandelen doe ik vanaf nu immers aan trekking…Ik ga nu een geruit hemd aantrekken en mijn Meindls staan klaar voor een tochtje. De hond kwispelt, hij mag mee, los.

Trekking in Vlaanderen. Het leent zich ook beter voor grapjes. In één ruk… er op los trekken, etc. kwestie van u voor te zijn qua spitse commentaar.

Over Marketinghoeren en Boeren

Ik ben een marketinghoer, en een aandachtsslet. Wie mij kent, of bezig ziet op de sociale platformen en op de diverse hoogmissen van ons métier, zal dat beamen.  Zelf denk ik daar anders over, maar dat doet niet ter zake. Ik weet dat je animo rond je profiel moet houden op de diverse netwerken, anders tuimel je zo de vergeetputten van het wereldje in. En ik wil aandacht, aandacht voor mijn stukjes, die ambachtelijk geschreven zijn, en waar ik best wel trots op ben.

Onlangs ben ik mijn absolute antipode tegengekomen. Een kaasmaker uit Salzburgerland. Hij werd ons aangekondigd als een jonge boer, die erg succesvol bezig was, hoog op de alm, met een kaasmakerij.

Wat we te zien kregen was een helder uit de ogen kijkende, getaande alpenkop, die met een mok koffie en een sigaret voor zich, met nauwelijks verholen afgrijnzen keek naar het stelletje ‘journalisten’ voor hem.

Hij had een pracht van een uitbating, en dat zeg ik zonder een zweem van ironie en ik som even op wat hij op de verschillende locaties als didactische uitleg meegaf.

In de kaasmakerij : “Dit is de kaasmakerij, als u vragen hebt, dan luister ik.”

In de winkel : “Hier verkopen we kaas, boter en spek. Proeven?”

Bij de ovens : “Het rookt omdat ik spek rook, dat gaat niet zonder rook”.

In de kelder: “Mijn kazen gaan bijna kapot van dat geflits!”

Bij zijn toeristenverblijven : ” Het zijn oude, opgeknapte huizen, dat is leuk voor de toeristen”

Hilarisch en juist was het. De man leefde in en voor zijn producten, en al de rest deed er geen zak toe. Hij liep in hetzelfde kloffie rond dat hij al jaren aantrok, gaf zo kort mogelijk antwoord en wilde eigenlijk niets liever dan dat we zo snel mogelijk opkrasten, en hem lieten verder werken.

Was hij onvriendelijk? Neen. Hij had alleen geen zin om zich met bijzaken bezig te houden. En zo hoort het. De kaas was verrukkelijk, de koffie was lekker en ik durf te wedden dat er aan de uitbating van het hof ook niets verkeerd was, alles zat vol, en het ontbijtbuffet zag er heerlijk uit. Meer moet dat niet zijn. Word of mouth, storytelling en conversationmanagement, his way.